<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet type="text/xsl" media="screen" href="/~d/styles/rss2full.xsl"?><?xml-stylesheet type="text/css" media="screen" href="http://feeds.feedburner.com/~d/styles/itemcontent.css"?><rss xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/" xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/" xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/" xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom" xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/" xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/" xmlns:feedburner="http://rssnamespace.org/feedburner/ext/1.0" version="2.0">

<channel>
	<title>Huub Mous</title>
	
	<link>http://www.huubmous.nl</link>
	<description />
	<lastBuildDate>Fri, 12 Mar 2010 13:12:05 +0000</lastBuildDate>
	<generator>http://wordpress.org/?v=2.9.1</generator>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
			<atom10:link xmlns:atom10="http://www.w3.org/2005/Atom" rel="self" type="application/rss+xml" href="http://feeds.feedburner.com/HuubMous" /><feedburner:info uri="huubmous" /><atom10:link xmlns:atom10="http://www.w3.org/2005/Atom" rel="hub" href="http://pubsubhubbub.appspot.com/" /><item>
		<title>Henk Keizer wordt kwartiermaker</title>
		<link>http://feedproxy.google.com/~r/HuubMous/~3/ulGvPI-1fys/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2010/03/12/henk-keizer-wordt-kwartiermaker-fryslan-2018/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 12 Mar 2010 13:11:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[geen categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=25532</guid>
		<description><![CDATA[
PERSBERICHT
 
Henk  Keizer kwartiermaker
Fryslân  Culturele Hoofdstad Europa in  2018
 
Henk  Keizer is met ingang van 1 juni a.s. voor de provincie Fryslân de  kwartiermaker  die leiding zal geven aan de voorbereidingen voor Fryslân Culturele  Hoofdstad  van Europa in 2018. Keizer werkt op dit moment nog bij de [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/henk.jpg"><img class="size-full wp-image-25531 aligncenter" title="henk" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/henk.jpg" alt="" width="367" height="367" /></a></p>
<h1>PERSBERICHT</h1>
<p><strong><em> </em></strong></p>
<p><strong>Henk  Keizer kwartiermaker</strong></p>
<p><strong>Fryslân  Culturele Hoofdstad Europa in  2018</strong></p>
<p><strong> </strong></p>
<p><strong>Henk  Keizer is met ingang van 1 juni a.s. voor de provincie Fryslân de  kwartiermaker  die leiding zal geven aan de voorbereidingen voor Fryslân Culturele  Hoofdstad  van Europa in 2018. Keizer werkt op dit moment nog bij de Stichting  Vrede van  Utrecht 2013 die ook</strong><strong><em> </em></strong><strong>de  kandidaatstelling van Utrecht als Europese culturele hoofdstad mee  voorbereidt.</strong> <strong>Hij woont op Terschelling. </strong><strong>Ruim 30 kandidaten  hebben op  de oproep van de provincie Fryslân gereageerd. </strong></p>
<p>Henk Keizer  werkte de afgelopen vijf jaren bij de stichting Vrede van Utrecht 2013  die (ook)  werkt aan de kandidatuur Culturele Hoofdstad van Europa. Vanaf de  oprichting was  hij zakelijk leider en sinds 2008 is hij projectleider van het cultureel   programma Zomer van Utrecht. Een programma dat cultureel erfgoed en het  landschap als bron van inspiratie en als presentatieplek kiest. De  relatie stad  en het omringende landschap speelt daarbij een centrale rol.</p>
<p>Kenmerkend  voor de werkwijze van Henk Keizer is dat hij kunst en cultuur verbindt  met zaken  die spelen in de samenleving en daarbij partners zoekt buiten de  culturele  sector. Dat werd ook zichtbaar in de projecten van theatergezelschap  Dogtroep  waar hij van 1999 tot en met 2004 zakelijk directeur was en  verschillende  projecten produceerde; zowel in het buitenland (Servië, Rusland, Zuid  Afrika en  België) als in Nederland.   Van  1996 tot en met 1999  tekende hij voor de zakelijke leiding van het Oerol Festival en werkte  met  artistiek leider Joop Mulder aan de transitie naar toonaangevend  locatietheater  festival in Nederland. Henk Keizer groeide op in Oost Nederland en woont  sinds  vijftien jaar met zijn vriendin Sue Wiggers op Terschelling.</p>
<p><strong> </strong></p>
<img src="http://feeds.feedburner.com/~r/HuubMous/~4/ulGvPI-1fys" height="1" width="1"/>]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2010/03/12/henk-keizer-wordt-kwartiermaker-fryslan-2018/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		<feedburner:origLink>http://www.huubmous.nl/2010/03/12/henk-keizer-wordt-kwartiermaker-fryslan-2018/</feedburner:origLink></item>
		<item>
		<title>Gerard Reve en de secularisering</title>
		<link>http://feedproxy.google.com/~r/HuubMous/~3/GuRotfdog6M/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2010/03/12/gerard-reve-en-de-secularisering-2/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 12 Mar 2010 10:57:29 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[geen categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=25514</guid>
		<description><![CDATA[
zie en luister

( Met dank aan Stichting Cepher)

]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/CIMG1205_2_2.jpg"><img class="size-full wp-image-25515 aligncenter" title="CIMG1205_2_2" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/CIMG1205_2_2.jpg" alt="" width="502" height="355" /></a></p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.cepher.nl/fideo.html">zie en luister<br />
</a></p>
<p style="text-align: center;">( Met dank aan Stichting Cepher)</p>
<p style="text-align: center;">
<img src="http://feeds.feedburner.com/~r/HuubMous/~4/GuRotfdog6M" height="1" width="1"/>]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2010/03/12/gerard-reve-en-de-secularisering-2/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		<feedburner:origLink>http://www.huubmous.nl/2010/03/12/gerard-reve-en-de-secularisering-2/</feedburner:origLink></item>
		<item>
		<title>Teigetje in Tresoar</title>
		<link>http://feedproxy.google.com/~r/HuubMous/~3/MVPCmAGh-TQ/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2010/03/12/teigetje-in-tresoar/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 12 Mar 2010 10:44:12 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[geen categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=25504</guid>
		<description><![CDATA[

zie en luister
]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/teigetje_woelrat.jpg"><br />
</a><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/teigetje.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-25508" title="teigetje" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/teigetje.jpg" alt="" width="494" height="362" /></a></p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.youtube.com/watch?v=CLBuaT6rW-Q">zie en luister</a></p>
<img src="http://feeds.feedburner.com/~r/HuubMous/~4/MVPCmAGh-TQ" height="1" width="1"/>]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2010/03/12/teigetje-in-tresoar/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		<feedburner:origLink>http://www.huubmous.nl/2010/03/12/teigetje-in-tresoar/</feedburner:origLink></item>
		<item>
