<?xml version='1.0' encoding='UTF-8'?><rss xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom" xmlns:openSearch="http://a9.com/-/spec/opensearchrss/1.0/" xmlns:blogger="http://schemas.google.com/blogger/2008" xmlns:georss="http://www.georss.org/georss" xmlns:gd="http://schemas.google.com/g/2005" xmlns:thr="http://purl.org/syndication/thread/1.0" version="2.0"><channel><atom:id>tag:blogger.com,1999:blog-5272649381423334521</atom:id><lastBuildDate>Fri, 30 Aug 2024 17:51:04 +0000</lastBuildDate><category>moord</category><category>vermissing</category><category>Danny</category><category>Ina Post</category><category>Willeke Dost</category><category>Wim Quak</category><category>Dick Gosewehr</category><category>Maria van der Zande</category><category>Micelle Mooij</category><category>Reggie Koenders</category><category>Warnsveld</category><category>herziening</category><category>imago</category><category>Aalten</category><category>Andrea Luten</category><category>Ben Vandenberg</category><category>Christel Ambrosius</category><category>Eindhoven</category><category>Fred Teeven</category><category>Gerard Spong</category><category>Gonda Drent</category><category>Groningen</category><category>Harrie Timmerman</category><category>Hoogezand</category><category>Jessica</category><category>Joanne Noordink</category><category>Karel Besselsen</category><category>Koekange</category><category>Koenders</category><category>Kolstee</category><category>Leendert</category><category>Leidschendam</category><category>Lisa</category><category>Marianne Vaatstra</category><category>Nedlloyd Neerlandida</category><category>Omer</category><category>Putten</category><category>Reggie</category><category>Reinier Smit</category><category>Rotterdam</category><category>Ruinen</category><category>Sitalsing</category><category>Theo Tetteroo</category><category>Tilburg</category><category>Tros Vermist</category><category>Van der Lei</category><category>Veira</category><category>brandstichting</category><category>gerechtelijke dwaling</category><category>kamervragen</category><category>kortgeding</category><category>politie</category><category>valse aangifte</category><category>videoband</category><category>waarheidsvinding</category><category>zeden</category><title>Waarheidsvinding</title><description>&quot;ALS DE ONWAARHEID AAN DE KANT VAN DE MACHT STAAT &#xa;EN DE WAARHEID AAN DE KANT VAN DE ONMACHT,&#xa;DAN WORDT DE WAARHEID EEN HEL.&quot;&#xa;&#xa;                                          INA POST</description><link>http://gosewehr.blogspot.com/</link><managingEditor>noreply@blogger.com (Waarheidsvinding)</managingEditor><generator>Blogger</generator><openSearch:totalResults>27</openSearch:totalResults><openSearch:startIndex>1</openSearch:startIndex><openSearch:itemsPerPage>25</openSearch:itemsPerPage><item><guid isPermaLink="false">tag:blogger.com,1999:blog-5272649381423334521.post-4844797389870671494</guid><pubDate>Fri, 30 Oct 2009 13:06:00 +0000</pubDate><atom:updated>2009-10-30T06:09:24.579-07:00</atom:updated><title>Verhuisd</title><description>Deze Blog is per 30 oktober 2009 verhuisd naar &lt;A href=http://www.waarheidsvinding.com&gt; www.waarheidsvinding.com&lt;/a&gt;</description><link>http://gosewehr.blogspot.com/2009/10/verhuisd.html</link><author>noreply@blogger.com (Waarheidsvinding)</author></item><item><guid isPermaLink="false">tag:blogger.com,1999:blog-5272649381423334521.post-747845817904160297</guid><pubDate>Mon, 19 Oct 2009 17:46:00 +0000</pubDate><atom:updated>2009-10-19T10:58:51.797-07:00</atom:updated><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">vermissing</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Willeke Dost</category><title>Nieuw onderzoek naar verdwijning Willeke Dost</title><description>We schreven al eerder dat er volgens ons een nieuw onderzoek moest komen naar de verdwijning van Willeke Dost. Het 15 jarige meisje verdween in de nacht van 14 op 15 januari 1992 op raadselachtige wijze uit de woning van haar pleegouders in het Drentse Koekange. De politie Drenthe ging er in het verleden steeds van uit dat het meisje was weggelopen en mogelijk om die reden leverden eerdere onderzoeken naar de verdwijning van het meisje niets op. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Vandaag maakte de woordvoerder van de politie Drenthe bekend dat er nu een nieuw onderzoek is gestart naar de verdwijning van Willeke waarbij met alle mogelijke scenario&#39;s wordt rekening gehouden.&lt;br /&gt;Hopelijk zal dit nieuwe onderzoek nu wel resultaat hebben en wordt er eindelijk duidelijk wat er destijds met het meisje is gebeurd.</description><link>http://gosewehr.blogspot.com/2009/10/nieuw-onderzoek-naar-verdwijning.html</link><author>noreply@blogger.com (Waarheidsvinding)</author></item><item><guid isPermaLink="false">tag:blogger.com,1999:blog-5272649381423334521.post-5603549268176420805</guid><pubDate>Sat, 10 Oct 2009 10:18:00 +0000</pubDate><atom:updated>2009-10-13T04:46:40.608-07:00</atom:updated><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">gerechtelijke dwaling</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Micelle Mooij</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">moord</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Warnsveld</category><title>Wie heeft Micelle Mooij vermoord?</title><description>We schreven al eerder over de moord op Micelle Mooij in Warnsveld. Op verzoek van het dagblad De Stentor hebben we deze week een analyse gemaakt van deze zaak. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style=&quot;font-weight:bold;&quot;&gt;Inleiding&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;Voor de moord op pompbediende Micelle Mooij zijn op 10 februari 2004 door het Gerechtshof te Arnhem vier mensen veroordeeld, nadat ze eerst door de rechtbank Zutphen waren vrijgesproken. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Als de 4 veroordeelden deze moord niet gepleegd hebben dan loopt de dader van deze moord dus nog vrij rond. Wij proberen in deze analyse te laten zien met wat voor een soort delict wij hier te maken zouden kunnen hebben en wie er dan als meest waarschijnlijke verdachte in beeld zou komen. De gebruikte namen in deze analyse zijn fictief met uitzondering van de naam van het slachtoffer.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style=&quot;font-weight:bold;&quot;&gt;De situatie&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;Micelle Mooij werkt op de avond van 24 oktober 1985 alleen in het tankstation aan de Rijksstraatweg 123 te Warnsveld. Tussen 20.45 uur en 21.00 uur is vermoedelijk als laatste klant ene Rik Holtendorp in het tankstation geweest. Als hij weggaat blijft pompbediende Micelle achter met een andere klant met wie zij kennelijk een woordenwisseling heeft. De getuige weet niet meer of het daarbij om een man of een vrouw gaat, maar die persoon draagt een lange jas.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De werktijd van Micelle eindigt om 21.00 uur en het is aannemelijk dat ze ook daadwerkelijk om die tijd weggaat, want uit de registratie van het alarmsysteem van het tankstation blijkt dat het alarm om 21.01 uur is ingeschakeld en zij is die avond het enige aanwezige personeelslid.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Omstreeks 21.10 uur verlaten getuige Wassal, zijn vrouw en zijn schoonmoeder hun woning tegenover het tankstation en Wassal ziet dan de auto van Micelle naast het tankstation staan met het linkerportier open. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style=&quot;font-weight:bold;&quot;&gt;Aantreffen van het lichaam&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;Rond 21.20 uur, wordt het lichaam van Micelle gevonden door getuige Utske Amons. Het lichaam van Micelle ligt naast de auto met het hoofd in een plas bloed. Ze ligt gedeeltelijk onder het portier aan de bestuurderszijde, met het hoofd een stukje onder de auto. Verder ligt ze op haar linkerzij, de benen gedeeltelijk opgetrokken, met haar hoofd in de richting van de achterzijde van de auto. De motor van de auto loopt en de verlichting is ontstoken. Kennelijk is Micelle door de moordenaar verrast toen zij op het punt stond met haar auto weg te rijden.  &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Micelle heeft 9 steek/snijwonden aan het lichaam, maar er is door de dader vaker gestoken, zeker 15 maal, want ook de kleding van Micelle vertoont nog steekwonden. Daarnaast zijn er steekbeschadigingen aan het stuur van de auto gevonden zodat ook het aantal van 15 steken vermoedelijk niet juist is. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het lijkt er op dat de dader Micelle uit de auto heeft willen trekken maar dat Micelle zich daar hevig tegen verzet heeft. Vermoedelijk heeft Micelle zich daarbij aan het stuur van de auto vastgehouden en heeft de dader die handen willen losmaken door er op in te steken. Zij heeft zich kennelijk flink verweerd want in het portier aan de passagierszijde zit een afdruk die vermoedelijk afkomstig is van de onderzijde van de schoen van Micelle en er zit ook een dergelijke afdruk tegen de binnenzijde van het dak van de auto. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style=&quot;font-weight:bold;&quot;&gt;De doodsoorzaak&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;Bij de sectie wordt vastgesteld dat Micelle is overleden ten gevolge van 2 steekwonden in de borst waardoor haar hart is geperforeerd. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style=&quot;font-weight:bold;&quot;&gt;De sporen&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;Door het NFI wordt in 2002/2003 alsnog een DNA-onderzoek gedaan aan de kleding van Micelle, iets wat in 1985 nog niet mogelijk was. Op twee plaatsen, de voorzijde van de rechter broekspijp en de linker schouder wordt een DNA-mengprofiel aangetroffen van vermoedelijk Micelle en een onbekende persoon.&lt;br /&gt;Het is zeer goed mogelijk dat deze sporen van de dader zijn, omdat ze juist op die plaats zitten waar je ze kunt verwachten, wanneer iemand probeert met geweld een persoon uit een auto te trekken.&lt;br /&gt;Het onbekende DNA blijkt niet van de later veroordeelde verdachten te zijn. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Vlak bij de auto van Micelle is een stuk kauwgom gevonden dat in een plasje bloed lag. Het kauwgom bleek aan de hand van het gevonden DNA-profiel van een onbekende persoon te zijn. Of dit een daderspoor kan zijn hangt af van de manier waarop de kauwgom is aangetroffen. Mogelijk is aan de hand van de situatiefoto’s nog vast te stellen of het stukje kauwgom in het bloed is gevallen of dat het bloed op het reeds daar liggende stukje kauwgom is terecht gekomen. In het eerste geval kan het wel degelijk van de dader zijn, het is dan in ieder geval na of tijdens de moord daar terecht gekomen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style=&quot;font-weight:bold;&quot;&gt;Het motief&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;Politie en justitie zijn er van uitgegaan dat het hier om een mislukte overval ging. Maar hoe waarschijnlijk is dat een overvaller wacht met het plegen van zijn overval tot zijn object is afgesloten en het alarm is ingesteld? &lt;br /&gt;Bovendien bleken alle persoonlijke goederen van het slachtoffer, waaronder een geldbedrag en de sleutel van het tankstation nog in haar auto aanwezig waren toen zij werd gevonden. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar ook het gebruikte geweld zegt iets over het motief van de dader. Overvallers gebruiken geweld tegen hun slachtoffer meestal als middel om hun doel te bereiken. Hier wijst alles er echter op dat het gebruikte geweld het doel op zich was.&lt;br /&gt;Het lijkt me daarom uitermate onwaarschijnlijk dat roof het motief is geweest.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style=&quot;font-weight:bold;&quot;&gt;Wat was dan wel het motief?&lt;/span&gt; &lt;br /&gt;Het grote aantal steken en de manier waarop gestoken is zijn een sterke aanwijzing dat de dader een bekende van het slachtoffer was en dat er tussen beiden een ruzie is ontstaan waarbij de dader door het lint is gegaan. &lt;br /&gt;Het opvallende is daarbij bovendien dat de dader zich niet alleen beperkt heeft tot het steken van het slachtoffer maar haar kennelijk ook uit de auto heeft willen trekken. Hoewel de kleding van het slachtoffer, buiten de steekgaten, nog op zijn plaats zat moet daarom niet worden uitgesloten dat de dader aanvankelijk een seksueel motief had om het slachtoffer te benaderen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style=&quot;font-weight:bold;&quot;&gt;De mogelijke dader&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;Uit diverse getuigenverklaringen blijkt dat Micelle tijdens haar werk in het pompstation vaker benaderd werd door een man in een lange jas. &lt;br /&gt;Haar broer, die ook bij het benzinestation werkt, vertelt de politie over een man uit de psychiatrische inrichting Groot Graffel, die vaker bij het benzinestation komt, maar niet om te tanken. De man wordt in het onderzoek De Jas genoemd omdat hij altijd in een lange regenjas loopt.&lt;br /&gt;In de week voor de moord komt deze man meerdere malen bij het benzinestation waar Micelle werkt en als zij er dan zelf niet is, vraagt hij het aanwezige personeelslid, meestal deze broer, de groeten aan Michelle over te brengen. De broer geeft ook een signalement van de man met de lange jas: &lt;br /&gt;een man van begin 30 jaar, 1.85 m lang, mager en hij had een pokdalig gezicht. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De echtgenoot van Micelle spreekt vermoedelijk ook over dezelfde man maar hij schat de man op ongeveer 40 jaar en een lengte van ongeveer 1.80 m. Net als de broer spreekt hij ook over de lange jas en het pokdalige gezicht van de man.&lt;br /&gt;Volgens de broer is het een (ex)patiënt van Groot Graffel. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het gedrag van de onbekende man is ook na de dood van Micelle opvallend. Haar echtgenoot verklaart tegen de politie dat de man hem min of meer stalkt door steeds door de straat te rijden en zelfs wel zijn neus tegen de ruit van de woning te drukken om zo naar binnen te kunnen kijken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ook getuige, Rik Holtendorp, de man die vermoedelijk de laatste klant van Micelle is geweest op de avond van haar dood, verklaart tegen de politie dat de persoon die met Micelle ruzie had een lange regenjas droeg. Volgens deze getuige was die persoon ongeveer even lang als hij zelf, 1.87 m., en had hij lang blond haar. Getuige weet echter niet meer of het om een man of een vrouw ging. Mogelijk heeft dit te maken met het feit dat deze getuige zich pas in 2002 met dit verhaal bij de politie meldt na een radiouitzending over de moord. De vraag is dus hoe betrouwbaar deze verklaring dan nog is.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Deze onbekende man met de lange jas, vermoedelijk een bewoner of ex-bewoner van de inrichting Groot Graffel, had dus kennelijk veel belangstelling voor het slachtoffer. Die belangstelling was kennelijk zelfs na de dood van Micelle niet voorbij. Bepaald opvallend gedrag dus, je zou het gedrag zelfs obsessief kunnen noemen.&lt;br /&gt;Een dergelijk persoon met dit vreemde gedrag zou kunnen passen bij hetgeen er hier gebeurd is. Mogelijk was hij verliefd op het slachtoffer, werd zijn liefde door haar niet beantwoord en is een toenaderingspoging op 24 oktober 1985 volledig uit de hand gelopen. In ieder geval is dit iets dat zeker onderzocht had moeten worden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Misschien heeft de politie dit ook wel onderzocht alleen staat er niets over in het dossier. Bekend is dat een rechercheur op 19 en 20 april 1988, 3 jaar na de moord op Micelle Mooij, in Groot Graffel op bezoek is geweest bij ene Martijn Roukes, een patiënt van die inrichting. Waarom de rechercheur deze man bezocht heeft is onbekend. Misschien ging het hier om de man met de lange jas.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Er is ook nog een getuige die rond de moord langs het tankstation rijdt, dat is buschauffeur Jilles Tweel. Hij wordt op 26 oktober 1985 door de politie verhoord. Hij vertelt op weg naar huis over de Rijksstraatweg in de richting van Vorden te zijn  gereden. Volgens hem is het een paar minuten over negen als hij langs het betreffende benzinestation komt. Getuige ziet dan de Datsun van Micelle staan en naast deze auto staat een persoon. De lichten van de Datsun zijn volgens getuige dan nog niet aan. &lt;br /&gt;Als hij afslaat richting Vorden ziet hij dat de lichten van de Datsun nu wel aan zijn. In de tijd dat getuige langs het tankstation rijdt is kennelijk het licht van de auto ingeschakeld en dat doet vermoeden dat er een bestuurder in de auto aanwezig is en dus niet naast de auto staat. Vermoedelijk heeft deze getuige daarom de dader naast de auto zien staan terwijl Micelle in de auto zit en het licht aan doet. &lt;br /&gt;Over de persoon naast de auto weet getuige alleen te vertellen dat het vermoedelijk een langer persoon was en dat klopt weer met de beschrijving van de man met de lange jas.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het door mij beschreven scenario is natuurlijk niet het enig mogelijke. Maar mijn stelling is dat je moet beginnen met het meest waarschijnlijk scenario te onderzoeken. Om die reden lijkt het mij logisch om deze man met de lange jas op te sporen en zijn DNA te vergelijken met het aangetroffen DNA van de onbekende persoon dat werd aangetroffen op de kleding van het slachtoffer.</description><link>http://gosewehr.blogspot.com/2009/10/wie-heeft-micelle-mooij-vermoord.html</link><author>noreply@blogger.com (Waarheidsvinding)</author></item><item><guid isPermaLink="false">tag:blogger.com,1999:blog-5272649381423334521.post-4958890712156101901</guid><pubDate>Fri, 09 Oct 2009 09:51:00 +0000</pubDate><atom:updated>2009-10-09T03:07:30.903-07:00</atom:updated><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Christel Ambrosius</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Maria van der Zande</category><title>Moordenaar Christel Ambrosius veroordeeld</title><description>We schreven al eerder op deze site over de verdwijning op 6 augustus 1994 van Maria van der Zande uit Putten. We wezen daarbij op de overeenkomsten met de moord op Christel Ambrosius die in dezelfde plaats op 9 januari 1994 in de woning van haar oma aan de Driewegenweg te Putten verkracht en vermoord werd. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De moord op Christel Ambrosius lijkt nu te zijn opgelost. Hedenmorgen veroordeelde de rechtbank in Zutphen Ronald P. tot een gevangenisstraf van 15 jaar.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hoewel de raadsman van Ronald P. gisterenavond in de uitzending van Pauw en Witteman, net als politie en justitie destijds, probeerde de aangetroffen sperma sporen in deze zaak, te bagatelliseren  weten wij uit eigen onderzoek dat het wel degelijk om dadersporen ging. De onderzoeker van het NFI meldde ons destijds al dat hij in zijn loopbaan nog nooit zulke sterke spermasporen gevonden had als in deze zaak. De rechtbank was gelukkig dezelfde mening toegedaan.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Eindelijk gerechtigheid dus. Nu maar hopen dat ook de verdwijning van Maria van der Zande opnieuw aandacht zal krijgen.</description><link>http://gosewehr.blogspot.com/2009/10/moordenaar-christel-ambrosius.html</link><author>noreply@blogger.com (Waarheidsvinding)</author></item><item><guid isPermaLink="false">tag:blogger.com,1999:blog-5272649381423334521.post-2222676276647966430</guid><pubDate>Tue, 06 Oct 2009 08:13:00 +0000</pubDate><atom:updated>2009-10-06T04:08:36.109-07:00</atom:updated><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Gerard Spong</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Ina Post</category><title>Ina Post en haar &quot;topadvocaat&quot;</title><description>We willen nog eens terugkomen op de zaak van Ina Post. &lt;br /&gt;Er zijn  een aantal strafadvocaten in Nederland die in de media worden aangeduid als  “topadvocaat”. Een van hen is strafpleiter Gerard Spong. Regelmatig is ook hij op de televisie te zien in de bekende praatprogramma’s en dan is hij graag bereid uitgebreid over zijn zaken te spreken. Kijkers moeten wel de indruk krijgen dat er geen betere pleitbezorger is dan deze advocaat. Op dit moment is hij weer veelvuldig in de media aanwezig omdat hij de verdediging op zich heeft genomen van een van oorsprong Argentijnse Transavia-piloot die destijds zou hebben meegewerkt aan de dodenvluchten van het Argentijnse regiem. Graag geeft hij zijn mening over de aanhouding van deze man.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar er zijn ook zaken waarover hij kennelijk liever niet spreekt. Een van de zaken die de laatste jaren nogal wat aandacht in de media heeft gekregen is de zaak van Ina Post. De Hoge Raad heeft inmiddels het vonnis vernietigd en de zaak terug verwezen naar het Gerechtshof in Den Bosch. De kans is daarmee groot geworden dat Ina Post na 23 jaar eindelijk haar herziening krijgt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hoewel Gerard Spong destijds als advocaat van Ina Post is opgetreden hebben wij hem nooit over deze zaak in de media gehoord en dat is toch vreemd zou je als buitenstaander zeggen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ina Post zelf vindt dat helemaal niet vreemd, zij wordt nog steeds woest als zij aan het optreden van deze “topadvocaat” in haar zaak denkt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Lezing van de stukken leert dat advocaat Spong zich bij de verdediging van Ina Post bijna uitsluitend heeft gericht op vermeende fouten in de procedure in plaats van kritisch naar de inhoud van het dossier te kijken en goed te luisteren naar zijn cliënte. Als hij dat wel gedaan had, had hij als wij gezien dat de bekentenis van Ina Post niet klopte met de feiten, dat er in het dossier niets stond over het verzilveren van de cheques van de Nutsspaarbank bij V&amp;D in Den Haag, dat de conclusies van het handschriftonderzoek niets voorstelde en dat hij hierover een contra-onderzoek had moeten vragen.&lt;br /&gt;Hij had moeten zien dat er grote overeenkomsten waren tussen de diefstal van cheques van mevrouw Kolstee en de diefstal van cheques van mevrouw Veira twee jaar eerder. &lt;br /&gt;Hij had moeten zien dat de politie de zaak Veira kennelijk verder niet had onderzocht terwijl toch duidelijk was dat het handschrift op de gestolen cheques in beide zaken van dezelde persoon afkomstig was.&lt;br /&gt;Hem had toch moeten opvallen dat het wel heel vreemd was dat Ina Post wel voor de zaak Kolstee vervolgd werd maar niet voor de zaak Veira. &lt;br /&gt;Maar niets van dit alles.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ina Post was en is daarom zeer ontevreden over het optreden van haar raadsman en om die reden heeft zij op 8 januari 1988 een schriftelijke klacht tegen Spong ingediend bij de Raad van Toezicht voor de Orde van advocaten bij de Hoge Raad der Nederlanden. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op 6 april 1988 gaf advocaat Spong zijn schriftelijke reactie op de klacht van Ina Post. &lt;br /&gt;In zijn brief aan de voorzitter van de Orde schrijft hij onder meer:&lt;br /&gt;&lt;span style=&quot;font-style:italic;&quot;&gt;Het gebeurde in onze gesprekken regelmatig dat mevrouw Post bij confrontatie met belastend bewijsmateriaal en gevraagd naar commentaar daarop of in huilen uitbarstte of zich in stilzwijgen hulde.&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Welk belastend bewijsmateriaal zou de raadsman hier bedoelen? Wij hebben dergelijke bewijzen niet in het dossier aangetroffen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style=&quot;font-style:italic;&quot;&gt; Uitvoerig en meerdere malen heb ik alle bewijsmiddelen aan haar voorgehouden en haar om commentaar gevraagd.&lt;br /&gt;Uit den treure heb ik haar gesproken over het meest cruciale bewijsmiddel, te weten haar bekentenis. Mevrouw Post repeteerde steeds hetzelfde antwoord: zij was onschuldig, begreep niet dat er bewijs tegen haar was en had&lt;br /&gt;een bekentenis afgelegd omdat ze bang was.&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dit gedeelte uit de brief van de raadsman zegt eigenlijk alles, de raadsman vond dat er voldoende bewijs tegen Ina Post was en dacht dat zij schuldig was. Het feit dat zij bleef volhouden onschuldig te zijn, vond hij kennelijk alleen maar lastig.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style=&quot;font-style:italic;&quot;&gt;Toen mevrouw Post de fatale schrijfproef moest afleggen begon zij opmerkelijk hevig te zweten, hetgeen in het proces-verbaal is vastgelegd. Met mevrouw Post heb ik ook dit detail uitvoerig besproken. Haar verklaring luidde dat zij altijd bij het minste en geringste begon te zweten.&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ten aanzien van het gedrag van Ina Post tijdens de schrijfproef maakte de raadsman daarmee dezelfde fout als de politie, hij dacht kennelijk ook dat de zenuwen te maken hadden met de schuld van Ina Post. Kennelijk had de raadsman geen kritiek op de interpretatie van het OM ten aanzien van de uitslag van de schrijfproef, daarmee gaf hij aan de betekenis van het rapport van de schriftkundige over de schuldvraag niet doorgrond te hebben.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Misschien is het dus wel verstandig dat hij niets over de zaak van Ina Post zegt. Sommige zaken zijn gewoon niet uit te leggen.</description><link>http://gosewehr.blogspot.com/2009/10/de-advocaat-van-ina-post.html</link><author>noreply@blogger.com (Waarheidsvinding)</author></item><item><guid isPermaLink="false">tag:blogger.com,1999:blog-5272649381423334521.post-8432471522963320795</guid><pubDate>Mon, 05 Oct 2009 14:01:00 +0000</pubDate><atom:updated>2009-10-09T03:54:10.722-07:00</atom:updated><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Ben Vandenberg</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Tros Vermist</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Wim Quak</category><title>Verdwijning Wim Quak in Tros Vermist</title><description>Op vrijdag 2 oktober schonk het programma Vermist opnieuw aandacht aan de zaak van Wim Quak. &lt;br /&gt;In de vooraankondiging van het programma stond:&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style=&quot;font-style:italic;&quot;&gt;&lt;span style=&quot;font-weight:bold;&quot;&gt;KOK VERDWENEN OMDAT HIJ TEVEEL WIST&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;De in 1991 verdwenen scheepskok Wim Quak zou op zee overboord zijn gezet omdat drugssmokkelaars dachten dat hij een politie-informant was. Quak had mogelijk ontdekt wie er drugs aan boord van het schip brachten.&lt;br /&gt;Op zijn laatste reis op &#39;De Neerlandia&#39; werd de hofmeester gehoord door de Engelse douane die aan boord zocht naar drugs.&lt;br /&gt;In TROS Vermist een onderzoek naar één van de toenmalige gezagvoerders van ‘De Neerlandia’ die actief is in de drugshandel in Zuid-Afrika.&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dat beloofde dus veel, kennelijk had de Tros zelf onderzoek gedaan en had men meer informatie gekregen over de verdwijning van Wim Quak. De werkelijkheid was echter anders. In de uitzending werd enen Ben Vandenberg uit Zuid-Afrika opgevoerd, volgens het onderschrift een correspondent. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Zijn verhaal kwam er op neer dat het volgens hem goed mogelijk was dat de kapitein van de Nedlloyd Neerlandia bij de verdwijning van Wim Quak betrokken was omdat deze volgens hem de kwalificaties daarvoor had. Welke kwalificaties dat dan waren liet de spreker in het midden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Vervolgens vertelde hij dat hij met twee officieren van de douane had gesproken. Hoewel hij dat er niet bij vertelde, leek het er sterk op dat hij daarmee de douane van Liverpool bedoelde. Volgens deze douaniers zou Wim Quak destijds &#39;s middags door de douane zijn meegenomen voor verhoor. Vandenberg vermoedde nu dat de bij de drugssmokkel betrokken opvarenden van de Nedlloyd Neerlandia daardoor het vermoeden hadden gekregen dat Wim Quak een politie-informant was en dat hij daardoor door hen overboord was gezet.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Vervolgens liet de Tros opnieuw beelden zien van een diner in Zuid-Afrika ter gelegenheid van de inauguratie in 1999 van de Zuid-Afrikaanse president. Daarbij was in een flits een man te zien die zou lijken op Wim Quak. Daarmee werd dus de indruk gewekt dat Wim Quak nog in leven is en in Zuid-Afrika verblijft. Kennelijk zijn er mensen die denken dat Wim Quak destijds vanuit de Ierse Zee naar Zuid-Afrika is gezwommen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hoe deze beide items met elkaar te rijmen zijn, is ons niet duidelijk. Aan de ene kant wordt gesteld dat Wim Quak vanwege contacten met de politie overboord is gezet en in het andere item dat hij nog leeft. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Kortom, het hele item stelde niets voor en dat is jammer want de zaak is ernstig genoeg. Nu maar hopen dat de politie Rotterdam deze onzin  niet serieus neemt en gewoon eerst alle opvarenden van de Nedlloyd Neerlandia gaat horen.