<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>fan of EM</title>
	<atom:link href="https://fanofem.nl/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://fanofem.nl</link>
	<description>Alles over Emergency Medicine</description>
	<lastBuildDate>Mon, 21 Aug 2023 18:14:34 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-NL</language>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	<generator>https://wordpress.org/?v=6.7.5</generator>

<image>
	<url>https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2016/09/cropped-Schermafbeelding-2016-09-11-om-20.39.59-32x32.png</url>
	<title>fan of EM</title>
	<link>https://fanofem.nl</link>
	<width>32</width>
	<height>32</height>
</image> 
	<item>
		<title>Duizelingwekkend: perifere of centrale vertigo?</title>
		<link>https://fanofem.nl/2023/08/21/duizelingwekkend-perifere-of-centrale-vertigo/</link>
					<comments>https://fanofem.nl/2023/08/21/duizelingwekkend-perifere-of-centrale-vertigo/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Leonie Geut]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 21 Aug 2023 18:12:30 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[More]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://fanofem.nl/?p=7214</guid>

					<description><![CDATA[]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<div class="et_pb_section et_pb_section_0 et_section_regular" >
				
				
				
				
				
				
				<div class="et_pb_row et_pb_row_0">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_0  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_0  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h2 class="p1"></h2>
<p style="font-weight: 400;">Na de middagoverdracht ga je naar een patiënt met duizeligheidsklachten. Het betreft een 66-jarige patiënt, bekend met diverse cardiovasculaire risicofactoren. Als je de kamer binnenkomt zie je een patiënt die brakend op de brancard ligt. Hij is duizelig, enorm duizelig. De klachten zijn ergens vanochtend, ongeveer zes uur geleden, ontstaan. Wat is je differentiaal diagnose? Wat voor lichamelijk onderzoek ga je verrichten? En hoe kom je tot de juiste diagnose?</p>
<p style="font-weight: 400;">
<h2 class="p1">Brede differentiaal diagnose</h2>
<p style="font-weight: 400;">De differentiaal diagnose van duizeligheid is erg uitgebreid en omvat naast cerebrovasculaire en otologisch/vestibulaire oorzaken ook diverse andere orgaansystemen (o.a. respiratoir, cardiaal, metabool) (1). Het betreft dan bijvoorbeeld hypoxie of cerebrale hypoperfusie waardoor klachten van draaiduizeligheid of licht gevoel in het hoofd ontstaan. Als hier geen sprake van is, kun je over gaan tot de analyse van cerebrovasculaire en otologische/vestibulaire oorzaken van duizeligheid.</p>
<p style="font-weight: 400;"><strong><em>Cerebrovasculaire oorzaken</em></strong></p>
<p style="font-weight: 400;">Deze oorzaken worden vaak ‘centrale oorzaken’ genoemd. Het meest bekende voorbeeld van een centrale oorzaak is een cerebrovasculair accident (CVA) in de posterieure circulatie (achterste schedelgroeve). De klachten kunnen bestaan uit geïsoleerde duizeligheidsklachten zonder andere focale neurologie. Focale neurologische verschijnselen die je kunt vinden bij patiënten met ischemie in de posterieure circulatie zijn bijvoorbeeld dysartrie, facialis parese, dubbelzien, ataxie of een wankel gangspoor (2).</p>
<p>De kans op een vasculaire oorzaak bij geïsoleerde vertigo zonder focale neurologie is redelijk laag; een Amerikaanse observationele multicenter studie naar de oorzaken van geïsoleerde duizeligheidsklachten op de spoedeisende hulp, gaf aan dat 3,2% van de patiënten die zich met geïsoleerde duizeligheid presenteerde een CVA/TIA had (n = 1666, waarvan 53 met vasculaire oorzaak) (Referentie; Kerber. PMID: 16946161). Naast een CVA zijn er andere centrale oorzaken die vertigoklachten kunnen geven (3).</p>
<p style="font-weight: 400;">Zie onderstaande tabel voor een overzicht van verschillende centrale oorzaken van duizeligheid.</p>
<table style="font-weight: 400;">
<tbody>
<tr>
<td width="151"><strong>Cerebrovasculaire oorzaak vertigo</strong></td>
<td width="450"><strong>Toelichting</strong></td>
</tr>
<tr>
<td width="151">CVA (cerebrovasculair accident)</td>
<td width="450">Ischemie of bloeding in de posterieure circulatie</td>
</tr>
<tr>
<td width="151">Dissectie a. vertebralis</td>
<td width="450">Treedt met name bij jongere patiënten op, soms na trauma maar vaker spontaan. Geeft met name duizeligheidsklachten en gaat regelmatig (+/- 50%) gepaard met occipitale hoofdpijn of nekpijn (4).</td>
</tr>
<tr>
<td width="151">Multipele sclerose</td>
<td width="450">Inflammatoire demyelinisatie van gebieden in de hersenstam of cerebellum kan leiden tot o.a. vertigoklachten. Vaak hebben patiënten aanvullende focale neurologische verschijnselen (3).</td>
</tr>
<tr>
<td width="151">Vestibulaire migraine</td>
<td width="450">Episodisch optredende vestibulaire klachten (duizeligheid, misselijkheid/braken, wankel ter been) gedurende minimaal 5 minuten tot 72 uur. Waarbij meestal andere migraine geassocieerde symptomen optreden zoals unilaterale hoofdpijn, licht- en geluidsschuwheid en visuele aura’s (5).</td>
</tr>
<tr>
<td width="151">
<p>Structurele pathologie (tumoren, vasculaire malformaties)</p>
<p>&nbsp;</p>
</td>
<td width="450">Afhankelijk van de locatie van een ruimte innemend proces (RIP) kan deze duizeligheidsklachten geven. Bijvoorbeeld een vestibulair Schwannoom (tumor uit de Schwanncellen rondom hersenzenuw VIII). Deze geeft langzaam progressief unilateraal gehoorverlies en soms duizeligheidsklachten (3).</td>
</tr>
</tbody>
</table>
<p style="font-weight: 400;">Vertigoklachten kunnen veroorzaakt worden door ischemie op verschillende locaties in de hersenen. Afhankelijk van de locatie kunnen andere focale neurologische klachten daar bij optreden. Hieronder vind je een greep uit een paar specifieke syndromen.</p>
<ul>
<li>Wallenbergsyndroom is een infarct van de laterale medulla van de hersenstam en presenteert zich naast vestibulaire klachten met sensibiliteitsstoornissen en bulbaire stoornissen zoals dysartrie, dysfasie en schorheid (6, 7).</li>
<li>Een infarct van de a. basilaris uit zich vaak als ischemie in de pons. Volledige infarcering van de pons geeft een locked-in syndroom waarbij de patiënt quadriplegie ontwikkelt en verlies van spraak heeft met een gespaard bewustzijn. Occlusie van de distale a. basilaris geeft juist bewustzijnsdaling (6).</li>
<li>Een infarct van de posterior inferior cerebellaire arterie (PICA), welke o.a. een groot deel van het cerebellum vasculariseert, geeft met name ataxie. Daarnaast kunnen als gevolg van de zwelling van het infarctgebied occipitale hoofdpijn en nekpijn optreden (6).</li>
</ul>
<p style="font-weight: 400;">
<p style="font-weight: 400;"><em><strong>Perifere oorzaken</strong></em></p>
<p style="font-weight: 400;">Deperifere oorzaken zijn otologisch of vestibulair van aard. Denk onder andere aan de volgende drie diagnoses:</p>
<ul>
<li>Neuritis vestibularis: is een unilaterale uitval van de nervus vestibularis. Het ontstaat meestal na een doorgemaakte virale bovenste luchtweginfectie en geeft klachten van langdurige (2-4 dagen) draaiduizeligheid, wankel lopen met valneiging naar de aangedane zijde, misselijkheid en braken (8).</li>
<li>Benigne paroxysmale positie duizeligheid (BPPD): kortdurende episodes van draaiduizeligheid bij positieverandering, soms met misselijkheid en braken (9). De onderliggende pathofysiologie hiervan zijn otolietsteentjes in de semi-circulaire kanalen van het evenwichtsorgaan (vaak posterieure kanaal). Deze steentjes verstoren de werking van het evenwichtsorgaan (1).</li>
<li>Morbus Menière: episodisch optredende draaiduizeligheid met gehoorverlies en tinnitusklachten (10). De pathogenese van M. Menière is vooralsnog niet geheel duidelijk (11).</li>
</ul>
<p>&nbsp;</p>
<p><img decoding="async" sizes="(max-width: 767px) 100vw, (max-width: 909px) min(100%, 869px), (max-height: 756px) min(100%, 869px), (min-aspect-ratio: 4240/2832) calc((calc(100vh - 175px)) * 1.49718), calc(100vw - 40px)" srcset="https://images.unsplash.com/photo-1615192232476-758a110dac9f?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1wYWdlfHx8fGVufDB8fHx8fA%3D%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=869&amp;q=80 869w, https://images.unsplash.com/photo-1615192232476-758a110dac9f?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1wYWdlfHx8fGVufDB8fHx8fA%3D%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=1169&amp;q=80 1169w, https://images.unsplash.com/photo-1615192232476-758a110dac9f?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1wYWdlfHx8fGVufDB8fHx8fA%3D%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=1469&amp;q=80 1469w, https://images.unsplash.com/photo-1615192232476-758a110dac9f?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1wYWdlfHx8fGVufDB8fHx8fA%3D%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=1738&amp;q=80 1738w, https://images.unsplash.com/photo-1615192232476-758a110dac9f?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1wYWdlfHx8fGVufDB8fHx8fA%3D%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=1769&amp;q=80 1769w, https://images.unsplash.com/photo-1615192232476-758a110dac9f?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1wYWdlfHx8fGVufDB8fHx8fA%3D%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=2069&amp;q=80 2069w, https://images.unsplash.com/photo-1615192232476-758a110dac9f?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1wYWdlfHx8fGVufDB8fHx8fA%3D%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=2338&amp;q=80 2338w, https://images.unsplash.com/photo-1615192232476-758a110dac9f?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1wYWdlfHx8fGVufDB8fHx8fA%3D%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=2369&amp;q=80 2369w, https://images.unsplash.com/photo-1615192232476-758a110dac9f?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1wYWdlfHx8fGVufDB8fHx8fA%3D%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=2669&amp;q=80 2669w, https://images.unsplash.com/photo-1615192232476-758a110dac9f?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1wYWdlfHx8fGVufDB8fHx8fA%3D%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=2938&amp;q=80 2938w, https://images.unsplash.com/photo-1615192232476-758a110dac9f?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1wYWdlfHx8fGVufDB8fHx8fA%3D%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=2969&amp;q=80 2969w, https://images.unsplash.com/photo-1615192232476-758a110dac9f?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1wYWdlfHx8fGVufDB8fHx8fA%3D%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=3269&amp;q=80 3269w, https://images.unsplash.com/photo-1615192232476-758a110dac9f?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1wYWdlfHx8fGVufDB8fHx8fA%3D%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=3538&amp;q=80 3538w, https://images.unsplash.com/photo-1615192232476-758a110dac9f?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1wYWdlfHx8fGVufDB8fHx8fA%3D%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=3569&amp;q=80 3569w, https://images.unsplash.com/photo-1615192232476-758a110dac9f?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1wYWdlfHx8fGVufDB8fHx8fA%3D%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=3869&amp;q=80 3869w, https://images.unsplash.com/photo-1615192232476-758a110dac9f?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1wYWdlfHx8fGVufDB8fHx8fA%3D%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=4138&amp;q=80 4138w, https://images.unsplash.com/photo-1615192232476-758a110dac9f?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1wYWdlfHx8fGVufDB8fHx8fA%3D%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=4169&amp;q=80 4169w, https://images.unsplash.com/photo-1615192232476-758a110dac9f?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1wYWdlfHx8fGVufDB8fHx8fA%3D%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=4240&amp;q=80 4240w" src="https://images.unsplash.com/photo-1615192232476-758a110dac9f?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1wYWdlfHx8fGVufDB8fHx8fA%3D%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=1000&amp;q=80" alt="black and white chevron textile" class="tB6UZ a5VGX" /></p>
<p style="font-weight: 400;"><strong></strong></p>
<h2 class="p1">Aard, timing en triggers</h2>
<p style="font-weight: 400;">De meeste artsen zullen een duizelige patiënt vragen naar de aard van de duizeligheid: ‘Wat bedoelt u precies met duizeligheid?’, ’Draait de wereld om u heen? Bent u licht in het hoofd? Wankel ter been?’.</p>
<p>Gaat het uitvragen van de aard van de duizeligheid veel helpen in je differentiaal diagnose? Waarschijnlijk niet. Onderzoek naar rapportage van duizeligheidsklachten op de SEH laat zien dat patiënten moeite hebben om duizeligheid duidelijk te beschrijven, dat ze (wanneer ze deze optie krijgen) ze meer dan één soort duizeligheid ervaren en dat ze inconsistent zijn in de beschrijving van de soort duizeligheid (al enkele minuten later wordt een andere soort duizeligheid aangegeven) (12).</p>
<p style="font-weight: 400;">Volgens een observationele studie (n = 294 waarvan 14 patiënten met centrale vertigo) zijn anamnestische kenmerken van een centrale oorzaak van vertigo constant aanwezige duizeligheid (predictive odds ratio (POR): 8,7 (CI: 2,3 – 33,1)) en geen verandering in de ernst van de klachten bij beweging (POR 10,2 (CI: 3,0 – 35,4)) (13). Symptomen als hoofdpijn en misselijkheid zijn minder helpend in de differentiatie tussen perifeer en centraal (13).</p>
<p style="font-weight: 400;">Bij forse nekpijn en / of occipitaal gelokaliseerde hoofdpijn in combinatie met duizeligheid moet gedacht worden aan een dissectie van de arteria vertebralis of een infarct van de PICA. Een centrale oorzaak zoals een CVA is veel waarschijnlijker bij patiënten met cardiovasculaire risicofactoren. Bij jonge patiënten zonder cardiovasculaire risicofactoren komt een centrale oorzaak van vertigo nauwelijks voor (14).<br /><strong><br /></strong>Edlow et al suggereren dat bij een anamnese bij duizeligheidsklachten de focus minder moet liggen op de aard van de duizeligheid en meer op timing en triggers (15). Op basis van de timing en triggers van de klachten wordt duizeligheid in diverse groepen verdeeld. :</p>
<ul>
<li><strong>Acuut vestibulair syndroom (AVS):</strong> continue aanwezige duizeligheid. Bijvoorbeeld neuritis vestibulair (perifeer) of een CVA van de posterieure circulatie (centraal)</li>
<li><strong>Spontaan episodisch vestibulair syndroom (s-EVS):</strong> episodisch optredende duizeligheid zonder triggers. Bijvoorbeeld TIA’s achterste schedelgroeve, M. Meniere of vestibulaire migraine.</li>
<li><strong>Triggered episodisch vestibulair syndroom (t-EVS):</strong> episodisch optredende duizeligheid met triggers. Bijvoorbeeld orthostatische hypotensie of BPPD.</li>
</ul>
<p style="font-weight: 400;">Zodra de duizeligheid in een van deze groepen is ingedeeld, kun je gericht lichamelijk onderzoek en aanvullende diagnostiek uitvoeren. Bij een t-EVS kan een orthostasemeting of Dix-Hallpike helpen in de differentiatie tussen orthostatische hypotensie en BPPD (15). Edlow suggereert dat het HINTS-onderzoek kan helpen om bij een AVS te differentiëren tussen een perifere (neuritis vestibularis) of centrale oorzaak (CVA) van vertigo.</p>
<h2 class="p1"><img decoding="async" sizes="(max-width: 767px) 100vw, (max-width: 910px) min(100%, 870px), (max-height: 755px) min(100%, 870px), (min-aspect-ratio: 6000/4000) calc((calc(100vh - 175px)) * 1.5), calc(100vw - 40px)" srcset="https://images.unsplash.com/photo-1588594276800-2de0522b3b73?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1wYWdlfHx8fGVufDB8fHx8fA%3D%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=870&amp;q=80 870w, https://images.unsplash.com/photo-1588594276800-2de0522b3b73?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1wYWdlfHx8fGVufDB8fHx8fA%3D%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=1170&amp;q=80 1170w, https://images.unsplash.com/photo-1588594276800-2de0522b3b73?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1wYWdlfHx8fGVufDB8fHx8fA%3D%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=1470&amp;q=80 1470w, https://images.unsplash.com/photo-1588594276800-2de0522b3b73?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1wYWdlfHx8fGVufDB8fHx8fA%3D%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=1740&amp;q=80 1740w, https://images.unsplash.com/photo-1588594276800-2de0522b3b73?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1wYWdlfHx8fGVufDB8fHx8fA%3D%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=1770&amp;q=80 1770w, https://images.unsplash.com/photo-1588594276800-2de0522b3b73?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1wYWdlfHx8fGVufDB8fHx8fA%3D%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=2070&amp;q=80 2070w, https://images.unsplash.com/photo-1588594276800-2de0522b3b73?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1wYWdlfHx8fGVufDB8fHx8fA%3D%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=2340&amp;q=80 2340w, https://images.unsplash.com/photo-1588594276800-2de0522b3b73?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1wYWdlfHx8fGVufDB8fHx8fA%3D%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=2370&amp;q=80 2370w, https://images.unsplash.com/photo-1588594276800-2de0522b3b73?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1wYWdlfHx8fGVufDB8fHx8fA%3D%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=2670&amp;q=80 2670w, https://images.unsplash.com/photo-1588594276800-2de0522b3b73?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1wYWdlfHx8fGVufDB8fHx8fA%3D%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=2940&amp;q=80 2940w, https://images.unsplash.com/photo-1588594276800-2de0522b3b73?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1wYWdlfHx8fGVufDB8fHx8fA%3D%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=2970&amp;q=80 2970w, https://images.unsplash.com/photo-1588594276800-2de0522b3b73?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1wYWdlfHx8fGVufDB8fHx8fA%3D%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=3270&amp;q=80 3270w, https://images.unsplash.com/photo-1588594276800-2de0522b3b73?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1wYWdlfHx8fGVufDB8fHx8fA%3D%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=3540&amp;q=80 3540w, https://images.unsplash.com/photo-1588594276800-2de0522b3b73?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1wYWdlfHx8fGVufDB8fHx8fA%3D%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=3570&amp;q=80 3570w, https://images.unsplash.com/photo-1588594276800-2de0522b3b73?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1wYWdlfHx8fGVufDB8fHx8fA%3D%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=3870&amp;q=80 3870w, https://images.unsplash.com/photo-1588594276800-2de0522b3b73?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1wYWdlfHx8fGVufDB8fHx8fA%3D%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=4140&amp;q=80 4140w, https://images.unsplash.com/photo-1588594276800-2de0522b3b73?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1wYWdlfHx8fGVufDB8fHx8fA%3D%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=4170&amp;q=80 4170w, https://images.unsplash.com/photo-1588594276800-2de0522b3b73?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1wYWdlfHx8fGVufDB8fHx8fA%3D%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=4470&amp;q=80 4470w, https://images.unsplash.com/photo-1588594276800-2de0522b3b73?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1wYWdlfHx8fGVufDB8fHx8fA%3D%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=4740&amp;q=80 4740w, https://images.unsplash.com/photo-1588594276800-2de0522b3b73?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1wYWdlfHx8fGVufDB8fHx8fA%3D%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=4770&amp;q=80 4770w, https://images.unsplash.com/photo-1588594276800-2de0522b3b73?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1wYWdlfHx8fGVufDB8fHx8fA%3D%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=5070&amp;q=80 5070w, https://images.unsplash.com/photo-1588594276800-2de0522b3b73?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1wYWdlfHx8fGVufDB8fHx8fA%3D%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=5340&amp;q=80 5340w, https://images.unsplash.com/photo-1588594276800-2de0522b3b73?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1wYWdlfHx8fGVufDB8fHx8fA%3D%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=5370&amp;q=80 5370w, https://images.unsplash.com/photo-1588594276800-2de0522b3b73?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1wYWdlfHx8fGVufDB8fHx8fA%3D%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=5670&amp;q=80 5670w, https://images.unsplash.com/photo-1588594276800-2de0522b3b73?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1wYWdlfHx8fGVufDB8fHx8fA%3D%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=5940&amp;q=80 5940w, https://images.unsplash.com/photo-1588594276800-2de0522b3b73?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1wYWdlfHx8fGVufDB8fHx8fA%3D%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=5970&amp;q=80 5970w, https://images.unsplash.com/photo-1588594276800-2de0522b3b73?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1wYWdlfHx8fGVufDB8fHx8fA%3D%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=6000&amp;q=80 6000w" src="https://images.unsplash.com/photo-1588594276800-2de0522b3b73?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1wYWdlfHx8fGVufDB8fHx8fA%3D%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=1000&amp;q=80" alt="black and white striped textile" class="tB6UZ a5VGX" /></h2>
<p style="font-weight: 400;">
<p style="font-weight: 400;">
<h2 class="p1">HINTS</h2>
<p style="font-weight: 400;">In 2009 werd het Head Impulse &#8211; Nystagmus &#8211; Test of Skew (HINTS)-onderzoek geïntroduceerd om een centrale van een perifere oorzaak van duizeligheid te kunnen onderscheiden bij een patiënt met een acuut vestibulair syndroom (16). HINTS is specifiek bedoeld voor patiënten met een AVS en kun je alleen uitvoeren als de patiënt op moment van onderzoek symptomatisch is en een nystagmus heeft.<br />Het HINTS-onderzoek bestaat uit drie componenten: HIT (Head impulse test), analyse van de nystagmus en de Test of Skew.</p>
<p>De HIT onderzoekt de vestibulo-oculaire reflex (VOR). Zoals de naam doet vermoeden is het vestibulaire systeem betrokken bij de VOR. Daarom is de VOR aangedaan bij neuritis vestibularis maar blijft deze reflex gespaard bij andere oorzaken van vertigo (zoals bijvoorbeeld cerebellaire ischemie). HIT heeft een goede sensitiviteit (85%) en specificiteit (95%) voor het aantonen van een centraal probleem bij een patiënt met AVS (17).</p>
<p>Bij de HIT krijgt de patiënt de opdracht de ogen te fixeren op de onderzoeker. De onderzoeker draait het hoofd abrupt naar één zijde toe. De HIT is positief als er een correctie-saccade plaatsvindt, de test is negatief als de patiënt zijn ogen kan blijven fixeren. Een negatieve test is suggestief voor een centrale oorzaak (want deze tast de VOR niet aan), een positieve HIT is suggestief voor een perifere oorzaak zoals neuritis vestibularis, waarbij de VOR juist wel aangedaan is (7).  De HIT is hierbij maar aan één zijde positief, namelijk de zijde waaraan de n. vestibularis is aangedaan.</p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_1">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_1  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_1  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p style="font-weight: 400;"><a href="https://www.youtube.com/watch?v=psyPED6anPo" target="_blank" rel="noopener">Instructiefilmpje over hoe een HIT uit te voeren</a></p>
<p style="font-weight: 400;"><a href="https://www.youtube.com/watch?v=fiqAkhYNPRk" target="_blank" rel="noopener">Positieve HIT (dus suggestief voor neuritis vestibularis)</a></p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_2">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_2  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_2  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p class="p3">Zowel bij een perifere als centrale oorzaak kan een patiënt een nystagmus laten zien. Bij een perifere oorzaak is de snelle fase van de nystagmus unidirectioneel en horizontaal; dat wil zeggen, met de snelle fase naar één richting. De nystagmus zal zich met de snelle fase richting het niet aangedane oor presenteren. Een nystagmus die van richting verandert als de blikrichting verandert (blikrichtingsnystagmus) of verticaal is, is verdacht voor een centrale oorzaak(7). Kanttekening: blijf oog houden voor de context van de patiënt. Namelijk ook onschuldige centrale problemen, zoals bijvoorbeeld een alcoholintoxicatie, kunnen een blikrichtingsnystagmus geven (7).</p></div>
			</div><div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_3  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p style="font-weight: 400;"><a href="https://www.youtube.com/watch?v=ExvIwLpO6cE">Blikrichtingsnystagmus bij een patiënte met Wernicke encefalopathie</a></p>
<p style="font-weight: 400;"></div>
			</div><div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_4  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner">De test of Skew wordt uitgevoerd door de ogen van patiënt wisselend af te dekken terwijl de patiënt zijn ogen fixeert op de neus van de onderzoeker. Bij patiënten met een staminfarct kan een verticale correctie van het oog plaatsvinden zodra deze niet meer afgedekt wordt. Deze correctie ontstaat door een disbalans tussen de linker en rechter graviceptieve (zwaartekracht-signalerende) input van het vestibulaire systeem (7).</div>
			</div><div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_5  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p style="font-weight: 400;"><a href="https://www.youtube.com/watch?v=zgqCXef-qPs">Positieve test of Skew</a></p></div>
			</div><div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_6  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p style="font-weight: 400;">Concluderend: een HINTS-onderzoek met een negatieve HIT ofwel een verticale, rotatoire of blikrichtingsnystagmus danwel een positieve Skewdeviation maakt een centrale oorzaak waarschijnlijker (18).</p>
<h2 class="p1">Evidence van HINTS op de SEH</h2>
<p style="font-weight: 400;">Bij het ontwikkelen van HINTS in 2009 werd een fantastische sensitiviteit en specificiteit beschreven (100% sensitiviteit en 96% specificiteit) wanneer HINTS werd uitgevoerd door neuro-otologen (16). Het is lastig te zeggen of HINTS op de SEH ook dermate goede resultaten geeft. Er is namelijk erg weinig kwalitatief goed wetenschappelijk onderzoek naar de diagnostische waarde van HINTS door SEH-artsen gedaan (19). In een recente (2022) systematic review en meta-analyse werden vijf studies geïncludeerd voor kwalitatieve analyse en twee studies voor kwantitatieve analyse. De auteurs wilden geen conclusies trekken over de diagnostische waarde van HINTS wegens gebrek aan goed wetenschappelijk onderzoek (19).</p>
<p style="font-weight: 400;"><strong></strong></p>
<h2 class="p1">Het STANDING-algoritme, beter dan HINTS!</h2>
<p style="font-weight: 400;">In 2014 werd het STANDING-algoritme gepresenteerd (20). Dit algoritme is gericht ontwikkeld voor diagnostiek naar duizeligheid op de spoedeisende hulp. Er is overlap met de HINTS; zowel de analyse naar de nystagmus en de HIT komt er in terug. Daarnaast kijkt het STANDING-algoritme (zoals de naam al doet vermoeden) naar of de patiënt zelfstandig kan staan. </p>
<p style="font-weight: 400;"></div>
			</div><div class="et_pb_module et_pb_image et_pb_image_0">
				
				
				