		<title>Europese cultuur en Fries modernisme</title>
		<link>http://feedproxy.google.com/~r/HuubMous/~3/YutuE9NlXAQ/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2010/03/12/europese-cultuur-en-fries-modernisme/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 12 Mar 2010 08:48:59 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[geen categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=25437</guid>
		<description><![CDATA[
Voor intellectuelen is ‘Europa’ in de praktijk al zo lang een feit, dat men hun belangen rechtstreeks met dat ‘Europa’ kan identificeren. Het is een feit, dat de wetenschap al sedert eeuwen de landsgrenzen heeft overschreden; het is een feit, dat de humanisten (en met name de Nederlandse humanist Erasmus moet hier genoemd worden) reeds [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/16terBraak.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-25440" title="16terBraak" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/16terBraak.jpg" alt="" width="318" height="438" /></a></p>
<blockquote><p>Voor intellectuelen is ‘Europa’ in de praktijk al zo lang een feit, dat men hun belangen rechtstreeks met dat ‘Europa’ kan identificeren. Het is een feit, dat de wetenschap al sedert eeuwen de landsgrenzen heeft overschreden; het is een feit, dat de humanisten (en met name de Nederlandse humanist Erasmus moet hier genoemd worden) reeds in het begin der zestiende eeuw een internationale ‘gemeenschap’ vormden, die men wel zou kunnen beschouwen als een voorstadium voor de thans opgerichte ‘Société d&#8217;Etudes Européennes’; het is, nogmaals, een feit, dat men zich de Europese litteratuur van thans zelfs niet meer kan denken zonder internationale uitwisseling van gedachten en zelfs gevoelsnuances; een André Gide is ondenkbaar zonder Nietzsche, een Aldous Huxley en een Thomas Mann behoren niet louter theoretisch, maar ook de facto tot één cultuur, hoezeer de nationale accenten hen ook weer van elkander doen verschillen. Een afgesloten nationale cultuur is in Europa niet meer mogelijk, behalve natuurlijk als kunstmatig provincialisme en geforceerde romantiek.</p></blockquote>
<p>Als ik ooit nog eens gedeputeerde van cultuur in Friesland word – maakt u zich niet ongerust, die mogelijkheid is zeer onwaarschijnlijk – dan zou ik de slotzin in bovengenoemd citaat van Menno ter Braak als motto gebruiken voor mijn nieuwe cultuurnota: &#8216;Een afgesloten nationale cultuur is in Europa niet meer mogelijk,  behalve natuurlijk als kunstmatig provincialisme en geforceerde  romantiek.&#8217; Dus geen <em>Finsters Iepen</em>, dat is een tweeslachtige leuze. De linkerhand weet immers niet wat de rechterhand doet. De Provincie Fryslân wil de eigen cultuur opstoten in de vaart der volkeren door de vensters open te zetten en mee te dingen naar het predicaat &#8216;Culturele Hoofdstad van Europa&#8217;, maar tegelijk is het eigen taalbeleid niet bepaald bevorderlijk voor een ontspannen wisselwerking van twee culturele systemen: het Friestalige en het Nederlandstalige.</p>
<p>Het wordt nooit met zoveel woorden gezegd, maar Friesland koestert nog altijd de mythe van een ‘afgesloten Friestalige cultuur.’ Die mythe is een romantisch residu uit een ver verleden. Ze stamt uit de tijd van het anti-modernisme en het nationalisme. Anders gezegd, het is een on-Fries <em>Fremdkörper</em> van voor de oorlog, toen de loopgraven tussen modernisme en fascisme overal in Europa zichtbaar werden. In de vroege jaren dertig was het een bittere noodzaak om &#8216;modern&#8217; te zijn &#8211;   met alle onzekerheden van dien &#8211; en geen gehoor te geven aan de   totalitaire verleiding van &#8216;het eigene&#8217;, &#8216;het nationale,&#8217; &#8216;het volk&#8217;,   &#8216;het bloed&#8217; en &#8216;de bodem&#8217;.</p>
<p>Dat was de tijd waarin Menno Ter Braak zijn profetische woorden schreef in het artikel <em>De Europese geest, L&#8217;Avenir de l&#8217;Esprit Européen</em>, dat is opgenomen in zijn Verzamelde Werken, deel V. Het is een verslag van een conferentie die van 16 tot 18 oktober 1933 plaatsvond in Parijs. Deze bijeenkomst ging uit van het ‘<em>Comité Français de Coöpération Européenne</em>’ en beoogde een uitvoerige bespreking van het probleem van de ‘Europese geest’. Een keur van bekende schrijvers en geleerden uit heel Europa nam er aan deel. Paul Valéry was de voorzitter en Nederland werd vertegenwoordigd door Prof. J. Huizinga.</p>
<p><em>‘</em>Niets is tegenwoordig meer in diskrediet dan het begrip Europa,’ schreef Ter Braak. ‘Er is bijna geen land, waarin niet het nationalisme (al dan niet in de vorm van fascisme of nationaal-socialisme) de boventoon voert.&#8217; Veel sprekers hielden dan ook een pleidooi voor een internationale Europese cultuur, die de hang naar volk en vaderland, bloed en bodem te boven ging. Huizinga verdedigde een verzoening van de nationale tegenstellingen, een soort veredeling van de nationale culturen door middel van proces van selectie. Julien Benda, de bekende schrijver van <em>La Trahison des Clercs</em> en <em>Discours à la Nation Européenne </em>protesteerde daartegen,<em> </em>omdat<em> </em>de volken van Europa in zijn optiek hun nationale eigenschappen geheel moesten prijsgeven, als zij ooit een Europese natie wilden vormen.</p>
<p>Op deze bijeenkomst in Parijs in 1933 was het voor de sprekers streng verboden om over politiek te spreken.  Kosmopolitisch denken was geoorloofd in het kader van cultuurbeschouwing, maar stond los van de actuele politieke implicaties. Van tevoren had men dan ook unaniem besloten de politiek buiten beschouwing te laten, waardoor de discussie volgens Ter Braak op een zeer ongewenste wijze beperkt bleef. Ook daarin ligt wellicht een overeenkomst met de actualiteit. Ook vandaag de dag zie je vaak dat binnen discussies over cultuurbeleid begrippen als ‘culturele identiteit’, ‘nationale identiteit’, ‘gemeenschapsgevoel’, ‘respect voor traditie’, ‘historisch besef’ en ‘de historische canon’ heel goed bespreekbaar zijn, maar je wordt niet geacht deze begrippen in een politiek-ideologische context te plaatsen.</p>
<p>De constatering dat dit soort termen van oudsher thuishoren in de rechterzijde van het politiek-ideologische spectrum wordt met name door linkse politici doorgaans niet echt op prijs gesteld. Met dit soort termen valt immers politieke winst te behalen, zowel door linkse als oor rechtse politici. Met een pleidooi voor kosmopolitisch denken plaatst men zich tegenwoordig buiten het cultuurpolitieke discours van de actualiteit. Vensters open, dat wel, maar de gordijnen dicht graag. De eigen gemeenschap moet immers gekoesterd worden. De eigen taal en cultuur zijn heilig. Friese cultuur prima, maar cultuur in Friesland? Nou nee, liever niet als het even kan.</p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/vvv22.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-25470" title="vvv22" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/vvv22.jpg" alt="" width="235" height="466" /></a></p>
