<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet type="text/xsl" media="screen" href="/~d/styles/rss2full.xsl"?><?xml-stylesheet type="text/css" media="screen" href="http://feeds.feedburner.com/~d/styles/itemcontent.css"?><rss xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/" xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/" xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/" xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom" xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/" xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/" xmlns:feedburner="http://rssnamespace.org/feedburner/ext/1.0" version="2.0">

<channel>
	<title>Huub Mous</title>
	
	<link>http://www.huubmous.nl</link>
	<description />
	<lastBuildDate>Wed, 08 Feb 2012 23:01:29 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.3.1</generator>
		<atom10:link xmlns:atom10="http://www.w3.org/2005/Atom" rel="self" type="application/rss+xml" href="http://feeds.feedburner.com/HuubMous" /><feedburner:info uri="huubmous" /><atom10:link xmlns:atom10="http://www.w3.org/2005/Atom" rel="hub" href="http://pubsubhubbub.appspot.com/" /><item>
		<title>Het kankergezwel van de psychologie</title>
		<link>http://feedproxy.google.com/~r/HuubMous/~3/cqgZmTyZgtI/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2012/02/09/vier-emmers-water-en-een-zak-zout/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 08 Feb 2012 23:01:29 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[psychologie]]></category>
		<category><![CDATA[religie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=8170</guid>
		<description><![CDATA[&#8216;Vier emmers water en een zak zout, meer zijn we niet. We zijn niets anders dan wat chemicaliën, zonder geest of ziel. Niets is zo bizar als de mens. Alles waar we het meeste bang voor zijn, is waar. Niets heeft het eeuwig leven, zelfs niets wat een mens achter zich laat.&#8217; Aldus zingt Peter [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2012/02/Slide22.jpg"><img class="alignnone  wp-image-59846" title="Slide2" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2012/02/Slide22-e1328717941913.jpg" alt="" width="493" height="400" /></a></p>
<blockquote><p><em>&#8216;Vier emmers water en een zak zout, meer zijn we niet. We zijn niets anders dan wat chemicaliën, zonder geest of ziel. Niets is zo bizar als de mens. Alles waar we het meeste bang voor zijn, is waar. Niets heeft het eeuwig leven, zelfs niets wat een mens achter zich laat.&#8217;</em></p></blockquote>
<p>Aldus zingt Peter Hammill in zijn song <em>Four pails of water en a bagfull of salts</em>. In 1992 heb ik een concert van hem bijgewoond in <a href="http://www.dekrantvantoen.nl/vw/article.do?id=LC-19920421-15009&amp;vw=org&amp;lm=peter%2Chammill%2Cleeuward">Theater Romein</a> in Leeuwarden. Kort daarvoor had ik een plaat van hem gekocht, vooral om dit ene lied. Ik heb het altijd een indrukwekkende tekst gevonden, omdat de menselijke staat hierin zo schrijnend wordt verwoord. Vluchten kan niet meer. We moeten de waarheid onder ogen zien, rechtop in de wind. De mens is niets anders dan&#8230; en dan volgt het bekende rijtje. &#8216;<em>Nothing but..</em>.&#8217; Dat wordt ook al tijden door de wetenschap beweerd, maar het is ook de meest onverteerbare waarheid, waar we het meeste bang voor zijn. Of beter gezegd, waar het meeste bang voor zijn, is altijd waar. Daar helpt geen lieve moeder aan.</p>
<p>God is een projectie, zo heeft Freud aangetoond. Maar hoe kun je een projectie aantonen als je eigen geest de projector is? Het zwakke punt in de projectie-theorie is de aanname dat er een onderscheid bestaat tussen mijn geest (het subject) en de wereld (het object). Tussen de lamp en het object waar het licht op valt. Het is de grote kloof die Descartes meende te zien tussen binnen en buiten, tussen de <em>res cogitans</em> en de <em>res extansa</em>. Door die kloof open te houden kon de westerse wetenschap opbloeien. God werd tussen haakjes geplaatst.</p>
<p>Zodra we hem niet meer nodig hadden om de wereld te verklaren, verdween God door de achterdeur. Onhoorbaar, op kousen voeten, maar wel onomkeerbaar, met alle gevolgen van dien. God was een voorbarige aanname, een soort hulplijn voor het denken in een onvolledig bewijs van de wereld. Maar we hebben die hulplijn niet nodig om de wereld de verklaren. Logica is immers de kortste verbinding tussen ik en de wereld, tussen nul en oneindig. Alles staat op een rij. De wereld is af. De wereld mag dan nog niet geheel begrepen en verklaard zijn, hij is wel volledig begrijpbaar en verklaarbaar. Ooit zullen we alles begrijpen. En alles begrijpen is alles vergeven.</p>
<p>God is niet nodig, maar is dat wel zo? De splitsing tussen subject en object is ‘<em>das Krebsübel’</em> van de psychologie. Dat beweerde de Zwitserse psychiater Ludwig Binswanger (1881-1966). ‘<em>Krebsübel’</em> is in deze context misschien nog het best te vertalen als ‘kankergezwel’. Als je die scheiding tussen subject en object eenmaal maakt, sterft alles uiteindelijk onder je handen. De geest verdwijnt in de wetenschap van de geest. Eerst gaat de ziel ter ziele, daarna geeft de geest de geest. En tenslotte zal ook het bewustzijn het veld moeten ruimen. Bewustzijn is immers louter het effect van een elektrochemisch proces in het brein, dat wil zeggen: een neveneffect dat voor de hedendaagse psycholoog van secundair belang is. Met de komst van de psycholgie is het met God langzaam bergafwaarts gegaan.</p>
<p>Meten is weten. Het zijn is niet zijn. Maar het menselijk zijn is altijd ook een zijn-in-de-wereld. Elk bewustzijn is een ‘zijn bij de dingen’. Elke radicale splitsing tussen innerlijk en uiterlijk dient dan ook te worden vermeden. Zijn is niet alleen een zorgend bezig zijn voor de ander, maar ook het geborgen zijn in de wereld. De psychologie moet het wezen van de persoon aanwezig stellen en diens innerlijkheid als beeld laten verschijnen. Beïnvloed door Husserl en Heidegger ontwierp Ludwig Binswanger het grondpatroon voor een existentiële psychologie, die na de oorlog veel invloed heeft gehad op de menswetenschappen, ook &#8211; en misschien wel vooral &#8211; in Nederland.</p>
<p>Binswanger was een goede vriend van Freud, met wie hij jarenlang correspondeerde, al was hij het totaal niet met hem eens. Beroemde patiënten had hij ooit onder zijn hoede, zoals de kunsthistoricus <a href="http://www.huubmous.nl/2009/03/26/over-boeken-en-plaatjes/">Aby Warbug </a>die hij in het begin van de jaren twintig behandelde in zijn kliniek Bellevue in het Zwitserse Kreuzlingen. Zijn belangrijkste werk <em>Grundformen und Erkenntnis menschlichen Daseins</em> verscheen in 1942. Maar al ver voor de oorlog raakten zijn theorieën in Europa bekend.</p>
<p>Mijn leraar klassieke talen op het Ignatiuscollege was Gerard Wijdeveld, die in de jaren dertig een bekend katholiek dichter was, in de oorlog op het foute paard gokte en daarna bekendheid kreeg als vertaler van Augustinus. In 1969 ben ik nog eens bij hem langs geweest om te vragen of hij het misschien ook met mij eens was, dat Augustinus schizofreen moet zijn geweest. Anders was zijn wonderlijke bekering niet te verklaren, zo dacht ik destijds. ‘Ach’, zei mijnheer Wijdeveld, ‘die psychologie is nog zo’n jonge wetenschap. De Kerk bestaat al heel wat eeuwen langer.’ Tja, geef daar maar eens antwoord op. Wijdeveld wist donders goed dat de psychologie op zichzelf een kankergezwel was. Het Rooms-katholicisme staat haaks op de psychologie. Als je eenmaal in het spoor van Freud gaat denken, dan is God uiteindelijk niet meer dan een drogbeeld tussen je oren.</p>
<p>Binswanger was voor de oorlog een baken in bange tijden voor wie God niet in wilde inwisselen voor de projectietheorie van Freud. De godsdienstpsycholoog Van der Leeuw raakte in de jaren dertig geboeid door de ideeën van Binswanger. Maar ook Buytendijk heeft veel aan hem te danken. De fenomenologische school van Utrecht leunt zwaar op de Daseins-psychologie van Binswanger. ‘<em>Das Spiel des Daseins mit sich selbst in der Objektivität der Liebe</em>’ &#8211; een geliefde uitspraak van Binswanger &#8211; lag voor Buytendijk aan de basis van zijn &#8216;psychologie van de ontmoeting&#8217;, van de deemoedige overgave aan de ander en de wereld, van de mens in de wereld, van het schouwen en vooruitschuiven van het oordeel.</p>
<p>De ontwikkeling van de naoorlogse psychologie kent twee richtingen, de zachte en de harde. Fenomenologie  en existentialisme versus objectivisme en functionalisme. De tweede richting heeft uiteindelijk glansrijk gewonnen. Niet alleen de harde wetenschap maar ook de geesteswetenschap is tegenwoordig in wezen monistisch-materialistisch. De moderne wetenschap heeft het objectieve, materiële deel van de werkelijkheid zodanig benadrukt dat het subjectieve deel geheel is geëlimineerd.</p>
<blockquote><p><em>&#8216;Vier emmers water en een zak vol zout, meer zijn we niet. We zijn niets anders dan wat chemicaliën, zonder geest of ziel. Niets is zo bizar als de mens. Alles waar we het meeste bang voor zijn, is waar. Niets heeft het eeuwig leven, zelfs niets wat een mens achter zich laat.&#8217;</em><a href="http://www.youtube.com/watch?v=VyiFUmDb4Xs&amp;feature=related"><br />
</a>.</p></blockquote>
<p><iframe src="http://www.youtube.com/embed/Ca6r6vQqfUE" frameborder="0" width="500" height="400"></iframe></p>
<img src="http://feeds.feedburner.com/~r/HuubMous/~4/cqgZmTyZgtI" height="1" width="1"/>]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2012/02/09/vier-emmers-water-en-een-zak-zout/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		<feedburner:origLink>http://www.huubmous.nl/2012/02/09/vier-emmers-water-en-een-zak-zout/</feedburner:origLink></item>
		<item>
		<title>Seniorenmoment</title>
		<link>http://feedproxy.google.com/~r/HuubMous/~3/B-x3YJ1zwhU/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2012/02/08/seniorenmoment/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 08 Feb 2012 15:41:32 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[geen categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=59835</guid>
		<description />
			<content:encoded><![CDATA[<p><iframe width="500" height="400" src="http://www.youtube.com/embed/NR-oOhsNAXs" frameborder="0" allowfullscreen></iframe></p>
<img src="http://feeds.feedburner.com/~r/HuubMous/~4/B-x3YJ1zwhU" height="1" width="1"/>]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2012/02/08/seniorenmoment/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		<feedburner:origLink>http://www.huubmous.nl/2012/02/08/seniorenmoment/</feedburner:origLink></item>
		<item>
		<title>Het nieuwe hersenfundamentalisme</title>
		<link>http://feedproxy.google.com/~r/HuubMous/~3/wJ7ydQiaGM0/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2012/02/08/het-nieuwe-hersenfundamentalisme/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 07 Feb 2012 23:01:15 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[geen categorie]]></category>
		<category><![CDATA[Le Roy]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=59757</guid>
		<description><![CDATA[Het is vandaag precies een maand geleden dat het VPRO-programma Boeken een half uur lang aandacht besteedde aan het boek Tegen de tijdgeest, terugzien op een pyschose. Wim Brands had destijds mij niet uitgenodigd, terwijl ik toch een van de drie auteurs ben. In mijn blog De blinde vlek van Wim Brands heb ik  mijn [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2012/02/Slide2.jpg"><img class="alignnone  wp-image-59797" title="Slide2" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2012/02/Slide2-e1328642837954.jpg" alt="" width="521" height="390" /></a></p>
<p>Het is vandaag precies een maand geleden dat het VPRO-programma <em>Boeken</em> een half uur lang aandacht besteedde aan het boek <em>Tegen de tijdgeest, terugzien op een pyschose</em>. Wim Brands had destijds mij niet uitgenodigd, terwijl ik toch een van de drie auteurs ben. In mijn blog <a href="http://www.huubmous.nl/2012/01/09/vpros-blinde-vlek-voor-de-secularisering/">De blinde vlek van Wim Brands</a> heb ik  mijn vermoedens geuit over de motieven die tot deze beslissing hebben geleid. Het was al met al en uitstekend programma, maar het ging over een ander boek. Dat wil zeggen: over een deel van het boek dat aan de orde was. Zo kwam de invloed die de secularisering heeft gehad op de psychiatrie niet ter sprake  Ook de titel ‘Tegen de tijdgeest’ werd niet verklaard. Als je slechts twee van de drie auteurs uitnodigt, dan zul je als samensteller op zijn minst in het kort moeten verantwoorden waarom je dat doet. Dat liet Wim Brands achterwege.</p>