</description><link>http://gosewehr.blogspot.com/2009/10/update-verdwijning-wim-quak.html</link><author>noreply@blogger.com (Waarheidsvinding)</author></item><item><guid isPermaLink="false">tag:blogger.com,1999:blog-5272649381423334521.post-3680700648908018548</guid><pubDate>Wed, 16 Sep 2009 13:14:00 +0000</pubDate><atom:updated>2009-10-08T03:08:50.616-07:00</atom:updated><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">imago</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Micelle Mooij</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Warnsveld</category><title>Imago of waarheid? 2.</title><description>&lt;span style=&quot;font-weight:bold;&quot;&gt;De Warnsveldse pompmoord.&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op 24 oktober 1985 werd ’s avonds rond negen uur de 28 jarige Micelle Mooij in Warnsveld met messteken van het leven beroofd. Het slachtoffer had die avond gewerkt in een tankstation en stond op het punt met haar auto weg te rijden toen zij werd vermoord. Ondanks het inzetten van het Recherche Bijstand Team Gelderland werd de moord niet opgelost. De politie dacht aan roof als motief maar dat lijkt heel onlogisch want er werd niets vermist en het slachtoffer werd overvallen nadat ze het tankstation al afgesloten had. &lt;br /&gt;Daarnaast hebben overvallers niet direct de neiging om iemand te overvallen terwijl hij of zij al in de auto zit. Nee, de manier waarop het feit is gepleegd doet veel meer denken aan een misdrijf in de relatiesfeer. Iemand heeft het slachtoffer in haar auto opgewacht en deze ontmoeting is helemaal uit de hand gelopen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hoe het ook zij, de zaak bleef onopgelost en het dossier ging, zoals destijds gebruikelijk was, naar het archief. Zaak gesloten.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In 2001 kreeg de politie een tip binnen over de zaak. De tipgever bleek een ex-psychiatrische patiënt die al vaker in deze zaak getipt had maar door de politie nooit serieus was genomen. Nu nam men hem ineens wel serieus, naar de reden daarvoor kunnen we slechts raden.&lt;br /&gt;Een groot probleem was dat het oude dossier in deze zaak verdwenen bleek te zijn, dus had de politie alle moeite de gegevens over de moord boven tafel te krijgen. Maar uiteindelijk vond men het één en ander.&lt;br /&gt;Een onderzoek werd gestart en het kwam zelfs tot de aanhouding van vier verdachten. Er waren geen sporen en er waren geen getuigen, zodat de politie de zaak alleen `rond` krijgen als de verdachten zouden bekennen. &lt;br /&gt;Na tientallen verhoren kwamen er uiteindelijk enkele verklaringen op tafel die politie en justitie als bekentenis kwalificeerden. De belangrijkste verklaringen kwamen van ene Heini K.&lt;br /&gt;De rechtbank in Zutphen geloofde niets van de bekentenissen en sprak het viertal in 2003 vrij. Het gerechtshof in Arnhem dacht daar echter anders over en veroordeelde drie verdachten tot acht jaar celstraf en de vierde, Heini K. tot zes jaar. &lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Peter van Koppen heeft onlangs een boek geschreven over deze ` Warnsveldse pompmoord`. In dit boek schrijft hij dat de verdachten zonder enig bewijs zijn veroordeeld. Hij stelt onder meer dat de belangrijkste bekentenis, die van Heini K., een onzinverhaal is. &lt;br /&gt;Heini verklaarde eerst dat hij buiten stond toen hij hoorde dat het slachtoffer in het tankstation werd vermoord. Volgens de verhoorders klopte dat niet dus veranderde Heini zijn verklaring en herinnerde zich plotseling dat het buiten was gebeurd. &lt;br /&gt;Maar ja, daarmee was hij er nog niet, want de verhoorders vroegen toen wat het slachtoffer daar deed. Nou dat wist Heini wel, het slachtoffer liep volgens hem naar haar bromfiets. Maar ook nu zat hij er volgens de verhoorders naast want het slachtoffer was met de auto.&lt;br /&gt;Geen probleem vond Heini en hij verklaarde daarop dat het slachtoffer was vermoord terwijl ze naar haar auto liep. Weer mis, want de verhoorders houden hem voor dat het slachtoffer al in haar auto zat toen zij werd neergestoken. &lt;br /&gt;Natuurlijk, nu herinnerde Heini het zich weer, het slachtoffer was in haar auto doodgestoken. Klopt zei de politie, ronde zaak. &lt;br /&gt;Als de zaak niet zo ernstig was, zou je in lachen uitbarsten. Wat heeft dit met waarheidsvinding te maken?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Eén van veroordeelden is Godfried van Haut. Hij ontkende toen en nu bij hoog en laag iets met de moord te maken te hebben. Maar ook hij werd veroordeeld. Over hem was ook een verklaring afgelegd door een ex-vriendin met wie hij een avondje had zitten doorzakken. In een dronken bui zou hij toen tegen haar verteld hebben dat hij verkering had gehad met Janis Joplin en een keer een moord had gepleegd. Nou dat eerste klopte natuurlijk niet, dat wist de politie ook wel, maar het tweede kwam mooi van pas. Dat was dus een bekentenis en mede daarop werd Godfried veroordeeld.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Degenen die mochten denken dat Warnsveld ergens in een eng ver land ligt hebben het mis. Warnsveld ligt gewoon in Nederland, vlak bij Zutphen en we hebben het over Nederlandse politie, justitie en rechters.</description><link>http://gosewehr.blogspot.com/2009/09/imago-of-waarheid-2.html</link><author>noreply@blogger.com (Waarheidsvinding)</author></item><item><guid isPermaLink="false">tag:blogger.com,1999:blog-5272649381423334521.post-6933732122759180978</guid><pubDate>Wed, 16 Sep 2009 10:57:00 +0000</pubDate><atom:updated>2009-09-16T08:09:19.619-07:00</atom:updated><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">imago</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Marianne Vaatstra</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Sitalsing</category><title>Imago of waarheid? 1.</title><description>Als het goed is zou het bij politie en justitie altijd om waarheidsvinding moeten gaan. Helaas leert de praktijk ons dat scoren ( het eigen imago in stand houden dus) het nogal eens wint van de waarheid. Over dit zaken zullen wij u ook gaan berichten. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style=&quot;font-weight:bold;&quot;&gt;Journalisten als rechercheur.&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In de Volkskrant van 15 september staat een interview van Sara De Sloover en Liza Titawano met Martin Sitalsing, de beoogde nieuwe korpschef van Twente.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Iedere pasbenoemde korpschef heeft natuurlijk nieuwe en verfrissende ideeën want hij wil het beter doen dan zijn voorgangers. Dat geldt ook voor Martin Sitalsing. Hij kondigde al snel na zijn benoeming in een interview in De Telegraaf aan om onderzoeksjournalisten in dienst te nemen, omdat die anders denken dan de meeste politieagenten en buiten de gebaande paden durven te gaan. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In het interview met De Volkskrant herhaalt Sitalsing zijn plannen. In het interview lezen we: &lt;br /&gt;&lt;span style=&quot;font-style:italic;&quot;&gt;“Ik was in Friesland zelf bezig een onderzoeksjournalist aan te nemen. Die denkt buiten de juridische kaders, is gewend veel bronnen te raadplegen en snel informatie te vergaren. En hij kan een strategische analyse op papier zetten. In Enschede zit er ook al een ex-journalist. En Volkskrant-verslaggever Weert Schenk is intussen naar de nationale recherche gegaan.”&lt;/span&gt;&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Over Schenk zegt hij: &lt;span style=&quot;font-style:italic;&quot;&gt;“Hij heeft me een keer gevraagd het dossier van de moord op Marianne Vaatstra te herbekijken. Dat ging toen niet door omdat justitie het niet wilde, maar het toont wel hoe hij is.”&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Iemand met de nodige capaciteiten biedt aan om eens naar een onopgeloste moordzaak te kijken die al jaren Friesland in zijn greep houdt. Een moordzaak waar politie en justitie zich al jaren op stuk bijten. Je zou als buitenstaander dan verwachten dat justitie dit aanbod met beide handen aangrijpt. Dat gebeurt niet. Justitie weigert zijn medewerking, Schenk krijgt het dossier niet te zien.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Waarom is dat? Je zou denken dat justitie alle belang heeft bij de oplossing van een dergelijke gruwelijke moord en dat het niet uitmaakt wie er voor de oplossing zorgt. Dat is verkeerd gedacht. Justitie is als de dood dat een niet-politieman, een journalist nog wel, iets zal vinden waardoor deze zaak alsnog zal worden opgelost. Dat hij misschien fouten in het onderzoek zal ontdekken, dat hij misschien beter werk zal leveren dan politie en justitie. &lt;br /&gt;Nee, het oplossen van een gruwelijke moord is natuurlijk heel mooi, maar dat mag niet ten koste van het eigen imago gaan. Dan liever de zaak niet opgelost.</description><link>http://gosewehr.blogspot.com/2009/09/imago-of-waarheid-1.html</link><author>noreply@blogger.com (Waarheidsvinding)</author></item><item><guid isPermaLink="false">tag:blogger.com,1999:blog-5272649381423334521.post-3856049269373774193</guid><pubDate>Tue, 15 Sep 2009 10:34:00 +0000</pubDate><atom:updated>2009-09-15T07:10:10.027-07:00</atom:updated><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Karel Besselsen</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">moord</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Tilburg</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">vermissing</category><title>5. De vermissing van Karel Besselsen</title><description>&lt;span style=&quot;font-weight:bold;&quot;&gt;Vooraf&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;Bij het schrijven van dit verhaal over de moord op de 39 jarige Karel Besselsen uit Tilburg hebben we gebruik gemaakt van informatie uit de artikelen die in 2005 over deze zaak zijn geschreven door Telegraafverslaggeefster Jolande van der Graaf.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;We hebben op deze pagina al een aantal vermissing beschreven waarin de politie in de fout is gegaan door niet uit te gaan van een misdrijf. Gewoon de feiten negeren en kiezen voor de gemakkelijkste weg lijkt vaak het devies. Relevante informatie van nabestaanden en getuigen wordt genegeerd. Het verhaal over de verdwijning van Karel Besselen lijkt echter het absolute dieptepunt op dit gebied. De ene blunder volgt de ander en de waarheid lijkt geen enkele rol te spelen en vervolgens verschuilt de politie en justitie zich achter allerlei slappe excuses en onwaarheden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style=&quot;font-weight:bold;&quot;&gt;Inleiding&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;Hoewel Karel de jongste van het gezin is en dus werd verwend en mogelijk daardoor een zachtaardig mens is, lijkt hij niet gelukkig te zijn. De oorzaak daarvan is dat Karel homoseksueel is en met die geaardheid zelf veel problemen heeft, hij vindt het lastig dit te accepteren. Pas al hij twintig is durft hij hiermee naar buiten te komen. Daardoor kan Karel zijn draai in het leven niet vinden, relaties houden geen stand, werk heeft hij niet en leeft hij van een uitkering. Karel raakt op een gegeven moment aan de drank en aan de drugs en regelmatig klopt hij daarom bij zijn ouders voor hulp aan.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style=&quot;font-weight:bold;&quot;&gt;De vermissing&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;Op donderdag 31 mei 2001 ziet zijn familie hem voor het laatst. Karel bezoekt die dag zijn moeder die jarig is. ’s Middags om een uur of half drie gaat hij naar huis en belooft om later die dag nog een keer terug te komen om zijn moeder een cadeautje te brengen, want dat is hij vergeten te kopen. Karel komt zijn belofte echter niet na.&lt;br /&gt;Op zondag 3 juni komt vriend Jan bij de ouders van Karel om te vertellen dat hij Karel sinds 1 juni niet meer heeft gezien. Twee zussen van Karel vertrouwen het zaakje niet en gaan direct naar de woning van hun broer om te kijken wat er aan de hand is. Als zij in de woning van Karel komen schrikken zij zich een ongeluk.  Het licht in de woning brandt, de televisie staat nog aan, overal in de woonkamer liggen kleren en de twee hondjes van Karel lopen jankend rond. Verder zien zij dat de portemonnee, de bankpas en het paspoort van Karel op tafel liggen. Karel is dus kennelijk plotseling uit de woning verdwenen. Je hoeft geen groot speurder te zijn om te beseffen dat er hier vermoedelijk sprake is van een misdrijf. De gedachten dat er iets niet klopt hebben de beide zussen ook en nog diezelfde dag nog gaan zij naar het politiebureau in Tilburg en vertellen daar het verhaal over de verdwijning van hun broer. &lt;br /&gt;Wie nu denkt dat de politie onmiddellijk in actie komt, heeft het mis. De politie reageert zoals men vaker in vermissingzaken tegenkomt. In plaats van direct een onderzoek in de woning van Karel in te stellen, concludeert de politie zonder enig onderzoek te doen, dat Karel er wel enkele dagen tussenuit zal zijn gegaan. Hij zal wel weer terugkomen, is de mening van de politie en men beperkt zich tot het noteren van wat gegevens.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar Karel komt niet terug. Na twee dagen komt de wijkagent samen met een collega een kijkje nemen in de woning van Karel. Deze wijkagent heeft kennelijk meer interesse dan zijn collega´s want hij heeft wel direct in de gaten dat er iets niet deugt en hij zegt dat er naar deze zaak gekeken moet worden. Maar dat is werk voor de recherche.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tijdens het bezoek aan de woning van Karel zien de zussen en de politieagenten dat er twee handafdrukken op een ruitje van de buitendeur van de woning staan. Zij vertellen later dat het leek of iemand zich met zijn handen tegen de deur had gesteund en dat is opvallend, zeker in deze situatie. De wijkagent vindt dat kennelijk ook en hij waarschuwt direct de technische recherche om een sporenonderzoek in de woning te doen. &lt;br /&gt;De technische recherche komt echter pas 3 dagen later en al die tijd is de woning onbeheerd. Als de technische recherche komt, blijken de handafdrukken ondertussen van de ruit te zijn verdwenen, iemand heeft kennelijk de ruit schoongemaakt na het bezoek van de wijkagent en de beide zussen van Karel. De technische rechercheurs kijken nog wat rond in de woning en nemen een haarborstel van Karel en wat gebruikte wattenstaafjes mee, kennelijk in een poging om DNA van Karel veilig te stellen. Van een uitgebreid sporenonderzoek, dat je toch zou mogen verwachten in een dergelijke situatie, is geen sprake.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Voor de familie Besselsen breekt daarna een tijd van martelende onzekerheid aan. Vier maanden lang houden zij om beurten Karels huis in de gaten, in de hoop dat hij toch nog thuis zal komen. Omdat de politie geen oproep in de media wil doen, looft vader Besselsen eigenhandig een beloning van 10.000 gulden uit. Stapels pamfletten met foto&#39;s van Karel en een telefoonnummer van de politie worden door de familieleden verspreid. Karels broer en zussen lopen stad en land af om buren en bekenden van hun vermiste broer te spreken. Alles en iedereen is in de weer om Karel op te sporen. Behalve de politie, die vindt de zaak kennelijk niet de moeite te waard.&lt;br /&gt;Deze acties van de familie levert een aantal getuigen op die vertellen dat Karel regelmatig problemen had met een Marokkaanse buurman.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style=&quot;font-weight:bold;&quot;&gt;De Marokkaanse buurman&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;Deze buurman zou Karel het leven zuur maken omdat hij homo was, zegt de ene getuige. Het zuur maken bestond uit het regelmatig mishandelen van Karel. Een andere getuige zegt dat Karel door zijn druggebruik in financiële problemen zat en daardoor door kennissen van deze Marokkaan was geronseld om te helpen in de drugshandel. En dat niet meer zou willen en daarom klappen kreeg van deze Marokkaan. Weer andere getuigen melden dat zij in die tijd twee mannen, mogelijk afkomstig uit het Middellandse zeegebied, een blanke man in een plantsoen tegenover de woning van Karel hebben zien afranselen. Één van de getuigen vertelt hierover zo gedetailleerd dat hij een keer als verdachte wordt gehoord. &lt;br /&gt;Deze getuigen hebben zich bij de politie gemeld, het enige dat de Tilburgse recherche doet met hun verklaringen is het doen van een summier onderzoek in de woonomgeving van Karel. Daarbij praten zij onder meer met de Marokkaanse buurman en daar blijft het bij.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De Bredase officier van justitie mr. B. Zonneveld schrijft later in een brief aan de familie: &lt;span style=&quot;font-style:italic;&quot;&gt;“De getuigen hebben echter over verschillende tijdstippen en in verschillende bewoordingen verklaard, zodat de waarnemingen onvoldoende informatie boden.”&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;Dit is een fout die wel vaker voorkomt bij politie en justitie. Volgens hen dienen getuigen allemaal hetzelfde te vertellen want anders zijn ze niet betrouwbaar. Het tegendeel is echter waar, het is juist verdacht als getuigen precies hetzelfde vertellen, want mensen hebben normaliter niet dezelfde waarneming van een gebeurtenis. &lt;br /&gt;Rechercheurs leren dit tijdens hun opleiding op de rechercheschool. Tijdens één van de lessen komt er iemand de klas binnen, zegt of doet iets, en gaat weer weg. Een tijdje later worden hierover allerlei vragen gesteld aan de aanwezige cursisten. De praktijk leert dat iedereen zijn eigen lezing van het gebeuren heeft. Een prima les die de meeste rechercheur in de praktijk echter vaak vergeten.&lt;br /&gt;Officier van justitie Zonneveld schrijft ook dat de politie in 2002 van getuigen heeft gehoord dat Karel bang was voor zijn Marokkaanse buurman, maar dat Karel nooit aangifte had gedaan en dus heeft men daar nooit onderzoek naar gedaan. Terwijl men op dat niveau behoort te weten dat veel geweldsslachtoffers, uit angst voor meer geweld, geen aangifte durven te doen. Dus dat het geen aangifte doen van Karel inhoudelijk niets zegt. Maar politie en justitie gebruiken nu eenmaal elk excuus om niets te hoeven doen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style=&quot;font-weight:bold;&quot;&gt;De rol van vriend Jan&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;De politie besteedt wel enige aandacht aan het verhaal van de Marokkaan, maar heeft kennelijk niet in de gaten dat vriend Jan zich vreemd gedraagt. Jan is een wat oudere marktkoopman, die Karel soms op de markt helpt. Probleem is wel dat deze Jan getrouwd is en zijn vrouw natuurlijk niets van de verhouding mag weten.&lt;br /&gt;Vriend Jan vertelt dat hij op vrijdag 1 juni ’s morgens vroeg bij Karel op bezoek is gegaan om te vragen of hij mee gaat naar de markt. Jan heeft een sleutel van de woning van Karel en kon dus zo naar binnen lopen. Hij zegt later dat hij Karel nog in bed aantrof en dat die geen zin heeft met hem naar de markt te gaan. Jan zegt dat hij daarop alleen is weggegaan. &lt;br /&gt;Jan zegt later dat hij de volgende dagen nog een paar keer naar de woning van Karel is gegaan maar dat hij hem steeds niet thuis trof. Heel vreemd is wel dat Jan ook vertelt dat hij tijdens de afwezigheid van Karel het hele huis heeft opgeruimd en het bed heeft verschoond.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Deze gegevens op zich hadden de wenkbrauwen al moeten laten fronsen bij de politie. Je hoeft niet erg slim te zijn om te bedenken dat het vreemd is dat vriend Jan eerst zijn mond heeft gehouden over de verdwijning van Karel, maar ondertussen wel schoonmaakwerkzaamheden in de woning verrichtte en het bed had verschoond. Dat wekt op zijn minst de indruk dat Jan bezig was sporen van een misdrijf te verwijderen en dat betekent dat hij meer van de verdwijning van Karel moet weten.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar er komt nog mee bij. Kort na de vermissing horen twee zussen van twee buurjongens dat ze in de vroege ochtend van vrijdag 1 juni gestommel en gegil vanuit de woning van Karel hebben gehoord. Andere buren bevestigen de verklaring van de buurjongens. Dat is dus op de ochtend dat vriend Jan volgens zijn eigen verklaring in de woning van Karel was om hem op te halen voor de markt. Nu zal de politie toch wel actie ondernemen, zou je denken. Nou mooi niet. De politie doet niets met deze informatie. Het standpunt van politie en justitie blijft, zonder dat men een behoorlijk onderzoek heeft gedaan, dat er geen bewijs is dat er sprake is van een misdrijf.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style=&quot;font-weight:bold;&quot;&gt;Een lijk wordt gevonden&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;Meer dan een half jaar na de verdwijning van Karel wordt in Raamsdonksveer door een jager het lichaam van een man gevonden. De familie denkt onmiddellijk aan Karel en vraagt de politie middels DNA onderzoek na te gaan of het soms het lichaam van Karel is. Politie en justitie weigeren daar echter hun medewerking aan te verlenen en het lichaam wordt zonder dat de identiteit bekend is geworden, in opdracht van justitie gecremeerd en de as op een veldje verstrooid. Later zegt justitie dat het lichaam per abuis is gecremeerd door een misverstand met de gemeente Geertruidenberg waaronder Raamsdonksveer valt. Eigenlijk had het lichaam begraven moeten worden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Begin 2005 wordt de zaak opnieuw in de publiciteit gebracht via het tv-programma Tros Vermist en dan komt er eindelijk wat beweging in de zaak. Na deze uitzending besluit justitie onder druk van de media alsnog de achtergehouden resten van het gevonden lichaam, een nekwervel en een tand, te vergelijken met het DNA van Karel Besselsen. De uitkomst is schokkend. Het gevonden lichaam blijkt inderdaad Karel Besselsen te zijn. De familie blijkt 3 jaar op zoek te zijn geweest naar iemand die in opdracht van justitie al was gecremeerd.&lt;br /&gt;Als de familie op het punt staat de door justitie achtergehouden lichaamsdelen te laten bijzetten in een graf blijkt dat justitie weer heeft gelogen. Plotseling blijkt dat er destijds ook botten uit Karels arm en been, een kaak, een heupbeen en wat haar bewaard waren. Een onaangename verrassing voor de familie en de begrafenisondernemer.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style=&quot;font-weight:bold;&quot;&gt;De politie in actie&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;Uiteindelijk gaat de politie Tilburg in de loop van 2005 alsnog onderzoek doen naar de dood van Karel. Allereerst richt zij haar pijlen op de Marokkaanse buurman, maar er wordt geen bewijs gevonden dat hij iets met de dood van Karel te maken heeft.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Daarna richt het onderzoek zich op de meest voor de hand liggen persoon, namelijk vriend Jan. Dat onderzoek heeft snel resultaat, Jan legt namelijk een gedeeltelijke bekentenis af. Hij verklaart dat hij op de dag van de verdwijning met Karel naar het kanaal bij Raamsdonksveer te zijn gegaan om daar te zwemmen. Na de zwempartij zouden ze samen een patatje zijn gaan eten en daarbij zou Karel gestikt zijn in een frietje. Jan zegt toen zou in paniek te zijn geraakt dat hij Karels lichaam ter plaatse heeft begraven onder zand en bladeren.&lt;br /&gt;Een onzin verhaal. Op de dag van de verdwijning van Karel was volgens het KNMI de maximum temperatuur 17 á 18 graden, niet echt weer om eens lekker in een kanaal te gaan zwemmen. De plaats waar ze volgens Jan gezwommen zouden hebben is bovendien niet direct een plaats die de meeste mensen zouden kiezen om te gaan zwemmen. Wel is het een plaats waar je makkelijk met de auto kunt komen en dat is gemakkelijk als je een lijk wil verbergen. Waarom zou Karel trouwens zijn geld, sleutels en papieren thuis laten als hij een dagje gaat zwemmen? En: Waarom heeft Jan na de dood van Karel diens woning schoongemaakt en zijn bed verschoond?&lt;br /&gt;Alles wijst er volgens ons op dat  Karel in zijn woning om het leven is gebracht en dat zijn  lichaam daarna is weggebracht naar Raamsdonksveer.  Maar het bewijs daarvoor kan niet (meer) worden geleverd, omdat de politie de woning nooit serieus heeft onderzocht.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ook het verhaal over het overlijden zelf lijkt onzin maar ook hier valt het tegendeel niet (meer) te bewijzen. Toen het lichaam van Karel werd gevonden, was het al in een dermate staat van ontbinding dat de patholoog niet meer met zekerheid kon zeggen wat de doodsoorzaak was. Blijft als misdrijf over het wegmaken van een lijk, een feit waar maximaal één jaar gevangenisstraf op staat.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;span style=&quot;font-weight:bold;&quot;&gt;De rol van politie en justitie&lt;/span&gt;&lt;br /&gt;Uit het bovenstaande is duidelijk dat ook in deze zaak politie en justitie door niet te reageren op een verdachte vermissing achteraf moet goedpraten waarom er niets is gebeurd. Hierboven worden daar al een aantal voorbeelden van gegeven. Er is nog een voorbeeld. De officier schrijft in een brief dat de technische recherche een week na de vermissing niet alleen Karels DNA heeft verzameld, maar zijn huis ook met luminol op bloedsporen heeft doorzocht en daarbij geen bloedsporen hebben aangetroffen. Later bleek dat dit een leugen was, de politie heeft nooit de woning van Karel met luminol op bloedsporen onderzocht. Dat hadden ze natuurlijk wel moeten doen, maar daar kwamen ze veel te laat achter. Aangezien fouten erkennen geen sterk punt is bij politie en justitie, verzint de officier van justitie alsnog het luminalonderzoek.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het is ook vreemd dat deze officier van justitie de vermissing van Karel tot tweemaal toe een onvrijwillige verdwijning noemt. Een onvrijwillige verdwijning is als iemand tegen zijn wil wordt meegenomen en dat noemen we in Nederland wederrechtelijke vrijheidsberoving. Op dit feit staat een lange gevangenisstraf, juist een reden om wel onderzoek te doen. Maar in feite is deze zaak nooit goed onderzocht.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ook het feit dat vriend Jan ervan afkomt met een aanklacht wegens het illegaal wegmaken van een lijk, lijkt te gek voor woorden. Iemand die eerst aan de familie een verhaal heeft verteld over een vermissing en dan dat zijn vriend gestikt zou zijn in een frietje tijdens het zwemmen, kun je in een goed verhoor zo in het nauw brengen dat hij, indien hij het misdrijf heeft gepleegd, wel met de waarheid voor de dag moet komen. Wie gaat het huis van iemand waarvan je weet dat hij niet meer terugkomt nog schoon maken en het bed verschonen en vingerafdrukken op een deur verwijderen? Wie gaat op die plaats zwemmen waar het lichaam van Karel werd gevonden? &lt;br /&gt;Het lijkt er op dat politie en justitie hem hiermee hebben laten wegkomen omdat deze instanties anders te veel uit te leggen hebben. Namelijk, waarom zij zelf niet eerder en beter onderzoek hebben gedaan.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Geen wonder dat de nabestaanden van Karel Besselsen geen enkel vertrouwen meer in politie en justitie hebben.</description><link>http://gosewehr.blogspot.com/2009/09/5-de-vermissing-van-karel-besselsen.html</link><author>noreply@blogger.com (Waarheidsvinding)</author></item><item><guid isPermaLink="false">tag:blogger.com,1999:blog-5272649381423334521.post-7009889410709747271</guid><pubDate>Mon, 14 Sep 2009 07:58:00 +0000</pubDate><atom:updated>2009-09-14T08:05:57.377-07:00</atom:updated><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Danny</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Koenders</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">moord</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Reggie</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">videoband</category><title>Update (2)  moordzaak Reggie Koenders</title><description>We schreven al eerder over het kort geding dat advocaat Knoester heeft aangespannen tegen het openbaar ministerie. Dat kort geding heeft uiteindelijk toch succes gehad. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Jarenlang kreeg advocaat Knoester horen dat een videoband met beelden van de moord op Reggie Koenders de daarvan gemaakte kopiën verdwenen waren. De kopiën zijn nog steeds weg maar de videoband is nu plotseling opgedoken ergens in een kast in een TBS inrichting waar Danny van den H. in behandeling is geweest .&lt;br /&gt;Het gaat daarbij om de beelden van een bewakingscamera van een tankstation dat vlakbij de plek van de in april 2000 gepleegde moord staat. Het beeldmateriaal kan heel belangrijk worden voor Danny want mogelijk kan door deze beelden worden aangetoond dat hij destijds niet de schutter was en dus onschuldig veroordeeld is. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Advocaat Knoester wil de beelden in ieder geval gebruiken om een digitale reconstructie van de moord te laten maken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ook hier geldt dus dat de aanhouder wint. &lt;br /&gt;We vragen ons trouwens wel af wat die videoband in een TBS kliniek deed. Deze videoband had toch niets met de behandeling van Danny te maken? Dergelijke zaken horen bij justitie te liggen en niet rond te zwerven.&lt;br /&gt;Het wordt daarom hoogtijd dat er duidelijke richtlijnen komen over het bewaren van dossiers en bewijsmateriaal, ook na de veroordeling van een verdachte. De laatste jaren is er toch voldoende aangetoond dat een veroordeling lang niet altijd inhoudt dat de zaak ook echt is opgelost.&lt;br /&gt;Een onderzoek naar mogelijke gerechtelijke dwalingen wordt nu vaak ernstig bemoeilijkt door het verdwijnen van stukken en bewijsmateriaal en dat is een slechte zaak.