<p>In hun boek <em>Het modernisme in de Europese letterkunde </em>(1984) wijden Douwe Fokkema en Elrud Ibsch een uitgebreid hoofdstuk aan de vraag ‘Wat is modernisme?’ Zij beginnen hun betoog met een opmerkelijk motto. Het is de laatste regel uit bovengenoemd citaat van Menno ter Braak: ‘Een afgesloten nationale cultuur is in Europa niet meer mogelijk, behalve natuurlijk als kunstmatig provincialisme en geforceerde romantiek.’ Modernisme wordt door hen opgevat als een stroming die van 1910 tot 1940 in Europa de boventoon voerde. Het was de literatuur die zich afzette tegen de hoogdravende aspiraties van het symbolisme en de naïeve verwachtingen van het realisme. De weergave van de werkelijkheid werd problematisch, fragmentarisch en voorlopig van aard. Er ontstond een modernistische code, die sterk cerebraal was en  anti-romantisch. Het was een stijl van het hoofd en niet van het hart, een manier van schrijven waarbij het accent kwam te liggen op de formele aspecten van literatuur.</p>
<p>Die vorm werd moeilijk en liefst ontoegankelijk. De relatie tussen verteller en personages miste voortaan haar vanzelfsprekend karakter. Er kwam aandacht voor een haast eindeloze zelfreflectie. Het verhaal was nooit af. De wereld van het individu was niet het noodzakelijk product van materiële en sociale omstandigheden, maar een onzekere gestalte die zichzelf voortdurend bevraagt. In dit vooroorlogse modernisme lijkt bij de auteur vaak sprake te zijn van een geïnvolveerde onverschilligheid, een zekere onthechtheid, los van de wereld, die tegelijk klinisch en meedogenloos wordt geobserveerd. De relatie tussen taal en voorstelling wordt een probleem.  Het &#8216;ik&#8217; wordt een vrij-zwevend atoom en de stroom van het eigen bewustzijn wordt een leidende kracht in de vertelling. Een gevoel van vervreemding komt centraal te staan. Vaak is er zelfs sprake van een zekere depersonalisatie.</p>
<p>Het vooroorlogse modernisme, dat Fokkema en Ibsch onderscheiden, is in feite het modernisme van Menno Ter Braak. Rond zijn ideeën wordt een aantal Europese auteurs van formaat gegroepeerd, zoals James Joyce, Virginia Woolf, André Gide, Marcel Proust, Paul Valéry, Italo Svevo, Robert Musil, Carry van Bruggen, Edgard du Perron en Thomas Mann. Hun denken is kosmopolitisch en internationaal. Zij zijn de intellectuele nomaden die als vreemdelingen ronddwaalden in een wereld die juist in die jaren op zoek leek naar het tegendeel van hun eigen ideaal. Dat wel zeggen, naar wortels en verankeringen in het eigene van volk, taal en natie. ‘Alles wat streeft naar het eigene, verdort tot zichzelf’, schreef Ter Braak.</p>
<p>Dit klassieke modernisme had zijn wortels in een internationale avant-garde die zich na verschrikkingen van de Eerste Wereldoorlog als een breed internationaal front had geformeerd met een gemeenschappelijke strategie van overleving. Tegen de stroom in, misschien wel tegen beter weten in. In deze overlevingsstrategie, werd de  theoretische basis gelegd voor het voortbestaan van de moderne kunst en literatuur en de daarvoor vereiste exclusiviteit van de esthetische ervaring. De kunstenaars en schrijvers van de internationale avant-garde – om deze militaire term een actuele context te geven – werden in feite als een soort ‘blauwhelmen&#8217; te hulp geroepen in een reddingsactie op het slagveld van de alom bedreigde cultuur. In de uitvoering van haar taak diende de avant-garde haar neutraliteit strikt in acht te nemen.</p>
<p>De revolutie was immers een zaak van de maatschappij zelf. De avant-garde omgaf zich alleen met het aureool van allerlei vage revolutionaire en utopische ideeën, waarmee zij zich ooit van de bourgeoisie had verwijderd in haar emigratie naar Bohemia. In deze neutrale positie diende zij zich niet alleen te onthouden van politiek engagement en uitgesproken ideologische stellingnamen, maar zich ook uitsluitend nog te bedienen van haar eigen medium met de daarbij horende zuiver formele middelen. Het is een denken dat zich overgeeft aan de stroom van de tijd. Bergson en Nietzsche werden voor deze klassieke modernisten de leidende filosofen. Voor Freud hadden deze avant-gardisten doorgaans veel minder waardering. Het expressionisme en het surrealisme – die zich ook makkelijker met de theorieën van Freud lieten verbinden – vallen in feite dan ook buiten dit vooroorlogse, &#8216;klassieke  modernisme&#8217;. Het is brede een stroming in de Europese literatuur die parallel loopt met de opkomst van de moderne kunst.</p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/767822.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-25472" title="767822" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/767822.jpg" alt="" width="281" height="441" /></a></p>
<p>Maar er is ook een verschil. Veel meer dan de moderne literatuur was de abstracte kunst van het interbellum verweven met vooroorlogse essentie-denken dat mede schatplichtig was aan de grondgedachte van het symbolisme, dat er een universeel idee aan de werkelijkheid ten grondslag ligt. Het modernisme in de literatuur daarentegen hoort eerder bij <em>Dada </em>dan bij <em>De Stijl.</em> Tussen Musil en Duchamp zijn meer overeenkomsten aan te wijzen dan tussen Joyce en Mondriaan. De &#8216;geïnvolveerde onverschilligheid&#8217; van Duchamp is ook terug te vinden in Musils <em>Mann ohne Eigenschaften</em>. De rusteloze drang naar vernieuwing en experiment had een parallel in de  natuurwetenschap, maar was even doelloos onverschillig. Musils &#8216;man zonder eigenschappen&#8217; zoekt niet de waarheid van de wetenschap, noch de subjectiviteit van de schrijver, maar is iemand die altijd op ironische wijze  het midden houdt. Hij leeft als een essayist. De mens heeft zijn vanzelfsprekende grip op de wereld verloren. ‘De wereld is een schipbreuk’, zei Duchamp, ‘en wij moeten als drenkelingen het vege lijf zien te redden. Ieder voor zich en zonder God voor ons allen.’ Dat is de pessimistische ondertoon van het modernisme uit het interbellum. Het was een wijze van denken die &#8211; in een tijd van utopische vergezichten en ondergangsvisioenen &#8211; er bovenal op uit was het zicht te behouden op het meest nabije, om niet aan een vloedgolf van duistere ideologieën van links en rechts ten onder te gaan.</p>
<p>Het modernisme is achteraf bezien een historisch fenomeen geweest dat eigen was aan de twintigste eeuw en in de jaren zestig en zeventig een doorstart beleefde. Maar dit modernisme liep daarna op zijn eind. Vanaf het begin van de jaren tachtig werden de idealen van moderne kunst steeds nadrukkelijker als leeg ervaren. Toen het geloof in de maakbaarheid van de samenleving stilaan begon af te brokkelen, kelderde ook het vermoeden dat de formele esthetica van het modernisme iets van doen kon hebben met de gedachte aan een betere wereld. En toch is juist in Friesland het modernisme nooit geheel van het toneel verdwenen. Zoals het strenge gedachtegoed van Calvijn bij veel Friezen diep in de genen is ingedaald, zo daalde het modernisme neer in de Friese ziel als Gods woord in een ouderling. Wat heeft het modernisme in Friesland vandaag de dag nog te betekenen &#8211; of misschien juist te betekenen &#8211; en wat valt uit de geschiedenis van het modernisme in Friesland te leren voor het Friesland van vandaag?</p>
