<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet type="text/xsl" media="screen" href="/~d/styles/rss2full.xsl"?><?xml-stylesheet type="text/css" media="screen" href="http://feeds.feedburner.com/~d/styles/itemcontent.css"?><rss xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/" xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/" xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/" xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom" xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/" xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/" xmlns:feedburner="http://rssnamespace.org/feedburner/ext/1.0" version="2.0">

<channel>
	<title>Huub Mous</title>
	
	<link>http://www.huubmous.nl</link>
	<description />
	<lastBuildDate>Fri, 24 May 2013 22:01:17 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-NL</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.5.1</generator>
		<atom10:link xmlns:atom10="http://www.w3.org/2005/Atom" rel="self" type="application/rss+xml" href="http://feeds.feedburner.com/HuubMous" /><feedburner:info uri="huubmous" /><atom10:link xmlns:atom10="http://www.w3.org/2005/Atom" rel="hub" href="http://pubsubhubbub.appspot.com/" /><item>
		<title>Een metafoor voor samenhang</title>
		<link>http://feedproxy.google.com/~r/HuubMous/~3/cstoIlCdKX8/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2013/05/25/over-de-regenboog/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 24 May 2013 22:01:17 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[filosofie]]></category>
		<category><![CDATA[literatuur]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=4014</guid>
		<description><![CDATA[Onderstaande tekst verscheen voor het eerst in april 1986 in het tijdschrift &#8216;BOUD, architectuur en vormgeving in Friesland&#8217;, een tijdschrift dat vijf jaar heeft bestaan van 1984 tot 1989. De titel van het verhaal was toen:  De twee breinen van de architect. Ik las in de tijd boeken van Piet Vroon en Arthur Koestler. Zij [...]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><em><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2013/05/Carte_du_tendre.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-87255" alt="Carte_du_tendre" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2013/05/Carte_du_tendre.jpg" width="500" height="346" /></a><br />
</em></p>
<p><strong>Onderstaande tekst verscheen voor het eerst in april 1986 in het tijdschrift &#8216;BOUD, architectuur en vormgeving in Friesland&#8217;, een tijdschrift dat vijf jaar heeft bestaan van 1984 tot 1989. De titel van het verhaal was toen:  <em>De twee breinen van de architect</em>. Ik las in de tijd boeken van Piet Vroon en Arthur Koestler. Zij brachten mij op het idee om verbanden te leggen tussen architectuur en poëzie, woord en beeld, en de twee hemisferen van het brein.  <em>La Carte du Tendre</em> (zie boven) vond ik in een boek over de geschiedenis van de Franse literatuur. Het is een allegorische landkaart uit de 17de eeuw, waarop de plaatsnamen verwijzen naar de ontwikkelingsgang van de liefde volgens de literaire doctrines van die tijd. </strong><strong>Verder ben ik nog altijd een liefhebber van de regenboog als een ultieme metafoor van samenhang.</strong><em> </em></p>
<p style="text-align: center;">*</p>
<blockquote>
<p style="text-align: left;"><em>&#8220;Ik heb altijd benadrukt dat de  kunstenaar en de beoefenaar van  wetenschap niet ieder een apart  universum bewonen, maar slechts  vaag onderscheiden regionen van  een continu spectrum &#8211; een  regenboog die zich uitstrekt van het  infrarood van de poëzie tot het  ultraviolet van de fysica, met de vele  gradaties daartussen: hybride  disciplines als bijvoorbeeld  architectuur &#8230; &#8220;</em></p>
<p style="text-align: left;"><em>Arthur KoestIer, Janus, a summing up</em></p>
</blockquote>
<p>U komt aan op het station in  Leeuwarden en iemand vraagt U de  weg naar het Provinciehuis. Hoewel U  redelijk bekend bent in deze stad en U zich een goede voorstelling kunt  maken van de plattegrond zal het U  enige moeite kosten de kortste route in  woorden duidelijk te maken: er zit een vertragingsmoment tussen beeld en  taal. Een bode van het Provinciehuis  vertelde mij laatst dat veel mensen die  al jaren lang frequente bezoekers zijn  nu als ze binnenkomen moeite hebben om de weg te vinden naar de  1 ste, 2de of 3de sectiekamer.  Nieuwkomers echter volgen blindelings zijn verbale instructies op  en hebben geen last van de  gewijzigde plattegrond na de  verbouwing. Er zit een tweede  vertragingsmoment tussen het  topografisch geheugen en de  plattegrond in het hoofd die mede  gevormd wordt door directe  waarnemingen. Ons  oriëntatievermogen werkt met  terugkoppelingen, vergelijkbaar met de  ingebouwde radar van een kruisraket.</p>
<p>Een derde voorbeeld: in landen zoals  Nederland waar een zeer uitvoerige  bewegwijzering bestaat, blijken veel  automobilisten zelfs van korte  afstanden geen mentale plattegrond te  hebben, omdat ze vaker dan bijvoorbeeld Italianen hun toevlucht  kunnen nemen tot &#8216;geschreven&#8217;  plattegronden, de opeenvolging van  plaatsnamen op richtingaanwijzers. Dit  zijn drie verschijnselen waarbij zich  splitsingen voordoen tussen beeld en  taal, vertragingsmomenten die iets te  maken schijnen te hebben met  organisatiepatronen in ons brein, een  geheel van twee gescheiden  hemisferen. De mens heeft met veel dieren  gemeen dat zijn lichaam een  symmetrie-as heeft, wat gepaard gaat  met een verdubbeling van het  zenuwstelsel. Voor veel motorische  functies geldt dat zij spiegelbeeldige  verbindingen hebben in de twee  hemisferen van ons brein: links  bestuurt rechts en omgekeerd. Maar  het zenuwstelsel is behalve een  regelcircuit voor motorische functies  ook een orgaan voor het opnemen en  verwerken van informatie zowel in taal  als in beeld.</p>
<p>Onderzoekers van het  menselijk brein hebben geprobeerd  visuele en verbale functies in verband  te brengen met een zekere  specialisatie van de twee hemisferen,  een vermoeden dat voor de hand ligt  bijvoorbeeld door verschijnselen die  zich voordoen bij sommige   hersenbeschadigingen. Het linkerbrein  zou geheel in het teken staan van het taalcentrum. Het is de verbale helft  waar informatie vooral in blokken  achter elkaar wordt verwerkt, zoals tot  uitdrukking komt in begrippen als  temporeel, digitaal, analytisch,  differentiërend en hiërarchisch. Het  rechterbrein daarentegen bevat het  preverbale of beeldend centrum. Hier  wordt de informatie vooral in cirkels t egelijk verwerkt, ruimtelijk in gehelen, zoals tot uitdrukking komt in begrippen  ols, parallel, analoog, synthetisch,  integrerend en holistisch. Elke  hersenhelft functioneert min of meer  op zichzelf als ware het een compleet  brein.</p>
<p>Maar de situatie is ingewikkelder dan het lijkt. Er zijn  talloze dwarsverbindingen en bij de  meeste activiteiten worden zowel de  linker als de rechterhelft intensief  gebruikt, wat niet wegneemt dat een  zekere specialisatie aantoonbaar blijft.  Bij de ene functie is die specialisatie  meer dominant dan bij de andere. De  differentiaties die worden gevonden  gelden niet altijd voor iedereen, en bij  sommige mensen wordt zelfs een  compleet spiegelbeeldig  organisatiepatroon aangetroffen. Toch richt het hersenonderzoek van   de laatste decennia zich in toenemende mate op het aantonen en  begrijpen van &#8216;gescheiden verbanden&#8217;  in functies die onder andere gekoppeld zijn met taal en beeld, de  domeinen van de linker en de rechter  hemisfeer. Statistisch onderzoek heeft  uitgewezen dat bij kunstenaars relatief  meer linkshandigheid voorkomt dan  gemiddeld en dat linkshandige  studenten aan een kunstacademie relatief meer kans hebben  om hun einddiploma te behalen dan  rechtshandigen. (1)</p>
<p>De verklaring ligt  voor de hand, dat wil zeggen de  linkerhand is beter geëquipeerd om de ruimtelijke instructies van de rechter  hemisfeer te vertolken dan de  rechterhand, die een hotline heeft met  de linker hemisfeer. Recente onderzoekingen richten zich  tevens op de vraag hoe  organisatiepatronen in de hersenen cultureel zijn bepaald. Dit  onderzoek kan synchronisch van aard  ïn bijvoorbeeld door vergelijking van  verschijnselen die zich gelijktijdig  voordoen in heel verschillende culturen. Het brein van een Japanner  bijvoorbeeld zou anders in elkaar  kunnen zitten, alleen al omdat hii &#8211; precies omgekeerd als wij &#8211; van  onder naar boven schrijft en van rechts naar links. Een Eskimo heeft  ongeveer veertig woorden voor wit en  weet op een andere manier zijn weg  naar huis te vinden dan een  automobilist op een vierbaans snelweg.</p>
<p>Het oriëntatievermogen van  het brein blijkt enerzijds in haar relatie  tussen visuele en verbale functies  culturele variabelen te vertonen en laat anderzijds binnen die variabelen  wetmatigheden zien.  Daarnaast kan er ook diachronisch  naar verbanden worden gezocht door  na te gaan hoe door de tijd heen  binnen één cultuur bepaalde mentale  structuren zijn ontstaan, of omgekeerd  hoe die structuren de ontwikkeling van  patronen in een cultuur hebben  bevorderd of juist hebben afgeremd.  Wat ging er om in het brein van de  eerste Renaissance- architecten toen  binnen enkele decennia de  perspectivische ruimte werd ontdekt en  tegelijk plattegronden van gebouwen  een rationale ordening kregen? En wat  ging er om in het brein van de eerste  Renaissance- dichters toen vrijwel  tegelijkertijd de taal als &#8216;leeg teken&#8217;  ontstond, woorden met betekenissen  die losweekten van de werkelijkheid  waarmee ze voorheen in grillige en  irrationele ordeningen verbonden  waren? En tenslotte, hoe hebben deze  ontwikkelingen in wisselwerking met  elkaar misschien organisatiepatronen  in het brein veranderd zoals die  verankerd liggen in de  gespecialiseerde functies van de twee  hemisferen?</p>
<h2>Hemisferische specialisaties</h2>
<p><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2013/05/images.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-87262" alt="images" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2013/05/images.jpg" width="147" height="181" /></a>   Met dergelijke vragen komt een  gebied in beeld dat op het grensvlak  ligt van het biologische en het  culturele. De breinen uit de tijd van de  Renaissance bestaan niet meer en er  wordt vanuit gegaan dat er termen  bestaan waarmee zulke uiteenlopende  zaken als de &#8216;traagheid van mentale  structuren&#8217; en &#8216;culturele patronen&#8217; met  elkaar zijn te verbinden. Toch spelen  juist deze begrippen een centrale rol  in de benaderingswijze van hedendaagse geschiedkundigen met  name in Frankrijk die geschiedenis  opvatten als&#8217; mentaliteitsgeschiedenis&#8217; en beweren dat het brein van de  middeleeuwse mens wezenlijk anders in elkaar zat dan tegenwoordig. Zij  beschouwen de geschiedenis als een  gelaagdheid van collectieve  voorstellingssystemen en  gedragsmodellen die ieder hun eigen  erfenis hebben en die de verspreiding  van nieuwe baanbrekende ideeën  kunnen vertragen. Vanuit deze nieuwe  benadering wordt een minimale  samenleving onderzocht in een  bepaalde periode, bijvoorbeeld een  dorp in de Pyreneeën, of een  verschijnsel of een begrip dat als een  rode draad door de geschiedenis loopt, bijvoorbeeld het kind, de geur of de dood.</p>
<p>De meest uiteenlopende  cultuuruitingen komen hiermee op één  lijn te liggen, waarbij zowel literaire als  niet literaire bronnen relevant worden.  Voor de recente geschiedenis kunnen  zelfs alle media van beeld en taal als  object van onderzoek dienen, zoals het chanson, de radio, de televisie, de  film, de videoclip, de reclame en het  stripverhaal. Architectuur en poëzie  zouden in deze rij niet misstaan.  Bovendien opent zich een wijds  perspectief: in de onderlaag van de  geschiedenis zou een zich langzaam  wijzigend spectrum kunnen liggen dat  de kleuren bepaalt van alle uitingen in  een cultuur. En misschien ook ligt dit  spectrum in het brein verankerd als  een hologram waarvan een scherf  een heel beeld kan weerspiegelen. (3)</p>
<p>Een mens bouwt huizen en gebouwen  om in te wonen en te leven, maar  architectuur is niet alleen functioneel  bepaald. Zij kan ook worden opgevat  als het vormgeven van ruimten die  niet alleen belevingen van ruimten  weerspiegelen, maar ook andere  belevingen die cultureel zijn bepaald  en ook elders tot uiting komen,  bijvoorbeeld in taal. Of de mate  waarin deze belevingen samengaan  of uiteenlopen verband houdt met  patronen in een cultuur en in laatste  instantie met variabelen in  hemisferische specialisaties in het  brein, is een vraag die makkelijker is  gesteld dan beantwoord. Zeker is dat  binnen het terrein van onderzoek dat hierboven met een paar woorden is  aangegeven, architectuur als hybride  discipline en knooppunt van menselijke  belevenissen, haast bij uitstek een  terrein van onderzoek vormt. En om  de tweesporigheid van het brein door te trekken, wat ligt er  dan meer voor de hand om dit  onderzoek tevens te richten op  ontwikkelingen die zich tegelijkertijd  voordoen in de ruimte van de taal:  poëzie en literatuur.</p>
<p>Met een stelling die zichzelf in de  staart bijt zou je kunnen beweren dat  er twee categorieën van mensen  bestaan: mensen die altijd alles in  twee categorieën verdelen en mensen  die dat niet doen. De gedachte is  verleidelijk om voor de relaties tussen  architectuur, poëzie en de hemisferen  van het brein direct een pasklaar  onderzoeksmodel te creëren dat als  een mes aan twee kanten snijdt en  waarin alle elementen geordend zijn  in twee categorieën: links en rechts,  taal en beeld, blokken en cirkels. Maar hiermee zou men ook meteen  het spoor bijster raken. Poëzie, om te  beginnen, bedient zich weliswaar van  taal, maar is daarmee nog niet aan te  duiden als een uiting van de linker  hemisfeer. Integendeel, de verbanden,  infrastructuren, symbolen en metaforen  die juist poëzie kan oproepen behoren  eerder tot de holistische termen van de rechter hemisfeer.</p>
<p>Ook poëzie  heeft dus een hybride karakter: in haar uiterlijke verschijning is zij  temporeel en differentiërend door het  aaneenschakelen van woorden, terwijl  zij in haar verwijzing eerder synthetisch en integrerend is door het  leggen van beeldende verbanden. Aan de andere kant behoort  architectuur niet zuiver en alleen tot de rechter hemisfeer. De ruimtelijke  beleving van architectuur kan  dubbelzinnigheden bevatten,  bijvoorbeeld zoals een gotisch gewelf  in een raadszaal tevens verwijst naar  een kerk zo verwijzen zuilen in een schouwburg  naar een Griekse tempel en een  balcon aan een villa naar Romeo en  Julia. Juist deze verwijzingen lopen via  tekens en betekenissen die ook  verankerd liggen in de taal die met  haar aaneenschakeling van woorden  thuishoort in de linker hemisfeer. De beleving van architectuur loopt dus via  een boog van correspondenties  waarin taal en beeld verweven zijn.</p>