</description><link>http://gosewehr.blogspot.com/2009/09/update-moord-op-reggie-koenders-2.html</link><author>noreply@blogger.com (Waarheidsvinding)</author></item><item><guid isPermaLink="false">tag:blogger.com,1999:blog-5272649381423334521.post-2510372380922383188</guid><pubDate>Thu, 03 Sep 2009 11:49:00 +0000</pubDate><atom:updated>2009-09-15T07:09:39.923-07:00</atom:updated><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">herziening</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Jessica</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Theo Tetteroo</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">valse aangifte</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">zeden</category><title>De zaak Theo Tetteroo</title><description>Op &lt;em&gt;24 maart 1999 &lt;/em&gt;wordt in de politieadministratie melding gemaakt van het feit dat Jessica Tetteroo wordt mishandeld door haar opa en seksueel misbruikt door haar vader Theo en broer Johan. De melding is gedaan aan een wijkagent door een vriendin van Jessica. &lt;br /&gt;Kort daarna schrijft Jessica zelf een briefje aan deze wijkagent waarin zij dit bevestigt en vertelt dat haar opa, oma en broer hier niet achter mogen komen. Jessica woont op dat moment met haar broer Johan bij haar opa en oma, want vader is internationaal vrachtwagenchauffeur en dus veel van huis en moeder zit in een tbs-inrichting vanwege het doden van één van haar kinderen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op &lt;em&gt;31 mei &lt;/em&gt;schrijft Jessica opnieuw een brief aan deze wijkagent en meldt dat haar broer en haar vader hetzelfde bij haar doen. Wat ze doen schrijft ze echter niet.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op &lt;em&gt;23 juni&lt;/em&gt;, drie maanden na de eerste melding, vindt er een eerste gesprek plaats tussen Jessica en zedenrechercheur Monique van Poppel van de Regiopolitie Rotterdam Rijnmond. Jessica vertelt dan dat haar broer haar vrijwel elke dag lastig valt en daarna het gebruikte condoom weg gooit.&lt;br /&gt;De politie gaat daarna naar de woning waar Jessica woont en wil de vuilcontainers onderzoeken, maar die blijken al geleegd te zijn. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Monique van Poppel maakt een nieuwe afspraak met Jessica op &lt;em&gt;28 juni&lt;/em&gt;, omdat Jessica dan sportdag heeft en het daardoor niet zal opvallen dat ze niet op school is. Ze wil niet dat haar opa (oma is kort daarvoor overleden) en vader (die daarna bij haar opa is gaan inwonen) er achter zullen komen dat zij met de politie heeft gesproken. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op die dag, &lt;em&gt;28 juni&lt;/em&gt;, verklaart Jessica dat het sinds &lt;em&gt;23 juni &lt;/em&gt;weer is gebeurd, zonder dat zij er bij zegt wat er dan precies gebeurd is. Met wie en waar het gebeurd is wordt niet vermeld in het dossier. Ook staat nergens in het dossier dat de politie n.a.v. dit gegeven onderzoek op de plek waar het gebeurd zou zijn. Later blijkt dat dat onderzoek er kennelijk wel geweest is maar dat er niets belastends is gevonden. Jessica wordt vervolgens onder toezicht gesteld en wordt geplaatst in een pleeggezin. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Onderzoek door gynaecoloog&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;De politie meldt dat er op &lt;em&gt;30 juni 1999 &lt;/em&gt;een onderzoek zal plaatsvinden door een gynaecoloog en dat er daarbij een zedenkit zal worden afgenomen. Een zedenkit is bedoeld om te kijken of men na een verkrachting sperma dan wel verwondingen kan aantreffen die als ondersteunend bewijs in een rechtszaak kunnen worden gebruikt. Tijdens het onderzoek door de gynaecoloog blijkt Jessica nog maagd te zijn en wordt het de zedenkit niet afgenomen omdat het Jessica te veel pijn doet en omdat men het maagdenvlies zou moeten doorbreken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Jessica heeft daarvoor al verklaard dat haar broer en vader haar sinds haar negende (ze is dan 16) jaar respectievelijk 2x en 1x per week hebben misbruikt. Ook heeft Jessica inmiddels aangegeven dat opa haar seksueel heeft misbruikt, maar dat ze tegen hem -vanwege zijn leeftijd - geen aanklacht wil indienen. Jessica heeft zolgens haar zeggen dus al zeven jaar minimaal drie keer per week seksuele gemeenschap gehad en is desondanks nog steeds maagd. Einde onderzoek zou je dan denken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hoe anders is de werkelijkheid. &lt;br /&gt;De politie gaat rustig door met deze zaak. En wel heel rustig. &lt;br /&gt;Pas in &lt;em&gt;april 2000 &lt;/em&gt;is er een verklaring van Jessica waaruit blijkt dat het misbruik tussen &lt;em&gt;23 en 28 juni 1999 &lt;/em&gt;door haar vader is gepleegd en wel in zijn woning. Later blijkt Jessica op &lt;em&gt;28 juni &lt;/em&gt;de sleutel van haar vaders huis te hebben meegenomen en dat de dag erna door haar vader een mobiele telefoon in zijn huis werd gevonden, waarmee voor het laatst was gebeld met de plaatselijke politie. Kennelijk is de politie toen in die woning geweest om te zoeken naar bewijsmateriaal (condoom, sperma in laken, bijvoorbeeld). Er zal niets zijn aangetroffen, want deze actie en het resultaat ervan worden nergens in het dossier vermeld. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op &lt;em&gt;2 november 1999 &lt;/em&gt;vindt de officier van justitie dat er onvoldoende materiaal is om er een zaak van te maken, Jessica zal een meer gedetailleerde verklaring moeten afleggen. Jessica stelt een gesprek met de politie een aantal malen uit en pas op &lt;em&gt;21 december &lt;/em&gt;legt Jessica een tweede verklaring af. Monique van Poppel meldt dan dat ze nu op zoek zal gaan naar steunverklaringen, m.a.w. verklaringen van getuigen probeert te vinden die het verhaal van Jessica ondersteunen. Hier begint men pas op &lt;em&gt;30 maart 2000 &lt;/em&gt;mee. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De getuigen die worden gehoord, kunnen niets verklaren wat als bewijs gebruikt kan worden. Opvallend is dat de vriendin die als eerste aangifte deed ook wordt gehoord en dat vermeld wordt dat dit op deze vriendins woonadres is gebeurd. Zij verbleef op dat moment echter in een justitiële jeugdinrichting vanwege het feit dat zij als aanstichtster werd gezien van een vorm van zinloos geweld met dodelijke afloop op het station van Vlaardingen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Vervolgens duurt het nog tot &lt;em&gt;28 augustus &lt;/em&gt;totdat eerst Johan en daarna op &lt;em&gt;1 september&lt;/em&gt; vader Theo worden opgepakt. Beiden ontkennen in eerste instantie, maar bekennen de tweede dag. Voor de politie een goede zaak,want met bekennende verdachten is hun zaak veel sterker geworden. De zaak wordt voorgebracht en Theo en Johan worden beiden veroordeeld. Johan voor het misbruik van Jessica. Theo voor het misbruik van jessica EN Johan. Johan heeft namelijk inmiddels aangifte van seksueel misbruik tegen zijn vader gedaan en Theo heeft ook dat tijdesn een politieverhoor bekent. Einde verhaal zou je denken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar vreemd is dat nadat Theo bij de politie heeft bekend, hij het misbruik daarna altijd weer heeft ontkend. Theo behoort tot het type mensen die gemakkelijk te beïnvloeden zijn. In Theo&#39;s woorden: &lt;em&gt;&quot;Als iemand zegt dat een deur rood is en ik zeg dat die deur wit is en die ander zegt dat de deur toch rood is, dan zeg ik ook dat die deur rood is.&quot;&lt;/em&gt; &lt;br /&gt;De politie haalde de volgende trucs uit:&lt;br /&gt;1. ze zeiden dat hij naar huis mocht als hij zou bekennen &lt;br /&gt;2. ze zeiden dat hij minder straf zou krijgen als hij zou bekennen (valse beloftes zijn niet toegstaan tijdens een verhoor)&lt;br /&gt;3. ze deden een beroep op het feit dat hij een goede vader voor zijn kinderen wilde zijn. Daarom vroegen ze hem of zijn kinderen leugenaars waren. Dat ontkende Theo. Dus, zo zeiden de verhoorders, spreken ze de waarheid als ze zeggen dat jij hen hebt misbruikt. En toen kon Theo niets anders uitbrengen dan dat dit wel zo zou moeten zijn.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Johan heeft inmiddels bij een notaris laten vastleggen dat hij, ondanks zijn bekentenis bij de politie, nooit zijn zus heeft misbruikt en dat hij ook nooit door zijn vader is misbruikt. Dit laatste had hij gezegd omdat tijdens een therapie een behandelaar hem vroeg of hijzelf ook seksueel misbruikt was en dat dit zou verklaren waarom hij dat ook had gedaan. Inien hij dit zou toegeven dan zou dat zijn kans op genezing verbeteren. Johan heeft toen een tijdje geloofd dat hij inderdaad misbruikt was (over beïnvloedbaarheid gesproken!), totdat hij in een therapie kwam voor slachtoffers van seksueel geweld en hij daarin niets herkende dat op hem sloeg.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Toen Theo en Johan werden verhoord, werd Jessica uitgenodigd door de ovj om haar bij te praten wat er nu allemaal stond te gebeuren. Tijdens dat gesprek zei Jessica dat opa de grootste beest van allemaal was, ook op seksueel gebied. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Opa is daarop begin 2000 aangehouden en verhoord. Maar opa is absoluut niet beïnvloedbaar en ontkende alles consequent. Sterker nog, hij meldde dat hij na een operatie aan zijn rug al 25 jaar impotent was. Uit het dossier wordt niet duidelijk of de politie dit ook onderzocht heeft, maar de zaak tegen opa (het grootste beest volgens Jessica) werd vervolgens geseponeerd.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Onze conclusie was, nadat we de zaak op verzoek van Theo&#39;s advocaat hadden onderzocht, dat er sprake moet zijn van een valse aangifte, een zeer slecht politieonderzoek en valse bekentenissen. Kortom absoluut onvoldoende om iemand op te veroordelen. &lt;br /&gt;Zoals al beschreven, is dit wel gebeurd. Theo kreeg als straf ook tbs met dwangverpleging, en omdat hij ontkende betekende dit dat hij nooit weer vrij zou komen. Iemand kan men pas genezen verklaren indien hij het slechte van zijn daad heeft ingezien. en dat is per definitie onmogelijk indien je het misdrijf ontkent te hebben gepleegd. Inmiddels is Theo op vrij voeten omdat de tbs-inrichting waar Theo verbleef ook overtuigd was van zijn onschuld en hem daaarom genezen verklaarde.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De advocaat van Theo, mr. W. van Zundert uit Rotterdam, heeft onlangs voor de derde keer gepoogd een herziening van het vonnis voor Theo te krijgen. Dat moet gebeuren bij de Hoge Raad en dan brengt een A.G. (de officier van justitie voor dit soort zaken) advies uit. Deze man maakt het wel heel bont en geeft er blijk van geen enkele kennis van zedenzaken te hebben.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ten eerste stelt hij dat het feit dat Jessica niet zelf als eerste aangifte heeft gedaan, maar een vriendin van haar, typerend is voor de waarheidsgehalte van de zaak, terwijl iedere beginnend zedenrechercheur zelfs weet dat het tegendeel het geval is. Juist bij valse aangiften vindt het eerste contact met de politie meestal plaats via een derde.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In de tweede plaats haalt deze AG alle oude koeien, zoals die in de vorige pogingen tot een herziening al zijn aangevoerd en weerlegd, uit de sloot. Zoals het feit dat Theo destijds niet in hoger beroep is gegaan. De AG legt dit uit als een daad van acceptatie door Theo en die volgens hem daarmee indirect toegeeft het misdrijf te hebben gepleegd. Al tweemaal is uitgelegd dat Theo niet in hoger beroep is gegaan omdat zijn advocaat hem destijds dit adviseerde en niet omdat hij schuldig was.Theo, beïnvloedbaar als hij is, heeft dat advies blindelings gevolgd en dat wordt nu tegen hem gebruikt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ten derde haalt de AG een rapport van de Werkgroep Gerede Twijfel aan. Daarin stelt de schrijver (een ex-rechter die uit zijn functie is gezet wegens het bezit van kinderporno) van dat rapport dat hij met een deskundige heeft gesproken (welke dat is wordt niet duidelijk gemaakt) die beweert dat een intact maagdenvlies niet in alle gevallen bewijst dat er geen geslachtsgemeenschap heeft plaats gevonden. Soms ligt het maagdenvlies zover achterover dat er geen doorboring plaatsvindt. Maar bij Jessica werd het gynaecologisch onderzoek gestopt omdat het maagdenvlies in de weg zat. Dus zou er bij haar zeker sprake van doorboring en niet meer aanwezig zijn van het maagdenvlies sprake moeten zijn geweest.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Al met al ziet het er dus niet positief uit voor Theo. Hoewel inhoudelijk gezien er geen enkel reden is om aan te nemen dat Theo wel schuldig is, worden juridische regels toegepast opdat men niet hoeft toe te geven dat een rechter een fout kan maken. Triest maar waar.&lt;br /&gt;De AG is er dus niet voor om herziening van het vonnis aan te vragen.</description><link>http://gosewehr.blogspot.com/2009/09/de-zaak-theo-tetteroo.html</link><author>noreply@blogger.com (Waarheidsvinding)</author></item><item><guid isPermaLink="false">tag:blogger.com,1999:blog-5272649381423334521.post-2762252903338515869</guid><pubDate>Thu, 03 Sep 2009 07:38:00 +0000</pubDate><atom:updated>2009-09-03T04:48:25.518-07:00</atom:updated><title>Klokkenluiden bij de politie</title><description>&lt;strong&gt;Slachtoffer van je eigen onthulling&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Artikel uit Crimelink nummer 1 van 2008.&lt;br /&gt;Auteur: Joost van der Wegen is journalist en schrijft over criminaliteit in Metro, Panorama en Crimelink. &lt;br /&gt;Daarnaast heeft hij een eigen weblog getiteld &lt;em&gt;www.politiespotter.blogspot.com &lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hij karakteriseert zichzelf als een beminnelijke man die mensen graag in hun waarde laat. Maar je moet geen onzin aan hem verkopen, want dan wordt hij tegendraads. Dat laatste is precies wat de aan de Rijksuniversiteit Groningen verbonden criminoloog Harrie Timmerman overkwam, in de jaren dat hij als gedragskundige voor het Groningse Cold Case Team werkte. Eind jaren negentig kreeg de onkreukbare politiemedewerker nog complimenten voor zijn verhooradvies dat mede leidde tot het oplossen van de moorden op Anne de Ruyter de Wildt (1997) en Annet van Reen (1994). Kort daarna legden Timmermans aanwijzingen gewicht in de schaal in het verhoren van de Groningse seriemoordenaar Willem van E., die bekende drie prostituees om het leven te hebben gebracht. Timmerman leverde een bijdrage aan de zaak door speciaal samengestelde verhoorkoppels op de seriemoordenaar af te sturen die hem zijn bekentenis ontfutselden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tien jaar na aanvang van zijn verbintenis met de Groningse politie staat Timmerman vooral bekend als de klokkenluider die de tekortkomingen van het NFI en justitie in ‘de zaak-Nienke’ over het voetlicht bracht. Hij deed dit via een uitzending van Netwerk over het falen van politie en justitie in wat inmiddels de Schiedammer parkmoord is gaan heten. Het Groningse cold case-team kreeg in deze zaak informatie in handen, waaruit bleek dat belangrijk bewijsmateriaal door justitie en het NFI aan de rechter was onthouden, waardoor de verkeerde verdachte werd veroordeeld.&lt;br /&gt;De uitzending heeft verregaande consequenties voor politie en justitie, maar ook voor Timmerman zelf. Nadat hij samen met collega Dick Gosewehr naar de pers is gestapt, zit een nieuwe detachering bij het Groningse korps er voor hem niet in. Noodgedwongen gaat hij met pensioen, ook vanwege een slechte gezondheid die er door de druk van het klokkenluiderschap niet op vooruit is gegaan.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Gewetensnood&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;In december van het afgelopen jaar brengt Timmerman het boek&lt;br /&gt;‘&lt;em&gt;Tegendraads’&lt;/em&gt; uit (Rozenberg Publishers, 2007) over zijn ervaringen bij de politie. Daarin beschrijft hij niet alleen zijn klokkenluiderschap in de Schiedammer parkmoord, maar ook in detail de misstanden die hij in zijn periode bij de Groningse politie ontdekte. En hoe hij zich langzaam maar zeker gedwongen voelde om over de misstanden waar hij bij politie en justitie op stuitte, naar buiten te treden. Timmerman legt Crimelink uit hoe het proces verliep. &lt;em&gt;‘Ik ontdekte dat bepaalde dossiers niet, of niet goed, in behandeling werden genomen of onder de hoede van incapabele leidinggevenden terecht kwamen. Naar aanleiding daarvan sprak ik mijn meerderen hierop aan. Zij waren er in beginsel ontvankelijk voor, maar aan mijn klachten werd uiteindelijk toch niets gedaan. In het geval van de Schiedammer parkmoord bleek het intern niet mogelijk om de misstanden bij het NFI en justitie aan te kaarten. Toen ik ernstig in gewetensnood kwam, heb ik daarom de pers opgezocht.’&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Timmerman omzeilde met zijn kritiek de korpsleiding. Die verwijt hem dat nog steeds. De verklaring van de klokkenluider: &lt;em&gt;‘Ik had mijn bezwaren liever op een andere manier geuit, maar verder met je commentaar dan de chef van de divisie ga je bij de politie nu eenmaal niet. Kritiek leveren wordt in die cultuur toch al snel gezien als matennaaierij. Het maakt niet uit op wie je kritiek hebt, men vindt al snel dat je je collega’s afvalt. Ik had niet de illusie dat dit bij de korpschef anders zou zijn.’&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Naar aanleiding van het boek van Timmerman brengt de Groningse politie tussen Kerst en Oud &amp; Nieuw een persbericht uit, waarin het korps ingaat op de inhoud van het boek, maar ook meldt het bij dat bericht te houden. Timmerman verwijt men ‘halve en hele onwaarheden’ te verkondigen in zijn boek met als titel&lt;em&gt;‘Tegendraads’&lt;/em&gt;. Dat ongenoegen over de boodschapper van de kritiek wordt vergezeld van informatie over de verbetertrajecten van het korps in Groningen, waar de staatssecretaris vorige maand nog een gloednieuw cellencomplex opende, met enkele state of the art verhoorkamers met opnameapparatuur.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Doorbraak&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;De ervaringen van Harrie Timmerman staan niet op zichzelf. Al eerder kwamen politiemensen die in het openbaar kritiek op hun korps uitten, daar niet zonder kleurscheren vanaf. In 1995 was er de affaire van de Rotterdamse rechercheur Bert Santema. Santema is in dat jaar belast met het speurwerk naar de moordenaars van de&lt;br /&gt;56-jarige taxichauffeur George Frensdorff. Nadat het rechercheteam is ontbonden, ontdekt hij dat een bewakingsvideo niet goed genoeg is onderzocht. Als hij in het programma van Peter R. De Vries wil optreden met de videoband om een doorbraak te bewerkstellingen, wordt hem dit door de korpsleiding verboden. Santema verschijnt&lt;br /&gt;toch bij De Vries, waarna de korpsleiding hem schorst en later ontslaat voor het negeren van een dienstbevel. Het tonen van de videoband in de uitzending leidt tot de oplossing van de zaak en aanhouding van de daders. Twee 17-jarige jongens bekennen de moord aan een inderhaast opnieuw geformeerd politieteam. ‘Door de politieleiding is hij hiervoor “onderscheiden” met ontslag’,&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Criminoloog Lissenberg:&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt; ‘&lt;em&gt;Waarom de kroongetuige wel belonen, en de klokkenluider niet?’ Zo werkt goed burgerschap in Nederland, voor een rechtgeaarde Groningse criminoloog.’&lt;/em&gt; &lt;br /&gt;Met deze woorden opende Prof. Dr. Elisabeth Lissenberg op 15 februari in de Oude Lutherse Kerk in Amsterdam haar afscheidscollege met als titel ‘Klokkenluiders&lt;br /&gt;en verklikkers’. In dit college vroeg de hoogleraar criminologie zich af waarom de Nederlandse staat klokkenluiders ‘toch zo slecht beschermt’. Zij deed dit aan de hand van de casus van de Groningse politieklokkenluider Harrie Timmerman. ‘Hij hield er onder meer een hoge bloeddruk en een pensioenbreuk aan over.’&lt;br /&gt;Lissenberg constateert dat het klokkenluiden in ons land al snel als verraad wordt gezien, in een cultuur waarin zaken onder ons worden geregeld en gehouden. ‘In de Verenigde Staten worden klokkenluiders al tientallen jaren als helden gezien.’ Via&lt;br /&gt;de ambtenarenwet maakt de Nederlandse staat het melden van misstanden niet gemakkelijk, stelde de hoogleraar: ‘De landelijke klokkenluiderregeling lijkt meer opgesteld om de overheid tegen de melder te beschermen, dan om ambtenaren in staat te&lt;br /&gt;stellen om misstanden naar buiten te brengen. Zoals het nu geregeld is, kijkt de klokkenluider wel uit. Hij wordt het slachtoffer van zijn eigen onthulling.’ Lissenberg vraagt zich af waarom kroongetuigen in strafzaken wel in aanmerking komen voor een beloning door strafvermindering, terwijl klokkenluiders ‘met lege handen’ achterblijven.&lt;br /&gt;Voordat zij met eervol ontslag ging bij de Universiteit van Amsterdam, pleitte Lissenberg nog voor een loket voor de ondersteuning voor melders van misstanden in ons land. De minister van Binnenlandse Zaken bekijkt momenteel de mogelijkheden voor een ‘advies en verwijspunt’ voor klokkenluiders. In het voorjaar van 2008 komt ze ook met een evaluatie van de bestaande klokkenluidersregelingen van de overheid.</description><link>http://gosewehr.blogspot.com/2009/09/k-l-o-kk-e-n-l-u-i-d-e-n-b-i-j-d-e-p-o.html</link><author>noreply@blogger.com (Waarheidsvinding)</author></item><item><guid isPermaLink="false">tag:blogger.com,1999:blog-5272649381423334521.post-7285995004670878688</guid><pubDate>Fri, 28 Aug 2009 19:27:00 +0000</pubDate><atom:updated>2009-08-29T10:32:31.582-07:00</atom:updated><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Rotterdam</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">vermissing</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Wim Quak</category><title>Verdwijning Wim Quak toch een misdrijf</title><description>We schreven er al eerder over, de verdwijning van scheepskok Wim Quak. Meer dan 18 jaar werden de feiten door politie en justitie genegeerd en weigerde men een onderzoek in te stellen naar zijn verdwijning op 21 juni 1991 aan boord van het containerschip Nedlloyd Neerlandia. Hij had zelfmoord gepleegd of was overboord gevallen, verkondigde politie en justitie steeds hoewel men nooit enig onderzoek had gedaan en de feiten in een heel andere richting wezen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Na uitgebreide publicaties in De Telegraaf en een officiële aangifte door advocaat Knoester bleek dat standpunt van justitie niet meer langer haalbaar. Afgelopen woensdag kregen Anneke Quak, haar dochter Floor en hun raadsman Job Knoester in een persoonlijk gesprek van justitie Rotterdam te horen dat men de verdwijning van Wim Quak nu als een vermoedelijk misdrijf beschouwt. Justitie deelde mede dat het onderzoek was toebedeeld aan het Cold Case Team van de politie Rotterdam-Rijnmond en dat men daar de zaak serieus zou gaan onderzoeken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hoewel de weg nog lang is en de uitkomst van het onderzoek onzeker, is het gewijzigde standpunt van justitie een enorme steun in de rug van Anneke en haar dochter. Eindelijk krijgen zij de erkenning die zij al jaren geleden hadden moeten hebben. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Jammer dat justitie vaak pas wil luisteren als de media er aan te pas komen. maar ja, beter laat dan nooit zullen we maar zeggen. Wij zullen de zaak in ieder geval kritisch blijven volgen.</description><link>http://gosewehr.blogspot.com/2009/08/verdwijning-wim-qak-toch-een-misdrijf.html</link><author>noreply@blogger.com (Waarheidsvinding)</author></item><item><guid isPermaLink="false">tag:blogger.com,1999:blog-5272649381423334521.post-8405004968390886796</guid><pubDate>Thu, 27 Aug 2009 14:45:00 +0000</pubDate><atom:updated>2009-10-10T04:02:25.970-07:00</atom:updated><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Maria van der Zande</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">moord</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Putten</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">vermissing</category><title>4. De vermissing van Maria van der Zande</title><description>Gisteren, donderdag 26 augustus 2009, heeft de officier van justitie in Zutphen, een gevangenisstraf van 15 jaar geëist tegen Ronald P., de vermoedelijke moordenaar van Christel Ambrosius, een moord die bij het grote publiek beter bekend is onder de naam de Puttense Moordzaak. Maar is deze naam wel terecht of is er mogelijk sprake van twee Puttense moordzaken? We nemen u daarvoor mee terug naar het jaar 1994.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;De moord op Christel Ambrosius&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Op zondag 9 januari 1994 wordt rond zes uur ’s avonds in de woning van haar oma aan de Driewegenweg te Putten het lichaam gevonden van de 23-jarige Christel Ambrosius. Christel is verkracht, gewurgd en haar keel is doorgesneden. &lt;br /&gt;Christel was die middag sportief gekleed op haar mountainbike van haar ouderlijk huis naar de woning van haar oma gereden, een ritje van enkele minuten. Zij was van plan om bij oma een kopje thee te drinken maar haar oma bleek niet thuis te zijn. &lt;br /&gt;Wat er daarna is gebeurd weten we niet precies, maar de reservesleutel van de woning van oma, die in het schuurtje naast de woning hing, is gebruikt om in de woning te komen. Of Christel zelf die sleutel heeft gepakt of dat haar moordenaar dat heeft gedaan, is tot op heden niet duidelijk geworden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een dergelijke gruwelijke moord zet natuurlijk een klein dorp als Putten op zijn kop. We mogen aannemen dat dit ook voor het plaatselijke politiekorps geldt, er komt een groot rechercheteam het plaatselijke korps versterken en er is maandenlang heel veel aandacht van de media. In februari 1994 leidt het onderzoek tot de aanhouding van 4 verdachten waaronder de inmiddels bekende Herman dus Bois en Wilco Viets. Hoewel er geen enkele bewijs tegen de beide mannen is, beschouwt de politie met deze aanhoudingen de zaak als opgelost. Dat de politie met de aanhouding van de beide mannen een enorme blunder begaat, zal pas vele jaren later blijken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;De verdwijning van Maria van der Zande&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Maar dan gebeurt er iets dat de politie aan het denken had moeten zetten.&lt;br /&gt;Op zaterdag 6 augustus 1994 vertrekt de 22-jarige Maria van der Zande op haar sportfiets vanaf de ouderlijke woning aan de Burgemeester Roosmale Nepveulaan te Putten om een stukje te gaan fietsen. Maria zou de maandag daarop voor een vakantiereis naar Spanje vertrekken en wil nog even een lekker ritje in de omgeving maken. Ze is van plan wat langer weg te blijven en neemt daarom een lunchpakket mee.&lt;br /&gt;Maria komt echter niet meer van haar fietstocht terug. Haar ouders gaan aan het rondbellen maar als niemand hun dochter heeft gezien, bellen ze de politie. Die reageert zoals de politie vaak in dit soort situaties reageert, de ouders moeten de volgende dag maar weer bellen als hun dochter dan nog niet terug is. De volgende morgen bellen de ouders opnieuw de politie en dan komen er twee agenten die het verhaal van de ouders aanhoren. De politie start vervolgens weliswaar een onderzoek maar dat is helemaal gericht op het weglopen van Maria of op zelfmoord. Iedere tip over een mogelijke verblijfplaats van Maria, zinnig of onzinnig, wordt nagelopen maar daar blijft het bij. Alles wordt vastgelegd in mutaties en verder gebeurt er niets. Van een gestructureerd onderzoek is geen sprake. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;We hebben al eerder geschreven dat in geval van een verdwijning er eigenlijk maar 3 scenario’s mogelijk zijn:&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;Betrokkene is vrijwillig weggegaan&lt;br /&gt;Betrokkene heeft zelfmoord gepleegd&lt;br /&gt;Betrokkene is slachtoffer van een misdrijf geworden.&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In dit geval is er geen enkele aanleiding om te denken aan zelfmoord of weglopen. Alles wijst er op dat Maria van der Zande slachtoffer van een misdrijf is geworden, dus vermoord is. Toch gaat de politie niet van een misdrijf uit.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Natuurlijk zijn er mensen in Putten die hun verstand wel gebruiken en die direct aan de moord op Christel Ambrosius moeten denken als zij van de verdwijning van Maria horen. En dat is heel logisch want er zijn nogal wat overeenkomsten:&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;Beide zaken speelde zich af in het weekend&lt;br /&gt;Beide vrouwen zijn ongeveer even oud&lt;br /&gt;Het betreft in beide gevallen een jonge vrouw die op een sportfiets rijdt&lt;br /&gt;De signalementen van beide vrouwen komen overeen&lt;br /&gt;De afstand tussen de Driewegenweg, waar de woning van de oma van Christel stond, en de woning van de ouders van Maria bedraagt slechts enkele honderden meters.&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Putten is bepaald geen wereldstad en moorden en verdwijningen zijn daar niet aan de orde van de dag. Toch reageert de politie heel lauw. Men laat de media weten dat men geen verband ziet tussen beide zaken. &lt;br /&gt;De politie kan ook moeilijk iets anders zeggen, want men heeft al enkele maanden twee mannen vastzitten voor de moord op Christel Ambrosius. Toegeven dat er wel mogelijk een verband tussen beide zaken is, betekent tegelijk toegeven dat je de verkeerde mannen hebt aangehouden en dat doet men niet graag bij de politie. &lt;br /&gt;De zaak Maria van der Zande verdwijnt vervolgens in het vergeetboek en de beide aangehouden mannen, Herman dus Bois en Wilco Viets, worden in januari 1995 veroordeeld voor de moord op Christel Ambrosius.