<p>In haar boek <em>Grimmig eerlijk, Anne Wadman en het probleem van de Friese literatuur </em>(2009) stelt Joke Corproraal dat Wadman weliswaar bekend is geworden als vernieuwer, maar aanvankelijk vooral gezien werd als &#8216;negatief&#8217;, &#8216;modern&#8217; en &#8216;anti-Fries&#8217; Wat de naoorlogse Friese literatuur betreft gold &#8216;modern&#8217; lange tijd als het tegengestelde van &#8216;Fries&#8217;. Wadman ontwikkelde zijn moderne literatuuropvatting in de periode 1939 tot 1945. Dat waren de nadagen van het &#8216;klassieke modernisme.&#8217; Menno ter Braak, die Wadman in zijn studententijd had leren kennen, was zijn grote voorbeeld. &#8216;Wadman,&#8217; zo stelt Corporaal, &#8217;scherpte zijn toch al kritische visie op de Friese litteratuur aan het werk van Ter Braak. Als de Friese literatuur de vergelijking met andere litteraturen wilde doorstaan, moest men ieder vorm van nationaal pathos afzweren. De knusse, christelijke en moralistische volkslectuur voor het grote publiek had voor Wadman afgedaan.&#8217;</p>
<p>Hoewel in de jaren vijftig in Friesland door menigeen nog de illusie gekoesterd werd, dat een gematigd modernisme te rijmen zou zijn met het streven naar een eigen regionale cultuur, kwam het conflict tussen Europees modernisme en Friese cultuur in de jaren zestig op scherp te staan. Dit conflict kwam in die roerige jaren in Friesland niet alleen in de literatuur, maar ook in de beeldende kunst tot uiting. De doorbraak van het modernisme manifesteerde zich vooral op het terrein van de monumentale kunst, zo krachtig zelfs dat het zogeheten neo-constructivisme zelfs tot laat in de twintigste eeuw in Friesland een toonaangevende stroming bleef. Maar ook moderne architectuur werd in Friesland sinds de jaren zestig alom gebouwd.</p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/hooglandgemaal_987408j.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-25455" title="hooglandgemaal_987408j" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/hooglandgemaal_987408j.jpg" alt="" width="386" height="254" /></a></p>
<p style="text-align: center;">Piet de Vries, Hooglandgemaal Stavoren, 1966</p>
<p>Het gemaal in Stavoren van architect Piet de Vries geldt als een toonbeeld van moderne architectuur. Nuchterheid overheerst nog altijd in Friesland. In Leeuwarden zie je geen ‘malle fratsen’ in de vorm van een Mendini-museum, zoals in de hoofdstad van buurprovincie Groningen. Zo lijkt het modernisme wonderlijk genoeg bij Friesland te horen, zoals de strenge kantoortorens van Abe Bonnema in Leeuwarden op zijn plaats zijn en ook de beelden van Ids Willemsma door menigeen nog altijd als typisch Fries worden ervaren. Het ‘moderne icoon’ van Friesland is Ids Willemsma’s ‘tempeltje’ aan de zeedijk achter Marrum. Kortom, modernisme is &#8211; hoe vreemd het ook klinkt &#8211; misschien wel het meest eigene dat  Friesland ooit heeft voortgebracht.</p>
<p>Maar als dat zo is, dan komt een ongemakkelijke vraag bovendrijven. Hoe verhoudt zich het streven naar een nieuwe wereld, dat verbonden was met het modernisme, met het authentieke en onveranderlijke, dat eigen zou zijn aan de Friese cultuur? In een artikel in <em>It Beaken</em> (2008, nr. 1) wijst Goffe Jensma op het spanningsveld tussen modernisering en innovatie aan de ene, en het beeld van een authentieke, overgeleverde Friese plattelandscultuur aan de andere kant. Volgens Jensma is dat spanningsveld tussen authenticiteit en modernisering een veel fundamenteler kenmerk van de Friese cultuur dan het conservatieve, traditionalistische beeld dat in bepaalde kringen nog heerst. Sterker nog: het conflict tussen authenticiteit en modernisering zou het probleem zijn van iedere Fries. Of, in zijn eigen woorden: ‘Het is een intern conflict, zowel van het individu als van de Friese overheden. Precies dit conflict hoort mijns inziens in iedere beschouwing over Friese geschiedenis en cultuur centraal te staan, en wel omdat het de kern van die cultuur als zodanig uitmaakt.’</p>
<p>Het heeft er alle schijn van dat het denken over het modernisme in Friesland vooral zijn beslag heeft gekregen in het discours over ‘talige disciplines’ zoals literatuur en poëzie. Het Friese karakter wordt dan al gauw herkend in een intrinsieke waarde, in de taal, in de eigen kijk op de wereld die daarmee verbonden is, in het onveranderlijke, Friese eigene zo men wil. Als men aan deze essentialistische benadering wil ontkomen, dan biedt het denken in opposities tussen traditie en experiment een methodische uitweg. Niet de essentie of het wezen (‘de grond’) wordt dan bepalend, maar de ruimte waarin de cultuur zich ontwikkelt en de coördinaten die deze ruimte heeft ten opzichte van een verondersteld geografisch centrum.</p>
<p>Ook Jensma komt tot een dergelijke conclusie. ‘Niet de vraag <strong>wie</strong> iemand is, zou relevant zijn, maar <strong>waar</strong> iemand is, doet ertoe.’ Hij haalt er zelfs Peter Sloterdijks boek <em>Sphären</em> bij om zijn stelling te onderbouwen en komt uiteindelijk tot een beleidsaanbeveling voor het provinciaal bestuur: ‘Het lijkt mij dat aan een zinvol,’ zo stelt hij, ‘dat aan cultuurbeleid dus letterlijk een plaatsbepaling moet voorafgaan: wat verstaan wij onder “Fries”? Het beste antwoord op die vraag is niet een voorgeprogrammeerde overdracht van kennis – dit en dat is Fries -, integendeel, het is het inzicht dat het conflict tussen overgeleverde Friese eigenheid en onontkoombare modernisering juist vormend kan werken.‘</p>
<p>De aanbeveling voor het cultuurbeleid, zoals Goffe Jensma die formuleert, gaat uit van ruimtelijk georiënteerd cultuurbegrip dat zijn eigen (regionale) karakter exclusief ontleent aan de interactie tussen authenticiteit en vernieuwing. Dit cultuurbegrip is naar mijn smaak te beperkt geformuleerd. De oppositie vernieuwing versus authenticiteit is immers niet specifiek voor de regio, maar kan zich ook in het centrum van een cultuur manifesteren. De beoogde interactie tussen authenticiteit en vernieuwing heeft op zichzelf ook een historische as in de tijd. Deze oppositie dient zich in een regio alleen aan, wanneer er grote verschillen worden ervaren met het centrum en/of als er sprake is van een snelle ontwikkeling in kunst en cultuur in het centrum. Deze oppositie is vooral eigen aan tijden van regionale stagnatie, regressie, romantiek en heimwee naar een nooit bestaand verleden.</p>
<p>Er kunnen zich echter ook uitzonderingen op deze regel voordoen, bijvoorbeeld als de regio opeens voorop loopt in de ontwikkeling en zich daarbij internationaal oriënteert. In de jaren zestig was juist in Friesland van een dergelijk ‘omkering’ sprake.’ In deze kortstondige stroomversnelling voldeden de bestaande geografische kaders niet langer om het proces van culturele vernieuwing in Friesland te duiden. In deze periode leek &#8211; vanuit behoudend gezichtspunt bezien &#8211; eerder sprake te zijn van ‘een omkering van alle waarden’. Friesland liep in die tijd in sommige opzichten zelfs internationaal voorop. Voor de toenmalige vertegenwoordigers van de ‘avant-garde in Friesland’ – hoe beperkt ook in aantal -  was van een afstand tussen centrum en periferie helemaal geen sprake. Er bestond in hun ogen geen  tegenstelling tussen het authentieke en het vernieuwende, tussen het Fries eigene en het experiment, tussen de inhoud en de vorm, tussen cultuur in Friesland en Friese cultuur. Voor het eerst waren de woorden van Ter Braak ook voor Friesland van toepassing: &#8216;Een afgesloten nationale cultuur is in Europa niet meer mogelijk,  behalve natuurlijk als kunstmatig provincialisme en geforceerde  romantiek.&#8217;</p>