<p>Als de relatie tussen architectuur en  poëzie bij uitstek een onderzoeks terrein vormt om de wisselwerking  tussen cerebrale organisatiepatronen  en culturele ontwikkelingen aan het  licht te brengen, zal men de loper  waarop deze patronen in de tijd  zichtbaar worden naar het verleden  toe moeten terug rollen. Bij een  onderzoek met een dergelijke  groothoeklens zullen spectaculaire  resultaten niet voor het oprapen liggen  en vertekeningen in het perspectief  voorspelbaar zijn. Benaderingen vanuit  meerdere disciplines zijn noodzakelijk,  waarbij zowel een miniscuul gegeven  als een gewaagde  hypothese van belang kunnen zijn. Op het eerste gezicht lijkt deze  choreografie van gedachtesprongen  een aantal grove simplificaties te  bevatten. De theorie van de twee  hemisferen lijkt een holistisch model  dat voor alles en nog wat toepasbaar  kan zijn. Het gevaar van een  cirkelredenering ligt levensgroot om de  hoek als men er vanuit gaat dat het  brein een microcosmos is dat grote  verbanden kan weerspiegelen. Het  resultaat lijkt vooraf verzekerd omdat  het in de methode van denken  besloten ligt: het benaderen van een  object &#8211; een bouwwerk of een literaire  tekst &#8211; niet in zijn eigen termen maar  in termen van het geheel.</p>
<p>Bovendien maakt de verleiding om  grote verbanden te kunnen leggen  ieder holistisch model al gauw tot een  broeinest van koortsige gedachten,  aantrekkelijk voor wereldverbeteraars  die vaak te lui zijn voor  detailonderzoek, een loopje nemen  met de feiten en gaan zien wat ze  willen zien. Wanneer het echter als  partituur wordt gebruikt voor de relatie  tussen architectuur en poëzie, dient  zich een motief aan dat eenmaal  gehoord in het hoofd blijft hangen en  zich in allerlei toonsoorten gaat  herhalen. De tapijt waarop de patronen van  architectuur en poëzie in beeld en  taal zich ordenen laat teruggerold in  de tijd onregelmatigheden zien tussen  schering en inslag.</p>
<h2>Blokken en blokkendozen</h2>
<p><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2013/05/images1.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-87266" alt="images" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2013/05/images1.jpg" width="192" height="263" /></a>   Aan het begin van de vorige eeuw heeft de lelijkheid van de  neostijlen aanleiding gegeven tot een  tegenbeweging bij architecten die  gingen varen op het kompas van het  modernisme. Architectuur wordt  sindsdien vooral opgevat als een  visuele kunst met functionele en  formele zelfkritiek als methode en  gebruikmakend van vormen die zich  in hun ordening en proportionering  met steeds minder middelen steeds  méér van de benoembare  werkelijkheid verwijderen. Wanneer in  de jaren dertig in de literatuur het  spookbeeld van een Brave New  World ontstaat komen in de  beschrijvingen van deze wereld  karikaturen naar voren van de  eigentijdse, moderne architectuur. In  een passage uit &#8216;Blokken&#8217; van  Bordewijk wordt een oude architect  opgevoerd die is opgesloten in een  reservaat en nog eenmaal als  amusement voor het publiek zijn  aanklacht mag verwoorden:</p>
<blockquote><p>&#8220;Wat hebt gij, zo zeide hij, uw steden  opgebouwd tot blokkendozen, uw  perken gelegd als vierkanten, uw  straten als lijnen. Gij zijt verliefd, met  de harde liefde van uw zielen, op de  horde lijnen, figuren en vormen. Gij  drijft de idee van het blok door in al  haar excessen, ge ziit de kubisten van  de praktijk. Ge zult u ten dode verwonden aan de scherpe kanten  van uw levensstaat. Ik behoef maar mijn ronde schedel te  betasten om te voelen dat wat  daarbinnen ligt het volmaakte zoekt  in cirkel, schijf en bol. 0, de  heerlijkheid van de lijn zonder einde,  het vlak zonder hoeken, het lichaam  zonder vlakken! Het blok is uw god en toch kunt gij  de natuur niet keren. Uw kinderen  nemen in hun vierkante leerlokalen de kantige lessen van uw beginsel op  met ronde ogen. Gijzelf, mannen,  streelt in zingenot de rondingen uwer  vrouwen. Hou zou het u te moede  zijn wanneer de liefkozing uwer  handen neerkwam op kubussen. Gij  vergeet dat de aarde rond is, dat zij  cirkelt om de zon wier kleuren breken in de regenboog als de ronde  droppels vallen&#8221; (3)</p></blockquote>
<p>Dit is een proeve van architectuur- kritiek die meer is dan een boutade.  Blokken, cirkels, schedel en regenboog  worden opgevoerd in een krachtig  akkoord dat een melodie van  associaties in gang kan zetten binnen  het toonstelsel van de twee  hemisferen. De regenboog is van  oudsher in poëzie en literatuur een  geliefd beeld geweest als ultieme  metafoor van samenhang, een bundel  van vervlechtingen die objecten in de  materiële wereld langs een boog van  correspondenties met de wereld van  de geest kan verbinden. Sinds de  Romantiek echter is de regenboog  ontaard in een cliché voor  hemelbestormers, schlagerzangers en  derderangs dichters. De eerste  romantische dichters rond 1800 ervoeren een verwijdering tussen de  poëzie en de exacte wetenschappen.</p>
<p>Woorden en beelden die door  dichters en onderzoekers werden  gehanteerd verloren hun verwante  ordening die zij voorheen hadden  gekend als op een vergelijkbare  plattegrond. &#8216;La Carte du Tendre&#8217; is  een merkwaardige allegorische  landkaart uit de zeventiende eeuw  waarop de plaatsnamen bij de  architectuur verwijzen naar de  ontwikkelingsgang van de liefde  volgens de literaire doctrines van die  tijd. De indeling van het landschap  vormt tegelijk een tegenhanger van de  rationele ordening in de Franse  landschapsarchitectuur met Versailles  als prototype. Poëzie en architectuur  hadden toen nog verwante registers,  een harmonie van schering en inslag,  woorden en beelden, blokken en  cirkels. Later zou er een scheiding  komen tussen analytische en  synthetische denkvormen. Gevoel en  verstand gingen uit de pas lopen en  raakten elkaars echo kwijt. Het oog werd bestemd om te zien, het oor  alleen om te horen. En de woorden  van dichters gingen wandelen in een  eigen taal ruimte waarin de regenboog  alleen nog gekunstelde emoties kon  oproepen, zoals het verlangen naar  de verte, nostalgie en utopia. Keats  had al beweerd dat Newton door het  kleurenspectrum terug te brengen tot  golflengten van het licht de regenboog aan de poëzie ontnomen  heeft:</p>
<blockquote><p>Do not all charms fly<br />
At the mere touch of cold philosophy<br />
There was on awfull rainbow once in  heaven<br />
We know her woof, her texture;  she is given<br />
In the dull cotologue of common  things (4)</p></blockquote>
<p>Nog vandaag de dag wordt op het terrein van de  exacte wetenschappen poëzie nog maar al te vaak  opgevat als een irrationeel,  infantiel en narcistisch geknutsel. (5)  Aan de andere kant, in ervaringen  van architectuur zoals die in poëzie en literatuur tot uiting komen is juist het  ontbreken van een gevoel van  samenhang ook nu nog aanleiding om terug te grijpen naar het cliché  van de regenboog. Paul Simon zingt  over de onherkenbaarheid van zijn  geboortestad in een tekst waarin alle  elementen nog als metafoor aanwezig  zijn:</p>
<blockquote><p>And after it rains  there&#8217;s a rainbow<br />
And all of the colors are black<br />
It’s not that the colors aren&#8217;t there<br />
It&#8217;s just imagination they lack<br />
Everything is the same<br />
Back in my linie town (6)</p></blockquote>
<p>Recente ontwikkelingen in de  architectuur worden veelal gevat  onder de grofmazige term  postmodernisme.  Opmerkelijk is dat het verschijnsel  postmodernisme voor het eerst werd  herkend in ontwikkelingen in de  literatuur, met name de. opkomst van  de &#8216;Nouveau Roman&#8217;. Gravity&#8217;s  Rainbow, een in 1973 verschenen  roman van de Amerikaan Thomas  Pynchon wordt vanwege de bizarre  complexiteit in de verhaalstructuur  vaak als exemplarisch beschouwd  voor het postmodernisme in de  literatuur. Het belangrijkste kenmerk  van deze romans is het &#8216;talige&#8217;  karakter van de tekst, waarbij bewuste  verwijzingen naar het fictieve karakter  van de intrige worden afgewisseld met  parodieën op eerdere stijlvormen en  technieken. De tekst wordt een  gesloten systeem, een weefsel van  woorden en beelden die gevangen  zitten in hun eigen complexe  werkelijkheid die even metaforisch is  als het karakter van de taal zelf.</p>
<p>In  Nederland wordt Gerrit Krol wel als  postmodern auteur aangeduid. Zelf  heeft hij het verschil alsvolgt ironisch  samengevat: &#8220;In een moderne roman  staan geen plaatjes, geen figuren, dat  mag niet en bij postmoderne romans het mag dat wel.&#8221; (7) Aan de horizon van het  postmodernisme wordt schuchter  gezocht naar nieuwe verbanden, een  regenboog waarin nieuwe  verbindingen tussen beeld en taal  mogelijk worden. De lelijkheid van  voorsteden deden het besef groeien  dat de pioniers van het moderne  design te zeer gefascineerd waren  door de esthetiek van de tekentafel  met ruimtelijke concepties die van  bovenaf opgelegd te weinig feedback  kregen van de complexiteit van  alledaagse ervaringen. In  hedendaagse uitingen van poëzie en  literatuur is het centrum van  waarneming vaak verdwenen met als  gevolg een fragmentatie van  gezichtspunten en een gelaagdheid  van betekenissen.</p>
<h2>Architectuur en poëzie</h2>
<p><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2013/05/width_300.height_334.mode_FillAreaWithCrop.pos_Default.color_White.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-87264" alt="width_300.height_334.mode_FillAreaWithCrop.pos_Default.color_White" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2013/05/width_300.height_334.mode_FillAreaWithCrop.pos_Default.color_White.jpg" width="231" height="257" /></a>  Aan de andere kant  worden in de architectuur steeds meer  literaire procedé&#8217;s binnengehaald.  Citaten, montage, démontage,  dubbelzinnigheid, ironie, pastiche,  metafoor en allegorie worden  aangewend als ingrediënten voor  nieuwe ruimtelijke concepties. De  verloren samenhang in beeld en taal  wordt vandaag de dag zowel in  poëzie als architectuur expliciet  gemaakt. In een betoog dat zwaar  leunt op gedachten van Heidegger  over <em>Unheimlichkeit</em> en waarin  architectuurbeschouwing wordt  opgevat als een problematisering van  woongevoelens stelt Norberg-Schultz: &#8216;<em>Architecture belongs to poetry and  its purpose is help man to dwell.</em> (8)  Het recht om te dwalen werd een  mens ontnomen in uniforme  buitenwijken waarvan de plattegrond  geen tegenhanger meer heeft in een  poëtisch register uit een andere  hemisfeer. &#8216;<em>La Carte du Tendre&#8217;</em>,  waarop poëzie en architectuur nog  verwante registers hadden, zou in  onze tijd plaats kunnen maken voor  een allegorische landkaart waarop de  plaatsnamen bij de architectuur  verwijzen naar de ontwikkelingsgang  van het cynisme volgens de literaire  doctrines van tegenwoordig. Er zijn dichters  die het cynisme niet hebben  geschuwd om de waarheid aan het  licht te brengen. Voor wie oren heeft  om te horen hebben zij talloze malen  kritiek op de moderne architectuur verwoord, zoals bijvoorbeeld blijkt uit  verwante teksten van Gerard den  Brabander en Jacques Brel:</p>
<blockquote><p>Blokken van steen en kou<br />
Kookhoek en nachtkwartier<br />
Klaar voor gekruidenier<br />
Kanker en huwelijkstrouw (9)</p>
<p>Quand on n’a que l&#8217;amour<br />
Pour meubler de merveilles<br />
Et couvrir de soleil<br />
La laideur des faubourgs (10)</p></blockquote>
<p>Knutselen schijnt hét ware kenmerk te  zijn van het wilde denken. Niet  gehinderd door deskundigheid en op  het gevaar af architectuur beschouwing te reduceren tot een  literaire blokkendoos, kom ik tot de  volgende wilde hypothese. De  architectuurgeschiedenis van deze  eeuw zou herschreven kunnen worden als een optocht van zich  herhalende tegenstellingen vanuit de  gedachte dat er ergens een draad is  geknapt in het weefgetouw van  woorden en beelden. Het brein van  een architect is een denkende  weeffout geworden sinds het geen oor  meer heeft voor het spoor van  kritiek dat in teksten  van poëzie en literatuur tot uiting komt. In een maatschappij die elke  gerichtheid in haar ontwikkelingsgang  verloren lijkt te hebben en waarin  kunst te kampen heeft met een  leegloop van collectieve voorstellings systemen, kun je architecten uiteraard  niet verantwoordelijk stellen voor alle  kwalen.</p>
<p>Bovendien is nog niet alle  hoop achter de horizon verdwenen.  Architecten en dichters hebben  wellicht bij uitstek een antenne voor  het postmoderne levensgevoel wat dat  dan ook moge zijn. Façades worden  opgetrokken zonder enige verwijzing  naar het interieur van een gebouw,  zoals woorden uit hun samenhang  losweken en gaan drijven aan het  oppervlak van een roman of een  gedicht. De taal is niet een labyrint  van beelden dat in het brein  verzonken ligt, moor een drijvend  oppervlak van woorden even  onwerkelijk als de werkelijkheid zelf.  Soms loopt de fictionele werkelijkheid van de literatuur op de feiten vooruit.</p>
<p>Een tafereel dot Bordewiik niet had  kunnen verzinnen werd in 1977 op de  televisie vertoond: bij de begrafenis  von Ernst Bloch, vaak de filosoof van  de hoop genoemd, droeg een stoet  van studenten spandoeken met  regenbogen. In een optocht zonder  woorden en platgeslagen tot een  beeld leken zij voorop te lopen on the  road to nowhere. De extase van de  massacommunicatie reduceert alles  wat nog rest aan metaforen tot een  luchtspiegeling zonder illusie, een  beeldscherm zonder diepte, waarbij  woorden en beelden op één vlak  komen te liggen, zichzelf herhalen en  uiteindelijk gaan rondzingen.  Verschijnselen die op het eerste  gezicht geen enkele samenhang  vertonen kunnen op afstand, vanuit  een andere hoek bezien &#8211; als in een  anamorfose &#8211; nieuwe figuren gaan  vormen.</p>
<p>Achter de postmoderne ontwikkelingen  in de architectuur vormt zich verder  weg aan dezelfde horizon vagelijk een tweede regenboog van holistische  denkvormen als ecologie, cybernetica,  biochemie, genetische technologie,  quantumfysica en psycholinguïstiek. Dit  is een spectrum van nieuwe hybride  disciplines die ons wereldbeeld nog  nauwelijks hebben aangetast omdat zij  worden geremd door de traagheid van onze mentale structuren die  vastzitten aan elementaire opvattingen  over causaliteit, hiërarchie en het  primaat van de ratio. Als de  opvattingen over de werkelijkheid die in deze nieuwe disciplines naar voren  komen uiteindelijk gaan doordringen in de taal van alledag en onze wijze  van zien, kunnen er verschuivingen  komen in onze mentale structuren.</p>
<p>Misschien zelfs gaan er dan  hologrammen in het brein verschijnen  waarin nieuwe verbindingen tussen  beeld en taal mogelijk worden. Media  en technologie zijn onderhuids een  radicale verandering in de cultuur  teweeg aan het brengen die van  invloed kan zijn op de scheiding tussen gevoel en intellect en de  desintegratie van de zintuigen. Kortom,  de synthetische en analytische  hersenfuncties zullen zich misschien in  nieuwe patronen gaan ordenen. Maar dat zijn de hoogdravende  verwachtingen van het holistisch  denken wanneer de kwadratuur van  de cirkel op hol is geslagen. Als er  nieuwe hologrammen in het brein  ontstaan voor woorden en beelden  dan zouden ze nu al afleesbaar  moeten zijn in recente uitingen van  poëzie en architectuur.</p>
<p style="text-align: left;">In dat geval  zouden ze alleen onthuld kunnen  worden door het slot van de  brandkast afwisselend naar links en  naar rechts te draaien. Deze  ontcijfering van correspondenties zal  het uiterste vergen van geduld en  sensitiviteit, temeer als men vermoedt dat de ontsluiting onder handbereik ligt als een sleutelbos die schittert  onder het wateroppervlak. Hoe dan  ook architecten en dichters beginnen  langzaam te beseffen dat zij het  passe-partout in handen hebben dat  toegang biedt tot twee maar al te  vaak gescheiden hemisferen. Als  goudvissen die nog kunnen zwemmen  in de vijvers van Versailles hebben zij  misschien als laatsten zicht op een  vergeten kleurenspectrum, een  regenboog die ooit als  ontzagwekkende metafoor voor  samenhang aan de hemel stond.</p>