<p>Hoe dan ook, op zondag 8 januari keken 190.000 mensen naar het programma, dat inmiddels al twee keer is herhaald.  Bij de eerste herhaling keken nog eens 19.000 mensen, bij de tweede zelfs 84.000. Op internet is de uitzending tot nog toe in totaal 5546 keer bekeken. Dat betekent dat in totaal 298, 556 mensen inmiddels het programma hebben gezien. Voor de VPRO is dat – voor zover ik weet &#8211; een absoluut record. Men spreekt in ieder geval over een ‘ongekend hoge kijkdichtheid’. Men heeft er ook geen goede verklaring voor. Wellicht voorziet <em>Tegen de tijdgeest</em> in een leemte. Dat maakt het des te vreemder dat dit boek tot nog toe nog altijd niet besproken is in één van de landelijke dagbladen. Deze volgen doorgaans nauwgezet wat er in het programma <em>Boeken</em> gebeurt. Ra ra hoe kan dat?  Het boek dreigt een bestseller te worden nu de derde druk in aantocht is, en de recensenten zwijgen in alle talen.</p>
<p>Het is temeer vreemd, omdat uitgever Ed Brand alle moeite doet om recensenten voor ons boek te interesseren. Zo zou ik een interview krijgen in de NRC, maar daarover heb ik tot nog toe niets vernomen. Het voorstel is kennelijk afgeketst bij de eindredactie. Bij de presentatie van het boek in oktober j.l. in <a href="http://www.huubmous.nl/2011/10/23/like-a-rolling-stone/">Museum ’t Dolhuys</a> in Haarlem was ook <a href="http://www.nieuwezijds.nl/Auteur/127/Ranne+Hovius">Ranne Hovius</a>, een recensente van De Volkskrant aanwezig, die graag een recensie over het boek zou willen schrijven. Probleem is alleen dat ze daartoe geen toestemming krijgt van <a href="http://www.wbs.nl/platform/gebruikers/hans-wansink/profiel">Hans Wansink</a>, de eindredacteur van de Boekenbijlage. Het argument zou zijn dat zij wel vaker over dat onderwerp geschreven heeft. Kennelijk is &#8216;psychiatrie&#8217; een onderwerp waar je als recensent bij De Volkskrant maar één keer over mag schrijven.</p>
<p>Maar dat is ook weer niet zo, want tot mijn stomme verbazing zag ik, dat dezelfde Ranne Hovius zaterdag j.l. wèl een artikel over psychiatrie heeft geschreven in de Boekenbijlage. De titel van dit artikel is: <em>Het wrede brein van de Breiviks</em>. Twee boeken vormden de aanleiding<em>: Simon Baron-Cohen<a href="http://www.epo.be/boekenportaal/boekinfo_boek.php?isbn=9789057123436"> Nul empathie- een theorie van de menselijke wreedheid</a></em> en <em>Antoine de Kom<a href="http://www.bol.com/nl/p/nederlandse-boeken/het-misdadige-brein/1001004011529282/index.html#product_description">, Het menselijke brein, over het kwaad in onszelf.</a> </em> Boven het artikel staat duidelijk een kopje &#8216;Psychiatrie&#8217;. Dus ook het onderwerp &#8216;psychiatrie&#8217; als zodanig is voor de Volkskrant geen taboe en voor eindredacteur Hans Wansink ook niet.</p>
<p>Kennelijk is er toch iets anders aan de hand. Beide boeken, die Ranne Hovius zaterdag j.l. recenseerde, betreffen de forensische psychiatrie. Deze tak van wetenschap staat met lege handen als het gaat om ontsporingen van de geest, waar terreur bij komt kijken die een relatie heeft met (fundamentalistische) religie. Anders Breivik lijkt een uitzondering op alle theorieën, ook die op het terrein van &#8216;de psychologie van de terreur&#8217;. Hij is ‘<em>the lonely wolf</em>’. Zelfs zijn ontoerekeningsvatbaarheid is voor psychiaters moeilijk aan te tonen. Het onderwerp interesseert mij ten zeerste, niet alleen vanwege mijn eigen psychose in 1966, die iets met godsdienstwaanzin van doen had, maar ook vanwege mijn belangstelling voor &#8216;de psychologie van terroristen&#8217; en het mogelijk verband tussen terreur en het <a href="http://www.slideshare.net/HuubMous/terreur-en-transcendentie-10355001">verdwijnen van transcendentie</a>. Ik publiceerde hierover twee jaar geleden een artikel in het <a href="http://www.denieuwe.nl/PIJN%20NUMMER19/home19.html">themanummer over pijn</a> van het kunsttijdschrift <em>De Nieuwe.   </em><em></em></p>
<p>Waarom begin ik hierover?  Ik stoor me aan het beperkte kader waarin dit soort fenomenen tegenwoordig wordt benaderd. Godsdienstwaanzin is louter een zaak geworden voor de hersenwetenschap. Hoe relevant zijn de diagnoses van psychiaters eigenlijk als het gaat om uitzonderlijke omstandigheden?  Of je nu daadwerkelijk stemmen hoort of niet, als je direct gehoor geeft aan de stem van God of andere demonen beland je in het gekkenhuis of op het slagveld van een terreuraanslag. In het laatste geval kunnen sommige mensen in extreem afwijkende mentale condities het kennelijk heel ver schoppen. Ze handelen ook vaak met een summum aan zelfbeheersing.</p>
<p>De motieven van zo&#8217;n daad kun je afdoen als een psychotische waan veroorzaakt door een al dan niet tijdelijk hersendefect of het totaal ontbreken van het vermogen tot empathie. Maar daarmee weet je nog niets over de werkelijke oorzaak van zo&#8217;n sprong naar het absolute, die dergelijke terroristen met psychotici gemeen hebben. Het blikveld van psychiaters lijkt tegenwoordig  steeds beperkter te worden.  Anno 2012 beroept de psychiatrie zich vrijwel uitsluitend op hersenwetenschap. Ook de psychose is dan een tijdelijk hersendefect en daarmee is het verhaal uit. Het heeft er alle schijn van dat je als recensent bij de landelijke dagbladen wel over psychiatrie mag schrijven, maar alleen vanuit deze beperkte optiek. Zo lijkt er sprake te zijn nieuwe vorm van fundamentalisme: hersenfundamentalisme.</p>
<p><iframe src="http://www.youtube.com/embed/Aq_nCTGSfWE" frameborder="0" width="500" height="400"></iframe></p>
<img src="http://feeds.feedburner.com/~r/HuubMous/~4/wJ7ydQiaGM0" height="1" width="1"/>]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2012/02/08/het-nieuwe-hersenfundamentalisme/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>16</slash:comments>
		<feedburner:origLink>http://www.huubmous.nl/2012/02/08/het-nieuwe-hersenfundamentalisme/</feedburner:origLink></item>
		<item>
		<title>De nieuwe bezieling van het landschap</title>
		<link>http://feedproxy.google.com/~r/HuubMous/~3/vjC1axE90-I/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2012/02/07/de-nieuwe-bezieling-van-het-landschap/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 06 Feb 2012 23:01:06 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[geen categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=59701</guid>
		<description><![CDATA[&#8216;Kan het op zichzelf marginale effect van kunst – dikwijls ook nog storend – in het landschap dat landschap in positieve zin veranderen? Nog meer Rusmannen, Willemsma’s en Rammen? Fryslân nog meer plagiaat aansmeren dat onder aanvoering van een zelfbenoemde, onbegrepen elite obligaat innovatief en uniek moet worden bevonden? Wellicht nog kosmopolitisch ook. Terwijl het [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2012/02/Slide15.jpg"><img class="alignnone  wp-image-59719" title="Slide1" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2012/02/Slide15-e1328551204992.jpg" alt="" width="491" height="404" /></a></p>
<blockquote><p>&#8216;Kan het op zichzelf marginale effect van kunst – dikwijls ook nog storend – in het landschap dat landschap in positieve zin veranderen? Nog meer Rusmannen, Willemsma’s en Rammen? Fryslân nog meer plagiaat aansmeren dat onder aanvoering van een zelfbenoemde, onbegrepen elite obligaat innovatief en uniek moet worden bevonden? Wellicht nog kosmopolitisch ook. Terwijl het daar, waar de Nederlandse kosmopoliet – de grachtengordelier &#8211; het in zijn ver-weg verbeelding situeert, als provinciaal wordt gezien? Ach arme. Meer dan wat ook mis ik in dit stuk de kennelijke tevredenheid over en de band met hun landschap van de inwoners van Fryslân. De wet van de natuur en het gezonde verstand zijn sterker dan bespiegelingen van degenen die de intuïtie en het instinct missen om het landschap te begrijpen.&#8217;</p></blockquote>
<p>Aldus de reactie van Jelle Breuker gisteren op mijn log <a href="http://www.huubmous.nl/2012/02/06/tussen-heimwee-en-verandering/">Tussen heimwee en verandering</a>. Voorwaar kritiek die er niet om liegt. In feite gaat het om twee punten: (1) de overschatting van wat kunst in het landschap kan doen. En (2) het intellectualistische  onbegrip voor de kwaliteit van het landschap, waar Friezen met hun gezonde instinct kennelijk geen hinder van ondervinden. Of kort samengevat: Er wordt te veel geluld over de kwaliteit van het landschap en kunst heeft daar eigenlijk niets aan toe te voegen. Als ik heel eerlijk ben, moet ik bekennen dat Jelle Breuker een punt heeft.</p>
<p>We hebben ook iets gemeen. Jelle was enige jaren als provinciaal beleidsambtenaar belast met de portefeuille beeldende kunst. Ikzelf was dertig jaar lang beroepsmatig werkzaam op het terrein van de beeldende kunst in Friesland. In die hoedanigheid word je wel eens overmand door een beroepsvermoeidheid. Wat moet je ook met al dat geouwehoer? Het gaat nog niet eens om al die Willemsma’s, Rusmannen en Rammen – al moet ik bekennen dat ik ook wel eens indigestie krijg van al dat verlate neo-constructivisme in Friesland – maar eerder nog om een nieuw type kunstenaars en smaakspecialisten die het eindeloos ouwehoeren over kunst &amp; landschap tot een hogere vorm van abacadabra heeft verheven.</p>
<p>De Waddenacademie, die in samenwerking met het Fries Museum en het Filmhuis een<a href="http://www.waddenacademie.nl/WadBlik.390.0.html"> lezingencyclus</a> organiseert over het Wad, heeft mij gevraagd om op 2 april a.s. een lezing te verzorgen over het onderwerp <em>Beeldende kunstenaars in het kustgebied</em>. Toen ik mij onlangs wat oriënteerde op internet stuitte ik op een filmpje van Station Fryslân. De schrik sloeg mij om het hart. Wat een geouwehoer! Doe ik dat soms ook? zo vroeg ik me af. Het is of iedereen het tegenwoordig heeft over de &#8216;betekenislagen van het landschap&#8217; en &#8216;het geheugen van het landschap&#8217;. Zelfs Tresoar organiseert momenteel een lezingenreeks over &#8216;l<a href="http://www.tresoar.nl/mmtresoar/main/agenda_volledig.jsp?lang=nl&amp;agendaitem=37237&amp;stylesheet=agenda.css#.TxmJY8RECM4.twitter">andschap en herinnering&#8217;</a>. Helemaal <em>up to date</em>. Hoewel? Sinds Simon Schama in 1995 de trend heeft gezet met zijn boek <em>Landscape and memory</em> is het ook wel weer een beetje passé. Het wordt hoog tijd voor een nieuwe trend: landschap en amnesie !</p>
<p>Het lijkt erop of wij onszelf ergens in het recente verleden zijn kwijtgeraakt en nu opeens terug willen vinden in het landschap. Onze identiteit en ziel worden bedreigd in tijden van globalisering &#8211; om over de secularisering maar te zwijgen &#8211; en daarom schiet het landschap ons te hulp. Het landschap wordt een spiegel voor ons ontheemde zelf. Sterker nog, het landschap krijgt weer menselijke trekken, zoals een geheugen en een ziel. Ook de metafoor &#8216;het DNA van het landschap&#8217; is inmiddels behoorlijk ingeburgerd. Vooral op het terrein van de planologie en landschapsarchitectuur struikel je tegenwoordig over het begrip ‘DNA’. Men is daar op zoek naar ‘de historische wortels&#8217;, en &#8216;de diepere betekenislagen van het landschap&#8217;.</p>
<p>Van daaruit is het een kleine stap om van ‘het DNA van het landschap’ naar ‘het DNA van een regio’, en zo naar ‘het DNA van een regionale bevolking’ en dus naar ‘het DNA van een volk.’ De <em>genius loci</em> in het landschap zou ook ‘een ziel van het landschap’ kunnen zijn. En ook zo kom je algauw weer op &#8216;de ziel van de  bevolking&#8217; of de volksziel. Landelijk stoort niemand zich daaraan. Alleen in Friesland lijkt er dan telkens weer iets grondig mis te gaan. Misschien ook omdat deze begrippen iedere keer weer op een verkeerde ‘bodem’ vallen. Is de Fryske grûn dan zo veel beroerder dan de Hollandse grond? Of is het zo dat in Friesland de oorlog met zijn <em>Blut und Boden</em> nog steeds niet helemaal verwerkt is?</p>
<p>Dot weekend las ik een artikel van J.P Wiersma uit 1954. Het gaat over kunst in de openbare ruimte, weliswaar in een stedelijk landschap, maar in wezen verschilt dat niet zoveel met het landschap buiten de stad. Wiersma hield er bovendien een eigenzinnige opvatting over een monumentale kunst op na. Hij sprak nog niet over &#8216;het DNA&#8217; van het stedelijk landschap, maar gebruikte een terminologie die niet zoveel verschilt het huidige, &#8216;bezield-genetische&#8217; jargon. Kunst moest volgens hem een spirituele dimensie hebben die harmonieert met zijn omgeving. Kunstwerken in de openbare ruimte zijn niet zomaar menselijke artefacten, maar hebben iets van een bezieling in zich. De kunstenaarshand heeft deze objecten vervaar digd &#8216;omdat het creaties zijn van een  bezielde, artistieke werkzaamheid&#8217; En zo vervolgt Wiersma:</p>