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Inmiddels weten we zeker dat de politie destijds de verkeerde mannen heeft aangehouden, Herman en Wilco zijn inmiddels vrijgesproken en er is nu een nieuwe verdachte voor de rechter gebracht wiens DNA wel overeenkomt met de aangetroffen spermasporen op en in Christel Ambrosius. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Er zijn veel overeenkomsten tussen beide zaken, zodat het waarschijnlijk is dat één persoon verantwoordelijk is voor de moord op Christel Ambrosius en de moord op Maria van der Zande.&lt;br /&gt;Dat het onderzoek naar de moordenaar(s) van Christel Ambrosius van dramatische kwaliteit was, daar zijn alle deskundigen het inmiddels wel over eens. Dat dit slechte onderzoek enorme gevolgen heeft gehad voor de beide ten onrechte veroordeelde mannen, dat is ook wel duidelijk. &lt;br /&gt;Maar het is niet onlogisch om te denken dat er nog een ander ongewild gevolg is,   Maria van der Zande zou mogelijk nog in leven zijn indien de politie na de moord op Christel zijn werk behoorlijk had gedaan en de echte dader had aangehouden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;We zijn 15 jaar verder en niemand heeft het meer over Maria van der Zande. We spreken nog steeds over De Puttense moordzaak. De ouders van Maria blijven echter nog steeds met veel vragen zitten en dat is heel triest. Ook zij hebben recht op de waarheid. Slecht politiewerk kan grote gevolgen hebben.</description><link>http://gosewehr.blogspot.com/2009/08/dubbele-moord-in-putten.html</link><author>noreply@blogger.com (Waarheidsvinding)</author></item><item><guid isPermaLink="false">tag:blogger.com,1999:blog-5272649381423334521.post-94684693158560191</guid><pubDate>Thu, 20 Aug 2009 12:09:00 +0000</pubDate><atom:updated>2009-09-17T23:56:05.627-07:00</atom:updated><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Andrea Luten</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">moord</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Ruinen</category><title>De moord op Andrea Luten</title><description>Op dinsdag 11 mei 1993 werd in de bossen vlak bij het Drentse dorp Ruinen het dode lichaam gevonden van de 15 jarige Andrea Luten. Andrea woonde in Ruinen en was de dochter van een plaatselijke caféhouder en zijn vrouw. Ze was populair bij de jongens en vele jongens kwamen alleen al om die reden in het café van haar ouders. Andrea was gek op dieren, paardrijden was haar grote passie.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Toen het lichaam van Adrea tijdens een zoekactie door haar vader en een vriend van hem werd gevonden, lag zij op haar rug in het bos met een gedeelte van haar fiets over haar heen. Ze bleek te zijn gewurgd. Er waren geen sporen van seksueel misbruik maar wel stond de ritssluiting van haar spijkerbroek open, terwijl de sluiting van de broek nog dicht was. Het leek er op dat iemand aanstalten had gemaakt haar broek los te maken maar zover was het kennelijk niet gekomen. &lt;br /&gt;Uit de sporen rond het lichaam leidde de politie af dat de dader op haar had gezeten toen hij haar wurgde.&lt;br /&gt;Op het lichaam werden enkele haren aangetroffen die niet van Andrea afkomstig bleken te zijn. Daaronder was een schaamhaar en die was afkomstig van een onbekende man. Gezien de plaats waar de haren zijn aangetroffen, mogen we er van uit gaan dat ze van de dader zijn. Aan de hand van de haren werd jaren later een DNA profiel vastgesteld van degene die de haren had achtergelaten.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Er werden door de politie geen sleepsporen aangetroffen in de buurt van de plaats van aantreffen van het lichaam van Andrea en de politie ging er daarom van uit Andrea vrijwillig met de dader was meegelopen. De dader moest daarom volgens hen een bekende van Andrea zijn. Deze mening werd door de ouders van Andrea gedeeld.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Naar onze mening was dat een voorbarige conclusie. Aan het ontbreken van sleepsporen kun je niet afleiden dat Andrea vrijwillig is meegelopen, je kunt hooguit zeggen dat ze niet door de dader is gesleept. Andrea kan best door de dader bedreigd zijn en om die reden met hem zijn meegelopen. Van een bankbediende die onder bedreiging van een pistool de inhoud van de kas aan een overvaller afgeeft, zeg je ook niet dat hij het geld vrijwillig heeft afgestaan.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Toen het lichaam van Andrea werd gevonden werd zij al bijna een dag vermist. &lt;br /&gt;Op maandag 10 mei was zij naar school in Hoogeveen geweest. Voor het eerst sinds enkele weken was zij die dag weer op de fiets gegaan. Voor die tijd was zij vanwege een blessure enkele weken met de bus gegaan en de week voor de moord was zij vrij van school geweest. Haar lessen hadden die maandag tot 4 uur geduurd en getuigen hadden haar daarna via de Gijsselterweg in de richting van Ruinen zien fietsen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Er werd door de politie een aantal mensen gehoord die op de bewuste maandagmiddag omstreeks half vijf in de omgeving van de plaats van aantreffen een jongen en een meisje op het fietspad hadden zien staan. De verklaringen van deze mensen liepen nogal uiteen, er waren er bij die zeker wisten dat het meisje dat zij gezien hadden Andrea was geweest, anderen wisten dat niet zo zeker. Er waren mensen die verklaarden dat de jongen en het meisje hadden staan zoenen, anderen zeiden dat ze ruzie hadden gehad. Ook over het vervoermiddel van de jongen waren de getuigen het niet met elkaar eens. Er werd gesproken over een fiets en over een bromfiets en van die bromfiets werden vervolgens weer verschillende beschrijvingen gegeven.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;De compositietekening&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Eén getuige beschreef de jongen die hij bij het meisje op het fietspad had zien staan als een jongen van 16 a 17 jaar oud, ongeveer net zo lang als Andrea (1.82 m), brildragend en kort stekelig blond haar. De politie vond het opgegeven signalement zo gedetailleerd dat er aan de hand van de verklaring van deze getuige een compositie tekening werd gemaakt die vervolgens via de media werd verspreid.&lt;br /&gt;Aan de hand van de compositietekening zijn verschillende personen aangehouden maar zij bleken allen niets met de moord te maken te hebben. Het team werd ontbonden en de zaak ging op de plank. Nieuwe informatie werd uiteraard wel onderzocht maar van een structureel onderzoek was geen sprake meer.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Cold Case onderzoek&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;In het jaar 2000 gaf de leiding van de politie Drenthe twee ervaren rechercheurs opdracht nog eens naar de zaak te kijken om te zien of er nog zogenaamde &quot;open eindjes&quot; waren te vinden. &lt;br /&gt;Het onderzoek duurde bijna 2 jaar en die tijd kwam er een nieuwe verdachte in beeld. Deze verdachte, Richard K. , zou volgens een getuige zelfs de moord op Andrea hebben bekend. Hoewel veel er op wees dat de politie nu de goede verdachte te pakken had, bleek het DNA van de gevonden haren niet van hem afkomstig te zijn. Hij werd toch voor de rechter gebracht maar de rechtbank in Assen sprak hem vrij. De zaak ging opnieuw op de plank.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;DNA Onderzoek 2005&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;In  2005 werd besloten een laatste poging te doen de moordenaar van Andrea Luten te vinden. Omdat het onderzoek al twee maal was gedaan door politiemensen uit Drenthe besloot men nu, met als doel objectiviteit van het team dat het onderzoek moest doen, het team samen te stellen uit rechercheurs uit Groningen en Friesland. Het onderzoek behelsde voornamelijk een groot DNA onderzoek waarbij ongeveer 300 mannen werd gevraagd op basis van vrijwilligheid hun DNA af te staan. Ook dit onderzoek bracht geen oplossing&lt;br /&gt;Op maandag 5 september 2005 bracht het Openbaar Ministerie een persbericht uit waarin werd medegedeeld dat de driehoek van de Regiopolitie Drenthe had besloten om na afronding te stoppen met verder onderzoek. De reden hiervoor was dat het er niet naar uitzag dat verdergaand onderzoek op deze wijze (grootschalig DNA-onderzoek) bijdroeg aan de oplossing van de zaak. Het dossier ging nu echt op de plank want er waren volgens de politie en justitie Drenthe geen losse eindjes meer. Met andere woorden er viel niets meer te onderzoek. Maar was dat ook zo?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;De vergeten getuige&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;We schreven al over de compositietekening van de jongen met de bril en het stekelige haar die kort na de moord door politie was vrijgegeven maar die niet tot de oplossing in deze zaak had geleid. Naar aanleiding van deze tekening hadden zich verschillende getuigen gemeld die dachten de jongen te herkennen. Er was zelfs iemand door de politie aangehouden geweest aan de hand van die getuigen verklaringen. Maar had de politie wel alle getuigen serieus genomen?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Nadat de compositietekening van de onbekende man met bril in de media was verschenen, meldde een nieuwe getuige zich bij de politie. Hij had niets te vertellen over de dag van de moord zelf maar wel over de periode ervoor. &lt;br /&gt;De getuige vertelde dat hij in de weken voor de moord regelmatig een jongen op een bromfiets had gezien die stopte bij de splitsing Domeinweg/Gijsselterweg. Deze splitsing ligt pal op Andrea’s fietsroute, amper vierhonderd meter verwijderd van de vijfsprong waar zij op de dag van de moord door de andere acht getuigen werd gezien en is tevens in de nabijheid van de plek van het misdrijf. De getuige vertelde dat hij gezien had dat de jongen zijn helm afdeed en kennelijk op iemand wachtte. Die persoon kwam kennelijk niet want de getuige had nooit een tweede persoon bij de jongen gezien.&lt;br /&gt;Volgens de getuige leek de jongen sprekend op de jongen die op de compositietekening stond. Daarnaast wist deze getuige veel te vertellen over de bromfiets waarop de onbekende jongen reed. Het was volgens hem een blauwwitte of witblauwe Honda MT 5 die een hoge tank had zoals bij de Dakar uitvoering. Een opvallende bromfiets dus. Getuige kende de jongen op de bromfiets verder niet.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De politie heeft het verhaal van deze getuige aangehoord, niet alleen in 1992, maar ook in 2000 tijdens het Cold Case onderzoek. Men vond het verhaal echter niet de moeite waard om de verklaring van de getuige op papier te zetten. Het argument daarvoor was dat Andrea Luten in de weken voor de moord niet op de fiets naar school was geweest, dus kon deze jongen nooit op haar gewacht hebben. Iedere bekende van Andrea wist volgens de politie wel dat zij met de bus ging en zou daar dus niet op haar staan wachten. Deze onbekende jongen op de bromfiets kon volgens de politie dus niets met de moord op Andrea Luten te maken hebben. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wij denken daar anders over. Er is een scenario mogelijk waar deze onbekende jongen wel in past. Stel dat de jongen Andrea helemaal niet goed kende maar haar wel een mooie meid vond. Het kan zijn dat één van de weinige dingen die hij van haar wist was dat zij altijd met de fiets over deze splitsing kwam. Juist omdat hij verder niets of weinig van haar wist moest hij dus wel steeds opnieuw bij die splitsing terugkomen totdat hij haar een keer zou treffen. &lt;br /&gt;Op de eerste de beste dag dat Andrea weer met de fiets naar school ging, zou zij deze jongen ontmoet kunnen hebben en deze ontmoeting kan zijn geëindigd met de dood van Andrea.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Of het ook werkelijk zo is gegaan, weten we natuurlijk niet. We zijn geen helderzienden en hebben geen glazen bol. Het is echter wel een  scenario dat onderzocht had moeten worden en dat is niet gebeurd. &lt;br /&gt;Natuurlijk zijn we nu 16 jaar na de moord op Andrea Luten en dat is heel lang. Maar het signalement dat van de jongen en zijn bromfiets bekend is maakt het niet onmogelijk hem alsnog te vinden. Een simpel verhoor gevolgd door een DNA onderzoek kan dan voldoende zijn om te weten of hij wel of niet iets met de moord op Andrea Luten te maken heeft.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Inmiddels is via de Telegraaf en via RTV Drenthe gevraagd of er mensen zijn die op dit verhaal aanslaan. Zowel bij de Telegraaf, RTV Drenthe en bij politie en justitie zijn tips binnengekomen die de moeite waard worden gevonden. Misschien krijgen we toch een beetje gelijk.</description><link>http://gosewehr.blogspot.com/2009/08/de-moord-op-andrea-luten.html</link><author>noreply@blogger.com (Waarheidsvinding)</author></item><item><guid isPermaLink="false">tag:blogger.com,1999:blog-5272649381423334521.post-1724935687403746130</guid><pubDate>Thu, 20 Aug 2009 10:47:00 +0000</pubDate><atom:updated>2009-08-20T06:45:17.167-07:00</atom:updated><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Danny</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">kortgeding</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Reggie Koenders</category><title>Update moordzaak Reggie Koenders</title><description>Op donderdag 20 augustus 2009 diende bij de rechtbank Den Haag het kort geding dat advocaat Knoester had aangespannen tegen de Nederlandse Staat vanwege de weigering van politie en justitie om aangetroffen hulzen en videobeelden van de moord op Reggie Koenders in Eindhoven voor onderzoek af te staan.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ten aanzien van de 3 aangetroffen hulzen bleek justitie op zijn schreden te zijn teruggekeerd. Deze zijn afgestaan aan de raadsman van de voor de moord veroordeelde Danny van den H. De hulzen zijn nu voor DNA onderzoek naar Independent Forensic Services in Hulshorst, het bedrijf van ex-NFI medewerkers Selma en Richard Eikelenboom. Een dergelijk onderzoek was door het NFI destijds niet gedaan.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tijdens de zitting deelde de raadsman mede dat hij een reconstructie van de schietpartij laat uitvoeren, waaruit moet blijken dat de veroordeelde verdachte Danny van den H. destijds te klein van postuur was om de moord gepleegd te kunnen hebben.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ten aanzien van de videobeelden gaf de landsadvocaat tijdens de zitting aan dat die al jaren zoek zijn zodat de beelden niet afgegeven kunnen worden. Wij melden al eerder de de videobeelden destijds overgezet zijn op DVD en dat er ook fotoafdrukken van zijn gemaakt. Waar zijn de DVD en de fotoafdrukken dan gebleven?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Advocaat Knoester eiste verder de politiejournaals op en de aantekeningen van de rechercheurs die het onderzoek destijds hebben gedaan, alsmede het strafdossier van de moord die enkele dagen later in de aula werd gepleegd waar Reggie Koenders lag opgebaard. De broer van het slachtoffer stak daarbij een man dood die volgens hem schuldig was aan de moord op Reggie Koenders.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De rechtbank bepaalde direct dat justitie nog een laatste poging moet doen om het videomateriaal in hun digitale bestanden terug te vinden of anders moeten uitleggen hoe het materiaal zomaar weg kan zijn. Over de andere verzoeken volgt de uitspraak vermoedelijk over 2 weken.</description><link>http://gosewehr.blogspot.com/2009/08/update-moordzaak-reggie-koenders-rs.html</link><author>noreply@blogger.com (Waarheidsvinding)</author></item><item><guid isPermaLink="false">tag:blogger.com,1999:blog-5272649381423334521.post-1790305817478889731</guid><pubDate>Wed, 19 Aug 2009 11:04:00 +0000</pubDate><atom:updated>2009-09-15T07:08:20.721-07:00</atom:updated><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Danny</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Eindhoven</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">moord</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Reggie Koenders</category><title>De moord op Reggie Koenders</title><description>Zaterdag 1 april 2000 ’s middags om ongeveer half drie vond er op de Dr. Cuyperslaan in de Eindhovense wijk Woensel West een schietpartij plaats. Een blauwe Fiat Croma met 3 inzittenden stopte voor het rode verkeerslicht en achter de auto stopte een man op een bromfiets. De bromfietser trok direct een vuurwapen en schoot driemaal gericht op een achterpassagier in de Fiat. Twee kogels raakten de man in de rug en de derde raakte hem in het achterhoofd. Het slachtoffer overleed ter plaatse. De bromfietser ging er direct na de schietpartij met grote snelheid vandoor. Het slachtoffer was de 35 jarige Reggie Koenders. Een in Eindhoven wonende Surinaamse Nederlander, niet helemaal onbekend in het criminele circuit.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De manier waarop de schutter te werk was gegaan, deed denken aan een professional; een geoefende schutter die met veel overleg en zeer koelbloedig zijn opdracht uitvoerde. Want dat het hier om een uitgevoerde opdracht ging, is zeer waarschijnlijk. Door een getuige werd bijvoorbeeld verklaard dat de Fiat Croma voor de schietpartij al enige tijd gevolgd werd door de schutter. &lt;br /&gt;Dat bleek ook de mening te zijn van Huub Schalken, de korpschef van de politieregio Brabant Zuidoost. Hij verklaarde kort na de moord op Reginald Koenders dat alles wees op een professionele huurmoordenaar, omdat de wijze waarop de moord was gepleegd, twee schoten in de rug gevolgd door een genadeschot in het hoofd, een bijzondere technische vaardigheid vereiste.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;De getuigen&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Er werden na de schietpartij door de politie zeven personen als getuige gehoord die verklaarden de schietpartij te hebben gezien. Van die zeven getuigen waren er drie die zeiden dat de schutter het vuurwapen in de rechterhand hield tijdens het schieten. De andere vier getuigen verklaarden echter dat de dader het vuurwapen in de linkerhand had tijdens het schieten.&lt;br /&gt;Van de meeste van deze getuigen moet je je afvragen of zij niet behoorden tot de categorie “klapgetuigen” , het vaakst voorkomende soort getuigen bij aanrijdingen. De getuige hoort een klap, kijkt in de richting van waar het geluid komt en vervolgens denkt hij of zij de aanrijding te hebben zien gebeuren. Met andere woorden de getuige reconstrueert in gedachten, aan de hand van de situatie hoe de aanrijding moet zijn gebeurd, en verklaart vervolgens daarover alsof hij of zij het daadwerkelijk zo heeft zien gebeuren. Mensen doen dat niet bewust maar zo werken de hersenen van de mens nu eenmaal. Hier leek het er op dat bij enkele getuigen zich hetzelfde had voorgedaan, ze hoorden enkele luide knallen, ze keken in de richting van de plek waar het geluid vandaan kwam en ze dachten vervolgens te weten wat er was gebeurd.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Enkele getuigen vormden hierop een uitzondering. Hun aandacht richtte zich al op de bromfietser voordat deze aanstalten maakte om op de auto te gaan schieten. Zij bleken in staat te zijn ook de volgorde der gebeurtenissen weer te geven. Een van hen zegt zelfs expliciet dat de dader het wapen met de rechterhand uit zijn kleding pakte en dit overgaf in de linkerhand en vervolgens met de linkerhand schoot. Deze getuigen waren zeer gedetailleerd over hetgeen de dader deed en beiden spraken over een linkshandige schutter.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Niet alleen over de schiethand spraken de getuigen elkaar tegen. Ook over de door de schutter gedragen helm en de kleding waren de getuigen het niet met elkaar eens. Van de elf getuigen zeiden er vijf dat de schutter een zwarte of donkere helm droeg. De overige noemden een andere kleur zoals, blauw, geel, beige of wit.&lt;br /&gt;Als kleur van de jas werden een beige/bruine ¾ jas, soort goretex jas met heldere kleuren, bordeauxrode ¾ jas, opvallende jas met felle lichte kleuren, oranje/blauw jack, blauwe jas met zwarte en gele strepen, fel gekleurde jas met ingestikte vakken, kleuren zwart, rood en wit genoemd.&lt;br /&gt;Ook over het type en kleur van de bromfiets waren er verschillende verklaringen.  Er worden twee merken genoemd, Yamaha Aerox en Honda XBR en ook over de kleuren dachten niet alle getuigen hetzelfde. Slechts over de hoofdkleur geel waren de meesten het wel eens. Kortom de getuigen gedroegen zich zoals in een dergelijk situatie gebruikelijk is, ze spraken elkaar op allerlei details tegen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het was daardoor vrijwel onmogelijk om met zekerheid iets te zeggen over de schutter, zijn schiethouding, de kleur van zijn helm, de bromfiets en zijn kleding. Toch kwam de politie op een gegeven moment tot een signalement van de dader. Hij had volgens hen een zwarte helm en ¾ jas met fel gekleurde vakken gedragen en reed op een gele Yamaha Aerox met grijze kappen. Over het mogelijk linkshandig zijn van de dader werd nergens meer gesproken. Dat paste kennelijk niet bij de later aangehouden verdachte want die was rechtshandig.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;De verdachte&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;De politie wist dus weinig van de dader maar toch hield ze op 8 mei 2000 een verdachte aan, tot verrassing van velen geen keiharde door de wol geverfde crimineel maar de toen nog maar 16 jarige Danny van de H. Hoe kwam de politie aan die verdachte?&lt;br /&gt;In het dossier staat dat dit bij toeval was gebeurd. Je moet wel veel fantasie hebben om dat te geloven. Een bij het onderzoek betrokken politieman was op zoek naar een 36 jarige kleurling, een drugsgebruiker, met de voornaam Danny.  Deze Danny zou iets weten van de bedreiging van een vrouw met de achternaam Van Raay door het slachtoffer. Bij het zoeken in het dagrapport kwam de betrokken politieman wel de naam Van Raay tegen, maar dit was niet de naam van een vrouw maar de naam van een 16 jarige jongen genaamd Piet van Raay. Uit het dagrapport bleek dat deze jongen op 26 maart 2000 met een vuurwapen was bedreigd door ene Danny v.d. H, een 16 jarige jongen die in het bezit was van een Yamaha Aerox in de kleuren geel/zwart/grijs. Kennelijk had de politie deze bedreiging in eerste instantie niet zo serieus genomen want er was door de politie geen proces-verbaal van opgemaakt, men had volstaan met een melding in het dagrapport.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De politie vond de bedreiging van Piet van Raay nu ineens wel van belang, want op 28 april 2000 maakte de politie alsnog proces-verbaal op. Piet van Raay werd alsnog als getuige gehoord. Inmiddels is het dan bijna een maand na deze bedreiging en de moord op Regie Koenders en dat maakte de betrouwbaarheid van zijn verklaring er niet groter op. Er bestond daardoor een gevaar dat de verklaring van Piet van Raay gedeeltelijk werd gekleurd door de zaken die zich na 26 maart hadden afgespeeld.&lt;br /&gt;De politie hoorde ook een vriend van Piet van Raay als getuige en deze bevestigde het verhaal over de bedreiging. Of er bij de bedreiging gebruik was gemaakt van een echt vuurwapen is maar de vraag want de vriend van Piet van Raay dacht dat het om een nepwapen ging. De politie ging er echter van uit dat het wel een echt vuurwapen was geweest waarmee Danny v.d. H. had gedreigd, kennelijk omdat dit beter in hun scenario paste.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De politie trof vervolgens bij toeval op een politiebureau in Gelderop een Yamaha Aerox aan die voldeed aan het signalement van de bromfiets dat de politie voor ogen had. De bromfiets bleek te zijn gestolen maar de verzekering stond op naam van Danny van de H. De bestuurder van de bromfiets bleek bij een aanrijding betrokken te geweest waarbij behoorlijk hoofdletsel had opgelopen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Vervolgens kleurde de politie het plaatje nog een meer in. Allerlei onbewezen beschuldigingen werden als feiten in het proces-verbaal opgevoerd. Danny zou enkele malen met een vuurwapen hebben lopen zwaaien maar er was nooit vastgesteld of het daarbij om echte vuurwapens ging. Danny zelf ontkende later dat hij ooit een echt vuurwapen had gehad.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wel kun je zeggen dat Danny niet bepaald een lieverdje was, maar dat was de vraag niet, de vraag was of hij Reggie Koenders had vermoord.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Het motief&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;De politie dacht het motief te weten waarom Danny de moord had gepleegd. De politie had ontdekt dat het slachtoffer de moeder van Danny, die bij een escortbureau werkte, een keer had mishandeld, waarbij zij blijvend letsel aan een oor had opgelopen. De politie vermoedde dat Danny dat wist en dat hij uit wraak Reggie Koenders had vermoord. Nu was het ineens geen professionele liquidatie meer maar een wraakactie van een 16 jarige jongen van wie nooit is komen vast te staan dat hij  een geoefend schutter was. Maar de officier van justitie vond het, net als de politie,  ruim voldoende en gaf toestemming tot de aanhouding van Danny van den H.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Danny werd wekenlang, uren achter elkaar door de politie verhoord maar hij bleef ontkennen iets met de moord te maken te hebben. Wel vertelde hij steeds wisselende verhalen waarvan een aantal duidelijk waren gelogen. Nu zegt hij daarover dat hij dat heeft gedaan omdat de politie maar bleef doorzeuren en hij geen idee had wat er werkelijk was gebeurd. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Er meldden zich bij de politie enkele bekenden van Danny, jongelui die tot hetzelfde milieu als Danny behoorden en die verklaarden dat Danny tegenover hen de moord op Reggie Koenders had bekend. Over de tijdstippen waarop die bekentenissen waren gedaan spreken twee getuigen elkaar echter tegen en details wisten zij niet te melden. Danny geeft toe destijds uit stoerheid wel eens gezegd te hebben dat hij de moord heeft gepleegd. Een vorm van stoerheid die in zijn milieu niet vreemd was. Daderkennis bevatten de verhalen van Danny in ieder geval niet.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Moord in aula&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Er is nog iets heel opmerkelijks. Toen het lichaam van het slachtoffer Koenders lag opgebaard in de aula van het crematorium werd één van de bezoekers doodgestoken door een broer van het slachtoffer omdat deze dacht dat deze bezoeker met de moord op zijn broer te maken. In het dossier van Danny van den H. is daar verder niets over te lezen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Veroordeling&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Hoewel er geen enkel technisch bewijs was tegen Danny werd hij uiteindelijk door het Gerechtshof Den Bosch veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 jaar en TBS met dwangverpleging. Om tot een veroordeling te kunnen komen pasten de rechters dezelfde methode toe als de politie. Uit de getuigenverklaringen werden die signalementskenmerken gehaald die pasten bij het signalement van Danny. Zaken die niet klopten werden gewoon weggelaten. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een raadsheer van het Hof, die de zaak overigens zelf niet had behandeld, legde één van de schrijvers later uit dat zij dit  “cherry picking” noemden. Rechters pakken die punten uit een dossier die passen bij het idee dat ze hebben over de dader en ze zetten die punten vervolgens achter elkaar. Punten die niet kloppen worden gewoon weggelaten uit het vonnis. Plakken en knippen noemen wij dat bij ons thuis en dat heeft volgens ons niets met rechtspraak te maken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;De huidige stand van zaken&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Al enkele jaren houdt  advocaat Job Knoester zich met deze zaak bezig. Om te kunnen bepalen of een verzoek tot herziening bij de Hoge Raad kansen biedt heeft hij de nodige zaken bij politie en justitie opgevraagd. Zoals we ook zagen bij de De Puttense Moordzaak, De Schiedammer Parkmoord en de zaak Ina Post wordt hij daarbij voortdurend tegengewerkt door politie en justitie. Kennelijk hebben deze instanties ook in deze zaak geen belang bij het vinden van de waarheid. We zullen een aantal voorbeelden van deze tegenwerking geven.