<p style="text-align: center;">****</p>
<p><em>(1) Luciano Meccaci vermeldt dit gegeven dat  naar voren kwam op grond van statistisch  onderzoek. Ook bij beeldende kunstenaars  wordt relatief meer linkshandigheid  aangetroffen. Opmerkelijk is ook dat veel  grote kunstenaars linkshandig waren, o.a.  Leonardo da Vinci en Michelangelo.  Meccaci, Signalement van het brein,  Amsterdam 1985, p. 23<br />
(2) De Franse historicus Michel Vovelle baseert  zijn benadering van de geschiedenis onder  meer op een veel geciteerde uitspraak van  Marx waarin de in de maatschappij alom  aanwezige samenhang tussen  produktiekrachten en produktieverhoudingen  wordt beschreven in een metafoor waarin  kleur en licht een centrale rol spelen: &#8220;Zij is als  een algemene belichting waarin alle kleuren  warden gedompeld en waardoor hun eigen  tonaliteit gewijzigd wordt. Zij is als een  bijzondere atmosfeer die het soortelijk gewicht  van alle bestaansvormen bepaalt die erin naar  boven komen. Vovelle,  Mentaliteitsgeschiedenis, Nijmegen, 1985,  p.21<br />
(3) Bordewijk, Blokken, &#8216;s Gravenhage, 1 931,  p.17<br />
(4) John Keats, Lamia, 1817, geciteerd in  Abrams, &#8216;he mirror and the Lamp, Romantic  theory and the criticaI tradition, Oxford 1953,  p. 307. Een hoofdstuk in dit boek is gewijd aan  de regenboogmetafoor onder de titel<br />
&#8216;Newton&#8217;s Rainbouw and the Poet&#8217;s&#8217;. Een  uitvoerig iconografische studie over het gebruik  van de regenboog in tekst en beeld vanaf de  Middeleeuwen, tot nu is te vinden in  &#8217;Regenbogen für eine bessere Welt&#8217;,  Württembergischer Kunstverein, Stuttgart,<br />
1977. Hierin wordt een bijna volledige  opsomming gegeven van hedendaagse  regenboogmetaforen in reclame, politieke  propaganda en evergreens: &#8220;Will there be  rainbouws day after day? Que sera, sera, what ever will be, will be&#8221; (Doris Day).  Onvermeld blijven de regenbogen van C&amp;A,  Polaroid, De Evangelische Omroep,  Greenpeace en het wereldkampioenschap  wielrennen. Binnen dit hele spectrum komt de  regenboog naar voren als een archetype, een  collectief icoon van samenhang, melancholie,  nostalgie, utopia, hoop en het sublieme.<br />
(5) Een schaamteloze uiting van een dergelijk  vooroordeel permitteert Whitehead zich in  &#8217;Science and the modem world&#8217;, New York  1925: &#8220;The poets are entirely mistaken. They  should address their lyrics to themselves, and  should turn them into odes of self  congratulations on the excellency of the  humon mind. Nature is a dull affair, soundless,  scentless, colorless, merely the hurrying of  material, endlessly, meaninglesly.&#8221;<br />
Tegenwoordig is juist sprake van een osmose  tussen poëzie en natuurkunde. Poëzie wordt  voornamelijk gekenmerkt door metaforisch  taalgebruik. In een recente studie onderzoekt  Vroon het gebruik van metaforen in de  psychologie, waarbij tevens wordt gewezen het belang van metaforen binnen de exacte  wetenschappen: &#8220;Niettemin wordt de  natuurkunde geïdealiseerd als we zouden  volhouden dat metaforen geen rol in theorieën  spelen. Van quarks wordt beweerd dat zij een  &#8217;kleur&#8217; hebben, &#8216;vreemd&#8217; zijn en aan elkaar  vastzitten met een &#8216;koord&#8217;.&#8221; Vroon en  Draaisma, De mens als metafoor, Utrecht  1985. p.79 .<br />
(6) Paul Simon, My little town, Still crazy af ter  all these years, CBS 86001, 1975 7) Gemt Krol, &#8220;De Abstracte Roman&#8221;, in  Modernen Versus Postmodemen, Utrecht  1985, p. 172<br />
(8) Norberg-Schulz, Genius loci, Towards a  phenomenology of architecture, London,  1980, p.23<br />
(9) Gerard den Brabander, Verzamelde  werken, Amsterdam 1966<br />
(10) Jacques Brel, Poètes d&#8217; aujourd&#8217;hui, Parijs  1964, p.66</em></p>
<p><em><br />
</em></p>
<p><iframe src="http://www.youtube.com/embed/1aGDWvpSXLI?rel=0" height="400" width="500" allowfullscreen="" frameborder="0"></iframe></p>
<img src="http://feeds.feedburner.com/~r/HuubMous/~4/cstoIlCdKX8" height="1" width="1"/>]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2013/05/25/over-de-regenboog/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		<feedburner:origLink>http://www.huubmous.nl/2013/05/25/over-de-regenboog/</feedburner:origLink></item>
		<item>
		<title>Lustmoorden in 1960</title>
		<link>http://feedproxy.google.com/~r/HuubMous/~3/cjvRZyh4JPY/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2013/05/24/meisje-van-zestien/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 23 May 2013 22:01:03 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[geschiedenis]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=10308</guid>
		<description><![CDATA[Voor mijn bijdrage aan het boek Tegen de tijdgeest, terugzien op een psychose (2011) heb ik mij proberen te verdiepen in de geschiedenis van de Sint Willbrordus-stichting in Heiloo. Ik bezocht deze inrichting in april 2009, en sprak toen met de geneesheer-directeur die mij inzage gaf in mijn eigen medisch dossier uit 1966. Hij wees [...]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2013/05/groenendaal0001.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-87404" alt="groenendaal0001" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2013/05/groenendaal0001.jpg" width="340" height="454" /></a></p>
<p style="text-align: left;"><strong>Voor mijn bijdrage aan het boek <em>Tegen de tijdgeest, terugzien op een psychose (2011) </em>heb ik mij proberen te verdiepen in de geschiedenis van de Sint Willbrordus-stichting in Heiloo. Ik bezocht deze inrichting in april 2009, en sprak toen met de geneesheer-directeur die mij inzage gaf in mijn eigen medisch dossier uit 1966. Hij wees me ook op het boek  <em>Een bron van zorg en goede werken (2002)</em>, dat handelt over de geschiedenis van deze katholieke psychiatrische inrichting, die twee jaar geleden werd gesloten. In Heiloo is na de oorlog veel ervaring opgedaan bij de behandeling van seksuele stoornissen en psychiatrische delinquenten. Zo stuitte ik op het verhaal van een opmerkelijke lustmoord uit 1960, waarover ik vier jaar geleden verslag deed op dit weblog. Voor het relaas van de moord,  die kort daarvoor werd gepleegd en mogelijk met de tweede verband hield, raadpleegde ik het digitaal archief van de Leeuwarder Courant.</strong></p>
<p style="text-align: center;">*</p>
<p style="text-align: left;">Dit is <a href=" http://www.archiefleeuwardercourant.nl/site/article.do?code=LC&amp;date=19600513&amp;id=LC-19600513-3004&amp;words=+(+Joke%20+van%20+Groenendaal)%20jok%20groenendal">Joke van Groenendaal</a>, een knap meisje van zestien jaar. Op 10 mei 196o werd haar lichaam gevonden langs de kant de weg in het bos bij Tegelen. Ze woonde in Venlo, waar ze werkte in een winkel. De moordenaar was een 24-jarige psychiatrische patiënt die kort tevoren was ontsnapt uit de Sint Willbrordus-stichting in Heiloo, die destijds nog een gesloten kliniek had voor psychopaten. De zaak trok destijds veel aandacht in de landelijke pers. Menigeen was geschokt, vooral op de wijze waarop deze moord had kunnen gebeuren.</p>
<p style="text-align: left;">De dader had zich voorgedaan als een fotograaf die voor een paar foto’s in een geïllustreerd damesblad een model nodig had. In een café in Venlo liet hij dit weten aan een serveerster. Die verwees hem door naar Joke van Groenendaal, die meteen inging op zijn verzoek. De moordenaar werd overigens gauw gevonden. Hij had aan de serveerster laten weten, dat hij een filmrolletje had weggebracht bij een plaatselijke fotohandel in Venlo. Deze man werd ‘s nachts nog uit zijn bed gebeld om de foto’s af te drukken. Zo vond de politie een zelfportret van de dader, want hij had zichzelf in een spiegel gefotografeerd. Deze foto stond in alle kranten en een paar dagen later kon de dader worden ingerekend. Hij kreeg eerst 20 jaar cel, maar die straf werd uiteindelijk &#8211; na veel juridisch geharrewar &#8211; omgezet in levenslang.</p>
<p style="text-align: left;">De strafmaat was toen kennelijk wat strenger dan nu. Jasper S. kreeg onlangs voor een vergelijkbare misdaad &#8216;slechts&#8217; 18 jaar, terwijl hij niet in een inrichting zat en zelfs volledig toerekenisgvatbaar werd verklaard. Destijds richtte de publieke verontwaardiging zich niet alleen op het feit dat de betreffende psychopaat zomaar uit de inrichting in Heiloo had kunnen ontsnappen, maar ook op het slachtoffer dat kennelijk zo gefixeerd was geweest op haar mooie uiterlijk, dat ze zich heel makkelijk had laten meelokken. Er werd een bidprentje gedrukt met haar foto, dat in grote oplage werd verspreid. In hoofdredactionele commentaren werden vergelijkingen gemaakt met de persoonsverering van James Dean. Het was de tijd van de opkomende jeugdcultuur, die met zijn gerichtheid op de seksualiteit en lichamelijke schoonheid verontrusting wekte bij een oudere generatie. De moord in Venlo leek dit alles samen te vatten.</p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2013/05/feenstra0001.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-87407" alt="feenstra0001" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2013/05/feenstra0001.jpg" width="238" height="389" /></a></p>
<p style="text-align: center;">Engelina Feenstra</p>
<p style="text-align: left;">Op 7 april 1960, een maand voordat de gruwelijke moord in Venlo plaatsvond, werd een 17-jarig meisje, dat uit Leeuwarden afkomstig was, gewurgd aangetroffen in de woning van een Amsterdamse hoofdinspecteur van politie. Het slachtoffer was <a href=" http://www.archiefleeuwardercourant.nl/site/article.do?code=LC&amp;date=19600408&amp;id=LC-19600408-1003&amp;words=+(+Engelina%20+Feenstra)%20engelina%20feenstra">Engelina Feenstra</a>. Kort tevoren was ze naar Amsterdam vertrokken om daar bij de PTT te gaan werken. Het was een avontuurlijk meisje. Ze wilde graag naar Londen, maar haar vader vond dat niet goed. In Amsterdam woonde ze op kamers in een stille straat vlak bij het Muiderpoortstation. Ook deze zaak trok destijds veel aandacht, niet alleen in Leeuwarden, maar ook landelijk. Bij de begrafenis in Huizum-dorp waren ruim duizend mensen aanwezig. Drie weken lang verschenen er berichten in alle kranten over de voortgang van het het politieonderzoek. De hoofdinspecteur zelf werd al gauw van elke blaam gezuiverd, want zijn bloed kwam niet overeen met de bloedsporen die bij het slachtoffer gevonden waren.</p>
<p style="text-align: left;">Engelina Feenstra werd gewurgd met een snaar van een gitaar. Dat was een curieus gegeven dat tot allerlei speculaties leidde. De eerste verdenking ging uit naar een man die ze in een café aan de Middenweg had ontmoet. Ik kan me de zaak nog vaag herinneren. Ik was destijds twaalf jaar oud en ik woonde vlak bij de Middenweg. Uiteindelijk werd een man uit Kattenburg gearresteerd. Hij bekende al gauw de moord te hebben gepleegd. Hij was vader van vier kinderen en stond in de buurt bekend als voyeur. Door een tuimelraam was hij het huis van de politiecommissaris binnengegaan en zo was van het een het ander gekomen. Ook hij kreeg uiteindelijk levenslang.</p>
<p style="text-align: left;">Het zijn twee wonderlijke zaken die verder niets met elkaar van doen hebben. Toch werd door menigeen destijds gedacht dat ze met elkaar samenhingen. De dader in Venlo zou door de moord in Amsterdam op het idee zijn gebracht. Maar het verband is nooit bewezen. Deskundigen onderzochten of er soms verbanden waren met het toenemend geweld dat in films en op tv was te zien. Maar ook dat bewijs werd niet geleverd. De moord op Joke van Groenendaal bleef de gemoederen nog het langst bezig houden, ook omdat de slepende rechtszaak een paar jaar duurde. Zo werd vooral dit &#8216;meisje van zestien&#8217; begin jaren zestig een symbool van alles wat mis was in de snel veranderende samenleving. Te snel, in de ogen van velen.</p>
<p style="text-align: left;">Ik stuitte op dit verhaal in het boek <em>Een bron van zorg en goede werken (2002)</em>, waarin de geschiedenis wordt beschreven van de Sint Willbrordus-stichting in Heiloo. De commotie in deze zaak leidde ertoe dat de kliniek voor psychopaten, die hier in het Sint Pauluspaviljoen was ondergebracht, in 1960 werd gesloten. Kort daarop werd de Pompekliniek in Nijmegen geopend als alternatief. Beide moordzaken werden als schokkend ervaren, omdat ze het breukvlak leken te markeren van een nieuwe tijd: de jaren zestig die net begonnen waren. De wereld was opeens vol gevaar, maar de jeugd was niet meer te stoppen. Een meisje van zestien was in de publieke opinie het toppunt van kwetsbaarheid geworden. Het gelijknamige liedje van Boudewijn de Groot werd in 1965 niet zomaar een hit: &#8216;Arm kind, ach wat lig je hier stil&#8230;&#8217; Alles hangt met alles samen, soms in een onvermoed verband.  Zoals het koren wuift in de wind en &#8216;stormwind speelt met een enkel blad&#8217;.</p>
<p><object width="500" height="400" classid="clsid:d27cdb6e-ae6d-11cf-96b8-444553540000" codebase="http://download.macromedia.com/pub/shockwave/cabs/flash/swflash.cab#version=6,0,40,0"><param name="allowFullScreen" value="true" /><param name="allowscriptaccess" value="always" /><param name="src" value="http://www.youtube-nocookie.com/v/ALZB72_HAf4?version=3&amp;hl=nl_NL&amp;rel=0" /><param name="allowfullscreen" value="true" /><embed width="500" height="400" type="application/x-shockwave-flash" src="http://www.youtube-nocookie.com/v/ALZB72_HAf4?version=3&amp;hl=nl_NL&amp;rel=0" allowFullScreen="true" allowscriptaccess="always" allowfullscreen="true" /></object></p>
<img src="http://feeds.feedburner.com/~r/HuubMous/~4/cjvRZyh4JPY" height="1" width="1"/>]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2013/05/24/meisje-van-zestien/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		<feedburner:origLink>http://www.huubmous.nl/2013/05/24/meisje-van-zestien/</feedburner:origLink></item>
		<item>
		<title>De vroeggrijze generatie</title>
		<link>http://feedproxy.google.com/~r/HuubMous/~3/bpn7Nj7ewHE/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2013/05/23/vroeg-grijs/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 22 May 2013 22:01:56 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[mezelf]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=3367</guid>
		<description><![CDATA[Onderstaande tekst is een passage uit een groter verhaal dat ik vier jaar geleden heb voorgelezen op een poëzie-avond in De Bres in Leeuwarden. De avond werd gepresenteerd door Alie van der Mark, die wat moeite had om het rumoerige publiek stil te krijgen. Vooral Alfred H. Stucki was zeer luidruchtig aanwezig en probeerde mij [...]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2008/09/image00013-244x3001.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-87243" alt="image00013-244x300" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2008/09/image00013-244x3001.jpg" width="492" height="605" /></a></p>
<p><strong>Onderstaande tekst is een passage uit een groter verhaal dat ik vier jaar geleden heb voorgelezen op een poëzie-avond in De Bres in Leeuwarden. De avond werd gepresenteerd door Alie van der Mark, die wat moeite had om het rumoerige publiek stil te krijgen. Vooral Alfred H. Stucki was zeer luidruchtig aanwezig en probeerde mij door het plaatsen van ontregelende interrupties van de wijs te brengen, hetgeen jammerlijk mislukte. Het verhaal zelf is historisch en speelt zich af tijdens een symposium in het vormingscentrum in Kortehemmen op 30 mei 1985, de dag na het Heizeldrama in Brussel.</strong></p>