<blockquote><p>&#8216;Deze geen bewijs  vorderende waarheid op de hoofdstad  van Friesland betrekkende, mag men  stellen, dat elke nieuwe vormgeving  er met die karakteristiek, met andere  woorden het stedelijk schoon, in harmonie dient te zijn. In deze tijd toch,  waarin begrippen van ruimtelijke ordening en verantwoorde stadsuitbreidingen algemeen als richtsnoeren zijn  aanvaard, moet er op worden toegezien,  dat in het conglomeraat van een snelgroeiende stad dié elementen ter versiering worden aangebracht, welke&#8217; in het stadsbeeld passen en met het stedenschoon overeenstemmen. Dat de bevolking van de Friese hoofdstad, met de gemeentelijke overheid vooraan, zich wel degelijk van de kenmerkende waarden binnen het stedelijk geheel bewust is en voor handhaving ervan steeds weer opkomt, kan o.a. blijken  uit het besliste afwijzen van de in het  verleden en in onze tijd opgekomen  acties voor demping van de stads grachten.</p></blockquote>
<p>Kortom, kunst die niet overeenstemt met de collectief beleefde waarden van het stedelijk landschap moet verwijderd worden. De omgeving moet gezuiverd worden van vreemde smetten. De ziel, essentie of het conglomeraat aan waarden  (het DNA dus) van stad en landschap moet als norm worden genomen bij de kunstzinnige verfraaiing ervan. Maar hoe kun je zoiets ongrijpbaars als de ziel, de essentie of een conglomeraat van collectieve waarden op deze wijze als richtsnoer nemen? Kan de ziel een criterium zijn vooraf? Zodoende kom je al gauw bij een nieuw soort moreel imperatief dat de kunst gaat beknotten. De verbinding die Fedde Schurer kort na de oorlog heeft willen verbreken, wordt zo op heimelijke wijze weer in ere hersteld.</p>
<p>Maar er is nog iets. De  kwaliteit van het Friese landschap is een typisch Fries keurmerk, dat geheel los staat van taal, en dus ook niet belast is met ethno-linguistische connotaties. Door te pleiten voor de ruimtelijke kwaliteit van Friesland etaleer je zelf, zonder enig risico, als een hypercorrecte diep-Fries. Voor de kwaliteit van het landschap wil iedereen zich wel inspannen. Voor het behoud van de Friese taal en cultuur daarentegen is het veel lastiger om een algeheel <em>commitment</em> te vinden. De kwaliteit van het Friese landschap is dus het ideale substituut voor de bedreigde eigenheid van volk en vaderland in tijden van globalisering. Vanuit dit perspectief bezien is de &#8216;her-bezieling&#8217; van het landschap een probaat instrument voor het realiseren van cultuur-ideologische doeleinden. Al was het maar omdat dit soort thema&#8217;s een onuitputtelijke bron vormt voor oeverloos, intellectueel gelul. En daar heeft Jelle gelijk in.</p>
<p><iframe src="http://www.youtube.com/embed/vGGu5aqKYh4" frameborder="0" width="500" height="400"></iframe></p>
<p>UPDATE 8.UUR. INGEZONDEN DOOR JOSSE DE HAAN :</p>
<blockquote><p>Dit beeld staat nu 2 maanden voor het nieuwe <em>La</em> <em>Cité</em> <em>de</em> <em>l&#8217;Océan</em>, ten zuiden van Biarritz in de heuvels en duinen voor de Atlantische kust. Het is <em>La Dame de la Mer</em>. In deze Oceaan- en surfstad is alles te vinden over het gebruik van oceanen en stromingen &#8211; ook hoe je surft en duikt.</p>
<p>Huub, kan je dit beeld + tekst onder je laatste bericht plaatsen. Ze lullen hier niet over DNA.</p></blockquote>
<p><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2012/02/La-Dame-dIlbarritz.jpg"><img class="alignnone  wp-image-59753" title="La Dame d'Ilbarritz" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2012/02/La-Dame-dIlbarritz.jpg" alt="" width="498" height="329" /></a></p>
<img src="http://feeds.feedburner.com/~r/HuubMous/~4/vjC1axE90-I" height="1" width="1"/>]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2012/02/07/de-nieuwe-bezieling-van-het-landschap/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>12</slash:comments>
		<feedburner:origLink>http://www.huubmous.nl/2012/02/07/de-nieuwe-bezieling-van-het-landschap/</feedburner:origLink></item>
		<item>
		<title>Tussen heimwee en verandering</title>
		<link>http://feedproxy.google.com/~r/HuubMous/~3/guAH9KIQqog/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2012/02/06/tussen-heimwee-en-verandering/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 05 Feb 2012 23:02:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[geen categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=59685</guid>
		<description><![CDATA[Op een van de schaarse zomerse dagen in augustus fietste ik tussen in een weids, groen landschap ergens tussen Mantgum en Jorwerd. Kort na elkaar stuitte ik daar op drie stilstaande auto’s. De eigenaars hadden ze in de berm geparkeerd om een foto te maken van de kerktoren, die aan de horizon naar de hemel [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2012/02/TP20070812-RWS-Afsluitdijk009-Edit_tcm174-138346.jpg"><img class=" wp-image-59686 aligncenter" title="TP20070812-RWS-Afsluitdijk009-Edit_tcm174-138346" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2012/02/TP20070812-RWS-Afsluitdijk009-Edit_tcm174-138346.jpg" alt="" width="499" height="325" /></a></p>
<p>Op een van de schaarse zomerse dagen in augustus fietste ik tussen in een weids, groen landschap ergens tussen Mantgum en Jorwerd. Kort na elkaar stuitte ik daar op drie stilstaande auto’s. De eigenaars hadden ze in de berm geparkeerd om een foto te maken van de kerktoren, die aan de horizon naar de hemel wees. Ik besefte opeens getuige te zijn van een fenomeen: De Jorwerd-toerist uit de Randstad heeft bezit genomen van Friesland. Zoals vroeger een stoet van Duitsers in het voorjaar bij Winschoten de grens passeerde voor een dagje Keukenhof, om ’s avonds laat met een slinger van bloemen op de motorkap van de Volkswagen weer naar de Heimat terug te keren, zo doen randstedelingen van tegenwoordig een dagje platteland aan gene zijde van de Afsluitdijk. Daar is het leven immers nog echt, authentiek en waard om geleefd te worden.</p>
<p>Sinds Geert Mak is het dorp in Friesland iets exotisch geworden. Na de verbeelding van de jaren zestig is nu de werkelijkheid aan de macht. Het Friese dorp echter dan echt, en dat is waar de postmoderne mens naar verlangt. Zoals de boer tegenwoordig ‘vrouw’ zoekt, zo zoekt de randstedeling het Friese dorp. Om die reden zijn de contouren van het meest bekende dorp van Nederland inmiddels in heel wat fotoalbums terechtgekomen. Mensen willen kennelijk met eigen ogen dingen zien waarvan ze het bestaan alleen uit hun verbeelding kennen. Zoals de lezers van Jan Siebelink op bedevaart gaan om de heg van de bloemenkwekerij in Velp te aanschouwen, waar God zich voor het laatst op de wereld liet zien, zo willen de lezers van Geert Mak de sfeer ervaren, waarin God in Jorwerd uit de wereld verdween.</p>
<p>Dat beeld moet worden geijkt aan de ware en enige norm, dat wil zeggen: de keiharde werkelijkheid. Het echte hoeft niet eens echt gezien te worden, dat wel zeggen, in te branden op het netvlies of in te dalen in het geheugen, als maar bewezen kan worden dat het echt bestaat, bijvoorbeeld door een zelf genomen foto langs de kant van de weg. Zo ontstaat een souvenir van de werkelijkheid als bewijsstuk voor de verbeelding. We zijn op weg naar een tijd waarin het authentieke alleen nog opduikt in het domein van de fictie, in de laatste bewaarplaats van het verlangen.</p>
<p><span id="more-59685"></span></p>
<p>De grootste kwaliteit van Friesland, zo schrijft Goffe Jensma in zijn boek ‘Het rode tasje van Salverda’, is niet dat het door de eeuwen heen gelijk is gebleven, maar dat het door de eeuwen heen heeft weten om te gaan met verandering en vernieuwing. De mythe van de onveranderlijke, Friese plattelandscultuur, die eigen is aan een kleine homogene gemeenschap levend onder de klokslag van de toren in nauw contact met God natuur, taal en traditie is een mythe die ergens in de vorige eeuw in elkaar is geknutseld. Het is een product van de late Romantiek, vooral bedacht door doemdenkers die de ziel van een volk willen redden uit de klauwen van de geschiedenis en vluchten in een imaginair verleden uit angst om voor eeuwig te verdwijnen. Het ideaal van de Friese cultuur werd op de spits gedreven, toen Friesland – ooit een van de kerngebieden van de Republiek van de zeven Provinciën – voorgoed in de periferie was terechtgekomen.</p>
<p>Ergens in die late negentiende eeuw moet ook het ideaalbeeld van het kleine Friese dorp zijn ontstaan. Al het kwaad werd opeens in de grote stad gesitueerd. ‘It lytse doarp’ werd heilig verklaard. De constructie van deze mythe ging in feite gelijk op met het ontstaan van het verdriet van Friesland. In die laatste decennia van de negentiende eeuw werd Friesland getroffen door een zware recessie, wat leidde tot een uittocht van 150 duizend emigranten op de vlucht voor de landbouwcrisis en op zoek naar geluk waar ook ter wereld. De achterblijvers klampten zich met al hun gevoelens vast aan het ideaal van het platteland. Je kunt iets van die intense emotie nog altijd ontwaren in de geschilderde landschappen en dorpsgezichten van Cor Reisma, Johan Elsinga, Gerrit Benner en Klaas Koopmans. Zij schilderden als geen ander de beelden van het gekwelde verlangen naar de ongeschonden horizon. Ingetogen en hartstochtelijk. Het waren zuivere, kernachtige, ongerepte dorpsgezichten, zonder witte schimmel en zenuwziekte verwekkende windturbines.</p>
<p>Kortom, het Friese landschap zoals menig Fries schilder dat nog altijd schildert. Het dorp van Benner, met een paar rake lijnen en sprekende kleuren op het doek gezet, was al lang voor hij het in zijn verbeelding zag in de Friese genen neergeslagen, zozeer zelfs dat menigeen vandaag de dag bijna hysterisch reageert op de aantasting van dat ideaalbeeld, dat tegen beter weten in een eeuwigheidswaarde wordt toebedacht.</p>
<p>Het zijn dus niet alleen de meewarig stemmende Jorwerdtoeristen, die op zoek zijn naar een beeld dat alleen in hun eigen verbeelding bestaat. Het zijn ook de Friezen zelf. Niemand lijkt aan dit verlangen te kunnen ontsnappen. Ook Geert Mak heeft de romantische valkuil van de verdwaalde vreemdeling in de tijd niet kunnen ontwijken. Integendeel, hij ging immers op zoek naar de verdwenen harmonie van de Friese plattelandscultuur, een beeld dat in laatste instantie gestoeld is op zijn eigen heimwee. Heimwee is het achtergrondmuziekje dat onlosmakelijk verbonden is met de mythe van het Friese dorp. Dat melancholische muziekje wordt telkens weer gecomponeerd vanuit hetzelfde verlangen van de Fries uit de vorige eeuw naar het ongerepte leven in een kleine gemeenschap. Het verlangen ook naar de geur van gras en de smaak van Friese grond, die hij – als het moet – wel op zou willen vreten, zoals Jopie Huisman dat ooit zo treffend verwoordde. Dit verlangen onttrekt zich aan elk weerwoord, zelfs aan elke bewuste reflectie. Het is in wezen fysiek en dus onbespreekbaar. Maar dat niet alleen, het is voor iedereen herkenbaar en invoelbaar en juist daarom een goudmijn voor de economie van de beleving. Dit heimwee naar het de dorpscultuur van weleer heeft Geert Mak voor de stedeling van vandaag opnieuw geconstrueerd door er al schrijvend naar op zoek te gaan. Het is een obscuur verlangen waar hij op stuitte, een verlangen dat in diepste wezen helemaal niet uit is op vervulling, maar juist in onvervulde staat voor eeuwig wil voortbestaan.</p>
<p>Zoals gezegd, niet alleen Friezen hebben daar last van, maar in feite ieder mens. Alleen zijn Friezen maar al te vaak bereid om exact aan het beeld te voldoen dat de rest van Nederland zich van hen heeft gevormd zeker als dat de bevordering van het toerisme ten goede komt. Het is een spiegelbeeldig proces van wederzijdse bevestiging tussen vooroordelen van Friezen en Hollanders, dat de Friese cultuur in stand houdt en doet voortbestaan. ‘Deep down’ in zijn krokodillenbrein bewaart ieder mens een herinnering aan zijn eigen Jorwerd, zijn eigen Poppingawier, zijn eigen oase waar het gras altijd groener is dan elders, het gras dat in ‘it heitelân’ ooit langs de voeten omhoog groeide. Kortom, iedereen heeft zijn eigen beeld van ‘it beste lân fan de ierde’, dat je nog altijd beter in de Greidhoeke dan op de Maasvlakte kunt situeren.</p>