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Videobeelden&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Van de schietpartij zijn beelden die destijds toevallig werden vastgelegd door de beveiligingscamera’s van een nabijgelegen benzinestation. De videobeelden zijn destijds bekeken door een politieman en die verklaarde in zijn proces-verbaal dat er nauwelijks iets van de schutter te zien was. De beelden leverden volgens hem dus geen aanvullend bewijs op tegen Danny. Alleen de tijdstippen waarop alles zich afspeelde, zijn daardoor wel bekend geworden maar leverden verder geen bewijs op. De videobeelden zijn destijds door de KLPD technisch verbeterd en gekopieerd naar een DVD. Van die beelden zijn vervolgens afdrukken gemaakt. &lt;br /&gt;Advocaat Knoester probeert al langere tijd de beschikking te krijgen over deze beelden, want mogelijk zijn er zaken op te zien die voor zijn cliënt van belang zijn. Het laatste bericht van justitie is dat zowel de videoband, de DVD als de afdrukken daarvan niet te vinden zijn, niet bij het gerechtshof, niet bij justitie en niet bij de politie. Dat zagen we ook al bij andere zaken, nadat er twijfels zijn ontstaan over de bewijsmiddelen verdwijnen deze soms plotseling. Advocaat Knoester is nu bezig om, net als zijn collega Knoops in de zaak van Ina Post, een kort geding tegen de staat te gaan voeren om justitie tot uitlevering van de beelden te dwingen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;De hulzen&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Op de plaats van de schietpartij waren destijds door de politie enkele hulzen veiliggesteld. Gebruikte hulzen kunnen door het NFI onderzocht worden op vingerafdrukken en op DNA. Dat is in deze zaak niet gebeurd. Wel zijn de krassporen op de hulzen vergeleken met hulzen die bij andere schietpartijen waren aangetroffen. Dat leverde niets op. &lt;br /&gt;Een logische vraag van advocaat Knoester aan justitie was om deze hulzen alsnog door het NFI te laten onderzoeken op vingerafdrukken en DNA. De reactie van het NFI was dat het geen zin had de hulzen te onderzoeken want ze waren destijds eerst gewassen en vervolgens gebruikt voor schietproeven. Volkomen onzin natuurlijk want hulzen worden niet voor schietproeven gebruikt maar alleen voor vergelijking van krassporen. Hulzen worden ook niet eerst gewassen tenzij ze zo onder bloed of modder zitten dat ze anders onbruikbaar zijn voor vergelijkend onderzoek. In dit geval was daar geen sprake van want de hulzen lagen op een droge verharde weg. Het feit dat ook hier geen medewerking wordt verkregen, geeft aan dat justitie kennelijk ook op dit punt geen belang bij de waarheid heeft, want als Danny inderdaad de schutter was dan bestaat de kans dat zijn DNA op de hulzen wordt aangetroffen en dan is er ook technisch bewijs tegen hem.  Kennelijk is justitie zelf niet zeker van zijn zaak.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Resumé:&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Of Danny van den Hoogen onschuldig is aan de moord op Reggie Koenders, is niet aan ons om te bepalen. Er zijn aanwijzingen dat hij de dader kan zijn, maar er zijn meer aanwijzingen dat hij niet de dader is. Technische bewijzen waren er niet.&lt;br /&gt;Naar onze mening ontbrak daarom het wettig en overtuigend bewijs dat nodig is voor een veroordeling. Plakken en knippen is naar onze mening geen bewijs.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wij zijn gewoon op zoek naar de waarheid. Om te proberen meer zekerheid te krijgen over de schuld of onschuld van Danny is volgens ons een nader onderzoek van de videobeelden en de hulzen noodzakelijk. Juist daaraan werken justitie en politie tot op heden niet mee. Zouden zij soms de waarheid vrezen?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Danny van den H. is na het uitzitten van zijn gevangenisstraf geplaatst in een TBS-inrichting. Omdat hij bleef ontkennen de moord op Reggie Koenders te hebben gepleegd, zag het er naar uit dat hij, wegens onbehandelbaarheid, de rest van zijn leven in die inrichting zou moeten blijven. Door de activiteiten van advocaat Knoester is inmiddels wel bereikt dat de TBS van Danny van den H. voorwaardelijk is geschorst. &lt;br /&gt;Nu is het wachten op de beelden van het tankstation en het onderzoek van de hulzen. Misschien dat er daarna meer duidelijkheid komt over de mogelijke betrokkenheid van Danny van den H. bij de moord op Reggie Koenders.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Omdat de vrijwillige medewerking van politie en justitie uitblijft, zal op 20 augustus 2009 bij de rechtbank Den Haag een kort geding dienen dat advocaat Knoester heeft aangespannen tegen de Nederlandse Staat.</description><link>http://gosewehr.blogspot.com/2009/08/de-moord-op-reggie-koenders.html</link><author>noreply@blogger.com (Waarheidsvinding)</author></item><item><guid isPermaLink="false">tag:blogger.com,1999:blog-5272649381423334521.post-8272421000267047956</guid><pubDate>Mon, 17 Aug 2009 11:47:00 +0000</pubDate><atom:updated>2009-09-15T07:07:53.129-07:00</atom:updated><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">herziening</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Ina Post</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Kolstee</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Leidschendam</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">moord</category><title>De zaak Ina Post</title><description>Eigenlijk zou de titel moeten luiden: &lt;em&gt;De moord op mevrouw Kolstee&lt;/em&gt;, maar dan zou bijna niemand weten om welke zaak het gaat. De naam Ina Post kennen de meeste mensen waarschijnlijk inmiddels wel.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ina Post vecht, samen met haar advocaat, de bekende strafpleiter prof.dr.mr. G.J.A. Knoops, al meer dan 20 jaar voor eerherstel omdat zij zegt in 1987 ten onrechte veroordeeld te zijn voor de moord op mevrouw Kolstee-Sluiter.&lt;br /&gt;Het stoffelijke overschot van deze 89-jarige vrouw werd op vrijdag 22 augustus 1986 om ongeveer half acht &#39;s avonds in een bejaardenflat aan de Duivenvoorde te Leidschendam gevonden. De enige grond waarop Ina Post destijds is veroordeeld is het feit dat zij, na aanvankelijk drie dagen ontkend te hebben, een bekentenis aflegde, die zij de volgende dag bij de rechter-commissaris weer herriep. In een volgend verhoor door de politie bekende zij toch weer.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ina Post heeft vanaf het begin gesteld dat zij destijds bij de politie heeft bekend omdat er door de politie zoveel druk op haar werd uitgeoefend.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In de afgelopen jaren hebben meerdere deskundigen zich over deze zaak gebogen. Alle deskundigen waren het erover eens dat Ina Post hoogstwaarschijnlijk onschuldig is. Desondanks werden de eerste drie verzoeken om herziening van het vonnis te krijgen door de Hoge Raad afgewezen. Voor herziening heeft men een novum nodig, een feit dat de rechter destijds niet wist of kon weten en dat indien hij het wel had geweten waarschijnlijk tot een ander oordeel had geleid. De Hoge Raad vond steeds dat er geen novum aanwezig was dus men hield de veroordeling van Ina Post in stand. Een belangrijk punt was bovendien dat Ina Post destijds had bekend.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De vierde poging van Ina Post om herziening te krijgen, lijkt wel succes te hebben. De CEAS (Commissie Evaluatie Afgedane Strafzaken, een orgaan dat door het college van PG’s is opgericht om te onderzoeken of er in het verleden onterechte veroordelingen zijn geweest) heeft deze zaak tegen het licht gehouden en een vernietigend oordeel over het destijds uitgevoerde politieonderzoek uitgesproken. Met waarheidsvinding had dit onderzoek volgens het rapport niets van doen. Voor een volledig inzicht in deze zaak verwijzen wij naar drie publicaties die inmiddels over deze zaak zijn verschenen, te weten:&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;- Han Israëls. De bekentenissen van Ina Post. Boom Juridische Uitgevers, Den Haag, 2004, ISBN 9013022057&lt;br /&gt;- Rapport onderzoekscommissie van Beuningen, www.om.nl/commissie_evaluatie/@143531/rapport/&lt;br /&gt;- Dick Gosewehr en Harrie Timmerman, Wanneer de waarheid….. Het ware verhaal over Ina Post, Rozenberg, Amsterdam, 2007, ISBN 978 90 5170 874 5.&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Lezing van deze publicaties zal duidelijke maken dat de politie destijds alleen op zoek was naar bevestiging van hun overtuiging dat Ina Post de moord had gepleegd, er was geen sprake van &quot;waarheidsvinding&quot;.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De verdenking viel op Ina nadat zij, evenals een aantal andere hulpverleensters, een schrijfproef had moeten afleggen. Er waren namelijk kas- en betaalcheques uit de woning van het slachtoffer ontvreemd en die waren de dag na het misdrijf verzilverd. Door het handschrift op deze cheques te vergelijken met die van de hulpverleensters  hoopte de politie een verdachte te vinden. Ina was tijdens de schrijfproef erg zenuwachtig en dat viel de aanwezige rechercheur op. Toen ook nog bleek dat er in algemene kenmerken overeenkomsten werden aangetroffen met het handschrift op de kascheques, was Ina Post voor de politie de verdachte.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ten onrechte, want die conclusie had men niet mogen trekken uit de rapportage van de schriftdeskundige. Zo’n conclusie mag je alleen trekken indien er overeenkomsten in specifieke kenmerken zijn en die waren er niet. Bovendien was Ina niet de enige waarvoor deze algemene overeenkomst met het schrift gold, hoewel dat wel in het procesverbaal geschreven werd. Inmiddels weten we dat er nog twee dames waren wier handschrift dezelfde kenmerken vertoonde maar dat werd destijds niet vermeld.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het feit dat Ina erg zenuwachtig was tijdens de schrijfproef behoorde gewoon bij haar persoon. Iedereen die haar kende wist dat Ina altijd erg zenuwachtig als er iets officieels moest gebeuren. Haar zenuwachtigheid bij de schrijfproef was dus voor haar  normaal gedrag en had niets met schuld of onschuld te maken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Vanaf het moment dat de politie de overtuiging had dat Ina de dader was, heeft ze alleen gezocht naar zaken die deze overtuiging konden ondersteunen. Voor Ina Post ontlastende zaken werden uit het dossier weggelaten of verdraaid. Er werd zelfs valsheid in geschrifte en meineed door de politie gepleegd om de verdenking tegen Ina overeind te houden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;We zullen twee voorbeelden geven:&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;1.De zaak mevrouw Veira.&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Deze zaak wordt elders op deze weblog uitgebreid beschreven.&lt;br /&gt;Mevrouw Veira woonde in dezelfde bejaardenflat als mevrouw Kolstee. Zij overleed in 1984 onder verdachte omstandigheden en ook bij haar waren cheques, die op een geheime plaats lagen, gestolen en de dag erna verzilverd door een vrouw. Een vergelijking van de handschriften leverde op dat de cheques in beide zaken door dezelfde persoon waren ingevuld. De politie heeft daarop in 1986 onderzocht of Ina Post ook bij mevrouw Veira had gewerkt. Toen bleek dat dit niet het geval was, concludeerde men dat Ina Post niets met deze zaak van doen had en men ging door met alleen de zaak Kolstee. In het dossier in de zaak Kolstee werd vervolgens niets vermeld over het politieonderzoek naar de betrokkenheid van Ina bij de zaak van mevrouw Veira en het voor Ina positieve resultaat werd ‘vanzelfsprekend’ ook niet gemeld. Logischer was geweest als men zich toen eens achter de oren had gekrabd en vervolgens was gaan zoeken naar een bejaardenverzorgster die wel bij beide dames had gewerkt. Tijdens ons onderzoek kwamen wij, zonder er speciaal naar te zoeken, direct al een vrouw tegen voor wie dit gold.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;2.De bekentenis van Ina Post&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Indien een verdachte bekent, verwacht je dat die persoon alles naar waarheid zal vertellen. Waarom nog leugens vertellen indien je al toegeeft dat je iemand hebt vermoord? Liegen op bepaalde onderdelen zou misschien nog kunnen indien je je voor bepaalde details zou schamen, maar daar was hier geen sprake van.&lt;br /&gt;Opvallend is dan ook dat Ina Post, in de verklaringen waarin zij de moord ontkende te hebben gepleegd, steeds de waarheid vertelde over haar alibi voor zowel de vrijdagavond dat de moord was gepleegd als de zaterdagmorgen toen de cheques waren verzilverd.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Een voorbeeld.&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Ina verklaarde de vrijdagavond van de moord  tot half zeven bij een cliënte te zijn geweest en dat deze cliënte in haar aanwezigheid nog om kwart over zes met haar dochter had gebeld. Deze dochter zou het alibi van Ina Post dus kunnen  ondersteunen. Opvallend was echter dat nergens in het dossier een verklaring van deze dochter te vinden was. Was deze dochter niet door de politie gehoord of had men haar verklaring gewoon uit het dossier weggelaten?&lt;br /&gt;Het antwoord kwam in september 2006, nadat Ina Post en Dick Gosewehr in een uitzending van Pauw en Witteman waren geïnterviewd. De dochter meldde zich bij de advocaat van Ina Post en verklaarde dat het verhaal van Ina Post over het telefoontje met haar moeder klopte en, nog gekker, dat zij dit in 1986 ook tegenover de politie had verklaard. De politie was kennelijk niet blij geweest met deze voor Ina Post gunstige verklaring en het verhoor van de dochter werd vervolgens in het proces-verbaal verzwegen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In de verklaringen waarin Ina de moord bekende, bleek zij echter bijna voortdurend onwaarheden te vertellen. Een aantal voorbeelden hiervan:&lt;br /&gt;a. Ina Post gaf als motief voor haar daad dat ze in geldnood zat en al haar giro-rekeningen rood stonden. Dit bleek bij onderzoek niet juist te zijn.&lt;br /&gt;b. Zij verklaarde het slachtoffer een klap met een wandelstok op het hoofd gegeven te hebben. Uit het medisch onderzoek bleek dat het slachtoffer geen klap op het hoofd had gehad.&lt;br /&gt;c. Zij verklaarde het lichaam van het slachtoffer na de moord versleept te hebben. Uit het technisch onderzoek bleek dat dit niet het geval was.&lt;br /&gt;d. Zij verklaarde dat tijdens het misdrijf een bord van de muur was gevallen en dat zij deze vervolgens op een kast had gelegd. Een getuige verklaarde dat dit bord nooit aan de muur had gehangen maar dat het altijd al op de kast stond.&lt;br /&gt;e. Zij bekende voor 34 gulden drie bestekbakken bij de Bijenkorf te hebben gekocht en deze met een cheque van het slachtoffer te hebben betaald. Echter de bestekbakken bleken bij V&amp;amp;D gekocht te zijn en het bedrag was f 35,50. Hiermee geconfronteerd, wist Ina niet meer wat er dan wel met deze cheque was gekocht Later zou blijken dat de politie destijds al wist dat met deze cheque artikelen waren gekocht bij de chocolaterieafdeling van V&amp;amp;D maar dat de verkoopster Ina Post niet van foto’s had herkend.&lt;br /&gt;f. Zij verklaarde een geldbedrag van f 200,- uit de woning van het slachtoffer ontvreemd te hebben. Dit bedrag bleek niet te kloppen, er was tussen de f 800 en f 900,- ontvreemd.&lt;br /&gt;g. Zij verklaarde de ontvreemde cheques thuis te hebben ingevuld. De lokettist sloot dit echter uit, want hij liet elders getekende cheques aan het loket nogmaals tekenen en dat was in dit geval niet gebeurd.&lt;br /&gt;h. Zij verklaarde de cheques met een bepaalde pen te hebben ingevuld. Dit type pen had blauwe inkt, de cheques bleken te zijn ingevuld met zwart inkt.&lt;br /&gt;i.Zij verklaarde op 23-8-1986, de dag na de moord, 2 kascheques van het slachtoffer te hebben verzilverd en in de week erna de ontvreemde betaalkaarten. Deze verklaring bleek later onjuist, ook de betaalkaarten bleken op de dag na de moord te zijn verzilverd.&lt;br /&gt;j. Zij verklaarde vervolgens de ontvreemde betaalkaarten op zaterdag 23-8-1986 bij diverse banken te hebben verzilverd. Dat kon niet want alle banken waren destijds op zaterdag gesloten. De betaalkaarten bleken later bij V&amp;amp;D te zijn verzilverd&lt;br /&gt;k. Zij bekende bankafschriften te hebben gestolen. Deze waren echter door de politie zelf voor onderzoek uit het huis meegenomen en lagen op het politiebureau.&lt;br /&gt;l. Zij verklaarde het slachtoffer met een elektriciteitssnoer te hebben gewurgd terwijl het slachtoffer op de grond lag. Onderzoek in Engeland wees later uit dat het wurgen  niet met een dergelijk snoer kon zijn gebeurd en dat het slachtoffer gestaan had toen zij werd gewurgd.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het lijkt er sterk op dat Ina Post tijdens haar bekentenis datgene heeft verklaard waarvan de politie toen dacht dat het zo gebeurd was. Hoe valt het anders te verklaren dat veel dingen die Ina Post bekende niet klopten?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Met zoveel argumenten dat Ina Post het misdrijf niet gepleegd kon hebben, zou je van justitie in Nederland een welwillende houding verwachten wanneer een advocaat om een nieuw sporenonderzoek vraagt. Het tegendeel is waar. In 2005 deed advocaat Knoops een verzoek om haren die destijds door de politie op het slachtoffer waren aangetroffen alsnog op DNA te laten onderzoek. (In 1986 kon dat nog niet) Je zou verwachten dat justitie daar geen bezwaar tegen zou hebben want die haren zouden kunnen bevestigen dat Ina Post terecht veroordeeld was. Justitie had daar kennelijk geen vertrouwen in en weigerde mee te werken aan DNA onderzoek van de haren. Er moest een kort geding tegen de Staat der Nederlanden aan te pas komen om justitie te dwingen de haren te laten onderzoeken.&lt;br /&gt;De uitslag van het onderzoek was heel duidelijk en heel positief voor Ina Post. Er was van haar geen DNA aangetroffen maar wel van een onbekende man en een onbekende vrouw!&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In haar strijd om eerherstel staat Ina Post niet alleen. Al jaren wordt zij daarbij gesteund door een tante, mevrouw Van Buytenne. Deze tante schreef tientallen brieven aan officiële instanties. Zo schreef zij ook in 2002 een brief aan de Haagse hoofd advocaat-generaal M.A.A. van Cappelle. (nu hoofdofficier van justitie in Assen) De manier waarop hij reageerde is kenmerkend voor de houding van justitie in deze zaak. Hij schreef:&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;“ Naar aanleiding van Uw bovenaangehaalde brief heb ik de stukken van de strafzaak tegen mw. C.M. Post bestudeerd.&lt;br /&gt;Ik heb in het dossier gelezen dat mw Post zowel door de rechtbank als het gerechtshof te “s-Gravenhage is veroordeeld. Het bewijs dat voor die veroordeling is gebruikt bestaat niet alleen uit de herhaalde bekentenis van mw Post maar ook uit – bijvoorbeeld- grafologisch onderzoek. In de verklaringen van mw Post blijkt daarenboven van zg. daderwetenschap waarmee de bekentenissen voor zowel het Openbaar Ministerie als de rechters ook overtuigend waren. De Hoge Raad heeft driemaal een herzieningsverzoek afgewezen dan wel de verzoeker niet-ontvankelijk verklaard.”&lt;br /&gt;Gelet op het voorgaande meen ik dat de straf waartoe mw Post veroordeeld is onherroepelijk is. Het is volstrekt een illusie te menen dat daar ooit nog verandering in komt; het enige dat U en mw Post rest is berusting in het oordeel.&lt;br /&gt;Het heeft geen enkele zin met enige justitiële autoriteit te corresponderen over opgemelde zaak; ook ik zal daarover niet met U (verder) corresponderen”.&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het is maar goed dat Ina Post al lang geen vertrouwen meer had in justitie,want anders had zij dit advies misschien opgevolgd. Nu ging zij door met haar strijd en niet zonder succes.&lt;br /&gt;Op 23 juni 2009 besloot de Hoge Raad dat het onderzoek in deze zaak moet worden overgedaan, Ina Post heeft daarmee haar herziening gekregen. De zaak moet opnieuw worden behandeld door het Gerechtshof in Den Bosch. We hopen dat de zaak medio 2010 zal worden afgerond. Onze verwachting is dat Ina Post zal worden vrijgesproken, niet wegens gebrek aan bewijs maar gewoon omdat ze onschuldig is.&lt;em&gt;&lt;/em&gt;&lt;em&gt;&lt;/em&gt;&lt;em&gt;&lt;/em&gt;</description><link>http://gosewehr.blogspot.com/2009/08/de-zaak-ina-post.html</link><author>noreply@blogger.com (Waarheidsvinding)</author></item><item><guid isPermaLink="false">tag:blogger.com,1999:blog-5272649381423334521.post-5732178030944052284</guid><pubDate>Sun, 16 Aug 2009 17:23:00 +0000</pubDate><atom:updated>2009-08-31T12:11:12.820-07:00</atom:updated><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Fred Teeven</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">kamervragen</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Willeke Dost</category><title>Kamervragen inzake zaak Willeke Dost</title><description>Op 19 mei 2009 stelde VVD kamerlid Fred Teeven enkele vragen over de zaak Willeke Dost aan de minister van justitie. Waarom stelde hij die vragen? &lt;br /&gt;Dat had voornamelijk te maken met het feit dat wij binnen korte tijd drie zaken onder de aandacht van het publiek hadden gebracht waarbij vermoedelijke moorden door de politie als een &quot;gewone&quot; vermissing waren behandeld. We hebben het dan over de verdwijning van Wim Quak, Joanne Noordink en Willeke Dost waarover we al schreven in deze weblog. Binnenkort zullen we met nog een triest voorbeeld komen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Zelfs de meeste niet-politiemensen weten dat bij een moord de eerste 24 uur er na de meeste kans biedt om de zaak op te lossen. Wordt er dus een overleden iemand gevonden die overduidelijk slachtoffer is van een misdrijf dan komt de politie meestal direct in actie en dat is goed. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Anders wordt het als er iemand wordt vermist. Dan gaat de politie meestal uit van vrijwillig weggaan en wordt meestal niet of nauwelijks een onderzoek gestart. Het handelen van de politie blijft veelal beperkt tot het noteren van wat gegevens van de vermiste persoon.&lt;br /&gt;Als er uiteindelijk na veel vijfen en zessen wel een onderzoek komt dan is dat onderzoek veelal gericht op het vragen aan het publiek of iemand de betrokkene ook gezien heeft. Maar zelfs al komt dan een echt onderzoek op gang dan is er onnodig veel kostbare tijd verstreken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wij pleiten voor een andere aanpak. &lt;br /&gt;Er moeten bij de politie deskundigen komen die in staat zijn na een vermissing binnen korte tijd het meest waarschijnlijke scenario te beschrijven en dat scenario moet dan als eerste en met spoed worden onderzocht. &lt;br /&gt;Scenario&#39;s schrijven heeft niets te maken met koffiedik-kijken of glazen bollen bestuderen. Het is gewoon een kwestie van naar de feiten kijken en deze op de juiste wijze waarderen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De vragen van Fred Teeven hadden dus de bedoeling om die verandering in het denken bij politie en justitie op gang te brengen. Uit de antwoorden van de minister kunt u lezen dat het nog wel even zal duren voordat er iets verandert. Men komt als oplossing met reeds bestaande procedures die al voldoende blijk hebben gegeven niet te werken. Daar hebben we dus niets aan.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;De antwoorden&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Op 28 juli 2009 kwamen de antwoorden binnen. Onze reacties staan na de antwoorden van de minister vermeld.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;1&lt;br /&gt;Hebt u kennisgenomen van de ontwikkelingen rond de ‘vermissing van Willeke Dost’? Deelt u de mening dat het volstrekt onaanvaardbaar is dat bij het vermoeden van een ernstig misdrijf dergelijke zaken worden afgedaan als een ‘vermissing’?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Antwoord&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Ja. Indien er naar aanleiding van een vermissing een redelijk vermoeden bestaat dat sprake is van een strafbaar feit, is het van belang dat er een strafrechtelijk onderzoek wordt gestart.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;&lt;strong&gt;Reactie schrijvers&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Dit is nu net de kern van het probleem. Wie bepaalt of er een redelijk vermoeden van een strafbaar feit is? Kijk bijvoorbeeld naar de vermissing van Joanne Noordink uit Aalten. Ondanks alle aanwijzingen dat er sprake was van een misdrijf bleven politie en justitie dat ontkennen. Pas nadat er  een groot artikel in De Telegraaf was verschenen, met daarin onze analyse dat er sprake moest zijn van moord, werd men wakker. Pas toen werd er een opsporingsonderzoek gestart en uiteindelijk bleken wij gelijk te hebben. Zie elders op dit weblog.&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;2&lt;br /&gt;Is het niet noodzakelijk dat er bij oude ‘vermissingszaken’ zo snel mogelijk een landelijke scan komt waarin het politieonderzoek wordt herbeoordeeld en er (onafhankelijk) wordt bezien of er een opsporingsonderzoek moet worden opgestart?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Antwoord&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Van december 2000 tot juli 2004 was er een Landelijk Team Kindermoorden dat is opgericht voor het doen van onderzoek naar 13 destijds niet opgehelderde kindermoorden. Dit team is opgeheven nadat deze onderzoeken zijn verricht. De zaak van Willeke Dost was een van de dertien onderzochte zaken.&lt;br /&gt;Voor nieuwe zaken bestaat er inmiddels een DNA-databank voor vermiste personen met DNA-profielen van vermiste personen of hun eerstegraads familieleden en DNA-profielen van stoffelijke resten. Op aanvraag van o.a. het Landelijke bureau vermiste personen van het KLPD vergelijkt het NFI deze profielen met elkaar.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;&lt;strong&gt;Reactie schrijvers&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Het Landelijk Team Kindermoorden heeft inderdaad de zaak van Willeke Dost bekeken. Men kwam echter niet tot een duidelijke aanbeveling, het kon volgens dit team alles zijn, van weglopen tot moord. daar had niemand dus wat aan. Na het onderzoek van het LTK heeft de politie Drenthe in 2004 een nieuw onderzoek opgestart. Maar ook dit onderzoek was geheel gericht op het weglopen van Willeke, hoewel wij toen al een analyse hebben aangeleverd waarin wij aangaven dat Willeke vermoedelijk het slachtoffer was van een misdrijf. Men heeft die analyse echter genegeerd en er is toen geen opsporingsonderzoek gestart. Het is dus volkomen onzin dat het onderzoek van nu iets te maken heeft met het oude advies van het LTK.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De landelijke DNA databank biedt geen enkele oplossing voor dit soort zaken. Het enige wat daar gebeurt is het opslaan van DNA profielen van vermiste personen. Als iemand verdwijnt wordt daar zijn profiel opgeslagen. Wordt er ergens een ongeïdentificeerd lijk gevonden dan kijkt men op basis van het dna of het één van de vermiste personen is. Dit heeft dus niets met het instellen van een onderzoek te maken. Dit argument wordt vaker misbruikt om nabestaanden de illusie te geven dat de politie er iets aan doet.&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;3&lt;br /&gt;Is het OM voornemens met betrekking tot deze zaak zo snel mogelijk een opsporingsonderzoek op te starten, gezien de nieuw gerezen verdenkingen? Zo nee, waarom niet? Wordt er in de zaak van Willeke Dost alles aan gedaan om het wegmaken van sporen en bewijsmiddelen per omgaande te voorkomen?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Antwoord&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Naar aanleiding van de resultaten van het in het antwoord op vraag twee genoemde onderzoek heeft eind 2008 de Regionale Stuurcommissie (RSC) van Drenthe opdracht gegeven aan de regiopolitie Drenthe om het dossier Willeke Dost nader te analyseren, scenario’s uit te werken en een voorstel te doen voor besluitvorming over de start van een nieuw operationeel onderzoek, &lt;strong&gt;omdat men een levensdelictvermoedde&lt;/strong&gt;. In de Regionale Stuurcommissie (RSC (voorheen de RRAC)) hebben zitting de recherche-officier van justitie, de plv. korpschef, de drie plv. districtschefs, de recherchechefs, het hoofd van het regionaal informatieknooppunt en de chef van de Noordelijke Recherche Eenheid.&lt;br /&gt;Op dit moment wordt onderzoek verricht of de beschikbare informatie, met de ogen van nu bekeken en met de huidige kennis, bruikbaar is voor nader opsporingsonderzoek. Mede aan de hand van de resultaten daarvan, zal worden bezien of voldoende grond bestaat voor het opstarten van een nieuw opsporingsonderzoek. Besluitvorming zal eind dit jaar plaatsvinden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;&lt;strong&gt;Reactie schrijvers&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Nu schrijft men dat eind 2008 &quot;al&quot; vermoedde dat er sprake was van een levensdelict. Echter, in mei 2009 liet de politiewoordvoerder nog weten dat men niet aan moord dacht, dat de schrijvers van dit stuk maar wat gokten en dat hij geen deel wilde uitmaken van dat gokcircuit. Is er sindsdien met terugwerkende kracht iets veranderd? Hoe het ook zij, het is goed dat men eindelijk de zaak serieus neemt. Na 17 jaar mag dat ook wel.&lt;br /&gt;Het &quot;met de ogen van nu kijken&quot; naar de al jaren beschikbare informatie is slechts een kreet om de indruk te wekken dat daardoor die informatie nu ineens zou veranderen. Dat is natuurlijk onzin, de informatie verandert daar niet door, die is al jaren hetzelfde maar men heeft er nooit wat mee gedaan.&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;4&lt;br /&gt;Deelt u de mening dat de know-how en de ervaring van de aanpak van onderzoeken in vermissingszaken landelijk moet worden geborgd en dat om die reden dergelijke onderzoeken moeten worden ondergebracht bij bijvoorbeeld het zogenaamde Cold Caseteam of het team van het Korps Landelijke Politiediensten, wat zich bezig houdt met de opsporing van voortvluchtige criminelen? Zo nee, ziet u andere mogelijkheden om de borging van vakkennis en effectiviteit te garanderen?