<p style="text-align: center;">*</p>
<p>De schrijver Louis Borges heeft eens op het bestaan gewezen van een &#8216;Chinese encyclopedie&#8217; waarin geschreven staat dat de &#8216;dieren kunnen worden verdeeld in: a) die de Keizer toebehoren, b) gebalsemde, c) tamme, d) speenvarkens, e) sirenen, f) fabeldieren, g) loslopende honden, h) die in deze indeling voorkomen, i) die in het rond slaan als gekken, j) ontelbare, k) die met een fijn kameelharen penseeltje getekend zijn, l) et cetera, m) die juist een kruik gebroken hebben, n) die uit de verte op vliegen lijken&#8217;.</p>
<p>Ik heb me altijd verbaasd over deze exotische vorm van taxonomie. De ordening van het dierenrijk volgt hier een geheel andere logica dan de onze. Een absurde logica zo te zien, maar wie zegt dat dat inderdaad zo is. Afgelopen raakte ik met iemand in gesprek over astrologie. Hij wist daar behoorlijk veel van af. Ik ben een varken, zo wist hij mij te vertellen, want ik ben in 1947 geboren, het jaar van het varken. De Chinese jaarkalender kent een ordening die ontleend is aan de dieren. Daarbij geldt een cyclus van 60 jaar.</p>
<p>De Chinese astrologie beschrijft trekken van de mens die onbekend zijn in de westerse astrologie, maar tegenwoordig laten westerse astrologen zich ook wel door de Chinese inspireren, zo liet ik me vertellen. Welnu, ik heb er niks met astrologie en met varkens al helemaal niet. Het idee dat mijn karakter bepaald zou door de symboliek van een dier of door de stand van de sterren op het moment dat mijn moeder op zondagochtend 1 december 1947 om 9.04 uur ‘s definitief ontsluiting kreeg, lijkt me absurd. Wat hebben de sterren met mijn genen te maken, laat staan met de loop der dingen?</p>
<p>Arthur Koestler heeft ooit een vergelijkbare stelling geponeerd. Hij beweerde dat een literaire tekst in schone vormen waarheden wil uitdrukken en daarin niet verschilt van wetenschap. Zowel een gedicht als een wetenschappelijke verhandeling willen verschijnselen uit de werkelijkheid plaatsen in een algemeen geldend verband. Een specifiek probleem, dat de schrijver &#8211; bewust of onbewust &#8211; stoort, blijkt niet zelden mentaal geworteld te zijn in een universele orde, een verborgen samenhang der dingen, die soms door een ogenschijnlijk toeval opeens aan het licht kan komen.</p>
<p>Hoe kom ik hierop? Gisteren sloeg ik de I-Tjing open, het boek van de veranderingen. Niet omdat ik benieuwd was hoe de loop der dingen voor mij in de nabije toekomst een nieuwe wending zal nemen, maar om een citaat op te zoeken. Peter Bastiaansen had een reactie op mijn weblog achtergelaten. Hij vroeg zich af of ik soms en beetje bezeten was van het schrijven, verslaafd aan de magie, aan het ritueel van het schrift. Ik had immers aangekondigd tot de kerst met mijn weblog te stoppen, maar een paar dagen geleden was ik toch weer begonnen. Bovendien had hij in de I-Tjing gelezen, dat ik mijn vorige werkzaamheden voortijdig had moeten beëindigen, vanwege onenigheid met derden. Maar die verklaring klopte dus niet, zo liet hij mij weten. Rara hoe kan dat?</p>
<p>Mijn antwoord was kort en duidelijk. Ik ben ooit met dit weblog begonnen, omdat de balans tussen de input en de output van woorden weer hersteld moest worden. Het is een kwestie van spijsvertering. Wat erin komt moet er ook weer uit, zij het in een andere vorm. Zo niet, dan krijg je verstopping en dat moeten we niet hebben. De I- Tjing is het ‘Boek van de Veranderingen’ en met verandering moet je altijd oppassen, al was het maar omdat hun belangrijkste eigenschap is – het woord zegt het al – dat ze veranderen. Het raadplegen van de I-Tjing moet daarom met een zekere prudentie geschieden. Wie niet open staat voor de verandering zal de verandering ook niet waarnemen, zelfs niet in de I -Tjing. Wat je in de I- Tjing leest zit uiteindelijk in je zelf. In die zin zijn de tekens van de I- Tjing niet anders dan alle andere tekens of woorden. Of zoals de I Tjing ons laat weten:</p>
<blockquote><p>‘Kijk eerst de woorden aan<br />
Bezin je , wat ze beduiden,<br />
Dan komen de vaste regels aan het licht.<br />
Doch ben je niet de rechte man,<br />
Dan openbaart zich aan jou niet de zin.’</p></blockquote>
<p>Maar het rare was  &#8211; en dat had ik niet vermeld &#8211; bij het openslaan van de I-Tjing viel er een foto uit, een polaroidfoto. Ik had hem daar heel lang geleden ingestopt en nooit meer terug gezien. Die foto is genomen op 30 mei 1985. Dat weet ik zo precies, omdat de dag daarvoor het drama in het Heizelstadion in Brussel had plaatsgevonden. De dag daarop nam ik deel aan een symposium in het vormingscentrum van de Woodbrookers in Kortehemmen. Waar dat over ging weet ik niet meer zo precies. Volgens mij ging het over kunst en cultuur in de toekomst, een nogal vaag onderwerp, waar destijds met grote stelligheid over gedebatteerd werd door allerlei mensen, die &#8211; net als ik &#8211; op het terrein van de kunst en cultuur werkzaam waren.</p>
<p>Ik herinner mij een professor met een punthoofd die met een wonderlijk project bezig was, waarin de toekomst werd gesimuleerd in een groot spel. Het was een virtuele wereld, die in een gigantisch rollenspel gegenereerd werd door echte mensen in het hier en nu. Zo verscheen er elke week een krant, waarin je kon lezen hoe de wereld er in de toekomst er voor zou staan. Op 25 september 2008 bijvoorbeeld. Vandaag dus. Ik begreep er destijds niet zoveel van. Wel weet ik dat wij een portretfoto op de muur moesten prikken, zodat iedereen kon zien wie je was.</p>
<p>Op de foto, die gisteren uit de I Tjing viel, ben ik zelf te zien. Ik kijk de toekomst in, maar dat weet ik op dat moment nog niet. Kennelijk heb ik mijn foto net van de muur geplukt, want achter me kun je de andere polaroidfoto&#8217;s nog zien hangen op een groot prikbord, met de naam van de betreffende congresganger eronder. Je ziet dus foto’s in een foto, maar terwijl ik dat schrijf bedenk ik mij dat deze veronderstelling niet klopt.</p>
<p>Als deze foto daar ook op het prikbord heeft gehangen, dan hadden die andere er niet opgestaan. Of is het misschien zo, dat deze foto bij binnenkomst is genomen en daarna naast de andere gehangen is? Ik neem niet aan dat van iedereen bij het weggaan nog een tweede foto is genomen die de betreffende persoon dan mee naar huis mocht nemen. Dat zou een beetje dubbel op zijn. Hij had immers al een foto. Die had hij immers net van het prikbord afgehaald.</p>
<p>En zo duizelde het  mij even voor ogen. Alle stukjes van de puzzel vielen opeens in elkaar volgens het patroon dat op de deksel van de doos stond afgebeeld. Zon maan en sterren zag ik rondwentelen een spiraal van zinloze feiten die zich lichtjaren ver van mij verwijderden om van daaruit telkens weer terug te keren in een ander verband. Wat mij vooral op viel op de foto, was de gigantisch grote bril die ik daar droeg, ver weg in het heelal. Grijs nog wel, net als die dat grijze kunstlederen colbert en de grijze leren stropdas.</p>
<p>Ook mijn haren worden voorzichtig grijs zo te zien. Mijn moeder was ook vroeg grijs, dus het zal wel in de genen zitten. Op de foto heb ik de echt grijze jaren nog voor de boeg, maar ik was al helemaal in de stemming. Ik was in die tijd helemaal weg van grijs. We hadden een grijze bank en al het houtwerk in ons huis was grijs geschilderd. Ik behoorde net niet meer tot ‘de vroeg grijze generatie’, waarover Frans Halsema ooit zo’n mooi liedje heeft gezongen. Maar als je deze foto ziet, dan zou je anders kunnen vermoeden.</p>
<p style="text-align: center;">De vroeg grijze generatie<br />
Ruiten hemd en grijze das<br />
Beetje bang van meditatie<br />
Stickies, LSD en hasj<br />
Op de dansvloer niet die vrijheid<br />
In hun benen dixieland<br />
Beetje rood of Roomse blijheid<br />
Te luidruchtig op het end</p>
<p><iframe src="http://www.youtube.com/embed/kBiZWAPC6eQ?rel=0" height="400" width="500" allowfullscreen="" frameborder="0"></iframe></p>
<img src="http://feeds.feedburner.com/~r/HuubMous/~4/bpn7Nj7ewHE" height="1" width="1"/>]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2013/05/23/vroeg-grijs/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		<feedburner:origLink>http://www.huubmous.nl/2013/05/23/vroeg-grijs/</feedburner:origLink></item>
		<item>
		<title>Het kompas van de kleuren</title>
		<link>http://feedproxy.google.com/~r/HuubMous/~3/_Tcp9DXRWKk/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2013/05/22/totdat-de-aarde-valt/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 21 May 2013 22:04:12 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[geen categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=8497</guid>
		<description><![CDATA[Begin jaren negentig opende ik een tentoonstelling van Anke Kuypers en Henk van Gerner in de Lawei in Drachten. Henk van Gerner woonde destijds in Julianadorp, vlak onder Den Helder. ik zocht hem op en zo reed ik twee keer met de bus over de Afsluitdijk. Die ervaring inspireerde mij, vooral door het kleurrijke schouwspel [...]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2013/05/f43dff992322da01d9d62c05acca6b5a.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-87225" alt="f43dff992322da01d9d62c05acca6b5a" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2013/05/f43dff992322da01d9d62c05acca6b5a.jpg" width="495" height="332" /></a></p>
<p><strong>Begin jaren negentig opende ik een tentoonstelling van Anke Kuypers en Henk van Gerner in de Lawei in Drachten. Henk van Gerner woonde destijds in Julianadorp, vlak onder Den Helder. ik zocht hem op en zo reed ik twee keer met de bus over de Afsluitdijk. Die ervaring inspireerde mij, vooral door het kleurrijke schouwspel van de ondergaande zon. De tentoonstelling had het fenomeen &#8216;kleur&#8217; als thema. Aan het slot van mijn openingsverhaal werd ik overstemd door een blazersensemble dat &#8211; zo was het afgesproken &#8211; de zaal binnen marcheerde en uiteindelijk steeds harder om me heen begon te toeteren.</strong></p>
<p style="text-align: center;">*</p>
<p>De dijk ligt tusschen &#8216;t land en &#8216;t water<br />
Met palen en basalt<br />
Hier ligt hij nu, hier ligt hij later<br />
Totdat de aarde valt.</p>
<p>Na zo&#8217;n halve eeuw verdwaald te zijn geweest in een duistere uithoek van mijn brein  kwamen deze woorden van de dichter Jan Engelman opeens bij mij boven toen ik op een grijze winternamiddag in januari in een blauw-groene Interliner  terugreed naar Friesland. Rechts het IJsselmeer, links in gedachten de  Waddenzee en in het midden &#8211; U raadt het al &#8211; als een streep de Afsluitdijk. Hier  ligt hij nu, hier ligt hij later &#8230; Opeens hoorde ik die woorden weer zoals ze eens  werden voorgedragen door een roodharige jongen wiens naam ik vergeten ben.  We zaten in de tweede klas in het begin van de jaren zestig. Declameren van gedichten was toen nog heel gewoon. Peter heette hij of Piet, of verbeeld ik mij  dat? In ieder geval zijn stem hoor ik nog alsof hij voor mij staat. Een beetje  lijzig, want hij kwam uit de Zaanstreek en dat taaltje klonk wat vreemd in  Amsterdam. Hij had &#8211; om voor mij nog altijd onverklaarbare redenen – voor dit wonderlijke gedicht gekozen om het woord voor woord uit het hoofd te leren en  voor te dragen voor de klas. En dat deed hij met verve. Alle gebaren en mimiek,  die de heroïsche lading van dit staaltje gezwollen vaderlandse natuurlyriek tot leven konden brengen, werden uit de kast gehaald. De spreker was een geboren  acteur, alleen het gedicht had hij niet zo begrepen. Misschien was hij nog nooit d e Afsluitdijk over geweest, misschien leidde zijn verste reis naar Krommenie of  Koog aan de Zaan. Hoe het ook zij, de essentie van Engelmans woorden was  hem jammerlijk ontgaan.</p>
<p>Al in de eerste strofe ging het mis. De zinnen &#8216;Hier ligt hij nu, Hier ligt hij later&#8217;,  werden op theatrale wijze uitgebeeld met een gebaar van de rechterarm, eerst  wijzend naar links en dan naar rechts, alsof de dijk met het verstrijken van de  tijd van plaats zou gaan veranderen en niet juist het omgekeerde het geval was &#8211; waar de dichter ook op doelde &#8211; dat de dijk zou blijven liggen waar hij lag en  nog wel tot aan het einde der tijden, in ieder geval tot de aarde valt. Wij als  toehoorders in de klas konden het misverstand wel waarderen. Een genadeloze  lachsalvo was het gevolg, een kabaal dat het de spreker niet makkelijker maakte  om zich hij het vervolg van zijn tekst verstaanbaar te maken. Hij probeerde het wel, maar ons gelach wilde niet echt wijken. De stilte, die doorgaans onontbeerlijk is om poëzie enige vorm van bestaansrecht te geven, was voorgoed verbroken. De dichterlijke woorden gingen langzaam ten onder in een aanstekelijk puberaal gegiechel, dat allengs aanzwelde, om dan weer terug te  vallen, tot een hoge uithaal op de achterste bank dit onstuitbare proces opnieuw  in beweging bracht, kortom, het was een onderstroom van ingehouden slappe  lach, die af en toe een noodzakelijke uitweg vond in een bevrijdend geschater. De spreker vocht voor wat hij waard was. Hij liet zich niet van de wijs brengen en vervolgde ogenschijnlijk onverstoorbaar zijn poëtische reis over de dijk. Hij  sprak mooie woorden en sonore zinnen, over dit trotse monument van palen en  basalt dat de zee het land ontstolen had, over de winden die langs zijn flanken  gieren, over waaiers die die wind moest vouwen naar de wolken van zilt en glinsterend vocht. Wij hoorden hem aan, maar wij luisterden niet meer. Zijn  woorden waaiden weg in andere geluiden. Zijn stem was <em>fading away &#8230;..</em></p>
<p style="text-align: center;"><img class="size-full wp-image-8501 aligncenter" title="rungekugel" alt="rungekugel" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2009/04/rungekugel.jpg" width="263" height="304" /></p>
<p>Zoals gezegd, de herinnering aan dit tragikomisch voorval uit mijn jeugd kwam  plotseling bij mij boven, toen ik onlangs terug naar Friesland reed. Achter me lag  Julianadorp waar ik die middag een kunstenaar had ontmoet. De kleuren aan  de hemel waren verdwenen, wat restte was een grijs-zwarte lucht in het licht van  een wassende maan. De wegen van het geheugen zijn duister en  ondoorgrondelijk, dacht ik bij mezelf. Vergeefs probeerde ik mij een voorstelling  te maken van de vreemde kronkelwegen die de herinnering aan deze gebeurtenis  in mijn brein moet hebben afgelegd, alvorens hij &#8211; na ruim vier en een half decennium  - weer opdook om voor even met mij mee te reizen op deze lange, rechte weg op  de dijk. Hier ligt hij nu, hier hij later. Ik moest een tekst gaan schrijven over  kleuren, maar de woorden wilden niet komen. Ik moest nog naar een andere kunstenaar in  Boelenslaan. Ik moest nog zoveel. De herinnering nam me mee in het gemijmer  van een winteravond rijdend in een bus. Hoe zou het zijn vergaan met die  roodharige jongen uit Koog aan de Zaan, of was het Krommenie? Hij bleef  zitten, twee keer zelfs, en ging uiteindelijk van school af. Waar zou hij gebleven  zijn? Misschien is hij inmiddels wel ergens een brug afgestapt, zoals Bavink deed in de Titaantjes van Nescio. Misschien ging hij naar Friesland, waar je kunt verdwijnen in vergetelheid, zoals Japie waar niemand ooit meer een woord van  vernomen heeft. Ik zag het monument aan mij voorbij flitsen, vaal oplichtend in  het maanlicht. Kleuren waren er niet meer. De hemel was zwart en in het  spiegelbeeld van de ramen zag mijzelf naar buiten kijken &#8230;.</p>