<p>Het heimwee naar het Friese dorp is een verlangen dat eindeloos gekopieerd kan worden in steeds nieuwe varianten op hetzelfde grondpatroon. Zoals de ouden zongen piepen de jongen. Met het heengaan van de bakker, de slachter en de dorpsgek verdween uiteindelijk ook God. Het muziekje van het heimwee naar het dorp kent geen tijd. Zoals Wim Sonneveld nog altijd zingend loopt langs Slagerij J. van der Van en het tuinpad van zijn vader, zo dichtte Obe Postma over de ‘libbensmienskip fan it doarp. Dat er it bûthús koe de skoarre, de tún en de greide’. Het is een universele mythe die sluimert in het collectieve geheugen, als een verbleekt Sneeuwwitje die door elke prins van de poëzie zomaar kan worden wakker gekust. Friesland is de laatste slaapplaats voor dit Sneeuwwitje, de laatste schuilhoek voor het steeds groter wordende verlangen naar het kleine dorp. We zitten hier gevangen in ons eigen droompaleis. Friesland wordt ‘Hotel Heimwee’ en daar werken we allemaal aan mee.</p>
<p><strong>Ruimtelijke kwaliteit en duurzaamheid</strong></p>
<p>De ruimtelijke kwaliteit van het landschap staat in Friesland de laatste jaren behoorlijk in de belangstelling.  Het besef is gegroeid dat deze ruimtelijke kwaliteit een economische waarde vertegenwoordigd. Schone lucht, een open horizon en goede woningen zijn immers belangrijk voor het aantrekken van hoogwaardige werkgelegenheid. De tijden dat de kwaliteit van het wonen in dienst stond van de economie zijn voorbij. Het omgekeerde is nu het geval, een goed woonklimaat bevordert de economie. Daarmee komt meteen ook een dilemma in beeld. Behoud van het landschap zet Friesland op slot. Al te snelle verandering daarentegen zal de ruimtelijke kwaliteit snel doen afnemen. Er moet dus een middenweg worden gevonden. Friesland bevindt zich in een overgangscrisis: de transformatie van een traditioneel agrarische naar een postindustriële regio in een snel globaliserende wereld.</p>
<p>Dat proces voltrekt zich binnen enkele decennia. Daar is geen houden aan, al creëert het voortdurend schijndilemma’s voor wankelmoedige bestuurders.  Er moet worden geschipperd tussen twee onverenigbare intenties: verandering en behoud. Het één gaat immers altijd ten koste van het ander. Een middenweg is er niet En die middenweg wordt wonderlijk genoeg in Friesland toch gevonden in de  voortdurend herhaalde toverformule ‘veranderen om te behouden.’ Dat wil zeggen de kool en de geit sparen. Het één doen zonder het ander te laten. Maar met dit soort tweeslachtige slogans hou jezelf natuurlijk ook een beetje voor de gek. Het is de dood of de gladiolen. Anders gezegd: radicaal investeren in economie en infrastructuur of wegzakken als een verlaten eldorado voor pensionado’s in een dooie uithoek van Europa.</p>
<p>In feite valt er weinig te kiezen. Over 20, 30 of 40 jaar is het voorgoed gebeurd met het mooie oude Friesland van Obe Postma, Ids Wiersma en Gerrit Benner. De Randstad en Brabant zitten vroeg of laat mudjevol. Dan zal ook deze provincie er aan moeten geloven. De toekomst vraagt om harde maatregelen en ingrijpende investeringen. We moeten vooruit of we willen of niet. Straks zitten we hier ook opgescheept met alle schaduwkanten van de postindustriële samenleving, waar nu alleen de grote steden mee te kampen hebben. En waarom ook niet? We leven hier in de 21ste en niet in de 19de eeuw. Er zijn heel wat Friezen die allerlei angstige vergezichten zien als ze aan de toekomst van deze provincie denken. Met angst en beven zien ze het beeld opdoemen van technocratische schijnoplossingen, zoals hoge kantoortorens en lawaai-architectuur of het wegtoveren van problemen met megalomane technische projecten.</p>
<p>Geert Mak speelt daar tegenwoordig behendig op in met zijn waarschuwingen  tegen de verleidingen van de ‘cargo-cult’. Dat is een term uit de antropologie die zijn oorsprong vindt in Nieuw Guinea. Of zoals het zelf formuleert: ‘De Papoea’s maken daar lokvogels om de grote, blanke vogels (vliegtuigen) met cadeaus tot landen te verleiden. Regio’s die tegen andere streken opkijken hebben dezelfde neiging. Zeker wanneer er geld boven de markt hangt proberen ze met alle mogelijke middelen, meningen en kunstgrepen het grootkapitaal te lokken. Is het niet met premies en lage grondprijzen, dan wel met mega-industrieterreinen waar geen vestigingskandidaat voor te vinden is.’ Met andere woorden: Als het hier zo gaat als in Brabant, dan is binnen twintig jaar de ruimtelijke kwaliteit van het landschap totaal naar de knoppen. Het Friese cultuurlandschap moet dus tot elke prijs behouden blijven.</p>
<p>Maar speelt Geert Mak niet wederom het muziekje van het heimwee? Hoewel hij zich verzet tegen het verlangen naar een verleden dat nooit heeft bestaan, is het één en al conservatisme dat deze goeroe uit Jorwerd tentoonspreidt. Respect voor ‘het échte verleden’, zo noemt hij dat. Dus vooral géén hogesnelheidslijn. Daarentegen ziet hij een nieuw Utopia opdoemen aan de nog altijd onvervuilde, Friese horizon. Dat wil zeggen: slimme, creatieve bedrijfjes die de innovatie van melk- en eiwitindustrie aanpakken in de niches van de Friese plattelandscultuur. Werken in Amsterdam, terwijl je achter de computer op een boerderij voorbij Dokkum zit. Het is de makkelijke praat van een gearriveerde pensionado die hier de geur zijn jeugd wil snuiven.</p>
<p>En toch, de visie van Geert Mak lijkt tegenwoordig officieel beleid te zijn geworden. In het boekje ‘Romte, het Friese landschap van de toekomst’ waarin het beleid van de provincie Fryslân wordt toegelicht naar aanleiding van het Ontwerp Streekplan 2006, wordt Geert Mak ook ruimschoots aan het woord gelaten.  De publicatie eindigt zelfs met een Manifest: ‘Aan de slag met ruimtelijke kwaliteit.’ In de stellingen, die hierin naar voren worden gebracht, viert het hedendaagse ‘Geert Mak denken’ hoogtij. Aan de ene kant wordt gestreefd naar nieuwe ontwikkelingsmogelijkheden voor ruimte, wonen en werken, maar tegelijkertijd wordt ingezet op méér ruimtelijke kwaliteit. Opvallend is ook dat in het manifest geen enkel woord wordt gewijd aan de beeldende kunst in relatie tot het landschap, laat staan over de kwaliteit van architectuur. Architectuur en beeldende kunst worden kennelijk niet als  cruciale factoren gezien voor het behouden en ontwikkelen van ruimtelijke kwaliteit. Het is vooral een zaak van ‘samen doen’, van ‘lef tonen’ van ‘vertrouwen hebben’ en ‘jezelf overheid of instantie opstellen als betrouwbare partner’. Kortom, veel wollige woorden en weinig concrete beleidsvoornemens.</p>
<p>De intenties, van waaruit op het Provinciehuis gedacht wordt, komen terug in de andere verhalen van deskundigen en betrokkenen. De ‘cargo-cult’ van Geert Mak wordt in alle toonaarden als doembeeld neergezet. De zorg voor ruimtelijke kwaliteit, zo wordt telkens weer beweerd, vraagt om organische invoegingen in het landschap. Het vraagt ook om kennis van historische structuren. De DNA van de historische ontwikkeling moet als leidraad dienen voor een geleidelijke aanpassing aan de behoeften van deze tijd.. Dat betekent dus zoeken naar slimme en duurzame oplossingen. Geen roekeloze investeringen in de infrastructuur, hoge kantoortorens, grootschalige ruilverkavelingen met passer en liniaal of futuristische vervoersystemen, maar investeringen in woningen en industrie die qua aard en schaal aansluiten bij het de maat van Friesland. Dat is een menselijke maat met een menselijke snelheid. Kleinschalig en traag dus. Duurzaamheid is toverwoord dat overal opduikt. Afremmen is het adagium, want alles moet worden afgestemd op de trage dans van de duurzaamheid.</p>
<p>Zo ongeveer wordt er vandaag de dag gedacht over de kwaliteit van het Friese landschap en de eisen die dat stelt aan architectuur en planologie. Die zorg voor ruimtelijke kwaliteit berust tegenwoordig op een brede consensus. Soms krijgt het de trekken van een nieuw soort geloof. Ruimtelijke kwaliteit wordt immers door menigeen al gauw vereenzelvigd met identiteit. Waar kun je de Friese identiteit immers beter herkennen dan in de historische contouren van het landschap? Wat is er Frieser dan een open horizon? Je kunt dit geloof ook uitdragen zonder beticht te worden van verscholen chauvinisme, nationalisme of andere vormen van tribale zelfverheerlijking. De kwaliteit van het Friese landschap is een typisch Fries keurmerk dat geheel los staat van taal en dus ook niet belast is met ethno-linguistsiche connotaties. Door te pleiten voor de ruimtelijke kwaliteit van Friesland etaleer je zelf, zonder enig risico, als een hypercorrecte diep-Fries. Voor de kwaliteit van het landschap wil iedereen zich wel inspannen. Voor het behoud van de Friese taal en cultuur daarentegen is het veel lastiger om een algehele consensus te vinden. De kwaliteit van het Friese landschap is het ideale substituut voor de bedreigde eigenheid in tijden van globalisering. Anders gezegd, het is een open deur die al gauw de trekken aanneemt van een onomstootbaar dogma.</p>
<p>Het grootste gevaar in het huidige discours van de ruimtelijke ordening is dat de strakke scheiding tussen stad en platteland geleidelijk aan verdwijnt. Men ziet het beeld opdoemen van een algehele ‘verrommeling’, wat wil zeggen dat de omgeving een chaotisch karakter krijgt en ‘ongepland’ lijkt. Voor die afwezigheid van planning lijken wij allergisch te worden. Alles moet eruit zien alsof het door mensen is bedacht en ook doelbewust zo is bedoeld. Dat geldt niet alleen voor de voortuin, de trottoirtegels maar eens temeer voor de ruimtelijke kwaliteit van het landschap. Die hang naar een strenge vorm van purisme en een overmatige doordachtheid stuit in Nederland tegenwoordig op grote problemen wegens een nijpend gebrek aan ruimte. Het probleem van de ‘verrommeling’ manifesteert zich vooral in de Randstad en met name in Zuid-Holland. Er ontstaat daar langzaamaan een algehele chaotische structuur, een soort nieuw San Francisco, waarbij de grens tussen stad en platteland stilaan verdwijnt. Je moet daar vanuit welke plek ook een uur fietsen om nog een koe in de wei te zien. Die ruimtelijke beklemming kent Friesland niet. Integendeel. Er is hier nog altijd ruimte in overvloed.</p>
<p>Het heeft er dan ook alle schijn van dat angst van de Randstad om de ruimte te ‘verrommelen’ in Friesland is omgeslagen in een bijna hysterische zorg voor ruimtelijke kwaliteit. Dat uit zich bijvoorbeeld in een allerlei allergische reacties op ‘witte schimmel’ bij dorpsuitbreidingen, wildgroei van bedrijventerreinen en de aanleg van tweebaanswegen. Ook in het denken over architectuur vind je die angstvalligheid terug. Niet te modern of te extreem, maar vooral aangepast aan het verleden.. Er heerst in Friesland een bijna panische angst dat het historische dorpsbeeld gaandeweg geheel zal verdwijnen tussen de golfplaten van bedrijfshallen die vergeefs met ’schaamgroen’ zullen worden verdoezeld. Het oude wordt gekoesterd zelfs in de vormgeving van het nieuwe. Bij een nieuwbouwwijk als Techum ten zuiden van Leeuwarden wordt het stedenbouwkundig patroon geënt op de organische structuur van de historische dorpskern. Het oude terpdorp als markant en afgebakend eiland tussen het eindeloze groen van weilanden wordt als ideaalbeeld gehanteerd zelfs voor de uitbreiding van de stad. Kortom, er is geen ideaalbeeld meer in het heden, maar alleen nog heimwee naar het verleden.</p>
<p>Adriaan Geuze heeft onlangs terecht geconstateerd dat de ruimtelijke ordening in Nederland geen ideaalbeelden meer kent die dit land nog echt aantrekkelijk kunnen maken. Nederland is van oudsher ‘een kunstmatig gemaakt land’, maar de idealen van de makers zijn we vergeten. De voortvarendheid waarmee Ir. Lely destijds de Zuiderzeewerken ter hand nam, de radicaliteit van de Deltawerken en de doortastendheid bij de sanering van de voormalige mijnstreek gingen gepaard met visie en ondernemingszin. ‘Veranderen om te behouden’ betekent daarentegen vooral ‘pappen en nathouden’. Vlees noch vis dus. De verbeeldingskracht wordt op deze manier het kind van de rekening. Angst voor de toekomst vormt een belangrijk obstakel om nieuwe ideaalbeelden te creëren. Het platteland heeft een deel van zijn vertrouwde karakter verloren, omdat boeren hun bedrijven zijn gaan beschouwen als industrie-complexen. Maar het zijn de weggevluchte stedelingen en de rentenierende pensionado’s die in de nog resterende ruimte met een open horizon een soort Arcadië herkennen, een denkbeeldig oord uit een ver verleden, waar ook veel Friezen hevig naar terug verlangen.</p>