				
				<a href="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2023/08/VERTIGO.png" class="et_pb_lightbox_image" title=""><span class="et_pb_image_wrap "><img fetchpriority="high" decoding="async" width="891" height="762" src="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2023/08/VERTIGO.png" alt="" title="VERTIGO" srcset="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2023/08/VERTIGO.png 891w, https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2023/08/VERTIGO-480x411.png 480w" sizes="(min-width: 0px) and (max-width: 480px) 480px, (min-width: 481px) 891px, 100vw" class="wp-image-7221" /></span></a>
			</div><div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_7  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p class="p1"><i>Figuur 1: </i><em>STANDING algoritme (Vanni2014) </em><em>(20)</em></p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_3">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_3  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_8  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p style="font-weight: 400;">Het STANDING-algoritme is in oorsprong al meer gefocust op de SEH. In het onderzoek uit 2014 werd het algoritme aangeleerd aan SEH-artsen. De gouden standaard was een beoordeling binnen 24 uur door een ‘clinician expert’ op het gebeid van duizeligheid, soms aangevuld met beeldvorming. In dit eerste onderzoek was er sprake van een goede inter-observer agreement (0,74), hoge sensitiviteit (100%) en specificiteit (94,3%) (20).</p>
<p style="font-weight: 400;">De auteurs van de bovengenoemde systematic review en meta-analyse over HINTS hebben zich ook over STANDING gebogen. Hierover zijn ze aanmerkelijk positiever. Mits SEH-artsen getraind zijn, heeft STANDING een goede diagnostische waarde (sensitiviteit 0.96 (0.87–1.00), specificiteit van 0.88 (0.85–0.91) (19). De auteurs trekken deze conclusie op basis van twee studies (20, 21) waarbij in totaal 450 patiënten zijn onderzocht door elf verschillende SEH-artsen.</p>
<p style="font-weight: 400;">Een recente validatiestudie naar o.a. STANDING door getrainde SEH-artsen bevestigt dit positieve beeld (22). Dit betreft een prospectieve cohortstudie met 312 geïncludeerde patiënten waarbij elke patiënt door een ‘intern’ (qua vaardigheden en ervaring vergelijkbaar met de Nederlandse ANIOS) en SEH-arts werd beoordeeld. Alle patiënten kregen een MRI ter controle van de klinisch gestelde diagnose. Er was een goede interobserver agreement en goede negatief voorspellende waarde (interns: 96.2% (95% CI 93.7%-98.6%), SEH-artsen: 97.5% (95% CI 95.5%-99.5%)), waarmee de STANDING betrouwbaar ingezet kan worden voor het uitsluiten van een centrale oorzaak van vertigo.</p>
<p style="font-weight: 400;"><img decoding="async" alt="white and black stripe textile" sizes="(min-width: 1335px) 410.6666666666667px, (min-width: 992px) calc(calc(100vw - 88px) / 3), (min-width: 768px) calc(calc(100vw - 64px) / 2), calc(calc(100vw - 64px) / 2)" srcset="https://images.unsplash.com/photo-1618497808001-1453057f3f87?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1yZWxhdGVkfDF8fHxlbnwwfHx8fHw%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=100&amp;q=60 100w, https://images.unsplash.com/photo-1618497808001-1453057f3f87?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1yZWxhdGVkfDF8fHxlbnwwfHx8fHw%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=200&amp;q=60 200w, https://images.unsplash.com/photo-1618497808001-1453057f3f87?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1yZWxhdGVkfDF8fHxlbnwwfHx8fHw%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=300&amp;q=60 300w, https://images.unsplash.com/photo-1618497808001-1453057f3f87?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1yZWxhdGVkfDF8fHxlbnwwfHx8fHw%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=400&amp;q=60 400w, https://images.unsplash.com/photo-1618497808001-1453057f3f87?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1yZWxhdGVkfDF8fHxlbnwwfHx8fHw%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=500&amp;q=60 500w, https://images.unsplash.com/photo-1618497808001-1453057f3f87?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1yZWxhdGVkfDF8fHxlbnwwfHx8fHw%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=600&amp;q=60 600w, https://images.unsplash.com/photo-1618497808001-1453057f3f87?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1yZWxhdGVkfDF8fHxlbnwwfHx8fHw%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=700&amp;q=60 700w, https://images.unsplash.com/photo-1618497808001-1453057f3f87?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1yZWxhdGVkfDF8fHxlbnwwfHx8fHw%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=800&amp;q=60 800w, https://images.unsplash.com/photo-1618497808001-1453057f3f87?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1yZWxhdGVkfDF8fHxlbnwwfHx8fHw%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=900&amp;q=60 900w, https://images.unsplash.com/photo-1618497808001-1453057f3f87?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1yZWxhdGVkfDF8fHxlbnwwfHx8fHw%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=1000&amp;q=60 1000w, https://images.unsplash.com/photo-1618497808001-1453057f3f87?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1yZWxhdGVkfDF8fHxlbnwwfHx8fHw%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=1200&amp;q=60 1200w, https://images.unsplash.com/photo-1618497808001-1453057f3f87?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1yZWxhdGVkfDF8fHxlbnwwfHx8fHw%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=1400&amp;q=60 1400w, https://images.unsplash.com/photo-1618497808001-1453057f3f87?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1yZWxhdGVkfDF8fHxlbnwwfHx8fHw%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=1600&amp;q=60 1600w, https://images.unsplash.com/photo-1618497808001-1453057f3f87?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1yZWxhdGVkfDF8fHxlbnwwfHx8fHw%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=1800&amp;q=60 1800w, https://images.unsplash.com/photo-1618497808001-1453057f3f87?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1yZWxhdGVkfDF8fHxlbnwwfHx8fHw%3D&amp;auto=format&amp;fit=crop&amp;w=2000&amp;q=60 2000w" src="https://images.unsplash.com/photo-1618497808001-1453057f3f87?ixlib=rb-4.0.3&amp;ixid=M3wxMjA3fDB8MHxwaG90by1yZWxhdGVkfDF8fHxlbnwwfHx8fHw%3D&amp;w=1000&amp;q=80" itemprop="thumbnailUrl" data-perf="eager-loaded-img" class="tB6UZ a5VGX" data-test="photo-grid-masonry-img" width="692" height="461" style="display: block; margin-left: auto; margin-right: auto;" /></p>
<p style="font-weight: 400;">
<h2 class="p1">In het kort: diagnostische waarde van beeldvorming in de acute fase</h2>
<p style="font-weight: 400;">Een CT-scan kan gebruikt worden om een bloeding, RIP of vertebralis dissectie (voor onderzoek naar een dissectie is een CTA nodig) te diagnosticeren. Een MRI-scan heeft de voorkeur om ischemie van de posterieure circulatie aan te tonen (23). Hierbij is er een kanttekening: een MRI-scan in de vroege fase (&lt; 48 uur) is soms (4%) vals negatief (24).</p>
<h2 class="p1">ABCDE2 risicostratificatie niet geschikt voor analyse vertigo</h2>
<p style="font-weight: 400;">De ABCD2-score is een algoritme dat ontwikkeld is om het risico op een ischemisch CVA in te schatten bij patiënten die zich met het beeld van een TIA presenteren. De score bestaat uit leeftijd (<u>A</u>ge), bloeddruk (<u>B</u>loodpressure), klinisch beeld (hemibeeld / spraak / andere symptomen) (<u>C</u>linical features), voorgeschiedenis van diabetes mellitus (<u>D</u>iabetes) en duur van symptomen (<u>D</u>uration).</p>
<p>Een patiënt kan 0 tot en met 2 punten scoren per onderdeel. Men dacht dat de ABCD2-score een goed diagnosticum zou kunnen zijn om centrale vertigo uit te sluiten. Onderzoek suggereert echter dat dit middel niet geschikt is om op de SEH centrale van perifere vertigo te onderscheiden (25). Bij een afkapwaarde van 4 punten werd in een groep van 300 patiënten (waarvan 62 met een centrale vertigo) bijna de helft van de alle patiënten met centrale vertigo gemist (sensitiviteit 55%).</p>
<p style="font-weight: 400;">
<h2 class="p1">Conclusie</h2>
<p style="font-weight: 400;">Duizeligheid heeft een brede differentiaal diagnose. Om verder te komen in de diagnostiek kan het helpend zijn middels timing en triggers de duizeligheid in te delen in AVS, t-EVS of s-EVS en hierop gericht lichamelijk onderzoek te verrichten.</p>
<p>Een patiënt met de volgende risicofactoren: diabetes mellitus, hypertensie, hypercholesterolemie, voorgeschiedenis met hartvaatziekten of leeftijd boven de 60 jaar heeft een hogere kans op een ischemisch CVA en dus een centrale vertigo dan een patiënt met vertigo zonder deze risicofactoren. <br />Als patiënt bij lichamelijk onderzoek andere cerebellaire of stamsymptomen, zoals bijvoorbeeld ataxie, blijkt te hebben, is dit passend bij een centrale oorzaak.</p>
<p>Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat het STANDING-algoritme een betrouwbare methode blijkt voor getrainde SEH-artsen om te differentiëren tussen centrale en perifere vertigo bij patiënten met een acuut vestibulair syndroom (continue aanwezige, acuut ontstane, niet getriggerde duizeligheidsklachten). Bij onzekerheid over de diagnose en/of persisterende vertigo kan een in een latere fase een MRI gemaakt worden om eventuele doorgemaakte ischemie aan te tonen.</p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_4">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_4  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_9  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h2 class="p1">Take home massages:</h2>
<ul>
<li>Centrale vertigo gaat vaak gepaard met focale neurologische uitvalsverschijnselen. De kans op centrale vertigo bij geïsoleerde duizeligheidsklachten is laag, maar niet nul.</li>
<li>Probeer in je de anamnese het verschil te maken tussen AVS, t-EVS en s-EVS. Zo kun je vervolgens gericht lichamelijk onderzoek verrichten.</li>
<li>Bij een AVS (continue aanwezige duizeligheid, niet getriggerd) is het STANDING-algoritme een betere tool om te differentiëren tussen perifere en centrale vertigo dan de HINTS. De ABCD2 afgeraden.</li>
</ul></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_5">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_5  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_10  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h3 class="p1">Referenties</h3>
<ol>
<li style="font-weight: 400;">Edlow JA. The timing-and-triggers approach to the patient with acute dizziness. Emerg Med Pract. 2019 -12;21(12):1-24.</li>
<li style="font-weight: 400;">Sparaco M, Ciolli L, Zini A. Posterior circulation ischaemic stroke-a review part I: anatomy, aetiology and clinical presentations. Neurol Sci. 2019 -10;40(10):1995-2006.</li>
<li style="font-weight: 400;">Saha K. Vertigo Related to Central Nervous System Disorders. Continuum (Minneap Minn). 2021 -04-01;27(2):447-67.</li>
<li style="font-weight: 400;">Gottesman RF, Sharma P, Robinson KA, Arnan M, Tsui M, Ladha K, et al. Clinical characteristics of symptomatic vertebral artery dissection: a systematic review. Neurologist. 2012 -09;18(5):245-54.</li>
<li style="font-weight: 400;">Lempert T, von Brevern M. Vestibular Migraine. Neurol Clin. 2019 -11;37(4):695-706.</li>
<li style="font-weight: 400;">Merwick Á, Werring D. Posterior circulation ischaemic stroke. BMJ. 2014 -05-19;348:g3175.</li>
<li style="font-weight: 400;">Edlow JA, Newman-Toker D. Using the Physical Examination to Diagnose Patients with Acute Dizziness and Vertigo. J Emerg Med. 2016 -04;50(4):617-28.</li>
<li style="font-weight: 400;">Strupp M, Brandt T. Vestibular neuritis. Semin Neurol. 2009 -11;29(5):509-19.</li>
<li style="font-weight: 400;">Argaet EC, Bradshaw AP, Welgampola MS. Benign positional vertigo, its diagnosis, treatment and mimics. Clin Neurophysiol Pract. 2019;4:97-111.</li>
<li style="font-weight: 400;">Lopez-Escamez JA, Carey J, Chung W, Goebel JA, Magnusson M, Mandalà M, et al. Diagnostic criteria for Menière&#8217;s disease. J Vestib Res. 2015;25(1):1-7.</li>
<li style="font-weight: 400;">Liu Y, Yang J, Duan M. Current status on researches of Meniere&#8217;s disease: a review. Acta Otolaryngol. 2020 -10;140(10):808-12.</li>
<li style="font-weight: 400;">Newman-Toker DE, Cannon LM, Stofferahn ME, Rothman RE, Hsieh Y, Zee DS. Imprecision in patient reports of dizziness symptom quality: a cross-sectional study conducted in an acute care setting. Mayo Clin Proc. 2007 -11;82(11):1329-40.</li>
<li style="font-weight: 400;">Mandge V, Palaiodimos L, Lai Q, Papanastasiou CA, Wang Y, Santos D, et al. Predictors of vertigo in the emergency department: The preved study. J Stroke Cerebrovasc Dis. 2020 -09;29(9):105043.</li>
<li style="font-weight: 400;">Wang Y, Liu J, Cui Z, Yan L, Si J. Analysis of Risk Factors in Patients With Peripheral Vertigo or Central Vertigo. Neurologist. 2018 -05;23(3):75-8.</li>
<li style="font-weight: 400;">Edlow JA, Gurley KL, Newman-Toker DE. A New Diagnostic Approach to the Adult Patient with Acute Dizziness. J Emerg Med. 2018 -04;54(4):469-83.</li>
<li style="font-weight: 400;">Kattah JC, Talkad AV, Wang DZ, Hsieh Y, Newman-Toker DE. HINTS to diagnose stroke in the acute vestibular syndrome: three-step bedside oculomotor examination more sensitive than early MRI diffusion-weighted imaging. Stroke. 2009 -11;40(11):3504-10.</li>
<li style="font-weight: 400;">Tarnutzer AA, Berkowitz AL, Robinson KA, Hsieh Y, Newman-Toker DE. Does my dizzy patient have a stroke? A systematic review of bedside diagnosis in acute vestibular syndrome. CMAJ. 2011 -06-14;183(9):571.</li>
<li style="font-weight: 400;">Krishnan K, Bassilious K, Eriksen E, Bath PM, Sprigg N, Brækken SK, et al. Posterior circulation stroke diagnosis using HINTS in patients presenting with acute vestibular syndrome: A systematic review. Eur Stroke J. 2019 -09;4(3):233-9.</li>
<li style="font-weight: 400;">Nakatsuka M, Molloy EE. The HINTS examination and STANDING algorithm in acute vestibular syndrome: A systematic review and meta-analysis involving frontline point-of-care emergency physicians. PLoS One. 2022;17(5):e0266252.</li>
<li style="font-weight: 400;">Vanni S, Pecci R, Casati C, Moroni F, Risso M, Ottaviani M, et al. STANDING, a four-step bedside algorithm for differential diagnosis of acute vertigo in the Emergency Department. Acta Otorhinolaryngol Ital. 2014 -12;34(6):419-26.</li>
<li style="font-weight: 400;">Vanni S, Pecci R, Edlow JA, Nazerian P, Santimone R, Pepe G, et al. Differential Diagnosis of Vertigo in the Emergency Department: A Prospective Validation Study of the STANDING Algorithm. Front Neurol. 2017;8:590.</li>
<li style="font-weight: 400;">Gerlier C, Fels A, Vitaux H, Mousset C, Perugini A, Chatellier G, et al. Effectiveness and reliability of the four-step STANDING algorithm performed by interns and senior emergency physicians for predicting central causes of vertigo. Acad Emerg Med. 2023 -05;30(5):487-500.</li>
<li style="font-weight: 400;">Hwang DY, Silva GS, Furie KL, Greer DM. Comparative sensitivity of computed tomography vs. magnetic resonance imaging for detecting acute posterior fossa infarct. J Emerg Med. 2012 -05;42(5):559-65.</li>
<li style="font-weight: 400;">Choi J, Oh EH, Park M, Baik SK, Cho H, Choi SY, et al. Early MRI-negative posterior circulation stroke presenting as acute dizziness. J Neurol. 2018 -12;265(12):2993-3000.</li>
<li style="font-weight: 400;">Gerlier C, Hoarau M, Fels A, Vitaux H, Mousset C, Farhat W, et al. Differentiating central from peripheral causes of acute vertigo in an emergency setting with the HINTS, STANDING, and ABCD2 tests: A diagnostic cohort study. Acad Emerg Med. 2021 -12;28(12):1368-78.</li>
</ol></div>
			</div><div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_11  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><blockquote><p><em><strong><br />
Auteur: Heline Vlieg, ANIOS SEH</strong></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><em><strong>Reviewer: Pieter Wichers</strong></em><em><strong>, SEH-arts KNMG </strong></em></p>
<p>&nbsp;</p></blockquote></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div>
				
				
			</div>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://fanofem.nl/2023/08/21/duizelingwekkend-perifere-of-centrale-vertigo/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Bloedstollend snel VKA couperen: vast of gepast?</title>
		<link>https://fanofem.nl/2022/10/14/bloedstollend-snel-vka-couperen-vast-of-gepast/</link>
					<comments>https://fanofem.nl/2022/10/14/bloedstollend-snel-vka-couperen-vast-of-gepast/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Leonie Geut]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 14 Oct 2022 11:46:32 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Journal Club]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://fanofem.nl/?p=7202</guid>

					<description><![CDATA[]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<div class="et_pb_section et_pb_section_1 et_section_regular" >
				
				
				
				
				
				
				<div class="et_pb_row et_pb_row_6">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_6  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_12  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h2 class="p1"><span class="s1">Achtergrond</span></h2>
<p class="p2">Bij een (levensbedreigende) bloeding onder vitamine K-antagonisten (VKA) wordt steevast vierfactorenconcentraat gegeven. Dit middel is ook wel bekend als protrombinecomplexconcentraat (4F-PCC), en op de werkvloer onder de merknamen Beriplex en Cofact. Traditioneel wordt de dosering van 4F-PCC berekend aan de hand van het gewicht van de patiënt en diens uitgangs-INR (en bij Cofact ook het gekozen streef-INR). Het grote nadeel van deze aanpak is de tijd: de tijd die het kost om een uitgangs-INR te verkrijgen, de tijd die het kost om de dosering te berekenen en de tijd die het kost om de oplossing klaar te maken. En tijd is schaars in de acute situatie! Een standaarddosering lijkt simpeler en sneller. Maar is dit ook net zo effectief? En krijgt dan een deel van de patiënten niet een te hoge dosis met daardoor een hoger risico op trombo-embolische complicaties?<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<p class="p2">Deze klinische vraagstukken zijn eerder met retrospectieve en twee cohortstudies onderzocht (1–8). De effectiviteit van de behandeling werd bepaald op basis van het behalen van een streef-INR, en slechts enkele studies onderzochten daarnaast ook een klinisch meer relevante uitkomst (bepaald door de behandelaar zelf). De gebruikte standaarddoseringen 4F-PCC verschilde tussen de studies (500-2500 IU factor IX) evenals de streef-INR (&lt;2.0 &#8211; &lt;1.4), maar de meerderheid van de studies toonde een even goede uitkomst aan bij het gebruik van een standaarddosering. In de richtlijn “Antitrombotisch Beleid”, gepubliceerd in de richtlijnendatabase van de Federatie Medisch Specialisten, vermeldt dat bij patiënten met een ernstige bloeding of noodzaak tot acute ingreep onder VKA-behandeling, naast het staken van VKA en het geven van vitamine K, men 4F-PCC moet toedienen in een standaarddosering dan wel een berekende dosering op basis van INR en gewicht, met het advies hiervoor ziekenhuisbrede afspraken te maken (9). Eenzelfde advies wordt tegenwoordig ook als pop-up op UpToDate gegeven (10).</p>
<blockquote>
<p><em>Adviezen luiden reeds: ‘geef een vaste dosering’, maar we hebben nog geen prospectief bewijs. Gaat de PROPER3 trial dit leveren?</em></p>
</blockquote>
<p class="p1">Een definitieve keuze tussen de twee behandelingen kon nog niet worden onderbouwd door het gebrek aan goed prospectief onderzoek (11). Door Abdoellakhan <span class="s1"><i>et al</i></span>. werd derhalve een prospectieve studie verricht met als doel een definitief antwoord te vinden op de vraag of een standaarddosering net zo veilig en goed werkt als een berekende dosering.<span class="s1"><i> </i></span>Hun bevindingen van de PROPER-3 trial werden in 2021 gepubliceerd in de Annals of Emergency Medicine. De studie verdiende tevens een plekje in de NVSHA literatuur update op de Dutch North Sea Emergency Medicine Conference van 2022 , dus hoog tijd voor FanofEM om in dit Nederlandse artikel te duiken!<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<h3 class="p3"></h3>
<h3 class="p3">Wat is vierfactorenconcentraat (4F-PCC)?</h3>
<p class="p1">4F-PCC wordt bereid uit humaan vers plasma en bevat de vier vitamine K-afhankelijke stollingsfactoren II, VII, IX en X, evenals de stollingsremmers proteïne C en S. Door het suppleren van de relevante stollingsfactoren herstelt zich de mogelijkheid tot hemostase bij patiënten met VKA. De effectiviteit van 4F-PCC is uitgebreid onderzocht en het is het middel van voorkeur voor de behandeling van bloedingen onder VKA (12–14). De dosering 4F-PCC wordt uitgedrukt in aantal internationale eenheden (IU) stollingsfactor IX. Beriplex en Cofact verschillen onderling iets in hoeveelheden van de verschillende factoren, maar worden in de praktijk als hetzelfde middel gezien.<span class="Apple-converted-space"> </span></p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_7">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_7  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_13  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h3>Artikel</h3>
<p><a href="https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/34535300/">Abdoellakhan et al. PROPER3: Fixed versus variable dosing of</a><br /><a href="https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/34535300/">prothrombin complex concentrate for bleeding complications of vitamin K antagonists – the PROPER3 randomized clinical trial.</a></p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_8">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_8  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_14  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h2 class="p1"><span class="s1">Studieopzet</span></h2>
<p class="p2">Het betreft een Nederlandse, gerandomiseerde, multicenter, open-label, non-inferiority trial.<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<p class="p3"><b></b></p>
<h3 class="p1"><span class="s1">PICO</span></h3>
<p class="p2"><span class="s2"><b>Patiënts:</b></span> <br />Patiënten ouder dan 18 jaar met een VKA die met een extracraniële bloeding op de spoedeisende hulp kwamen waarvoor 4F-PCC noodzakelijk werd geacht volgens lokaal en/of nationaal protocol.<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<p class="p4">
<p class="p2"><span class="s2"><b>Intervention:<br /></b></span>4F-PCC 1000 IU factor IX, ongeacht gewicht of uitgangs-INR. Dit mocht Beriplex of Cofact zijn.<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<p class="p4">
<p class="p2"><span class="s2"><b>Controle:<br /></b></span>4F-PCC gedoseerd op basis van de voorschriften van de fabrikant, dus op basis van uitgangs-INR en gewicht (Beriplex), of gewicht, uitgangs-INR en streef-INR (Cofact).<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<p class="p4">
<p class="p1"><b>Outcome:</b></p>
<p class="p2"><span style="text-decoration: underline;"><span class="s1">Primaire uitkomst</span></span></p>
<p class="p2">Het aandeel patiënten dat na behandeling met 4F-PCC ‘effectieve hemostase’ had bereikt, op basis van de internationaal gehanteerde definitie van de International Society on Thrombosis and Haemostasis (ISTH), zie de figuur hieronder. Deze definitie hanteert de volgende uitkomsten: hemostase is wel aanwezig, niet aanwezig of niet beoordeelbaar (15).<span class="Apple-converted-space"> </span></p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_with_border et_pb_row et_pb_row_9">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_9  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_image et_pb_image_1">
				
				
				
				
				<span class="et_pb_image_wrap "><img loading="lazy" decoding="async" width="1335" height="684" src="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/10/ISTH-schema.jpeg" alt="" title="ISTH-schema" srcset="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/10/ISTH-schema.jpeg 1335w, https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/10/ISTH-schema-1280x656.jpeg 1280w, https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/10/ISTH-schema-980x502.jpeg 980w, https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/10/ISTH-schema-480x246.jpeg 480w" sizes="(min-width: 0px) and (max-width: 480px) 480px, (min-width: 481px) and (max-width: 980px) 980px, (min-width: 981px) and (max-width: 1280px) 1280px, (min-width: 1281px) 1335px, 100vw" class="wp-image-7207" /></span>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_10">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_10  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_15  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p class="p1"><span class="s1"><b>Figuur</b></span>. Schematische en samengevatte weergave van de ISTH definitie voor effectieve hemostase in de behandeling van klinisch relevante bloedingen.</p></div>
			</div><div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_16  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p class="p1"><span style="text-decoration: underline;"><span class="s1">Secundaire uitkomsten</span></span></p>
<ul class="ul1">
<li class="li1"><span class="s2"></span>INR zoals bepaald 1 en 24 uur na toediening van 4F-PCC</li>
<li class="li1"><span class="s2"></span>Door-to-needle-time<span class="Apple-converted-space"> </span></li>
<li class="li1"><span class="s2"></span>Gebruik van andere hemostatica: vitamine K, plasma</li>
<li class="li1"><span class="s2"></span>Transfusie van RBCs</li>
<li class="li1"><span class="s2"></span>Invasieve interventies zoals gastro- of coloscopie<span class="Apple-converted-space"> </span></li>
<li class="li1"><span class="s2"></span>Trombo-embolische events</li>
<li class="li1"><span class="s2"></span>Mortaliteit 30 dagen na interventie</li>
</ul>
<h2 class="p3">Analyse en non-inferioriteit</h2>
<p class="p1">De nul-hypothese was dat een standaarddosering non-inferieur was aan de variabele dosering aan de hand van de primaire uitkomstmaat. De ‘non-inferiority’ marge werd gesteld op &#8211; 6%, wat betekent dat de ondergrens van het betrouwbaarheidsinterval van het gemiddeld verschil tussen de twee groepen niet onder de -6% mag uitkomen. Deze marge werd gekozen op basis van eerdere studieresultaten en ‘expert-opinion’. <span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<p class="p1">De resultaten werden geanalyseerd middels een per-protocol benadering vanwege het non-inferiority design. Een extra gift 4F-PCC die gegeven werd vanwege geen hemostatische effectiviteit werd gezien als falen van de primaire uitkomst. Werd een extra gift daarentegen gegeven omdat de INR te hoog bleef (ongeacht de hemostatische effectiviteit), dan werd het gezien als overtreding van het protocol. Deze patienten werden geëxcludeerd van de per-protocol analyse. Een geblindeerde commissie beoordeelde de primaire uitkomstmaat.</p>
<h2 class="p3"><span class="s1">Resultaten</span></h2>
<p class="p1">In totaal werden er 199 patiënten gerandomiseerd: 100 in de standaarddosering-groep en 99 in de variabele groep. 28 patiënten werden geëxcludeerd, ofwel vanwege het ontbreken van informed consent (N=24) ofwel wegens het niet voldoen aan de inclusie- of exclusiecriteria (N=4). Voor de uiteindelijke per-protocol analyse werden daarnaast nog 12 patiënten geëxcludeerd (N=6 in elke groep wegens verkeerde dosering 4F-PCC of het falen van de POCT-INR meter) waardoor de volgende aantallen overbleven:</p>
<ul class="ul1">
<li class="li1"><span class="s2"></span>Standaarddosering-groep: 79 patiënten</li>
<li class="li1"><span class="s2"></span>Variabele groep: 79 patiënten</li>
</ul>
<p class="p1">De baseline karakteristieken tussen de groepen zijn vergelijkbaar, met name als we kijken naar de baseline-INR (4.55 versus 4.2) en gewicht (76.3 versus 77.6 kg) in de standaarddosis- versus de variabele groep, respectievelijk. Daarentegen werd in de standaarddosering-groep minder gelijktijdige antitrombotica zoals trombocytenaggregatieremmers gebruikt (11.3% versus 22.1%). Kijkend naar het type bloeding zijn de niet-zichtbare bloedingen het meest voorkomend (respectievelijk 73.8% en 65.8%).<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<h2 class="p1"><span class="s1">Primaire uitkomst</span></h2>
<p class="p1">Effectieve hemostase conform de ISTH criteria werd geconstateerd bij<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<ul class="ul1">
<li class="li1"><span class="s2"></span>69/79 (87.3%) in de standaarddosering-groep</li>
<li class="li1"><span class="s2"></span>71/79 (89.9%) in de variabele groep</li>
</ul>
<p class="p1">Dit geeft een risico-verschil van -2.5% met een 95%-betrouwbaarheidsinterval (CI) van -13.3 – 7.9 waardoor de statistische voorkeur uitkomt bij de variabele dosis gezien de vastgstelde non inferiority marge van -6%.<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<p class="p1">Vergelijkbare uitkomsten werden gezien bij vooraf bepaalde subgroepen zoals soort bloeding (zichtbaar, musculoskeletaal of niet-zichtbaar), uitgangs-INR (≥ 5 of &lt; 5), en gewicht (≥ 80 of &lt; 80 kilogram). Opvallend is dat de hoogte van de uitgangs-INR en de hoogte van het gewicht van de patiënt geen relatie had met het wel of niet bereiken van effectieve hemostase. Dit was vooral uitgesproken in de standaarddoseringgroep: er werd geen betere effectieve hemostase gezien bij patiënten met ‘normale’ waarden ten overstaan van patiënten met hoog uitgangs-INR of hoog gewicht.<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<blockquote>
<p class="p1"><em>Hoogte van het uitgangs-INR en gewicht van de patiënt maakte niet uit voor het al dan niet bereiken van effectieve hemostase.</em><br /><span class="Apple-converted-space"></span></p>
</blockquote>
<h2 class="p1"><span class="s1">Secundaire uitkomsten</span></h2>
<p class="p1">Hier een greep uit de interessant secundaire uitkomsten:</p>
<ul class="ul1">
<li class="li1"><span class="s2"></span>Door-to-needle time was korter in de standaarddosering-groep (mediaan 109 min, 16-796 min) versus de variabele groep (mediaan 142 min, 17-1076 min). Dit geeft een verschil van 33 min (95% CI -56 – -4 min).</li>
<li class="li1"><span class="s2"></span>Het aandeel van patiënten met een INR &lt; 2.0 zestig minuten na 4F-PCC toediening was vergelijkbaar in beide groepen (91.2% versus 91.7%, odds ratio (OR) 1.07, 95% CI 0.33 – 3.48). Het bereikte INR was 1.6 (1.1 – 2.7) in de standaarddosering-groep en 1.4 (1 – 6) in de variabele groep.<span class="Apple-converted-space"> </span></li>
<li class="li1"><span class="s2"></span>Toediening van RBCs was vergelijkbaar tussen de groepen (62.5% versus 62.0, OR 0.95, 95% CI 0.50 – 1.81) met een mediane toediening van 2.0 zakken RBCs per groep tijdens de eerste 48 uur.<span class="Apple-converted-space"> </span></li>
<li class="li1"><span class="s2"></span>Invasieve interventies waren vergelijkbaar tussen de twee groepen (67.5% versus 68.4%) met voor het grootste deel gastro-enterale interventies in beide groepen (gastroscopie 41.3% versus 44.3%; colonscopie 6.3% versus 13.9% in de standaarddosering-groep versus de variabele , respectievelijk).<span class="Apple-converted-space"> </span></li>
<li class="li1"><span class="s2"></span>In de standaarddosering-groep ontving 71.3% vitamine K naast 4F-PCC, versus 79.7% in de variabele groep (OR 1.59, 95% CI 0.76 – 3.30).<span class="Apple-converted-space"> </span></li>
<li class="li1"><span class="s2"></span>In de standaarddosering-groep kregen 7 patiënten (8.8%) 1 of meer units plasma versus 1 patiënt (1.3%) in de variabele groep (OR 0.13, 95% CI 0.02 – 1.11). Post hoc analyse toonde geen duidelijke relatie van baseline- of behandelingsparameters met of plasma toegediend was of niet. Bovendien gaf exclusie van de patiënten die plasma hadden ontvangen geen verschil ten aanzien van effectieve hemostatise (standaarddosering-groep 88.9% versus 89.7% in de variabele groep).<span class="Apple-converted-space"> </span></li>
<li class="li1"><span class="s2"></span>De totale incidentie van trombo-embolische complicaties tijdens opname bedroeg 1.7%, met 1 complicatie in de standaarddosering-groep (1.2%) en 2 complicaties in de variabele groep (2.3%, OR 2.07, 95% CI 0.31 – 30.1). Geconstateerde complicaties waren een myocardinfarct (standaarddosering-groep), en een iCVA en een kleine longembolie (variabele groep).<span class="Apple-converted-space"> </span></li>
<li class="li1"><span class="s2"></span>In-hospital mortaliteit was 4.7% in de standaarddosering-groep en 8.1% in de variabele groep (OR 1.82, 95% CI 0.51-6.45). Verdere informatie wordt niet gegeven.<span class="Apple-converted-space"> </span></li>
<li class="li1"><span class="s2"></span>De 30-dagen mortaliteit was 9.3% in de standaarddosering-groep en 11.6% in de variabele groep (OR 1.28, 95% CI 0.48-3.42). Verdere informatie wordt niet gegeven.</li>
</ul>
<p class="p2">
<blockquote>
<p class="p3"><i>Tromboembolische complicaties en aanvullende (invasieve) interventies waren vergelijkbaar in beide groepen.</i></p>
</blockquote>
<p class="p2">
<h2 class="p3"><span class="s1">Sterke punten</span></h2>
<ul class="ul1">
<li class="li1"><span class="s2"></span>Belangrijke en relevante onderzoeksvraag voor de spoedeisende hulp.<span class="Apple-converted-space"> </span></li>
<li class="li1"><span class="s2"></span>Multicenter trial in zowel academische als perifere centra, derhalve redelijkerwijs te extrapoleren naar andere Nederlandse ziekenhuizen.</li>
<li class="li1"><span class="s2"></span>Praktijkgebaseerde aanpak wat betreft de indicatiestelling voor behandeling met 4F-PCC, waardoor lage kans op het missen van potentiële patiënten.<span class="Apple-converted-space"> </span></li>
<li class="li1"><span class="s2"></span>Onafhankelijke beoordeling van de primaire uitkomstmaat.<span class="Apple-converted-space"> </span></li>
<li class="li1"><span class="s2"></span>Vanwege het voortijdig moeten stoppen van de studie (zie hieronder) is een Bayesiaanse analyse uitgevoerd om de waarschijnlijkheidskans te berekenen dat de standaarddosering non-inferieur is aan de variabele dosering. Voor een marge van -6% gaf dit een waarschijnlijkheid van 76%; werd een marge van -10% aangehouden steeg de waarschijnlijkheid naar 93%.<span class="Apple-converted-space"> </span></li>
</ul>
<p class="p2">
<h2 class="p3"><span class="s1">Limitaties</span></h2>
<ul class="ul1">
<li class="li1"><span class="s2"></span>Door het vervroegd stoppen van de studie werd de van te voren berekende poweranalyse niet gehaald waardoor de studieresultaten helaas inconclusief blijven. De reden voor vervroegd stoppen was een dalende inclusiesnelheid, waarschijnlijk door toename van gebruik van directe orale anticoagulantia in plaats van VKAs. Andere centra werden gezocht voor participatie maar deze zijn niet gevonden.<span class="Apple-converted-space"> </span></li>
<li class="li1"><span class="s2"></span>De randomisatie-uitkomst is niet geblindeerd voor de behandelaar, waardoor er een kans bestaat op bias, bijvoorbeeld ten aanzien van het wel of niet geven van aanvullende behandelingen.<span class="Apple-converted-space"> </span></li>
<li class="li1"><span class="s2"></span>De verdeling van de geïncludeerde patiënten over de deelnemende centra is niet gerapporteerd waardoor de indicatiestelling en behandeling kan verschillen tussen hoog- en laag-volume en/of gespecialiseerde centra.<span class="Apple-converted-space"> </span></li>
<li class="li1"><span class="s2"></span>De groep met een niet-zichtbare bloeding wordt niet uitgediept: in het overzicht met interventies domineren de gastrointestinale behandelingen maar alsnog blijft het onduidelijk wat voor (andere) soort niet-zichtbare bloedingen er waren. Dit is jammer gezien dit de extrapolatie naar de praktijk bemoeilijkt.<span class="Apple-converted-space"> </span></li>
</ul>
<p class="p2">
<h2 class="p3"><span class="s1">Conclusie van de auteurs</span></h2>
<p>‘Non-inferiority’ van een standaarddosering 4F-PCC kan middels deze studie niet bewezen worden in termen van hemostatische effectiviteit in de behandeling van een VKA-gerelateerde bloeding. Echter, gezien de verminderde door-to-needle-time, een vergelijkbaar effect op zowel de INR als de hemostatische effectiviteit, in combinatie met het gemak van (extra) toedienen lijkt een standaarddosering 4F-PCC een realistisch alternatief voor de variabele (en langzamere) dosis in de acute praktijk.<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<p class="p2">
<h2 class="p3"><span class="s1">Onze conclusie</span></h2>
<p class="p1">Dit is een zeer pragmatisch ingestoken studie die bijdraagt aan de juiste acute behandeling van een patiënt met een VKA-gerelateerde bloeding. Zowel een standaarddosering als een variabele dosering gaven een beoogde effectieve hemostase, zonder enige relatie met de soort bloeding, uitgangs-INR of gewicht. Verder zet deze studie zet grote vraagtekens bij welke post-INR na te streven valt, aangezien de patiënten waarbij geen sprake was van effectieve hemostase ook vaak een post-INR &lt; 2.0 hadden.<span class="Apple-converted-space"> </span></p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_11">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_11  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_17  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h3 class="p1"><span class="s1">Bottomline en advies voor ‘de vloer’</span></h3>
<p class="p2">Wij vinden mede op basis van de PROPER3 trial dat er op de werkvloer zeker gestart kan worden met een standaarddosering 4F-PCC, aangezien 1) een standaarddosering goede hemostatische effectiviteit geeft, 2) eenzelfde correctie van de INR bewerkstelligt, 3) een vergelijkbaar lage incidentie tromboembolische complicaties laat zien, en 4) het direct en daarmee sneller gegeven kan worden zonder berekeningen. Met name dat laatste levert winst, want hoe langer iemand bloedt, hoe meer verlies aan essentiële stollingsfactoren iemand lijdt. Misschien dat de correctie hierbij dan net suboptimaal is (aangezien deze aanpak niet bewezen non-inferieur is) maar <span class="s2"><i>snel </i></span>suppleren zou in een acute situatie nog wel eens belangrijker kunnen zijn dan <span class="s2"><i>precies</i></span> suppleren. Wij vinden daarom: <span class="s2"><i>start met vast in plaats van gepast.</i></span><span class="Apple-converted-space">   </span></p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_12">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_12  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_18  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h2 class="p1"><span class="s1">Referenties</span></h2>
<p class="p2">1. <span class="Apple-tab-span"> </span>Khorsand N, Veeger NJGM, Muller M, Overdiek JWPM, Huisman W, van Hest RM, et al. Fixed versus variable dose of prothrombin complex concentrate for counteracting vitamin K antagonist therapy. Transfusion Medicine. 2011 Apr;21(2):116–23.<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<p class="p2">2. <span class="Apple-tab-span"> </span>Khorsand N, Veeger NJGM, van Hest RM, Ypma PF, Heidt J, Meijer K. An observational, prospective, two-cohort comparison of a fixed versus variable dosing strategy of prothrombin complex concentrate to counteract vitamin k antagonists in 240 bleeding emergencies. Haematologica. 2012 Oct 1;97(10):1501–6.<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<p class="p2">3. <span class="Apple-tab-span"> </span>van Aart L, Eijkhout HW, Kamphuis JS, Dam M, Schattenkerk ME, Schouten TJ, et al. Individualized dosing regimen for prothrombin complex concentrate more effective than standard treatment in the reversal of oral anticoagulant therapy: An open, prospective randomized controlled trial. Thromb Res. 2006;118(3):313–20.<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<p class="p2">4. <span class="Apple-tab-span"> </span>Stoecker Z, van Amber B, Woster C, Isenberger K, Peterson M, Rupp P, et al. Evaluation of fixed versus variable dosing of 4-factor prothrombin complex concentrate for emergent warfarin reversal. American Journal of Emergency Medicine. 2021 Oct 1;48:282–7.<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<p class="p2">5. <span class="Apple-tab-span"> </span>Gilbert BW, Morton L, Huffman JB, Roemer K, Potter A, Cassidy CD, et al. Modified version of the American College of Cardiology’s recommendation for low-dose prothrombin complex concentrate is effective for warfarin reversal. American Journal of Emergency Medicine. 2020 Apr 1;38(4):806–9.<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<p class="p2">6. <span class="Apple-tab-span"> </span>Bitonti MT, Rumbarger RL, Absher RK, Curran LM. Prospective Evaluation of a Fixed-Dose 4-Factor Prothrombin Complex Concentrate Protocol for Urgent Vitamin K Antagonist Reversal. Journal of Emergency Medicine. 2020 Feb 1;58(2):324–9.<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<p class="p2">7. <span class="Apple-tab-span"> </span>Dietrich SK, Mixon M, Holowatyj M, Werth JC, Delgado SA, Mascolo NE, et al. Multi-centered evaluation of a novel fixed-dose four-factor prothrombin complex concentrate protocol for warfarin reversal. American Journal of Emergency Medicine. 2020 Oct 1;38(10):2096–100.<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<p class="p2">8. <span class="Apple-tab-span"> </span>Bizzell AC, Mousavi MK, Yin E. Fixed- versus variable-dose prothrombin complex concentrate protocol for vitamin K antagonist reversal. Int J Hematol. 2021 Sep 1;114(3):334–41.<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<p class="p2">9. <span class="Apple-tab-span"> </span>Nederlandse Internisten Vereniging. Antitrombotisch beleid. 2020.<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<p class="p2">10. <span class="Apple-tab-span"> </span>Hull RD, Garcia DA. Management of warfarin-associated bleeding or supratherapeutic INR. UpToDate. 2022 Aug;<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<p class="p2">11. <span class="Apple-tab-span"> </span>Hall ST, Molina KC. Fixed-dose 4-factor prothrombin complex concentrate: we don’t know where we’re going if we don’t know how to get there. Vol. 46, Journal of Thrombosis and Thrombolysis. Springer New York LLC; 2018. p. 50–7.<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<p class="p2">12. <span class="Apple-tab-span"> </span>Brekelmans MPA, van Ginkel K, Daams JG, Hutten BA, Middeldorp S, Coppens M. Benefits and harms of 4-factor prothrombin complex concentrate for reversal of vitamin K antagonist associated bleeding: a systematic review and meta-analysis. Vol. 44, Journal of Thrombosis and Thrombolysis. Springer New York LLC; 2017. p. 118–29.<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<p class="p2">13. <span class="Apple-tab-span"> </span>Sarode R, Milling TJ, Refaai MA, Mangione A, Schneider A, Durn BL, et al. Efficacy and Safety of a 4-Factor Prothrombin Complex Concentrate in Patients on Vitamin K Antagonists Presenting With Major Bleeding A Randomized, Plasma-Controlled, Phase IIIb Study. Circulation [Internet]. 2013; Available from: http://www.clinicaltrials.gov.</p>
<p class="p2">14. <span class="Apple-tab-span"> </span>Pabinger I, Brenner B, Kalina U, Knaub S, Nagy A, Ostermann H, et al. Prothrombin complex concentrate (Beriplex® P/N) for emergency anticoagulation reversal: A prospective multinational clinical trial. Journal of Thrombosis and Haemostasis. 2008 Apr 1;6(4):622–31.<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<p class="p2">15. <span class="Apple-tab-span"> </span>Khorsand N, Majeed A, Sarode R, Beyer-Westendorf J, Schulman S, Meijer K. Assessment of effectiveness of major bleeding management: Proposed definitions for effective hemostasis: Communication from the SSC of the ISTH. Journal of Thrombosis and Haemostasis. 2016 Jan 1;14(1):211–4.<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<p class="p3"></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_13">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_13  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_19  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><blockquote><p><em><strong><br />
Auteur: Jurian Kloeze, AIOS SEH Isala Zwolle</strong></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><em><strong>Reviewer: Maartje Melse, SEH-arts KNMG Isala Zwolle<br />
<em><strong> </strong></em></p>
<p><em><strong></strong></em></p></blockquote></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div>
				