<p>Waar zijn al die jaren gebleven? Zijn ze er nog, en zo ja waar liggen ze  dan: links of rechts van de dijk? Hier ligt hij nu hier ligt hij later. Maar is dat wel zo? Had die jongen uit Koog aan de Zaan niet toch gelijk met zijn brede  gebaren. Wie zegt dat de dijk zich niet verplaatst in de tijd, en in die zevenenveertig jaar een slingerend traject heeft afgelegd, onzichtbaar voor het oog en nog grilliger wellicht dan  de dwaalwegen van mijn herinnering. De tijd verstrijkt als de bus rijdt. De dijk  schiet onder de wielen door. Maar waarom zou het omgekeerde niet evengoed  het geval kunnen zijn. De bus staat stil. Hier staat hij nu. Hier staat hij later. En  de weg schiet alleen maar voorbij, terwijl de wielen draaien. De dijk verplaatst  zich, de bus niet. De tijd staat stil, wij verplaatsen ons en alleen op een weg  waarvan we menen dat hij recht is, onomkeerbaar, als een streep door de nacht  van het heelal. We passeerden Breezand. Een vliegtuig knipperde boven het  IJsselmeer. Ik moest over kleur gaan schrijven, maar er kwamen geen beelden in  mijn hoofd. Ik zag allen maar een zwarte hemel en een witte maan. Mijn verbeelding schoot tekort. Denkend aan kleur zag ik een lange dijk traag door oneindig waterland gaan. Kun je eigenlijk wel met woorden iets zinnigs zeggen  over kleuren? Zijn kleuren niet zoiets als klanken en woorden, alleen maar  bordjes met namen, etiketten die wij ergens op plakken zodat wij menen iets waar te  nemen, maar waar we eigenlijk heel weinig van weten? Kun je een  kleur verbeelden, oproepen voor je geestesoog? Sterker nog, kun je een kleur  bedenken die niet bestaat of die nog nooit is gezien? Of zoals Otto Runge ooit  zei:</p>
<blockquote><p>&#8220;Als iemand zich een blauwachtig oranje, een roodachtig groen, of een  geelachtig violet wil voorstellen wordt hem te moede als bij een zuidwestelijke  noordenwind. Zowel wit als zwart zijn beide ondoorzichtig of stoffelijk. Wit  water dat helder is zal men zich niet kunnen voorstellen, net zo min als  doorzichtige melk. &#8220;</p></blockquote>
<p>Met andere woorden, kleuren hebben kennelijk hun eigen logica, een soort  kompas, een windwijzer, een systeem in de ruimte met boven en onder, links en  rechts, noord, zuid oost en west. Er is een denkbeeldige aardbol waar je ze op kunt uitzetten, variërend in toon, gradatie, helderheid, alles precies geordend volgens  exacte coördinaten. Het geel hier, het blauw daar. Hier ligt het nu, hier ligt het  later. Maar zitten de kleuren zo in elkaar? De woorden gaan hun eigen weg, de taal heeft zijn  eigen systeem, om van het oog maar te zwijgen. Wat gebeurt er allemaal tussen netvlies en cortex? De bus  rijdt van Zuidzuidwest naar Noordnoordoost en ik probeer me de kleuren aan  de hemel voor te stellen die bij deze coördinaten horen. Kornwerderzand schiet  voorbij en ik zie niets dan duisternis en een vale maan aan de hemel. De  woorden gaan op reis en ik word overstemd door geluiden, tonen en ritmes die kleuren voorstellen. Ze schieten voorbij als klanken met een eigen coloriet, geluiden die mijn verhaal overspoelen, als golven die aanzwellen vanuit een  hoek van de ruimte om allengs de overhand te nemen en mij voorgoed doen  verdwijnen in de nacht, als kleuren die vervagen totdat de aarde valt, zwart, blauw, geel, okergeel,  ultramarijn, titaniumwit, bordeauxrood, aubergine, cadmiumgeel, nachtblauw,  korenblauw, oranje, oranje, azuur, rood, geel en blauw, paars, beige, rood,  oranje, geel groen, blauw, violet, purper, scharlaken, kardinaalrood, pioenrood,  tomaatrood, schaamrood, hagelwit, kastanjebruin, pimpelpaars, grijs, grijs, grijs,  appelgroen, steenrood, bladgroen, goud, zilver, kalkwit, hemelsblauw, gifgroen, kastanjebruin, reebruin &#8230;..</p>
<p><iframe src="http://www.youtube.com/embed/_iQADrkTl2Q?rel=0" height="400" width="500" allowfullscreen="" frameborder="0"></iframe></p>
<img src="http://feeds.feedburner.com/~r/HuubMous/~4/_Tcp9DXRWKk" height="1" width="1"/>]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2013/05/22/totdat-de-aarde-valt/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>5</slash:comments>
		<feedburner:origLink>http://www.huubmous.nl/2013/05/22/totdat-de-aarde-valt/</feedburner:origLink></item>
		<item>
		<title>Onderweg in een overgangstijd</title>
		<link>http://feedproxy.google.com/~r/HuubMous/~3/-UJolt_B-p8/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2013/05/21/katholieke-illustratie/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 20 May 2013 22:01:32 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[geschiedenis]]></category>
		<category><![CDATA[religie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=3648</guid>
		<description><![CDATA[Onderstaande tekst verscheen aanvankelijk onder de kop Katholieke Illustratie.  In vier jaar tijd kreeg ik er 63 reacties op. Ik heb ze maar verwijderd, want anders dan veel mensen denken, ben ik geen verzamelaar van oude jaargangen van de Katholieke Illustratie. Mijn weblog is ook geen marktplaats. Het verhaal ging eigenlijk ook niet zozeer over [...]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2013/05/KGrHqZlgFELNmKorBRJTt1mTq60_84.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-87234" alt="$(KGrHqZ,!lgFELN,mKorBRJTt1mTq!~~60_84" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2013/05/KGrHqZlgFELNmKorBRJTt1mTq60_84.jpg" width="382" height="522" /></a></p>
<p><strong>Onderstaande tekst verscheen aanvankelijk onder de kop <em>Katholieke Illustratie</em>.  In vier jaar tijd kreeg ik er 63 reacties op. Ik heb ze maar verwijderd, want anders dan veel mensen denken, ben ik geen verzamelaar van oude jaargangen van de Katholieke Illustratie. Mijn weblog is ook geen marktplaats. Het verhaal ging eigenlijk ook niet zozeer over de Katholieke Illustratie, als wel over de teloorgang van de katholieke media. </strong></p>
<p style="text-align: center;">*</p>
<p>Onlangs heb ik twee ingebonden jaargangen (1955, 1956) van De Katholieke Illustratie op de kop kunnen tikken. Ze waren niet goedkoop – 25 Euro per stuk – maar ik vond het ’t geld meer dan waard. Als ik in deze dikke boekwerken in gemarmerde kaften zit te bladeren, word ik bevangen door een gevoel van verwondering gemengd met melancholie. Vroeger thuis lazen wij de Katholieke Illustratie. Ik kan me nog goed herinneren dat ik als vijfjarig kind met een blauw kleurpotlood alle foto’s van de Watersnoodramp van 1953 heb ingekleurd, waarbij ik met mijn potlood niet altijd tussen de lijntjes van het beeld was gebleven. Ik vond dat zelf geen punt – het wassende water trad immers ook buiten zijn oevers – maar mijn oudste zus was zeer ontstemd, want ze had deze speciale ramp-editie haar leven lang willen bewaren. De Katholieke Illustratie werd bij ons thuis letterlijk stuk gelezen. Vooral de fotoreportages vonden veel aftrek. Het was een tijd dat in de krant in beeldend opzicht nog niet zoveel te bieden had, om over een tv-journaal maar te zwijgen.</p>
<p>De Katholieke Illustratie was zoiets als het Polygoonjournaal, maar dan bij op papier bij je thuis. Je miste alleen de stem van Philip Bloemendaal, maar die verzon je er als kind zelf wel bij. Je zag foto’s van de arme kindjes in Afrika, maar ook reportages over hoe het Witte Huis er uitzag of het Rode Plein in Moskou, of anders wel een beeldverslag van de zegenrijke vorderingen van de missie op Nieuw Guinea, waar nog koppensnellers waren en de missionarissen dus heel gevaarlijk werk deden. Elke zomer, als ik bij mijn drie ongetrouwde tantes logeerde, verdiepte ik mij in oude jaargangen van de Katholieke illustratie. Zij hadden alle jaargangen sinds 1938. Het was een groot Huis in het Gelderse Huissen, een klein, wat achterlijk dorp aan de rivier onder de rook van Arnhem. Boven op de grote zolder, waar ook de hele uitleen-inventaris van het  Wit-Gele Kruis stond opgeslagen – tante Door was de lokale wijkzuster – stond de kast met oude jaargangen. Daar in het halfduister kon ik als kind uren wegdromen. Plaatjes kijken is altijd mijn belangrijkste liefhebberij geweest. Later heb ik er zelfs mijn vak van gemaakt.</p>
<p>Eind jaren vijftig logeerde ik zelfs de hele grote vakantie in Huissen. Ik heb me wel eens afgevraagd hoe mijn ouders zoiets ooit hebben kunnen doen. Een kind tussen zijn tiende en twaalfde jaar laat je toch niet zes weken lang helemaal alleen logeren bij drie bejaarde dames in een verlaten dorp waar niets te beleven viel. Vorige week was mijn oudste zus op bezoek. Ze is zestien jaar ouder dan ik. Zij vertelde mij dat mijn gedwongen vakantie-verblijven destijds in <em>the middle of nowhere</em> een praktische reden hebben gehad. Mijn jongste zuster moest in 1958 en 1959 twee zware hersenoperaties ondergaan. Ik werd uit huis geplaatst, omdat mijn moeder in die tijd de handen vol had. Vreemd genoeg had ik dit verband zelf nooit gelegd. Ik heb me eigenlijk ook nooit verveeld daar in Huissen. Ik kon mezelf als kind altijd uitstekend vermaken. Bovendien bood de Katholieke Illustratie een prachtig hulpmiddel om elk schemerend gevoel van verveling in de kiem te smoren.</p>
<p>Onlangs vond ik op de uitgebreide boekenafdeling van de Leeuwarder Kringloopwinkel de jubileumuitgave van de Katholieke Illustratie. Dit extra-dikke nummer is verschenen op 10 december 1966. Het blad bestond toen maar liefst honderd jaar. De inhoud straalt een en al trots uit, alsof de katholieke emancipatie na een eeuw Rijk Rooms leven op zijn hoogtepunt was beland. Tal van kleurenfoto’s van bisschoppen en kardinalen passeren de revue. Zelfs Paus Paulus VI had een speciale felicitatie geschreven met een stempel van het Vaticaan. En verder artikelen van Godfried Bomans en Anton van Duinkerken, een reportage het veranderende Spanje in de nadagen van Franco, een reeks foto’s van Cape Kennedy en een groot artikel over het leven en sterven van Bisschop Bekkers van Den Bosch, die op 9 mei van dat jaar na een kort ziekbed was overleden. Ik kan me dat nog goed herinneren. omdat op de dag daarvoor, op 8 mei 1966, mijn vader overleed.</p>
<p>‘Onderweg in een overgangstijd’ zo heet het artikel. De titel had niet beter gekozen kunnen worden. Het was dan weliswaar een jubileumnummer, dat het eeuwfeest van dit roemruchte gezinsblad markeerde, maar de tijden waren snel aan het veranderen. Het jaar daarvoor had de Volkskrant het predicaat ‘rooms-katholiek’ van zijn voorpagina verwijderd. Niemand kon op dat moment vermoeden dat de Katholieke Illustratie het jaar na de zelfbewuste jubileumuitgave geheel van het toneel zou verdwijnen. In het Ten Geleide schreef hoofdredacteur Albert Welling onder de kop ‘Blik vooruit’ het volgende:</p>
<blockquote><p>‘Het begint stiller te worden in het wereldje van bladen die zich uitdrukkelijk katholiek  noemen. Het schijnt dat dit predikaat &#8211; ik heb er nog &#8220;herentoneel&#8221; voor gespeeld, omdat &#8220;gemengd&#8221; en &#8220;r.k.&#8221; niet samengingen &#8211; nauwelijks meer aan spreekt. Sommigen voelen het zelfs als een last en dus wordt het &#8211; openlijk of  tersluiks &#8211; weggelaten. De Katholieke Illustratie zal dit voorbeeld niet volgen. Ook na een eeuw menen  wij dat de lezers recht hebben op een duidelijk herkenbaar kijkschrift, dat juist  door die herkenbaarheid voor honderdduizenden katholieken van betekenis kan zijn. (..) Ik bedoel eigenlijk gewoon dat wij ons voor de toekomst zullen inspireren op paus Johannes XXIII. Een rustig man, die alle noden omvatte, die erover sprak op een wijze die ons door merg en been is  gedrongen en die toch &#8211; ondanks de verwoestende last van zijn verantwoordelijkheid &#8211; nooit uit zijn ogen die twinkeling verloor, waarmee hij wellicht meer  vrede heeft gesticht dan in tien encyclieken kan worden uitgeschreven.’</p></blockquote>
<p>Het heeft allemaal niet zo mogen zijn. Het jaar daarop fuseerde de uitgever van de Katholieke Illustratie, De Spaarnestad, ook uitgever van het gezinsweekblad Panorama en Libelle, met de De Geïllustreerde Pers, die onder meer Margriet en Revu uitgaf. Beide uitgeverijen gingen later op in de VNU (bron: Wikipedia). Het katholieke karakter van de Katholieke illustratie was al op de achtergrond geraakt en in 1968 werd het blad definitief opgeheven. Het einde van de katholieke emancipatie was een feit in het jaar waarin de verzuiling in Nederland definitief ten grave werd gedragen. De overgang van Katholieke Illustratie naar Nieuwe Revu was kenmerkend voor het ingrijpend proces van secularisering dat ons land in zijn greep had gekregen.</p>
<p>Deze gebeurtenissen vielen samen met de snelle teloorgang van het katholicisme in Nederland. De progressieve geest van Bisschop Bekkers en paus Johannes XXIII had in de tweede helft van de jaren zestig definitief plaatsgemaakt voor het kille dictaat van twee uiterst reactionaire pauselijke encyclieken, in 1967 over het celibaat (Sacerdotalis Caelibatus ) en in 1968 over de geboorteregeling (Humanae Vitae). De kortstondige <a href="http://www.huubmous.nl/2008/05/14/de-kortsondige-katholieke-renaisance/" target="_blank">katholieke renaissance</a> in Nederland ging hiermee ten onder. Een aantal omstreden Vaticaanse benoemingen van uiterst reactionaire bisschoppen in het begin van de jaren zeventig deed de rest. De katholieke kerken liepen leeg, er werden nauwelijks meer priesters gewijd, de seminaries kwijnden weg  en het ene na het andere klooster zou uiteindelijk worden verkocht.</p>
<p>Onlangs las ik het tweede deel van de autobiografie van Hans Küng <a href="http://www.uitgeverijtenhave.nl/hans-kung-omstreden-waarheid.html">Omstreden waarheid</a> gelezen dat gaat over de periode na het Tweede Vaticaanse Concilie. Het is 690 pagina’s fascinerende lectuur. Eens temeer verbaasde ik mij over fascistoïde wijze waarop het Vaticaan alle hervormingen van Vaticanum II na 1965, in nog geen paar jaar tijd in heel Europa &#8211; maar vooral in Nederland – van bovenaf consequent heeft teruggedraaid. Het Kremlin was er niets bij, met dit verschil dat de dictatoriale macht van het Vaticaan nog altijd ongebroken is. De geharnaste massakerk, onfeilbaar vanuit Rome bestuurd, is een historisch fenomeen dat gelijk oploopt met de opkomst en de bloei van de totalitaire systemen van links en rechts. Dit machtsbolwerk van het Vaticaan, dat vanaf de Romantiek in de negentiende eeuw is opgetrokken als reactie op het oprukkende materialisme en het positivisme van de wetenschap, toont anno 2008 &#8211; in tegenstelling tot fascisme en communisme &#8211; nog geen enkel spoor van verval. &#8216;<em>Pensiamo in secoli</em>&#8216; (Wij denken in eeuwen), zo denkt men in Rome.</p>
<p>Via dit weblog kwam ik weer in contact met Paul Welling. Paul was een jaargenoot van mij op het Sint Ignatiuscollege van 1960 tot 1966. Zijn vader Albert Welling was de bovengenoemde laatste hoofdredacteur de Katholieke Illustratie (en de eerste van de Nieuwe Revu). Een andere jaargenoot van Paul en mij was Berendjan van den Boomen. Berandjan was de zoon van Gerard van den Boomen, destijds hoofdredacteur van de Nieuwe Linie, het andere katholieke weekblad dat nog tot in de jaren zeventig als links opinieblad is blijven voortbestaan. Paul en Berendjan voerden destijds wel eens een felle discussie over de vraag wiens vader het beste katholieke blad maakte, zo liet Paul mij weten: ‘Beide vaders hebben als journalist veel last gehad van de druk om hun blad economisch rendabel te maken. Ze wilden een goed blad maken, verkoopcijfers interesseerden ze niet te veel.’ Het was vechten tegen de bierkaai. Het Rijke Roomse Leven hield onder onze ogen plotseling op te bestaan.</p>