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Antwoord&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Door het inmiddels opgeheven Landelijk Team Kindermoorden (zie antwoord 2) is een systematiek ontwikkeld voor de aanpak van cold cases. Deze systematiek, die niet alleen bruikbaar is in “cold cases” maar ook in nieuwe vermissingszaken, is in de vorm van een stappenplan gedeeld met de politieregio’s. Dit stappenplan is begin dit jaar geactualiseerd en is toegankelijk voor alle korpsen. Met de opgezette systematiek wordt beoogd de in de vraag bedoelde know-how op dit gebied verder te ontwikkelen en te borgen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;&lt;strong&gt;Reactie schrijvers&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;De door het LTK ontwikkelde systematiek heeft te maken met de manier waarop een  onderzoek opgezet zou kunnen worden. Daarvoor moet er eerst een beslissing genomen worden om een onderzoek te starten en dat is juist het probleem. De antwoorden op de vragen van Teeven betekenen dat er nog steeds niets geregeld is. Nog steeds is niet duidelijk wie beslist of een vermissing verdacht is en dat er dus een strafrechtelijk onderzoek gestart moet worden?&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;5&lt;br /&gt;Kunt u deze vragen zo spoedig mogelijk beantwoorden?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Antwoord &lt;br /&gt;Ja. Het vergaren van de voor de beantwoording benodigde informatie heeft evenwel enige tijd gevergd.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Slot&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Gelukkig waren wij niet de enigen die ongelukkig waren met de antwoorden van de minister. In een interview met radio Drenthe gaf Fred Teeven aan dat ook hij niet blij met de antwoorden was. Hij gaf aan dat hij nieuwe vragen aan de minister zou gaan stellen over de zaak.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op de vraag van de verslaggever of hij onze kritiek op het onderzoek deelde antwoordde hij bevestigend.  We staan dus niet alleen in onze kritiek, deze oud officier van justitie uit Amsterdam steunt ons daarin.</description><link>http://gosewehr.blogspot.com/2009/08/kamervragen-inzake-zaak-willeke-dost.html</link><author>noreply@blogger.com (Waarheidsvinding)</author></item><item><guid isPermaLink="false">tag:blogger.com,1999:blog-5272649381423334521.post-550672340033992261</guid><pubDate>Sun, 16 Aug 2009 10:12:00 +0000</pubDate><atom:updated>2009-09-15T07:06:47.169-07:00</atom:updated><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Groningen</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Leendert</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Lisa</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">moord</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Omer</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Van der Lei</category><title>De moord op Leendert en Lisa van der Lei</title><description>Begin 2003 was de dubbele moord op het echtpaar Van der Lei één van de oudste zaken die bij het Cold Case Team van de politie Groningen op de plank lagen en dus werd het tijd eens opnieuw naar die zaak te gaan kijken.&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;&lt;strong&gt;5 december 1991.&lt;/strong&gt; &lt;br /&gt;Hoofdrolspelers in dit drama zijn Leendert en Lisa van der Lei. Een jong echtpaar, van wie de vrouw vijf maanden zwanger was. Lisa kwam oorspronkelijk uit Canada en was een dochter van een aan alcohol verslaafde indiaanse, haar echte vader kende ze niet. Leendert werkte in een sociale werkplaats. Die middag hoefde hij, omdat het Sinterklaas was, maar tot drie uur te werken. Toen hij om vier uur nog niet thuis was, belde Lisa naar het werk en kreeg te horen dat hij nog wat moest afmaken, maar daarna zou hij snel zou thuiskomen. Lisa en Leendert zouden die avond bij haar stiefouders op bezoek gaan om Sinterklaas te vieren. &lt;br /&gt;Toen Leendert en Lisa daar niet kwamen opdagen, belden de stiefouders naar hun huis, maar de telefoon werd niet opgenomen. Hoewel de stiefouders van Lisa dit vreemd vonden, ondernamen zij die avond verder geen actie.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De volgende dag werden de stiefouders gebeld door een verontruste baas van Leendert. Hij vertelde dat Leendert niet op zijn werk was verschenen en dat was nog nooit eerder gebeurd. Direct werd toen de politie gebeld en die ging naar het adres van het echtpaar in de wijk Paddepoel te Groningen. &lt;br /&gt;In de woning bleek al snel waarom het echtpaar de telefoon niet opnam. Het echtpaar lag naast elkaar, voorover op hun buik liggend, dood op bed. Opvallend was dat beiden geen sokken aan hadden en dat bij hun enkels, polsen en hals striemen waren te zien. Er kwam direct een technisch rechercheur ter plaatse die vervolgens verklaarde dat het hier vermoedelijk om zelfmoord ging. Hij dacht dat de man eerst de vrouw had vermoord en daarna zichzelf om het leven had gebracht. Hoe hij ooit tot die conclusie kon komen is ons onduidelijk, de sporen spraken toch duidelijk een andere taal.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Aangezien de technisch rechercheur door velen bij politie en justitie als de deskundige bij uitstek wordt beschouwd, ging de politie aanvankelijk niet uit van een misdrijf en werd er niet direct een diepgaand technisch en tactisch onderzoek gestart. Pas de volgende dag, bij de sectie, werd duidelijk dat er wel degelijke sprake was van een dubbele moord. Uit de sectie bleek dat beide slachtoffers aan de polsen en enkels geboeid waren geweest met touw, dat Lisa met de handen gewurgd was en dat Leendert zowel met handen als met een touw was gewurgd. De blote voeten van de slachtoffer konden er op duiden dat zij op hun voetzolen geslagen was in een poging en te dwingen hun pincode af te geven. Gezien het vervolg was dat kennelijk gelukt. Later zou blijken dat de vermoedelijke dader zelf in Turkije het slachtoffer is geweest van deze vorm van marteling die bekend is onder de naam Falaga.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Helaas waren er inmiddels al veel sporen vernield door het vervoer van de stoffelijke overschotten en de aanwezigheid van diverse politiemensen en familieleden in het pand. Op de vloer in de woonkamer trof de politie een lege opengescheurde enveloppe aan, waarin kennelijk de pinpas van het echtpaar had gezeten. De pinpas zelf bleek verdwenen en het vermoeden was dat die door de moordenaar was meegenomen. Tijdens het onderzoek bleek dat het echtpaar zelf de pinpas nooit had gebruikt.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Ondanks de slechte start van het onderzoek kwam er toch al snel een verdachte in beeld. Het ging daarbij om Omer A., de Turkse ex-vriend van een zus van Leendert. &lt;br /&gt;Na een paar dagen ontdekte de politie dat er op de dag na de moord een bedrag van   f 1500, -van de rekening van Leendert en Lisa was afgehaald. Het bedrag was uitbetaald in briefjes van f 25,- en f 100,-. Een paar uur later was er een bedrag van f 1200, - contant gestort was op de rekening van Omer A. Ook dat bedrag bestond alleen uit briefjes van f 25,- en f 100,-. Dat was des te opvallender, omdat Omer in de weken daarvoor duidelijk in geldnood verkeerde. Hij had voortdurend geprobeerd bij vrienden geld te lenen om het vervolgens niet meer terug te betalen.&lt;br /&gt;Het onderzoeksteam spoorde enkele mensen op die kort voor en na de opnames van het geld van de rekening van het echtpaar, bij dezelfde automaat geld hadden gepind. Met twee getuigen werd een Oslo-confrontatie gehouden. Eén bleek niet in staat om iemand uit de rij aan te wijzen. De tweede getuige lukte dit wel, deze vrouw wees zonder aarzeling Omer aan als degene die zij bij de pinautomaat geld had zien opnemen. Zij verklaarde dat zij hem herkende omdat zij de gewoonte had om, wanneer zij ergens moest wachten, iemand van de aanwezigen uit te zoeken en te observeren. Deze keer was dat Omer geweest.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Verder bleek dat Omer de middag na de moord naar de kapper was geweest en daar zijn haardracht had laten veranderen. De politie vermoedde dat hij dat mogelijk gedaan had om herkenning te bemoeilijken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Nog twee verdachte sterfgevallen&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Zijn verleden sprak ook niet voor Omer. De politie ontdekte twee verdachte sterfgevallen in zijn onmiddellijke omgeving. Het eerste verdachte sterfgeval was in de tijd dat Omer nog in Turkije woonde. Op een keer moest hij een ziek kind van hem met de auto naar het ziekenhuis brengen. Dat kind was toen op onverklaarbare wijze tijdens de rit in de auto overleden. Een serieus onderzoek naar dat overlijden was er echter nooit geweest.&lt;br /&gt;Het tweede verdachte sterfgeval had plaatsgevonden in 1990 in de periode dat Omer in Groningen samenwoonde met de zus van Leendert. Het 5 jarige zoontje van die zus werd ´s morgens dood in zijn bed aangetroffen. Hoewel er voordien meerdere meldingen bij de politie binnengekomen waren over mishandelingen van de kinderen door Omer kwam de politie al snel, zonder verder enig onderzoek te doen, tot de conclusie dat er geen sprake was van een misdrijf. Men nam aan dat het kind was gestikt tijdens een epileptische aanval. Tijdens het onderzoek naar de moord op Leendert en Lisa werd ook de zuster van Leendert door de politie gehoord. De dood van haar zoontje kwam toen ter sprake en zij vertelde de politie dat zij het destijds wel vreemd gevonden had dat er ´s morgens een kussen in het bed van haar zoontje lag terwijl hij altijd zonder kussen sliep omdat zij dat te gevaarlijk vond in verband met zijn epilepsie.&lt;br /&gt;Toen haar dochter ook nog tegenover de politie verklaarde dat Omer de avond voor de dood van het jongetje bij haar op de slaapkamer was geweest en een kussen van haar bed had gehaald, was het voor het team duidelijk dat Omer ook verantwoordelijk moest zijn voor de dood van het 5 jarige jongetje.&lt;br /&gt;De officier van justitie besliste echter anders. Nadat Omer als verdachte was aangehouden, bleef hij hardnekkig ontkennen iets met de moord op Leendert en Lisa te maken te hebben en over de dood van het jongetje werd hij zelfs niet verhoord. De officier vond uiteindelijk dat er te weinig bewijs tegen Omer was en besloot de zaak niet te vervolgen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Het nieuwe onderzoek&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Bij het Cold Case Team was het gebruik, als een oud onderzoek opnieuw werd opgepakt, dat er eerst door de technisch rechercheur een inventarisatie werd gemaakt van welke sporen er al onderzocht waren en welke sporen via nieuwe technieken opnieuw konden worden onderzocht. Er bleken in deze zaak veel sporen niet te zijn onderzocht, met name goederen die destijds tijdens een huiszoeking bij de verdachte Omer A. in beslag waren genomen, zoals een aantal touwen. Gezien het feit dat touw een rol had gespeeld in het misdrijf, werd besloten om deze touwen te laten onderzoeken op DNA, iets wat in 1991 nog niet mogelijk was.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Onderzoek overleden zoontje&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Daarnaast vroegen we het NFI een onderzoek in te stellen naar de doodsoorzaak van het zoontje, dat in 1990 onder verdachte omstandigheden was overleden, omdat ook wij het vermoeden hadden dat er sprake van een misdrijf was geweest. Het probleem was echter dat er in 1990 geen sectie op het lichaam van het jongetje was verricht. Daan Botter, een forensisch arts van het NFI, zag het daarom aanvankelijk een beetje somber in omdat het zonder lijk en zonder sectie heel moeilijk zou zijn iets over de doodsoorzaak te zeggen. Hij moest zijn onderzoek doen met de verklaringen van de huis- en schouwarts, de getuigen en de ter plaatse gekomen politiemensen. Maar Botter beloofde dat hij zijn best zou doen.&lt;br /&gt;Een paar maanden later kregen wij via Daan Botter een rapport van een hoogleraar kindergeneeskunde aan de Erasmus Universiteit te Rotterdam, een epilepsiespecialist. &lt;br /&gt;Het bleek dat men had alle medische rapporten over de epilepsie van het kind opgevraagd en de verklaringen uit 1990 nauwkeurig gelezen. De conclusie van deze hoogleraar liet aan duidelijkheid niets te wensen over. Het slachtoffer had, ondanks zijn epilepsie, geen groter risico gelopen dan elk willekeurig ander kind om ’s nachts in zijn slaap te overlijden. De hoogleraar kindergeneeskunde vermeldde ook dat, gezien de verklaringen van de getuigen, aangenomen moest worden dat het overlijden van de jongen door een derde was veroorzaakt. In het gewoon Nederlands heette dat hij was vermoord en dat bracht ons bij Omer die &#39;s avonds een kussen van de kamer van de dochter had gehaald.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Onderzoek touwen&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Op 23 juni 2003 stuurden wij de in de woning van Omer aangetroffen touwen voor DNA onderzoek naar het NFI. Omdat er bij het vastbinden van beide slachtoffers en het verwurgen van het mannelijke slachtoffer touw was gebruikt en er daarbij veel kracht moest zijn gebruikt, bestond de mogelijkheid dat er epitheelcellen, huidschilfers, op het touw waren achtergebleven. Van die cellen zou mogelijk het DNA kunnen worden bepaald. Eind oktober kregen wij van Richard Eikelenboom, die toen nog bij het NFI werkte, te horen dat hij op het touw partiële DNA-sporen had aangetroffen. En daarin had hij een mengprofiel ontdekt dat, naar zijn stellige overtuiging, bestond uit DNA van de verdachte en DNA van het vrouwelijke slachtoffer. Daarnaast had hij een spoor gevonden dat heel goed van het mannelijke slachtoffer kon zijn, maar dat spoor was niet goed genoeg om er zekere uitspraken over te doen. Om discussie binnen het NFI te vermijden had Eikelenboom het materiaal inmiddels doorgestuurd naar het FLDO te Leiden voor een second opinion van DNA deskundige professor Peter de Knijff  &lt;br /&gt;Het telefoontje van Eikelenboom werd nog eens bevestigd door een telefoontje dat wij begin december 2003 kregen van officier van justitie mr. Emmy van der Bijl, die destijds bij het NFI gedetacheerd was. Zij meldde ons dat het er in het onderzoek in de zaak Van der Lei heel goed uitzag, maar dat voor alle zekerheid het sporenmateriaal naar Leiden werd gestuurd, want daar kon men meer dan bij het NFI.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op 26 juni 2004, een jaar na inzending van het materiaal, ontvingen wij van het NFI twee rapporten, één van het FLDO en één van het NFI zelf. In het rapport van het FLDO werd melding gemaakt van de vondst van een DNA-mengprofiel. In het rapport stond dat er meerdere mogelijkheden waren hoe dit mengprofiel was samengesteld, maar de twee meest waarschijnlijke waren: een mengprofiel van de verdachte en het vrouwelijke slachtoffer, een mengprofiel van de verdachte en een onbekende man, zijnde geen familie van het vrouwelijke slachtoffer. De eerste mogelijkheid werd 148 keer waarschijnlijker geacht dan de tweede. &lt;br /&gt;Het FLDO-rapport vermeldde dat er ook een aan een Y-chromosoomaal DNA-profiel was aangetroffen en dat dit van het mannelijke slachtoffer kon zijn. Dit type DNA is gebonden aan het chromosoom dat bepaalt dat je een man bent en wordt via de mannelijke lijn erfelijk doorgegeven. Daardoor is het niet uniek: alle mannen met dezelfde ‘stamvader’ hebben hetzelfde Y-chromosoomaal DNA profiel.&lt;br /&gt;In het rapport van het NFI, ondertekend door Kloosterman, stond echter dat het onderzoek bij het NFI geen resultaat had opgeleverd en dat was natuurlijk heel merkwaardig. Onderzoeker Eikelenboom en officier van justitie Bijl meldden ons een positief resultaat, dat wordt later bevestigd door het FLDO en vervolgens schrijft Kloosterman dat er geen bruikbare sporen zijn gevonden.&lt;br /&gt;Eikelenboom legde ons later tijdens een lezing uit dat dit kwam doordat Kloosterman liever geen complexe DNA-mengprofielen rapporteerde omdat je hierover lastige vragen kon krijgen bij de rechter. Onder het mom van wetenschappelijke normen werden deze DNA-profielen daarom vaak door hem afgekeurd.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tijdens de lezing van Eikelenboom ontstond bij ons als toehoorders eerst opwinding en daarna woede. Dit druiste volgens ons in tegen de beginselen van de rechtsspraak. Er werd besloten dat er op korte termijn een zware delegatie van de politie Groningen naar het NFI moest gaan om met Kloosterman over de zaak Van der Lei te praten. Uiteindelijk bleef er van die beslissing niet zoveel over en gingen Timmerman en teamleider Buffinga in oktober 2004 naar het NFI. Zij werden daar door Kloosterman ontvangen en Timmerman legde hem het probleem uit dat wij in de Van der Lei-zaak hadden. Kloosterman vond onze kansberekening ten aanzien van het mengprofiel van de verdachte en het vrouwelijke slachtoffer niet wetenschappelijk. Wat er niet wetenschappelijk aan was, legde hij verder niet uit. Hij achtte het niet vreemd dat het FLDO iets anders had aangetroffen dan het NFI. Timmerman legde uit dat onze officier van justitie geen zaken voorbracht die niet door NFI-onderzoek werden ondersteund en hij vroeg hem of hij de conclusies van het FLDO kon onderschrijven. Dat kon hij niet want hij vond dat het door het FLDO gevonden mengprofiel als bewijsmiddel lang niet zo sterk was als het Y-chromosomale DNA. Die laatste uitspraak was heel merkwaardig, want we hebben al uitgelegd dat dit laatste profiel voor een hele mannelijke bloedlijn geldt. Vervolgens kwam er een imponerende stoet van medewerkers langs, onder wie de directeur van de afdeling Biologie, kennelijk om ons duidelijk te maken dat ze ons uiterst serieus namen. Wij wisten dat de zaak Van der Lei niet zou worden voorgebracht als het NFI de conclusies van het FLDO niet wilde onderschrijven. Om te checken of wat Kloosterman had gezegd wel klopte, belde Harrie Timmerman met het FLDO. Hij kreeg de onderzoekster van ons materiaal aan de lijn en hij vertelde haar wat Kloosterman had gezegd. De onderzoekster was het wel eens met onze kansberekening en wat Kloosterman had verteld had over de sterkte van het Y-chromosomale DNA, was volgens haar baarlijke nonsens. Nadat Timmerman had opgemerkt dat Kloosterman dit had gezegd, antwoordde ze: ’Nou dan zijn we het niet eens met Ate’. Hij vroeg nog even door en toen reageerde zij geïrriteerd met: ‘Als wij iets op papier zetten, dan staan wij daar wel achter, hoor.’ Voor ons was het duidelijk: we hadden van het NFI geen juiste informatie gekregen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In januari 2005 werden de schrijvers uit het Cold Case Team gezet vanwege contacten met de media over de Schiedammer Parkmoord.  Het grootste verwijt dat ons gemaakt werd was dat door ons handelen het imago van het NFI ernstig beschadigd had kunnen worden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In maart 2005 maakten politie en justitie bekend dat het Cold Case Team in zijn geheel was opgeheven en dat de Cold Case zaken zouden worden overgenomen door anderen binnen de recherche. Kort daarna  kwam er plotseling van het NFI een nieuw rapport binnen over het sporenonderzoek in de zaak Van der Lei. In dit rapport schreef eerder genoemde  Kloosterman dat hij nog eens naar het materiaal had gekeken en dat hij nu tot de conclusie was gekomen dat er toch sprake was van een mengprofiel waarin het DNA van de verdachte Omer A. en het vrouwelijke slachtoffer voorkwam. Zonder nieuw onderzoek toch een nieuwe conclusie en nu wel één die paste bij de conclusies van het FLDO. Wij waren uiteraard stomverbaasd toen wij dit hoorden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op basis van dit rapport werd vervolgens aan Turkije om opsporing van de woon- en/of verblijfplaats van Omer A. gevraagd omdat hij daar hoogstwaarschijnlijk woonde.&lt;br /&gt;Eind juni 2005 kwam er bericht terug uit Turkije. Omer A. kon niet meer worden aangehouden want hij was vermoedelijk ondertussen overleden. Het bleek dat een paar maanden eerder in een huis in Izmir de stoffelijke overschotten van een man en een meisje waren aangetroffen. Op het adres bleken Omer A. en zijn twaalfjarige dochter ingeschreven te hebben gestaan. Naast de lichamen was een mobiele telefoon aangetroffen met daarin een simkaart die op naam van Omer stond. Om aan alle onzekerheid een eind te maken werden de beide lichamen vervolgens opgegraven. Het DNA profiel van de opgegraven man bleek bij onderzoek overeen te komen met het DNA-profiel van Omer A.&lt;br /&gt;De uitslag van dit DNA-onderzoek was in augustus 2005 bekend maar de politie wachtte tot 6 december 2005 voordat ze deze zaak in de media brachten, precies op de dag af veertien jaar nadat de lichamen van Leendert en zijn vrouw Lisa waren gevonden. Het betreffende persbericht ging trouwens alleen over dat het lichaam van Omer A. in Turkije was aangetroffen, over zijn 12 jarige dochtertje werd niets geschreven. Naar de reden daarvoor mogen we raden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op 15 december 2005 schreven korpschef Oscar Dros en hoofdofficier van justitie Jan Eland een open brief naar het Dagblad van het Noorden. De reden was dat er nogal wat commotie was over het opheffen van het Cold Case Team. In deze brief schreven zij onder meer:&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;“&lt;em&gt;Het is een misverstand dat met het opheffen van het team ook een streep is gezet door de onderzoeken naar de onopgeloste delicten. Deze onderzoeken worden ook nu vasthoudend voortgezet, zoals mag blijken uit het oplossen van de moord op het echtpaar Van der Lei.“&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Lezing van dit stuk zal u hebben duidelijk gemaakt dat dit gedeelte uit de brief geen relatie heeft met de werkelijke gang van zaken. Kennelijk moest het nieuwe Cold Case Team scoren in de media. De werkelijkheid is dat de zaak Van der Lei al in 2004 was opgelost, maar dat het politie en justitie beter uitkwam zo lang te wachten met het naar buiten brengen van dit verhaal.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Er is echter nog een punt dat niet overmeld mag blijven. Indien het NFI direct in 2004 het positieve resultaat van hun onderzoek had vermeld en niet gewacht had tot maart 2005, had Omer waarschijnlijk één slachtoffer minder kunnen maken, namelijk zijn dochter in Turkije. Het is allemaal te triest voor woorden.</description><link>http://gosewehr.blogspot.com/2009/08/de-moord-op-leender-en-lisa-van-der-lei.html</link><author>noreply@blogger.com (Waarheidsvinding)</author></item><item><guid isPermaLink="false">tag:blogger.com,1999:blog-5272649381423334521.post-6112963197685629018</guid><pubDate>Sat, 15 Aug 2009 09:38:00 +0000</pubDate><atom:updated>2009-09-15T07:05:46.584-07:00</atom:updated><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Koekange</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">moord</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">vermissing</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Willeke Dost</category><title>3. De vermissing van Willeke Dost</title><description>Dit verhaal gaat over de destijds 15 jarige Willeke Dost. Zij verdween in de nacht van 14 op 15 januari 1992 uit de boerderij van haar pleegouders in het Drentse Koekange, een klein plaatsje in de buurt van Hoogeveen. &lt;br /&gt;Haar verdwijning kreeg al in de loop der jaren al veel aandacht in de media. &lt;br /&gt;De politie deed in 2004 nog een keer onderzoek, maar steeds was de vraag: “Wie heeft Willeke gezien? Er werden daarbij zelfs nieuwe fototechnieken gebruikt om te laten zien hoe Willeke er nu uit zou kunnen zien. dee vraag is echter of die tijd en dat geld wel goed is besteed? Naar onze mening niet. Wij denken dat de titel van dit stuk eigenlijk zou moeten luiden: “De niet onderzochte moord op Willeke Dost”. Want dat het hier om moord gaat en niet om welopen, is voor ons nauwelijks nog een vraag.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Eerst even iets over Willeke zelf.&lt;br /&gt;Van Willeke Dost kan niet gezegd worden dat zij onder een gelukkig gesternte (op 26 november 1976 te Odoorn) was geboren. Al voor haar tweede verjaardag verongelukten haar ouders in het verkeer. Daarna volgde een lange aaneenschakeling van adopties, tehuisopnames en hulpverleningscontacten. Bij een bepaalde adoptie gedroeg Willeke zich zo afwijkend dat aangenomen werd dat zij slachtoffer was geworden van seksueel misbruik. Sinds een paar jaar was zij opgenomen in een pleeggezin te Koekange. Dit echtpaar woonde in een vrijstaande boerderij buiten de bebouwde kom. Zij hadden drie kinderen van zichzelf (1 uitwonende dochter, 1 uitwonende zoon en 1 inwonende zoon) en daarnaast ongeveer 15 pleegkinderen gehad, waarvan Willeke de laatste en nog enig inwonende was. Willeke volgde een opleiding op LBO-niveau in Meppel. Ze was door haar verleden een verlegen kind, dat moeizaam contacten legde. Ze had nauwelijks oog voor jongens en had één hartsvriendin, een meisje uit Staphorst. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Woensdagochtend 15 januari 1992 &lt;/strong&gt; &lt;br /&gt;De pleegvader van Willeke stond die dag als eerste op want hij moest naar zijn werk. Normaal gesproken zette Willeke altijd haar wekker zodat ze niet geroepen hoefde te worden, maar omdat Willeke niet kwam ging haar pleegvader haar roepen. Dat was volgens hem om ongeveer kwart voor zeven. Als verklaring voor deze afwijking van de normale gang van zaken gaf de pleegvader later dat hij Willeke die ochtend in verband met het slechte weer met de auto naar school zou brengen. Het vreemde is echter dat het volgens de site van de KNMI die dag helemaal geen slecht weer was. &lt;br /&gt;Daarnaast begonnen de lessen van Willeke die dag pas om twintig over tien, dus zou zij enkele uren te vroeg op school zijn gekomen. Wat had zij al die tijd op school moeten doen?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De pleegvader vertelde later tegen de politie dat, toen hij in de kamer van Willeke kwam, hij ontdekte dat Willeke ondanks het zeer vroege uur al weg was. Hem was wel opgevallen dat de wekker van Willeke nog niet was afgelopen maar nog wel aan stond, want het lampje brandde. &lt;br /&gt;Als zijn verklaring juist is dan betekent dit dat Willeke ’s avonds wel de wekker voor die ochtend had gezet maar niet voor het tijdstip dat haar pleegvader haar naar school zou brengen. En waarom had zij dan de wekker niet uitgezet toen zij ‘s morgens vroeg opstond? Het zetten van de wekker wijst er in ieder geval niet op dat Willeke ’s avonds bij het naar bed gaan van plan was die nacht weg te lopen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De pleegouders van Willeke verklaren later dat zij vervolgens in de schuur zijn gaan kijken en toen zagen dat de fiets van Willeke daar niet meer stond. Ze zeggen dat ze er toen vanuit gingen dat Willeke al op de fiets naar school was gegaan. Maar waarom zou Willeke op de fiets naar school zijn gegaan als haar pleegvader haar zou wegbrengen? Waarom zou zijn dan zo vroeg zijn weg gegaan als ze pas om twintig over tien op school hoefde te zijn? Het vreemde is bovendien dat de schoolspullen van Willeke nog in haar kamer lagen en dat Willeke die ochtend niet had ontbeten. &lt;br /&gt;Hoewel de pleegouders later verklaarden dat ze op dat moment geen argwaan kregen en dachten dat Willeke gewoon naar school was gegaan, belde de pleegvader die dag enkele malen naar huis om te vragen hoe het met zijn vrouw was, ze was niet lekker die ochtend, en of ze al iets van Willeke hadden gehoord. Dat is opvallend gedrag als je zegt te denken dat Willeke gewoon op school zat.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Als Willeke ’s middags niet op de normale tijd uit school thuiskomt ondernemen de pleegouders nog steeds geen actie. Later zeggen ze dat ze dachten dat Willeke wel bij een vriendin zou zijn. Ook met het avondeten is Willeke nog niet thuis. Pas in het begin van de avond gaat men aan het rondbellen met vriendinnen, de school en de kinderbescherming. Niemand heeft Willeke echter die dag gezien. &lt;br /&gt;Later zeggen de pleegouders dat ze toen direct de politie gebeld hebben maar dat klopt weer niet met de gegevens van de politie. Het blijkt dat de politie pas die woensdagavond na tien uur door de pleegouders is gebeld. Waarom hebben de pleegouders zo lang gewacht met het waarschuwen van de politie? &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De politie reageerde direct op de melding en stuurde een surveillanceauto. Er wordt in en rond het huis wat gekeken, maar men vond geen spoor van Willeke. Wel bleek dat er een rugzak, een stapeltje net gewassen kleren van Willeke dat klaar lag om opgeborgen te worden en een foto van haar moeder verdwenen waren. De politie gaat er daarom, net als de pleegouders, van uit dat Willeke is weggelopen. Maar is dat ook zo? Niemand heeft Willeke, ondanks alle publiciteit, nadien ooit meer gezien. Haar papieren lagen nog thuis en er is nooit geld van haar rekening opgenomen. Waar zou ze dan van hebben moeten leven? &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het lijkt daarom onwaarschijnlijk dat Willeke is weggelopen. Veel wijst er op dat Willeke het slachtoffer is geworden van een misdrijf. Er zijn nog meer zaken die daar op wijzen maar het is niet verstandig dat wij die op dit moment hier bekend maken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Staging&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Maar hoe zit het dan met die sporen die er op zouden kunnen wijzen dat Willeke weggelopen is, zoals het meenemen van kleding, een foto van moeder en de fiets?