<p><a href="http://www.youtube.com/watch?v=mSWEIK3bxj4">zie en luister</a></p>
<img src="http://feeds.feedburner.com/~r/HuubMous/~4/YutuE9NlXAQ" height="1" width="1"/>]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2010/03/12/europese-cultuur-en-fries-modernisme/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>1</slash:comments>
		<feedburner:origLink>http://www.huubmous.nl/2010/03/12/europese-cultuur-en-fries-modernisme/</feedburner:origLink></item>
		<item>
		<title>Opgroeien tussen paters en boeken</title>
		<link>http://feedproxy.google.com/~r/HuubMous/~3/l7iaIXbZgWs/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2010/03/11/opgroeien-tussen-paters-en-boeken/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 11 Mar 2010 10:02:17 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[geen categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=25422</guid>
		<description><![CDATA[
&#8216;Eigenlijk was de homoseksualiteit op de diverse instituten waar  ik onderwijs heb mogen genieten, volkomen geaccepteerd,&#8217; ging  De Gekwelde Man gedreven verder. &#8216;Paters die jongetjes lieten nablijven en ze dan op hun schoot trokken, of priesters die ons  kwijlend de biecht afnamen: &#8220;En? Hoe vaak heb je van de week  aan jezelf gezeten?&#8221; Dat was [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/IMAGE00014.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-25424" title="IMAGE0001" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/IMAGE00014.jpg" alt="" width="393" height="567" /></a></p>
<blockquote><p>&#8216;Eigenlijk was de homoseksualiteit op de diverse instituten waar  ik onderwijs heb mogen genieten, volkomen geaccepteerd,&#8217; ging  De Gekwelde Man gedreven verder. &#8216;Paters die jongetjes lieten nablijven en ze dan op hun schoot trokken, of priesters die ons  kwijlend de biecht afnamen: &#8220;En? Hoe vaak heb je van de week  aan jezelf gezeten?&#8221; Dat was in feite normaal &#8211; die broeierigheid. Ja, dàt is het woord: broeierig. Het was broeierig, op die  door paters geleide knapenbunkers.&#8217; Hij glimlachte even, zeer  zonnig. &#8216;En het heeft ons geen kwaad gedaan&#8217;, murmelde hij. &#8216;Het was uiteindelijk: gewóón. Het hoorde bij de godsdienst&#8217; . Kortom, in het vervolg lijkt de sfeer bepaald te worden  door dezelfde positieve grondhouding, als die van één van de makers van Blvd, die onder de titel ‘Jezuïeten in Cyberspace’ in De Groene van 5 juli 1995 stelt:  &#8217;De jezuïeten stimuleerden mijn talenten, gaven mij zelfvertrouwen. Je moet woekeren met de talenten die je hebt, zeiden ze &#8230; Jezuïeten zijn nieuwsgierig, lezen veel, vinden kennis belangrijk.  Blvd heeft geen missie, maar het creatieve element heb ik wel  degelijk meegekregen van de jezuïeten.’</p></blockquote>
<p>Dit is een citaat uit het boek <em>‘n eeuw IG</em> (1995) waarin Paul Verberne onder meer herinneringen verzameld heeft van oud-ignatianen aan hun schooltijd bij de paters jezuïeten. Uiteraard kon het pijnlijke onderwerp van het seksuele misbruik van leerlingen niet onbesproken blijven. Iedereen die bij de jezuïeten op school heeft gezeten kent zulke verhalen, zo niet uit eigen ervaring, dan toch uit de mond van anderen, jaren later verteld, soms besmuikt, maar vaak ook met een opmerkelijk begrip achteraf. Het hoorde er nu eenmaal bij. Dat is ook de toon die in de reacties van het jubileumboek over het IG is terug te vinden. Achteraf is er meer waardering voor de stimulansen die de paters jezuïeten je hebben meegegeven, dan de broeierige vergrijpen in en om de biechtstoel. ‘De jezuïeten brachten me aan het lezen’, zo hoor je vaak. Ze brachten me belangstelling bij voor kunst en cultuur. Ze leerden me creatief en zelfstandig denken. Ze leerden me met respect om te gaan met boeken. Het universum van de jezuïet, was eerder de wereld van het boek, dan het domein van de jongensonderbroek. Maar is dat wel zo?</p>
<p><em>Opgroeien in de letteren</em> is dit jaar het motto van de Boekenweek. In deze tijd van massale ontlezing heeft iemand het kennelijk zinvol geacht mensen te wijzen op de invloed die literatuur op een mensenleven kan hebben. Dit thema heeft prompt geleid tot allerlei voorspelbare reacties. Schrijvers verdringen zich om te wijzen op het boek dat hen het meest heeft beïnvloed. De Leeuwarder Courant laat elke dag een lezer aan het woord over het favoriete boek uit zijn of haar jeugd.  Iedereen heeft opeens een &#8216;beslissend boek&#8217; dat zijn leven veranderd heeft. Adriaan van Dis, die tijdens het boekenbal als een volleerd performer enkele strofen uit de Gijsbrecht al rappend ten gehore bracht, wees op het boek <em>Karakter </em>van Bordewijk dat bepalend is geweest voor de vorming van zijn eigen karakter. Alleen Marjolein Februari roeide tegen de stroom in en hield een pleidooi om niet te hoeven lezen als je jong bent, om niet aangeraakt te worden door de grote literatuur.</p>
<p>Of je nu aangeraakt wordt door paters of door boeken, het zal me eerlijk gezegd worst wezen. De jezuïeten hebben ook mij aan het lezen gebracht, dat is zeker, maar denk ik daarom met dankbaarheid terug aan die tijd? Eerlijk gezegd kan ik een heel eind met Marjolein Februari meegaan. Ik word ook altijd een beetje kriegel als iets zo nodig moet. Kunst moet want het is goed, ja aan mijn hoela. Niks moet, en kunst al helemaal niet, laat staan literatuur. Misschien komt het inderdaad door die verknipte opvoeding bij de paters jezuïeten, maar ik herinner me toch ook ander dingen die ze me bijbrachten. Zo wisten ze je bij elke gelegenheid op het hart te drukken, dat al het menslijk presteren &#8211; ook in artistieke zin – op ijdelheid berust. Ik kan me nog goed herinneren hoe pater Lorié SJ, die begiftigd was met een redelijk excentriek karakter, voor de klas een pleidooi hield om de <em>Nachtwacht </em>van Rembrandt in stukken te snijden en als strijkplank te gebruiken. Veel later las ik pas, dat Marcel Duchamp ooit exact het zelfde heeft beweerd. De grote kunstwerken uit het verleden zijn idolen voor de geest. Met grote boeken is het niet anders. We zijn geneigd deze cultuuruitingen te vereren als waren het afgoden, waarmee we niet alleen onszelf als mens naar beneden halen &#8211; alsof wij niet meer tot zulke meesterwerken in staat zijn – maar ook God beledigen, want hij is groter dan welke grote schrijver dan ook. Dat zeiden de jezuïten!</p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/IMAGE0002.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-25427" title="IMAGE0002" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/IMAGE0002.jpg" alt="" width="389" height="272" /></a></p>
<p style="text-align: center;">De bibliotheek van het Sint Ignatiuscollege, 1931</p>