<p><iframe src="http://www.youtube.com/embed/c6RmK69vyJU?rel=0" height="400" width="500" allowfullscreen="" frameborder="0"></iframe></p>
<img src="http://feeds.feedburner.com/~r/HuubMous/~4/-UJolt_B-p8" height="1" width="1"/>]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2013/05/21/katholieke-illustratie/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		<feedburner:origLink>http://www.huubmous.nl/2013/05/21/katholieke-illustratie/</feedburner:origLink></item>
		<item>
		<title>Brave rebellen</title>
		<link>http://feedproxy.google.com/~r/HuubMous/~3/V1pGvAHYrAw/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2013/05/20/de-revolutie-van-rijsenburg/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 19 May 2013 22:01:30 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[geen categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=37612</guid>
		<description><![CDATA[‘Bedankt voor dit mooie en moedige stuk! Op één zinnetje na – het hoort op de schroothoop van de geschiedenis – helemaal mee eens… Zie ook mijn boekje En God zag dat het zeer goed was. De heiligheid van de seksualiteit (De Boog, 2006). Zo reageerde Everard de Jong, de hulpbisschop van het bisdom Roermond, [...]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2013/05/resolve1-e1368785403987.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-87214" alt="resolve" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2013/05/resolve1-e1368785403987.jpg" width="499" height="352" /></a></p>
<style><!--
/* Font Definitions */
@font-face
	{font-family:"ＭＳ 明朝";
	mso-font-charset:78;
	mso-generic-font-family:auto;
	mso-font-pitch:variable;
	mso-font-signature:-536870145 1791491579 18 0 131231 0;}
@font-face
	{font-family:"Cambria Math";
	panose-1:2 4 5 3 5 4 6 3 2 4;
	mso-font-charset:0;
	mso-generic-font-family:auto;
	mso-font-pitch:variable;
	mso-font-signature:-536870145 1107305727 0 0 415 0;}
@font-face
	{font-family:Calibri;
	panose-1:2 15 5 2 2 2 4 3 2 4;
	mso-font-charset:0;
	mso-generic-font-family:auto;
	mso-font-pitch:variable;
	mso-font-signature:-520092929 1073786111 9 0 415 0;}
@font-face
	{font-family:Cambria;
	panose-1:2 4 5 3 5 4 6 3 2 4;
	mso-font-charset:0;
	mso-generic-font-family:auto;
	mso-font-pitch:variable;
	mso-font-signature:-536870145 1073743103 0 0 415 0;}
 /* Style Definitions */
p.MsoNormal, li.MsoNormal, div.MsoNormal
	{mso-style-unhide:no;
	mso-style-qformat:yes;
	mso-style-parent:"";
	margin-top:0cm;
	margin-right:0cm;
	margin-bottom:10.0pt;
	margin-left:0cm;
	mso-pagination:widow-orphan;
	font-size:12.0pt;
	font-family:Cambria;
	mso-ascii-font-family:Cambria;
	mso-ascii-theme-font:minor-latin;
	mso-fareast-font-family:"ＭＳ 明朝";
	mso-fareast-theme-font:minor-fareast;
	mso-hansi-font-family:Cambria;
	mso-hansi-theme-font:minor-latin;
	mso-bidi-font-family:"Times New Roman";
	mso-bidi-theme-font:minor-bidi;
	mso-fareast-language:JA;}
p.Normaal, li.Normaal, div.Normaal
	{mso-style-name:Normaal;
	mso-style-unhide:no;
	mso-style-qformat:yes;
	mso-style-parent:"";
	margin-top:0cm;
	margin-right:0cm;
	margin-bottom:10.0pt;
	margin-left:0cm;
	mso-pagination:widow-orphan;
	font-size:12.0pt;
	font-family:Cambria;
	mso-ascii-font-family:Cambria;
	mso-ascii-theme-font:minor-latin;
	mso-fareast-font-family:"ＭＳ 明朝";
	mso-fareast-theme-font:minor-fareast;
	mso-hansi-font-family:Cambria;
	mso-hansi-theme-font:minor-latin;
	mso-bidi-font-family:"Times New Roman";
	mso-bidi-theme-font:minor-bidi;
	mso-fareast-language:JA;}
.MsoChpDefault
	{mso-style-type:export-only;
	mso-default-props:yes;
	font-family:Cambria;
	mso-ascii-font-family:Cambria;
	mso-ascii-theme-font:minor-latin;
	mso-fareast-font-family:"ＭＳ 明朝";
	mso-fareast-theme-font:minor-fareast;
	mso-hansi-font-family:Cambria;
	mso-hansi-theme-font:minor-latin;
	mso-bidi-font-family:"Times New Roman";
	mso-bidi-theme-font:minor-bidi;
	mso-fareast-language:JA;}
.MsoPapDefault
	{mso-style-type:export-only;
	margin-bottom:10.0pt;}
@page WordSection1
	{size:612.0pt 792.0pt;
	margin:72.0pt 90.0pt 72.0pt 90.0pt;
	mso-header-margin:36.0pt;
	mso-footer-margin:36.0pt;
	mso-paper-source:0;}
div.WordSection1
	{page:WordSection1;}
--></style>
<blockquote><p><strong>‘Bedankt voor dit mooie en moedige stuk! Op één zinnetje na – het hoort op de schroothoop van de geschiedenis – helemaal mee eens… Zie ook mijn boekje <a href="http://www.rkk.nl/soeterbeeck/archief/2007/detail_objectID611182.html">En God zag dat het zeer goed was. De heiligheid van de seksualiteit</a> (De Boog, 2006).</strong></p></blockquote>
<p><strong>Zo reageerde <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Everard_de_Jong">Everard de Jong</a>, de hulpbisschop van het bisdom Roermond, gisteren op mijn blog <a href="http://www.huubmous.nl/2009/04/08/humanae-vitae-en-de-seksualisering/"><i>Humanae Vitae en de seksualisering</i></a>. Ik schreef die tekst vier jaar geleden, en hoewel ik er in grote lijnen nog steeds achter sta, denk ik nu toch wel iets genuanceerder over deze materie dan destijds, zeker na het verschijnen van het Rapport van de Commissie Deetman. De laatste jaren heb ik mij een beetje proberen te verdiepen in de geschiedenis van het moderne katholicisme. ‘Modern katholicisme’ is geen <i>contradictio in terminis</i>, want het modernisme heeft ook binnen de rooms-katholieke kerk wel degelijk zijn vertaling gekregen, al is die stroming tegenwoordig ver te zoeken. <em>Modernisme in Lourdes,</em> zo heet mijn bundel beschouwingen over het &#8216;moderne katholicisme&#8217;, die hopelijk nog eens in boekvorm zal verschijnen. Maar wie stelt er nog belang in die materie? </strong></p>
<p><strong>Progressieve katholieken zijn een uitstervende diersoort geworden. Sterker nog, het katholicisme in Nederland is op sterven na dood en niemand lijkt daar rouwig om. Secularisering en seksualisering gingen in de afgelopen decennia hand in hand, en het belangrijkste gevoel dat achteraf bij menigeen komt bovendrijven is een gevoel van opluchting en bevrijding. Ook bij mij. Als tegenwicht op op mijn blog <em>Humanae Vitae</em> en de seksualisering publiceer ik vandaag dan ook een andere tekst die ik ook vier jaar geleden schreef. Ik denk dat de conclusie aan het slot mogelijk op minder bijval kan rekenen van de hulpbisschop van Roermond. Maar je weet het maar nooit. De wonderen zijn de wereld niet nog uit en zeker niet binnen het Vaticaan en al zijn dependances. </strong></p>
<p><strong>Het katholicisme zit bij mij in de genen. Mijn vader was &#8216;<a href="http://www.huubmous.nl/2012/10/10/een-katholiek-uit-friesland-2/">een katholiek uit Friesland&#8217;.</a> Maar als ik iets heb leren wantrouwen dat is het een erfenis uit het verleden die je in de genen hebt meegekregen. Anderzijds  heb  ik nog altijd een groeiende belangstelling voor het spirituele vruchtwater waarin ik als embryo heb verkeerd. Nostalgie naar een moederkerk is een ziekte die hardnekkiger is dan heimwee naar een vaderland. Overigens zullen de trouwe lezers van dit weblog in de komende twee weken meer teksten tegenkomen die ik jaren geleden al eens eerder publiceerde. Omdat ik mij eventjes met andere dingen bezighoud, is dit een onvermijdelijke noodgreep. De meeste van deze teksten heb ik overigens wel bewerkt of geactualiseerd.</strong></p>
<p style="text-align: center;">*</p>
<p>Het grootseminarie van Rijsenburg gold ooit als een van de bolwerken van het katholicisme in Nederland. Rijsenburg is een voormalig dorp dat in de jaren zestig nog deel uitmaakte van de gemeente Driebergen-Rijsenburg in de provincie Utrecht. Het seminarie werd in 1853 gebouwd, als een eerste manifestatie van het Rijke Roomse Leven dat direct na het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in Nederland in de eeuw daarna tot bloei zou komen. Dat Rijke Roomse Leven heeft tot midden jaren zestig geduurd.</p>
<p>Daarna was het ook snel afgelopen met dit grootseminarie. Het werd in 1968 gesloten en het gebouw is inmiddels gesloopt om plaats te maken voor een appartementencomplex. Belangrijke katholieken hadden in dit seminarie hun voetstappen liggen zoals bijvoorbeeld Schaepman, die er eerst student en later docent was, maar ook Alphons Ariëns en kardinaal De Jong. De geschiedenis en vooral het roemloze einde van dit seminarie is exemplarisch voor de teloorgang van het katholicisme in Nederland.</p>
<p>Dat proces voltrok zich overigens niet zonder slag of stoot. In 1961 vond in dit seminarie een ware opstand plaats onder de priesterstudenten. Deze zogeheten ‘Rijsenburgse revolutie’ is mede de oorzaak van geweest dat het hele stelsel van seminaries in Nederland binnen enkele jaren werd opgeheven. In 1963 waren er nog 32 zogeheten <em>filosofica</em> en <em>theologica</em> met 1929 studenten en 383 professoren. Dat is welgeteld één professor voor vijf studenten. In 1967 werd het hele stelsel van groot-seminaries samengevoegd in vijf katholieke hogescholen.</p>
<p>Het seminarie-karakter verdween en daarmee was ook een einde gekomen aan het seminarie als &#8216;totalitair instituut&#8217; <em>- ‘t<a href="http://en.wikipedia.org/wiki/Total_institution">otal institution</a>’</em>-  in de zin die de socioloog Erving Goffman hier aan gegeven heeft. Dat wil zeggen: een instituut dat is afgesloten van de gewone wereld en waar slapen, werken en vermaken onder een dak geschiedt. Alle grenzen die deze levenssferen gewoonlijk scheiden zijn in een totalitair instituut weggevaagd. Evenals kloosters en internaten zijn dit soort gesloten bolwerken op levensbeschouwelijke basis niet zelden broeinesten van seksueel misbruik. Dat waren ze zeker in de nadagen van het Rijke Roomse Leven.</p>
<p><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/11/IMAGE0002.jpg"><img class="size-full wp-image-37627 alignnone" title="IMAGE0002" alt="" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/11/IMAGE0002-e1290891554472.jpg" width="180" height="284" /></a> Onlangs las ik het boek <em>Brave rebellen, herinneringen aan de eerste studentenopstand in Nederland (1999)</em> van Jan ter Laak. Het gaat over de revolutie van Rijsenburg, de kortstondige opstand, die zich daar voltrok in de tweede week van november 1961. Het is een half-vergeten hoofdstuk in geschiedenis van de jaren zestig. In de meeste boeken over deze periode &#8211; en ik heb er de laatste tijd heel wat gelezen- komt deze merkwaardige gebeurtenis niet voor. <!-- @font-face {   font-family: "ＭＳ 明朝"; }@font-face {   font-family: "Cambria Math"; }@font-face {   font-family: "Cambria"; }p.MsoNormal, li.MsoNormal, div.MsoNormal { margin: 0cm 0cm 10pt; font-size: 12pt; font-family: Cambria; }.MsoChpDefault { font-size: 10pt; font-family: Cambria; }div.WordSection1 { page: WordSection1; } --></p>
<p>Gevolg van de deze muiterij onder de priesterstudenten was dat de President van het seminarie J. Geerdink zich door kardinaal Alfrink uit zijn functie moest laten ontheffen. Geerdink, die in de oorlog nog assistent van kardinaal De Jong was geweest, was in feite ongeschikt voor zijn functie. Hij was destijds door Alfrink zelf benoemd, als compensatie voor het feit dat hij gepasseerd was bij de opvolging van kardinaal de Jong als aartsbisschop van Utrecht.</p>
<p style="text-align: left;">&#8216;De studentenopstand op Rijsenburg in 1961 was een teken  van een cultuuromslag op het punt van gezag en gehoor zeldzaamheid. Een omslag die in 1968 op diverse plekken in de  wereld zichtbaar zou worden en waarbij studenten aan  universiteiten een hoofdrol speelden,&#8217; zo stelt de kerkhistoricus Jan Roes in zijn voorwoord van het boek van Jan ter Laak. &#8216;De invloed van de katholieke revolutie op  de Nederlandse geschiedenis is nog te weinig onderzocht om daar nu reeds algemene uitspraken over te kunnen maar op enkele terreinen tekenen zich onmiskenbaar veranderingen af. Spectaculair zijn de gevolgen van de katholieke revolutie onder meer zichtbaar op de terreinen van seksuele moraal en ontzuiling<em>.&#8217;</em></p>
<p>Met die laatste stelling ben ik het volledig eens. De rol, die de katholieken in de culturele revolutie van de jaren zestig hebben gespeeld, wordt nog altijd onderschat. De revolutie van Rijsenburg was een eerste symptoom van grote maatschappelijke onrust. De vlam zou later ook in heel Nederland in pan slaan, maar het waren de katholieken die het vuur opstookten. Tilburg en Nijmegen waren niet voor niets in 1968 brandhaarden van het studentenprotest, dat pas in 1969 met de <a href="http://www.huubmous.nl/2009/05/18/veertig-jaar-na-dato/">bezetting van het Maagdenhuis</a> volledig doorbrak. Jan ter Laak verwoordt het in zijn boek als volgt:</p>
<blockquote><p>&#8216;Verschillende oud-stu denten van Rijsenburg hadden in 1968, toen zij hoorden  van bezettingen door studenten van universiteitsgebouwen  en van het gedwongen terugtreden van rectoren, een <em>déjà  vu</em>. In retrospectief gingen zij spreken over de &#8216;Rijsenburgse  revolutie&#8217;. Sommigen noemden het zelfs de eerste studen tenrevolutie in Nederland. Maar was het ook een revolutie?  Zeker niet in de zin dat er een duidelijk doel of strategie  bestond, laat staan een revolutionaire voorhoede. Het was  een·uiting van een oprechte verontwaardiging over een  onrechtvaardige collectieve straf. Het intrekken van een  verlofperiode is een harde maatregel in een totale institutie.  De rel was een teken dat de periode van autoritaire gezags uitoefening van de rooms-katholieke kerk in de samenle ving, maar ook op een seminarie, ten einde liep. Kardinaal Alfrink heeft dit teken van de tijd toen niet verstaan.&#8217;</p></blockquote>
<p>De auteur van het boek <em>Brave rebellen</em>, Jan ter Laak, heeft in 1966, vijf jaar na de revolutie in Rijsenburg het IKV opgericht. Hij was van huis uit classicus en priester. Zijn opvolger, Mient Jan Faber, die politiek bedrevener was dan hij, zou het IKV grote bekendheid geven vooral door zijn optreden tijdens de acties tegen de plaatsing van  langeafstandsraketten in het begin van de jaren tachtig. Jan ter Laak werd later omroeppastor bij de KRO en algemeen secretaris van de katholieke vredesbeweging Pax Christi.</p>
<p>Hij was een exponent van de jaren zestig en zeventig, de tijd van actiegroepen, studentenprotesten en andere maatschappijkritische bewegingen, geleid door de in die tijd – met name vanuit de sociale wetenschappen – opkomende nieuwe secundaire elites die steeds kritischer werden ten opzichte van het oude bestel. Kritische katholieken liepen daarbij voorop. Zij hadden al sinds de jaren vijftig een pioniersrol gespeeld in een proces van emancipatie en geestelijke bevrijding. In de jaren zestig en zeventig verbrede deze beweging zich in een golf van maatschappijkritiek en pacifisme.</p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/11/naschrift-160309_230188d.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-37637" title="naschrift-160309_230188d" alt="" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/11/naschrift-160309_230188d.jpg" width="346" height="194" /></a></p>
<p style="text-align: center;">Jan ter Laak (1938-2009)</p>
<p>Jan ter Laak overleed in 2009 op zeventigjarige leeftijd. Ik heb hem zelf een keer ontmoet. Dat was een wonderlijke gebeurtenis die zich afspeelde in juni 1979. Hij had zijn kantoor destijds in Amersfoort, precies tegenover het bureau van het NOGC (Het Nationaal Overleg Gewestelijke Cultuur). De stafmedewerkers voor beeldende kunst, die werkzaam waren bij de provinciale culturele raden, kwamen daar een paar keer bij jaar bijeen voor een landelijk overleg.</p>