<p>In die spagaat lijkt ook het denken over de ruimtelijke ordening in Friesland gevangen te zitten. Tussen heimwee naar een verdwenen Arcadië en een gebrek aan nieuwe ideaalbeelden voor de toekomst.  Die twee polen keren telkens weer terug. Ze komen tot uiting in de tweeslachtige houding ten aanzien van radicale landschappelijke ingrepen uit het verleden, zoals bijvoorbeeld de Afsluitdijk.  Maar ze keren ook terug in een behoedzaam integreren van planologie, kunst en architectuur, zoals dat te herkennen valt bij tot stand komen van het Museum Belvédère in Oranjewoud. In beide voorbeelden, waar ik hierna wat dieper op in zal gaan,  spelen elementen mee als identiteit, volksaard en de beleving van het eigene. De planologie lijkt steeds meer in de greep te komen van het herkennen, behouden, bevestigen en actualiseren van de eigen nationale, c.q. Friese identiteit.  Voor de beeldende kunst, die zich richt op het landschap, biedt dat nieuwe mogelijkheden, niet alleen als onvermoede katalysator in een ingewikkeld planologisch proces, maar ook in de mogelijke versterking van de landschappelijke identiteit door de introductie van onverwachte elementen, waardoor ‘het eigene’ van zijn clichés kan worden ontdaan. Deze mogelijkheden kennen echter ook een keerzijde, als de vaak onuitgesproken, ideologische uitgangspunten van de opdrachtgever kritiekloos door de kunstenaar worden overgenomen.</p>
<p><strong> Ruimtelijke kwaliteit en volksaard: de Afsluitdijk</strong></p>
<p>Aldous Huxley maakte omstreeks 1920 per automobiel een reis door Nederland. De Afsluitdijk was er toen nog niet. Toch raakte hij onder de indruk van een kwaliteit in het Hollandse landschap, die we zelf nogal eens geneigd zijn over het hoofd te zien. ‘Een reis door Nederland’, zo schreef Huxley, ’is een reis door de eerste boeken van Euclides. Op een land dat het ideale platte vlak van geometrieboeken is, zijn de wegen en kanalen de kortste afstanden tussen twee punten. In de eindeloze polders snijden de dijkwegen de weerkaatsende sloten in rechte hoeken, een netwerk van volmaakt evenwijdige lijnen. Aan de horizon zwaait een rij molens hun armen als dansers bij een geometrisch ballet. Onafwendbaar leiden de wetten van het perspectief de lange wegen en het glanzende water naar een vaag verdwijnpunt (..) Geometrie vraagt om poëzie; met een gevoel voor esthetische kenmerken die je niet hoog genoeg kunt schatten hebben de Nederlanders gevolg gegeven aan de roep van het landschap en hebben zij het platte vlak van hun landschap bezaaid met kubussen en piramiden. Heerlijk landschap! Ik ken geen enkel landschap waar het geestelijk opbeurender is om in rond te reizen.”</p>
<p>Het is tegenwoordig niet meer ‘bon ton’ om te spreken over zoiets troebels als volksaard of volksziel. Toch zetten deze woorden van Huxley aan het denken. Ze deden me het verhaal herinneren dat ik ooit van een Duitser hoorde, die beweerde dat – telkens als hij boven Nederland vloog op weg naar Schiphol en uit het raampje beneden de geometrische vlakken in het landschap zag – hij aan Mondriaan moest denken. Ook kwamen woorden bij mij in herinnering van professor Hans Jaffé, die ooit een boek schreef over de kunst van De Stijl en ronduit stelde: “De geografische structuur van Nederland heeft bij het Nederlandse volk hoedanigheden ontwikkeld, die ook in Mondriaans kunst een belangrijke rol hebben gespeeld: precisie, abstracte berekening en mathematische discipline.” Dat alles zie je terug in de Afsluitdijk. Dit is een monument voor de verandering zonder enige angst om iets te verliezen. Een houding die Nederlanders graag bij zich zelf herkennen. Er wordt wel eens gesproken over de oude Hollandse VOC-mentaliteit, die tegenwoordig zou ontbreken. Balkenende maakte er zich niet geliefd mee toen hij de Tweede Kamer hierop wees. En terecht. Die VOC-ers waren gewoon boeven die de halve wereld hebben leeggestolen uit zucht naar zelfverrijking. Om van de slavenhandel maar te zwijgen. Als we dan toch wat meer trots moeten zijn, laten we dan naar onze polder- en dijkenbouwers kijken. Daarin is Nederland echt groot geweest en de gevolgen van die heroïsche ingrepen zijn nog altijd in het landschap te zien. De VOC was de koopman. De Afsluitdijk is de dominee. Samen zijn ze – ieder op hun eigen wijze – Holland op zijn smalst.</p>
<p>Friezen uiten hun zorg over het landschap niet in de laatste plaats omdat ze zichzelf willen blijven en zichzelf niet willen verliezen in de vaart der volkeren. Daar is natuurlijk niets mis mee, maar hoe moet het dan met de grote ambities, het grote gebaar, de grote ingrepen van ingenieurs die die het Hollandse polderlandschap hebben gemaakt en Friesland hebben verbonden met Holland? Zou de Afsluitdijk vandaag de dag ook nog aangelegd kunnen worden? In deze tijd lukt het niet eens om een hogesnelheidslijn aan te leggen die het Noorden met de Randstad verbindt? Grote ingrepen in de infrastructuur zijn in financieel opzicht vrijwel  onbeheersbaar geworden. Maar wet erger is, ze verhouden zich slecht met de soms haast angstvallige zorg voor de ruimtelijke kwaliteit, die vandaag de dag door menig bestuurder als een semi-religieus geloof wordt gekoesterd. Hoe verhoudt een historische ingreep als de Afsluitdijk zich met deze hedendaagse geloofsijver rondom de kwaliteit van het landschap? Schuilt  achter deze zorg voor de ruimte soms een diepe angst voor de vooruitgang ?</p>
<p>Toen vorig jaar het feit werd herdacht, dat 75 jaar geleden De Afsluitdijk werd aangelegd ontstond In Friesland een actiegroep, onder aanvoering van architect Jouke van de Bout, die er voor pleitte om de Afsluitdijk tot beschermd monument te verheffen. Dit staaltje vaderlandse ingenieurskunst zou zelfs op de lijst van het Werelderfgoed van de UNESCO  moeten komen. In feite pleitte men voor het  erkennen van een nieuwe status quo voor het grote waterlandschap aan weerszijden van de Afsluitdijk is ontstaan dat door de radicale ingreep van destijds. Of zoals het letterlijk in het rapport stond te lezen: ‘De Zuiderzee, ondanks het uitgevoerde Zuiderzeeplan van 1918, dus nu het IJsselmeer is een onlosmakelijk onderdeel van dit totale waterlandschap en dat geldt al helemaal voor de Afsluitdijk, als ingenieuze scheidslijn tussen ruw zout en mild zoet, in dit waterlandschap van natuurgebieden aan beide zijden van De Dijk. Het een kan hier niet zonder het ander.’</p>
<p>Door mensen die daar heel anders over dachten waren de meest wonderlijke plannen bedacht voor de Afsluitdijk. Windparken, drijvende woonwijken, een lint van zonnepanelen en de aanleg van een superbus, de sky leek de limit, ook bij de ideeën die ontwikkeld werden in het kader van het project Fryske Fiersichten’. De Rijksbouwmeester Mels Crouwel had eerder al eens voorgesteld om links en rechts langs de Afsluitdijk lintbebouwing aan te leggen. Ook het plan voor een snelle spoorlijn is al eens geopperd. Nu is dat laatste niet zo&#8217;n vreemd idee, want in het oorspronkelijk ontwerp voor de Afsluitdijk was de aanleg van een spoorlijn al opgenomen. De benodigde ruimte is later echter gebruikt voor een verdubbeling van de autoweg. Ook heeft de architect Gunnar Daan eens voorgesteld om een lint van windturbines langs de Afsluitdijk te plaatsten. Een andere Friese architect, Chris Vegter, pleitte in het verleden juist voor behoud van de Afsluitdijk in zijn huidige gedaante. Kortom, de Afsluitdijk schijnt in ideologsiche zin steeds meer als scherprechter te fungeren in het debat over hedendaagse ontwerp-opvattingen. Utopische ondernemingszin stuit hier op cultuur- en natuurhistorisch sentiment. Aan de ene kant tref je de ‘radicale veranderaars’ en aan de andere kant de ‘behoedzame behoudzuchtigen.’</p>
<p>Voor de laatsten moet de Afsluitdijk vooral blijven wat het is. Een kale, eindeloze weg in een weerbarstig landschap van water en lucht. Dit is immers wat het Hollandse landschap hoort te zijn, één rechte streep tot aan de horizon. De Afsluitdijk is naast de Chinese muur, de enige door menshanden gemaakte constructie die vanuit een satelliet in de ruimte zichtbaar is. Deze landschappelijke constructie is tegelijk ook de navelstreng tussen Holland en Friesland, tussen het trotse Nederland en zijn mest nuchtere spiegelbeeld. Friesland is immers in menig opzicht Nederland in het kwadraat. Deze dijk stemt tot nederigheid tegenover het Al, God, de kosmos, het water. Sterker nog, de strijd tegen het water heeft gemaakt tot wat we zijn: koel en berekenend, maar ook voortvarend en doortastend, waarbij nooit een zee te hoog is geweest. Van dat alles is de Afsluitdijk de belichaming bij uitstek. Het is misschien wel het kostbaarste wat we hebben. ‘Hier ligt hij nu hier ligt hij later,’ schreef de dichter Jan Engelman in de jaren dertig. Ziehier onze ultieme beheersing van het landschap na een eeuwenlange gevecht met het water. Het lijkt of de Afsluitdijk een archetypisch karakter heeft dat sterk verbonden is met identiteit en volksaard . Dat wil zeggen, met het meest eigene dat het Nederlandse landschap te bieden heeft.</p>
<p>Maar is dat ook zo? In hoeverre is hier sprake van een mythische constructie? Bevat deze ervaring van het eigene niet een wonderlijke paradox?  Het eigene wordt immers in het verleden geplaatst en niet in het heden. Identiteit is iets wat we ooit waren, maar niet iets wat we zijn. Onze volksaard kan dus alleen met terugwerkende kracht herkend worden, maar gaat wel als leidraad dienen voor besluitvorming in het heden. Wat  we bewonderen in het verleden, wordt in het heden gekoesterd, maar zelden als nieuw te formuleren ideaal voor de toekomst opnieuw geformuleerd. Het meest karakteristieke van de Afsluitdijk is de radicale en rücksichtloze ingreep. Met passer en liniaal nota bene, zonder enig respect ook voor de DNA van het landschap met zijn historische en ecologische structuur. Integendeel, deze brute ingreep vormde het sluitstuk van de Zuiderzeewerken, draaide de visserij in de Zuiderzee de nek om en maakte zout water zoet. Door het aanleggen van de Afsluitdijk ontstond de nostalgie rond de teloorgang van oude vissersdorpen. De Zuiderzeeballade van Sylvain Poons vormt als sentimentele smartlap in zekere zin de keerzijde van het visionaire en uiterst functionele ontwerp van Ingenieur Lely. Hoezo veranderen om te behouden? Hier betekende de verandering in veel opzichten juist een groot verlies, al werd dat destijds misschien door weinig mensen als zodanig ervaren.</p>
<p><strong>Ruimtelijke kwaliteit en calvinisme: Het Museum Belvédère.</strong></p>
<p>De beeldenstorm heeft  al eeuwen geleden zijn werk gedaan en de kerken in het noorden kaal en weerbarstig gemaakt. Barok zul je in het noorden weinig vinden. Het neoclassicisme daarentegen des te meer. Een basale verwantschap tussen modernisme en calvinisme kwam openlijk tot uiting in de zakelijke vernieuwingen binnen de gereformeerde kerkenbouw in het begin van de twintigste eeuw. Anders dan de katholiek Pierre Cuypers (1827-1921), die eerder met zijn neogotiek de moderniteit ontkende en het middeleeuwse verleden idealiseerde, was het de calvinist Abraham Kuyper (1837-1920), de geestelijk leidsman van de gereformeerden, die nauwkeurig heeft aangegeven aan welke pragmatische eisen een gereformeerd kerkgebouw moet voldoen. In feite waren de gedachten van Kuyper zeer functioneel en uiterst modern. Het modernisme moest volgens Kuyper niet worden verworpen, maar in de kern worden gewaardeerd. In een toespraak in 1871 beweerde hij het volgende: ‘Wie zijn vijand niet waardeert, bestrijdt niet hem, maar het schrikbeeld zijner eigen gedachte. Van die strijd wensch ik mij dus te onthouden. Veeleer zal juist waardering van het modernisme mij den grond voor zijn bestrijding bieden; en die beiden nu, én wat ik in het modernisme waardeer én wat ik in die geestesrichting bestrijd, wist ik u niet korter en niet beter weer te geven, dan door het Modernisme u voor te stellen als  Fata Morgana op Christelijk gebied’.</p>
<p>Kunsthistorici hebben er sindsdien op  gewezen dat het modernisme in Nederland in het protestantse noorden van begin af aan meer ontvankelijkheid ondervond dan in het katholieke zuiden. In het Friesland van na de Tweede Wereldoorlog was er aanvankelijk sprake van een soort verlate doorbraak van de moderniteit. Maar toen het modernisme eenmaal was ingedaald, wist het ook van geen wijken. De nuchtere Fries heeft iets met de strengheid van het moderne. Op het terrein van de beeldende kunst bijvoorbeeld hield het neo-constructivisme hier langer stand dan elders. Het postmodernisme daarentegen is in Friesland nooit echt aangeslagen. Het Nederlandse landschap is ooit een nauwe relatie aangegaan met de geometrie. Bij het Friese landschap kun je wat dat betreft zelfs spreken van een liefdesrelatie.  Geen wonder dan ook dat de strakke, functionalistische architectuur zich in dit Friese landschap het beste thuis voelt.</p>