<p>Wat is een boek eigenlijk? Het boek is een verzameling van beschreven en bedrukte vellen, in een band gebonden of ingenaaid. Zo staat het tenminste in het woordenboek. Het boek heeft geen wezen of essentie. Het boek is ook niet eeuwig. Het is een historisch fenomeen dat wellicht op het punt staat te verdwijnen. Het gedrukte boek is een middel dat eigen was aan een historisch en daarmee ook eindig tijdperk. Het boek is een symbool van onze geletterde cultuur. De gedachte dat het boek een verdwijnend fenomeen zou zijn, is niet van vandaag. Binnen het modernisme van de twintigste eeuwse avant-garde was vaak een zekere afkeer tegen het boek te bespeuren.</p>
<p>De futuristen kwamen er zelfs rond voor uit. &#8216;Het boek als middel tot behoud en overdracht van gedachten,&#8217; schreef Marinetti in 1916. &#8216;Het boek  is volledig verouderd en sinds lang gedoemd te verdwijnen zoals kathedralen, torens, vestingmuren en het pacifistische ideaal.&#8217; En ook het manifest van De Stijl van 1920 wond er geen doekjes om: &#8216;De naturalistische clichés en de dramatische woordfiles die de boekenfabrikanten ons leveren per meter en per pond bevatten niets van de nieuwe handgrepen van ons leven.&#8217; Zo werd het boek in de twintigste eeuw stilaan het symbool van het Gutenbergtijdperk dat op zijn eind ging lopen. In de zestiger jaren dacht de mediaprofeet Marshall McLuhan dit tijdperk voor het eerst definitief af te kunnen sluiten. De uitvinding van de boekdrukkunst werd door hem beschouwd als een bron van vele kwalen, die in het nabije ‘elektronische werelddorp’ weldra tot het verleden zouden behoren. Uniformiteit, desintegratie van de zintuigen, de ontkoppeling van gevoelen verstand, de breuk tussen instinct en intelligentie en de handeling zonder geïnvolveerdheid, dat alles zou in meerdere of in mindere mate de schuld zijn van het boek.</p>
<p>Ik zal het afscheid van het boek niet betreuren, maar eerder toejuichen. Ik ben opgegroeid en zelfs vergroeid met het boek. Maar ik zie ook dat het boek mensen meer verdeelt dan samenbindt, dat het gezagsstructuren meer bevestigt dan ondergraaft. De geletterde cultuur van het boek heeft machtige elites gecreëerd die het altijd beter weten. Het boek was ook altijd beter, zelfs beter dan de film die tien Oscars won. Maar die tijd loopt op zijn eind. De lineaire structuur van het boek creëert domheid in een wereld die steeds meer door non-lineaire structuren bepaald wordt. Nieuwe media creëren de condities voor een meer open vorm communicatie en een optimale uitwisseling en spreiding van kennis en macht. Verknochtheid aan het boek is geen argument vóór het boek. De intimiteit, die in het materiële karakter van het boek besloten ligt, weegt uiteindelijk niet op tegen de voordelen die nieuwe media te bieden hebben. Uiteindelijk zal het boek verdwijnen zoals ook al zijn voorgangers verdwenen zijn: het tablet, de boekrol, de codex…. De wereld van het boek maakt stilaan plaats voor een gigantisch netwerk van wikipedia’s en weblogs. Het boek wordt een verzamelobject voor bejaarde bibliofielen, papierpulp voor boekenwurmen. Het boek is ten dode opgeschreven, alleen de sterfdatum staat nog niet vast.</p>
<p>Daarom vieren we elk jaar weer de Boekenweek, met steeds meer overgave. Wat verdwijnt moet immers gekoesterd worden. Door een pleidooi te houden voor het boek onderscheiden wij ons van een ongeletterde massa. Door een &#8216;beslissend boek&#8217; te noemen, laat je zien dat je leven ooit veranderd is door een boek. &#8216;Ik lees een boek, dus ik ben niet van de straat.&#8217; Boeken zijn het elitaire onderscheidingsteken bij uitstek voor de snobist. Ik haat het boek. Dat vreemde ding, dat zelfs heilig kan worden en religies van start heeft doen gaan. Laten ze volgend jaar een ander thema bedenken: ‘Leven zonder boeken!’ Dat zou pas echt vernieuwend zijn. Ik stem op de partij zonder boek. Ik geloof in de religie die geen heilig boek heeft. Ik hou van de mensen die nooit een boek gelezen hebben. Ik zou graag al mijn boeken achter me laten. Het lezen achter me laten. De literatuur vergeten. De kunst vergeten en me langzaam herinneren, dat er een tijd is geweest zonder boeken. Die gelukkige tijd dat het leven zelf er nog toe deed en niet de literatuur.</p>
<p><a href="http://www.youtube.com/watch?v=GFTokEGmkrA&amp;translated=1">zie en luister</a></p>
<img src="http://feeds.feedburner.com/~r/HuubMous/~4/l7iaIXbZgWs" height="1" width="1"/>]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2010/03/11/opgroeien-tussen-paters-en-boeken/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>6</slash:comments>
		<feedburner:origLink>http://www.huubmous.nl/2010/03/11/opgroeien-tussen-paters-en-boeken/</feedburner:origLink></item>
		<item>
		<title>De aanslag op Coen Moulijn</title>
		<link>http://feedproxy.google.com/~r/HuubMous/~3/XThbbXC9Js4/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2010/03/10/de-aanslag-op-coen-moulijn/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 10 Mar 2010 17:36:55 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[geen categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=25406</guid>
		<description><![CDATA[
We schrijven 8 september 1965. Feyenoord speelt tegen het roemruchte Real Madrid, thuis in de Kuip in de eerste ronde van de Europa Cup. Een spannende wedstrijd, waarin Feijenoord laat in de tweede helft op 2-1 voorsprong komt, na eerder met met 1-0 te hebben achtergestaan. Hans Kraay sr is de doelpuntenmaker. Hij speelt op [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/1347125152_852dfef1d6.jpg"><img class="size-full wp-image-25408 aligncenter" title="1347125152_852dfef1d6" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/1347125152_852dfef1d6.jpg" alt="" width="472" height="344" /></a></p>
<p style="text-align: left;">We schrijven 8 september 1965. Feyenoord speelt tegen het roemruchte Real Madrid, thuis in de Kuip in de eerste ronde van de Europa Cup. Een spannende wedstrijd, waarin Feijenoord laat in de tweede helft op 2-1 voorsprong komt, na eerder met met 1-0 te hebben achtergestaan. Hans Kraay sr is de doelpuntenmaker. Hij speelt op dat moment met een verband om zijn hoofd. Het is een harde wedstrijd. Aan dit doelpunt van Kraay zit een luchtje, want de Spaanse keeper werd omver geduwd in het kopduel dat er aan voorafging. De scheidsrechter negeert alle protesten van de Madrilenen. Daarna loopt de wedstrijd stilaan uit de hand. De overtredingen worden steeds ruwer, totdat Coen Moulijn &#8211; na een fraaie passeeractie &#8211; volkomen onderuit wordt geschopt. Dan gebeurt er iets ongehoords. Moulijn, die anders geen vlieg kwaad doet, zet de achtervolging in, waarna meerdere Feyenoordspelers wild om zich heen beginnen te schoppen. Het levert spectaculaire beelden op en ook een geschokte Bob Spaak die verbijsterd verslag doet van het gebeuren. Deze beelden staan nog altijd op mijn netvlies gegrift. Ze behoren tot de canon van de naoorlogse voetbalgeschiedenis. Het is de geboorte van de spelverruwing. Een schande. En toch, ik denk dat heel Nederland destijds die vuile Spanjaard het liefst nog een trap na had willen verkopen. Coentje Moulijn was heilig.</p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.youtube.com/watch?v=TSaR0IOp6vY&amp;NR=1">zie en luister</a></p>