<p>Tijdens die vergadering had ik het op een gegeven moment wel gezien. Ik zei: ‘Heren, ik stap op.’ Ik schoof mijn papieren bij elkaar, stopte ze in de tas, stond op en liep plompverloren de kamer uit. Voor het weggaan zag ik een lege bloemenvaas bij de ingang van de vergaderzaal staan. Met een theatraal gebaar heb ik daar mijn vulpen in laten vallen. ‘Ping!’, ik hoor nog het geluid. Het was doodstil en ik liet de vergadering in verbijstering achter.</p>
<p>Aan de overkant ben ik toen het kantoor van Jan ter Laak binnengestapt. Hij zat gewoon achter zijn bureau en ik ging zitten. Daarna ontspon zich een indringend gesprek dat ongeveer een uur heeft geduurd en dat verscheidene malen werd onderbroken door binnenkomende telefoontjes. We hebben het gehad over allerlei zaken, over het katholicisme en de vredesbeweging, maar ook over persoonlijke dingen.</p>
<p>Na het weggaan ben ik nog even langs gelopen op het NOGC. De vergadering was net afgelopen. Men toonde zich uiterst bezorgd over mij. Voelde ik me wel goed? Moest iemand mij niet even naar huis brengen? Ik sloeg elk aanbod in die richting af, en ben toen samen met Henk Laarakkers, mijn toenmalige collega uit Overijssel, met de trein richting het noorden gereden. Hij stapte uit in Zwolle. Ik reed door naar Leeuwarden. Jan ter Laak heeft daarna nog wel eens gebeld, maar het contact tussen ons is nadien al snel verwaterd.</p>
<p>Achteraf heb me wel eens afgevraagd wat me destijds heeft bezield om zomaar -<em> out of the blue </em>-  bij Jan ter Laak binnen te lopen en contact met hem te zoeken. Van enige homo-erotische spanning tussen ons was geen sprake, zeker niet van mijn kant. Ik was vooral gefascineerd door de wijze waarop hij zijn katholicisme wist te vertalen in hedendaags maatschappelijk engagement. Feit is dat ik destijds mijn geestelijke balans allengs begon te verliezen en binnen een paar weken tijd akelig dicht de toestand van een psychose naderde. Het katholicisme zit bij mij diep in de genen en een zekere fascinatie voor alles wat er in de jaren zestig in katholiek Nederland is gebeurd, is mij nog altijd eigen.</p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/11/IMAGE00016.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-37659" title="IMAGE0001" alt="" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/11/IMAGE00016.jpg" width="412" height="264" /></a></p>
<p style="text-align: center;">De klas van Jan ter Laak in Rijsenburg, 1963 (Jan ter Laak staande, vierde van rechts)</p>
<p style="text-align: left;">Na onze kortstondige ontmoeting heb ik de activiteiten van Jan ter Laak nog op afstand gevolgd. Zo was het een schok voor mij om te vernemen dat hij in 1996 zijn functie moest neerleggen, nadat er klachten waren ingediend over ‘ongewenste contacten’ in zijn tijd als omroep-pastor. Jan ter Laak verdween plotseling van het toneel. Hij is toen naar Amerika vertrokken om daar een therapie te volgen voor priesters die geen raad weten met hun homoseksualiteit.</p>
<p style="text-align: left;">Hij was het zoveelste slachtoffer van een geloofssysteem dat eeuwenlang grote problemen heeft gehad met de seksualiteit in het algemeen en de homoseksualiteit in het bijzonder. Anderzijds heeft juist de strijd voor geestelijke bevrijding, die uit deze onderdrukking is voortgekomen, en waar Nederlandse katholieken een voortrekkersrol in speelden, een veel bredere impact gehad, dan achteraf door menigeen wordt onderkend.</p>
<p><iframe src="http://www.youtube.com/embed/JN4GGuZvzwQ?rel=0" height="400" width="500" allowfullscreen="" frameborder="0"></iframe></p>
<img src="http://feeds.feedburner.com/~r/HuubMous/~4/V1pGvAHYrAw" height="1" width="1"/>]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2013/05/20/de-revolutie-van-rijsenburg/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		<feedburner:origLink>http://www.huubmous.nl/2013/05/20/de-revolutie-van-rijsenburg/</feedburner:origLink></item>
		<item>
		<title>Een compact quotum informatie</title>
		<link>http://feedproxy.google.com/~r/HuubMous/~3/LcQZAkLFjQ8/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2013/05/19/saffierstraat/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 18 May 2013 22:01:22 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[filosofie]]></category>
		<category><![CDATA[Gerard Reve]]></category>
		<category><![CDATA[mezelf]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=3340</guid>
		<description><![CDATA[Beelden zijn betekenisvolle vlakken, waarop beeldelementen zich magisch tot elkaar verhouden. Dat een beeld primair een vlak op zichzelf is en niet een venster dat onbelemmerd uitzicht biedt op de buitenwereld, is aanvankelijk wat moeilijk voor te stellen. Maar als je die gedachte echt serieus neemt, dan valt er veel voor te zeggen. Een foto [...]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2008/09/4-april-198030001.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-87296" alt="4 april, 1980(3)0001" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2008/09/4-april-198030001.jpg" width="496" height="772" /></a></p>
<p>Beelden zijn betekenisvolle vlakken, waarop beeldelementen zich magisch tot elkaar verhouden. Dat een beeld primair een vlak op zichzelf is en niet een venster dat onbelemmerd uitzicht biedt op de buitenwereld, is aanvankelijk wat moeilijk voor te stellen. Maar als je die gedachte echt serieus neemt, dan valt er veel voor te zeggen. Een foto is uiteindelijk een specifiek patroon van de getallen 1 en 0 dat geordend is op een vlak. Dat specifieke patroon kan van alles betekenen. Het kan zelfs iets betekenen wat helemaal niet op de foto te zien is. Neem nu bovenstaande foto uit 1977.</p>
<p style="text-align: left;">Als ik deze foto zie, dan zie ik de plek voor me waar hij genomen is. Het is een kamer met bruin geschilderd behang. Het licht valt van opzij naar binnen. De figuur die op een oude stoel zit draagt blauwe touwschoenen en rookt een shaggie. Naast hem staat een blikje pils en een koffiezetapparaat. Daaronder is een versterker te zien en ook een aantal grammofoonplaten. Boven het hoofd van de zittende figuur rijst een vingerplant omhoog. Daarnaast is een ingelijste gouache te zien die de copulatie van een geraamte met een vrouw voorstelt. Dat is hier wat moeilijk te zien, maar op de oorspronkelijke versie van de foto is dat tafereel goed te onderscheiden.</p>
<p style="text-align: left;">De figuur op de foto ben ikzelf. Ik zit op de stoel die ik geërfd heb van mijn vader. Die stoel bestaat inmiddels niet meer. Ik bevind mij in een kamer van een huis in de Saffierstraat in Amsterdam. Op nummer 109, één hoog, bijna op de hoek van de Jozef Israëlskade. Twee hoeken verder – in het hoekhuis van de Diamantstraat-Jozef Israëlskade &#8211; heeft Gerard Reve gewoond. In dat huis, eventjes verderop dus, speelde de roman <em>De Avonden</em> zich af. Daar, op de eerste verdieping van dat andere huis, ontwaakte de held van &#8216;deze geschiedenis&#8217;: &#8216;<em>Het was nog donker, toen in de vroege morgen van de tweeëntwintigste december 1946 &#8230;.</em>&#8216;  et cetera.</p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2013/05/Slide16.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-87414" alt="Slide1" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2013/05/Slide16.jpg" width="497" height="282" /></a></p>
<p style="text-align: center;">(A) Saffierstraat 109.  (V) Jozef Israëlskade 415</p>
<p style="text-align: left;">Vanuit zijn slaapkamer had de hoofdpersoon van het verhaal vrijwel een identiek uitzicht op de Jozef Israëlskade, die in <em>De Avonden</em> ‘Schilderskade’ wordt genoemd. In het boek van Reve is het adres van de hoofdpersoon Frits van Egters: &#8216;Schilderskade 66’. Destijds was dat in werkelijkheid: Jozef Israëlskade 116, één hoog. Dat nummer is nadien veranderd. Tegenwoordig is het huisnummer 415. Onlangs ben ik nog eens ter plekke wezen kijken, daar aan de Jozef Israëlskade, op de hoek van de Diamantstaat, vlak bij mijn oude huis dus, op de hoek van de Saffierstraat. Er hangt nu een mooie stenen plaquette aan de muur. ‘Van Egters’ staat er op &#8211; de achternaam van de hoofdpersoon in ‘De Avonden’- en inderdaad: nummer 66.</p>
<p style="text-align: left;">Ik heb me nooit gerealiseerd dat ik in de Saffierstraat zo dicht bij het ouderlijk huis van Gerard Reve heb gewoond, en al helemaal niet dat de indeling van mijn huis vrijwel identiek was aan dat van <em>De Avonden</em>. Alleen hadden wij geen tweede verdieping destijds voor de slaapkamers. De familie Van het Reve had dat wel. Hun huis was dus twee keer zo groot. Maar voor de rest moet alles hetzelfde zijn geweest. Boven was ook een zolder die vroeger &#8211; net als in <em>De Avonden</em> &#8211; voor de opslag van kolen had gediend. Maar daar mochten we niet komen, omdat de buurvrouw daaronder een solarium aan het plafond had bevestigd. Ze was bang dat dit naar beneden kwam, als wij op zolder liepen. We hebben maar een jaar in de Saffierstraat gewoond. De buurt zou weldra gerenoveerd worden, dus we hadden er toch uit gemoeten. Het was een kleine maar gezellige woning, zonder douche helaas.</p>
<p style="text-align: left;">Daarvoor moest je naar het badhuis op het Smaragdplein, dat destijds nog in de oorspronkelijke staat in functie was. De kamers waren wat donker. Dat kwam vooral door de hoge vensterbanken. Er wordt wel eens beweerd dat deze destijds bewust zo hoog gemaakt waren, om de arbeiders te beletten om de hele dag bij het raam naar buiten te hangen. De architect van deze woningen was <a href="http://nl.wikipedia.org/wiki/Johannes_Christiaan_van_Epen">Jop van Epen</a>. Zijn huizen hadden markante bakstenen gevels en de kozijnen waren in typerende kleuren donkergroen en donkergeel geschilderd. Deze zogeheten ‘Amsterdamse School- woningen’ uit de jaren twintig waren destijds gebouwd als ‘paleizen voor de arbeiders’, maar in 1977 waren ze nodig aan een opknapbeurt toe.</p>
<p style="text-align: left;">Onze bovenbuurman, mijnheer Evenhuis, woonde er al sinds het eind van de jaren twintig. Evenals de familie Van het Reve had hij eerder in Betondorp gewoond, waar onze Woningbouwvereniging ook veel woningen had. Mijnheer Evenhuis was weduwnaar. Zijn vrouw was al jaren daarvoor met de fiets verongelukt in de Van Woustraat. Zelf had hij het Nederlands elftal nog zien voetballen bij de Olympische Spelen in 1928, waar hij ook  de legendarische speler van Uruguay,  <a href="http://www.geheugenvannederland.nl/?/en/items/SFA01:006003357" target="_blank">José Andrade</a>, nog met eigen ogen had gezien. De familie Van het Reve, die in 1939 om de hoek kwam wonen, moet mijnheer Evenhuis ook zeker gekend hebben, maar ik heb hem er nooit naar gevraagd.</p>
<p style="text-align: left;">Kortom, als ik naar de bovenstaande foto kijk, dan komt er allerlei informatie bij mij naar boven over zaken die helemaal niet op deze foto zijn te zien. Het zijn connecties die in mijn hoofd worden gelegd met een wereld die ik achteraf in dit beeld projecteer. Ik kijk dus niet door een denkbeeldig venster naar een wereld die zich inmiddels verwijderd heeft in de tijd. Maar het beeldvlak van de foto is een compact quotum informatie dat zich met andere informatie in mijn brein verbindt. Dat gebeurt er, als ik kijk naar deze foto.</p>
<p><iframe src="http://www.youtube.com/embed/s6QLAQcMcQg?rel=0" height="400" width="500" allowfullscreen="" frameborder="0"></iframe></p>
<img src="http://feeds.feedburner.com/~r/HuubMous/~4/LcQZAkLFjQ8" height="1" width="1"/>]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2013/05/19/saffierstraat/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		<feedburner:origLink>http://www.huubmous.nl/2013/05/19/saffierstraat/</feedburner:origLink></item>
		<item>
		<title>De BKR bij HCL en Omrop Fryslân</title>
		<link>http://feedproxy.google.com/~r/HuubMous/~3/7K-U95cvpsw/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2013/05/18/de-bkr-bij-hcl-en-omrop-fryslan/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 18 May 2013 13:43:02 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[geen categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=87362</guid>
		<description><![CDATA[DISCUSSIEMIDDAG BEELDENDE KUNSTENAARS REGELING (BKR) Op 24 mei a.s. vindt in het Historisch Centrum Leeuwarden (HCL) een discussiemiddag  plaats met als thema de Beeldende Kunstenaars Regeling (BKR). De middag sluit aan bij de tentoonstelling &#8220;De kunst kome overal&#8221; &#8211; BKR in Leeuwarden  1949- 1992 die ook te zien is in het HCL. Een panel met [...]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<h1 style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2013/05/4-april-198030001.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-87363" alt="4 april, 1980(3)0001" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2013/05/4-april-198030001.jpg" width="335" height="480" /></a></h1>
<style><!--
/* Font Definitions */ @font-face 	{font-family:"Cambria Math"; 	panose-1:2 4 5 3 5 4 6 3 2 4; 	mso-font-charset:0; 	mso-generic-font-family:auto; 	mso-font-pitch:variable; 	mso-font-signature:-536870145 1107305727 0 0 415 0;} @font-face 	{font-family:Cambria; 	panose-1:2 4 5 3 5 4 6 3 2 4; 	mso-font-charset:0; 	mso-generic-font-family:auto; 	mso-font-pitch:variable; 	mso-font-signature:-536870145 1073743103 0 0 415 0;}  /* Style Definitions */ p.MsoNormal, li.MsoNormal, div.MsoNormal 	{mso-style-unhide:no; 	mso-style-qformat:yes; 	mso-style-parent:""; 	margin-top:0cm; 	margin-right:0cm; 	margin-bottom:10.0pt; 	margin-left:0cm; 	mso-pagination:widow-orphan; 	font-size:12.0pt; 	font-family:Cambria; 	mso-ascii-font-family:Cambria; 	mso-ascii-theme-font:minor-latin; 	mso-fareast-font-family:Cambria; 	mso-fareast-theme-font:minor-latin; 	mso-hansi-font-family:Cambria; 	mso-hansi-theme-font:minor-latin; 	mso-bidi-font-family:"Times New Roman"; 	mso-bidi-theme-font:minor-bidi;} .MsoChpDefault 	{mso-style-type:export-only; 	mso-default-props:yes; 	font-family:Cambria; 	mso-ascii-font-family:Cambria; 	mso-ascii-theme-font:minor-latin; 	mso-fareast-font-family:Cambria; 	mso-fareast-theme-font:minor-latin; 	mso-hansi-font-family:Cambria; 	mso-hansi-theme-font:minor-latin; 	mso-bidi-font-family:"Times New Roman"; 	mso-bidi-theme-font:minor-bidi;} .MsoPapDefault 	{mso-style-type:export-only; 	margin-bottom:10.0pt;} @page WordSection1 	{size:612.0pt 792.0pt; 	margin:72.0pt 90.0pt 72.0pt 90.0pt; 	mso-header-margin:36.0pt; 	mso-footer-margin:36.0pt; 	mso-paper-source:0;} div.WordSection1 	{page:WordSection1;}
--></style>
<h1>DISCUSSIEMIDDAG</h1>
<h1>BEELDENDE KUNSTENAARS REGELING (BKR)</h1>
<p>Op 24 mei a.s. vindt in het Historisch Centrum Leeuwarden (HCL) een discussiemiddag  plaats met als thema de Beeldende Kunstenaars Regeling (BKR). De middag sluit aan bij de tentoonstelling &#8220;De kunst kome overal&#8221; &#8211; BKR in Leeuwarden  1949- 1992 die ook te zien is in het HCL. Een panel met voormalige BKR-commissieleden en kunstenaars zal onder leiding  van Gryt van Duinen, oud Omrop Fryslân medewerker, stellingen op het gebied  van kunstbeleid in zowel het verleden als heden onder de loep nemen. Ook het publiek kan aan de discussie deelnemen.</p>
<p>Vanaf 14.00 uur is er de gelegenheid de tentoonstelling te bekijken.  Om 15.00 uur start de discussie.  Na afloop wordt een hapje en drankje geserveerd. De discussiemiddag kwam tot stand in samenwerking met studenten van  de NHL Hogeschool te Leeuwarden. De tentoonstelling &#8220;De kunst kome overal&#8221; &#8211; BKR in Leeuwarden 1949-1992  is te zien tot en met zondag 25 augustus. Openingstijden HCL: dinsdag t/m vrijdag van 11.00 tot 17.00 uur,  zaterdag en zondag van 13.00 tot 17.00 uur.  Adres: Groeneweg 1, Leeuwarden. De toegang is gratis</p>