				
			</div>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://fanofem.nl/2022/10/14/bloedstollend-snel-vka-couperen-vast-of-gepast/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>De TOMAHAWK studie: directe CAG bij patiënten met ROSC na OHCA zonder ST-elevatie?</title>
		<link>https://fanofem.nl/2022/09/20/de-tomahawk-studie-directe-cag-bij-patienten-met-rosc-na-ohca-zonder-st-elevatie/</link>
					<comments>https://fanofem.nl/2022/09/20/de-tomahawk-studie-directe-cag-bij-patienten-met-rosc-na-ohca-zonder-st-elevatie/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Leonie Geut]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 20 Sep 2022 10:00:59 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Cardiologie]]></category>
		<category><![CDATA[Journal Club]]></category>
		<category><![CDATA[CAG]]></category>
		<category><![CDATA[coronair angiografie]]></category>
		<category><![CDATA[directe CAG]]></category>
		<category><![CDATA[ECG]]></category>
		<category><![CDATA[hartinfarct]]></category>
		<category><![CDATA[hartkatheterisatie]]></category>
		<category><![CDATA[hartstilstand]]></category>
		<category><![CDATA[myocardinfarct]]></category>
		<category><![CDATA[OHCA]]></category>
		<category><![CDATA[reanimatie]]></category>
		<category><![CDATA[ROSC]]></category>
		<category><![CDATA[ST-elevatie]]></category>
		<category><![CDATA[STEMI]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://fanofem.nl/?p=7185</guid>

					<description><![CDATA[]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<div class="et_pb_section et_pb_section_2 et_section_regular" >
				
				
				
				
				
				
				<div class="et_pb_row et_pb_row_14">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_14  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_20  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h2 class="p1">Achtergrond </h2>
<p class="p1">In Nederland vinden er jaarlijks gemiddeld 8000 reanimaties buiten het ziekenhuis plaats.(1)<br />De incidentie van out-of-hospital cardiac arrest (OHCA) ligt in ons land ongeveer op 1 per 1000 inwoners per jaar.(1)<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<p class="p1">De mortaliteit na een OHCA is hoog. In verschillende Nederlandse regio’s werd in 2014 een gemiddelde overleving bij ontslag uit het ziekenhuis van 23-27% gevonden, waarbij een aantal van deze regio’s een redelijke tot goede neurologische uitkomst bij ontslag rapporteerden in 90-95% van alle overlevenden.(1) Uit meerdere onderzoeken blijkt dat bij ongeveer 50-75% van de patiënten een cardiale oorzaak gevonden wordt voor het arrest.(2-5) Daarbij is ST-elevatie op het ECG een goede voorspeller voor coronaire laesies als oorzaak voor het arrest, echter bij patiënten zonder ST-elevatie kan de oorzaak zowel cardiaal als niet-cardiaal zijn.</p>
<p>Er wordt gedacht dat vroege revascularisatie bij patiënten met <i>return of spontaneous circulation</i> (ROSC) na een OHCA veroorzaakt door een myocard infarct, kan zorgen voor behoud van ventrikelfunctie. Daardoor kan het ook zorgen voor afname van de negatieve gevolgen van een infarct, zoals hartfalen of aritmieën.<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<p class="p3">Echter, vroege revascularisatie bij patiënten vlak na een OHCA kan ook negatieve effecten hebben. Naast de procedurele risico’s bestaat het risico op vertraging van andere belangrijke post-reanimatie zorg, zoals stabilisatie van vitale functies, targeted temperature management (TTM) en vertraging van diagnostiek en behandeling van een eventuele andere oorzaak van het arrest.<br /><span class="Apple-converted-space"> </span><br />Eerdere onderzoeken lieten een positief effect zien van vroegtijdige coronair angiografie (CAG) op de overleving van patiënten na een OHCA zonder ST-elevatie op het ECG.(6-9) Dit betreft echter alleen observationeel onderzoek.<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<p class="p3">Een Nederlandse <i>randomized controlled trial</i> (RCT) (10) liet zien dat er geen verschil werd gevonden in overleving na 90 dagen bij patiënten na een OHCA met een initieel schokbaar ritme zonder ST-elevatie op het ECG wanneer er direct of uitgesteld een CAG werd verricht. Bij de follow up van dezelfde patiëntenpopulatie was er bovendien geen verschil in overleving na 1 jaar tussen beide groepen.(11) In deze multicenter studie werd echter alleen gekeken naar patiënten uit Nederlandse ziekenhuizen en patiënten met een initieel schokbaar ritme.</p>
<p class="p4">Hoog tijd voor nog een RCT over de invloed van vroegtijdige CAG op de overleving van patiënten met ROSC na een OHCA zonder tekenen van ST-elavatie myocardinfarct (STEMI).</p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_15">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_15  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_21  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h2 class="p1"><span class="s1">Artikel<br /></span></h2>
<p class="p1"><span class="s1"><a href="https://www.nejm.org/doi/10.1056/NEJMoa2101909?url_ver=Z39.88-2003&amp;rfr_id=ori:rid:crossref.org&amp;rfr_dat=cr_pub%252520%2525200pubmed" class="broken_link"><span class="s2">Desch S, Freund A, Akin I, Behnes M, Preusch MR, Zelniker TA, et al. TOMAHAWK Investigators. Angiography after Out-of-Hospital Cardiac Arrest without ST-Segment Elevation. N Engl J Med. 2021 Dec 30;385(27):2544-2553. doi: 10.1056/NEJMoa2101909. </span></a></p>
<p></span></p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_16">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_16  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_22  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h2 class="p1">Methode<br /><i></i></h2>
<p class="p1"><i></i></p>
<p class="p1"><i><strong>Hypothese</strong><br /></i>Het routinematig en direct verrichten van een CAG leidt tot een hogere 30-dagen overleving in vergelijking met uitgestelde CAG of selectieve behandeling van patiënten met ROSC na een OHCA zonder ST-elevatie op het ECG.</p>
<p><strong><i>Opzet en studiepopulatie<br /></i></strong>Een internationale multicenter, niet dubbelblinde, RCT. De studie liep in de periode van november 2016 tot september 2019. Hierbij werden zowel schokbare als niet-schokbare ritmes meegenomen. Patiënten werden in een ratio van 1:1 gerandomiseerd middels blokrandomisatie voor directe of uitgestelde CAG en opname op de Intensive Care. Voor de Power-analyse werden 558 patiënten geïncludeerd voor een power van 80% om een verschil in 30-dagen mortaliteit te kunnen objectiveren tussen de directe en uitgestelde CAG-groep.<span class="s1"><i><br /></i></span><br /><i><strong>Inclusie</strong><br /></i>&#8211; Patiënten (≥ 30 jaar) met ROSC na een OHCA van mogelijk cardiale origine zonder ST-elevatie op het ECG<br />&#8211; <i>Informed consent</i></p>
<p><i><strong>Exclusie</strong><br /></i>&#8211; ST-elevatie of linker bundeltakblok op het ECG<br />&#8211; Geen ROSC bij opname in het ziekenhuis<br />&#8211; Hemodynamische of elektrische instabiliteit met noodzaak tot directe CAG/Percutane coronair interventie (PCI) (uitstel klinisch niet acceptabel); o.a. levensbedreigende aritmieën en cardiogene shock.<br />&#8211; Duidelijke extra-cardiale oorzaak zoals traumatische hersenschade, primaire metabole of elektrolytstoornis, intoxicatie, hemorragie, respiratoire insufficiëntie door bekende longziekte, verstikking of verdrinking.<br />&#8211; <i>In-hospital cardiac arrest</i><br />&#8211; Bekende of mogelijke zwangerschap<br />&#8211; Participatie in een andere interventie studie<i></p>
<p><strong>Interventie</strong>: </i>directe CAG. Patiënten werden zo snel mogelijk naar een interventiekamer gebracht.</p>
<p><i><strong>Controlegroep</strong>:</i> uitgestelde CAG.<br />&#8211; Indien er bij de patiënten op de IC een hoge waarschijnlijkheid was voor een cardiale oorzaak van het arrest, kon na minimale resuscitatie-periode van 24 uur na het arrest alsnog een CAG worden verricht.<br />&#8211; CAG binnen 24 uur was toegestaan wanneer er sprake was substantiële myocardschade (stijging van troponine I of T van minstens 70x de normaal waarde of stijging CK-MB van 10x de normaalwaarde 6 uur na het arrest), elektrische instabiliteit door myocardischemie, cardiogene shock of nieuwe ST-elevatie.<br />&#8211; Indien klinisch en aanvullend onderzoek een cardiale oorzaak van het arrest onwaarschijnlijk maakten, kon gekozen worden om CAG verder uit te stellen of in zijn geheel niet te verrichten.<br />&#8211; Revascularisatie was geïndiceerd in beide groepen indien tenminste één van de grote coronair arteriën klinisch relevante afwijkingen vertoonde (substantiële stenose, occlusie, ulceratie of trombus consistent met plaque ruptuur)<br />&#8211; PCI was de behandeling bij voorkeur boven een coronary-artery bypass grafting (CABG) vanwege de hoog-risico patiëntenpopulatie. Echter de uiteindelijke beslissing werd aan de individuele behandelaar gelaten.</p>
<p><i><strong>Uitkomstmaten</strong><br /></i>Primaire uitkomstmaat: overlijden binnen 30 dagen na arrest door welke oorzaak dan ook.</p>
<p><em><strong>Secundaire uitkomstmaten:</strong></em><br />&#8211; Myocardinfarct binnen 30 dagen na arrest<br />&#8211; Ernstige neurologische stoornis na 30 dagen (gedefinieerd door Cerebral Performance Category value 3-5; 3: severe cerebral disability, 4: coma or vegetative state, 5: brain death).<br />&#8211; Samenstelling van overlijden door welke oorzaak dan ook of ernstige neurologische stoornis binnen 30 dagen na arrest.<br />&#8211; Duur van IC en ziekenhuisopname<br />&#8211; Opeenvolgende SAPS-II score (<i>Simplified acute physiology score</i>: maat voor ernst van ziekte voor opgenomen patiënten op de IC om morbiditeit te kunnen voorspellen. Hierbij wordt o.a. leeftijd, hartfrequentie, P<span class="s2"><sub>a</sub></span>O<span class="s2"><sub>2</sub></span>, urine output, Na, K en Bicarbonaat bekeken.)<br />&#8211; Heropname in het ziekenhuis vanwege congestief hartfalen binnen 30 dagen na arrest.<br />&#8211; Myocardinfarct (mogelijk recidief) binnen 30 dagen na arrest<br />&#8211; Piek van gemeten enzymen</p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_17">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_17  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_23  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h2 class="p1">Resultaten<br /><i></i></h2>
<p class="p1"><strong><i>Patiënt karakteristieken en algemene resultaten</i></strong><br />Van november 2016 tot en met september 2019 werden 554 patiënten geïncludeerd in Duitsland en Denemarken. Hierbij werden er 281 patiënten gerandomiseerd naar de directe CAG groep en 273 patiënten naar de uitgestelde CAG groep. Er waren geen verschillen in de baseline patiëntkarakteristieken tussen de groepen. De mediane leeftijd was 70 jaar (IQR 60-78), 30.4% van de patiënten was vrouw en 37.6% van de patiënten was bekend met coronairlijden. De mediane tijd tot ROSC was 15 minuten (IQR 9-20), 55,5% van de patiënten had een schokbaar ritme en de mediane Glasgow Coma Scale-score (GCS) was 1-1-1 tijdens het moment van opname. </p>
<p>CAG werd verricht in 95.5% van de patiënten in de directe CAG groep en in 62.2% van de uitgestelde CAG groep. Van de 13 patiënten in de eerst genoemde groep die geen CAG ondergingen overleden 6 voor de interventie en kregen 7 de toegewezen interventie niet. Van de patiënten uit de uitgestelde CAG groep kregen 22 patiënten een CAG binnen 24 uur na arrest zonder te voldoen aan de door het protocol gespecificeerde criteria (redenen hiervoor meestal niet gegeven). De mediane tijd van arrest tot CAG was 2.9 uur (IQR 2.2-3.9) in de directe CAG groep en 46.9 uur (26.1-116.6) in de uitgestelde CAG groep.</p>
<p class="p2">Coronairlijden werd bij 60.7% van de patiënten in de directe CAG groep gevonden tijdens de CAG en in 72.1% van de patiënten in de uitgestelde CAG groep. PCI werd bij 39.6% van de patiënten verricht. Daarnaast kregen de meeste patiënten TTM, 77.6% in de directe CAG groepen 78.6% in de uitgestelde CAG groep. De mediane tijd van opname tot initiëren van TTM verschilde in beide groepen; 153 minuten in de directe CAG groep en 119 minuten in de uitgestelde CAG groep.</p>
<p><strong><i>Primaire uitkomstmaat</i></strong><br />Uiteindelijk werden 530 patiënten (95.7%) meegenomen in primaire analyse. Op dag 30 waren 143 patiënten (54%) uit de directe CAG groep en 122 patiënten (46%) uit de uitgestelde CAG groep overleden. Er was hierbij geen significant verschil tussen beide groepen (Hazard-ratio 1.24, 95% conference-interval, p=0.06). De meerderheid van de patiënten in beide groepen stierf aan ernstige anoxische schade aan de hersenen of circulatoir falen.</p></div>
			</div><div class="et_pb_module et_pb_image et_pb_image_2">
				
				
				
				
				<span class="et_pb_image_wrap "><img loading="lazy" decoding="async" width="1030" height="599" src="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/09/Kaplan-Meier.png" alt="" title="Kaplan-Meier" srcset="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/09/Kaplan-Meier.png 1030w, https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/09/Kaplan-Meier-980x570.png 980w, https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/09/Kaplan-Meier-480x279.png 480w" sizes="(min-width: 0px) and (max-width: 480px) 480px, (min-width: 481px) and (max-width: 980px) 980px, (min-width: 981px) 1030px, 100vw" class="wp-image-7198" /></span>
			</div><div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_24  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p class="p1"><i>Figuur 1 : Kaplan-Meier curve geeft het risico op overlijden weer na 30 dagen bij patienten die een directe CAG of uitgestelde CAG ondergingen na een OHCA zonder STEMI.<span class="Apple-converted-space"> </span></i></p></div>
			</div><div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_25  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p class="p1"><strong><i>Secundaire uitkomstmaten</i></strong><br />&#8211; Er was geen verschil in beide groepen betreffende SAPS-II score, duur van IC-opname, piek van gemeten enzymen (troponine en creatinine).<b><br /></b>&#8211; Het samengestelde eindpunt van overlijden door iedere mogelijke oorzaak of ernstige neurologische stoornis binnen 30 dagen na arrest werd vaker gezien in patiënten van de <span class="s1">‘</span>directe CAG groep dan in de controle groep (Relative risk 1.16, 95% Confidence interval 1.00-1.34).</p>
<p><strong><i>Interessante bevindingen</i></strong><br />De belangrijkste klinische bevinding is dat een strategie van directe CAG in gereanimeerde patiënten na OHCA zonder ST-elevatie op het ECG geen verschil lijkt te geven in 30-dagen mortaliteit in vergelijking met selectieve en uitgestelde CAG.</p>
<p class="p2">Er zijn meerdere mogelijke oorzaken voor het feit dat directe CAG geen verbetering geeft in overleving. In maar 39.6% van alle patiënten werd een coronaire laesie gevonden die de trigger van het arrest zou kunnen zijn. Daarnaast zou de prognose van patiënten na een OHCA vooral bepaald kunnen worden door de neurologische schade en het beperken hiervan in plaats van de cardiale schade. Hierdoor zou een mogelijk gunstig effect van coronaire revascularisatie kunnen worden afgezwakt. Immers hersenschade was de meest voorkomende doodsoorzaak onder patiënten in de studie.</p>
<p>Het secundaire samengestelde eindpunt van overlijden door iedere mogelijke oorzaak of ernstige neurologische stoornis binnen 30 dagen na arrest werd significant vaker gevonden in patiënten die na opname direct voor CAG gingen. De auteurs geven aan dat deze conclusie met enige voorzichtigheid moet worden geïnterpreteerd door zorgen over meerdere verrichte statistische testen. Echter een oorzaak hiervoor zou kunnen zijn dat directe CAG kan leiden tot vertraagde diagnose van andere triggers van het arrest.</p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_18">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_18  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_26  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h2 class="p1">Sterke punten</h2>
<p class="p1">&#8211; Internationale multicenter RCT.<br />&#8211; Duidelijk vooraf gespecificeerd en gepubliceerd onderzoeksprotocol<br />&#8211; Er wordt gekeken naar mortaliteit door alle oorzaken in plaats van alleen mortaliteit door cardiale oorzaken.<br />&#8211; Duidelijkheid gegeven over patiënten die niet konden worden geïncludeerd omdat om verschillende, (medische) redenen moest worden afgeweken van protocol.<br />&#8211; In de studie werden patiënten met zowel schokbare als niet-schokbare ritmes geïncludeerd.</p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_19">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_19  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_27  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h2 class="p1">Limitaties</h2>
<p class="p1">&#8211; Het onderzoek kon niet dubbelblind worden uitgevoerd; onderzoekers waren zich bewust van de behandeling van patiënten wat invloed kan hebben gehad op de beslissingen over verdere behandelingen.<br />&#8211; Patiënten met hemodynamische of elektrische instabiliteit, ST-elevatie of in-hospital cardiac arrest werden niet meegenomen. Tevens werden zwangere patiënten niet meegenomen in deze studie. <br />&#8211; Sommige exclusie criteria zijn niet duidelijk gespecificeerd maar werden overgelaten aan de subjectieve inschatting van de behandelend arts.<br />&#8211; Vrouwen waren met 30.4% ondervertegenwoordigd in de patiëntenpopulatie.<br />&#8211; De vooraf berekende statistische power van 80% moest door uitval van patiënten worden gereduceerd tot 79%.<br />&#8211; Vroege revascularisatie zou voordelen kunnen hebben op parameters die niet zijn meegenomen in de huidige studie (bijv. linker ventrikel ejectie fractie) of op klinische eindpunten zoals heropname voor hartfalen na de observatieperiode van 30 dagen.<br />-Niet alle secundaire uitkomstmaten werden gepubliceerd.</p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_20">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_20  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_28  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h2 class="p1">Conclusie van de auteurs</h2>
<p class="p1">De TOMAHAWK-studie laat zien dat in geval van OHCA op basis van schokbaar of niet schokbaar ritme zonder ST-elevatie op het ECG een strategie van directe CAG geen voordelen biedt ten opzichte van uitgestelde en selectieve CAG voor mortaliteit binnen 30 dagen.</p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_21">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_21  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_29  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h3 class="p1">Bottomline:</h3>
<p class="p1">Bij patiënten met OHCA zonder ST-elevatie op het ECG levert een strategie van directe CAG geen voordeel op met betrekking tot overleving binnen 30 dagen. Uit bovenstaande studie lijkt er zelfs een trend te zijn tot betere overleving binnen 30 dagen voor patiënten die in eerste instantie resuscitatie ondergingen in plaats van directe CAG (mortaliteit binnen 30 dagen; 122 vs. 143, p=0,06). Daarnaast werd het secundaire eindpunt overlijden door iedere mogelijke oorzaak en ernstige neurologische stoornis binnen 30 dagen na arrest significant vaker gevonden in patiënten die direct voor CAG gingen.<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<p class="p2">CAG lijkt dan ook niet de ‘heilige graal’ te zijn in deze patiëntenpopulatie en een strategie van geselecteerde CAG na periode van resuscitatie lijkt de beste optie in patiënten met ROSC na een OHCA met zowel schokbaar als niet schokbaar ritme zonder ST-elevatie op het ECG.</p>
<p>Er zullen meer RCT’s moeten volgen om deze bevindingen te staven, maar de bevindingen van deze studie komen overeen met die van de COACT-trial (10) en de tijd van rennen naar de CAT-kamer met elke patiënt met ROSC na OHCA lijkt voorbij.</p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_22">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_22  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_30  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><blockquote><p><em><strong><br />
Auteur: Pieter Veenstra, ANIOS SEH </strong></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><em><strong>Reviewer: Emile van der Have, SEH-arts KNMG<br />
<em><strong> </strong></em><br />
</em></p></blockquote></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_23">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_23  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_31  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h2 class="p1">Bronnen</h2>
<p class="p1">1. Reanimatie in Nederland, 2016. Den Haag. Hartstichting; 2016 p. 5, p. 15, p. 102.</p>
<p>2. J.-T. Gräsner, et al., European Resuscitation Council Guidelines 2021: Epidemiology of cardiac arrest in Europe, Resuscitation (2021)</p>
<p>3. Grunau B, Kime N, Leroux B, et al. Association of intra-arrest transport vs continued on-scene resuscitation with survival to hospital discharge among patients with out-of-hospital cardiac arrest. JAMA 2020;324:1058-67.</p>
<p>4. Geri G, Passouant O, Dumas F, et al. Etiological diagnoses of out-of-hospital cardiac arrest survivors admitted to the intensive care unit: insights from a French registry. Resuscitation 2017;117:66-72.</p>
<p>5. Farb A, Tang A.L, Burke A.P, Sessums L, Liang Y, Virmani R. Sudden coronary death Frequency of active coronary lesions, inactive coronary lesions, and myocardial infarction. Circulation 1995; 92: pp. 1701-1709.</p>
<p>6. Larsen JM, Ravkilde J. Acute coronary angiography in patients resuscitated from out-of-hospital cardiac arrest—a systematic review and meta-analysis. Resuscitation 2012; 83: pp. 1427-1433.</p>
<p>7. Dumas F, Cariou A, Manzo-Silberman S, Grimaldi D, Vivien B, Rosencher J, et. al.: Immediate percutaneous coronary intervention is associated with better survival after out-of-hospital cardiac arrest: insights from the PROCAT (Parisian Region Out of hospital Cardiac ArresT) registry. Circ: Cardiovasc Interventions 2010; 3: pp. 200-207.</p>
<p class="p1">8. Early cardiac catheterization is associated with improved survival in comatose survivors of cardiac arrest without STEMI. Hollenbeck R.D. 2013.</p>
<p>9. Early coronary angiography in patients resuscitated from out of hospital cardiac arrest without ST-segment elevation: A systematic review and meta-analysis. Khan S.M. 2017.</p>
<p>10. Jorrit S. Lemkes, M.D., Gladys N. Janssens, M.D., Nina W. van der Hoeven, M.D., Lucia S.D. Jewbali, M.D. Coronary Angiography after Cardiac Arrest without ST-Segment Elevation. 2019. N Engl J Med 2019; 380:1397-1407.</p>
<p>11. Coronary Angiography After Cardiac Arrest Without ST Segment Elevation</p>
<p class="p1">One-Year Outcomes of the COACT Randomized Clinical Trial. JAMA Cardiol. 2020 Dec; 5(12): 1–8.</p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div>
				
				
			</div>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://fanofem.nl/2022/09/20/de-tomahawk-studie-directe-cag-bij-patienten-met-rosc-na-ohca-zonder-st-elevatie/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>The Silent Killer: het Brugada-syndroom – deel 2</title>
		<link>https://fanofem.nl/2022/08/22/the-silent-killer-het-brugada-syndroom-deel-2/</link>
					<comments>https://fanofem.nl/2022/08/22/the-silent-killer-het-brugada-syndroom-deel-2/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Leonie Geut]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 22 Aug 2022 06:45:06 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Cardiologie]]></category>
		<category><![CDATA[More]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://fanofem.nl/?p=7172</guid>

					<description><![CDATA[]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<div class="et_pb_section et_pb_section_3 et_section_regular" >
				
				
				
				
				
				
				<div class="et_pb_row et_pb_row_24">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_24  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_32  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h2>Wat je moet weten over het Brugada-syndroom</h2>
<ul>
<li>Het Brugada-syndroom is een belangrijke oorzaak van plotselinge hartdood en wordt typisch gezien bij:
<ul>
<li>Mannen</li>
<li>&lt; 40 jaar</li>
<li>Ritmestoornissen of plotse syncope in rust</li>
<li>Een positieve familieanamnese voor plotse hartdood</li>
</ul>
</li>
<li>Het ECG kan zeer suggestief zijn</li>
<li>Bij een suggestief ECG is farmacologische provocatie als diagnosticum aangewezen</li>
<li>De behandeling is plaatsing van een Implanteerbare Cardioverter Defibrillator of medicamenteus</li>
</ul></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_25">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_25  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_33  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p><strong>Welkom bij dit tweeluik over het Brugada-syndroom. <a href="https://fanofem.nl/2022/07/08/the-silent-killer-het-brugada-syndroom-deel-1/">In het eerste deel</a> hebben we de basale kennis over het ECG weer even opgefrist, zijn we ingegaan op de pathofysiologie én zijn we wijzer geworden over het ECG typerend voor het Brugada-syndroom. In dit tweede deel gaan we het hebben over het stellen van de diagnose, de ontmaskering van het Brugada-syndroom, de risicostratificatie en tot slot natuurlijk de behandeling.</strong></p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_26">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_26  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_34  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h2 class="p1"><span class="s1">Diagnose</span><span class="s2"><br /></span></h2>
<p class="p1">De diagnose het Brugada-syndroom mag worden gesteld indien er sprake is van het type 1 ECG-afwijking ofwel spontaan ofwel uitgelokt door een provocatietest middels een Na<span class="s3"><sup>+</sup></span>-kanaalblokker. Eveneens wordt de diagnose gesteld indien middels farmacologische provocatie het type 2 of 3 ECG verandert in een type 1 ECG, zie Figuur 1.<span class="s3"><sup>4,12<span class="Apple-converted-space">  </span></sup></span>Het type 2 of 3 ECG zijn alleen suggestief voor de aandoening. Naast het Brugada-syndroom zijn er vele andere (cardiale) ziektebeelden welke ST-segment elevatie vertonen in de rechter precordiale afleidingen. Denk aan ziektebeelden zoals een STEMI, myocarditis, pericarditis, rechter bundeltakblok, rechter ventrikel ischemie, linker ventrikel hypertrofie, hypothermie of hyperkaliëmie.<span class="s3"><sup>4</sup></span> <span class="s2"><br /></span></p></div>
			</div><div class="et_pb_module et_pb_image et_pb_image_3">
				
				
				