<p>Het nieuwe museum Belvédère dat in 2004 in Oranjewoud werd gebouwd, is daar een treffend voorbeeld van.  Architect Eerde Schippers verklaarde daarover kort na de oplevering het volgende: ‘Die hele rechte vorm van Belvédère, is niet alleen uit de situatie zelf ontstaan. Het heeft ook een beetje te maken met de volksaard en met de manier van verkavelen: het strakke, no-nonsene achtige, rechttoe en rechtaan. Uit dat rationele en productiematige ontstaat ook een beeld van kwaliteit. Een waarde zoals, denk ik, het Friese landschap ook zijn waarde heeft gekregen.’  Ook deze architect legt dus zonder enige schroom een direct verband tussen landschap en volksaard. Sterker nog, hij gaat nog een stap verder als hij wijst op verbanden tussen calvinsime en de Friese voorkeur voor een strakke en sobere vormentaal.’ We binne net katolyk, we moatte gjin oerdwyls gebou ha’, verklaarde Eerde Schippers na het gereedkomen van het Museum Belvédère. Het strenge gedachtegoed van Calvijn is bij veel Friezen kennelijk diep in de genen ingedaald. Het modernisme daalde neer in de Friese ziel als Gods woord in een ouderling.</p>
<p>Het nieuwe museum Belvédère en het aangelegde landschapspark versterken dit historische landgoed Oranjewoud in een ontwerp dat alom waardering oogstte. Maar ook de wijze waarop dit ontwerp planologisch werd ingeweven in de landschappelijke omgeving oogstte alom lof. Het Museum Belvédère – genoemd naar de belvédère in het bos van Oranjewoud – paste wonderwel in het landelijk Belvédère-beleid, waarbij in planologisch opzicht gestreefd werd naar ‘behoud door ontwikkeling’. Dat wil zeggen: het geven van nieuwe functies en betekenissen voor bestaande cultuurhistorische elementen. In het museum Belvédère in Oranjewoud duikt de mantra ‘veranderen om te behouden dus op in een neo-modernistische gedaante.</p>
<p>In haar artikel ‘Cultuur als basis voor regionale identiteit’, dat in  2006 verscheen in een door het NAi en het SKOR uitgebrachte publicatie, formuleerde Marijke van Schendelen het als volgt: ‘Op initiatief van Thom Mercuur en in samenwerking met Staatsbosbeheer staat er nu een prachtig modern gebouw omgeven door een schitterend park (in aanleg) van de hand van Michael van Gestel, (..) Het initiatief toont ook dat een historisch landschapsbeeld steeds weer door een nieuwe generatie wordt toegeëigend: hier door middel van transparante 21ste-eeuwse architectuur. Het particulier initiatief van Mercuur is door Heerenveen en Staatsbosbeheer vakkundig opgepakt en ondersteund. Ongetwijfeld heeft bij de gemeente het belang meegespeeld om Heerenveen, naast een sportief ook een cultureel imago te bieden. Zonder twijfel is het ook een aantrekkelijke vestigingsfactor voor de bewoners van de aangrenzende nieuwbouwwijken. Al met al reikt het initiatief van Mercuur verder dan een ‘gebouw voor kunst’. Het complex draagt inmiddels niet alleen bij aan de identiteit van Heerenveen, maar ook aan die van Friesland als geheel.‘</p>
<p>Dat het Museum Belvédère in 2005 door de BNA is uitverkozen tot ‘Nederlands beste gebouw van het jaar’ mag duiden op een actuele herwaardering voor de modernistische architectuur, die juist in Friesland – tegen de postmodernistische verdrukking in – nog altijd heeft standgehouden. Friesland heeft veel goede modernistische architecten voortgebracht, van Piet de Vries tot Abe Bonnema. In het overzichtswerk Architectuur in Fryslân, 1940-2000 (2000) concluderen Ap Ernst en Herma Hekkema: ‘Nuchterheid overheerst. Voor Fryslân geen intellectuele zoektocht naar de mogelijkheden van architectuur en stedenbouw in relatie tot kunst, wetenschap en maatschappij of  ‘malle fratsen’ in de vorm van een Mendini-museum, zoals in de hoofdstad van buurprovincie Groningen. Geen schots- en- scheve videopaviljoens, maar Ids Willemsma’s  ‘tempeltje’ ter gelegenheid van de afsluiting van de Deltawerken, een dramatisch gebaar op de zeedijk achter Marrum, maar wel één van de sobere en stoere monumentaliteit voortkomend uit het dijklichaam zelf’.  Kortom, als men zoekt naar het Friese eigene in kunst en architectuur, dan komt de calvinistische soberheid van het modernisme vaak als eerste voor de geest, een kenmerk dat ook eigen zou zijn aan het Friese landschap als zodanig.  De eigen identiteit wordt dus vooral herkend in een ontwerpopvatting uit het recente verleden, die zelf niet zo veel op had met nostalgie of sentiment, laat staan met een angst voor verlies van identiteit.</p>
<p><strong>Beeldende kunst als identiteitsversterker</strong></p>
<p>Het wandelen in de natuur wordt vandaag de dag voor velen een bijna sacraal gebeuren, dat aansluit bij een collectief gevoelde behoefte aan onthaasting en bezinning. De massale belangstelling voor de Slachtemarathon past in een toenemende tendens om lange afstand-wandelingen op te tuigen met allerlei culturele attracties. Daarnaast heeft de Slachtemarathon bij een breed publiek in belangrijke mate bijgedragen tot een dieper besef van de historische en culturele identiteit van het landschap. De Slachtemarathon was van oorsprong een kunstproject dat in 2000 deel uitmaakte van het Frysk Festival. Als cultureel gebeuren heeft het inmiddels bijgedragen tot planologische veranderingen en de erkenning van De Slachtedyk als landschappelijk monument.</p>
<p>Maar de Slachtemarathon heeft ook een rituele dimensie. Steeds meer worden de kunsten ingezet bij de ritualisering van het landschap. Muziek en theatervoorstellingen vinden in toenemende mate plaats op een locatie in de vrije natuur: in een duinpan, aan de zeedijk of op een Fries meer bij zonsopgang. Kunst is geen pasklaar artikel meer dat je op afroep kunt consumeren. Je moet er wat voor doen. Op reis bijvoorbeeld en je zo als een zich bezinnend toerist blootstellen aan zelfopgelegde ontberingen. Het kunstmatige theaterdecor maakt allengs plaats voor de natuurlijke omgeving die door de theatrale illusie van een nieuwe aura wordt voorzien.</p>
<p>Kortom, het Friese landschap wordt niet alleen als een decor voor de kunst gebruikt, maar dient steeds meer ook als podium. Grootschalige kunstwerken in het landschap zijn zeldzaam in Friesland. Misschien is de horizon wel te weids om met een kunstwerk een antwoord te vinden op deze onmetelijke ruimte. Plannen voor grote kunstprojecten zijn in het verleden nog al eens gesneuveld. Een ontwerp van de Belgische kunstenaar Luc Deleu om een pijler van de Deltawerken in Zeeland naar het buitendijkse gebied van het Noorderleegh te verslepen is nooit gerealiseerd. Door de jaren heen is door kunstenaars in deze contreien gefantaseerd over grote bakens in het landschap, toegangspoorten, terpen, uitkijktorens, verlaagde snelwegen en andere kunstzinnige ‘landmarks’, maar geen van die grootschalige projecten is ooit van de grond gekomen. Het Friese landschap is kennelijk te weerbarstig. De inbreng van de kunstenaar zinkt al gauw in het niet. Misschien bestaat het Friese landschap niet eens als een omgeving waar een kunstenaar iets mee kan. Misschien is het Friese landschap wel een kunstwerk op zichzelf.</p>
<p>Het begrip ‘landschap’ is van menselijke makelij en in wezen historisch van aard. Het landschap als fenomeen heeft ooit niet bestaan. Het begrip landschap is ook zeker geen eenduidige kunsthistorische categorie. Het landschap is in feite altijd een illusie of een projectie, omdat het als fenomeen samenhangt met een kader en de coderingen waarin het in de menselijke perceptie verankerd ligt. En ook die perceptie is cultureel-historisch bepaald. In feite is het landschap altijd een mentale constructie die in de cultuur zijn oorsprong vindt. Anders gezegd: het landschap is een door de kunst afgezonderd deel van de werkelijkheid, dat in zijn gecodeerde wijze van perceptie in de alledaagse ervaring is ingedaald en vervolgens als natuurlijk wordt ervaren. Die alledaagse perceptie van het landschap is sterk bepaald door conventies die door de kunst zijn aangedragen.</p>
<p>Windturbines worden door veel mensen tegenwoordig als storende elementen in het landschap ervaren. Deze ‘horizonvervuilers’ stonden ook nooit afgebeeld op de smetteloze kalenderplaten van het Friese landschap en de ongerepte panorama’s zoals die kunstenaars als Ids Wiersma en Bouke van der Sloot met verf op doek zijn vastgelegd. De Duitse schilder Peter Angermann liet echter in 1995, op de tentoonstelling ‘Salut au monde’ in het Fries Museum, het hedendaagse landschap zien met uitdagend geschilderde windturbines. Alsof ze er altijd al hadden gestaan. We ervaren het landschap nog altijd in belangrijke mate als een ‘bevroren schilderij’ uit het verleden, een ingekaderde blik met de bijbehorende codes die binnen de schilderkunst (en later de fotografie) zijn ontwikkeld, dat wil zeggen: als een tweedimensionale compositie met voor- en achtergrond, repoussoirs en stoffering.</p>
<p>Het hedendaagse landschap is maakbaar. In zijn materiële gedaante is het landschap grotendeels een functie geworden van planologische ontwerpstrategieën. In toenemende mate is sprake van een integratie van architectuur, stedenbouw en landschapsarchitectuur als één discipline, waarbij ook sociologische, cultuurhistorische, archeologische, ecologische en economische aspecten binnen één totaalvisie worden geïntegreerd. Het landschap is niet meer een ongerepte tegenpool van de moderne verstedelijking, waar het kunstmatige landschap als park een vrijplaats kreeg, maar de totale omgeving – stad en landschap – worden steeds meer als één omgeving gezien: als één stedelijk cultuurlandschap, waarin de maakbare natuur in voortdurend veranderende gedaante een plaats krijgt.</p>
<p>Het moderne landschap is dus hybride van aard: enerzijds wordt het steeds meer het terrein bij uitstek waar de maakbare wereld zijn beslag krijgt in een proces van toenemende versnelling, anderzijds is het landschap nog steeds een schouwtoneel voor romantische geaarde verpozing of spirituele bezinning. Die twee registers zijn op het eerste gezicht tegenstrijdig, omdat de één gericht is op permanente verandering: het karakter van het landschap als een stroom in de tijd en de ander juist op onveranderlijkheid: het karakter van het landschap met een onveranderlijk karakter, zoiets als een ‘ziel van de plek’. De ontheemding van de moderne mens heeft de angst doen ontstaan dat het onveranderlijk karakter van het landschap als vertrouwd decor van het eigen verleden in de nabije toekomst geheel zal verdwijnen door de moderne maakbaarheid van de leefomgeving met zijn exponentiële versnellingen. Anderzijds heeft het statische landschap als natuurlijk ideaalbeeld nooit bestaan, omdat het landschap altijd een historisch en veranderlijk artefact is geweest. Juist in een regio als Friesland, waar de cultuurhistorische patronen nog alom en voelbaar aanwezig zijn, kan die maakbaarheid van het landschap ook een uitdaging zijn om het verleden als inspiratiebron te nemen voor innovatieve processen, waarin cultuur en identiteit het leidend motief vormen.</p>
<p>Vertaald naar een beleid voor ruimtelijke ordening betekent dit het volgende. Factoren zoals de geschiedenis van de plek, de gebouwde en ongebouwde monumenten en de levende cultuur zoals gebruiken, verhalen en tradities kunnen interessante inspiratiebronnen zijn voor kunstopdrachten. Het adagium ‘behoud door ontwikkeling’ biedt voor de kunst dan ook tal van nieuwe mogelijkheden. Culturele planologie betekent het inbrengen van zowel cultuurfactoren als cultuuractoren in ruimtelijke ordeningsprocessen. Daarbij kan ook voor de beeldend kunstenaar een belangrijke rol zijn weggelegd. De kunstenaar kan als breekijzer fungeren in vastgelopen planologische processen. Hij kan nieuwe betekenislagen toevoegen aan een landschap. Maar hij kan ook zelf processen bedenken, rituelen en protocollen, waarbij zijn bemoeienis voortkomt uit een diepgevoelde bezorgdheid om het verloren gaan van waardevolle elementen uit deze wereld.</p>
<p>Maar er is ook een keerzijde aan deze ontwikkeling. Cultuurhistorie wordt op deze wijze apart gezet, maar planologie en landinrichting zijn op zichzelf een culturele daad. Ongemerkt gaat de nadruk teveel op het behoud liggen en komt de ontwikkeling van nieuwe visies – waarbij historische structuren soms ook verloren kunnen gaan – bij voorbaat in een kwaad daglicht te staan. De Identiteit van een landschap is nooit eenduidig te benoemen, in de tijd vast te leggen of in een beeld te fixeren. Dat geldt voor identiteit in het algemeen, maar voor de identiteit van een landschap het bijzonder. Een landschap is per defenitie een dynamisch fenomeen. Dat geldt niet alleen voor het cultuurlandschap, maar zelfs voor de natuur. Ook de natuur is immers nooit een statisch gegeven, maar altijd een natuurijk proces met een tijdelijke verschijningsvorm in het heden.</p>