<h1>BKR tweeluik Fryslân DOK</h1>
<p><b>De Beeldende Kunstregeling (BKR)</b></p>
<p><b>Fryslân DOK op dinsdag </b><b>21 en dinsdag 28</b><b> mei 2013<br />
</b></p>
<p><b>De Beeldende Kunstregeling (BKR) was de financiële steun voor armlastige kunstenaars in de jaren na de oorlog. Van begin jaren ’60 tot 1987 was de BKR van kracht. Kunstenaars konden werk inleveren bij een speciale commissie. Zij kregen hiervoor een vergoeding, die in plaats kwam van de bijstand. Hierdoor konden zij zich als kunstenaar blijven ontwikkelen. Deze honderden schilderijen liggen tot op de dag van vandaag opgeslagen in het depot van het Historisch Centrum Leeuwarden (HCL), die het BKR-depot wil opheffen, of ‘ontzamelen’. Naar aanleiding daarvan is in het HCL een expositie ingericht over de Friese BKR-periode. </b></p>
<p>In de tweedelige documentaire van Fryslân DOK over de BKR, vertellen de kunstenaars uit die tijd openhartig over hun inkomsten en de (bepaald niet strenge) regels die golden voor de aankoop van hun werk. In hun ogen was de BKR een zegen, omdat het werk werd beoordeeld. Zij konden zich ontwikkelen; in de bijstand was dit niet mogelijk.</p>
<p>Toch waren er ook wanklanken over de BKR in de beginperiode. Zo zouden kunstenaars niet hun beste werk ingeleverd hebben; die bewaarden ze voor exposities. Er was ook willekeur. In bepaalde gemeenten werd bijvoorbeeld werk met veel bloot afgekeurd, dat elders werd goedgekeurd. Ook progressief werk werd soms geweigerd. De regeling werd uitgevoerd door de Friese Cultuurraad.</p>
<p>In de loop van de jaren ’70 begon de regeling financieel uit de hand te lopen. Op het hoogtepunt van de regeling zaten er landelijk 4.000 kunstenaars in de BKR. De kritiek op de BKR nam toe, ook vanuit het publiek. De vloek rond de BKR zou dan ook verantwoordelijk zijn voor de minachting voor kunst en kunstenaars. Uiteindelijk werd de regeling in 1987 afgeschaft. Dit ging echter niet zonder slag of sloot. Kunstenaars kwamen in verzet en bezetten musea, waaronder het Fries Museum. Friese kunstenaars vertellen in de documentaire hoe zij meededen aan de acties, die uiteindelijk niets hebben uitgehaald.</p>
<p>Openhartige gesprekken met kunstenaars uit die tijd, laten de emotie zien over de Friese BKR-periode. Deze geschiedenis vertelt over een tijd waarin in Nederland de bomen nog tot in de hemel groeiden.</p>
<p><span style="text-decoration: underline;">Fryslân DOK – BKR, deel 1: vloek of zegen</span><br />
Dinsdag 21 mei om 17:10 uur en daarna vanaf 18:30 uur ieder uur op Omrop Fryslân Televisie. Zaterdag 25 mei om 10:30 uur op Nederland 2. Nogmaals te zien op zondag 26 mei om 15:30 uur op Nederland 2.</p>
<p><span style="text-decoration: underline;">Fryslân DOK – BKR, deel 2: ondergang van een paradijs</span><br />
Dinsdag 28 mei om 17:10 uur en daarna vanaf 18:30 uur ieder uur op Omrop Fryslân Televisie. Zaterdag 1 juni om 10:30 uur op Nederland 2. Nogmaals te zien op zondag 2 juni om 15:30 uur op Nederland 2.</p>
<p>.<br />
<iframe src="http://www.youtube.com/embed/0XlaiTKIXqs?rel=0" height="400" width="500" allowfullscreen="" frameborder="0"></iframe></p>
<img src="http://feeds.feedburner.com/~r/HuubMous/~4/7K-U95cvpsw" height="1" width="1"/>]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2013/05/18/de-bkr-bij-hcl-en-omrop-fryslan/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		<feedburner:origLink>http://www.huubmous.nl/2013/05/18/de-bkr-bij-hcl-en-omrop-fryslan/</feedburner:origLink></item>
		<item>
		<title>Traanbuisproblemen</title>
		<link>http://feedproxy.google.com/~r/HuubMous/~3/hod4IfjgoDs/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2013/05/18/twee-tranen/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 17 May 2013 22:01:47 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[mezelf]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/2006/05/24/twee-tranen/</guid>
		<description><![CDATA[Tranen zijn van tijd afhankelijk. Dat is ook een oude wet van de retorica. Een goed spreker weet precies het moment wanneer bij zijn toehoorders de waterlanders gaan vloeien. ‘If you have tears prepare shed them now’, liet Shapespeare Marcus Antonius zeggen vlak voor het moment dat hij het doek van het lijk van Caesar [...]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2013/05/images2.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-87291" alt="images" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2013/05/images2.jpg" width="503" height="380" /></a></p>
<p>Tranen zijn van tijd afhankelijk. Dat is ook een oude wet van de retorica. Een goed spreker weet precies het moment wanneer bij zijn toehoorders de waterlanders gaan vloeien. ‘<i>If you have tears prepare shed them now’</i>, liet Shapespeare Marcus Antonius zeggen vlak voor het moment dat hij het doek van het lijk van Caesar afwierp. Het medium bepaalt de traan. Ikzelf heb nooit zitten janken voor een schilderij. Met bewegende beelden is dat anders. Bij menige film heb ik een traan gelaten. Ook muziek kan mij zo nu en dan tot tranen toe ontroeren. Zelfs voor de tv, bijvoorbeeld bij het programma <i>Spoorloos,</i> zit ik binnen de kortste keren te snotteren. Tranen hebben tijd nodig. De emotie moet worden opgewekt met tijdgebonden middelen die op de seconde manipuleerbaar kunnen zijn.</p>
<p>Het stilstaande beeld is wat dat betreft het nadeel. Een schilderij heeft niet de tijd. Ook al heeft men in de achttiende eeuw vaak het tegenovergestelde beweerd. Het beeld, zo beweerde Lessing, is superieur aan het woord, omdat het in één keer al zijn informatie prijsgeeft, terwijl woorden een tijdverloop nodig hebben om alle informatie te onthullen. Precies om die reden zou de beeldende kunst superieur zijn aan de literatuur. Het beeld, zo dacht Lessing, moet zich dan ook beperken tot zijn eigen middelen en zijn eigen kracht. In schilderijen mochten de dingen niet – zoals bijvoorbeeld in een stripverhaal – in tijd achter elkaar worden gezet. Omgekeerd mochten schrijvers en dichters zich niet bezondigen aan ‘woordschilderingen’. Bloemrijke beschrijvingen bijvoorbeeld van het natuurschoon in een landschap werden voortaan taboe verklaard. Schoenmaker blijf bij je leest. Oftewel, schrijver, blijf bij de beperking van het woord.</p>
<p>Dat mag in de achttiende eeuw zo zijn geweest. De beeldcultuur van de hedendaagse media laat een nieuwe wetmatigheid zien. Het gaat niet meer om de tegenstelling woord of beeld. Het beeld wordt immers woord en omgekeerd. De scheiding ligt nu tussen echt en onecht. Met de huidige mediatechnologie is de komst van de traan op de seconde te voorspellen en daarmee ook te regisseren.We beleven de tijd van de voorgeprogrammeerde emotie. Elke echte traan is daarmee uiterst kostbaar geworden. Eén echte traan kan immers miljoenen onechte tranen oproepen. De echte traan is dan ook goud waard. Hij is het nieuwe kapitaal van de op tijd gebaseerde beeldcultuur. <i>Time based tears are money.</i></p>
<p>Al het onechte, dat zich oneindig laat reproduceren, kan alleen maar bestaan bij de gratie van echte dat eenmalig is. Vandaar ook het ultieme verlangen om ook de uniciteit van het authentieke moment oproepbaar en zelfs maakbaar te maken. Als er geen echte tranen meer zijn, droogt de wereld uiteindelijk op. Alles is dan onecht geworden en wat nog erger is: niemand zal het merken. De grootste list van het valse is de onherkenbaarheid van het valse zelf. De grootste list van de traan is de traan zelf. Tranen overtuigen door hun aanwezigheid, niet door hun oorzaak. En hoe hoe het ook wendt of keert, vermeende eenzaamheid is de hofleverancier van de traan. Er is geen mooier medelijden dan medelijden met jezelf.</p>
<blockquote><p>&#8216;De avond valt. Op de eerste verdieping van het huis aan de overkant gaat in een kamer met twee ramen het licht op. Ergens klinkt een piano: do, mi, do, re, mi&#8230; Het wordt stil. In de verte roept een kind en een pissebed kruipt weg in de dakgoot. Flarden van een herinnering vermengen zich met de geur van schone lakens en het paars van de lucht. Een oud gevoel dringt zich op. Met zijn holle ogen en zijn rafelige jas staat hij daar, de eenzaamheid.&#8217;</p></blockquote>
<p>Laatst vond ik deze woorden terug. Ooit heb ik ze met een balpen geschreven op een kladblaadje dat ik voor jaren heb weggestopt achter een foto in een lijstje. Bij het woord &#8216;eenzaam’ denk ik altijd aan zolderramen en het zachtjes tikken van de regen. Eenzaamheid is passé. Het woord lijkt weggelopen uit een Frans chanson. Het hoort bij bruine kroegen en de druipkaarsen van vroeger. Wat is er onechter dan dit kunstmatige embryo van de poëzie. Eenzaamheid. Zet een kaars voor je raam en de herinnering aan het warme vruchtwater van weleer komt vanzelf.</p>
<p>In het naoorlogs Nederland sloeg de eenzaamheid toe in Betondorp. vervreemding, levensangst en onmacht om de ander te bereiken waren de sluimerende kwalen van de <i>lonely crowd</i>. Het werden de bijverschijnselen van de koude oorlog, een tijd waarin het leven in de literatuur werd afgeschilderd in een grauwe toonzetting die bijna stereotiep is terug te vinden boeken als <i>De Avonden</i> van Van het Reve en<i> Eenzaam Avontuur</i> van Blaman</p>
<p>Ik las die sombere boeken of beter gezegd, ik verslond ze ademloos en vol overgave, terwijl ik nog niet over de gave kon beschikken om als lezer te relativeren waar een schrijver verabsoluteert. O eenzame gelukzaligheid. O gelukzalige eenzaamheid. Er zijn mensen die de pubertijd ervaren als een trage seizoenswisseling vol druilerige regenbuien Voor mij was het een kortstondige weeromslag met wolkbreuken en windstoten, kortom, noodweer op de levenszee.</p>
<p>Kitsch – zo stelt Milan Kundera &#8211; ontstaat altijd door twee tranen. De eerste traan zegt: ‘wat mooi’. De tweede zegt: ‘wat mooi om dit met zijn allen zo mooi te vinden’. Eenzaamheid is een openliggend gevoel dat zich maar al te graag leent voor die tweede traan. Het woord &#8216;eenzaamheid&#8217; verwijst altijd naar een ondeelbaar tweeledig moment. Eenzaamheid zelf bestaat niet. Het verdubbelt zich in een gevoel dat het niet is. Of het blijft alleen wat het is, maar dan laat het geen sporen na in de taal. Wie over eenzaamheid wil spreken, moet eigenlijk zwijgen in alle talen. Eenzaamheid is als de stilte. Het woord zelf doorbreekt wat het wil zeggen. Het meest eigene van het eigene is de herhaling van het herhaalde.</p>
<p><iframe src="http://www.youtube.com/embed/z3Gsv19Uel4?rel=0" height="400" width="500" allowfullscreen="" frameborder="0"></iframe></p>
<img src="http://feeds.feedburner.com/~r/HuubMous/~4/hod4IfjgoDs" height="1" width="1"/>]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2013/05/18/twee-tranen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		<feedburner:origLink>http://www.huubmous.nl/2013/05/18/twee-tranen/</feedburner:origLink></item>
		<item>
		<title>Een ballade voor suburbia</title>
		<link>http://feedproxy.google.com/~r/HuubMous/~3/I63jX49i8Mg/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2013/05/17/wonen-in-leeuwarden/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 16 May 2013 22:01:32 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[geen categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=87182</guid>
		<description><![CDATA[Blokken van steen en kou, kookhoek en nachtkwartier, klaar voor gekruidenier, kanker en huwelijkstrouw. Gerard den Brabander Dit betonnen huisje werd in 1993 ontworpen voor de mani festatie Sonsbeek in Arnhem. Het heeft daar ook gestaan op een  plek aan het Roermondsplein, een half verlaten gebied, dat vooral  wordt gekenmerkt door het voorbij razende autoverkeer. Deze [...]]]></description>
				<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2013/05/75c555b94f637ab4a071f9a58703b688_700_540.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-87183" alt="75c555b94f637ab4a071f9a58703b688_700_540" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2013/05/75c555b94f637ab4a071f9a58703b688_700_540.jpg" width="405" height="540" /></a></p>
<blockquote><p>Blokken van steen en kou,<br />
kookhoek en nachtkwartier,<br />
klaar voor gekruidenier,<br />
kanker en huwelijkstrouw.</p>
<p>Gerard den Brabander</p></blockquote>
<p>Dit betonnen huisje werd in 1993 ontworpen voor de mani festatie Sonsbeek in Arnhem. Het heeft daar ook gestaan op een  plek aan het Roermondsplein, een half verlaten gebied, dat vooral  wordt gekenmerkt door het voorbij razende autoverkeer. Deze locatie was door de kunstenaar bewust gekozen.&#8217;Het  Huisje zal er staan als een laatste verblijfplaats, een nog niet  gesloopt bouwwerk. Of als een eerste bouwwerk, neergezet door  een nieuw soort immigranten.&#8217; Na de aankoop door de  Gemeente Leeuwarden heeft het kunstwerk een definitieve  bestemming gekregen op een plaats, die de oorspronkelijke locatie  in herinnering roept. Ook hier is sprake van een verlaten  overgangszone tussen verkeersweg en woongebied. Het huisje is  deels in normale maten uitgevoerd en deels op schaal 1 : 2.</p>
<p>Wïe niet weet dat het huisje een kunstwerk is &#8211; laat staan een  typerend werk van Jan van de Pavert &#8211; zou het op het eerste gezicht  ook niet zou gauw als zodanig herkennen. Toch zijn er genoeg  details, die de nieuwsgierigheid kunnen wekken. De trappetjes die  uitnodigen om naar binnen te gaan, de openingen die naar boven toe  steeds kleiner worden, de onaffe staat van het geheel, terwijl niets erop  wijst dat het ooit nog voltooid zal worden. Kortom, het huisje heeft  iets vanzelfsprekends en toch klopt het niet. Wïe de moed opvat om  het interieur daadwerkelijk te betreden valt van de ene verbazing in  de andere. Een echt gebouw wordt hier doorsneden door zijn eigen  maquette. Je voelt je in een verlaten bunker, die zich stap voor stap  vernauwt tot een betonnen poppenhuis. Sporen van graffiti zijn aan  de binnenzijde zichtbaar en een achtergelaten injectienaald toont de troosteloosheid van de dakloze die hier voor even een onderdak vond. Het is hier onherbergzaam, een kookhoek  voor ontheemden, <em>unheimlich </em>zoals de Duitsers dat noemen. Sterker  nog, <em>unheimlich</em> in het kwadraat, want alles lijkt zich haast  ongemerkt te verdubbelen tot een karikatuur van zichzelf. In Holland staat een huis, in Camminghaburen: een Huisje.</p>
<p>Deze ervaring van een onwerkelijke werkelijkheid sluit wonderwel  aan op het centrale thema. Het Droste-effect herhaalt zich. Als een buiten wijk een wereld op zich zelf is, die naast de grote stad is nagebouwd,  dan bevat dit huisje niet alleen maar een karikatuur van zichzelf.  Het is ook een monument van verlatenheid, het troosteloze gevoel dat  zich plotseling kan aandienen in een hedendaagse buitenwijk. Het wonen wordt hier in zijn meest kale gedaante te kijk gezet. Het is een ballade voor suburbia.</p>
<p><iframe src="http://www.youtube.com/embed/0KV-PTK0UZ4?rel=0" height="400" width="500" allowfullscreen="" frameborder="0"></iframe></p>
<img src="http://feeds.feedburner.com/~r/HuubMous/~4/I63jX49i8Mg" height="1" width="1"/>]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2013/05/17/wonen-in-leeuwarden/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>3</slash:comments>
		<feedburner:origLink>http://www.huubmous.nl/2013/05/17/wonen-in-leeuwarden/</feedburner:origLink></item>
	</channel>
</rss>