				
				<a href="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/08/Brugada-Deel-2-figuur-1.png" class="et_pb_lightbox_image" title=""><span class="et_pb_image_wrap "><img loading="lazy" decoding="async" width="1965" height="1316" src="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/08/Brugada-Deel-2-figuur-1.png" alt="" title="Brugada Deel 2 figuur 1" srcset="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/08/Brugada-Deel-2-figuur-1.png 1965w, https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/08/Brugada-Deel-2-figuur-1-1280x857.png 1280w, https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/08/Brugada-Deel-2-figuur-1-980x656.png 980w, https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/08/Brugada-Deel-2-figuur-1-480x321.png 480w" sizes="(min-width: 0px) and (max-width: 480px) 480px, (min-width: 481px) and (max-width: 980px) 980px, (min-width: 981px) and (max-width: 1280px) 1280px, (min-width: 1281px) 1965px, 100vw" class="wp-image-7177" /></span></a>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_27">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_27  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_35  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p class="p1"><b>Fig. 1. </b>Positieve farmacologische provocatietest door i.v. toediening van ajmaline bij een patiënt met een verborgen Brugada-syndroom. Bij de start is er duidelijk een normaal ECG te zien, waarna na toediening van het medicament de typische vorm passend bij het Brugada-syndroom duidelijk wordt. Goed te zien in de precordiale afleidingen V1-V3. </p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_28">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_28  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_36  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h2 class="p1"><span class="s1">De ontmaskering van het Brugada-syndroom</span></h2>
<p class="p1">Tabel 1 toont een overzicht van verschillende farmaca en factoren welke het Brugada-syndroom kunnen uitlokken of zichtbaar kunnen maken. Plotse hartdood treedt bij patiënten met het Brugada-syndroom vooral ’s nachts op. Dit wordt verklaard doordat een traag hartritme de repolarisatiestoornissen bevordert en een versneld hartritme daarentegen beschermt. De repolariserende kaliumstroom is een snelle stroom, maar blijft langdurig geïnactiveerd. Aangezien deze ionenstroom het overwicht heeft bij het Brugada-syndroom, zullen de repolarisatiestoornissen afnemen indien deze kanalen geïnactiveerd zijn.<span class="s3"><sup>4,13 </sup></span>Wellicht verrassend is dat koorts, wat juist gepaard gaat met een versneld hartritme, óók het Brugada-syndroom kan uitlokken. Dit wordt verklaard doordat Na<span class="s3"><sup>+</sup></span>-kanalen temperatuurgevoelig zijn en sneller worden geïnactiveerd bij koorts.<span class="s3"><sup>4,13 </sup></span>Daarnaast wordt gedacht dat alcohol een direct aritmogeen effect heeft door remming van de natriumkanalen.<span class="s3"><sup>14,15</sup></span> Verder hebben kleine onderzoeken aangetoond dat toediening van glucose met of zonder insuline het Brugada-syndroom kan uitlokken dan wel ST-segment elevaties doet toenemen. Het pathofysiologische mechanisme hierachter is nog niet opgehelderd.<span class="s3"><sup>16,17</sup></span><span class="Apple-converted-space"> </span><span class="s3"><sup> </sup></span></p>
<p class="p2"><b>Tabel 1. </b>Farmaca en andere oorzaken die een Brugada-syndroom kunnen ontmaskeren<span class="Apple-converted-space"></span></p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_29">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_29  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_37  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><table cellspacing="0" cellpadding="0" class="t1">
<tbody>
<tr>
<td valign="top" class="td1">
<p class="p2"><b>Farmaca</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td2">
<p class="p3"><b>Overige factoren</b></p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" class="td3">
<p class="p3">Klasse 1a en 1c anti-aritmica</p>
</td>
<td valign="top" class="td4">
<p class="p3">Alcohol en/of cocaïne abusus</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" class="td1">
<p class="p3">Alfa-adrenerge agonisten</p>
</td>
<td valign="top" class="td2">
<p class="p3">Glucose en insuline</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" class="td3">
<p class="p3">Bètablokkers</p>
</td>
<td valign="top" class="td4">
<p class="p3">Koorts</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" class="td1">
<p class="p3">Tri- of tetracyclische antidepressiva</p>
</td>
<td valign="top" class="td2">
<p class="p3">Vagotonie</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" class="td3">
<p class="p4">
</td>
<td valign="top" class="td4">
<p class="p5"><span class="Apple-converted-space"> </span></p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" class="td1">
<p class="p3"><b>Elektrolytstoornissen</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td2">
<p class="p4">
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" class="td3">
<p class="p3">Hyperkaliëmie</p>
</td>
<td valign="top" class="td4">
<p class="p4">
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" class="td1">
<p class="p3">Hypokaliëmie</p>
</td>
<td valign="top" class="td2">
<p class="p4">
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" class="td3">
<p class="p3">Hypercalciëmie</p>
</td>
<td valign="top" class="td4">
<p class="p6">
</td>
</tr>
</tbody>
</table>
<p class="p9"></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_30">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_30  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_38  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h2 class="p1"><span class="s4"> </span><span class="s1">Risicostratificatie<br /></span></h2>
<p class="p1">Voor het kiezen van de juiste behandeling is risicostratificatie essentieel. Patiënten met een syncope én spontaan type 1 ECG hebben een significant verhoogd risico op ventriculaire aritmieën ofwel acute hartdood. De literatuur is niet eenduidig over welke andere risicofactoren significant zijn.<span class="s3"><sup>3,5,18</sup></span> In enkele onderzoeken wordt beschreven dat patiënten met het spontaan type 1 ECG een hoger risico op aritmieën hebben in vergelijking met patiënten met het verborgen type 1 ECG. Eveneens wordt het mannelijk geslacht als risicofactor benoemd.<span class="s3"><sup>7,8,19,20</sup></span> De incidentie van cardiale events per jaar bij patiënten met het type 1 ECG met en zonder syncope is respectievelijk 1.9% en 0.5%.<span class="s3"><sup>18</sup></span> Om deze cijfers in perspectief te plaatsen; het jaarlijks risico op overlijden door welke oorzaak dan ook bij mannen van middelbare leeftijd is 0.4%.<span class="s3"><sup>19</sup></span> Tabel 2 geeft weer welke risicofactoren mogelijk gepaard gaan met een hoger risico op maligne aritmieën. <b></b></p>
<p><b> </b></p>
<p><b></b><span class="s2"><b>Tabel 2.</b> Risicofactoren voor het ontstaan van ventriculaire aritmieën<span class="Apple-converted-space"> </span></span><span class="Apple-converted-space"></span></p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_31">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_31  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_39  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><table cellspacing="0" cellpadding="0" class="t1">
<tbody>
<tr>
<td valign="top" class="td1">
<p class="p2">Syncope</p>
</td>
<td valign="top" class="td5">
<p class="p3">Nachtelijke agonale ademhaling</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" class="td3">
<p class="p3">Spontaan type 1 ECG</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p3">VT/VF in de voorgeschiedenis</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" class="td7">
<p class="p3">Positieve familieanamnese voor bolvormig<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<p class="p3">ST-segment</p>
</td>
<td valign="top" class="td8">
<p class="p3">Aanwezigheid van mutatie in het SCN5A-gen</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" class="td9">
<p class="p3">Positieve familieanamnese voor plotselinge hartdood (’s nachts)</p>
</td>
<td valign="top" class="td10">
<p class="p3">Induceerbare VT/VF met elektrofysiologisch onderzoek</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" class="td1">
<p class="p3">Mannelijk geslacht<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
</td>
<td valign="top" class="td5">
<p class="p6">
</td>
</tr>
</tbody>
</table></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_32">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_32  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_40  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h2 class="p1">Behandeling</h2>
<p class="p7">De enige doelmatige behandeling van het Brugada-syndroom is (preventieve) implantatie van een Implanteerbare Cardioverter Defibrillator (ICD).<i> </i>Implantatie van een ICD is voorbehouden aan een specifieke patiëntengroep met een verhoogde kans op plotse hartdood. De <a href="https://www.escardio.org/Guidelines/Clinical-Practice-Guidelines/Ventricular-Arrhythmias-and-the-Prevention-of-Sudden-Cardiac-Death"><span class="s5">ESC guideline uit 2015</span></a> adviseert ICD-implantatie aan patiënten die een circulatiestilstand hebben overleefd en aan patiënten die spontaan <i>sustained</i> ventrikel tachycardie vertonen (klasse I aanbeveling). Verder moet ICD-implantatie overwogen worden bij patiënten met het spontaan type 1 ECG en syncope in de voorgeschiedenis (klasse IIa aanbeveling).<span class="s3"><sup>12</sup></span> Het levenslange complicatierisico van een ICD kan wel oplopen tot 45%; hiermee wordt het belang van goede risicostratificatie onderstreept.<span class="s3"><sup>9,19,21</sup></span> Verdere (klasse II) aanbevelingen zijn te vinden in de <a href="https://www.escardio.org/Guidelines/Clinical-Practice-Guidelines/Ventricular-Arrhythmias-and-the-Prevention-of-Sudden-Cardiac-Death"><span class="s5">ESC guideline 2015.</span></a></p>
<p>Naast de ICD spelen ook medicijnen een belangrijke rol in de behandeling van het Brugada-syndroom. Dit geldt in de volgende situaties:</p>
<ol class="ol1">
<li class="li1">De acute behandeling van aritmische stormen.</li>
<li class="li1">Het voorkomen van aritmieën bij patiënten die herhaaldelijk een ICD-shock hebben gekregen.</li>
<li class="li1">Patiënten met een (relatieve) contra-indicatie voor ICD implantatie.</li>
</ol>
<p class="p1">Quinidine, een middel wat de repolariserende kalium ionenstroom blokkeert, is op dit moment het meest gebruikte medicijn ter preventie van ventriculaire aritmieën. Echter, er is nog geen data beschikbaar dat kan bevestigen dat de kans op plotseling hartdood hierdoor ook vermindert.<span class="s3"><sup>12,21 </sup></span>Verder hebben recente veelbelovende studies aangetoond dat epicardiale ablatie in de <i>right ventricular outflow tract</i> aritmische stormen kan voorkomen.<span class="s3"><sup> 12,19,22</sup></span></p>
<p class="p1">Tot slot worden aan alle patiënten met het Brugada-syndroom de volgende leefstijladviezen geadviseerd:<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<ol class="ol1">
<li class="li1"><b></b>Voorkomen van excessief alcoholgebruik</li>
<li class="li1"><b></b>Vermijden van grote maaltijden</li>
<li class="li1"><b></b>Koorts direct behandelen met antipyretica</li>
<li class="li1"><b></b>Vermijden van medicatie welke het Brugada-syndroom kunnen uitlokken. Uitgebreide informatie hierover is te vinden op de website <span class="s5">http://www.brugadadrugs.org</span>.<span class="Apple-converted-space"> </span></li>
</ol>
<p class="p1">De aanbevolen behandeling van asymptomatische patiënten met het verborgen type 1 ECG bestaat uit bovenstaande leefstijladviezen zonder verder invasief dan wel medicamenteus ingrijpen.<span class="s3"><sup>12</sup></span></p>
<p class="p8"><b></b></p>
<h2 class="p8">Conclusie</h2>
<p class="p9">Het Brugada-syndroom is een erfelijk en ingrijpend syndroom, waarbij levensbedreigende ritmestoornissen voorkomen kunnen worden door vroegtijdige herkenning. Tot op heden is er slechts één echt doelmatige maar invasieve behandeling: het plaatsen van een ICD.<span class="Apple-converted-space"> </span></p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_33">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_33  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_41  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h2 class="p1">Key points<b></b></h2>
<ul class="ul1">
<li class="li2"><span class="s1"></span>Het Brugada-syndroom is een erfelijke aritmogene ziekte, met mutaties aan het Na<span class="s2"><sup>+</sup></span>-kanaal in een structureel normaal hart<span class="Apple-converted-space"> </span></li>
<li class="li2"><span class="s1"></span>Vaker voorkomend bij mannen &lt; 40 jaar</li>
<li class="li2"><span class="s1"></span>Diagnostisch = Opgetrokken J-punt + convex ST-segment + negatieve T-golf op het ECG</li>
<li class="li2"><span class="s1"></span>Spontaan type 1 ECG én syncope &gt; significant verhoogd risico op acute hartdood</li>
<li class="li2"><span class="s1"></span>Hoeksteen in de behandeling: ICD en/of Quinidine</li>
</ul></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_34">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_34  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_42  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><blockquote>
<p><em><strong><br />Auteur: Simone Anna Kooistra, ANIOS SEH Medisch Centrum Leeuwarden </strong></em></p>
<p><em><strong>Reviewer: Dr. Heleen Lameijer, SEH-arts KNMG Medisch Centrum Leeuwarden</strong></em></p>
<p>&nbsp;</p>
</blockquote>
<p><strong>Met dank aan: het boek ‘ECG uit of in het hoofd’ voor alle mooie afbeeldingen die ik heb mogen gebruiken. Auteurs: Erik Andries, Roland Stroobandt, Jan de Pooter, Fons Verdonck en Fons Sinnaeve.</strong></p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_35">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_35  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_43  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h2 class="p1">Literatuurlijst deel 1 en 2<b><br /></b></h2>
<p class="p1">
<p class="p2">1. <span class="Apple-tab-span"> </span>Chugh SS, Kelly KL, Titus JL. Sudden Cardiac Death With Apparently Normal Heart. <i>Circulation</i>. 2000;102(6):649-654. doi:10.1161/01.CIR.102.6.649</p>
<p class="p2">2. <span class="Apple-tab-span"> </span>Drory Y, Turetz Y, Hiss Y, et al. Sudden unexpected death in persons less than 40 years of age. <i>Am J Cardiol</i>. 1991;68(13):1388-1392. doi:10.1016/0002-9149(91)90251-F</p>
<p class="p2">3. <span class="Apple-tab-span"> </span>Mizusawa Y, Wilde AAM. Brugada syndrome. <i>Circ Arrhythmia Electrophysiol</i>. 2012;5(3):606-616. doi:10.1161/CIRCEP.111.964577</p>
<p class="p2">4. <span class="Apple-tab-span"> </span>Andries E, Stroobandt R, De Pooter J, Verdonck F SF. <i>ECG Uit of in Het Hoofd</i>. 6th ed.; 2016. doi:2016/5779/41</p>
<p class="p2">5. <span class="Apple-tab-span"> </span>Priori SG, Napolitano C, Gasparini M, et al. Natural history of Brugada syndrome: insights for risk stratification and management. <i>Circulation</i>. 2002;105(11):1342-1347. doi:10.1161/HC1102.105288</p>
<p class="p2">6. <span class="Apple-tab-span"> </span>Milman A, Andorin A, Gourraud JB, et al. Age of First Arrhythmic Event in Brugada Syndrome: Data from the SABRUS (Survey on Arrhythmic Events in Brugada Syndrome) in 678 Patients. <i>Circ Arrhythmia Electrophysiol</i>. 2017;10(12):1-15. doi:10.1161/CIRCEP.117.005222</p>
<p class="p2">7. <span class="Apple-tab-span"> </span>Gehi AK, Duong TD, Metz LD, Gomes JA, Mehta D. Risk stratification of individuals with the Brugada electrocardiogram: a meta-analysis. <i>J Cardiovasc Electrophysiol</i>. 2006;17(6):577-583. doi:10.1111/J.1540-8167.2006.00455.X</p>
<p class="p2">8. <span class="Apple-tab-span"> </span>Antzelevitch C, Brugada P, Brugada J, Brugada R, Towbin JA, Nademanee K. Brugada syndrome: 1992–2002: A historical perspective. <i>J Am Coll Cardiol</i>. 2003;41(10):1665-1671. doi:10.1016/S0735-1097(03)00310-3</p>
<p class="p2">9. <span class="Apple-tab-span"> </span>Márquez MF, Salica G, Hermosillo AG, et al. Ionic basis of pharmacological therapy in Brugada syndrome. <i>J Cardiovasc Electrophysiol</i>. 2007;18(2):234-240. doi:10.1111/j.1540-8167.2006.00681.x</p>
<p class="p2">10. <span class="Apple-tab-span"> </span>Ackerman MJ, Priori SG, Willems S, et al. HRS/EHRA Expert Consensus Statement on the State of Genetic Testing for the Channelopathies and CardiomyopathiesThis document was developed as a partnership between the Heart Rhythm Society (HRS) and the European Heart Rhythm Association (EHRA). <i>EP Eur</i>. 2011;13(8):1077-1109. doi:10.1093/EUROPACE/EUR245</p>
<p class="p2">11. <span class="Apple-tab-span"> </span>Antzelevitch C. Ion channels and ventricular arrhythmias: cellular and ionic mechanisms underlying the Brugada syndrome. <i>Curr Opin Cardiol</i>. 1999;14(3):274-279. doi:10.1097/00001573-199905000-00013</p>
<p class="p2">12. <span class="Apple-tab-span"> </span>Priori SG, Blomstrom-Lundqvist C, Mazzanti A, et al. 2015 ESC Guidelines for the management of patients with ventricular arrhythmias and the prevention of sudden cardiac death the Task Force for the Management of Patients with Ventricular Arrhythmias and the Prevention of Sudden Cardiac Death of the Europea. <i>Eur Heart J</i>. 2015;36(41):2793-2867l. doi:10.1093/eurheartj/ehv316</p>
<p class="p2">13. <span class="Apple-tab-span"> </span>Mizumaki K, Fujiki A, Nishida K, et al. Bradycardia-dependent ECG changes in Brugada syndrome. <i>Circ J</i>. 2006;70(7):896-901. doi:10.1253/CIRCJ.70.896</p>
<p class="p2">14. <span class="Apple-tab-span"> </span>Klein G, Gardiwal A, Schaefer A, Panning B, Breitmeier D. Effect of ethanol on cardiac single sodium channel gating. <i>Forensic Sci Int</i>. 2007;171(2-3):131-135. doi:10.1016/J.FORSCIINT.2006.10.012</p>
<p class="p2">15. <span class="Apple-tab-span"> </span>Ohkubo K, Nakai T, Watanabe I. Alcohol-induced ventricular fibrillation in a case of Brugada syndrome. <i>Europace</i>. 2013;15(7):1058. doi:10.1093/EUROPACE/EUT009</p>
<p class="p2">16. <span class="Apple-tab-span"> </span>Nishizaki M, Sakurada H, Ashikaga T, et al. Effects of glucose-induced insulin secretion on ST segment elevation in the Brugada syndrome. <i>J Cardiovasc Electrophysiol</i>. 2003;14(3):243-249. doi:10.1046/J.1540-8167.2003.02389.X</p>
<p class="p2">17. <span class="Apple-tab-span"> </span>Nogami A, Nakao M, Kubota S, et al. Enhancement of J–ST-Segment Elevation by the Glucose and Insulin Test in Brugada Syndrome. <i>Pacing Clin Electrophysiol</i>. 2003;26(1p2):332-337. doi:10.1046/J.1460-9592.2003.00044.X</p>
<p class="p2">18. <span class="Apple-tab-span"> </span>Probst V, Veltmann C, Eckardt L, et al. Long-term prognosis of patients diagnosed with brugada syndrome: Results from the finger brugada syndrome registry. <i>Circulation</i>. 2010;121(5):635-643. doi:10.1161/CIRCULATIONAHA.109.887026</p>
<p class="p2">19. <span class="Apple-tab-span"> </span>Honarbakhsh S, Providencia R, Lambiase PD. Risk Stratification in Brugada Syndrome: Current Status and Emerging Approaches. <i>Arrhythmia Electrophysiol Rev</i>. 2018;7(2):79. doi:10.15420/AER.2018.2.2</p>
<p class="p2">20. <span class="Apple-tab-span"> </span>Priori SG, Napolitano C, Gasparini M, et al. Natural History of Brugada Syndrome. <i>Circulation</i>. 2002;105(11):1342-1347. doi:10.1161/HC1102.105288</p>
<p class="p2">21. <span class="Apple-tab-span"> </span>Brodie OT, Michowitz Y, Belhassen B. Pharmacological Therapy in Brugada Syndrome: Drugs and Devices. <i>Clin Rev<span class="Apple-converted-space">  </span>Drugs Devices</i>. Published online 2018:135-142.</p>
<p class="p2">22. <span class="Apple-tab-span"> </span>Nademanee K, Veerakul G, Chandanamattha P, et al. Prevention of ventricular fibrillation episodes in Brugada syndrome by catheter ablation over the anterior right ventricular outflow tract epicardium. <i>Circulation</i>. 2011;123(12):1270-1279. doi:10.1161/CIRCULATIONAHA.110.972612</p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div>
				
				
			</div>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://fanofem.nl/2022/08/22/the-silent-killer-het-brugada-syndroom-deel-2/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>The Silent Killer: het Brugada-syndroom – deel 1</title>
		<link>https://fanofem.nl/2022/07/08/the-silent-killer-het-brugada-syndroom-deel-1/</link>
					<comments>https://fanofem.nl/2022/07/08/the-silent-killer-het-brugada-syndroom-deel-1/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Leonie Geut]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 08 Jul 2022 14:12:52 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Cardiologie]]></category>
		<category><![CDATA[More]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://fanofem.nl/?p=7152</guid>

					<description><![CDATA[]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<div class="et_pb_section et_pb_section_4 et_section_regular" >
				
				
				
				
				
				
				<div class="et_pb_row et_pb_row_36">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_36  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_44  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h2>Wat je moet weten over het Brugada-syndroom</h2>
<ul>
<li>Het Brugada-syndroom is een belangrijke oorzaak van plotselinge hartdood en wordt typisch gezien bij:
<ul>
<li>Mannen</li>
<li>&lt; 40 jaar</li>
<li>Ritmestoornissen of plotse syncope in rust</li>
<li>Een positieve familieanamnese voor plotse hartdood</li>
</ul>
</li>
<li>Het ECG kan zeer suggestief zijn</li>
<li>Bij een suggestief ECG is farmacologische provocatie als diagnosticum aangewezen</li>
<li>De behandeling is plaatsing van een Implanteerbare Cardioverter Defibrillator of medicamenteus</li>
</ul></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_37">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_37  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_45  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p><strong>In het eerste deel van dit tweeluik wordt uitleg gegeven over de basale principes van het ECG en komen de ECG-kenmerken typerend voor het Brugada-syndroom aan bod. Hierbij wordt zowel gedacht aan de snelle en globale lezer als de alles-willen-weten lezer. Daarnaast komt de pathofysiologie aan bod. <span> Nadat we het Brugada-syndroom hebben leren kennen én herkennen in deel één, gaan we ons verder verdiepen in de risicofactoren, behandeling en bijbehorende risicostratificatie in deel twee.</span></strong></p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_38">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_38  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_46  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h2 class="p1"><span class="s1">Inleiding</span></h2>
<p class="p1">Plotselinge hartdood wordt in de meeste gevallen veroorzaakt door ventriculaire aritmieën geassocieerd mét structurele hartaandoeningen. 5-10% van de gevallen plotselinge hartdood ontstaat door ventriculaire aritmieën zónder de aanwezigheid van een structurele hartaandoening. Het Brugada-syndroom is daarvan een belangrijk en relatief veelvoorkomend ziektebeeld.<span class="s3"><sup>1,2</sup></span> In 1992 werd dit syndroom voor het eerst beschreven door twee Spaanse broers en tevens cardiologen Brugada. Het Brugada-syndroom is een erfelijke aritmogene ziekte gekenmerkt door typische convex ST-segment elevatie in de eerste precordiale afleidingen. Het ziektebeeld is autosomaal dominant overerfelijk.<span class="s3"><sup>3,4</sup></span> De prevalentie in Europa wordt geschat op 5 per 10.000 inwoners. In Zuidoost-Azië is het ziektebeeld zelfs endemisch voorkomend met een prevalentie van 12 per 10.000 inwoners. In deze landen is het Brugada-syndroom, op verkeersongevallen na, de belangrijkste oorzaak van overlijden bij mannen jonger dan 40 jaar.<span class="s3"><sup>4 </sup></span>In Europa komt de ziekte achtmaal vaker voor bij mannen dan bij vrouwen. De gemiddelde leeftijd waarop het Brugada-syndroom tot uiting komt is 41 jaar, echter het kan op elke leeftijd voorkomen.<span class="s3"><sup>4–7</sup></span> <span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<p class="p1">Kortom, een ziektebeeld om tijdig te herkennen, diagnosticeren en behandelen om de kans op overleving te vergroten!</p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_39">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_39  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_47  et_pb_text_align_center et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p class="p1"><strong><span style="text-decoration: underline;"><span class="s1">WIST JE DAT</span></span></strong></p>
<p class="p1">Het Brugada-syndroom wordt in de volksmond ook wel als volgt genoemd:</p>
<ul class="ul1">
<li class="li2">Bangungut (=Filipijns): to rise and moan in sleep</li>
<li class="li2">Pokkuri (=Japans): sudden and unexpected ceased phenomena</li>
<li class="li2">Lai Tai (=Thais): death during sleep</li>
</ul></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_40">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_40  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_48  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p class="p1"><b>Fig. 1</b>. Wist je dat.<span class="s1"><sup>8</sup></span><span class="s2"><span class="Apple-converted-space"> </span></span></p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_41">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_41  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_49  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h2>Back to ECG basics</h2></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_42">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_1_3 et_pb_column_42  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_image et_pb_image_4">
				
				
				
				
				<span class="et_pb_image_wrap "><img loading="lazy" decoding="async" width="169" height="172" src="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/07/natrium.png" alt="" title="natrium" class="wp-image-7160" /></span>
			</div>
			</div><div class="et_pb_column et_pb_column_1_3 et_pb_column_43  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_image et_pb_image_5">
				
				
				
				
				<span class="et_pb_image_wrap "><img loading="lazy" decoding="async" width="177" height="177" src="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/07/kalium.png" alt="" title="kalium" srcset="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/07/kalium.png 177w, https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/07/kalium-150x150.png 150w" sizes="(max-width: 177px) 100vw, 177px" class="wp-image-7159" /></span>
			</div>
			</div><div class="et_pb_column et_pb_column_1_3 et_pb_column_44  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_image et_pb_image_6">
				
				
				
				
				<span class="et_pb_image_wrap "><img loading="lazy" decoding="async" width="174" height="175" src="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/07/calcium.png" alt="" title="calcium" srcset="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/07/calcium.png 174w, https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/07/calcium-150x150.png 150w" sizes="(max-width: 174px) 100vw, 174px" class="wp-image-7158" /></span>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_43">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_45  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_50  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p class="p1"><b>Fig. 2.</b> Natrium, Kalium en Calcium, de heersers van de actiepotentiaal. <span class="s1"><b><br /></b></span></p></div>
			</div><div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_51  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p class="p1">Om de pathofysiologie goed te kunnen begrijpen neem ik je graag mee terug naar de cellulaire basis van het ECG. Hoe zat dat ook alweer met die depolariserende en repolariserende stromen en welke ionen waren daar nou toch voor verantwoordelijk?</p>
<p>Wanneer de hartspiercel wordt gestimuleerd met een depolariserende stimulus van voldoende intensiteit ontstaat er een actiepotentiaal. Op deze manier vindt voortgeleiding van de actiepotentiaal plaats. De actiepotentiaal kan worden onderverdeeld in de volgende fases (Figuur 3):<span class="s1"><b><span class="Apple-converted-space"> </span></b></span></p>
<ol>
<li>Snelle depolarisatiefase: snelle instroom van positieve ionen (Na<span class="s1"><sup>+ </sup></span>of Ca<span class="s1"><sup>++</sup></span>).</li>
<li>Vroege repolarisatiefase: inactivatie snelle Na<span class="s1"><sup>+</sup></span>-kanalen en activatie van uitwaartse K<span class="s1"><sup>+</sup></span>-ionenstroom (=i<span class="s1"><sub>to</sub></span>-stromen ofwel <i>transient outward</i>-stromen).</li>
<li>Plateaufase: de balansfase ontstaat door trage inactivatie van inwaartse Ca<span class="s1"><sup>++</sup></span>-ionen, welke gebalanceerd wordt door de uitwaartse K<span class="s1"><sup>+</sup></span>-ionenstroom.<span class="Apple-converted-space"> </span></li>
<li>Late repolarisatie: inactivatie van Ca<span class="s1"><sup>++</sup></span>-kanalen en activatie van late repolariserende K<span class="s1"><sup>+</sup></span>-ionenstroom.</li>
<li>Diastolische depolarisatie: alleen aanwezig in nodale cellen en cellen van His-Purkinje-systeem welke een spontane depolarisatie vertonen door een netto inwaartse stroom (rechter deel van Figuur 3).<span class="s1"><sup>4</sup></span></li>
</ol></div>
			</div><div class="et_pb_module et_pb_image et_pb_image_7">
				
				
				
				
				<span class="et_pb_image_wrap "><img loading="lazy" decoding="async" width="1085" height="517" src="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/07/ionenstromen.jpeg" alt="" title="ionenstromen" srcset="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/07/ionenstromen.jpeg 1085w, https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/07/ionenstromen-980x467.jpeg 980w, https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/07/ionenstromen-480x229.jpeg 480w" sizes="(min-width: 0px) and (max-width: 480px) 480px, (min-width: 481px) and (max-width: 980px) 980px, (min-width: 981px) 1085px, 100vw" class="wp-image-7162" /></span>
			</div><div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_52  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p class="p1"><b>Fig. 3.</b> De voornaamste ionenstromen tijdens de verschillende fasen van de actiepotentiaal in een ventriculaire cel (linker deel van figuur) en cel van nodaal weefsel (rechter deel van figuur).<span class="s1"><b><br /></b></span></p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_44">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_46  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_53  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h2 class="p1"><span class="s1">Pathofysiologie</span><span class="s2"><b><br /></b></span></h2>
<p class="p1">Bij patiënten met het Brugada-syndroom toont cellulair en genetisch onderzoek meerdere mutaties (&gt;800) aan in verschillende genen. Mutaties in het SCN5A-gen zijn bij &gt;15% van de patiënten met het Brugada-syndroom aanwezig.<span class="s3"><sup>9–11</sup></span> Het SCN5A-gen is verantwoordelijk voor de vorming van de Na<span class="s3"><sup>+</sup></span>-kanalen. Mutaties aan dit gen veroorzaken verlies aan functie van het Na<span class="s3"><sup>+</sup></span>-kanaal, resulterend in vroegtijdige inactivatie.<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<p class="p1">Door vroegtijdige inactivering van de Na<span class="s3"><sup>+</sup></span>-kanalen ontstaan veranderingen in het repolarisatieproces. De repolariserende kaliumstroom wordt niet meer tegengewerkt door de vroegtijdige inactivatie van de natriumstroom. Dit betekent dat de ongehinderde kaliumstroom krachtig repolariseert. Indien de repolarisatie in de ene cardiale cel eerder plaatsvindt ten opzichte van de naburige cardiale cel, ontstaat er een voltagegradiënt. Deze voltagegradiënt tussen de cellen kan ventriculaire ritmestoornissen uitlokken.<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<p class="p1">De repolarisatiestoornissen bij het Brugada-syndroom zijn met name zichtbaar in de precordiale afleidingen V1-V3 van het ECG. Dit is te verklaren doordat de rechter ventrikel meer repolariserende K<span class="s3"><sup>+</sup></span>-ionkanalen bevat dan de linker ventrikel, met name bij mannen. Daarnaast bevatten epicardiale cellen meer K<span class="s3"><sup>+</sup></span>-ionkanalen ten opzichte van endocardiale cellen. De verstoorde balans in de ionenstromen uit zich het meest op die plek waar de repolariserende kaliumstroom het meest het overwicht heeft.<span class="s3"><sup>4,9</sup></span></p>
<p class="p1">Bovenstaande verklaart waarom medicamenten die depolariserende Na<span class="s3"><sup>+</sup></span>&#8211; of Ca<span class="s3"><sup>++</sup></span>-stromen onderdrukken het Brugada-syndroom verergeren ofwel kunnen uitlokken. Het is dus van essentieel belang om deze medicamenten te vermijden bij patiënten met het (bewezen) Brugada-syndroom; daarover in deel 2 van dit tweeluik meer.</p>
<h2 class="p1"><span class="s1">De ECG-kenmerken passend bij het Brugada-syndroom</span></h2>
<p class="p1">Figuur 4 laat de verschillende vormen van het Brugada-syndroom zien. Enkel type 1 is diagnostisch. Typerend voor het type 1 ECG is een opgetrokken J-punt ≥ 2 mm,<span class="Apple-converted-space">  </span>convex ST-segment en negatieve T-golf. Daarentegen is het goed om te realiseren dat ECG-veranderingen zoals bij type 2 en 3 ook bij andere ziektebeelden voorkomen.<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<p class="p1">Het type 1 ECG-patroon kan bij het Brugada-syndroom continu aanwezig zijn ofwel intermitterend, waarbij het uitsluitend voorafgaand aan of kortdurend na de ventriculaire ritmestoornis wordt waargenomen. Bovendien kan het zelfs verborgen voorkomen. Deze verborgen vorm kan tot uiting komen door toediening van farmaca, die de reeds gehavende Na<span class="s3"><sup>+</sup></span>-kanalen nog meer onderdrukken. De farmacologische provocatie wordt uitgevoerd middels intraveneuze toediening van Na<span class="s3"><sup>+</sup></span>-kanaalblokkers, zoals ajmaline, flecaïnide en procaïnamide.<span class="s3"><sup>4</sup></span> </p></div>
			</div><div class="et_pb_module et_pb_image et_pb_image_8">
				
				
				
				
				<span class="et_pb_image_wrap "><img loading="lazy" decoding="async" width="1234" height="875" src="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/07/Brugada-syndroom.png" alt="" title="Brugada-syndroom" srcset="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/07/Brugada-syndroom.png 1234w, https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/07/Brugada-syndroom-980x695.png 980w, https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/07/Brugada-syndroom-480x340.png 480w" sizes="(min-width: 0px) and (max-width: 480px) 480px, (min-width: 481px) and (max-width: 980px) 980px, (min-width: 981px) 1234px, 100vw" class="wp-image-7164" /></span>
			</div><div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_54  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p class="p1"><span class="s1"><b><span class="Apple-converted-space"> </span></b></span><b>Fig. 4.</b> Verschillende types van het Brugada-syndroom</p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_45">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_47  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_55  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h2 class="p1">Voor de écht nieuwsgierige lezers:</h2>
<h2 class="p2">Een gedetailleerde uitleg over de verklaring van de ECG-kenmerken</h2>
<p class="p2">Allereerst: realiseer en onthoud dat negatieve dan wel positieve deflecties op het ECG puur een uiting zijn van polariteit tussen twee gebieden, zie Figuur 5.</p>
<ul class="ul1">
<li class="li3"><span class="s1"></span><span class="s2">J-punt:</span> dit is een expressie van een toegenomen verschil in polariteit tussen endocardiale en epicardiale zones tijdens fase 1 van de actiepotentiaal. Epicardiale cellen bezitten meer repolariserende kaliumkanalen dan endocardiale cellen. De toegenomen polariteit ontstaat door vroegtijdige en onvolledige repolarisatie in het begin van de plateaufase. In normale omstandigheden is de J-golf zeer klein tot onzichtbaar. Indien de repolarisatie in epicardiale cellen in fase 1 evident toeneemt ontstaat er een J-golf.</li>
<li class="li3"><span class="s1"></span><span class="s2">ST-segment:</span> Het optrekken van het ST-segment is het gevolg van polariteit tussen epi- en endocardiale cellen, welke niet enkel aanwezig zijn tijdens fase 1, maar ook persisteren tijdens fase 2.<span class="Apple-converted-space"> </span></li>
<li class="li3"><span class="s1"></span><span class="s2">T-golf:</span> De T-golf staat voor de repolarisatie. Normaliter wijst de T-golf in dezelfde richting als het QRS-complex. Een negatieve T-golf duidt op een abnormale sequentie van het repolarisatieproces in de ventrikelwand. Onder normale omstandigheden is de actiepotentiaal het kortst in de epicardiale zone, gezien deze het laatst depolariseert, maar als eerst repolariseert. Omkering van de T-golf bij het Brugada-syndroom kan worden verklaard door twee mogelijke mechanismen: 1)<span class="s3"><b> </b></span>een bovenmatige duur van de actiepotentiaal in het epicard vergeleken met het endocard door verhoogde calciuminstroom tijdens de plateaufase, of 2) het kan een expressie zijn van een verborgen ventriculaire extrasystole welke ontstaat door transmurale dan wel epicardiale verschillen in duur van de actiepotentiaal.<span class="s4"><sup>4</sup></span></li>
</ul></div>
			</div><div class="et_pb_module et_pb_image et_pb_image_9">
				