<p>Als het al zoiets als de identiteit van een landschap bestaat, dan moet die ervaarbaar worden gemaakt in verhalen, gebeurtenissen, rituelen en belevenissen. In dit veranderend kader ontstaat behoefte aan een nieuw type kunstenaar: een soort creatief ingenieur. Zo’n ‘multi-task-creatieveling’ moet voortaan in staat zijn om in processen te denken, binnen een team te opereren en ingevoerd zijn in de mogelijkheden die een multidisciplinaire aanpak te bieden heeft. Dit leidt niet zelden tot een tweeslachtige positie, waarbij aan de kunstenaar aan de ene kant een grote vrijheid wordt geboden en aan de ander kant het eindproduct vaak nauwelijks nog als kunst herkenbaar is. Een op deze wijze opererende kunstenaar in een soort ‘under cover agent’ die soms in het niets lijkt te verdwijnen. Hij wordt de hofleverancier van oude verhalen in een ideologisch mijnenveld. Wat willen we immers met het landschap? Wat is de rol van de kunst tussen heimwee en verandering?</p>
<p>Het toverwoord ‘culturele planologie’ wordt vandaag de dag snel in de mond genomen. Aan de kunstenaar wordt dan een katalyserende rol toebedacht in uiterst complexe veranderingsprocessen. Bij al deze ontwikkelingen dient zich één probleem telkens weer aan: moeten wij het landschap bewaren als sentimenteel decor van onze jeugdherinneringen, of moeten wij de durf en het elan van de zeventiende-eeuwse ingenieurs en landontginners als voorbeeld nemen, die met passer en liniaal de Hollandse dijken en polders aanlegden. Anders gezegd: moeten we het landschap behoedzaam veranderen om het beeld van het cultuurhistorisch verleden vooral te behouden. Of is het historische cultuurlandschap – dat nooit statisch is geweest – juist een inspiratiebron voor nieuwe planologische en creatieve uitdagingen.</p>
<p>Culturele identiteit kan altijd op twee manieren worden opgevat. Als een statisch instrument in dienst van behoud en bescherming, of als een inspirerende katalysator in dienst van verandering en ontwikkeling. Zo hoeft culturele identiteit geen keurslijf te zijn, dat de innovatie in de regio blokkeert, maar kan juist de periferie, waar de culturele identiteit nog in ruime mate voorhanden is, een motor zijn voor landschappelijke en planologische vernieuwingen. Als een veranderende modaliteit van het landschap kan de culturele identiteit van een regio ook een uitdaging bieden voor het ontwikkelen van nieuwe experimenten in de kunstproductie. Dat soort samenwerkingsverbanden tussen beeldende kunst en planologie zijn in Friesland nog nauwelijks van de grond gekomen. Een grootschalig cultureel gebeuren, dat eens in de vijf jaar plaatsvindt, zou in dit soort multidisciplinaire ontwikkelingen heel goed een voortrekkersrol kunnen vervullen.</p>
<p><iframe src="http://www.youtube.com/embed/_GKV2-_lmjQ" frameborder="0" width="500" height="400"></iframe></p>
<img src="http://feeds.feedburner.com/~r/HuubMous/~4/guAH9KIQqog" height="1" width="1"/>]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2012/02/06/tussen-heimwee-en-verandering/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>8</slash:comments>
		<feedburner:origLink>http://www.huubmous.nl/2012/02/06/tussen-heimwee-en-verandering/</feedburner:origLink></item>
		<item>
		<title>Freud, seks en het katholicisme</title>
		<link>http://feedproxy.google.com/~r/HuubMous/~3/HTN9vYHQydY/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2012/02/05/excommuniceren-compartimenteren-integreren/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 04 Feb 2012 23:01:55 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[psychologie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=8863</guid>
		<description><![CDATA[Elke geloofsgemeenschap is erop gericht om het eigen geloof tot elke prijs in stand te houden. Als er zich iets aandient dat een bedreiging vormt voor dit geloof treden er allerlei afweermechanismen in werking. Excommunicatie bijvoorbeeld, dat is het meest voorkomend. Maar er kan ook sprake zijn van integratie. If you can’t beat them join [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2012/02/Slide14.jpg"><img class="alignnone  wp-image-59677" title="Slide1" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2012/02/Slide14-e1328389476390.jpg" alt="" width="506" height="386" /></a></p>
<p style="text-align: left;">Elke geloofsgemeenschap is erop gericht om het eigen geloof tot elke prijs in stand te houden. Als er zich iets aandient dat een bedreiging vormt voor dit geloof treden er allerlei afweermechanismen in werking. Excommunicatie bijvoorbeeld, dat is het meest voorkomend. Maar er kan ook sprake zijn van integratie. <em>If you can’t beat them join them</em>. De kritiek van de nieuwkomers kan zo bedreigend zijn, dat het geloof er beter aan doet zich aan te passen aan de nieuwe inzichten die de critici hebben ingebracht. Het hangt er natuurlijk ook vanaf van welke aard die kritiek is. Die kan opbouwend, hervormend of subversief van aard zijn. Subversieve kritiek wordt meestal afgestoten.</p>
<p style="text-align: left;">Opbouwende kritiek wordt doorgaans geïntegreerd. Een probleem vormt echter de hervormende kritiek. Deze wordt meestal als problematisch ervaren, omdat voor de geloofsgemeenschap niet altijd duidelijk is of hij opbouwend of afbrekend bedoeld is. Aanvaarding van de hervormende kritiek kan ook inhouden dat de fundamenten worden ondermijnd waarop het geloof van de gemeenschap gebaseerd is. Excommunicatie is mogelijk even gevaarlijk, omdat er een grond van waarheid in de kritiek te herkennen valt. Door deze gerechtvaardigde grond van kritiek volledig te negeren zou het eigen geloof wellicht ook tot de ondergang gedoemd zijn.</p>
<p style="text-align: left;">In dat geval ontstaat een dilemma, waarvoor maar een uitweg bestaat: de strategie van de compartimentering. Je splitst de gerechtvaardigde kritiek in twee delen. Het eerste deel verwerp je, omdat hiermee een alternatieve theorie zou worden aanvaard die strijdig is met het eigen geloof. Het tweede deel, dat op feiten berust die je niet langer kunt ontkennen, aanvaard je, maar je verklaart deze nieuwe feiten vanuit je eigen theorie. Je sluit dit deel van de kritiek dus op in een eigen theoretische compartiment, waardoor het onschadelijk wordt gemaakt. Dit soort afweermechanismen zijn waar te nemen bij elke geloofsgemeenschap die bedreigd wordt door nieuwe inzichten van buitenaf of van binnenuit. Neem nu het christendom. Dat heeft in de afgelopen eeuwen heel wat aanvallen moeten pareren.</p>
<p style="text-align: left;">Al naar gelang van de aard van de kritiek kwam men daarbij telkens weer voor de keuze te staan welke strategie men moest kiezen: excommunicatie, compartimentering of integratie. De drie grote aanvallen op het christendom kwamen achtereenvolgens van Galilei (de aarde draait om de zon), Darwin (de  mens stamt af van de aap) en Freud (het ik van de mens is niet autonoom). De eerst twee aanvallen zijn  inmiddels redelijk verwerkt, waarbij je de afweermechanismen achter elkaar in werking zag treden. De bedreigende kritiek van Galilei bijvoorbeeld, werd eerst uitgestoten, daarna gecompartimenteerd en uiteindelijk geïntegreerd. Die laatste fase trad in toen Joseph Ratzinger (de huidige paus Benedictus XVI) als hoofd van de Congregatie van de geloofsleer verkondigde dat de wetenschapstheorie van Paul Feyerabend het vermeende foute standpunt van de Kerk destijds met terugwerkende kracht begrijpelijk en zelfs plausibel maakt.</p>
<p style="text-align: left;">Met Darwin gaat het nog wat moeilijker. De Rooms Katholieke kerk is redelijk klaar met Darwin. Maar een groot deel van de orthodoxe protestanten heeft er nog altijd veel moeite mee om de evolutieleer te aanvaarden. Het creationisme berust op het mechanisme van de excommunicatie. Compartimentering of integratie zijn bij deze blindgangers van de bijbelexegese geen optie. Met Freud tenslotte is het een ander verhaal. Zijn kritiek van het christendom was misschien wel de meest venijnige van de drie. Niet zo zeer omdat hij God als een illusie en het godsgeloof als een neurose bestempelde, maar omdat hij een totaal andere structuur ontwierp voor de psyche van de mens. Zijn  aanval raakte de christen niet alleen tussen de oren, maar ook tussen de benen. Het primaat van de lichamelijke lust, de kinderlijke seksualiteit, de werking van het onbewuste en het Boven-ik, maar vooral het mechanisme van de verdringing als basis voor de neurosen raakten de christelijke visie op de autonomie van het subject tot in de kern.</p>
<p style="text-align: left;">Een mens, die gehinderd wordt door neurotisch dwanggedrag, beschikt niet langer over zijn vrije wil en kan dus ook niet zondigen in de christelijke zin van het woord. Maar belangrijker nog, Freud ontwierp de structuur van mens niet langer van bovenaf, vanuit zijn bovennatuurlijke aard en bestemming, maar van onderop. Het vegetatieve gaat aan het sensitieve en het intellectuele vooraf. De bovenste laag, het bovennatuurlijke, bestaat volgens Freud helemaal niet. Een mens is in wezen een organisme dat in de evolutie een gelaagde complexiteit verwierf, waaruit uiteindelijk de psyche en het bewustzijn tevoorschijn kwam. Daarmee is het verhaal uit. Weg God, maar ook weg met de transcendentie als fundament voor het verschijnsel mens. Een mens is een stukje van de natuur en zijn functioneren volgt natuurlijke wetten. De liefde komt voort uit de seksualiteit en niet uit de onvoorwaardelijke liefde van God voor de mens, zoals het christendom leert. Waarom dus nog langer &#8216;versterving van de lust&#8217; prediken, als &#8216;sublimatie van het libido&#8217; voldoende is om elkaar niet de hersens in te slaan.</p>
<p style="text-align: left;">Daarmee is het redelijke &#8216;ik&#8217; als vrije stuurman van de mens definitief van de troon gestoten. Dat is voor het christendom absoluut onverteerbaar. Weliswaar is er door de erfzonde sprake van een structurele discrepantie tussen het sensitieve en het intellectuele in de mens, maar het verstand voert uiteindelijk de boventoon. Bovendien bestaat de mens uit één stuk, er is geen driftleven of Boven-ik dat aan de vrijheid van de wil ontsnapt. De wil dient zich immers te voegen naar de rede. Zo was er dus een gigantisch probleem ontstaan, temeer omdat de basale waarnemingen van Freud over het fenomeen van de verdringing in praktijk wel degelijk bleken te kloppen.</p>
<p style="text-align: left;">Bovendien was het een groot probleem, dat hij het hierbij niet had gelaten, maar op die ontdekking een systeem en zelfs een levensbeschouwing bouwde. Uitgaande van waarnemingen bij de zieke of gestoorde mens, werd een theorie over de gezonde mens geconstrueerd, die haaks stond op de visie van het christendom. Achteraf bezien zijn vanuit het christendom de drie afweermechanismen ook op de fundamentele kritiek van Freud op hun waarde beproefd. Eerst het mechanisme van de afstoting, maar dat was gevaarlijk, want het fenomeen van de verdringing viel niet te ontkennen. Daarna volgde de compartimentatie en tenslotte de integratie.</p>
<p style="text-align: left;">De compartimentatie van Freuds theorie is in het midden van de vorige eeuw vooral in Nederland in praktijk gebracht door katholieke denkers als Duynstee en Terruwe. Voordat fenomenologen en existentialisten Freuds ideeën voor katholieken verteerbaar maakten wisten Duynstee en Terruwe de verdringingstheorie van Freud te verklaren vanuit de passieleer van Thomas van Aquino. De vrije wil werd door hen hiermee ogenschijnlijk veilig gesteld. De strevingen van de mens – of ze nu op nuttigheid of op lust zijn gericht &#8211; zijn immers altijd ondergeschikt aan de ratio (<em>passio nata est obedire rationi</em>).</p>
<p style="text-align: left;">Vooral Anna Terruwe heeft er in de jaren vijftig voor gewaarschuwd om de ideeën van Freud onverteerd in de katholieke geloofsleer te integreren  (zie mijn log<a href="http://www.huubmous.nl/2009/03/12/seks-en-het-vaticaan/"> Seks en het Vaticaan</a>). Het zou het paard van Troje zijn, een smetstof die het geheel vroeg of laat tot ontbinding zou brengen. Het bovennatuurlijke aspect van de menselijke natuur zou onherroepelijk verloren gaan door het overnemen van de standaardbegrippen van Freud, zoals het Boven-ik en de kinderlijke seksualiteit. Zij waarschuwde ook voor de ideeën van enkele katholieke psychoanalytici in Frankrijk die de strategie van de integratie wel degelijk in praktijk wilden brengen, zoals bijvoorbeeld Marc Oraison en Maryse Choisy.</p>
<p style="text-align: left;">Vooral Maryse Choisy (1903-1979) is een beetje een vergeten fenomeen. Haar ideeën hebben ook bij Nederlandse katholieken in de jaren vijftig enige invloed gehad. Zij was een schrijfster en journaliste die zich in de jaren dertig gaandeweg bekeerde tot het katholicisme. In 1927 ging zij in therapie bij Freud die een van haar angstdromen uitlegde door te wijzen op zijn vermoeden dat zij een buitenechtelijk kind was geweest. Maryse Choisy was zich daar niet van bewust, maar navraag in haar rijke Baskische familie deed blijken dat Freud met zijn vermoeden gelijk had. Ze ging daarna bij René Laforgue in analyse en leidde vervolgens een bewogen leven, reisde de wereld rond en leerde wilde dieren temmen. Gaandeweg distantieerde zijn zich van Freuds theorieën en ontwierp haar eigen versie van de psychoanalyse.</p>