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wij denken dat hier sprake is van wat de Amerikanen “Staging the crimescène” noemen. Staging is het veranderen van een plaats delict met de bedoeling om de politie op het verkeerde spoor te zetten. Dat wordt veelal gedaan als de dader van een misdrijf denkt dat een onderzoek van de politie al snel in de richting van hem/haar zou wijzen. Men verandert dus een aantal zaken waardoor de politie op een verkeerd spoor kan worden gezet. In dit geval is dat duidelijk gelukt. Alle in deze zaak door de politie ontwikkelde activiteiten waren gericht op het terugvinden van de weggelopen Willeke.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Onderzoek 2004&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;In 2004 startte de politie Drenthe opnieuw een onderzoek naar de verdwijning van Willeke en men zocht daarbij op uitgebreid de publiciteit. De aanleiding voor het onderzoek was dat voordien het Landelijk Team Kindermoorden het dossier in deze zaak had onderzocht. Wij hebben het resultaat van het onderzoek gelezen maar dat stelde niet veel voor.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Om die reden heeft één van de schrijvers van dit stuk samen met een psychologe uit Assen een analyse van de zaak gemaakt waarin uitgebreid is beschreven waarom er sprake van een misdrijf en niet van weglopen is. Op deze analyse volgde geen enkele reactie.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het gevolg was dan ook de politie in de publiciteit opnieuw uitging van het weglopen door Willeke. Uiteraard kwamen er daarop een groot aantal tips binnen van mensen die Willeke zegden gezien te hebben. Je kon de hele kaart van Nederland daarmee kleuren. Ook de nodige helderzienden en koffiedikkijkers melden zich, maar uiteindelijk leidde het allemaal tot niets. Weer einde onderzoek.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De zaak liet ons echter niet los en wij zochten een middel om eindelijk een serieus onderzoek op gang te krijgen. Dat middel vonden wij in de persoon van journaliste Jolande van der Graaf. In De Telegraaf op 9 mei 2009 heeft zij een uitgebreid artikel over deze zaak gepubliceerd. Nu werden politie en justitie in Drenthe wel wakker en er kwam er reactie via de persvoorlichter van de politie. Hij maakte duidelijk dat men onze informatie niet serieus nam en hij had daarbij over een gokcircuit.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Om deze reden hebben wij vervolgens een brief geschreven aan de heer Brouwer, de voorzitter van het College van PG’s. Deze brief werkte wel en ons is ondertussen duidelijk geworden dat onze analyse nu wel serieus wordt genomen. De politie is ondertussen begonnen met een nieuw onderzoek. Afwachten wat het deze keer oplevert.&lt;br /&gt;We blijven de zaak kritisch volgen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Kamervragen&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Ook de Tweede Kamer heeft inmiddels interesse getoond. Door kamerlid Fred Teeven van de VVD werden over deze zaak schriftelijke vragen gesteld aan de minister van justitie. De antwoorden op deze vragen zijn op dit moment nog niet bekend. We komen daar uiteraard op terug.</description><link>http://gosewehr.blogspot.com/2009/08/de-verdmissing-van-willeke-dost.html</link><author>noreply@blogger.com (Waarheidsvinding)</author></item><item><guid isPermaLink="false">tag:blogger.com,1999:blog-5272649381423334521.post-8904629955148091518</guid><pubDate>Thu, 06 Aug 2009 11:30:00 +0000</pubDate><atom:updated>2009-09-15T07:07:15.480-07:00</atom:updated><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">brandstichting</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Gonda Drent</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Hoogezand</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">moord</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Reinier Smit</category><title>De moord op Gonda Drent</title><description>In de nacht van 11 op 12 december 1996 belde Reinier S. om zestien minuten na middernacht naar het alarmnummer 06-11 en meldde dat zijn huis aan de Hoofdstraat in Hoogezand in brand stond. Hij meldde ook dat zijn vrouw en twee kinderen nog binnen moesten zijn en dat hij die ging redden. Toen de politie en de brandweer arriveerden, werd Reinier met zijn twee kinderen juist door een buurman van het platte dak aan de achterzijde van de woning gehaald. Reinier zei dat zijn vrouw nog in de woning moest zijn. De brand woedde op dat moment alleen in een kantoortje naast de voordeur en in de gang achter de voordeur van de woning en werd redelijk snel geblust. Daarna deed de brandweer een afschuwelijke ontdekking. In het kantoor werd het grotendeels verkoolde lichaam van een vrouw aangetroffen. Het was een ieder duidelijk dat dit Gonda Drent moest zijn, de vrouw van Reinier S.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tijdens het onderzoek in de woning ontdekte de brandweer bovendien dat een kluis in het kantoortje openstond en dat de sleutel in het slot stak. Volgens Reinier had er 350.000 gulden in deze kluis gelegen, maar er werden in de kluis geen resten van geld aangetroffen. Volgens Reinier zou het geld afkomstig zijn geweest van de verkoop van hun vorige woning en was het bestemd voor de aankoop van een nieuw huis. In afwachting van de koop van een nieuw huis hadden zij de woning aan de Hoofdstraat gehuurd.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Hoewel er dus al direct signalen waren dat er sprake was van een misdrijf, vergat de politie de woning voor onbevoegden af te sluiten in afwachting van nader onderzoek door de technische recherche. Men was te veel bezig met de opvang van de echtgenoot en zijn beide kinderen. Het gevolg was dat de volgende ochtend door de familie van Reinier al allerlei zaken uit het huis gehaald werden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tijdens de sectie kwam de patholoog-anatoom tot de voorlopige conclusie dat Gonda vermoedelijk om het leven was gebracht.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De dag na de brand startte het politieonderzoek. Uiteraard werden Reinier en vele anderen als getuige gehoord en daarbij viel een aantal zaken op. Zo bleek Reinier al jaren gokverslaafd te zijn. Voor hun huwelijk waren daar al problemen over geweest. Gonda had daarna regelmatig gezegd dat zij van Reinier zou gaan scheiden als zij zou merken dat hij aan het weer gokken was.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De middag voor de brand was Gonda met haar kinderen naar een verjaardagspartijtje geweest van een dochter van haar beste vriendin. Ze had als afsluiting met haar vriendin en de kinderen pannenkoeken gegeten aan het Schuitendiep in Groningen. Hun auto’s stonden in de parkeergarage van het casino aan het Kattendiep. Bij het weggaan kwam zij in de parkeergarage Reinier tegen die ook net wegging Kennelijk bevestigde deze ontmoeting haar vermoeden dat Reinier weer aan het gokken was, hetgeen gezien haar eerdere uitspraken grond voor een scheiding zou zijn.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De politie vermoedde dat Gonda na thuiskomst Reinier direct had aangesproken zijn gokgedrag en dat dit mogelijk uit de hand gelopen was. Het alibi van Reinier voor die avond rammelde aan alle kanten en daarom ontstond bij de politie het vermoeden dat Reinier met de dood van Gonda te maken had met als motief zijn gokgedrag. Om de aandacht van zichzelf af te leiden zou hij vervolgens de woning in brand hebben gestoken en net hebben gedaan alsof hij de hele avond was weggeweest en bij thuiskomst zijn huis brandend aantrof en hij slechts met grote moeite zijn beide kinderen had kunnen redden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In een poging het bewijs voor dat vermoeden te krijgen richtte de politie het onderzoek voornamelijk op het gokgedrag van Reinier en op de gezinsfinanciën. En dat werd tot op de bodem uitgezocht. Op basis van aantekeningen in Reiniers agenda kon door de politie worden vastgesteld dat Reinier in een periode van twee maanden ruim twee ton had vergokt. Daarnaast ontdekt de politie dat Reinier drie weken voor het misdrijf in het casino aan een man gevraagd of hij iemand kende die in opdracht mensen liquideerde. Toen deze man zei dat hij dit niet wist, had Reinier hem gevraagd of hij een wapen kon leveren. De man had hem toen verwezen naar België, want daar kon je gemakkelijk een wapen kopen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Opvallend was Reiniers verklaring over het ontdekken van de brand. Hij verklaarde bij thuiskomst de oprit te zijn opgereden en toen bij de voordeur dikke zwarte rook te hebben gezien. Volgens zijn verklaring had hij de contactsleutel in het contact van de auto laten zitten en de motor laten draaien, terwijl zijn huissleutel aan dezelfde sleutelbos zat. In plaats van te proberen in zijn woning te komen om zijn vrouw en kinderen te waarschuwen, liep hij de weg op, pakte zijn mobiele telefoon en belde 06-11. Reinier verklaarde dat hij niet direct contact kreeg en dat hij daarom een passerende bus had aangehouden. De chauffeur bevestigde zijn verhaal maar verklaarde dat toen hij de deur van de bus opendeed Reinier direct weer wegliep. De chauffeur hoorde hem daarbij het woord politie zeggen. Van een brand had de chauffeur niets gezien en daarom was hij weer doorgereden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De telefonist van de brandweer, die het telefoontje van Reinier had aangenomen, vond hem zo rustig aan de telefoon dat hij eerst dacht dat het om een valse melding ging. Dit gaf hij ook zo door aan de politie. De surveillancewagen, die er heen werd gestuurd, mocht daarom geen zwaailicht gebruiken. Een paar minuten later kwam er een brandmelding van de buurman en pas toen werd de melding serieus genomen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De Technische Recherche ontdekte dat er brand in het kantoortje was gesticht waarbij gebruik was gemaakt van benzine. Om ons onduidelijke redenen was het onderzoek van de Technische Recherche voornamelijk beperkt gebleven tot het kantoortje waar de brand was begonnen en zelfs dat onderzoek was heel beperkt. Mogelijk had dat te maken met het feit dat beide technische rechercheurs weinig of geen ervaring hadden met brandonderzoeken. Dat zij door de leiding toch met het onderzoek belast werden was des te vreemder daar het korps op dat moment over een brandexpert schikte in de persoon van Bert Fonk.  &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De rest van de woning werd helemaal niet op sporen onderzocht en dat is heel jammer. &lt;br /&gt;Als ze dat wel gebeurd was dan was mogelijk op de aanrecht in de keuken een broodplank gevonden die in de lengterichting door midden gespleten was. De twee delen waren zo tegen elkaar gezet mogelijk dat het leek of het een geheel was.&lt;br /&gt;Reinier S. zou later verklaren dat hij na thuiskomst een boterham had klaargemaakt. Mogelijk dat de broodplank dus het moordwapen geweest is. Helaas hebben wij de kapotte broodplank alleen op de foto gezien en was de plank zelf allang weg.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Al met al waren er voldoende aanwijzingen om Reinier als verdachte te bestempelen. Half januari 1997 werd besloten om Reinier aan te houden. Het verhoor van hem was goed voorbereid maar ondanks dat bleef Reinier ontkennen iets met de dood van zijn vrouw te maken te hebben. Wel bleek steeds meer dat het zijn alibi voor die avond niet klopte. Hij verklaarde onder meer dat hij ergens voor een open klapbrug had moeten wachten terwijl bleek dat de betreffende brug geen klapbrug was maar een hefbrug.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Via de KPN probeerde men of via de mobiele telefoon van Reinier kon worden achterhaald waar hij die avond precies was geweest. Een mobiele telefoon zoekt regelmatig contact met masten in de omgeving en de politie dacht op deze wijze zijn gangen van die avond te kunnen reconstrueren. Door problemen met de PTT heeft men die gegevens echter nooit gekregen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Reinier zat zo’n twee maanden vast toen het NFI in maart 1997 met de officiële uitslag van de sectie kwam. En daarin stond dat de doodsoorzaak niet eenduidig was vast te stellen. De mogelijkheid dat Gonda zelfmoord had gepleegd kon niet worden uitgesloten. Het was mogelijk dat zij zelf brand had gesticht, door het exploderen van de benzine achterover was gevallen en dat strips uit het brandwerend plafond de snee in haar keel hadden veroorzaakt. Reinier werd nog diezelfde dag vrijgelaten.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De dag na de vrijlating van Reinier brachten de ouders van Gonda de rok, die Gonda ’s middags tijdens het kinderfeestje had gedragen, naar het bureau. Ze hadden de rok toevallig gevonden bij een reinigingsbedrijf, waar de familie van Reinier de kleding van Gonda na de brand naar toe hadden gebracht. Het was Gonda&#39;s ouders opgevallen dat in de rok aan de achterzijde een vlek zat, alsof Gonda al zittend haar urine of ontlasting had laten lopen. De rok werd gezien de vrijlating van Reinier niet meer onderzocht maar in een zak op het politiebureau in Hoogezand opgeborgen, samen met een jerrycan met benzine die kort daarvoor in de garage achter het huis in de Hoofdstraat was aangetroffen. Deze jerrycan was voor tweederde deel gevuld. Het onderzoek werd gesloten.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Onderzoek Cold Case Team&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;In december 2003 werd besloten dat het Cold Case Team van de politie Groningen opnieuw naar deze zaak zou kijken. Omdat echtgenoot Reinier officieel buiten vervolging was gesteld, mocht er geen onderzoek naar hem worden gedaan zolang er geen nieuwe feiten bekend waren. Na lezing van het dossier werd daarom besloten dat er twee zaken opnieuw onderzocht moesten worden:&lt;br /&gt;1. De doodsoorzaak&lt;br /&gt;2. De brand&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;De doodsoorzaak&lt;/strong&gt;.&lt;br /&gt;Omdat de patholoog-anatoom destijds geen duidelijkheid over de doodsoorzaak had kunnen geven, namen we allereerst contact op met het NFI. Daar was een nieuw forensisch arts aangesteld, Daan Botter, en aan hem werd het probleem voorgelegd. Botter besprak de zaak met de afdeling pathologie en tot onze verbazing werd er een patholoog bereid gevonden het oude rapport kritisch tegen het licht te houden. De conclusie van deze patholoog-anatoom was dat er geen sprake was van zelfmoord maar dat er iemand anders verantwoordelijk was voor de dood van Gonda en het in brand steken van de woning.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Om latere discussies te voorkomen werd ook contact gezocht met Forensisch arts Selma Eikelenboom-Schieveld. Mevrouw Eikelenboom heeft toegang tot de National Injuries Database in Engeland, waar alle medisch forensische gegevens over misdrijven worden verzameld. In onze zaak ging het om de hoeveelheid koolmonoxide die in Gonda’s lichaam was aangetroffen. Door het NFI werd in 1996 geconstateerd dat dit 5,6 procent was. Het onderzoek in Engeland leverde op dat Gonda Drent al dood geweest moest zijn voordat de brand werd gesticht. Tevens werd als doodsoorzaak vastgesteld dat Gonda was overleden ten gevolge van een harde klap op het achterhoofd en niet door de snee in haar hals.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Deel één van onze missie was geslaagd. Zowel het NFI als het IFS kwamen met de conclusie dat Gonda was vermoord. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Het brandonderzoek&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Wij hadden het geluk dat Bert Fonk, de aan het Cold Case Team verbonden technisch rechercheur, een brandexpert was. Na lezing van het dossier verklaarde hij dat er veel onwaarschijnlijke elementen in het technische rapport zaten. Fonk ontdekte ook enkele omissies in het onderzoek. Zo was wel gemeld dat er onderzoek was gedaan naar het gebruik van brandversnellende middelen en dat dit primaire brandhaarden had opgeleverd op de plek waar het slachtoffer lag en in een hoek van het kantoor, maar nergens was vermeld of men ook op andere plaatsen had gezocht.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een tweede omissie was dat niet werd vermeld dat op de foto’s duidelijk te zien was aan de manier van inbranding van het kozijn van de deur van het kantoortje dat de deur tijdens de brand open moest hebben gestaan.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Er bleek destijds ook geen onderzoek ingesteld naar het vermeende brandwerende plafond. Men had gewoon aangenomen dat die er was geweest. Uit ons onderzoek bleek dat een dergelijk plafond nooit aanwezig is geweest in het kantoortje. Het bleek dat de metalen strips die op het lichaam van Gonda waren aangetroffen vermoedelijk afkomstig waren van een omgevallen magazijnstelling. De eigenaar van het pand verklaarde het plafond zelf te hebben aangebracht en dat het bestond uit gelijmde plafondplaten. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Forensisch arts mevrouw Eikelenboom liet de aanwezige foto&#39;s , tijdens een werkbezoek, aan een expert in de Verenigde Staten zien en deze concludeerde dat de stelling over het lichaam van Gonda moest zijn gelegd voordat de brand uitbrak.&lt;br /&gt;Aangezien wij wilden weten wat voor soort stellingkast in het kantoor had gestaan, belde Dick Gosewehr met Reinier S. en vroeg hem of er ook een stellingkast in het kantoor had gestaan. Tot zijn grote verbazing vroeg Reinier: “Bedoel je die kast die over haar heen lag?” Hoe kon Reinier weten dat er de stelling over Gonda heen gelegen had want er was altijd sprake geweest van plafondplaten. Alleen de leden van het Cold Case Team konden dat op dat moment weten. En de dader natuurlijk.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het was Bert Fonk duidelijk dat er een brandversnellend middel was gebruikt, dat er voldoende zuurstof was geweest (de deur naar de gang had immers opengestaan) en er voldoende brandbaar materiaal was (een kast, waarin veel papier lag, was over het slachtoffer heen gelegd). Volgens Fonk leiden deze condities tot de conclusie dat deze brand vrij kort moest hebben geduurd voordat de vlamoverslag plaatsvond. Het laatste is vaktaal voor het uitslaan van de brand, het moment dat de ramen knallen en de vlammen naar buiten komen. Op dat moment is de temperatuur bij de brand zo hoog dat geen mens, in de buurt van de brand, het nog kan navertellen. Er werd met het NFI gesproken over wat er bekend was op dit gebied. Men had diverse videobanden, waarop experimenten onder deze condities waren vastgelegd. Op basis hiervan beweerde de deskundige met stelligheid dat het zeker niet langer dan vier minuten duurde voordat een brand uitsloeg. Ook de vraag of hij dit in een rapport kon bevestigen, antwoordde hij in positieve zin. Men wilde wel enige metingen ter plekke doen om geheel zeker van de zaak te zijn. Deze metingen waren vooral bedoeld om te weten hoe groot het kantoor precies was en wat de getuigen vanuit hun positie konden zien.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De eerste getuige was de buurman die de brandweer had gebeld en Reinier en de kinderen van het platte dak had gehaald. Deze man was die nacht ergens wakker van geworden. Zijn verklaring was heel interessant. Toen hij de bewuste avond naar de badkamer ging, dacht hij eerst dat de buren al vroeg op waren, want hij zag waterdamp langs de muur van het pand omhoog dwarrelen. Hij nam aan dat er iemand onder de douche stond. Even later, toen hij dichter bij het raam stond en zicht op het kantoor had, zag hij daar kleine vlammen. Hij kleedde zich snel aan en liep naar de keuken, waar de telefoon stond. Vanuit de keuken zag hij dat in het kantoor de vlammen al een stuk hoger waren, maar dat de vitrage voor het raam er nog hing. &lt;br /&gt;Om twintig over twaalf had hij de brandweer gebeld, daarna ging hij naar buiten en hoorde enige tijd later de ramen eruit knallen. Hij klom over het hek en kon via de afvalcontainers Reinier en de kinderen van het platte dak halen. Op het moment dat hij het eerste kind aanpakte, kwamen de eerste politiemensen ter plekke.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De tweede getuige was een persfotograaf. Deze getuige was in het eerste onderzoek niet gehoord, maar was voor ons onderzoek erg belangrijk omdat hij kort na de overslag de vlammen op een foto had vastgelegd. Hij woonde een paar honderd meter van het huis. Hij was door een brandalarm via zijn scanner om negentien minuten na middernacht wakker geworden. Hij had zich snel aangekleed en was met de auto naar de brand in de Hoofdstraat gegaan. Daar kwam hij twee à drie minuten later aan. Hij was teleurgesteld want hij zag niet de vlammen waar het hem als fotograaf om ging. Hij liep naast het pand tot aan het kantoor en zag nog steeds geen vlammen, maar wel zwarte rook uit de open voordeur komen. Hij liep naar de voorkant van de woning en daar zag hij door een raam een oranje gloed. Hij liep terug naar de oprit en zag toen de vlammen uit het kantoortje komen en nam daar een foto van.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Deze getuigen waren aanwezig op de dag dat het NFI kwam meten. Hun verklaringen werden op een videoband opgenomen, terwijl zij hetzelfde deden als toen. De afstanden, vanaf de plekken waar zie iets hadden gezien tot aan het kantoor, werden gemeten. Ook werd de grootte van het kantoor gemeten. De deskundige van het NFI vond dat er toch wel wat onzekerheden waren. Hij meldde niet lang daarna aan Fonk, dat de onzekerheden zo groot waren dat hij geen rapport kon schrijven. Van de instituten die branden kunnen nabootsen, is TNO de meest gerenommeerde. Fonk nam contact op met Peter Reiman van het TNO en deze liet duidelijk blijken het onzin te vinden om een dergelijke brand na te bootsen, omdat er in het buitenland al voldoende onderzoek naar was gedaan. Op basis van die onderzoeken kon men met zekerheid zeggen dat het niet langer dan vier minuten zou duren alvorens er sprake was van een vlamoverslag. &lt;br /&gt;Souër, onze officier van justitie, wilde dat niettemin proefondervindelijk bewezen hebben, omdat hij bang was dat de advocaat van de verdachte gebruik zou maken van de aarzeling die het NFI had. Om een brand te onderzoeken heeft het TNO een speciale ruimte. Daarin werd het kantoor nagebouwd. Daarnaast werd hetzelfde meubilair en dezelfde apparatuur als in het kantoor stonden aangeschaft. Er werd van uitgegaan dat er maximaal drie experimenten moesten plaatsvinden om de stelling te bewijzen. Een onzekere factor was de hoeveelheid benzine die er was gebruikt en of de deur open of dicht was. Voor ons was wel duidelijk dat deze deur had opengestaan, maar niet voor het NFI. Aangezien Souër wilde dat ook het NFI een handtekening onder het rapport zou zetten, moesten wij rekening houden met de ideeën die bij het NFI leefden. Indien er een brandversnellend middel is gebruikt en er voldoende brandbaar materiaal en lucht aanwezig is, verloopt een brand volgens een vast patroon. In het begin brandt alleen het materiaal dat makkelijk wil branden, in dit geval het papier dat in de kast lag. De vlammen zijn vrij klein. Op het moment dat de temperatuur boven de honderd graden komt, verdampt alle waterstof in de ruimte en komt er witte rook. Dat verklaart waarom de buurman dacht dat de buren al vroeg op waren want hij zag witte damp en dacht dat één van hen onder de douche stond. Daarna worden de vlammen groter en loopt de temperatuur steeds verder op. Dit leek op het moment dat de buurman de brandweer belde: hij zag toen hogere vlammen. Vervolgens ontstaat er zwarte rook, omdat er niet voldoende zuurstof meer is. De vlammen worden daardoor weer heel klein en er is alleen zwarte rook te zien. Was dit wat de persfotograaf zag toen hij naast het huis liep? Dan vindt de vlamoverslag plaats. De persfotograaf zei een oranje gloed te zien vanuit zijn positie voor het huis. Er komt weer voldoende zuurstof in de ruimte en de vlammen slaan uit het huis. Weer naast het huis gekomen, neemt de persfotograaf daar een foto van.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Indien Reinier, toen hij bij zijn huis aankwam, alleen maar zwarte rook zag dan is hij daar vlak voor de vlamoverslag aangekomen. Hij liep vervolgens eerst nog naar de bus en belde de brandweer. Hiermee ging tweeënhalve minuut verloren. De vlamoverslag zou dan al lang moeten hebben plaatsgevonden. Na de vlamoverslag is de temperatuur, in het gedeelte waar de brand woedde, in dit geval in het kantoor en in de gang, tussen de achthonderd en duizend graden. Kortom, een temperatuur waardoor Reinier niet meer het huis kon zijn binnengegaan zonder zelf levend te verbranden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Er werden drie experimenten gedaan. &lt;br /&gt;In het eerste experiment werd een halve liter benzine gebruikt en werd de deur op een kier gezet. De brand ontwikkelde zich volgens het verwachte patroon. Vlak voor de vlamoverslag begon de deur open en dicht te slaan. Ging de deur dicht dan kwamen de vlammen minder hoog, ging de deur weer open dan laaiden de vlammen weer op. Toch duurde het in totaal maar vier minuten voordat een vlamoverslag plaatsvond.&lt;br /&gt;In het tweede experiment werd de deur geopend vastgezet en werd er een kwart liter benzine gebruikt. Volgens Reiman had de hoeveelheid brandversnellend middel geen invloed op hoe de brand zich zou ontwikkelen. Doordat de deur nu niet dicht sloeg, duurde het vijftien seconden korter voordat er een vlamoverslag plaatsvond.&lt;br /&gt;Het derde experiment werd gedaan met de deur van het kantoortje dicht hoewel aan het inbranden van de deurkozijnen te zien was dat deze tijdens de brand open was. Reiman vond het eigenlijk een onzinnig experiment omdat de brand volgens hem nu door zuurstofgebrek zou doven voordat er een vlamoverslag plaatsvond. En dat bleek dus ook te gebeuren. Men wachtte meer dan twee uur om te zien of de vlammen weer oplaaiden maar dat gebeurde niet. Na het experiment bleek dat er in het kantoor nauwelijks iets was verbrand.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Op basis van de experimenten konden wij dus aantonen dat Reiniers verhaal niet kon kloppen. Hij moest de brand al bij de brandweer hebben gemeld voordat deze was gesticht.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Vervolgens hebben wij alsnog de door de ouders van Gonda aan het bureau gebracht rok naar het NFI gestuurd met de vraag of men kon nagaan of in de vlek urine of ontlasting zat. Na enige aarzeling was de afdeling chemie van het NFI bereid de rok te onderzoeken, maar er was wel een wachttijd van drie maanden. Na drie maanden kregen wij een rapport waarin stond dat het niet mogelijk was om na te gaan of er resten van ontlasting in de rok zaten. Er was ook gezocht naar urine, maar ureum noch creatinine, bestanddelen van urine, waren in de vlek aangetroffen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De uitslag verbaasde ons. We zagen een vlek en waarom kon je dan niet vaststellen waardoor die vlek was ontstaan? Het was dus de moeite waard een contra-expertise te laten uitvoeren. Dit werd gedaan door de bekende forensisch farmacoloog prof. dr. Uges, verbonden aan het Academisch Ziekenhuis in Groningen. Een paar dagen later kwam de uitslag al binnen. In de vlek op de rok waren door hem met &quot;een zeer grote mate van waarschijnlijkheid&quot; kleine hoeveelheden creatinine aangetroffen, buiten de vlek werd dit niet aangetroffen. De kleine hoeveelheden waren verklaarbaar doordat de rok zes jaar lang onder niet ideale omstandigheden was opgeborgen. Gonda heeft dus vermoedelijk haar urine laten lopen op het moment dat zij werd vermoord en kennelijk zat zij toen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wij concludeerden, dat op basis van zoveel nieuwe feiten heropening van de zaak gerechtvaardigd was, en dat Reinier S. opnieuw verdachte was. Daar was officier van justitie Souër het mee eens. Wel zei Souër dat wij formeel alleen maar hadden bewezen dat Reinier de brand had gesticht en niet dat hij Gonda had vermoord. Wij vonden dat Reinier ook verdachte moest zijn van de moord. Want het was, voor zover wij wisten, niet eerder voorgekomen dat een echtgenoot, die bij thuiskomst zijn vrouw vermoord vindt, in zijn huis het lijk van zijn vrouw gaat verbranden, terwijl de kinderen nog boven in bed liggen. &lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Bovendien was duidelijk geworden dat de brand gesticht was om sporen te vernietigen. En wie heeft daar belang bij? Alleen de dader. En wie had er belang bij dat Gonda niet in de rok werd gevonden die zij die middag droeg? Alleen Reinier. En wie wist dat er een kast over Gonda heen had gelegen? Alleen Reinier. Ruim voldoende om hem ook als verdachte voor de moord te beschouwen. We overtuigden met deze feiten Souër: er was voldoende om de aanhouding en het verhoor van Reinier voor te bereiden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De zaak van Gonda Drent zou een voorbode blijken van de problemen die wij (DG en HT) kregen binnen het korps. Ons onderzoek liet zien dat er in het verleden fouten waren gemaakt, en dat viel niet goed bij een aantal tactische coördinatoren. Er waren ook een aantal collega&#39;s die zich niet konden voorstellen dat iemand eerst de brandweer had gebeld en daarna pas brand gesticht had. Typisch een manier van politiedenken, feiten ondergeschikt maken aan de eigen mening. De feiten moeten echter gewoon leidend zijn en die waren hier duidelijk. Er was eerst gebeld en daarna was de brand gesticht.