<img src="http://feeds.feedburner.com/~r/HuubMous/~4/XThbbXC9Js4" height="1" width="1"/>]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2010/03/10/de-aanslag-op-coen-moulijn/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		<feedburner:origLink>http://www.huubmous.nl/2010/03/10/de-aanslag-op-coen-moulijn/</feedburner:origLink></item>
		<item>
		<title>What the world needs now is love</title>
		<link>http://feedproxy.google.com/~r/HuubMous/~3/tVc9MaFBqCw/</link>
		<comments>http://www.huubmous.nl/2010/03/10/what-the-world-needs-now-is-love/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 10 Mar 2010 08:31:36 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Huub Mous</dc:creator>
				<category><![CDATA[geen categorie]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.huubmous.nl/?p=25337</guid>
		<description><![CDATA[

Alle dingen dêr&#8217;t froeger it near fan de sûnde op lei, kom  me iepen en bleat te lizzen, wier? Yn Amearika freget in  jonge fan 16 op syn earste dûnsjûntsje, ear&#8217;t er in faam  fan 14 nei hûs bringt: You are on pils, aren &#8216;t you? Rek kenje mar dat hjir by úzes de skoalfamkes ek [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/bob-carol-ted-alice-1969-2.jpg"><img class="size-full wp-image-25376 aligncenter" title="bob-carol-ted-alice-1969-2" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/bob-carol-ted-alice-1969-2.jpg" alt="" width="349" height="507" /></a></p>
<blockquote>
<p style="text-align: left;">Alle dingen dêr&#8217;t froeger it near fan de sûnde op lei, kom  me iepen en bleat te lizzen, wier? Yn Amearika freget in  jonge fan 16 op syn earste dûnsjûntsje, ear&#8217;t er in faam  fan 14 nei hûs bringt: You are on pils, aren &#8216;t you? Rek kenje mar dat hjir by úzes de skoalfamkes ek mei kondo men en pillen yn it taske rinne. De seks wurdt om samar  te sizzen iepenbier op strjitte neaken ûtklaaid, domenys en  pastoars prate wiidweidich en sûnder euvelmoed oer it  foar en tsjin fan it nut fan abortus. Skriuwers skreauwe  fan &#8216;e dakken ou: Ik bin homo en dêrom hâld ik fan de  Hear. Fan ezels, gromt Joet. Ik neam gjin nammen, Joet, ferfettet Merkurius, it giet my om eftergrûnen.</p></blockquote>
<p>Aldus Anne Wadman in zijn roman <em>De feestgongers </em>uit 1968. Het is een tekenend citaat waarin de verschuiving van seksuele normen kort wordt samengevat, maar ook Gerard Reve even voorbijkomt al een icoon van de veranderende tijdgeest. Het Ezel-proces was net achter de rug, de PC Hooftprijs stond voor de deur. Anne Wadman zat trouwens zelf in de jury die Reve deze staatsprijs voor de letteren voor 1968 toekende. De roman van Wadman is op de huid van de tijd geschreven. Het boek werd in vier weken tijd gedrukt om nog net op tijd klaar te zijn voor de Boekenweek, die in 1968 nog in oktober werd gehouden. Dat jaar vond het Friese Boekenbal plaats in De Lawei in Drachten. Het feest zou geen onverdeeld succes worden. In een artikel in <em>De Tsjerne</em> klaagde Trinus Riemersma even later steen en been. Eerst moest gedeputeerde Van der Mark zo nodig een officiëel openingswoordje doen: &#8216;<em>It liket dochs ferdomde mâl dat wij gjin feest fiere sûnder dat ús earst de mage folloege wurdt mei kulturele kutkloterij.</em>’ Maar wat nog erger was: het feest was te gauw afgelopen en bovendien waren er veel te veel mensen, ook allerlei types die niets met de Friese literatuur van doen hadden.</p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/feest2.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-25355" title="feest2" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/feest2.jpg" alt="" width="381" height="283" /></a></p>
<p style="text-align: center;"><em>Anne Wadman ontvangt het eerste exemplaar van zijn roman <em>De feestgongers</em> uit handen van Freark Dam op 8 oktober 1968</em></p>
<p>Kom daar vandaag nog eens om. Als het programma van een Boekenbal niet exclusief Friestalig is, worden diep-Friezen boos en ontstaan er actiegroepen die zich verzetten tegen het tekort aan Friese taal op het alternatieve Friese boekenbal. Het lijkt erop dat de Friese literatuur een exclusief domein moet worden van een stelletje sektariërs die op het zinkend schip nog viool blijven spelen. Dat lag eind jaren zestig nog even anders. Het ging tien nog goed met de Friese literatuur. Nog nooit eerder verschenen er zoveel Friestalige boeken die bovendien ook door een breed publiek gelezen werden. <em>De feestgongers </em>van Anne Wadman werd een bestseller die drie jaar later ook in Nederlandse vertaling verscheen bij uitgeverij Bruna.</p>
<p>Het verhaal op zich zelf is een tijdsbeeld. Wadman neemt de lezer mee naar een feest. Het milieu waarin het gebeuren plaats vindt is semi-artistiek en tegelijk ook halfburgerlijk. Het is de tijd waarin het huwelijk als instituut op losse schroeven komt te staan. De pil is overal in omloop. Abortus en homofilie zijn niet langer taboe. De vrije seks dringt  door in de Nederlandse doorzonwoning, niet alleen in de Randstad, maar ook in Friesland. Als <em>De feestgongers</em> één ding laat zien, dat is dat de verdwijnende afstand tussen het westen en de provincie, ook als het gaat de seksualiteit.</p>
<p>Na zijn verschijnen werd dit boek alom geprezen als een vernieuwende roman, zeker ook wat betreft de structuur. Het boek bestaat uit drie hoofdstukken die zeer ongelijk van lengte zijn. In het eerste (<em>post festum</em>) passeren de verschillende hoofdrolspelers de revue, maar het is nog niet helemaal duidelijk waar ze vandaan komen of waar ze naar toe gaan, laat staan wat ze met elkaar gemeen hebben. Gaandeweg blijkt dat ze van een feest komen en op weg zijn naar huis. Het is zondagochtend, <em>the day after the night before</em>. Na een nacht van feestgedruis, roes en overspel. De titel van dit hoofdstuk geeft een subtiele aanwijzing dat deze intro in feite een slotakkoord is. <em>Post festum</em> betekent immers &#8216;na het feest&#8217;. Het is de mosterd na de maaltijd, maar ook &#8211; zoals later blijkt – een subtiele zinspeling op de Latijnse spreuk <em>Post coïtum omne animal triste</em>, de woorden uit de <em>Amores </em>van Ovidius: Na de geslachtsdaad is elk dier neerslachtig.</p>
<p>In het tweede hoofdstuk (<em>introïtus,</em> een term die verwijst naar de inleidend liturgisch gebeuren tijdens de Heilige Mis) verandert het perspectief. De twee hoofdfiguren Lena en Wouter Keuning worden uitgelicht. Het zijn vroege dertigers. Ze zijn acht jaar getrouwd en kunnen geen kinderen krijgen. Ze hebben elkaar leren kennen tijdens en vakantie-avontuurtje op Teschelling, waarna een redelijk braaf huwelijk volgde. Alleen Lena heeft wel eens gedromd van overspel met een Schot tijdens een vakantiereisje in Bretagne. Maar dan volgt het derde en laatste hoofdstuk (<em>koïtus</em>), dat meer dan tweederde van het boek beslaat. Het is een minutieus verslag van het feest, waarvoor Lena en Wouter zijn uitgenodigd. De gang van zaken wordt droog beschreven in zinnen die vaak geen hoofdletter hebben aan het begin. Het onderwerp verspringt voortdurend van de eerste naar de derde persoon, waarbij het perspectief wisselt van personage naar personage, alsof een filmcamera een langzaam rondtrekkende beweging maakt. Ook de zinnen tussen haakjes, waarin de gedachten van feestgangers kort worden aangeduid, doen eerder denken aan regieaanwijzingen in een filmscenario.</p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/IMAGE00013.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-25395" title="IMAGE0001" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/IMAGE00013.jpg" alt="" width="264" height="433" /></a></p>