				
				
				
				<span class="et_pb_image_wrap "><img loading="lazy" decoding="async" width="884" height="1209" src="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/07/Ventriculaire-stoornissen.jpeg" alt="" title="Ventriculaire stoornissen" srcset="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/07/Ventriculaire-stoornissen.jpeg 884w, https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/07/Ventriculaire-stoornissen-480x656.jpeg 480w" sizes="(min-width: 0px) and (max-width: 480px) 480px, (min-width: 481px) 884px, 100vw" class="wp-image-7165" /></span>
			</div><div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_56  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p class="p1"><span class="s1"><span class="Apple-converted-space"> </span></span><b>Fig. 5. </b>Ventriculaire stoornissen bij het Brugada-syndroom ontstaan door een voltagegradiënt tussen verschillende cardiale cellen, welke ontstaan door zowel transmurale als epicardiale dispersie. Het ECG registreert enkel potentiaalveranderingen wanneer zich ergens een potentiaalverschil bevindt.</p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_46">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_48  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_57  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p class="p1"><b>In dit eerste deel van dit tweeluik hebben we kennis gemaakt met het Brugada-syndroom en hebben we het leren herkennen. Bij twijfel over de herkenning: bel de Spoedeisende Hulp-arts of de dienstdoende cardioloog.<i> Onthoud:</i> vroegtijdige herkenning vergroot de kans op overleving! Het tweede deel zal gaan over de ontmaskering van dit niet te missen ziektebeeld en wordt verder ingegaan op de behandelmogelijkheden.</b></p></div>
			</div><div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_58  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><blockquote>
<p><em><strong><br />Auteur: Simone Anna Kooistra, ANIOS SEH Medisch Centrum Leeuwarden </strong></em></p>
<p><em><strong>Reviewer: Dr. Heleen Lameijer, SEH-arts KNMG Medisch Centrum Leeuwarden</strong></em></p>
<p>&nbsp;</p>
</blockquote>
<p><strong>Met dank aan: het boek ‘ECG uit of in het hoofd’ voor alle mooie afbeeldingen die ik heb mogen gebruiken. Auteurs: Erik Andries, Roland Stroobandt, Jan de Pooter, Fons Verdonck en Fons Sinnaeve.</strong></p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_47">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_49  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_59  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h2 class="p1">Literatuurlijst<b><br /></b></h2>
<p class="p2">1. <span class="Apple-tab-span"> </span>Chugh SS, Kelly KL, Titus JL. Sudden Cardiac Death With Apparently Normal Heart. <i>Circulation</i>. 2000;102(6):649-654. doi:10.1161/01.CIR.102.6.649</p>
<p class="p2">2. <span class="Apple-tab-span"> </span>Drory Y, Turetz Y, Hiss Y, et al. Sudden unexpected death in persons less than 40 years of age. <i>Am J Cardiol</i>. 1991;68(13):1388-1392. doi:10.1016/0002-9149(91)90251-F</p>
<p class="p2">3. <span class="Apple-tab-span"> </span>Mizusawa Y, Wilde AAM. Brugada syndrome. <i>Circ Arrhythmia Electrophysiol</i>. 2012;5(3):606-616. doi:10.1161/CIRCEP.111.964577</p>
<p class="p2">4. <span class="Apple-tab-span"> </span>Andries E, Stroobandt R, De Pooter J, Verdonck F SF. <i>ECG Uit of in Het Hoofd</i>. 6th ed.; 2016. doi:2016/5779/41</p>
<p class="p2">5. <span class="Apple-tab-span"> </span>Priori SG, Napolitano C, Gasparini M, et al. Natural history of Brugada syndrome: insights for risk stratification and management. <i>Circulation</i>. 2002;105(11):1342-1347. doi:10.1161/HC1102.105288</p>
<p class="p2">6. <span class="Apple-tab-span"> </span>Milman A, Andorin A, Gourraud JB, et al. Age of First Arrhythmic Event in Brugada Syndrome: Data from the SABRUS (Survey on Arrhythmic Events in Brugada Syndrome) in 678 Patients. <i>Circ Arrhythmia Electrophysiol</i>. 2017;10(12):1-15. doi:10.1161/CIRCEP.117.005222</p>
<p class="p2">7. <span class="Apple-tab-span"> </span>Gehi AK, Duong TD, Metz LD, Gomes JA, Mehta D. Risk stratification of individuals with the Brugada electrocardiogram: a meta-analysis. <i>J Cardiovasc Electrophysiol</i>. 2006;17(6):577-583. doi:10.1111/J.1540-8167.2006.00455.X</p>
<p class="p2">8. <span class="Apple-tab-span"> </span>Antzelevitch C, Brugada P, Brugada J, Brugada R, Towbin JA, Nademanee K. Brugada syndrome: 1992–2002: A historical perspective. <i>J Am Coll Cardiol</i>. 2003;41(10):1665-1671. doi:10.1016/S0735-1097(03)00310-3</p>
<p class="p2">9. <span class="Apple-tab-span"> </span>Márquez MF, Salica G, Hermosillo AG, et al. Ionic basis of pharmacological therapy in Brugada syndrome. <i>J Cardiovasc Electrophysiol</i>. 2007;18(2):234-240. doi:10.1111/j.1540-8167.2006.00681.x</p>
<p class="p2">10. <span class="Apple-tab-span"> </span>Ackerman MJ, Priori SG, Willems S, et al. HRS/EHRA Expert Consensus Statement on the State of Genetic Testing for the Channelopathies and CardiomyopathiesThis document was developed as a partnership between the Heart Rhythm Society (HRS) and the European Heart Rhythm Association (EHRA). <i>EP Eur</i>. 2011;13(8):1077-1109. doi:10.1093/EUROPACE/EUR245</p>
<p class="p2">11. <span class="Apple-tab-span"> </span>Antzelevitch C. Ion channels and ventricular arrhythmias: cellular and ionic mechanisms underlying the Brugada syndrome. <i>Curr Opin Cardiol</i>. 1999;14(3):274-279. doi:10.1097/00001573-199905000-00013<span class="Apple-converted-space"> </span></p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div>
				
				
			</div>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://fanofem.nl/2022/07/08/the-silent-killer-het-brugada-syndroom-deel-1/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Top EM Literature update 2021/2022</title>
		<link>https://fanofem.nl/2022/06/02/top-em-literature-update-2021-2022/</link>
					<comments>https://fanofem.nl/2022/06/02/top-em-literature-update-2021-2022/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Leonie Geut]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 02 Jun 2022 06:43:55 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[EM literature]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://fanofem.nl/?p=7134</guid>

					<description><![CDATA[]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<div class="et_pb_section et_pb_section_5 et_section_regular" >
				
				
				
				
				
				
				<div class="et_pb_row et_pb_row_48">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_50  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_image et_pb_image_10">
				
				
				
				
				<span class="et_pb_image_wrap "><img loading="lazy" decoding="async" width="800" height="450" src="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/06/Top-EM-Literature-update-20212022.png" alt="" title="Top EM Literature update 2021:2022" srcset="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/06/Top-EM-Literature-update-20212022.png 800w, https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/06/Top-EM-Literature-update-20212022-480x270.png 480w" sizes="(min-width: 0px) and (max-width: 480px) 480px, (min-width: 481px) 800px, 100vw" class="wp-image-7137" /></span>
			</div><div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_60  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p><strong>Ook dit jaar mochten wij op het DEMC ons licht laten schijnen over de mooiste pareltjes die het afgelopen jaar zijn gepubliceerd binnen de omvangrijke EM literatuur. Hieronder een overzicht van de door ons besproken artikelen met daarbij natuurlijk de links en referenties zodat je ook zelf nog een (kritische) duik kunt nemen in de mooie, interessante (en potentiële game changer) studies. Veel leesplezier!</strong></p></div>
			</div><div class="et_pb_module et_pb_divider et_pb_divider_0 et_pb_divider_position_ et_pb_space"><div class="et_pb_divider_internal"></div></div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_49">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_51  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_image et_pb_image_11">
				
				
				
				
				<span class="et_pb_image_wrap "><img loading="lazy" decoding="async" width="800" height="450" src="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/06/mr-clean-iv.png" alt="" title="mr clean iv" srcset="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/06/mr-clean-iv.png 800w, https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/06/mr-clean-iv-480x270.png 480w" sizes="(min-width: 0px) and (max-width: 480px) 480px, (min-width: 481px) 800px, 100vw" class="wp-image-7138" /></span>
			</div><div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_61  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p class="p1"><span class="s1"><a href="https://www.nejm.org/doi/full/10.1056/NEJMoa2107727" class="broken_link">MR CLEAN-NO IV: A randomized trial of intravenous alteplase before endovascular treatment of stroke.</a></span><span class="s2"> LeCouffe </span><span class="s3"><i>et al</i></span><span class="s2">. (2021) NEJM</span><span class="s4"><sup>1</sup></span></p>
<p class="p2">Deze studie had potentie om een game changer te zijn. Het is een vervolg op de originele <a href="https://www.nejm.org/doi/full/10.1056/NEJMoa1411587" class="broken_link"><span class="s5">MR CLEAN studie</span></a> die ervoor zorgde dat intra-arteriele trombectomie (IAT) als common practice in ons land haar intrede deed als aanvulling op de reeds bestaande intra-veneuze trombolysebehandeling (IVT) bij ischemisch CVA<span class="s6"><sup>2</sup></span>. Een essentiële vraag die vervolgens rees was: hebben we IVT nog wel nodig als we IAT hebben? Precies dit vroegen Yang <span class="s7"><i>et al</i></span>. zich af, en hun <a href="https://www.nejm.org/doi/full/10.1056/NEJMoa2001123" class="broken_link"><span class="s5">DIRECT-MT</span></a> publicatie suggereerde dat we IVT voorafgaand aan IAT wellicht achterwege kunnen laten<span class="s6"><sup>3</sup></span>. De MR CLEAN NO-IV had als doel deze stelling te testen in de Europese iCVA-populatie en keek naar neurologish functioneren na 90 dagen. Er werd geen superioriteit of non-inferioriteit aangetoond voor IAT alleen ten opzichte van de huidige praktijk. Geen game changer dus, maar wel weer een waardevolle les dat één studie géén studie is!</p></div>
			</div><div class="et_pb_module et_pb_divider et_pb_divider_1 et_pb_divider_position_ et_pb_space"><div class="et_pb_divider_internal"></div></div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_50">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_52  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_image et_pb_image_12">
				
				
				
				
				<span class="et_pb_image_wrap "><img loading="lazy" decoding="async" width="800" height="450" src="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/06/traumatic-hemorrhagic-shock.png" alt="" title="traumatic hemorrhagic shock" srcset="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/06/traumatic-hemorrhagic-shock.png 800w, https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/06/traumatic-hemorrhagic-shock-480x270.png 480w" sizes="(min-width: 0px) and (max-width: 480px) 480px, (min-width: 481px) 800px, 100vw" class="wp-image-7139" /></span>
			</div><div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_62  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p class="p1"><span class="s1"><a href="https://www.thelancet.com/journals/lanhae/article/PIIS2352-3026(22)00040-0/fulltext" class="broken_link">RePHILL: Resuscitation with blood products in patients with trauma-related hemorrhagic shock receiving prehospital care: a multicenter, open-label, randomized controlled phase 3 trial.</a></span><span class="s2"> Crombie </span><span class="s3"><i>et al</i></span><span class="s2">. (2022) Lancet Hematology</span><span class="s4"><sup>4</sup></span></p>
<p class="p2">Nadat de <a href="https://www.nejm.org/doi/full/10.1056/NEJMoa1802345" class="broken_link"><span class="s5">PAMPer studie uit 2018</span></a><span class="s6"><sup>5</sup></span> een enorm overlevingsverschil van +8.9% liet zien bij traumapatienten met verbloedingsshock die prehospitaal bloedplasma in plaats van NaCl kregen toegediend, trekt de recente RePHILL studie deze resultaten weer helemaal in twijfel! De RePHILL studieopzet opzet was min of meer gelijk aan die van de PAMPer studie en keek naar een <span class="s7"><i>composite outcome</i></span> van overleving gecombineerd met lactaatklaring. De resultaten lieten geen enkel verschil zien in overleving, ook niet wanneer gecorrigeerd voor transportduur of ernst van het letsel. Bloed met bloed vervangen? We zijn er nog lang niet uit!</p></div>
			</div><div class="et_pb_module et_pb_divider et_pb_divider_2 et_pb_divider_position_ et_pb_space"><div class="et_pb_divider_internal"></div></div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_51">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_53  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_image et_pb_image_13">
				
				
				
				
				<span class="et_pb_image_wrap "><img loading="lazy" decoding="async" width="800" height="450" src="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/06/txa-in-nosebleeds.png" alt="" title="txa in nosebleeds" srcset="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/06/txa-in-nosebleeds.png 800w, https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/06/txa-in-nosebleeds-480x270.png 480w" sizes="(min-width: 0px) and (max-width: 480px) 480px, (min-width: 481px) 800px, 100vw" class="wp-image-7140" /></span>
			</div><div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_63  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p class="p1"><span class="s1"><a href="https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S0735675721008779?via=ihub" class="broken_link">Efficacy of topical tranexamic acid in epistaxis: a systematic review and meta-analysis</a></span><span class="s2">. Janapala </span><span class="s3"><i>et al</i></span><span class="s2">. (2022) The American Journal of Emergency Medicine</span><span class="s4"><sup>6</sup></span></p>
<p class="p2">Onze ‘heilige graal’ tranexaminezuur (TXA) is de afgelopen jaren intensief onderzocht en heeft aan glans ingeboet met het verschijnen van onder andere de <a href="https://www.thelancet.com/journals/lancet/article/PIIS0140-6736(18)31033-X/fulltext" class="broken_link"><span class="s5">TICH-2 studie</span></a><span class="s6"><sup>7</sup></span>, de <a href="https://www.thelancet.com/journals/lancet/article/PIIS0140-6736(20)30848-5/fulltext?rss=yes" class="broken_link"><span class="s5">HALT-IT trial</span></a><span class="s6"><sup>8</sup></span> en de <a href="https://bmjopen.bmj.com/content/9/2/e026882.long" class="broken_link"><span class="s5">NoPac publicatie</span></a><span class="s6"><sup>9</sup></span>. Laatstgenoemde suggereerde dat TXA geen verschil maakt in de noodzaak tot het al dan niet alsnog plaatsen van een neustampon bij epistaxis. Echter, nu hebben Janapala <span class="s7"><i>et al</i></span>. een systematic review gepubliceerd over het effect van TXA op epistaxis, en zij suggereren dat TXA juist een wel 3.5x hogere succeskans geeft op het stoppen van de bloeding ten opzichte van placebo of vasoconstrictiva. Zij hanteren echter wel een andere primaire uitkomstmaat dan de NoPac studie, namelijk het stoppen van de bloeding en het aantal recidieven. Het is dus leerzaam na te denken over welke uitkomstmaten je hanteert bij een onderzoekvraag, en interessant om te zien hoe deze keuze van invloed is op de resultaten en dus de interpretatie van de studie-uitkomsten!</p></div>
			</div><div class="et_pb_module et_pb_divider et_pb_divider_3 et_pb_divider_position_ et_pb_space"><div class="et_pb_divider_internal"></div></div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_52">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_54  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_image et_pb_image_14">
				
				
				
				
				<span class="et_pb_image_wrap "><img loading="lazy" decoding="async" width="800" height="450" src="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/06/proper3.png" alt="" title="proper3" srcset="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/06/proper3.png 800w, https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/06/proper3-480x270.png 480w" sizes="(min-width: 0px) and (max-width: 480px) 480px, (min-width: 481px) 800px, 100vw" class="wp-image-7141" /></span>
			</div><div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_64  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p class="p1"><span class="s1"><a href="https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0196064421005163" class="broken_link">PROPER3: Fixed versus variable dosing of prothrombin complex concentrate for bleeding complications of vitamin K antagonists – the PROPER3 randomized clinical trial.</a></span><span class="s2"> Abdoellakhan </span><span class="s3"><i>et al</i></span><span class="s2">. (2022) Annals of Emergency Medicine</span><span class="s4"><sup>10</sup></span></p>
<p class="p2">Zou het niet mooi zijn als je bij bloedingscomplicaties bij vitamine-K antagonisten gewoon een standaarddosering 4-factoren protrombine complexconcentraat (4F-PCC) zou kunnen geven, ongeacht gewicht en INR? Die vervelende doseringstabel is nooit snel te vinden en het wachten op de INR is kostbare tijd als iemand hard aan het bloeden is… Precies dat dachten de auteurs bij het opzetten van de PROPER3 trial ook! Deze studie is een non-inferiority studie bij patiënten met een extra-craniële bloeding met een indicatie voor 4F-PCC. Er werd gerandomiseerd tussen een vaste dosis (1000 IE) en een variabele dosis op basis van gewicht en INR. Ze keken naar een internationaal erkende en gestandaardiseerde maat voor ‘effectieve hemostase’, dus niet naar steef INR. Helaas werden de beoogde patiëntenaantallen niet gehaald (mede door inmiddels wijdverbreid DOAC-gebruik), maar beide studie-armen lieten vergelijkbare resultaten zien. Non-inferioriteit kon dus niet met zekerheid worden aangetoond, maar wel had de vaste dosis een veel kortere door-to-needle time. Genoeg reden dus om te twijfelen aan de variabele (hoge) dosis die door de fabrikanten aangeraden wordt…</p></div>
			</div><div class="et_pb_module et_pb_divider et_pb_divider_4 et_pb_divider_position_ et_pb_space"><div class="et_pb_divider_internal"></div></div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_53">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_55  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_image et_pb_image_15">
				
				
				
				
				<span class="et_pb_image_wrap "><img loading="lazy" decoding="async" width="800" height="450" src="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/06/quiet-geller.png" alt="" title="quiet geller" srcset="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/06/quiet-geller.png 800w, https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/06/quiet-geller-480x270.png 480w" sizes="(min-width: 0px) and (max-width: 480px) 480px, (min-width: 481px) 800px, 100vw" class="wp-image-7142" /></span>
			</div><div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_65  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p class="p1"><span class="s1"><a href="https://www.sciencedirect.com/science/article/abs/pii/S0735675722001784?via=ihub" class="broken_link">The use of the word “quiet” in the emergency department is not associated with patient volume: a randomized controlled trial.</a></span><span class="s2"> Geller </span><span class="s3"><i>et al</i></span><span class="s2">. (2022) The American Journal of Emergency Medicine</span><span class="s4"><sup>11</sup></span></p>
<p class="p2">“Zo, ‘t is wel lekker rustig op de vloer vandaag!”<br />“Ssst! Hou je mond! Als je dat zegt, wordt het superdruk!”<br />“Uhm, tuurlijk niet joh, dat is bijgeloof!”</p>
<p class="p2">Ja, is dat zo? Feit of fictie?</p>
<p class="p3"><span class="s5"><a href="https://www.bmj.com/content/368/bmj.m452" class="broken_link">Eerder</a></span> is naar hier ook al naar gekeken, maar dan in een microbiologielab<span class="s6"><sup>12</sup></span>. Nu is er dan een studie uitgekomen die kijkt naar dit ‘bijgeloof’ en de daarop volgende drukte op de SEH. Wees gerust: het blijkt dat er écht geen relatie bestaat tussen het gebruik van het woordje “quiet”, ofwel “lekker rustig” en de daarop volgende aantallen patiënten. Maar, als je er wél in gelooft, erváár je ook daadwerkelijk een significant drukkere dienst na het gebruik van het woord “rustig”!</p></div>
			</div><div class="et_pb_module et_pb_divider et_pb_divider_5 et_pb_divider_position_ et_pb_space"><div class="et_pb_divider_internal"></div></div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_54">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_56  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_image et_pb_image_16">
				
				
				
				
				<span class="et_pb_image_wrap "><img loading="lazy" decoding="async" width="800" height="450" src="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/06/ttm2.png" alt="" title="ttm2" srcset="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/06/ttm2.png 800w, https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/06/ttm2-480x270.png 480w" sizes="(min-width: 0px) and (max-width: 480px) 480px, (min-width: 481px) 800px, 100vw" class="wp-image-7145" /></span>
			</div><div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_66  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p class="p1"><span class="s1"><a href="https://www.nejm.org/doi/full/10.1056/NEJMoa2100591" class="broken_link">TTM2: Hypothermia versus normothermia after out-of-hospital cardiac arrest.</a></span><span class="s2"> Dankiewicz </span><span class="s3"><i>et al</i></span><span class="s2">. (2021) New England Journal of Medicine</span><span class="s4"><sup>13</sup></span></p>
<p class="p2">Is it cool to cool after OHCA? In deze Targeted Temperature Management 2 studie, een grote en heel netjes uitgevoerde RCT, zetten de auteurs grote vraagtekens bij de resultaten van <a href="https://www.nejm.org/doi/full/10.1056/NEJMoa003289" class="broken_link"><span class="s5">eerdere</span></a> <a href="https://www.nejm.org/doi/full/10.1056/NEJMoa012689" class="broken_link"><span class="s5">studies</span></a>die keken naar wel of niet koelen na ROSC na reanimatie<span class="s6"><sup>1415</sup></span>. Waar eerder bewijs vóór koelen werd gevonden (en daarop zijn onze huidige post-reanimatierichtlijnen gebaseerd), vindt de TTM2 geen enkel verschil in overleving tussen de hypothermiegroep en de normothermiegroep. Ook de neurologische uitkomsten van de overlevers verschilden niet tussen de groepen. Is, zoals reeds gezegd, één studie weer géén studie, of moeten we onze richtlijnen aanpassen?</p></div>
			</div><div class="et_pb_module et_pb_divider et_pb_divider_6 et_pb_divider_position_ et_pb_space"><div class="et_pb_divider_internal"></div></div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_55">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_57  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_image et_pb_image_17">
				
				
				
				
				<span class="et_pb_image_wrap "><img loading="lazy" decoding="async" width="800" height="450" src="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/06/video-vs-direct.png" alt="" title="video vs direct" srcset="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/06/video-vs-direct.png 800w, https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/06/video-vs-direct-480x270.png 480w" sizes="(min-width: 0px) and (max-width: 480px) 480px, (min-width: 481px) 800px, 100vw" class="wp-image-7146" /></span>
			</div><div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_67  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p class="p1"><span class="s1"><a href="https://www.cochranelibrary.com/cdsr/doi/10.1002/14651858.CD011136.pub3/full" class="broken_link">Videolaryngoscopy versus direct laryngoscopy for adults undergoing tracheal intubation (review)</a></span><span class="s2">. Hansel </span><span class="s3"><i>et al</i></span><span class="s2">. (2022) Cochrane Database of Systematic Reviews</span><span class="s4"><sup>16</sup></span></p>
<p class="p2">Nog zo’n <span class="s5"><i>long standing debate</i></span>: videolaryngoscopie of directe laryngoscopie voor volwassenen die geintubeerd moeten worden? We dachten in 2016 het sluitende antwoord te verkrijgen, toen de <a href="https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC6472630/"><span class="s6">vorige versie</span></a> van deze Cochrane Review uitkwam<span class="s7"><sup>17</sup></span>. Echter, in deze versie werd niet gedifferentieerd tussen de verschillende soorten videolaryngoscopie. Dit zou belangrijk zijn, omdat je voor een videolaryngoscoop met Macintosh-style blad een techniek gebruikt die veel meer lijkt op de klassieke, directe laryngoscoop, terwijl je voor een videolaryngoscoop met gehyperaguleerd blad een echt andere techniek gebruikt.<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<p class="p3">Deze nieuwe, geupdate versie van de Cochrane Review vergelijkt directe laryngoscopie met alle 3 de soorten videolaryngoscopie, dus 1) Mac blade, 2) hyperangulated blade, en 3) voorgeladen videolaryngoscopen. Belangrijkste uitkomstmaten waren failed intubations (= meer dan 3 pogingen), hypoxemie (saturatie &lt;94%), en first pass success. Wat komt er uit? Alle 3 de types videolaryngoscopie verminderen het aantal gefaalde intubaties en verhogen het first pass succes! Ook belangrijk: het gebruik van een gehyperanguleerd blad levert het meeste voordeel op bij een verwacht moeilijke luchtweg (bijvoorbeeld obse of traumapatiënten). Dus: pak de videolaryngoscoop!</p></div>
			</div><div class="et_pb_module et_pb_divider et_pb_divider_7 et_pb_divider_position_ et_pb_space"><div class="et_pb_divider_internal"></div></div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_56">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_58  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_image et_pb_image_18">
				
				
				
				
				<span class="et_pb_image_wrap "><img loading="lazy" decoding="async" width="800" height="450" src="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/06/epic.png" alt="" title="epic" srcset="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/06/epic.png 800w, https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/06/epic-480x270.png 480w" sizes="(min-width: 0px) and (max-width: 480px) 480px, (min-width: 481px) 800px, 100vw" class="wp-image-7147" /></span>
			</div><div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_68  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p class="p1"><span class="s1"><a href="https://www.ahajournals.org/doi/10.1161/CIRCULATIONAHA.121.056301" class="broken_link">EPIC: Antero-lateral versus antero-posterior electrode position for cardioverting atrial fibrillation</a></span><span class="s2">. Schmidt </span><span class="s3"><i>et al</i></span><span class="s2">. (2021) Circulation</span><span class="s4"><sup>18</sup></span></p>
<p class="p2">Waar plak jij de electroden voor cardioversie? In deze Electrode Position In Cardioverting AF studie, vergelijken de auteurs anterolateraal geplakte electroden met anteroposterior geplakte pads bij cardioversie van AF. Patiënten die kwamen voor electieve cardioversie werden random toegewezen aan de antero-postero studie-arm of de antero-laterale studie-arm. Uitkomstmaat was succesvolle cardioversie. Schokkend genoeg… bleek er een duidelijk verschil: antero-lateraal geplakte pads zorgden voor een significant hogere succesvolle conversie. Helaas was de studie niet geblindeerd en betrof het niet onze typische SEH-populatie, maar wellicht doen deze interessante resultaten jou bij een volgende cardioversie toch even extra nadenken over waar jij de pads plakt!</p></div>
			</div><div class="et_pb_module et_pb_divider et_pb_divider_8 et_pb_divider_position_ et_pb_space"><div class="et_pb_divider_internal"></div></div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_57">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_59  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_image et_pb_image_19">
				
				
				
				
				<span class="et_pb_image_wrap "><img loading="lazy" decoding="async" width="800" height="450" src="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/06/when-time-is-ticking.png" alt="" title="when time is ticking" srcset="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/06/when-time-is-ticking.png 800w, https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/06/when-time-is-ticking-480x270.png 480w" sizes="(min-width: 0px) and (max-width: 480px) 480px, (min-width: 481px) 800px, 100vw" class="wp-image-7148" /></span>
			</div><div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_69  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p class="p1"><span class="s1"><a href="https://emj.bmj.com/content/39/3/168.long" class="broken_link">Association between delays to patient admission from the emergency department and all-cause 30-day mortality</a></span><span class="s2">. Jones </span><span class="s3"><i>et al</i></span><span class="s2">. (2022) Emergency Medicine Journal</span><span class="s4"><sup>19</sup></span></p>
<p class="p2">Dit is een hartstikke hippe en tot nadenken aanzettende <span class="s5"><i>big-data study</i></span>. De onderzoekers hebben (retrospectief observationeel) gekeken of de ligduur op de SEH gerelateerd is aan <span class="s5"><i>all-cause </i></span>mortaliteit van de betreffende patiënten in de 30 dagen na opname. Ze gebruikten hierbij data van álle level-1 SEH’s in het Verenigd Koninkrijk – zo’n 27 miljoen SEH-bezoeken! Gaaf toch? Een greep uit de meest interessante getallen: ruim 8.5% van alle via de SEH opgenomen patiënten was na 30 dagen overleden (min of meer gelijk aan onze Nederlandse situatie), en de <span class="s5"><i>number needed to harm</i></span> (overlijden) was 1/191 bij een ligduur van 4-6 uur, 1/82 bij een ligduur van 6-8 uur, en zelfs 1/72 bij 8-12 uur. Kortom: als er onvoldoende uitstroomcapaciteit vanaf de SEH is, dan kost dat levens! Natuurlijk zijn er nuances aan te brengen bij deze resultaten (bijvoorbeeld: het gaat om correlatie, niet causatie), maar toch een belangrijke en wetenswaardige boodschap in het licht van onze steeds drukker wordende SEH’s!</p></div>
			</div><div class="et_pb_module et_pb_divider et_pb_divider_9 et_pb_divider_position_ et_pb_space"><div class="et_pb_divider_internal"></div></div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_58">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_60  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_image et_pb_image_20">
				
				
				