&lt;br /&gt; &lt;br /&gt;Om de zaak af te ronden en voor de rechter te brengen, werd vervolgens een klein team geformeerd. Het was een klein team, want de enige taak was het verhoren van de verdachte. Reinier werd op 23 november 2004 aangehouden in de woning van zijn vriendin in Amersfoort. Tijdens de verhoren ontstond er een  verschil van mening tussen ons en de teamleider. Uiteindelijk werd er veel tijd verloren door alle strubbelingen en Reinier bleef ontkennen met als gevolg dat de rechtbank hem in vrijheid stelde.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Netwerk&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Wil u meer weten van dit nieuwe onderzoek van het Cold Case Team? Een team van Netwerk heeft ons onderzoek in deze zaak gedurende een jaar gevolgd. Op 3 januari 2005 werd de door hen gemaakte reportage uitgezonden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Nadat wij het Cold Case Team hadden moeten verlaten bleef het enkele jaren stil. Uiteindelijk is de zaak in 2008 toch voor de rechter gebracht en daarbij werd Reinier S. op 10 juni 2008 veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 jaar. (&lt;strong&gt;parketnummer 18/030571-04&lt;/strong&gt;)Het bewijs werd voornamelijk gevonden in ons onderzoek naar de doodsoorzaak en de reconstructie van de brand.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Tegen dit vonnis is Reinier S. in beroep gegaan. De uitspraak van dit hoger beroep wordt in de loop van dit jaar verwacht.</description><link>http://gosewehr.blogspot.com/2009/08/de-moord-op-gonda-drent.html</link><author>noreply@blogger.com (Waarheidsvinding)</author></item><item><guid isPermaLink="false">tag:blogger.com,1999:blog-5272649381423334521.post-7850203850104619678</guid><pubDate>Wed, 05 Aug 2009 16:40:00 +0000</pubDate><atom:updated>2009-09-15T07:04:30.846-07:00</atom:updated><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">moord</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Nedlloyd Neerlandida</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">vermissing</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Wim Quak</category><title>2. De vermissing van scheepskok Wim Quak</title><description>We schreven het al eerder, vermissingen hebben bij de politie geen hoge prioriteit. Ook de verdwijning van scheepskok/hofmeester Wim Quak is daar een sprekend voorbeeld van.&lt;br /&gt;Wim Quak werkte als kok/hofmeester bij de Koninklijke Nedlloyd NV. Na meer dan 38 jaar voor deze rederij te hebben gevaren, zou hij in de maand januari 1992 met pensioen gaan. Hij verheugde zich erg op zijn pensioen en had samen met zijn vrouw Anneke allerlei plannen gemaakt voor de tijd dat hij voorgoed aan wal zou blijven. Financiële problemen kende het echtpaar niet en ook met de gezondheid van beiden was alles prima in orde. Wim en Anneke hadden in die tijd juist het ouderlijke huis van Wim in Oostvoorne gekocht en ze waren van plan een gedeelte van de grond te verkopen en op het resterende gedeelte een nieuw huis te bouwen. Kortom, de toekomst zag er zonnig voor hen uit.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De laatste reis van Wim voor zijn pensioen maakte hij met de M.S. Nedlloyd Neerlandia, een containerschip waarop hij slechts enkele keren eerder had gevaren. Dat schip was door de maatschappij voor hem uitgekozen omdat de lengte van de reis overeenkwam met de tijd die Wim nog moest werken voordat hij met pensioen ging.&lt;br /&gt;Omdat het de laatste reis van Wim als zeeman was, had het paar besloten dat Anneke deze reis als passagier zou meemaken. Ook de eindbestemming van het schip, namelijk de Cariben, maakte dit een bijzondere reis voor beiden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het plan was dat Wim en Anneke Quak op 13 juni 1991 in Amsterdam zouden inschepen en dat het schip de volgende dag vanuit Amsterdam zou vertrekken. Toen ze echter op 13 juni 1991 in de avonduren bij het schip aankwamen, bleek dat het schip nog niet weg kon omdat er nog enkele reparaties uitgevoerd moesten worden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Toen Wim Quak zijn nieuwe werkterrein aan boord wilde verkennen, bleek dat de kombuis van het schip op slot zat en dat was heel ongebruikelijk. Een kombuis hoort altijd open te zijn want er moet wat gedronken en gegeten kunnen worden als de bemanning daar behoefte aan heeft. Wat was de reden dat de kombuis op slot zat? Was er soms iets in de kombuis dat niet iedereen mocht zien?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De volgende bijzonderheid was dat de voorganger van Wim Quak nog steeds aan boord van het schip was en de voor Anneke en Wim Quak bestemde hut nog steeds in gebruik had. Hij was trouwens niet alleen nog aan boord, hij ging ook gewoon door met zijn werkzaamheden. Een situatie die Wim Quak nog nooit eerder meegemaakt had. De man wist toch al tijden dat hij op deze datum aan boord van de Neerlandia door Wim Quak zou worden vervangen.&lt;br /&gt;Pas een dag later bleek Wim’s voorganger bereid van boord te vertrekken. Na zijn vertrek vond Wim Quak in een bureaulade een aantal faxen die Wim’s voorganger had gewisseld met de maatschappij. Nu werd een beetje duidelijk waarom de man zolang aan boord was gebleven. Uit de faxen bleek dat de man hemel en aarde bewogen had om toch maar aan boord te mogen blijven. Wat was de reden dat de man persé aan boord van dit schip wilde blijven? We kunnen er alleen maar naar raden.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Uiteindelijk vertrok het schip op 15 juni 1991 uit de haven van Amsterdam. Na tussenstops in Bremerhaven, Zeebrugge en Le Havre arriveerde het schip op 20 juni 1991 in de haven van Liverpool. De volgende dag kreeg het schip onverwachts bezoek van een speciale afdeling van de Engelse douane, de zogenaamde zwarte brigade. De douaniers hadden nauwelijks belangstelling voor de rest van het schip, maar de kombuis werd bijna volledig gesloopt. Uit de woorden van de douaniers begreep Wim Quak dat men informatie had gehad dat er in de kombuis een partij cocaïne was verstopt. Was dit soms de verklaring voor het feit dat de kombuis in Amsterdam op slot had gezeten? Als dat zo was, dan was de cocaïne inmiddels weggehaald want de douane vond niets. Die avond verliet het schip de haven van Liverpool weer en ging op weg naar het Caribisch gebied.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;21 juni 1991&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;De volgende dag, vrijdag 21 juni 1991, was het weer iets onstuimiger maar zeker niet stormachtig, het was windkracht 5. Aan boord van een dergelijk groot schip merk je daar nauwelijks iets van. Er bestond dus geen kans dat je door de wind of de golven van het dek zou worden geworpen. Bovendien was de balustrade rond het schip ongeveer 1.20 meter hoog. Daar val je in niet zomaar overheen.&lt;br /&gt;De dag verliep aanvankelijk zonder bijzonderheden maar tijdens de lunch vertelde Wim Quak tegen zijn vrouw dat hij die dag nog een gesprek naar de kapitein wilde hebben. Waarover hij met de kapitein wilde spreken, vertelde hij zijn vrouw niet, maar zij denkt dat het iets te maken had met het bezoek van de douane aan boord.&lt;br /&gt;Die middag heeft Anneke Quak haar man geholpen met het pitten van de aardappelen die uit de schrapmachine kwamen. Omstreeks vijf uur is zij teruggegaan naar hun hut en heeft daar zitten handwerken tot circa half zeven.&lt;br /&gt;Om die tijd ging Anneke Quak naar de kombuis om haar man te helpen met de afwas. Tot haar verrassing was haar man niet in de kombuis en ze kon hem ook nergens anders vinden. In de kombuis waren wel enkele Javaanse mannen aan het werk die zeiden dat ze niet wisten waar haar man was. Ook niemand van de officieren aan boord wist waar haar man was en het leek er op of het ook niemand interesseerde en dat is toch wel heel merkwaardig. Tijdens de avondmaaltijd verdwijnt de kok/hofmeester, zijn taken worden overgenomen door enkele Javaanse bemanningsleden en kennelijk vraagt niemand zich af waar de kok is gebleven.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De kapitein maakte het volgens Anne Quak helemaal bont, want toen zij hem vroeg of hij wist waar haar man was, antwoordde hij dat haar man vermoedelijk ergens in een hut een biertje zat te drinken. Toen Anneke hem vervolgens zei dat haar man zoiets nooit zou doen, draaide de kapitein zich om en ging hij samen met de hoofdboordwerktuigkundige en diens vrouw met de lift naar boven. Anneke moest het kennelijk in haar eentje uitzoeken.&lt;br /&gt;De enige die zei dat hij haar man nog gezien had, was een van de personeelsleden van de machinekamer. Hij had vanwege zijn wachtdienst eerder gegeten dan de rest van de bemanning. De man vertelde haar dat hij om ongeveer zes uur nog met haar man koffie gedronken had en dat hij daarna naar de machinekamer vertrokken was. In het gesprek met haar man was hem niets bijzonders opgevallen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Uiteindelijk werd er toch een zoekactie aan boord gestart, maar Wim Quak werd niet gevonden. Tijdens de zoekactie kon men in eerste instantie niet in de ruimtes komen waar het eten en de drank werden bewaard, omdat deze ruimtes aan de buitenzijde met hangsloten waren afgesloten en Quak de sleutels had. Uiteindelijk heeft men met een bijl de hangsloten vernield om in die ruimtes te komen. Dit is natuurlijk heel opmerkelijk. Waarom wilde men in die ruimtes kijken als men dacht dat er geen sprake was van een misdrijf. Iemand kan zichzelf toch niet insluiten als de sloten aan de buitenzijde van de deur zitten?&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Wim Quak werd echter nergens aan boord gevonden. Pas toen besloot de kapitein om het schip te keren en terug te varen naar de plek waar ze omstreeks zes uur hadden gevaren. Op die plaats is gedurende enkele uren in samenwerking met andere schepen naar Wim Quak gezocht maar er werd niets gevonden. En daarmee was de zaak kennelijk afgedaan.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Anneke Quak wilde daarna zo snel mogelijk het schip verlaten. Het schip veranderde van koers en voer richting Azoren waar het op 25 juni 1991 arriveerde. Buiten de haven ging het schip voor anker, waarna er een klein motorbootje kwam om Anneke Quak van boord af te halen. Toen zij onderweg naar de loodsladder was, kreeg Anneke Quak van de eerste stuurman een briefje in haar handen gedrukt met daarop de coördinaten geschreven van de plaats waar haar man was verdwenen. Op het briefje stond behalve de coördinaten:&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;em&gt;Vertrouwelijk&lt;br /&gt;S.v.p. overschrijven in eigen handschrift &lt;br /&gt;anders zou ik de zak kunnen krijgen&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De stuurman zei er ook nog bij dat Anneke Quak het briefje moest overschrijven en daarna het origineel moest verscheuren. Ook voegde hij haar nog toe:&lt;br /&gt;&lt;em&gt;”Onthoudt het goed Anneke, je man heeft het niet zelf gedaan.”&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;Anneke Quak werd daarop naar de wal gebracht en vervolgens teruggevlogen naar Nederland. Kennelijk wist de stuurman meer over de verdwijning van Wim Quak en was hij bang zijn baan te verliezen als hij daar iets over zou zeggen. Anneke Quak heeft het originele briefje van deze stuurman nog steeds in haar bezit.&lt;br /&gt;Tijdens de reis terug naar Nederland maakte Anneke een tussenstop in Lissabon en daar kwam zij in contact met een maatschappelijk werkster van de Nedlloyd. Deze vertelde haar dat zij verder niets hoefde te doen en dat de maatschappij alles zou regelen. De maatschappij zou ook officieel aangifte van vermissing van haar man doen. Maar later bleek dat dit nooit is gebeurd.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een paar dagen nadat Anneke Quak in Nederland was aangekomen, kwam de maatschappelijk werkster bij haar thuis. Zij had papieren bij zich die Anneke moest tekenen. Op advies van haar zuster weigerde Anneke dat. Het antwoord van de maatschappelijk werkster was kort maar krachtig: “Nou als u dan niet tekent, dan komt er van nu af aan ook geen geld meer.” Daarna kreeg Anneke Quak inderdaad geen geld meer van Nedlloyd. Zij heeft toen een pro deo advocaat in de hand genomen en die heeft er voor gezorgd dat zij uiteindelijk toch een uitkering kreeg. Aan de vermissing van haar man wilde de advocaat echter niets doen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Toen het schip de Neerlandia terug in Amsterdam was, maakte Anneke een afspraak om naar het schip te komen om, samen met haar dochter, met de bemanning te kunnen praten. Toen zij daar aankwamen, bleek dat een deel van de bemanning al weg te zijn. De kapitein was heel ongeïnteresseerd maar volgens Anneke wel erg nerveus. Bij het gesprek waren ook twee directeuren van de Nedlloyd aanwezig, de maatschappelijk werkster en een Javaanse dominee, die fungeerde als tolk tussen de Javanen en de Nederlanders. Toen Anneke Quak tijdens het gesprek aan de kapitein vroeg: “Waarom bent u zo laat omgedraaid” antwoordde hij: “Uw man was toen toch al dood.” Dat was natuurlijk een merkwaardig antwoord want hoe wist hij dat dan? Er was toch alleen maar sprake van een vermissing? Toen de dochter aan de kapitein vroeg waar het laatste gesprek van hem met haar vader over was gegaan antwoordde hij: “ Dat gaat je niks aan”. Een zeer merkwaardige reactie.&lt;br /&gt;Later vroeg de dochter aan één van de directeuren van de rederij waarom alle bemanningsleden niet door de politie waren ondervraagd. Hij antwoordde dat dit niet gebeurd was omdat dit het vertrouwen tussen de overige bemanningsleden en de Nedlloyd zou schaden.&lt;br /&gt;Daarna heeft Anneke nooit meer iets van Ned Lloyd of de politie over haar man gehoord.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;&lt;strong&gt;Contacten met de politie&lt;/strong&gt;&lt;br /&gt;Anneke Quak heeft in de daarop volgende jaren zelf een aantal malen contact gehad met de politie.&lt;br /&gt;In 1993 werd er door de slachtofferhulp een dag georganiseerd voor familieleden van vermiste personen. Deze dag werd gehouden op kasteel Essenburg te Hierden. Anneke raakte in gesprek met een rechercheur van de rijkspolitie. Tijdens het gesprek bleek haar dat haar man niet officieel als vermist vermeld stond. De rechercheur adviseerde haar toen om contact op te nemen met de plaatselijke politie. Dat heeft zij toen gedaan.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De tweede keer dat zij met de politie over de vermissing van haar man sprak, was ook in 1993. Zij sprak toen met een rechercheur uit Brielle. Deze nam zelf met haar contact op omdat hij de gegevens van haar man nodig had om hem officieel als vermist op te geven. Daarna heeft zij niets meer van deze rechercheur gehoord.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;De derde keer dat zij met de politie sprak, was in 1998. Zij kwam toen in contact met een rechercheur uit Hellevoetsluis. Tijdens het gesprek bleek haar dat haar man nog steeds niet officieel als vermist was opgegeven. De rechercheur beloofde haar dat hij actie zou ondernemen. Hij zou ook het dossier opvragen van deze zaak dat volgens hem in Den Helder lag. Ook van deze rechercheur hoorde Anneke Quak nooit meer iets. Toen zij hem nadien nog eens naar de stand van zaken vroeg zei hij tegen haar: “ Ja, dit is ook eigenlijk mijn zaak niet. Ga maar naar de officier van justitie.”Later bleek dat ook hij niets had ondernomen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Pas in 2004 is Wim Quak, via het Korps Landelijke Politie Diensten, officieel als vermist opgegeven. Men vertelde Anneke toen dat de politie Rotterdam kleding van haar man zou komen ophalen in de hoop dat ze daar nog DNA van haar man op zouden kunnen vinden, welk DNA ze zouden kunnen vergelijken met het DNA van aangespoelde lichamen van onbekende personen. Ook daarna hoorde ze niets meer van de politie.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Anneke Quak zegt nu over de verdwijning van haar man:&lt;br /&gt;&lt;em&gt;&quot;Het de laatste reis van mijn man voor zijn pensioen en de toekomst zag er positief voor ons uit. Mijn man had dus geen enkele reden om zichzelf iets aan te doen. Op de dag dat mijn man van het schip verdween, was het rustig weer. Daarnaast was de balustrade rond het schip ongeveer 1.20 meter hoog. Door deze beide omstandigheden acht ik het onmogelijk dat mijn man per ongeluk overbood is gevallen. Ik ben er daarom van overtuigd dat mijn man aan boord van het schip om het leven is gebracht en dat daarna zijn lichaam overboord is gegooid.&lt;br /&gt;Naar het motief voor de moord kan ik alleen maar raden, maar door de manier waarop de Engelse douane in de kombuis een onderzoek naar drugs uit Colombia heeft gedaan, vermoed ik dat het iets met de smokkel van cocaïne te maken heeft. De enige andere bijzonderheid, die ik me verder nog kan herinneren, is dat mijn man mij de dag van zijn verdwijning vertelde dat er beneden een hoop etenswaar erg oud was en dat die weggegooid moest worden. Misschien heeft mijn man bij het opruimen van die oude etenswaren wel iets ontdekt dat hij beter niet had kunnen ontdekken en was dat de reden dat hij met de kapitein wilde gaan praten. Misschien heeft hij daarom het weggooien van de oude etenswaren niet afgemaakt en is het om die reden overgenomen door één of meer van de Javaanse bemanningsleden.”&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het vermoeden dat de verdwijning van Wim Quak mogelijk te maken heeft met de smokkel van cocaïne aan boord het schip wordt nog versterkt door een gebeurtenis die plaatsvond op 3 januari 1994 in de haven van Amsterdam.&lt;br /&gt;De douane betrapte die dag twee mannen die met 20 kg cocaïne van boord van de Nedlloyd Neerlandia kwamen. Een van de mannen was Heineken ontvoerder Jan Boelaard en de ander was een Javaans bemanningslid van het schip. Er ontstond toen een achtervolging waarbij één van de douaniers door Boelaard werd doodgeschoten.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Omdat de politie niet in beweging te krijgen was, hebben wij het verhaal van Anneke Quak voor haar op papier gezet. Door advocaat Job Knoester is er vervolgens officieel namens haar aangifte gedaan bij justitie. Bij de aangifte hebben wij onze analyse van deze zaak gedaan. Op de inhoud van die analyse kunnen wij op dit moment niet ingaan daar dat mogelijk het onderzoek zou kunnen schaden.&lt;br /&gt;Daarnaast heeft journalise Jolande van der Graaf in De Telegraaf uitgebreid aandacht geschonken aan deze zaak. Een en ander heeft er toe geleid dat er nu na 18 jaar eindelijk een onderzoek is gestart door het Cold Case Team van de politie Rotterdam. We zullen samen met de advocaat van Anneke het onderzoek kritisch blijven volgen.</description><link>http://gosewehr.blogspot.com/2009/08/de-verdwijning-van-scheepskok-wim-quak.html</link><author>noreply@blogger.com (Waarheidsvinding)</author></item><item><guid isPermaLink="false">tag:blogger.com,1999:blog-5272649381423334521.post-201213275836101837</guid><pubDate>Wed, 05 Aug 2009 08:20:00 +0000</pubDate><atom:updated>2009-08-15T06:05:21.032-07:00</atom:updated><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Dick Gosewehr</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Harrie Timmerman</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">moord</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">vermissing</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">waarheidsvinding</category><title>Over Harrie Timmerman</title><description>Harrie Timmerman (1946) is na zijn HBS-opleiding in 1964 psychologie gaan studeren in Groningen. Tijdens deze studie volgde hij als bijvak criminologie bij de bekende professor Buikhuisen. Na zijn afstuderen kreeg hij een baan aangeboden bij Criminologie en deed wetenschappelijk onderzoek naar de hoeveelheid, de oorzaken van en de bestrijdingswijzen van criminaliteit. In de laatste 10 jaar hield hij zich vooral bezig met geweld in het algemeen en moord in het bijzonder. Vanaf 1999 werd hij gedetacheerd bij de Divisie Zware en Georganiseerde Criminaliteit van de Regiopolitie Groningen. In die hoedanigheid werd hij betrokken bij het opzetten en adviseren van het Cold Case Team (CCT), adviseren in lopende moordzaken, strategie bepalen en begeleiden van verhoren, het geven van een cursus professionele verhoortechnieken en als adviseur bij het verbeteren van de opsporing.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Dank zij een aantal successen (o.a. verhoor bij verdachte moord Anne de Ruyter de Wildt en seriemoordenaar Willem van E.) werd hij een gewaardeerde kracht in de teams waarbij hij betrokken was. Behalve bij sommige leidinggevenden, omdat die merkten dat hun invloed in de teams minder groot werd. De korpsleiding had moeite met de successen van het CCT doordat oude zaken niet alleen opgelost werden door nieuwe technieken (met name op het gebied van dna), maar ook doordat bleek dat in de oorspronkelijke onderzoeken fouten werden gemaakt. Daarnaast maakte het CCT gebruik van andere instanties dan het NFI (Nederlands Forensisch Instituut) bij hun onderzoeken. Beide zaken werden geinterpreteerd als een aanslag op het goede imago van politie, justitie en het NFI.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Het kwam de korpsleiding dan ook goed uit toen zij ontdekte dat rechercheur Dick Gosewehr van het CCT en hij met de pers hadden gepraat over het achterhouden van informatie door het NFI en het OM in de Schiedammer parkmoordzaak. Doordat het CCT ook in hun eigen onderzoeken aanliep tegen onbegrijpelijke resultaten van het NFI, had het CCT een onderzoeker van het NFI uitgenodigd om hen uit te leggen wat de oorzaak daarvan was. Tijdens deze bijeenkomst bleek het NFI bepaalde informatie niet te melden in hun rapporten. Zo werd in de Schiedammer parkmoord niet gemeld dat op basis van het dna-onderzoek de verdachte (Cees Borsboom) uitgesloten kon worden als mogelijke dader. Hierdoor kon deze verdachte worden veroordeeld tot 18 jaar gevangenisstraf en dwang-tbs, hetgeen in de praktijk bij een ontkennende verdachte levenslang betekent. Het feit dat hierover contact was geweest met de media was voor de korpsleiding aanleiding om het contract met Timmerman vroegtijdig (mei 2005) te beëindigen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;In september 2005 heeft Timmerman het verhaal achter de feiten van de Schiedammer parkmoord in een uitzending van Netwerk naar buiten gebracht. Een week lang werd in vrijwel elk actualiteitenrubriek aandacht aan dit onderwerp besteed. In eerste instantie werd de feiten door het OM ontkend, later moest men bakzeil halen. Nu zegt het OM op hun site dat zij zelf de problemen hebben ontdekt en opgelost.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Na het beëindigen van het detacheringscontract is Timmerman om medische redenen met prepensioen gegaan. Sinds die tijd houdt hij zich, samen met Dick Gosewehr, bezig met gerechtelijke dwalingen, onopgeloste moordzaken en vermissingen die noooit goed onderzocht zijn. Het resultaat van hun werk vindt u op deze site.</description><link>http://gosewehr.blogspot.com/2009/08/over-harrie-timmerman.html</link><author>noreply@blogger.com (Waarheidsvinding)</author></item><item><guid isPermaLink="false">tag:blogger.com,1999:blog-5272649381423334521.post-5249212689023099186</guid><pubDate>Tue, 04 Aug 2009 18:23:00 +0000</pubDate><atom:updated>2009-09-15T07:04:00.491-07:00</atom:updated><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Aalten</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">Joanne Noordink</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">moord</category><category domain="http://www.blogger.com/atom/ns#">vermissing</category><title>1. De vermissing van Joanne Noordink</title><description>Vermissingen hebben in Nederland bij politie en justitie over het algemeen geen grote prioriteit. De politie huldigt al snel het standpunt dat ieder mens het recht heeft om te verdwijnen en daarom doet men vaak nauwelijks serieus onderzoek. Een schrijnend voorbeeld van een dergelijke zaak is de verdwijning van Joanne Noorddink.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Begin januari 2009 verschenen er berichten in diverse media over de verdwijning van de 27 jarige Joanne Noordink uit het Gelderse Aalten. Zij was al sinds 11 december 2008 spoorloos verdwenen maar volgens politie en justitie waren er geen aanwijzingen voor een misdrijf dus werd de zaak als een “normale”vermissing behandeld.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Toch rees bij ons echter het vermoeden dat hier meer aan de hand was. Door Telegraaf journaliste Jolande van der Graaf werd contact opgenomen met de ouders van Joanne en uit de gesprekken met die ouders kwamen zaken naar voren die een heel ander licht op de verdwijning van Joanne wierpen. Enkele voorbeelden:&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;- &lt;em&gt;Joanne had op de avond van haar verdwijning een afspraak met een vriendin die zij niet nagekomen was,&lt;br /&gt;- Er brandde licht in de woning&lt;br /&gt;- De televisie stond nog aan&lt;br /&gt;- De katten waren zonder eten opgesloten op een plaats waar ze anders nooit zaten&lt;br /&gt;- De sleutels van Joanne lagen op tafel&lt;br /&gt;- Haar auto en fiets stonden voor de deur&lt;br /&gt;- Haar jassen hingen aan de kapstok&lt;br /&gt;- Haar papieren en bankpas lagen nog thuis.&lt;br /&gt;&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;Van weglopen of zelfmoord leek geen sprake te kunnen zijn. Joanne had net een nieuwe auto gekocht en ze had net van haar werkgever gehoord dat zij een vaste aanstelling kreeg en een salarisverhoging. Kortom het was volkomen onduidelijk waarom politie en justitie niet aan een misdrijf wilden denken.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Maar er was nog meer. Uit de woning van Joanne miste haar laptop en haar mobiele telefoon.&lt;br /&gt;Via de laptop werd de dag na haar verdwijning een mailtje gestuurd aan haar ouders waarin zij vertelde dat ze het leven zat was en haar vriendin ontving een mailtje met excuses voor de gemiste afspraak.&lt;br /&gt;De manier waarop beide mailtjes waren opgesteld deed vermoeden dat deze niet door Joanne zelf verstuurd waren maar door iemand anders die op die manier de politie en de ouders op een dwaalspoor wilde zetten. Staging, heet dat in het Engels en dat gebeurt meestal door iemand die dicht bij het slachtoffer staat en die bang is al snel zelf als dader in beeld te komen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Aan de hand van de gegevens verkregen door het onderzoek Jolande van der Graaf is door ons vervolgens een analyse gemaakt waarin een aantal scenario’s zijn beschreven. Het meest waarschijnlijke scenario luidde:&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;- &lt;em&gt;Joanne is vermoedelijk om het leven gebracht&lt;br /&gt;- De dader is vermoedelijk een bekende van haar&lt;br /&gt;&lt;/em&gt;&lt;br /&gt;Op 10 januari 2009 verscheen er vervolgens een paginagroot artikel in De Telegraaf waarin de hele gang van zaken rond de verdwijning van Joanne uitgebreid werd beschreven en waarin de conclusies van onze analyse werden weergegeven.&lt;br /&gt;Vanaf dat moment werd de zaak door justitie pas serieus genomen. Hoewel de politievoorlichter nog steeds volhield dat hij met zijn 30 jarige ervaring bij de politie toch bijna zeker wist dat hier sprake was van zelfmoord gaf de leiding van het Openbaar Ministerie de politie opdracht tot het instellen van een strafrechtelijk onderzoek. Er werd een Team Grootschalig Optreden ingesteld en dat team ging serieus aan de slag.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;En niet zonder succes, want op 24 maart 2009 werd een 32 jarige inwoner van Aalten aangehouden. Het ging daarbij om een door zijn huwelijk met een Nederlandse genaturaliseerde Irakees die wel eens klusjes deed bij Joanne.&lt;br /&gt;Door een getuige was gezien dat deze Aaltenaar rond het tijdstip van de verdwijning van Joanne in de tuin achter zijn woning aan het graven was geweest. Dat deze getuige goed had opgelet bleek de volgende dag, want op 25 maart vond de politie in de achtertuin van de woning van de verdachte het stoffelijke overschot van Joanne Noordink. Zij bleek door wurging om het leven te zijn gebracht.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Een hele trieste zaak voor de ouders. Maar het zou vermoedelijk nog triester zijn geweest als zij tot in een lengte van jaren in onzekerheid hadden moeten zitten. Nu weten zij in ieder geval wat er gebeurd is met hun dochter en kunnen zij proberen hun leven weer op de rails te krijgen.&lt;br /&gt;&lt;br /&gt;Triest is ook dat politie en justitie pas echt in beweging kwamen na de uitgebreide reportages in De Telegraaf.&lt;br /&gt;Hopelijk dat politie en justitie, maar ook de persvoorlichter die zo zeker was van zijn zaak, iets van deze zaak geleerd hebben. Eigenlijk is het heel simpel. Je moet niet invullen wat je denkt dat er gebeurd is, je moet gewoon de feiten onderzoeken. Een die feiten waren in deze zaak heel duidelijk.</description><link>http://gosewehr.blogspot.com/2009/08/de-vermissing-van-joanne-noordink.html</link><author>noreply@blogger.com (Waarheidsvinding)</author></item></channel></rss>