<p style="text-align: left;">Als reactie op het surrealisme van Breton schreef zij een alternatief manifest: <em>le manifeste sur-idealiste.</em> Een ontmoeting met Teilhard de Chardin leidde ertoe dat zij haar mystieke ervaringen steeds meer met het katholicisme in verband bracht. Ze verbrandde haar vroege werk als een product van de duivel en wilde Paus Pius XII  overtuigen van het belang van Freuds ontdekkingen. Ze pleitte zelfs voor een kerkelijke erkenning van de katholieke psychoanalyse. Behalve met het katholicisme hield ze zich bezig met allerlei spirituele zaken variërend van alchemie tot de Bhagavad Gita, maar ook met de mystiek van het kruis van Hendaye &#8211; niet ver van haar geboorteplaats Saint Jean de Luz &#8211; dat occulte symbolen zou bevatten over het naderend einde van de wereld.</p>
<p style="text-align: left;">Ze schreef ook zeer ongebruikelijke boeken. Zo nam zij een tijdlang haar intrek in een bordeel en daarna in een klooster en deed omstandig verslag van de daar opgedane ervaringen. Ze schreef ook een boek over het liefdesleven van gevangenen. Door haar carrière als journaliste en schrijfster werd zij een van de meest eigenzinnige intellectuelen in het Frankrijk van de jaren dertig. Na de oorlog richtte zij het tijdschrift <em>Psyché </em>op, dat uitgroeide tot een platform voor de katholieke psychoanalyse. Zelfs Jacques Lacan schreef in zijn jonge jaren voor dit blad. In de jaren vijftig volgde nog een paar opmerkelijke publicaties zoals <em>Psychoanalyse en catholicisme </em>(1950) en <em>Problèmes sexuels de l&#8217;adolescence </em>(1954). Maryse Choisy stierf dertig jaar geleden, in 1979, in een tijd dat weinigen nog op haar ideeën zaten te wachten.</p>
<p style="text-align: left;">Twee jaar voor haar dood verscheen haar autobiografie onder de veelzeggende titel <em>Sur le chemin de Dieu on rencontre d’abord le diable</em>. (Op weg naar God ontmoet men eerst de duivel).  Als Freud nog leefde zou hij dit boek wellicht met belangstelling gelezen hebben. Er bestaat immers geen liefde zonder een sprankje haat, en omgekeerd: er is geen haat zonder liefde. Maar of Freud deze wonderlijke santenkraam van ideeën ook zou waarderen is sterk de vraag, om over de paus maar te zwijgen. Psychoanalyse en het katholicisme laten zich niet integreren, daarin had Anna Terruwe misschien toch gelijk. Terruwe had ook geen goed woord over voor de integratiepoging van Maryse Choisy. Ze waren twee rivalen geweest in het Roomse tijdperk van de twijfel over de seksualiteit, voordat Paus Paulus VI met zijn encycliek <a href="http://www.huubmous.nl/2009/04/08/humanae-vitae-en-de-seksualisering/"><em>Humanae Vitae</em> </a>in 1968 aan alle twijfel een einde maakte.</p>
<p style="text-align: left;">Terruwe had uiteindelijk meer succes om een paus van haar omstreden gelijk te overtuigen. Er zijn zelfs sterke <a href="http://www.huubmous.nl/2009/04/07/de-katholieke-neurose/">aanwijzingen </a>dat Paus Paulus VI bij Terruwe in therapie is geweest, omdat ook hij te kampen had met zware psychische problemen vanwege een niet geïntegreerde seksualiteit. Na een eeuw van monolithisch katholicisme, dat als een burcht was opgetrokken tegen de moderniteit, werd dit de eerste paus van de tweespalt. Het celibaat werd herbevestigd tegen beter weten in. Freud werd definitief de deur gewezen, ondanks alle eerdere pogingen tot integratie en compartimentering.</p>
<p style="text-align: left;">Het katholicisme bleef definitief een geloof van verstand en vrij wil. Maar de lust kent bizarre en troebele kronkelwegen die die het verstand niet kent, zo had Freud beweerd. De extreme beteugeling van de lust door de vermeende vrijheid van de wil betekent een enorme verzwaring van het morele geweten, die weldra zijn uitweg zal vinden in neuroses, masochisme of seksuele perversiteiten. Door die waarheid te ontkennen, heeft de Rooms-katholieke Kerk zichzelf in de nesten gewerkt, nota bene op een beslissend moment in de jaren zestig, toen de mogelijkheid zich had aangediend om voor eens en altijd schoon schip te maken.</p>
<p><iframe src="http://www.youtube.com/embed/li6OPaZLeMo" frameborder="0" width="500" height="400"></iframe></p>
<img src="http://feeds.feedburner.com/~r/HuubMous/~4/HTN9vYHQydY" height="1" width="1"/>]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2012/02/05/excommuniceren-compartimenteren-integreren/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>11</slash:comments>
		<feedburner:origLink>http://www.huubmous.nl/2012/02/05/excommuniceren-compartimenteren-integreren/</feedburner:origLink></item>
		<item>
		<title>We gaan naar Lourdes</title>
		<link>http://feedproxy.google.com/~r/HuubMous/~3/WmUmrc0lDDQ/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2012/02/04/we-gaan-naar-lourdes/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 03 Feb 2012 23:02:51 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[geen categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=59599</guid>
		<description><![CDATA[Gisteren heb ik een reis geboekt naar Lourdes. In mei – de Mariamaand &#8211; gaan we er heen. De reis duurt tien dagen en we reizen per bus, want zo hoort dat als je naar Lourdes gaat. Als kind ben ik meerdere keren in Lourdes geweest. Mijn ouders hadden iets met Lourdes. In de jaren [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2012/02/Slide12.jpg"><img class="alignnone  wp-image-59608" title="Slide1" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2012/02/Slide12-e1328300470622.jpg" alt="" width="498" height="380" /></a></p>
<p>Gisteren heb ik een reis geboekt naar Lourdes. In mei – de Mariamaand &#8211; gaan we er heen. De reis duurt tien dagen en we reizen per bus, want zo hoort dat als je naar Lourdes gaat. Als kind ben ik meerdere keren in Lourdes geweest. Mijn ouders hadden iets met Lourdes. In de jaren twintig ging mijn moeder als ziekenverzorgster mee met de jaarlijkse treinbedevaart. En toen mijn ouders 25 jaar getrouwd waren gingen ze wederom naar Lourdes, maar nu met de touringcar van Jacques van Dijk. Dat was in 1958, toen het eeuwfeest werd gevierd van de Maria-verschijningen. Een paar jaar later reed ik met ze mee in de Fiat 600 D, waarover ik ooit verslag heb gedaan in mijn verhaal ‘<a href="http://www.huubmous.nl/2010/04/27/het-was-in-nevers-2/">Het was in Nevers</a>’.</p>
<p>Lourdes heeft iets. De lichtprocessie met lampionnen en met het Ave Marie, dat in alle talen telkens maar weer werd gezongen, heeft als kind een diepe indruk op mij gemaakt. Natuurlijk, de rest van de stad is totaal vergeven van het toerisme. Sterker nog, het is een karikatuur geworden van het hedendaagse massatoerisme, maar juist daardoor – omdat het compleet over de top is – kun je hier nog iets gewaarworden van wat ooit het Rijke Roomse leven is geweest. Sterker nog, Lourdes is bij uitstek het product daarvan. Lourdes onthult de historische verwantschap tussen de pelgrim uit het verleden en de hedendaagse toerist.</p>
<p>Om wat in de sfeer te komen heb ik het beroemde Lourdesboek van Franz Werfel aangeschaft:<em> Het lied van Bernadette</em> (1940). Het lag voor één Euro bij de Estafette dus dat was mooi meegenomen. Verder las ik van de week <em>Het vergeten seizoen</em> (2007) van de Vlaamse schrijver Peter Delpeut. Karianne Krabbendam had me op dit boek had geattendeerd. Het is inderdaad prachtig. Het gaat niet over Lourdes en ook niet over Bernadette, maar over <a href="http://bedevaartweb.com/Visser.htm">Dora Visser </a>(1819-1876). Zij was een tijdgenote van <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Bernadette_Soubirous">Bernadette Soubirous </a>(1844-1879) en leefde in het dorpje Olburgen aan de IJssel. Daar ligt ze ook begraven. Zij kreeg geen verschijningen van Maria, maar ontving wel de zogeheten stigmata – de wonden van Christus – nadat ze ernstig ziek was geworden na de trap van een koe in haar lies.</p>
<p>De sfeer van het boek doet af en toe wat aan<em> Leafdedea</em> van Homme Earnstma denken. Ook daarin speelt Maria een rol, maar dan in een surrealistisch visioen. Het is de tijd van de opkomende industrialisatie, waarbij ook in Nederland de spoorwegen werden aangelegd. In de filosofie was een strijd gaande tussen positivisme en idealisme. Het was Kant versus Comte. Daarnaast kwam in Nederland in 1853 het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie tot stand, wat een golf van antipapisme teweeg bracht. Bovendien was het jaar 1850 voor de Rooms-katholieke Kerk ook een heilig jaar geweest, waarin door de paus het Mariadogma van de Onbevlekte Ontvangenis werd afgekondigd.</p>
<p>In haar boek <em>Lourdes, geschiedenis van een religieus fenomeen</em> (1999) zet Ruth Harris uiteen waarom de herontdekking van de pelgrimage destijds een haast noodzakelijke gebeurtenis was. Mariaverschijningen waren in het Frankrijk van midden vorige eeuw bijna aan de orde van de dag. De heilige Maagd werd keer op keer gezien door kinderen, veelal in grotten of spelonken in afgelegen en onherbergzame streken. Ze deed allerlei uitspraken over haar onbevlekte ontvangenis of een nabije ondergang van de wereld. Dat juist Lourdes kon uitgroeien tot het nationale bedevaartsoord van Frankrijk werd veroorzaakt door een gunstige samenloop van omstandigheden, zoals de excentrische ligging en de aanleg van een spoorwegverbinding.</p>
<p>Dit groeiproces werd bevorderd door het gemeenschappelijk belang van geestelijken enerzijds in hun verweer tegen de goddeloze wetenschap en monarchisten anderzijds in hun afkeer van de nieuwerwetse republiek. Beide bewegingen hadden baat bij het te pronk zetten van een oude, organieke samenhang los van de heersende staatsinrichting. Een nationale bedevaart bood uitkomst. Dit ritueel verbond immers alle rangen en standen en bracht het rijke verleden tot leven. Uiteindelijk bracht het zelfs geloofsgenoten uit alle werelddelen bijeen. Het spectaculaire succes van Lourdes was niet alleen gebaseerd op een goed geregisseerde mythe van onschuld, maar vooral op een maatschappelijke constructie die een genezende uitwerking had op de trauma’s van de vooruitgang.</p>
<p>Kortom, het was het mysterie tegen de ratio en dat is ook het eigenlijke onderwerp van boek van Delpeut <em>Het vergeten seizoen</em>. Hij heeft zich niet alleen door het verhaal van Dora Visser laten inspireren, maar ook door tijdgenoten van haar zoals de Belgische <a href="http://www.mysticsofthechurch.com/2009/12/anne-louise-lateau.html">Anne Louise Lateau</a> (1850-1885) en <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Anna_Catharina_Emmerich">Anna Catherina Emmerich</a> (1774-1824) die beiden ook de stigmata vertoonden. Het knappe van het boek van Delpeut is dat hij een fenomeen, waar hij zelf niet in gelooft, toch volledig geloofwaardig weet te maken. &#8216;God is geen scheikunde. Jullie spotten met de zuiverste waarden van het geloof.&#8217; Dat zegt de hoofdpersoon Lidia tegen de dokter en de pastoor, die samen het bedrog van haar stigmata willen ontmaskeren. Maar ondanks alle uiterlijkheden, waarin dit geloof is vastgelopen, gaat het drama gewoon door waar dit geloof een weerslag van is. Christus wordt zelfs opnieuw gekruisigd voor de gelovige dorpelingen die van geen twijfel willen weten.</p>
<p>Ik heb er niets meer mee, dat geloof, en toch blijft het mij fascineren. In Lourdes hoop ik iets van die wonderlijke fascinatie terug te vinden, maar ook herinneringen uit mijn eigen jeugd. Ik heb in mijn jonge jaren heel wat bedevaartsoorden gezien. Niet alleen Lourdes maar ook Kevelaer, Banneux en Lisieux. Maar Lourdes sloeg alles. Lourdes was het Roomse Mekka, maar ook een bron van het mededogen. Het gaf een bovennatuurlijke troost in een onttoverde wereld. En dat alles in de nadagen van het Rijke Roomse Leven, het bolwerk dat in een eeuw tijd werd opgetrokken en onder mijn ogen <em>in no time</em> als een kaartenhuis in elkaar zou storten.</p>
<p><iframe src="http://www.youtube.com/embed/hwfKlxYfuew" frameborder="0" width="500" height="400"></iframe></p>
<p>&nbsp;</p>
<img src="http://feeds.feedburner.com/~r/HuubMous/~4/WmUmrc0lDDQ" height="1" width="1"/>]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2012/02/04/we-gaan-naar-lourdes/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>8</slash:comments>
		<feedburner:origLink>http://www.huubmous.nl/2012/02/04/we-gaan-naar-lourdes/</feedburner:origLink></item>
	</channel>
</rss>