				
				<span class="et_pb_image_wrap "><img loading="lazy" decoding="async" width="800" height="450" src="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/06/run-for-life.png" alt="" title="run for life" srcset="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/06/run-for-life.png 800w, https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/06/run-for-life-480x270.png 480w" sizes="(min-width: 0px) and (max-width: 480px) 480px, (min-width: 481px) 800px, 100vw" class="wp-image-7149" /></span>
			</div><div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_70  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p class="p1"><span class="s1"><a href="https://reader.elsevier.com/reader/sd/pii/S0883944120306377?token=92DE6828CF2E9587FC2F95F5A4B4C991EFF6BA9D2707715EEC769AD4B62B29BE98E7E8BD5057F003478F61A4A38D2E8D&amp;originRegion=eu-west-1&amp;originCreation=20220520085404" class="broken_link">The effect of small versus large clog size on emergency time response: a randomized controlled trial</a></span><span class="s2">. Elbers </span><span class="s3"><i>et al</i></span><span class="s2">. (2020) Journal of Critical Care</span><span class="s4"><sup>20</sup></span></p>
<p class="p2">Ten slotte een lekkere nuchtere Nederlandse studie over… klompen! Klompen zijn essentieel in de acute zorg. Ze zitten lekker, zijn makkelijk van braaksel en bloed te ontdoen, en je kunt er goed me tegen de knoppen van de schuifdeuren schoppen. Alleen rennen kun je er niet mee. En dat is niet fijn als je je naar een reanimatie moet spoeden! Dit probleem zagen de onderzoekers ook en zij vroegen zich af of de maat van de klomp wellicht van invloed zou zijn op het rennen. Ze ontwierpen dus een RCT waarbij rea-teamleden gerandomiseerd werden om ofwel in maat 38 ofwel in maat 47 te rennen naar de plaats van onheil, ongeacht hun eigen schoenmaat. Wat bleek? Proefpersonen die maat 38 kregen leken significant sneller te zijn! Adverse events (gekneusde tenen en uit zakken verloren objecten) waren in beide groepen gelijk. Dus, het lijkt ons niet meer dan logisch dat voortaan iedereen altijd maat 38 klompen moet dragen. Het is immers wetenschappelijk bewezen?!</p></div>
			</div><div class="et_pb_module et_pb_divider et_pb_divider_10 et_pb_divider_position_ et_pb_space"><div class="et_pb_divider_internal"></div></div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_59">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_61  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_71  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p class="p1">Nou breekt mijn klomp…! Alweer aan het einde van dit DEMC22 overzicht van een aantal parels binnen de recente literatuur van de spoedeisende geneeskunde! Wil je graag op de hoogte blijven van toekomstige EM (wetenschappelijke) wetenswaardigheden en interessante studies? Houd dan <a href="https://fanofem.nl/"><span class="s1">de blog van FanofEM</span></a> in de gaten, en lees de <a href="https://www.nvsha.nl/wetenschap/literatuur-update/"><span class="s1">3-maandelijkse literatuurreviews</span></a> van de NVSHA Wetenschapscommissie!</p>
<p class="p2">
<h2 class="p3">Referenties</h2>
<p class="p4">1.<span class="Apple-tab-span"> </span>LeCouffe, N. E. <span class="s2"><i>et al.</i></span> A Randomized Trial of Intravenous Alteplase before Endovascular Treatment for Stroke. <span class="s2"><i>N. Engl. J. Med.</i></span> <span class="s2"><b>385</b></span>, 1833–1844 (2021).</p>
<p class="p4">2.<span class="Apple-tab-span"> </span>Berkhemer, O. A. <span class="s2"><i>et al.</i></span> A Randomized Trial of Intraarterial Treatment for Acute Ischemic Stroke. <span class="s2"><i>N. Engl. J. Med.</i></span> <span class="s2"><b>372</b></span>, 11–20 (2015).</p>
<p class="p4">3.<span class="Apple-tab-span"> </span>Yang, P. <span class="s2"><i>et al.</i></span> Endovascular Thrombectomy with or without Intravenous Alteplase in Acute Stroke. <span class="s2"><i>N. Engl. J. Med.</i></span> <span class="s2"><b>382</b></span>, 1981–1993 (2020).</p>
<p class="p4">4.<span class="Apple-tab-span"> </span>Crombie, N. <span class="s2"><i>et al.</i></span> Resuscitation with blood products in patients with trauma-related haemorrhagic shock receiving prehospital care (RePHILL): a multicentre, open-label, randomised, controlled, phase 3 trial. <span class="s2"><i>Lancet Haematol.</i></span> <span class="s2"><b>9</b></span>, e250–e261 (2022).</p>
<p class="p4">5.<span class="Apple-tab-span"> </span>Sperry, J. L. <span class="s2"><i>et al.</i></span> Prehospital Plasma during Air Medical Transport in Trauma Patients at Risk for Hemorrhagic Shock. <span class="s2"><i>N. Engl. J. Med.</i></span> <span class="s2"><b>379</b></span>, 315–326 (2018).</p>
<p class="p4">6.<span class="Apple-tab-span"> </span>Janapala, R. N., Tran, Q. K., Patel, J., Mehta, E. &amp; Pourmand, A. Efficacy of topical tranexamic acid in epistaxis: A systematic review and meta-analysis. <span class="s2"><i>Am. J. Emerg. Med.</i></span> <span class="s2"><b>51</b></span>, 169–175 (2022).</p>
<p class="p4">7.<span class="Apple-tab-span"> </span>Sprigg, N. <span class="s2"><i>et al.</i></span> Tranexamic acid for hyperacute primary IntraCerebral Haemorrhage (TICH-2): an international randomised, placebo-controlled, phase 3 superiority trial. <span class="s2"><i>Lancet (London, England)</i></span> <span class="s2"><b>391</b></span>, 2107–2115 (2018).</p>
<p class="p4">8.<span class="Apple-tab-span"> </span>Roberts, I. <span class="s2"><i>et al.</i></span> Effects of a high-dose 24-h infusion of tranexamic acid on death and thromboembolic events in patients with acute gastrointestinal bleeding (HALT-IT): an international randomised, double-blind, placebo-controlled trial. <span class="s2"><i>Lancet</i></span> <span class="s2"><b>395</b></span>, 1927–1936 (2020).</p>
<p class="p4">9.<span class="Apple-tab-span"> </span>Reuben, A. <span class="s2"><i>et al.</i></span> The Use of Tranexamic Acid to Reduce the Need for Nasal Packing in Epistaxis (NoPAC): Randomized Controlled Trial. <span class="s2"><i>Ann. Emerg. Med.</i></span> <span class="s2"><b>77</b></span>, 631–640 (2021).</p>
<p class="p4">10.<span class="Apple-tab-span"> </span>Abdoellakhan, R. A. <span class="s2"><i>et al.</i></span> Fixed Versus Variable Dosing of Prothrombin Complex Concentrate for Bleeding Complications of Vitamin K Antagonists—The PROPER3 Randomized Clinical Trial. <span class="s2"><i>Ann. Emerg. Med.</i></span> <span class="s2"><b>79</b></span>, 20–30 (2022).</p>
<p class="p4">11.<span class="Apple-tab-span"> </span>Geller, J. E., Strickland, P. O. &amp; Bucher, J. T. The use of the word “quiet” in the emergency department is not associated with patient volume: A randomized controlled trial. <span class="s2"><i>Am. J. Emerg. Med.</i></span> <span class="s2"><b>56</b></span>, 10–12 (2022).</p>
<p class="p4">12.<span class="Apple-tab-span"> </span>Brookfield, C. R., Phillips, P. P. J. &amp; Shorten, R. J. Q fever-the superstition of avoiding the word ‘quiet’ as a coping mechanism: randomised controlled non-inferiority trial. <span class="s2"><i>BMJ</i></span> <span class="s2"><b>367</b></span>, l6446 (2019).</p>
<p class="p4">13.<span class="Apple-tab-span"> </span>Dankiewicz, J. <span class="s2"><i>et al.</i></span> Hypothermia versus Normothermia after Out-of-Hospital Cardiac Arrest. <span class="s2"><i>N. Engl. J. Med.</i></span> <span class="s2"><b>384</b></span>, 2283–2294 (2021).</p>
<p class="p4">14.<span class="Apple-tab-span"> </span>Bernard, S. A. <span class="s2"><i>et al.</i></span> Treatment of Comatose Survivors of Out-of-Hospital Cardiac Arrest with Induced Hypothermia. <span class="s2"><i>N. Engl. J. Med.</i></span> <span class="s2"><b>346</b></span>, 557–563 (2002).</p>
<p class="p4">15.<span class="Apple-tab-span"> </span>Mild Therapeutic Hypothermia to Improve the Neurologic Outcome after Cardiac Arrest. <span class="s2"><i>N. Engl. J. Med.</i></span> <span class="s2"><b>346</b></span>, 549–556 (2002).</p>
<p class="p4">16.<span class="Apple-tab-span"> </span>Hansel, J., Rogers, A. M., Lewis, S. R., Cook, T. M. &amp; Smith, A. F. Videolaryngoscopy versus direct laryngoscopy for adults undergoing tracheal intubation. <span class="s2"><i>Cochrane Database Syst. Rev.</i></span> <span class="s2"><b>2022</b></span>, (2022).</p>
<p class="p4">17.<span class="Apple-tab-span"> </span>Lewis, S. R., Butler, A. R., Parker, J., Cook, T. M. &amp; Smith, A. F. Videolaryngoscopy versus direct laryngoscopy for adult patients requiring tracheal intubation. <span class="s2"><i>Cochrane Database Syst. Rev.</i></span> <span class="s2"><b>2016</b></span>, (2016).</p>
<p class="p4">18.<span class="Apple-tab-span"> </span>Schmidt, A. S. <span class="s2"><i>et al.</i></span> Anterior-Lateral Versus Anterior-Posterior Electrode Position for Cardioverting Atrial Fibrillation. <span class="s2"><i>Circulation</i></span> <span class="s2"><b>144</b></span>, 1995–2003 (2021).</p>
<p class="p4">19.<span class="Apple-tab-span"> </span>Jones, S. <span class="s2"><i>et al.</i></span> Association between delays to patient admission from the emergency department and all-cause 30-day mortality. <span class="s2"><i>Emerg. Med. J.</i></span> <span class="s2"><b>39</b></span>, 168–173 (2022).</p>
<p class="p4">20.<span class="Apple-tab-span"> </span>Elbers, P. W. G., de Grooth, H. J. &amp; Girbes, A. R. J. The effect of small versus large clog size on emergency response time: A randomized controlled trial. <span class="s2"><i>J. Crit. Care</i></span> <span class="s2"><b>60</b></span>, 116–119 (2020).</p></div>
			</div><div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_72  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><blockquote><p><em><strong><br />
Auteurs:<br />
Luuk Wansink, SEH-arts KNMG, Dijklander Ziekenhuis (namens de NVSHA Wetenschapscommissie)<br />
Maartje Melse, SEH-arts KNMG, Isala (namens team fanofEM)</strong></em></p>
<p>&nbsp;</div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div>
				
				
			</div>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://fanofem.nl/2022/06/02/top-em-literature-update-2021-2022/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Ileus: Neusmaagsonde een zonde?</title>
		<link>https://fanofem.nl/2022/04/06/ileus-neusmaagsonde-een-zonde/</link>
					<comments>https://fanofem.nl/2022/04/06/ileus-neusmaagsonde-een-zonde/#comments</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Leonie Geut]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 06 Apr 2022 09:04:28 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Journal Club]]></category>
		<category><![CDATA[PICO]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://fanofem.nl/?p=7122</guid>

					<description><![CDATA[]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<div class="et_pb_section et_pb_section_6 et_section_regular" >
				
				
				
				
				
				
				<div class="et_pb_row et_pb_row_60">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_62  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_73  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h3 class="p2"><span class="s1">Casus</span></h3>
<p class="p3">Op je SEH presenteert zich de 50 jaar oude patiënt Marcel met buikpijn. Zijn buik is boller, hij heeft al 5 dagen geen ontlasting gehad en is misselijk. Zijn voorgeschiedenis vermeldt een appendectomie en cholecystectomie. Je neemt deze patiënt op voor de chirurgie. De verpleegkundige vraagt of Marcel nog een neusmaagsonde moet krijgen voor hij naar afdeling gaat. Wat is je antwoord?<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<p class="p4">Als zorgverlener op de SEH zien we casuïstiek als deze vaak; een patiënt met ileus. Maar moeten al deze patiënten een neusmaagsonde krijgen? Heeft dit invloed op hun herstel, de kans op operatie of op complicaties? Wat zeggen de protocollen (internationaal, landelijk en lokaal) hierover en waarom? En wat antwoord je als de patiënt vraagt of het alsjeblieft ook zonder neusmaagsonde kan?</p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_61">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_63  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_74  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h2 class="p1"><span class="s1">Klinische vraag</span></h2>
<p class="p2">Hebben neusmaagsondes een rol in de behandeling van patiënten met ileus op de SEH?</p>
<p class="p4">P: Patiënten met ileus op de SEH</p>
<p class="p4">I: Neusmaagsonde</p>
<p class="p4">C: Geen neusmaagsonde</p>
<p class="p4">O: Operatieve behandeling onderliggende oorzaak ileus, complicaties ileus (met name aspiratie)</p>
<p class="p4">
<h2 class="p4"><span class="s2">Wat zeggen de richtlijnen?<br /></span></h2>
<p class="p4">Een internationale zoektocht levert geen resultaten in de Cochrane database op, maar The World Society of Emergency Surgery heeft wel een richtlijn, namelijk “Diagnosis and management of adhesive small bowel obstruction, 2017 update”. In deze richtlijn staat een flowchart voor de behandeling van patiënten met obstructieve ileus. Indien voor een conservatief beleid wordt gekozen staat beschreven dat een neusmaagsonde of lange sonde moet worden geplaatst voor decompressie.<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<p class="p4">Een zoekopdracht in de Nederlandse Richtlijnendatabase van de Federatie Medisch Specialisten geeft helaas geen resultaten. Interessant genoeg wordt op de website van De Nederlandse Vereniging voor Heelkunde (NVvH) voor richtlijnen verwezen naar juist die richtlijnendatabase. Ook op de website van de Nederlandse Vereniging van Maag-Darm-Leverartsen staat geen richtlijn over ileus. Het Acute Boekje geeft wel een zoekresultaat en ook in ons eigen ziekenhuis bestaat een ileusprotocol. In het Acute Boekje luidt het advies voor conservatieve behandeling bij ileus: niets per os, i.v. vochttoediening, maaghevel, controle van elektrolyten, vochtbalans, bijhouden van de diurese met CAD/urimeter, consult chirurg (met name bij verdenking obstructieve ileus). In ons eigen ziekenhuisprotocol staat dat in opdracht van de behandelend specialist een neusmaagsonde (NMS) geplaatst wordt bij misselijkheid.</p>
<blockquote>
<p class="p4"><em><strong>Duidelijke richtlijnen aangaande het al dan niet plaatsen van een NMS bestaan niet.</strong></em></p>
</blockquote>
<p class="p4"><span class="s2"><b></b></span></p>
<h2 class="p4"><span class="s2">Zoektocht in de wetenschappelijke literatuur<b><br /></b></span></h2>
<p class="p4">Interessanter is het natuurlijk om te kijken naar het beschikbare wetenschappelijk bewijs waarop richtlijnen en protocollen gebaseerd zijn. Een Pubmed search met de MESH termen “(nasogastric tube) AND (small bowel obstruction)” levert 134 full text resultaten tussen 1978-2022 op (zie afbeelding 1). Deze resultaten bevatten helaas geen enkele randomised controlled trial en ook geen systematic review die voldoet aan onze PICO vraag. Verdere screening van de resultaten op basis van de titel levert 17 reviews op die mogelijk antwoord kunnen geven op onze onderzoeksvraag. Na het lezen van de abstracts van deze stukken bleven 5 artikelen over. Het aanpassen van de MESH termen in “(nasogastric tube) AND (ileus)” leverde geen nieuwe resultaten op.<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<p class="p4">Onder de gevonden literatuur is onder meer een Best BET van Paradis uit 2014. Een Best BET <span class="s3">(Best Evidence Topic) </span>geeft een evidence-based antwoord <span class="s3">op een klinische vraag door middel een systematische literatuurreview</span>. In deze Best BET hebben de auteurs de vraag gesteld “is routine nasogastric decompression indicated in small bowel obstruction?” en gezocht van 1920 tot 2 december 2013. Hierbij is één artikel gevonden dat voldoet aan de gestelde onderzoeksvraag. Dit betrof een artikel dat wij reeds gevonden hadden in onze eigen Pubmed search. Ten behoeve van deze huidige CAT en deze post, hebben wij de zoekstrategie van deze Best BET herhaald, maar dan van 2 december 2013 tot 13 januari 2022. Dit leverde 70 resultaten op, waarvan op basis van titel en/of het abstract vier artikelen mogelijk voldeden aan de klinische vraag. Het bleek echter dat deze artikelen overeenkwamen met de reeds gevonden artikelen uit onze eigen zoekopdracht. Als laatste hebben we nog een korte ronde gedaan langs bekende FOAM websites zoals First10EM, EPmonthly en emergencymedicinecases, maar ook dit leverde geen nieuwe literatuur op omdat in blogs over neusmaagsondes gerefereerd wordt aan dezelfde onderzoeken als die wij al gevonden hadden.<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<p class="p4">Uiteindelijk hebben we 4 artikelen overgehouden die we hieronder bespreken: Fonseca <span class="s4"><i>et al.</i></span> (2013, USA; het artikel dat ook werd beschreven in de Best BET van Paradis), Berman <span class="s4"><i>et al.</i></span> (2017, USA), Shinohara <span class="s4"><i>et al.</i></span> (2021, Japan) en een clinical review van Long <span class="s4"><i>et al.</i></span> (2019, USA).</p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_62">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_64  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_image et_pb_image_21">
				
				
				
				
				<span class="et_pb_image_wrap "><img loading="lazy" decoding="async" width="476" height="683" src="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/04/zoekstrategie-pico.jpeg" alt="" title="zoekstrategie-pico" srcset="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/04/zoekstrategie-pico.jpeg 476w, https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/04/zoekstrategie-pico-209x300.jpeg 209w" sizes="(max-width: 476px) 100vw, 476px" class="wp-image-7127" /></span>
			</div><div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_75  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner">Afbeelding 1. Zoekstrategie PICO.</div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_63">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_65  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_76  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h2 class="p1"><span class="s1">Uitkomsten PICO</span></h2>
<p class="p2"><span class="s2"><b>Long <i>et al</i>. (2019) – clinical review<br /></b></span>In dit artikel wordt onderkend dat de bestaande literatuur over neusmaagsondes van slechte kwaliteit is. Wel volgt een advies ten aanzien van neusmaagsondeplaatsing: een NMS wordt geadviseerd bij patiënten met ernstige symptomen zoals continue bestaande misselijkheid en braken, ernstige maagdistentie of pijn, veranderd bewustzijn. Zij baseren zich op de data uit de studies van Fonseca <span class="s2"><i>et al.</i></span> en Berman <span class="s2"><i>et al.</i></span>, die we hieronder nader bekijken.<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<p class="p2"><span class="s2"><b>Fonseca <i>et al</i>. (2013), Berman <i>et al</i>. (2017), en Shinohara <i>et al. </i>(2021) – retrospectieve studies<br /><i>Belangrijkste bevindingen</i></b></span><br />Uit deze drie retrospectieve studies blijkt dat er geen verschil is in het aantal operatieve behandelingen voor de onderliggende oorzaak van de ileus tussen de groep met een obstructieve ileus die wel een NMS kreeg en de groep met een ileus die geen NMS kreeg. Berman <span class="s2"><i>et al. </i></span>en Shinohara <span class="s2"><i>et al. </i></span>vonden ook geen verschil in het aantal complicaties zoals pneumonie, mortaliteit, etc. Echter, Fonseca<span class="s2"><i> et al.</i></span> vonden wel een significant verschil in het aantal patiënten dat een pneumonie of respiratoir falen ontwikkelde, ten nadele van de groep met een maaghevel. Opvallend was dat in alle drie de studies de opnameduur in de groep van patiënten met een NMS langer was. Ook tonen Fonseca<span class="s2"><i> et al. </i></span>en<span class="s2"><i> </i></span>Shinohara <span class="s2"><i>et al</i></span>. een significant verschil in de tijd tot orale intake tussen de groep met en zonder een sonde, waarbij de NMS-groep er langer over deed tot orale intake.</p>
<blockquote>
<p class="p2"><em><strong>De 3 retrospectieve studies spreken elkaar tegen ten aanzien van complicaties bij neusmaagsondes.</strong></em></p>
</blockquote>
<p class="p2">Om antwoord te geven op de vraag of de hoeveelheid maaginhoud het gebruik van een neusmaagsonde indiceert werden door Fonseca <span class="s2"><i>et al.</i></span> de maaginhoud berekend op basis van CT beelden. Echter, dit volume kwam niet overeen met de hoeveelheid maaginhoud die daadwerkelijk afliep na drainage via de NMS. Factoren die waren geassocieerd met een groot volume bij drainage waren: misselijkheid, tachycardie, abdominale distentie, hypertympanie, vochtspiegels en/of uitgezette darmlissen op X-BOZ en vrij vocht op CT. Shinohara<span class="s2"><i> et al. </i></span>beschrijven dat in hun studie de patiënten met een neusmaagsonde een significant grotere maaginhoud hadden op de CT-beelden; mogelijk is op basis van deze grote maaginhoud dus eerder gekozen voor het plaatsen van een neusmaagsonde. Het wordt echter niet duidelijk of de CT-beelden van invloed waren op de beslissing tot plaatsing van een NMS, of dat dit laatste op basis van de kliniek gebeurde en dat daarna de CT vervaardigd werd. Interessant genoeg werd bij een subgroepanalyse onder 82 patiënten met een grote maaginhoud (&gt;300ml) geen verschil gevonden tussen patiënten met en zonder een NMS in aantal keer braken tijdens opname en de kans op operatief ingrijpen.<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<blockquote>
<p class="p2"><em><strong>Ook een volle maag lijkt geen verschil in braken tijdens opname tussen groepen met en zonder NMS.</strong></em></p>
</blockquote>
<p class="p2"><span class="s2"><b><i>Limitaties<br /></i></b></span>De belangrijkste limitatie van alle drie de studies is dat ze allen retrospectief zijn in opzet, en er dus een selectiebias heeft kunnen optreden ten aanzien van wie er wel en wie er geen NMS kreeg. Op basis van deze waarschijnlijke selectiebias is het heel goed mogelijk dat er een inherent verschil is tussen de groepen met en zonder NMS. Bijvoorbeeld, het is goed voorstelbaar dat patiënten in de groep met een NMS mogelijk zieker waren of meer symptomen hadden, waardoor er sneller werd besloten tot NMS plaatsing. Berman <span class="s2"><i>et al.</i></span> beschrijven inderdaad ook significante verschillen in patiëntkarakteristieken tussen de groepen, namelijk dat in de NMS groep de leeftijd hoger was en meer patiënten een maligniteit hadden. Shinohara <span class="s2"><i>et al.</i></span> melden dat de patiënten met een NMS een significant grotere maaginhoud hadden op CT; hier lijkt dus ook sprake van selectiebias. Daarnaast is er in alle studies beeldvorming gedaan; iets wat we in Nederland lang niet bij iedere patiënt met een ileus doen, en zeker niet altijd al op de SEH. Ook zijn alle drie de studies klein qua patiëntenaantallen: geen enkele studie is groter dan 300 patiënten.<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<blockquote>
<p class="p2"><strong><em>Het risico op selectiebias in deze studies is groot.</em></strong></p>
</blockquote>
<p class="p2">We kunnen dus stellen dat de kwaliteit van de studies die we als zoekresultaten hebben verkregen voor het beantwoorden van onze klinische vraag heel matig is, en dat vanwege de kleine patiëntenaantallen en de waarschijnlijke selectiebias de resultaten van de PICO voorzichtig moeten worden geïnterpreteerd. In de onderstaande tabellen is meer gedetailleerde informatie weergegeven over de methodes en resultaten van de drie retrospectieve onderzoeken.</p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_64">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_66  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_77  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p><em>Klik op de afbeelding om te vergroten:</em></p></div>
			</div><div class="et_pb_module et_pb_image et_pb_image_22">
				
				
				
				
				<a href="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/04/Screenshot-2022-04-06-at-10.56.38.png" class="et_pb_lightbox_image" title=""><span class="et_pb_image_wrap "><img loading="lazy" decoding="async" width="1055" height="465" src="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/04/Screenshot-2022-04-06-at-10.56.38.png" alt="" title="Screenshot 2022-04-06 at 10.56.38" srcset="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/04/Screenshot-2022-04-06-at-10.56.38.png 1055w, https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/04/Screenshot-2022-04-06-at-10.56.38-980x432.png 980w, https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/04/Screenshot-2022-04-06-at-10.56.38-480x212.png 480w" sizes="(min-width: 0px) and (max-width: 480px) 480px, (min-width: 481px) and (max-width: 980px) 980px, (min-width: 981px) 1055px, 100vw" class="wp-image-7129" /></span></a>
			</div><div class="et_pb_module et_pb_image et_pb_image_23">
				
				
				
				
				<a href="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/04/Screenshot-2022-04-06-at-10.57.02.png" class="et_pb_lightbox_image" title=""><span class="et_pb_image_wrap "><img loading="lazy" decoding="async" width="1058" height="485" src="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/04/Screenshot-2022-04-06-at-10.57.02.png" alt="" title="Screenshot 2022-04-06 at 10.57.02" srcset="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/04/Screenshot-2022-04-06-at-10.57.02.png 1058w, https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/04/Screenshot-2022-04-06-at-10.57.02-980x449.png 980w, https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/04/Screenshot-2022-04-06-at-10.57.02-480x220.png 480w" sizes="(min-width: 0px) and (max-width: 480px) 480px, (min-width: 481px) and (max-width: 980px) 980px, (min-width: 981px) 1058px, 100vw" class="wp-image-7128" /></span></a>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_65">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_67  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_78  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h2 class="p1"><span class="s1">Pijn door neusmaagsonde<b><br /></b></span></h2>
<p class="p1">Er zijn verschillende onderzoeken gedaan naar het effect van onder andere preventief lidocaïne en metoclopramide om de pijn ten tijde van het plaatsen van een maaghevel te verminderen, onder andere door Cullen <span class="s2"><i>et al</i></span>. en Singer <span class="s2"><i>et al</i></span>. Ook staan adviezen ter reductie van discomfort bij NMS plaatsing in de Landelijke multidisciplinaire richtlijn Neus-maagsonde (richtlijn over praktische aspecten van plaatsing). Het is een onderwerp waar een aparte CAT over kan worden geschreven, en dat zullen wij hier nu niet doen. Wel is het goed te weten dat plaatsing van een NMS als één van de meest pijnlijke en oncomfortabele procedures op de SEH wordt gescoord!</p>
<h2 class="p1"><span class="s1">Bottomline<b><br /></b></span></h2>
<p class="p1">Er is geen goed bewijs voor het standaard plaatsen van neusmaagsondes bij een obstructieve ileus teneinde het aantal operaties of complicaties van de ileus (bijvoorbeeld aspiratie) te verminderen. Echter, er is ook onvoldoende bewijs dat er <span class="s2"><i>geen</i></span> plaats is voor neusmaagsondes in de behandeling van obstructieve ileus. Hiervoor zijn prospectieve onderzoeken nodig, en bij voorkeur randomised controlled trials.</p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_66">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_68  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_79  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h3 class="p1"><span class="s1">Terug naar de casus<b><br /></b></span></h3>
<p class="p1">Naar Marcel, dus. Zou je bij hem op basis van wat je nu weet wel of niet een NMS plaatsen?<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<p class="p1">Gezien het gebrek aan bewijs, het risico op complicaties bij plaatsing en de ervaren pijn bij het plaatsen van neusmaagsondes, dienen de voor- en nadelen van plaatsing bij iedere patiënt te worden afgewogen. Indien gastrografinetoediening wordt overwogen als behandeling, kan het handig zijn om een neusmaagsonde te plaatsen voor de toediening daarvan. Ook bij patiënten die erg misselijk zijn of veel braken is het plaatsen van een NMS te overwegen. Daarom zou ik met Marcel de voor- en nadelen bespreken en samen tot een besluit proberen te komen.</p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_67">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_69  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_80  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h2 class="p1"><span class="s1">Referenties</span></h2>
<ul class="ul1">
<li class="li2"><span class="s2"><a href="https://www.hetacuteboekje.nl/hoofdstuk/mdl/ileus.html"><span class="s3">Ileus &#8211; Het Acute Boekje</span></a></span><span class="s1"> (www.hetacuteboekje.nl/hoofdstuk/mdl/ileus.html)</span></li>
<li class="li3"><span class="s4"><b></b></span>Long B, Robertson J, Koyfman A. Emergency medicine evaluation and management of small bowel obstruction: evidence-based recommendations.J Emerg Med. 2019 Feb;56(2):166-76. PMID: <a href="https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/30527563/"><span class="s5">30527563</span></a></li>
<li class="li3">Fonseca AL, Schuster KM, Maung AA, Kaplan LJ, Davis KA. Routine nasogastric decompression in small bowel obstruction: is it really necessary? Am Surg. 2013 Apr;79(4):422-8. PMID:<span class="s6"> <a href="https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/23574854/"><span class="s7">23574854</span></a></span></li>
<li class="li3">Paradis M. Towards evidence-based emergency medicine: Best BETs from the Manchester Royal Infirmary. BET 1: Is routine nasogastric decompression indicated in small bowel occlusion? Emerg Med J. 2014 Mar;31(3):248-9. doi: 10.1136/emermed-2014-203617.1. PMID:<span class="s6"> <a href="https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/24532357/"><span class="s7">24532357</span></a></span></li>
<li class="li3">Berman DJ, Ijaz H, Alkhunaizi M, Kulie PE, Vaziri K, Richards LM, Meltzer AC. Nasogastric decompression not associated with a reduction in surgery or bowel ischemia for acute small bowel obstruction. Am J Emerg Med. 2017 Dec;35(12):1919-1921. doi: 10.1016/j.ajem.2017.08.029. Epub 2017 Aug 15. PMID:<span class="s6"> <a href="https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/28912083/"><span class="s7">28912083</span></a></span></li>
<li class="li3">Cullen L, Taylor D, Taylor S, Chu K. Nebulized lidocaine decreases the discomfort of nasogastric tube insertion: a randomized, double-blind trial. Ann Emerg Med. 2004 Aug;44(2):131-7. doi: 10.1016/j.annemergmed.2004.03.033. PMID: <a href="https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/15278085/"><span class="s8">15278085</span></a></li>
<li class="li3">Singer AJ, Konia N. Comparison of topical anesthetics and vasoconstrictors vs lubricants prior to nasogastric intubation: a randomized, controlled trial. Acad Emerg Med. 1999 Mar;6(3):184-90. doi: 10.1111/j.1553-2712.1999.tb00153.x. PMID:<span class="s6"> <a href="https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/10192668/"><span class="s7">10192668</span></a></span></li>
<li class="li3">Morrison RS, Ahronheim JC, Morrison GR, Darling E, Baskin SA, Morris J, Choi C, Meier DE. Pain and discomfort associated with common hospital procedures and experiences. J Pain Symptom Manage. 1998 Feb;15(2):91-101. PMID:<span class="s6"> <a href="https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/9494307/"><span class="s7">9494307</span></a></span></li>
<li class="li4"><span class="s2">Landelijke multidisciplinaire richtlijn Neus-maagsonde <a href="https://www.mdl.nl/sites/www.mdl.nl/files/richlijnen/Herziene%2520RL%2520Neusmaagsonde%2520VenVN%25202017-DEF.pdf" class="broken_link"><span class="s9">https://www.mdl.nl/sites/www.mdl.nl/files/richlijnen/Herziene%20RL%20Neusmaagsonde%20VenVN%202017-DEF.pdf</span></a></span></li>
</ul>
<h3 class="p5">Andere FOAM websites:</h3>
<ul class="ul1">
<li class="li2"><span class="s2"><a href="https://first10em.com/ng-tubes-for-small-bowel-obstruction-more-pain-than-evidence/"><span class="s9">NG tubes for small bowel obstruction: More pain than evidence &#8211; First10EM</span></a></span></li>
<li class="li2"><span class="s2"><a href="https://emergencymedicinecases.com/em-quick-hits-august-2021/"><span class="s9">NG Tubes in SBO, Hyperacute T-Waves, Malignant Otitis Externa, CCTA in NSTEMI, CCTA in Low-risk Chest Pain, Syncope | EM Quick Hits | EM Cases (emergencymedicinecases.com)</span></a></span></li>
<li class="li4"><span class="s2"><a href="http://epmonthly.com/article/i-hereby-declare-the-end-of-the-reflexive-ng-tube/"><span class="s9">http://epmonthly.com/article/i-hereby-declare-the-end-of-the-reflexive-ng-tube/</span></a><span class="Apple-converted-space"> </span></span></li>
</ul></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_68">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_70  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_81  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><blockquote>
<p>&nbsp;</p>
<p><em>Auteur: Svenja Haak, AIOS SEH Isala</em><br /><em>Reviewer: Maartje Melse, SEH arts KNMG Isala</em></p>
<p>&nbsp;</p>
</blockquote></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div>
				
				
			</div>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://fanofem.nl/2022/04/06/ileus-neusmaagsonde-een-zonde/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>1</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Leptospirose infectie</title>
		<link>https://fanofem.nl/2022/03/14/leptospirose-infectie/</link>
					<comments>https://fanofem.nl/2022/03/14/leptospirose-infectie/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Leonie Geut]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 14 Mar 2022 14:27:43 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Interne Geneeskunde]]></category>
		<category><![CDATA[More]]></category>
		<category><![CDATA[CRP]]></category>
		<category><![CDATA[infectie]]></category>
		<category><![CDATA[koorts]]></category>
		<category><![CDATA[kreatinine]]></category>
		<category><![CDATA[leptospirose]]></category>
		<category><![CDATA[leverfalen]]></category>
		<category><![CDATA[mud race]]></category>
		<category><![CDATA[Nietinsufficientie]]></category>
		<category><![CDATA[ontsteking]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://fanofem.nl/?p=7085</guid>

					<description><![CDATA[]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<div class="et_pb_section et_pb_section_7 et_section_regular" >
				
				
				
				
				