<p>Toen ik het boek las, moest ik voortdurend denken aan een film. Een veel te lange film, dat wel, want dit boek van Wadman is &#8211; ondanks zin vernieuwende vorm &#8211; behoorlijk gedateerd. Het gaat allemaal veel te traag en de gang van zaken is vaak voorspelbaar. Het decor komt nog te bekend voor om echt nieuwsgierig te maken, maar dat moet voor de lezers in 1968 wellicht heel anders zijn overgekomen. Wadman schetst het milieu van kunstenaars, mislukte dichters, vrijgevochten leraren en een liberale fabrieksdirecteur. Ze willen allemaal wel met een ander naar bed, maar de ander wil niet altijd met die ene. De broeierige sfeer van de avond leidt onontkoombaar naar het nachtelijke overspel, maar de geregisseerde partnerruil wordt geschetst als een vorm van burgerlijke koehandel. Als jij vreemd gaat, dan ga ik ook vreemd. De toon is cynisch en soms zelfs sarcastisch, al gloort er op het einde toch ook enig mededogen in door. Wouter en Lena blijven ondanks hun overspel bij elkaar. Zelfs voor de vrijheid hebben ze te weinig moed. Het blijven halfslachtige personages die uitstekend hun plaats vinden in het tragische universum van Wadman.</p>
<p>In een van de recensies wordt verwezen naar toneelstukken uit de jaren zestig, zoals <em>Who is afraid of Virginia Woolf</em> van Albee (1961), dat in 1965 in Nederland werd opgevoerd, en waarin het morele failliet van het burgerlijke huwelijk op de hak wordt genomen. Die vergelijking lijkt me wat overtrokken. De toon van Wadmans feestgangers is veel milder dan de genadeloze blik waarmee Albee destijds het huwelijk aan de kaak had gesteld.  Wadmans roman laat de sfeer zien van de late jaren zestig, de tijd van de eerste contactadvertenties voor partnerruil in Vrij Nederland. Het waren de jaren van alles moet kunnen, maar onder het vernis zat ook heel wat schijnheiligheid en benepenheid.</p>
<p>Ik moest eerder denken aan een Hollywoodfilm die ik in die tijd heb gezien: <em>Bob &amp; Carol &amp; Ted &amp; Alice </em>(1969) van regisseur Paul Mazurski met Nathalie Wood in een van de hoofdrollen. Titelsong was de wereldberoemde hit van Burt Bacharach uit 1965: <em>What the world needs now is love sweet love.</em> Ook deze film is een milde zedenschets van de beginnende seksuele revolutie. Twee echtparen uit Californië  begeven zich op het pad van de vrije liefde en bezoeken een therapeutisch centrum in de vrije natuur. Het is de tijd van <em>Gestaltherapie</em> en <em>Encounter</em>, van S<em>ensitivity training</em> en <em>Primal scream</em>. Alles was erop gericht om het gevoelsleven en het lichaam van zijn taboes te ontdoen, maar onder al die opgefokte vrijheidsdrang ging heel wat verkapte burgerlijkheid en oppervlakkigheid schuil.</p>
<p>Ondank zijn gedateerde karakter blijft <em>De feestgongers</em> van Wadman nog altijd een opmerkelijk boek, waarin de geest van de late jaren zestig scherp is vastgelegd. Dat komt vooral door de wijze van schrijven die puur registrerend is. Wadman streefde in die tijd naar een objectieve manier van schrijven, los van de psychologie, maar ook los van de alwetende verteller. De <em>presentatie</em> van de camera vervangt steeds meer de <em>representatie</em> van het alziend vertellersoog. Misschien is dat ook wel het belangrijkste kenmerk van de moderne roman. De werkelijkheid wordt getoond en niet opgevoerd. Het verhaal voltrekt zich in de tijd, terwijl de tijd zelf manipuleerbaar wordt als in een film. Het slot van <em>De feestgongers</em> herneemt het eind van het eerste hoofdstuk, en zo eindigt net boek in een lus, in een <em>loupe</em>, zoals dat in de film heet. In een interview met Tiny Mulder in haar bundel <em>Hwêr hast it wei</em> (1971):</p>
<blockquote><p>Ik leau, dat de minsken fan foar 1920 &#8211; op in pear utsûnderingen nei  - de minsken binne fan de psychologyske oanpak fan de dingen. Dy fan nei  1920 binne oer it algemien a-psychologysk. Yn forskeidene boeken fan lju  fan nei 1920 komt men bygelyks net ien kear tsjin: hy tocht, of: sy tocht. Se  litte de gedachten sprekke út it hâlden en dragen, it útwindige is biskiedend.  Dêr leit leau &#8216;k wol in hiel skerpe grins.</p></blockquote>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/film.jpg"><img class="size-full wp-image-25362 aligncenter" title="film" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/film.jpg" alt="" width="419" height="413" /></a></p>
<p><em>Regisseur Hans Joachim Schmedel (links) met in het midden de stuntrijder van Ford en de scriptgirl tijdens de opnamen in oktober 1969 nan de film </em><em>De feestgongers<br />
</em></p>
<p>Grasduinend in het digitale archief van de LC ontdekte ik dat er in 1969 pogingen zijn ondernomen om <em>De feestgongers</em> te verfilmen. De eerste opnamen daarvoor hebben ook daadwerkelijk plaatsgevonden, maar het geld raakte op, zodat uiteindelijk slechts vijftien minuten film is gerealiseerd. Zo’n onvoltooide bekroning past ook wel bij Anne Wadman, die altijd maar weer de boot bleef missen. Ik vraag me af of die vijftien minuten film van <em>De feestgongers </em>nog ergens ligt opgeslagen. Het zou een mooi idee zin voor het Fries Filmhuis – of anders wel voor Cinema Ascona – om een avondprogramma te organiseren van nooit voltooide Friese speelfilms. Misschien een idee voor het Friese Boekenbal volgend jaar. Hoewel, dat zal dan wel weer teveel Nederlandstalig zijn en daar is de Friese literatuur niet bij gebaat. Wanneer gaan de Friese letteren nu eindelijk weer eens knetteren?  <em>What the world needs now is love sweet love…</em></p>
<p style="text-align: center;">
<p style="text-align: center;">
<p><a href="http://www.youtube.com/watch?v=QlY4YLBEWhQ">zie en luister</a></p>
<p>UPDATE 11.48 uur: Twee ingezonden afbeeldingen behorend bij de reactie van Josse de Haan:</p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/BroadtsjeHealom1.jpg"><img class="size-full wp-image-25401 aligncenter" title="BroadtsjeHealom1" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/BroadtsjeHealom1.jpg" alt="" width="269" height="457" /></a></p>
<p style="text-align: center;"><a href="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/BroadtsjeHealom2.jpg"><img class="alignnone size-full wp-image-25402" title="BroadtsjeHealom2" src="http://www.huubmous.nl/wordpress/wp-content/uploads/2010/03/BroadtsjeHealom2.jpg" alt="" width="473" height="328" /></a></p>
<img src="http://feeds.feedburner.com/~r/HuubMous/~4/tVc9MaFBqCw" height="1" width="1"/>]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.huubmous.nl/2010/03/10/what-the-world-needs-now-is-love/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>4</slash:comments>
		<feedburner:origLink>http://www.huubmous.nl/2010/03/10/what-the-world-needs-now-is-love/</feedburner:origLink></item>
	</channel>
</rss>