				
				<div class="et_pb_row et_pb_row_69">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_71  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_82  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h2>Samenvatting</h2>
<p>Leptospirose is de verzamelnaam voor bacteriële infecties die veroorzaakt worden door leptospiren. Er zijn vele serotypes van leptospiren bekend die van asymptomatische infecties tot ernstige manifestaties kunnen leiden zoals de ziekte van Weil.</p>
<p>Deze blogpost beschrijft het klinische beloop van 3 patiënten, allen gezien op de Spoedeisende Hulp met koorts, gastro-intestinale en tendomyogene klachten. Alle patiënten waren in aanraking gekomen met bodemwater. Bij aanvullend onderzoek werd bij allen nefrogene betrokkenheid geconstateerd, evenals verhoogde infectiewaarden. De klachten bleken te worden veroorzaakt door leptospirose. Twee van de drie patiënten moesten worden opgenomen op de Intensive Care en worden behandeld met antibiotica.</p>
<p>Bij patiënten met klachten hoge koorts, gastro-intestinale verschijnselen, tendomyogene klachten en hoofdpijn moet gevraagd worden of zij in aanraking zijn gekomen met (besmet) bodemwater of ratten/muizen. Dan moet er namelijk gedacht worden aan leptospirose. Vroegtijdige herkenning, antibiotische- en ondersteunende behandeling kan een ernstig beloop en hoge mortaliteit voorkomen.</p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_70">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_72  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_83  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p>In deze klinische les beschrijven wij het verhaal van drie patiënten met leptospirose. Gezien de non-specifieke klinische symptomen wordt deze diagnose vaak gemist. Door tijdige herkenning en behandeling kan een ernstig beloop met fatale afloop voorkomen worden.(1)</p>
<h2>Casuïstiek</h2>
<p><span style="text-decoration: underline;">Patiënt A</span>, een 22-jarige hovenier met een blanco voorgeschiedenis, werd naar ons verwezen in verband met buikpijn verdacht voor appendicitis. Sinds vier dagen had hij hoge koorts tot 39.0°C met daarbij sinds drie dagen pijn in de benen, het hoofd, rechtsonder- en boven in de buik met hierbij meerdere keren per dag waterdunne diarree. Eén dag voor het bezoek aan de Spoedeisende Hulp (SEH) was zijn huisarts gestart met amoxicilline/clavulaanzuur 500 + 125 mg driemaal daags vanwege de verdenking op een urineweginfectie.</p>
<p>Op de SEH zagen we een matig zieke patiënt met een rustige ademfrequentie en goede zuurstofsaturatie. De bloeddruk was 98/68mmHg en de hartfrequentie van 93/minuut. Bij lichamelijk onderzoek van hart en longen werden geen afwijkingen geconstateerd. De lichaamstemperatuur was 36.5°C. Bij onderzoek van het abdomen werd een spaarzame peristaltiek gehoord en had hij drukpijn rechtsboven en -onder in de buik, zonder loslaatpijn of défense musculaire.</p>
<p>In het bloedonderzoek werd een forse nierinsufficiëntie en lichte leverproefstoornissen gezien met een verhoogd C-reactief proteïne (CRP) (zie tabel 1). Er werd differentiaal diagnostisch gedacht aan een nierinsufficiëntie door een urineweginfectie, door nefritis/vasculitis/glomerulonefritis, thrombotische microangiopathie of hemorragische colitis. De combinatie van zijn klachten gecombineerd met zijn beroep als hovenier deed ons tevens denken aan leptospirose, waarnaar specifieke diagnostiek werd ingezet. Patiënt werd gezien het totale plaatje (krappe controles, hoog CRP, ernstige nierinsufficiëntie) en nog geen duidelijke diagnose opgenomen op de Intensive Care (IC) en verbeterde klinisch snel met infusietherapie en intraveneus ceftriaxon 2000mg eenmaal daags. Immunoglobuline M (IgM) tegen leptospirose was niet aantoonbaar, maar de Polymerase Chain Reaction (PCR) voor leptospirose was positief. Na enkele dagen herstelde de nierfunctie en kon patiënt worden ontslagen met doxycycline 100mg tweemaal daags per os. Bij vervolgserologie bleek het te gaan om leptospira Grippotyphosa.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><span style="text-decoration: underline;">Patiënt B</span>, een 66-jarige akkerbouwer met een blanco voorgeschiedenis, kwam op de SEH vanwege koorts, misselijkheid, braken en spierpijn in zijn benen sinds drie dagen. Hij had thuis koorts gemeten tot 39.8°C, en ervoer geen andere klachten. Op de SEH zagen we een matig zieke patiënt met een rustige ademfrequentie normale zuurstofsaturatie, een bloeddruk van 112/75mmHg en een pols van 100/min. De temperatuur was 36.1°C. Bij auscultatie van hart en longen werden geen bijzonderheden gehoord. Het abdomen was bij onderzoek diffuus drukpijnlijk, maar wel soepel. De bloeduitslagen toonden een ernstige nierinsufficiëntie, trombocytopenie, CRP van 389 en een hoog Creatine-Kinase (CK) (zie tabel 1). Er leek geen evident infectiefocus in de longen, urinewegen of het abdomen.</p>
<p>Differentiaal diagnostisch werd gedacht aan een pre-renale oorzaak van de nierinsufficiëntie door dehydratie en een renale oorzaak (ibuprofen gebruik, vasculitis, glomerulonefritis, nefritis, auto-immuun). Daarnaast, gezien de combinatie van het beroep van patiënt, zijn klachten en laboratoriumafwijkingen, werd gedacht aan de ziekte van Weil. Patiënt werd opgenomen met ruime infusietherapie en er werd gestart met ceftriaxon 2000mg eenmaal daags intraveneus in verband met de verdenking op de ziekte van Weil.</p>
<p>In de nacht verslechterde de patiënt klinisch en werd hij in verband met het beeld van een astma renale (hypotensie, anurie en overvulling) op de IC opgenomen. Een echo van de nieren toonde geen afwijkingen aan de nieren. Differentiaal diagnostisch werd er gedacht aan sepsis zonder duidelijk focus, danwel op basis van leptospirose met Multi Orgaan Falen (MOF) of Trombotische Trombocytopenische Purpura. De antibiotica werd uitgebreid met ciprofloxacine tweemaal daags 400mg en metronidazol driemaal daags 500mg. Op de IC ontwikkelde hij leverenzymafwijkingen met hyperbilirubinemie (max 375 umol/l, normaalwaarde &lt;17 umol/l) zonder leverfunctieafwijkingen. IgM tegen leptospirose was niet aantoonbaar, echter de leptospirose PCR was positief.</p>
<p>Na zes dagen stabiliseerde hij klinisch, de infectieparameters daalden en de trombocytopenie herstelde zich. Patiënt ontving op de IC Continue VenoVeneuze Hemofiltratie (CVVH), waarna de eigen diurese weer op gang kwam. Na tweemaal een proefstop van de CVVH herstelde de kreatinine klaring zich niet, waarop patiënt werd overgeplaatst naar een groter centrum voor intermitterende hemodialyse. Uiteindelijk bleek dit niet nodig, echter bleef er wel sprake van een chronische nierinsufficiëntie.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p><span style="text-decoration: underline;">Patiënt C</span>, een 34-jarige patiënt met blanco voorgeschiedenis, kwam op de SEH vanwege buikpijn, gewrichtspijn en koorts sinds twee dagen. Bij lichamelijk onderzoek werd een niet zieke man gezien met een rustige ademfrequentie en een saturatie van 98% bij kamerlucht. Hij had een bloeddruk van 156/92mmHg met een hartfrequentie van 108/minuut en een temperatuur van 39.3°C. Bij onderzoek van hart en longen werden geen afwijkingen gevonden. De buik bleek diffuus drukpijnlijk, zonder loslaatpijn of défense musculaire. In het bloedonderzoek werden verhoogde ontstekingswaarden gezien en in de urine een microscopische hematurie. Een echo abdomen liet geen verklarende pathologie zien. Er werd gedacht aan een virale oorzaak voor de buikpijn, waarop een feceskweek is ingezet en patiënt werd ontslagen.</p>
<p>Drie dagen later nam de huisarts contact op met de internist vanwege waterdunne diarree bij deze patiënt. In het herhaalde bloedonderzoek was er sprake van een trombocytopenie, leverenzymafwijkingen en nierfunctiestoornissen (zie tabel 1). Verder noemde de huisarts dat de patiënt 2 weken geleden met een mud run heeft meegedaan. Vanwege de combinatie van klachten, de laboratoriumafwijkingen in combinatie met een mud run werd er gedacht aan leptospirose. De diagnostiek naar leptospirose werd ingezet en er werd gestart met doxycycline 100mg tweemaal daags per os.</p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_71">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_73  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_image et_pb_image_24">
				
				
				
				
				<span class="et_pb_image_wrap "><img loading="lazy" decoding="async" width="1597" height="1062" src="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/03/Leptospirose-foto2.png" alt="" title="Leptospirose-foto2" srcset="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/03/Leptospirose-foto2.png 1597w, https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/03/Leptospirose-foto2-1280x851.png 1280w, https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/03/Leptospirose-foto2-980x652.png 980w, https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/03/Leptospirose-foto2-480x319.png 480w" sizes="(min-width: 0px) and (max-width: 480px) 480px, (min-width: 481px) and (max-width: 980px) 980px, (min-width: 981px) and (max-width: 1280px) 1280px, (min-width: 1281px) 1597px, 100vw" class="wp-image-7089" /></span>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_72">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_74  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_84  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p>De volgende dag was de IgM positief voor leptospirose. ’s Avonds kwam hij opnieuw op de SEH vanwege toename van hoofdpijnklachten en rode ogen beiderzijds, er was geen sprake meer van diarree. Er werd opnieuw een niet-ziekte patiënt gezien, nu zonder afwijkingen bij het algemeen lichamelijk onderzoek. In beide ogen was een rode vaattekening van de sclerae zichtbaar, passend bij conjunctivale vaatinjectie bij leptospirose. In het bloedonderzoek verbeterden de ontstekingsparameters en de nierfunctie, wel waren de leverenzymen licht gestegen.</p>
<p>Patiënt werd ontslagen en de doxycycline werd gecontinueerd. Na twee dagen volgde een telefonische afspraak waarbij patiënt aangaf zich beter te voelen. Er werd geen vervolgafspraak gemaakt, wel werd het advies gegeven om een week later nog eens bloed te laten prikken via de huisarts om biochemisch herstel te bevestigen.</p></div>
			</div><div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_85  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p class="p1"><b>Tabel 1:</b></p>
<p class="p2"><b></b></p>
<table cellspacing="0" cellpadding="0" class="t1">
<tbody>
<tr>
<td valign="top" class="td1">
<p class="p3"><b>Laboratoriumbepaling (referentiewaarden)</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td2">
<p class="p3"><b>Patiënt A</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td2">
<p class="p3"><b>Patiënt B</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td2">
<p class="p3"><b>Patiënt C</b></p>
<p class="p3">1<span class="s1"><sup>e</sup></span> bezoek</p>
</td>
<td valign="top" class="td3">
<p class="p3"><b>Patiënt C</b></p>
<p class="p3">2<span class="s1"><sup>e</sup></span> bezoek</p>
</td>
<td valign="top" class="td4">
<p class="p3"><b>Patiënt C</b></p>
<p class="p3">3<span class="s1"><sup>e</sup></span> bezoek</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" class="td5">
<p class="p3">Natrium (135-145 mmol/l)</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p4"><b>133</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p3">135</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p3">136</p>
</td>
<td valign="top" class="td7">
<p class="p3">136</p>
</td>
<td valign="top" class="td8">
<p class="p4"><b>132</b></p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" class="td5">
<p class="p3">Kalium (3,5-5,0 mmol/l)</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p4"><b>3,3</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p3">3,8</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p3">3,9</p>
</td>
<td valign="top" class="td7">
<p class="p4"><b>3,4</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td8">
<p class="p4"><b>3,3</b></p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" class="td5">
<p class="p3">Ureum (2,8-7,5 mmol/l)</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p4"><b>19,4</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p4"><b>23,2</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p3">4,4</p>
</td>
<td valign="top" class="td7">
<p class="p5">
</td>
<td valign="top" class="td8">
<p class="p4"><b>8,5</b></p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" class="td9">
<p class="p3">Kreatinine (50-110 umol/l)</p>
</td>
<td valign="top" class="td10">
<p class="p4"><b>423</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td10">
<p class="p4"><b>322</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td10">
<p class="p3">99</p>
</td>
<td valign="top" class="td11">
<p class="p4"><b>189</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td12">
<p class="p3">133</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" class="td5">
<p class="p3">eGFR (sw&gt;60)</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p4"><b>16</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p4"><b>16</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p3">86</p>
</td>
<td valign="top" class="td7">
<p class="p4"><b>39</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td8">
<p class="p3">60</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" class="td5">
<p class="p3">Calcium (2,2-2,6 mmol/l)</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p5">
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p3">2,22</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p5">
</td>
<td valign="top" class="td7">
<p class="p5">
</td>
<td valign="top" class="td8">
<p class="p5">
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" class="td5">
<p class="p3">Albumine (35-50 g/l)</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p5">
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p4"><b>27</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p5">
</td>
<td valign="top" class="td7">
<p class="p5">
</td>
<td valign="top" class="td8">
<p class="p5">
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" class="td5">
<p class="p3">Bilirubine totaal (&lt;17 umol/l)</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p3">10</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p4"><b>70</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p4"><b>17</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td7">
<p class="p3">13</p>
</td>
<td valign="top" class="td8">
<p class="p3">16</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" class="td5">
<p class="p3">Bilirubine geconj &lt;5 umol/l)</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p4"><b>7</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p4"><b>71</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p4"><b>7</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td7">
<p class="p5">
</td>
<td valign="top" class="td8">
<p class="p4"><b>9</b></p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" class="td5">
<p class="p3">AF (&lt;120 U/l)</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p4"><b>121</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p3">81</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p3">94</p>
</td>
<td valign="top" class="td7">
<p class="p3">92</p>
</td>
<td valign="top" class="td8">
<p class="p4"><b>126</b></p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" class="td5">
<p class="p3">Gamma-GT (&lt;55 U/l)</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p4"><b>161</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p3">48</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p4"><b>118</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td7">
<p class="p4"><b>164</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td8">
<p class="p4"><b>288</b></p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" class="td5">
<p class="p3">ASAT (&lt;35 U/l)</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p4"><b>51</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p4"><b>158</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p4"><b>39</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td7">
<p class="p4"><b>72</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td8">
<p class="p4"><b>87</b></p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" class="td5">
<p class="p3">ALAT (&lt;45 U/l)</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p4"><b>78</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p4"><b>52</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p4"><b>48</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td7">
<p class="p4"><b>60</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td8">
<p class="p4"><b>73</b></p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" class="td5">
<p class="p3">LD (&lt;250 U/l)</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p4"><b>295</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p3">172</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p3">190</p>
</td>
<td valign="top" class="td7">
<p class="p5">
</td>
<td valign="top" class="td8">
<p class="p3">242</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" class="td5">
<p class="p3">Amylase (13-53 U/l)</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p3">22</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p4"><b>56</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p3">14</p>
</td>
<td valign="top" class="td7">
<p class="p5">
</td>
<td valign="top" class="td8">
<p class="p3">35</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" class="td5">
<p class="p3">CK (&lt;171 U/l)</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p3">57</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p4"><b>2858</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p4"><b>218</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td7">
<p class="p5">
</td>
<td valign="top" class="td8">
<p class="p5">
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" class="td5">
<p class="p3">CRP (&lt;5 mg/l)</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p4"><b>452</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p4"><b>389</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p4"><b>125</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td7">
<p class="p4"><b>218</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td8">
<p class="p4"><b>120</b></p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" class="td5">
<p class="p3">Glucose (4,0-7,8 mmol/l)</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p3">5,8</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p4"><b>8,4</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p3">6,1</p>
</td>
<td valign="top" class="td7">
<p class="p5">
</td>
<td valign="top" class="td8">
<p class="p3">6,6</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" class="td5">
<p class="p3">Hemoglobine (8,5-11,0 mmol/l)</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p3">8,9</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p3">8,9</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p3">9,5</p>
</td>
<td valign="top" class="td7">
<p class="p3">9,3</p>
</td>
<td valign="top" class="td8">
<p class="p3">9,1</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" class="td5">
<p class="p3">Erytrocyten (4,5-5,8x10E12/l)</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p3">5,0</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p3">4,8</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p3">5,4</p>
</td>
<td valign="top" class="td7">
<p class="p3">5,4</p>
</td>
<td valign="top" class="td8">
<p class="p3">5,2</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" class="td5">
<p class="p3">Hematocriet (0,40-0,50 l/l)</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p4"><b>0,39</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p3">0,40</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p3">0,45</p>
</td>
<td valign="top" class="td7">
<p class="p3">0,43</p>
</td>
<td valign="top" class="td8">
<p class="p3">0,41</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" class="td9">
<p class="p3">MCV (80-100 fl/ery)</p>
</td>
<td valign="top" class="td10">
<p class="p4"><b>79,4</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td10">
<p class="p3">83,3</p>
</td>
<td valign="top" class="td10">
<p class="p3">82,3</p>
</td>
<td valign="top" class="td11">
<p class="p4"><b>79,9</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td12">
<p class="p4"><b>78,5</b></p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" class="td5">
<p class="p3">RDW<span class="Apple-converted-space">  </span>(12-15%)</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p3">13,4</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p3">13,7</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p3">12,4</p>
</td>
<td valign="top" class="td7">
<p class="p3">12,2</p>
</td>
<td valign="top" class="td8">
<p class="p3">12,1</p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" class="td5">
<p class="p3">Trombocyten (150-400x10E9/l)</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p3">182</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p4"><b>36</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p3">166</p>
</td>
<td valign="top" class="td7">
<p class="p4"><b>104</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td8">
<p class="p4"><b>117</b></p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" class="td5">
<p class="p3">Leukocyten (4,0-10,0x10E9/l)</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p3">7,7</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p3">7,5</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p4"><b>12,9</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td7">
<p class="p4"><b>13,8</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td8">
<p class="p4"><b>13,4</b></p>
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" class="td5">
<p class="p5">
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p5">
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p5">
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p5">
</td>
<td valign="top" class="td7">
<p class="p5">
</td>
<td valign="top" class="td8">
<p class="p5">
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" class="td5">
<p class="p3">Bloedgas</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p5">
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p5">
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p5">
</td>
<td valign="top" class="td7">
<p class="p5">
</td>
<td valign="top" class="td8">
<p class="p5">
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" class="td5">
<p class="p3">pH (7,35-7,45)</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p3">7,44</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p4"><b>7,46</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p5">
</td>
<td valign="top" class="td7">
<p class="p5">
</td>
<td valign="top" class="td8">
<p class="p5">
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" class="td5">
<p class="p3">pCO2 (4,7-6,4 kPa)</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p4"><b>3,2</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p4"><b>4,2</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p5">
</td>
<td valign="top" class="td7">
<p class="p5">
</td>
<td valign="top" class="td8">
<p class="p5">
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" class="td5">
<p class="p3">pO2 (11,0-14,4 kPa)</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p4"><b>15,8</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p4"><b>10,9</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p5">
</td>
<td valign="top" class="td7">
<p class="p5">
</td>
<td valign="top" class="td8">
<p class="p5">
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" class="td5">
<p class="p3">Bicarbonaat (21-28 mmol/l)</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p4"><b>16,3</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p3">22,8</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p5">
</td>
<td valign="top" class="td7">
<p class="p5">
</td>
<td valign="top" class="td8">
<p class="p5">
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" class="td5">
<p class="p3">Base excess (-2-3 mmol/l)</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p4"><b>-6,2</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p3">-0,3</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p5">
</td>
<td valign="top" class="td7">
<p class="p5">
</td>
<td valign="top" class="td8">
<p class="p5">
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" class="td5">
<p class="p3">Zuurstof saturatie (95-98%)</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p3">99</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p3">96</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p5">
</td>
<td valign="top" class="td7">
<p class="p5">
</td>
<td valign="top" class="td8">
<p class="p5">
</td>
</tr>
<tr>
<td valign="top" class="td5">
<p class="p3">Lactaat (&lt;1,3 mmol/l)</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p3">0,9</p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p4"><b>1,9</b></p>
</td>
<td valign="top" class="td6">
<p class="p5">
</td>
<td valign="top" class="td7">
<p class="p5">
</td>
<td valign="top" class="td8">
<p class="p2"><b></b></p>
</td>
</tr>
</tbody>
</table>
<p class="p1"><i>Tabel 1: laboratoriumuitslagen van de 3 patiënten bij presentatie op de Spoedeisende Hulp (SEH). Afwijkende waarden zijn rood.</i></p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_73">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_75  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_86  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h3 class="p1">Ratten en muizen</h3>
<p class="p2">Leptospirose is de verzamelnaam voor bacteriële infecties die veroorzaakt worden door leptospiren. Er zijn vele serotypes van leptospiren bekend die van asymptomatische infecties tot ernstige manifestaties zoals de ziekte van Weil kunnen leiden.(2) Er zijn twee serogroepen die meestal de oorzaak zijn van een ernstige infectie, dit zijn Icterohaemorrhagiae (serovars Icterohaemorrhagiae en Copenhageni) met ratten als reservoir en Grippotyphosa (serovar Grippotyphosa) met muizen als reservoir.(2) Transmissie van deze zoönose vindt direct (door contact met geïnfecteerde ratten/muizen) of indirect (door contact met urine van geïnfecteerde ratten/muizen) plaats.(1)<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<p class="p3">
<h3 class="p4">Besmetting</h3>
<p class="p2">De pathogenen treden het lichaam binnen door huiddefecten of via slijmvliezen.(1,3) Hierna volgt hematogene disseminatie.(3) De leptospiren vermenigvuldigen en verspreiden zich in bloed en weefsels.(1) Er wordt gedacht dat leptospiren ziekte veroorzaken doordat er een systematische vasculitis ontstaat.(1) De incubatietijd van blootstelling aan de leptospiren en de symptomen is gemiddeld 7-12 dagen, er zijn casus van 3 dagen tot een maand beschreven.(3) Mensen met aan beroepsmatige blootstelling (dierenarts, veehouders, rioolwerkers, landbouwers), zoals patiënt A en B, of recreatieve blootstelling (tuinwerkzaamheden, watersporten) zoals patiënt C, hebben een verhoogd risico op besmetting.(4)</p>
<p class="p5">
<p class="p6">Sinds 2014 wordt er een toename gezien van het aantal infecties met leptospiren. Een mogelijke verklaring hiervoor is een milde winter met een warme zomer waardoor leptospiren gemakkelijker kunnen overleven. Warm weer kan ook gerelateerd zijn aan meer recreatie/watersport en dus meer blootstelling via deze route.<span class="s1">(2) </span>Een reden dat we dit ziektebeeld veel hebben gezien kan te maken hebben met de muizenplaag in Friesland in de zomer van<span class="s1"> 2019.(5)<b> <span class="Apple-converted-space">   </span></b></span></p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_74">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_76  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_image et_pb_image_25">
				
				
				
				
				<span class="et_pb_image_wrap "><img loading="lazy" decoding="async" width="1601" height="989" src="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/03/ratten.png" alt="" title="ratten" srcset="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/03/ratten.png 1601w, https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/03/ratten-1280x791.png 1280w, https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/03/ratten-980x605.png 980w, https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/03/ratten-480x297.png 480w" sizes="(min-width: 0px) and (max-width: 480px) 480px, (min-width: 481px) and (max-width: 980px) 980px, (min-width: 981px) and (max-width: 1280px) 1280px, (min-width: 1281px) 1601px, 100vw" class="wp-image-7091" /></span>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_75">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_77  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_87  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h3>Klinisch beeld</h3>
<p>Leptospirose verloopt vaak bifasisch via een bacteriële fase kenmerkend door een griepachtig beeld (duur 3 tot 7 dagen), gevolgd door de immuunfase (duur 4 tot 30 dagen).(1) Patiënten zullen zich typisch presenteren met plots ontstaan van hoge koorts, koude rillingen, spierpijn (waarbij karakteristiek de kuiten en lagere rug zijn aangedaan) en hoofdpijn.(3) Deze klachten zijn non specifiek en kunnen ook verschijnen bij andere oorzaken van acute koorts zoals bijvoorbeeld influenza.(3) Andere symptomen kunnen zijn: gewrichtspijn, buikpijn, misselijkheid, braken, huiduitslag en roodheid van de sclera.(1) Roodheid van de sclera (conjunctivale effusie) treedt vaak op bij leptospirose, maar is ongewoon bij andere infectieuze ziektes.(3)</p>
<p>Ernstige leptospirose wordt gekarakteriseerd door MOF met betrokkenheid van lever, nieren, longen en/of hersenen.(3) De mortaliteit in Nederland bij een leptospirose infectie is 3%. Er bestaat geen documentatie over blijvende orgaanschade na herstel van de acute infectie.(6) Een combinatie van geelzucht, nierfalen en trombocytopenie, ook wel bekend als het syndroom of de ziekte van Weil, is een van de best herkenbare vormen van leptospirose.(3) Dit werd gezien bij patiënt B.</p>
<p> <br /><span style="font-family: 'Crete Round', Georgia, 'Times New Roman', serif; font-size: 22px; letter-spacing: 1px;">Microbiologische diagnostiek</span></p>
<p>Kweken en de microscopische agglunatie test (MAT) zijn de gouden standaard voor het diagnosticeren van leptospirose, maar zijn niet bruikbaar in het vroege stadium van de infectie.(7) Zelfs de combinatie van deze 2 methodes hebben maar een sensitiviteit van 55,5%.(8) Kweken van leptospiren duren lang, omdat de bacteriën langzaam groeien en antistoffen kunnen pas gedetecteerd worden in de tweede week na het ontstaan van symptomen.(7) Bij een korte ziekteduur wordt er gebruik gemaakt van PCR. PCR is op verschillende materialen toepasbaar, zoals serum, urine, liquor en eventueel weefsel. In de beginfase is DNA van leptospiren in grote hoeveelheden aanwezig. Op het moment dat de immuunrespons op gang komt, gaan de leptospiren uit het bloed.(7)</p>
<p>IgM antistoffen zijn na ongeveer 5 à 7 dagen aantoonbaar middels een immuunchromatografische test (de “sneltest” uitslag kan binnen enkele uren bekend zijn). Deze wordt bij een positieve uitslag bevestigd door serologische testen zoals de enzyme-linked immuno-sorbent assay (ELISA) en de MAT.(7)<br />Er is een window waarbij beide testen vals-negatief kunnen zijn. Dit is het punt waarop de IgM begint op te komen en de leptospiren uit het bloed verdwijnen. In afbeelding 1 is dit te zien bij dag 7. Dit is het punt waarop zowel de PCR als de serologie een leptospirose infectie kan missen.(7)</p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_76">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_78  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_image et_pb_image_26">
				
				
				
				
				<span class="et_pb_image_wrap "><img loading="lazy" decoding="async" width="1065" height="755" src="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/03/Leptospirose-grafiek1.jpg" alt="" title="Leptospirose-grafiek1" srcset="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/03/Leptospirose-grafiek1.jpg 1065w, https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/03/Leptospirose-grafiek1-980x695.jpg 980w, https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/03/Leptospirose-grafiek1-480x340.jpg 480w" sizes="(min-width: 0px) and (max-width: 480px) 480px, (min-width: 481px) and (max-width: 980px) 980px, (min-width: 981px) 1065px, 100vw" class="wp-image-7093" /></span>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_77">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_79  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_88  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h3>Behandeling</h3>
<p>De meeste gevallen van leptospirose zijn mild en genezen spontaan. Een vroege herkenning en vroege start van antibiotica kan bij sommige patiënten het ontwikkelen van een ernstige complicaties voorkomen. De behandeling omvat meestal intraveneuze penicilline, ampicilline, ceftriaxon of cefotaxim. Bij patiënten met een milde infectie kan gestart worden met doxycycline. Verder is de behandeling ondersteunend bij ernstige infecties zoals intraveneuze hydratie, kaliumsuppletie bij hypokaliëmie en hemodialyse bij nierfalen.(3)</p>
<p><span style="font-family: 'Crete Round', Georgia, 'Times New Roman', serif; font-size: 22px; letter-spacing: 1px;"><br />Conclusie</span></p>
<p>Denk bij patiënten met spierpijn, hoge koorts, gastro-intestinale klachten en hoofdpijn die in aanraking zijn geweest met (besmet) bodemwater, ratten of muizen aan een infectie met leptospirose. Vroegtijdige herkenning, antibiotische- en ondersteunende behandeling kan complicaties met ernstig beloop en hoge mortaliteit voorkomen.</p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_78">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_80  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_89  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h3>Leerpunten:</h3>
<ul>
<li>Bij patiënten met spierpijn, hoge koorts, gastro-intestinale klachten en hoofdpijn die in aanraking zijn geweest met (besmet) bodemwater of ratten of muizen moet gedacht worden aan leptospirose.</li>
<li>Wees alert op het fei dat zowel de immuunchromatografische test(sneltest) als de serologische testen vals-negatief kunnen zijn. Dit is ongeveer op dag 7 na infectie, wanneer de IgM begint op te komen en de leptospiren uit het bloed verdwijnen.</li>
<li>Vroegtijdige herkenning, antibiotische- en ondersteunende behandeling kan complicaties met ernstig beloop en hoge mortaliteit voorkomen.</li>
</ul></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_79">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_81  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_90  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><blockquote><p><em><strong><br />
Auteur: Linda de Vries, AIOS SEH</strong></em></p>
<p>&nbsp;</p>
<p><em><strong>Reviewers:<br />
Hannah van Loon, Internist-endocrinoloog<br />
Daphne Scoop, Arts-microbioloog<br />
Heleen Lameijer, SEH-arts KNMG</strong></em></p>
<p>&nbsp;
</p></blockquote></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_80">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_82  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_91  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h3 class="p1">Bronnen</h3>
<p class="p2">(1) Helmerhorst HJ, van Tol EN, Tuinman PR, de Vries PJ, Hartskeerl RA, Grobusch MP, et al. Severe pulmonary manifestation of leptospirosis. Neth J Med 2012 June 01;70(5):215-221.</p>
<p class="p2">(2) Pijnacker R, Goris MG, Te Wierik MJ, Broens EM, van der Giessen, J W, de Rosa M, et al. Marked increase in leptospirosis infections in humans and dogs in the Netherlands, 2014. Euro Surveill 2016 April 28;21(17):10.2807/1560-7917.ES.2016.21.17.30211.</p>
<p class="p2">(3) Haake DA, Levett PN. Leptospirosis in humans. Curr Top Microbiol Immunol 2015;387:65-97.</p>
<p class="p2">(4) Cetin BD, Harmankaya O, Hasman H, Gunduz A, Oktar M, Seber E. Acute renal failure: a common manifestation of leptospirosis. Ren Fail 2004 November 01;26(6):655-661.</p>
<p class="p2">(5) Middel M. Een zeldzaam grote muizenplaag. 2019; Available at: <a href="https://www.nrc.nl/nieuws/2019/08/11/de-muis-is-moeilijk-te-stoppen-a3969766"><span class="s1">https://www.nrc.nl/nieuws/2019/08/11/de-muis-is-moeilijk-te-stoppen-a3969766</span></a>. Accessed 01/02, 2020.</p>
<p class="p2">(6) Hartskeerl R. RIVM richtlijn leptospirose. 2019; Available at: <a href="https://lci.rivm.nl/richtlijnen/leptospirose"><span class="s1">https://lci.rivm.nl/richtlijnen/leptospirose</span></a>. Accessed 01/02, 2020.</p>
<p class="p2">(7) Picardeau M, Bertherat E, Jancloes M, Skouloudis AN, Durski K, Hartskeerl RA. Rapid tests for diagnosis of leptospirosis: current tools and emerging technologies. Diagn Microbiol Infect Dis 2014 January 01;78(1):1-8.</p>
<p class="p3">(8) Limmathurotsakul D, Turner EL, Wuthiekanun V, Thaipadungpanit J, Suputtamongkol Y, Chierakul W, et al. Fool&#8217;s gold: Why imperfect reference tests are undermining the evaluation of novel diagnostics: a reevaluation of 5 diagnostic tests for leptospirosis. Clin Infect Dis 2012 August 01;55(3):322-331.</p>
<p class="p4"></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div>
				
				
			</div>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://fanofem.nl/2022/03/14/leptospirose-infectie/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Literatuur update – februari 2022</title>
		<link>https://fanofem.nl/2022/02/28/literatuur-update-februari-2022/</link>
					<comments>https://fanofem.nl/2022/02/28/literatuur-update-februari-2022/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Leonie Geut]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 28 Feb 2022 07:44:24 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[EM literature]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://fanofem.nl/?p=7073</guid>

					<description><![CDATA[]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<div class="et_pb_section et_pb_section_8 et_section_regular" >
				
				
				
				
				
				
				<div class="et_pb_row et_pb_row_81">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_83  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_92  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner">Welkom bij de 7de editie van de literatuur update. </div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_with_border et_pb_row et_pb_row_82">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_1_4 et_pb_column_84  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_image et_pb_image_27">
				
				
				
				
				<span class="et_pb_image_wrap "><img loading="lazy" decoding="async" width="512" height="512" src="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2020/07/start-button.png" alt="" title="start-button" srcset="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2020/07/start-button.png 512w, https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2020/07/start-button-480x480.png 480w" sizes="(min-width: 0px) and (max-width: 480px) 480px, (min-width: 481px) 512px, 100vw" class="wp-image-5677" /></span>
			</div>
			</div><div class="et_pb_column et_pb_column_3_4 et_pb_column_85  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_93  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p style="text-align: left;"><strong>GAME CHANGER</strong></p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_83">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_86  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_94  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h3 class="p1"><span class="s1"><a href="https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/34758251/"><b>A Randomized Trial of Intravenous Alteplase before Endovascular Treatment for Stroke</b></a></span></h3>
<p class="p2"><i>The New England Journal of Medicine &#8211; Natalie E. LeCouffe et al.</i></p>
<p class="p2">Deze grote RCT van eigen bodem – met ook deelnemende centra uit België en Frankrijk – onderzoekt bij patiënten met iCVA of endovasculaire behandeling zonder alteplase superieur dan wel non-inferieur is t.o.v. endovasculaire behandeling + alteplase.</p>
<p class="p2">Er werden 539 patiënten geïncludeerd. Als primaire uitkomstmaat werd gekeken naar functionele uitkomst na 90 dagen. Met een adjusted OR van 0.84 (95% CI 0.62-1.15; p=0.28) blijkt endovasculaire behandeling alleen niet superieur dan wel inferieur aan<span class="Apple-converted-space">  </span>endovasculaire behandeling + alteplase vooraf. Ook werd geen verschil gevonden in bloedingscomplicaties of mortaliteit.</p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_with_border et_pb_row et_pb_row_84">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_1_4 et_pb_column_87  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_image et_pb_image_28">
				
				
				
				
				<span class="et_pb_image_wrap "><img loading="lazy" decoding="async" width="512" height="512" src="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2020/07/error.png" alt="" title="error" srcset="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2020/07/error.png 512w, https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2020/07/error-480x480.png 480w" sizes="(min-width: 0px) and (max-width: 480px) 480px, (min-width: 481px) 512px, 100vw" class="wp-image-5678" /></span>
			</div>
			</div><div class="et_pb_column et_pb_column_3_4 et_pb_column_88  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_95  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p><strong>REVIEW</strong></p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_85">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_89  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_96  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h3 class="p1"><span class="s1"><a href="https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/34763235/"><b>Efficacy of topical tranexamic acid in epistaxis: A systematic review and meta-analysis</b></a></span></h3>
<p class="p2"><i>American Journal of Emergency Medicine &#8211; Rajesh Naidu Janapala et al.</i></p>
<p class="p3">
<p class="p2">Voor wie het nog niet deed; tranexaminezuur lijkt een goede behandeling bij epistaxis. Deze systematic review en meta-analyse geeft een overzicht van studies waarbij tranexaminezuur wordt vergeleken met andere behandelingen (zoals ‘nasal packing’, lidocaine + adrenaline, placebo). Tranexaminezuur blijkt effectiever in het stoppen van de bloeding op de SEH, met een odds ratio van 3.5 (95% CI 1.3–9.7). Ook kwamen patiënten minder vaak retour met een recidief bloeding na 24-72 uur. De conclusies van dit review staan haaks op de conclusies van de recent gepubliceerde <a href="https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/33612282/"><span class="s2">NoPAC study van Reuben et al.</span></a></p>
<p class="p2">Overigens, in geen van de studies werd tranexaminezuur gecombineerd met een ander middel. Het effect van mogelijke confounders, zoals hypertensie en al dan niet gebruik van antistolling, wordt door de geïncludeerde studies buiten beschouwing gelaten. Enige voorzichtigheid bij de interpretatie van deze resultaten dus.</p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_with_border et_pb_row et_pb_row_86">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_1_4 et_pb_column_90  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_image et_pb_image_29">
				
				
				
				
				<span class="et_pb_image_wrap "><img loading="lazy" decoding="async" width="512" height="512" src="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2020/07/mill.png" alt="" title="mill" srcset="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2020/07/mill.png 512w, https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2020/07/mill-480x480.png 480w" sizes="(min-width: 0px) and (max-width: 480px) 480px, (min-width: 481px) 512px, 100vw" class="wp-image-5684" /></span>
			</div>
			</div><div class="et_pb_column et_pb_column_3_4 et_pb_column_91  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_97  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p><strong>100% NL</strong></p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_87">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_92  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_98  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h3 class="p1"><span class="s1"><a href="https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/35091652/"><b>Age-adjusted interpretation of biomarkers of renal function and homeostasis, inflammation, and circulation in Emergency Department patients</b></a></span></h3>
<p class="p2"><i>Scientific Reports &#8211; Bart Candel et al.</i></p>
<p class="p3">
<p class="p2">Dat leeftijd een belangrijke factor is bij de interpretatie van bloedwaarden zagen we al eerder bij de D-dimeer. Bart Candel, AIOS Spoedeisende Geneeskunde in het MMC Veldhoven en promovendus aan het LUMC, laat met behulp van NEED-data zien dat biomarkers bij SEH-patiënten met een hogere leeftijd anders geïnterpreteerd moeten worden. Geïllustreerd met heldere figuren laten de auteurs zien dat de prognostische waarde van labwaarden veranderen met het toenemen van de leeftijd.</p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_with_border et_pb_row et_pb_row_88">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_1_4 et_pb_column_93  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_image et_pb_image_30">
				
				
				
				
				<span class="et_pb_image_wrap "><img loading="lazy" decoding="async" width="128" height="128" src="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2021/05/21130434091547546467-128.png" alt="" title="21130434091547546467-128" class="wp-image-6736" /></span>
			</div>
			</div><div class="et_pb_column et_pb_column_3_4 et_pb_column_94  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_99  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p><strong>NICE TO KNOW</strong></p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_89">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_95  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_100  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h3 class="p1"><span class="s1"><a href="https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/34172301/"><b>Electrocardiographic Diagnosis of Acute Coronary Occlusion Myocardial Infarction in Ventricular Paced Rhythm Using the Modified Sgarbossa Criteria</b></a></span></h3>
<p class="p2"><i>Annals of Emergency Medicine &#8211; Kenneth W. Dodd et al.</i></p>
<p class="p3">
<p class="p2">Deze leuke studie, van onder andere onze collega Maite Huis in ’t Veld, laat zien dat de Modified Sgarbossa Criteria een hogere sensitiviteit hebben dan de originele Sgarbossa Criteria voor de diagnose van een acuut myocardinfarct bij patiënten met een ventriculair gepaced ritme. Hoe zat het ook alweer met die Sgarbossa criteria; dit artikel legt het nog eens uit!</p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_with_border et_pb_row et_pb_row_90">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_1_4 et_pb_column_96  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_image et_pb_image_31">
				
				
				
				
				<span class="et_pb_image_wrap "><img loading="lazy" decoding="async" width="512" height="512" src="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2020/10/VUURTOREN.png" alt="" title="VUURTOREN" srcset="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2020/10/VUURTOREN.png 512w, https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2020/10/VUURTOREN-480x480.png 480w" sizes="(min-width: 0px) and (max-width: 480px) 480px, (min-width: 481px) 512px, 100vw" class="wp-image-6440" /></span>
			</div>
			</div><div class="et_pb_column et_pb_column_3_4 et_pb_column_97  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_101  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p><strong>GUIDELINE</strong></p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_91">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_98  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_102  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h3 class="p1"><span class="s1"><a href="https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/primaire_spontane_pneumothorax/startpagina_-_primaire_spontane_pneumothorax.html#:~:text=Bij%2520een%2520primaire%2520spontane%2520pneumothorax,per%2520100.000%2520inwoners%2520per%2520jaar."><b>Primaire spontane pneumothorax</b></a></span></h3>
<p class="p2">
<p class="p3">Vers van de pers; de herziene richtlijn over de primair spontane pneumothorax. Er is in deze richtlijn o.a. aandacht voor de rol van naaldaspiratie in de behandeling van een spontane pneumothorax, de waarde van de CT in de work-up, en mogelijke ambulante behandeling van patiënten met een drain. De bewijskracht van de studies zijn vaak laag; genoeg ruimte voor nieuw SEH-onderzoek.</p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_92">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_99  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_103  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><blockquote><p><em><strong><br />
Deze editie is gemaakt door: Dennis Barten, Hermien Gaasbeek, Caroline Hoogerheide, Britt van der Kolk, Jeroen Veldhuis, Peter Veldhuis, Rob Verdonschot en Luuk Wansink. </strong></em></p>
<p>&nbsp;</p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div>
				
				
			</div>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://fanofem.nl/2022/02/28/literatuur-update-februari-2022/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Contrastnefropathie: het is niet zo zwart-wit!</title>
		<link>https://fanofem.nl/2022/02/11/contrastnefropathie-het-is-niet-zo-zwart-wit/</link>
					<comments>https://fanofem.nl/2022/02/11/contrastnefropathie-het-is-niet-zo-zwart-wit/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[Leonie Geut]]></dc:creator>
		<pubDate>Fri, 11 Feb 2022 09:32:03 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Interne Geneeskunde]]></category>
		<category><![CDATA[More]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://fanofem.nl/?p=7060</guid>

					<description><![CDATA[]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[<div class="et_pb_section et_pb_section_9 et_section_regular" >
				
				
				
				
				
				
				<div class="et_pb_row et_pb_row_93">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_100  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_104  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p class="p1">We hebben al eerder aandacht geschonken aan de interessante relatie tussen contrasttoediening en acute nierschade. In de <a href="https://fanofem.nl/2017/04/14/amacing-het-einde-van-de-contrastnefropathie/"><span class="s1">post</span></a> over de AMACING studie hebben we gezien dat vooraf niet hydreren non-inferieur was tegenover wel prehydreren voor electieve contrasttoedieningen. Om een welgefundeerde mening te vormen nemen we nu een uitgebreidere maar behapbare duik in de contrastnefropathie-literatuur! Want hoe zit het nu écht?</p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_94">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_101  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_105  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p><strong>Casus</strong></p>
<p>Tijdens je dienst op de SEH ga je een 66-jarige patiënte beoordelen met dyspnoe en thoracale pijn. Ze heeft in haar voorgeschiedenis hypertensie en chronische nierfunctiestoornissen. De klachten zijn een paar uur geleden ontstaan. Bij beoordeling zie je een niet acuut zieke patiënte met vesiculair ademgeruis over alle longvelden en de volgende controles: ademfrequentie 22, RR 133/85 mmHg, P95 bpm, T 37.8. Het lab toont leukocyten 8.0, CRP 5 en een eGFR van 27. Het ECG en de X thorax laten geen bijzonderheden zien. Je besluit een D dimeer te bepalen; welke 1300 blijkt te zijn. Je wil een CTA pulmonalis maken wegens je verdenking op een longembolie, maar hoe zat het ook alweer met pre- of posthydratie bij het geven van contrast bij patiënten met nierfunctiestoornissen?</p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_95">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_102  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_106  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h3 class="p1">Wat zeggen de internationale richtlijnen?</h3>
<p class="p2">Een goed startpunt voor een antwoord op deze vraag is natuurlijk een kijkje in de (internationale) richtlijnen. Die uit de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk adviseren beiden om profylaxe toe te passen bij patiënten met een eGFR onder de 30 ml/min/1,73m<span class="s1"><sup>2 1,2</sup></span>. De Amerikaanse richtlijn geeft verder aan dat geen profylaxehydratie hoeft worden gegeven bij een (stabiele) eGFR&gt; 30 , en bij patiënten met verhoogd risico op acuut hartfalen als gevolg van vochttoediening. Dialysepatiënten met een restdiurese van minder dan 100cc/dag worden beschouwd als vergelijkbaar met<span class="Apple-converted-space">  </span>patiënten met een eGFR &lt; 30, en behoeven dus wel profylaxe<span class="s1"><sup>1</sup></span>. De grens van eGFR &lt; 30 dient ook gehanteerd te worden bij patiënten met diabetes mellitus<span class="s1"><sup>1</sup></span>. Beide richtlijnen benadrukken dat beeldvorming in de acute situatie niet vertraagd mag worden door het controleren van de nierfunctie<span class="s1"><sup>1,2</sup></span>.<br />Over het algemeen is het advies om gedurende één uur te prehydreren en gedurende drie tot twaalf uur te posthydreren, en dat dit moet worden gedaan met intraveneus NaCl 0.9% of natriumbicarbonaat (NaBic). Hydratie kan zowel met een fixed dosis (500mL) worden gedaan, als<span class="Apple-converted-space">  </span>met een variërende hoeveelheid van 1-3 ml/kg/uur. Daarnaast dient nefrotoxische medicatie gestaakt te worden bij patiënten met een eGFR &lt; 30<span class="s1"><sup>1</sup></span> en wordt consultatie van een nefroloog geadviseerd bij patiënten die dialyseren of die een niertransplantatie in de voorgeschiedenis hebben<span class="s1"><sup>2</sup></span>.<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<h3 class="p1">En de Nederlandse richtlijn?</h3>
<p class="p2">De Nederlandse richtlijn van de Vereniging voor Radiologie komt hier grotendeels mee overeen<span class="s1"><sup>3</sup></span>. In deze richtlijn wordt ook geadviseerd om patiënten met een eGFR &lt; 30 te beschouwen als hoogrisico groep voor het ontwikkelen van post-contrast acute nierschade (PC-AKI)<span class="s1"><sup>3</sup></span>. Adviezen omtrent deze patiëntengroep zijn: geef voorafgaand aan contrast profylactische hydratie, houd de patiënt zo veel mogelijk euvolemisch, betrek de nefroloog, en staak NSAID’s en metformine. Andere nefrotoxische medicatie zoals ACE-remmers, angiotensie II receptorantagonisten of diuretica dienen eventueel in overleg met een nefroloog ook tot nader order gestopt te worden. Deze adviezen gelden zowel voor patiënten met beide nieren in situ als voor patiënten met een goedwerkende mononier of met een status na niertransplantatie. Bij patiënten met chronische dialyse hoeft het dialyseschema niet aangepast te worden. Wat betreft hydratieschema’s kan één van de volgende twee opties gebruikt worden, zonder duidelijke voorkeur<span class="s1"><sup>3</sup></span>:<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<ol class="ol1">
<li class="li2"><span class="s2"><b></b></span>enkel prehydratie met NaBic 1.4% (3ml/kg) gedurende 1 uur voorafgaande aan contrasttoediening;<span class="Apple-converted-space"> </span></li>
<li class="li2"><span class="s2"><b></b></span>zowel pre- als posthydratie: NaBic 1.4% (3ml/kg of 250 ml totaal) gedurende 1 uur voorafgaande aan contrasttoediening + 1 ml/kg/u of 500ml totaal gedurende 6 uur na contrasttoediening.<span class="Apple-converted-space"> </span></li>
</ol>
<h3 class="p1">Kennislacunes</h3>
<p class="p2">Hoewel de adviezen duidelijk lijken, blijkt bij nader onderzoek dat er veel belangrijke kennislacunes bestaan op meerdere vlakken! In de Nederlandse richtlijn wordt benoemd dat er op basis van de huidige literatuur nog onduidelijkheid bestaat over onder andere<span class="s1"><sup>3</sup></span>:<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<ul class="ul1">
<li class="li2">de geldigheid van het serum creatinine om het risico op PC-AKI in te schatten;<span class="Apple-converted-space"> </span></li>
<li class="li2">het meest optimale hydratieschema (timing en volume<span class="s1"><sup>1</sup></span>);</li>
<li class="li2">de voor- en nadelen van orale versus intraveneuze hydratie;</li>
<li class="li2">welke patiëntgerelateerde factoren het risico op PC-AKI beinvloeden;</li>
<li class="li2">of patiënten met niertransplantatie een verhoogd risico hebben op PC-AKI;</li>
</ul>
<p class="p2">Bovendien is het zelfs nog niet duidelijk of er een verschillend risico bestaat op PC-AKI tussen patiënten die wel en geen profylactische hydratie krijgen<span class="s1"><sup>3</sup></span>!<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<blockquote>
<p class="p2">Er bestaan nog veel belangrijke kennislacunes op meerder vlakken</p>
</blockquote>
<p class="p2">Ook de internationale richtlijnen ontwaren dezelfde kennislacunes<span class="s1"><sup>1,2</sup></span>. Interessant genoeg wordt in de Engelse richtlijn nog benoemd dat de eGFR afkapgrens van 30, vanwege gebrek aan literatuur, vooralsnog expert based is<span class="s1"><sup>2</sup></span>…<span class="Apple-converted-space">  </span>Eén van de zaken waar wel best ‘hard’ bewijs voor bestaat volgens de Amerikaanse richtlijn, is dat een lange posthydratie tot 12 uur na contrasttoediening het risico op contrast-associated AKI (CA-AKI) verkleint ten opzichte van kortere posthydratie<span class="s1"><sup>1</sup></span>.<span class="Apple-converted-space"> </span></p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_96">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_103  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_with_border et_pb_module et_pb_text et_pb_text_107  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p class="p1">De oplettende lezer (jij vast ook!) heeft gemerkt dat er binnen deze post verschillende termen worden gebruikt voor nierschade in het kader van contrasttoediening. Dit komt omdat de vele onderzoeken ook verschillende terminologie bezigen die veel op elkaar lijkt, maar in enge zin toch van elkaar verschilt.<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<p class="p1">Hier wat verduidelijking<span class="s1"><sup>1</sup></span>:<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<ul class="ul1">
<li class="li1">CA-AKI: contrast-associated acute kidney injury/nephropathy (synoniem: post-contrast acute kidney injury (PC-AKI)) is elke vorm van acute nierinsufficiëntie in situaties waarin contrast is gegeven, zonder dat dit een causaal verband hoeft te impliceren.<span class="Apple-converted-space"> </span></li>
<li class="li1">CI-AKI: contrast-induced acute kidney injury/nephropathy (synoniem: CIN) is acute nierinsufficiëntie ten gevolge van blootstelling aan contrast. Dit is de subgroep van CA-AKI die het causale verband aangeeft tussen contrast en AKI.<span class="Apple-converted-space"> </span></li>
</ul>
<p class="p2"><b></b></p>
<p class="p1">Er zijn maar weinig studies gepubliceerd die gefundeerd onderscheid kunnen maken tussen CI-AKI en CA-AKI. Het is daarom belangrijk om te beseffen dat resultaten van studies over contrastnefropathie waarschijnlijk een combinatie weergeven van nefropathie ten gevolge van contrast en nefropathie ten gevolge van andere factoren zoals sepsis of hypovolemie<span class="s1"><sup>1</sup></span>.<span class="s2"><span class="Apple-converted-space"> </span></span></p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_97">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_104  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_image et_pb_image_32">
				
				
				
				
				<span class="et_pb_image_wrap "><img loading="lazy" decoding="async" width="1080" height="720" src="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/02/kaur-kristjan-KyC_xxID4Eo-unsplash.jpg" alt="" title="kaur-kristjan-KyC_xxID4Eo-unsplash" srcset="https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/02/kaur-kristjan-KyC_xxID4Eo-unsplash.jpg 1080w, https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/02/kaur-kristjan-KyC_xxID4Eo-unsplash-980x653.jpg 980w, https://fanofem.nl/wp-content/uploads/2022/02/kaur-kristjan-KyC_xxID4Eo-unsplash-480x320.jpg 480w" sizes="(min-width: 0px) and (max-width: 480px) 480px, (min-width: 481px) and (max-width: 980px) 980px, (min-width: 981px) 1080px, 100vw" class="wp-image-7067" /></span>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_98">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_105  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_108  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h3 class="p1">Problemen met het wetenschappelijk ‘bewijs’<span class="Apple-converted-space"> </span></h3>
<p class="p2">Veel kennis over contrastnefropathie is afkomstig van studies over coronairangiografie, waarbij over het algemeen hoge volumes contrast worden gegeven en waarbij geen controlegroep beschikbaar is (voor angiografie is immers altijd contrast nodig)<span class="s1"><sup>3,4</sup></span>. Bovendien is een groot deel van deze studies uitgevoerd met een heterogene patiëntenpopulatie, waarbij nog onvoldoende onderscheid gemaakt is tussen verschillende risicogroepen<span class="s1"><sup>1</sup></span>. Deze studies zijn dus suboptimaal als basis voor richtlijnen over CT-gerelateerd contrast.</p>
<p class="p2">Verder is het opvallend dat de weinige (observationele) studies die kijken naar contrast <span class="s2"><i>induced</i></span> AKI (en die dus middels passende controlegroepen meer waarschijnlijk een <span class="s2"><i>causaal </i></span>verband bestuderen), geen verband aantonen tussen contrasttoediening en acute nierfunctiestoornissen<span class="s1"><sup>1</sup></span>! Sommige studies laten wel een verhoogd risico zien op CI-AKI bij patiënten met een eGFR &lt; 30, maar deze analyses zijn vaak underpowered en lopen sterk uiteen wat betreft de mate van verhoging van het risico op AKI (AKI 0-17%)<span class="s1"><sup>1</sup></span>.<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<p class="p2"><span class="Apple-converted-space"></span></p>
<blockquote>
<p class="p2">Maar heel weinig studies bestuderen het <span class="s2"><i>causale </i></span>verband tussen contrasttoediening en acute nierinsuffciëntie..</p>
</blockquote>
<p class="p2">
<p class="p2">Daarnaast hebben de studies vaak veel last van confounding door hun observationele design. En RCT’s, waarbij beter onderscheid kan worden gemaakt tussen CI-AKI en CA-AKI bij patiënten met een eGFR&lt;30, bestaan niet<span class="s1"><sup>1</sup></span>. Kortom, echt gedegen onderzoek over contrast als veroorzaker van acute nierinsufficientie is nog niet beschikbaar. Wel is er een aantal meta-analyses die een poging doen om zaken op te helderen. Daar gaan we nu kort op in.</p>
<h3 class="p1">Wat vertellen de meta-analyses?</h3>
<p class="p2">Om maar met het meest opvallende te beginnen: vijf meta-analyses lieten geen significant verschil zien in het optreden van acute nierfunctiestoornissen tussen patiënten die een contrast-enhanced CT (CECT) ondergingen versus patiënten die een blanco CT kregen<span class="s1"><sup>4–8</sup></span>. In alle geincludeerde studies was de primaire uitkomst ‘acute nierfunctiestoornis op korte termijn’ (overwegend binnen 48-72 uur) na het verrichten van de CT. Je zou hiermee de conclusie kunnen trekken dat contrasttoediening dus in elk geval voor de korte termijn niet uitmaakt. Echter, bij deze meta-analyses moet een aantal kanttekeningen worden geplaatst: bij de meeste geïncludeerde studies bestond risico op selectiebias door de retrospectieve opzet (ernstig zieke mensen hebben mogelijk vaker een CECT gekregen vanwege de spoedsituatie); de hydratiestrategieën zijn vaak niet beschreven; en de heterogeniteit was hoog in een aantal meta-analyses. Dit laatste betekent dat de opzet en de patiëntenpopulaties van de studies onderling slecht vergelijkbaar waren en het poolen van de data voor de meta-analyse dus ook een uitdaging vormt. Ook kun je je afvragen of nierfunctiestoornissen na 48-72 uur een goede uitkomstmaat is: voor een patiënt is de langetermijnconsequentie interessanter, en of iemand aan de dialyse raakt of niet.<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<p class="p2">In drie van de vijf meta-analyses is ook gekeken naar patiënten met pre-existente nierfunctiestoornissen versus patiënten zonder pre-existente nierfunctiestoornissen. Hierbij werd geen verschil gevonden in achteruitgang van nierfunctie na contrasttoediening <span class="s1"><sup>5,6,8</sup></span>. Echter, in alle drie de gevallen is dit het resultaat van subgroepanalyses, waardoor voorgaande conclusie helaas op basis van kleine aantallen is getrokken. Bovendien was de grootte van de patiëntgroepen en het stadium van nierfalen in twee van de drie meta-analyses onduidelijk<span class="s1"><sup>5,6</sup></span>.</p>
<p class="p2">Samengevat, het lijkt erop dat contrast wellicht minder schadelijk is voor de nieren dan vaak gedacht, maar ook de meta-analyses geven nog geen sluitend antwoord of contrasttoediening in het kader van een CT een verhoogd risico geeft op langetermijnsnierschade.</p>
<p class="p2">
<blockquote>
<p class="p2">Ook de meta-analyses geven helaas geen sluitend antwoord.</p>
</blockquote>
<p class="p3"><b></b></p>
<h3 class="p1">‘Nieuw’ soort studie: een Goulden greep?</h3>
<p class="p2">Zoals gezegd geven de beschikbare meta-analyses weinig duidelijkheid over de langetermijneffecten op de nierfunctie, terwijl dit voor patiënten misschien wel het belangrijkste is. Echter, vorig jaar is een studie gepubliceerd die deze vraag mogelijk verder opheldert. Goulden <span class="s2"><i>et al</i></span>. is één van de eerste studies die naar de invloed op nierfunctie kijkt op de lange termijn (zes maanden na SEH-bezoek), én die een andere studieopzet hanteert dan de vaakgebruikte retrospectieve (soms propensity matched) studie<span class="s1"><sup>9</sup></span>. In de studie van Goulden ging het om patiënten die verdacht werden van een longembolie bij wie een D dimeer geprikt werd, en die daarna mogelijk een CTA pulmonalis kregen. Er werd gebruik gemaakt van een zogenaamd <span class="s2"><i>regression discontinuity design</i></span>,<span class="s2"><i> </i></span>wat inhield dat er een afkapwaarde werd gehanteerd <span class="s2"><i>waaromheen</i></span> patiënten binnen een bepaalde bandbreedte geïncludeerd werden. In dit geval werd een D dimeer afkapwaarde van 500ng/mL gehanteerd en patiënten met een D dimeer van 80 ug/ml – 1190 ug/ml werden geïncludeerd. De hypothese achter deze methode is dat patiënten binnen deze bandbreedte grotendeels gelijk zijn wat betreft patiëntkarakteristieken, en dat de resultaten dus minimaal worden beïnvloed door confounders. In totaal werden 29.830 patiënten binnen deze bandbreedte geïncludeerd en inderdaad: patiënten aan beide zijden van de afkapwaarde van 500ng/mL waren wat betreft potentiele confounders gelijk. Na zes maanden werd er geen significant verschil gevonden in nierfunctie tussen de groep patiënten die een CTA pulmonalis had gehad en de controle groep die geen CTA had gehad (eGFR -0.4; 95% CI: -4.9 – 4.0). Ook dit design is niet perfect, maar geeft wel een verfrissende kijk op een oude vraag.</p>
<h3 class="p1">De literatuur kort samengevat<span class="Apple-converted-space"> </span></h3>
<p class="p2">Concluderend kijken de meeste studies naar nierfunctiestoornissen op de korte termijn en laten ze geen duidelijk causaal verband zien tussen toediening van contrast en acute nierfunctiestoornissen. Sommige studies laten een verhoogd risico op contrastnefropathie zien bij patiënten met een eGFR &lt;30, maar deze analyses zijn van beperkte kwaliteit en confounding is een groot probleem door de observationele aard van veel onderzoeken. Bovendien is het nog altijd onduidelijk wat de beste hydratiestrategie is. De huidige richtlijnen baseren zich op de best beschikbare data, maar we weten na het lezen van deze post dat dit niet de beste kwaliteit data is, en dat veel adviezen dus nog steeds ‘expert based’<span class="Apple-converted-space">  </span>zijn. De resultaten van Goulden et al. schijnen een ander licht op de huidige adviezen, maar er zijn ongetwijfeld meer studies nodig zijn om de richtlijnen te veranderen. What about RCT’s?</p>
<h3 class="p1">Toekomst</h3>
<p class="p2">Wel, daar zullen we nog even op moeten wachten. Recent is het studieprotocol van de INCARO studie gepubliceerd<span class="s1"><sup>10</sup></span>. Dit is een RCT in Finland die patiënten gaat includeren met een eGFR tussen de 15 en 45 en die een spoed CT abdomen of CT total body moeten krijgen. Deze patiënten worden gerandomiseerd tussen blanco CT en CECT. De primaire uitkomst is mortaliteit en renal replacement therapy binnen 90 dagen na CT. Secundaire uitkomstmaten zijn onder andere AKI binnen 72 uur en orgaanfalen 48 uur na CT. De auteurs verwachten dat de inclusie drie jaar zal duren. De resultaten van deze studie zullen waarschijnlijk bijdragen aan het aanpassen of bevestigen van de huidige richtlijnen, maar tot die tijd zullen we het moeten doen met wat we hebben!</p>
<p class="p2">
<blockquote>
<p class="p2">Goed nieuws: de eerste RCT met spoedpatiënten is in de maak!<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
</blockquote></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_99">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_106  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_109  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><p class="p1"><b>Terug naar de casus</b></p>
<p class="p1"><i>Terug naar onze 66 jarige patiënte. Volgens de huidige richtlijn vragen we de nefroloog in consult en starten we met prehydratie met 3ml/kg NaBic gedurende een uur voordat we de CTA verrichten. Na het raadplegen van de richtlijnen, en het lezen van deze blogpost, weet je dat er echter twijfels bestaan over de noodzaak van deze profylaxe. Wellicht vinden we over een paar jaar dat we het risico op contrastnefropathie al deze tijd fors hebben overschat. Maar voor nu blijft het verstandig om behoedzaam te zijn bij patiënten met een kwetsbare nierfunctie.</i></p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_100">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_107  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_110  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><h3 class="p1">Bottomline</h3>
<p class="p2">De huidige richtlijnen adviseren profylactische hydratie voor contrast-enhanced CT bij patiënten met een eGFR &lt;30. Echter, er bestaan veel kennislacunes binnen het onderliggende bewijs voor de richtlijnen over contrastnefropathie. De beschikbare data zijn vaak afkomstig van oudere studies, met risico op confounding. Meer recente metastudies laten geen duidelijk causaal verband zien tussen contrasttoediening en nierfunctiestoornissen, alhoewel ook bij deze meta-analyses de nodige vraagtekens gezet kunnen worden. Hopelijk geven nieuwe studies, zoals de toekomstige INCARO RCT, meer duidelijkheid over de langetermijn gevolgen van contrasttoediening op de nierfunctie en dus een betere wetenschappelijke basis voor onze richtlijnen.<span class="Apple-converted-space"> </span></p>
<p class="p3"><b></b></p>
<h3 class="p1">Referenties</h3>
<p class="p4">1. <span class="Apple-tab-span"> </span>Davenport MS, Perazella MA, Yee J, et al. Use of Intravenous Iodinated Contrast Media in Patients With Kidney Disease:<span class="Apple-converted-space">  </span>Consensus Statements from the American College of Radiology and the National Kidney Foundation. <span class="s1"><i>Kidney Med</i></span>. 2020;2(1):85-93. doi:10.1016/j.xkme.2020.01.001</p>
<p class="p4">2. <span class="Apple-tab-span"> </span>NICE guideline. Acute kidney injury: prevention, detection and management. Published 2019. https://www.nice.org.uk/guidance/ng148</p>
<p class="p4">3. <span class="Apple-tab-span"> </span>Radiologie NV voor. Veilig gebruik van contrastmiddelen. 2017. Accessed November 25, 2021. https://richtlijnendatabase.nl/richtlijn/veilig_gebruik_van_contrastmiddelen/startpagina_-_veilig_gebruik_contrastmiddelen.html</p>
<p class="p4">4. <span class="Apple-tab-span"> </span>Ehrmann S, Quartin A, Hobbs BP, et al. Contrast-associated acute kidney injury in the critically ill: systematic review and<span class="Apple-converted-space">  </span>Bayesian meta-analysis. <span class="s1"><i>Intensive Care Med</i></span>. 2017;43(6):785-794. doi:10.1007/s00134-017-4700-9</p>
<p class="p4">5. <span class="Apple-tab-span"> </span>McDonald JS, McDonald RJ, Comin J, et al. Frequency of acute kidney injury following intravenous contrast medium<span class="Apple-converted-space">  </span>administration: a systematic review and meta-analysis. <span class="s1"><i>Radiology</i></span>. 2013;267(1):119-128. doi:10.1148/radiol.12121460</p>
<p class="p4">6. <span class="Apple-tab-span"> </span>Brinjikji W, Demchuk AM, Murad MH, et al. Neurons Over Nephrons: Systematic Review and Meta-Analysis of Contrast-Induced<span class="Apple-converted-space">  </span>Nephropathy in Patients With Acute Stroke. <span class="s1"><i>Stroke</i></span>. 2017;48(7):1862-1868. doi:10.1161/STROKEAHA.117.016771</p>
<p class="p4">7. <span class="Apple-tab-span"> </span>Aycock RD, Westafer LM, Boxen JL, Majlesi N, Schoenfeld EM, Bannuru RR. Acute Kidney Injury After Computed Tomography: A Meta-analysis. <span class="s1"><i>Ann Emerg Med</i></span>. 2018;71(1):44-53.e4. doi:10.1016/j.annemergmed.2017.06.041</p>
<p class="p4">8. <span class="Apple-tab-span"> </span>Lee Y-C, Hsieh C-C, Chang T-T, Li C-Y. Contrast-Induced Acute Kidney Injury Among Patients With Chronic Kidney Disease<span class="Apple-converted-space">  </span>Undergoing Imaging Studies: A Meta-Analysis. <span class="s1"><i>AJR Am J Roentgenol</i></span>. 2019;213(4):728-735. doi:10.2214/AJR.19.21309</p>
<p class="p4">9. <span class="Apple-tab-span"> </span>Goulden R, Rowe BH, Abrahamowicz M, Strumpf E, Tamblyn R. Association of Intravenous Radiocontrast With Kidney Function: A Regression<span class="Apple-converted-space">  </span>Discontinuity Analysis. <span class="s1"><i>JAMA Intern Med</i></span>. 2021;181(6):767-774. doi:10.1001/jamainternmed.2021.0916</p>
<p class="p4">10. <span class="Apple-tab-span"> </span>Räty P, Mentula P, Lampela H, et al. INtravenous Contrast computed tomography versus native computed tomography in<span class="Apple-converted-space">  </span>patients with acute Abdomen and impaired Renal functiOn (INCARO): a multicentre, open-label, randomised controlled trial &#8211; study protocol. <span class="s1"><i>BMJ Open</i></span>. 2020;10(10):e037928. doi:10.1136/bmjopen-2020-037928</p></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div><div class="et_pb_row et_pb_row_101">
				<div class="et_pb_column et_pb_column_4_4 et_pb_column_108  et_pb_css_mix_blend_mode_passthrough et-last-child">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_module et_pb_text et_pb_text_111  et_pb_text_align_left et_pb_bg_layout_light">
				
				
				
				
				<div class="et_pb_text_inner"><blockquote><p><em><strong>Auteur: Désirée van Deukeren, ANIOS SEH Isala<br />
Reviewer: Maartje Melse, SEH-arts KNMG Isala</strong></em>
</p></blockquote></div>
			</div>
			</div>
				
				
				
				
			</div>
				
				
			</div>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://fanofem.nl/2022/02/11/contrastnefropathie-het-is-niet-zo-zwart-wit/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
	</channel>
</rss>

<!--
Performance optimized by W3 Total Cache. Learn more: https://www.boldgrid.com/w3-total-cache/

Object caching 0/499 objecten gebruiken Redis
Paginacaching met Disk: Enhanced (Page is feed) 
Lazy-loading (feed)
Database caching gebruikt Redis (Aanvraag breed modification query)

Served from: fanofem.nl @ 2026-03-23 03:11:52 by W3 Total Cache
-->