<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Cultuurgeschiedenis.be</title>
	<atom:link href="https://cultuurgeschiedenis.be/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>https://cultuurgeschiedenis.be</link>
	<description></description>
	<lastBuildDate>Thu, 30 Apr 2026 09:13:30 +0000</lastBuildDate>
	<language>nl-NL</language>
	<sy:updatePeriod>
	hourly	</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>
	1	</sy:updateFrequency>
	<generator>https://wordpress.org/?v=6.7.5</generator>
	<item>
		<title>Trans in Trance: hoe hypnose ingezet werd in transzorg</title>
		<link>https://cultuurgeschiedenis.be/trans-in-trance-hoe-hypnose-ingezet-werd-in-transzorg/</link>
					<comments>https://cultuurgeschiedenis.be/trans-in-trance-hoe-hypnose-ingezet-werd-in-transzorg/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[admin]]></dc:creator>
		<pubDate>Thu, 30 Apr 2026 09:13:30 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Lichaam & wetenschap]]></category>
		<category><![CDATA[Mentaliteiten & gevoelens]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://cultuurgeschiedenis.be/?p=5000</guid>

					<description><![CDATA[Hypnose was naast een medische techniek, ook een cultureel beladen praktijk die moest vechten voor legitimiteit in de medische wereld, net als het opkomende domein van de transzorg.]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p><em>Door <a href="https://www.arts.kuleuven.be/cultuurgeschiedenis/leden/00145986">Esther Lamberts</a></em></p>



<div style="height:5px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<p><p style="background-color:#f50e38 !important; color:#ffffff !important;" class="has-background">Belangrijke info: de citaten die in deze blogtekst aan bod komen, zijn door de auteur vertaald uit het Engels.</p></p>



<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<p>18 september 1983 in de Franse stad Bordeaux. Het is twintig na negen. We bevinden ons op het <em>International Symposium on Gender Dysphori</em>a, dat aan zijn achtste editie toe is. De volgende presentatie is die van de Amerikaan Garrett Oppenheim. Hij begint meteen met een opvallende vergelijking:</p>



<blockquote class="wp-block-quote is-layout-flow wp-block-quote-is-layout-flow">
<p><em>“Hypnose is niet langer een vies woord. Net als de woorden transseksueel en travestiet heeft het een zekere mate van respectabiliteit verworven.&#8221;</em></p>
</blockquote>


<div class="wp-block-image">
<figure class="aligncenter size-full"><a href="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/blog-Esther_12.png"><img fetchpriority="high" decoding="async" width="591" height="697" src="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/blog-Esther_12.png" alt="" class="wp-image-5005" srcset="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/blog-Esther_12.png 591w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/blog-Esther_12-254x300.png 254w" sizes="(max-width: 591px) 100vw, 591px" /></a><figcaption class="wp-element-caption">Brochure 8th International Symposium on Gender Dysphoria. Afkomstig uit: George W. Henry Foundation / Canon Clinton Jones Archive (GLBTQ 2010.01). GLBTQ Archives. Central Connecticut State University, New Britain, Connecticut.</figcaption></figure></div>


<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<h2 class="wp-block-heading"><strong>Veranderende visies</strong></h2>



<p>Dat openingscitaat, afkomstig van Oppenheim – zelf een hypnotiseur en <em>counselor </em>– geeft de positie weer die hypnose in de jaren tachtig in wetenschappelijke en medische kringen innam, waar het volgens hem als een experimentele methode werd gezien. Hij benadrukte dat die perceptie veranderd was. Net als “<em>transseksueel”</em> en “<em>travestiet”</em>, zo merkte hij op, werd het steeds meer gerespecteerd. Hypnose was niet louter een medische techniek, maar ook een cultureel beladen praktijk die moest vechten voor legitimiteit in de medische wereld, net als het opkomende domein van de transzorg.</p>



<p>Oppenheims lezing, getiteld ‘<em>Some Uses of Hypnosis in Diagnosing and Treating Gender Dysphoria’</em>, was de eerste kennismaking met hypnose op een symposium over genderdysforie. Door zijn positie – als hypnotiseur die met “travestieten” en “transseksuelen” werkt – bevond Oppenheim zich op het snijvlak van beide domeinen.</p>



<p>Een trans persoon die in de zaal zat, beschreef de lezing van Oppenheim in een tijdschrift als fascinerend en nuttig, en wees ook op de verschillende creatieve manieren waarop hij hypnose inzette. Dat roept meerdere vragen op: wanneer kwam Oppenheim bijvoorbeeld als hypnotiseur bij trans personen terecht? En wat zijn die creatieve manieren dan waarop hij hypnose bij de behandeling van trans personen inzette?</p>



<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<h2 class="wp-block-heading"><strong>Garrett Oppenheim</strong></h2>



<p>Maar, allereerst: wie was die Oppenheim nu eigenlijk? Tot het einde van de jaren ’60 was hij actief als journalist en redacteur. Wanneer de krant waarvoor hij schreef ophield te bestaan werd hij <em>counselor</em> en raakte hij erg geïnteresseerd in hypnose. Vanaf de jaren zeventig ontwikkelde hij een bijzondere interesse in het begeleiden van trans- en genderdysfore personen met zijn organisatie <em>CONFIDE</em>, dat hij in 1971 oprichtte&nbsp; in New York.</p>


<div class="wp-block-image">
<figure class="aligncenter size-full is-resized"><a href="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/blog-Esther_3.png"><img decoding="async" width="478" height="389" src="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/blog-Esther_3.png" alt="" class="wp-image-5002" style="width:511px;height:auto" srcset="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/blog-Esther_3.png 478w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/blog-Esther_3-300x244.png 300w" sizes="(max-width: 478px) 100vw, 478px" /></a><figcaption class="wp-element-caption">Garrett Oppenheim en Fae Robin in een brochure van Confide. Foto door Allyn Z. Baum. Afkomstig uit: George W. Henry Foundation / Canon Clinton Jones Archive (GLBTQ 2010.01). GLBTQ Archives. Central Connecticut State University, New Britain, Connecticut.</figcaption></figure></div>


<p>Binnen <em>CONFIDE</em> trad Oppenheim op als directeur, en zijn vrouw, Fae Robin als adjunct-directeur. <em>CONFIDE</em> bood een uniek scala aan diensten aan, waaronder een driedelige interviewcasetteserie: “<em>The Way of a Transsexual</em>”. Het is in die reeks dat Oppenheim zijn interesse in hypnose zal verbinden aan trans.</p>



<p>In 1975 verscheen in die interviewserie namelijk de 41 minuten durende cassette “<em>How the Doctor Can Help</em>“. In die opname ging Oppenheim met Leo Wollman, een arts en hypnotiseur, in op de vraag:</p>



<blockquote class="wp-block-quote is-layout-flow wp-block-quote-is-layout-flow">
<p><em>“Hoe kan hypnose helpen bij de beslissing wie de [genderbevestigende] operatie wel of niet zou mogen ondergaan?”</em></p>
</blockquote>



<p>Door toegang te krijgen tot het onderbewuste van de patiënt probeerden ze te achterhalen of de wil tot de operatie oprecht was. Hypnose, zo legden ze uit, kon helpen om vast te stellen wie “transseksueel” was, en hen onderscheiden van “travestieten” of “homoseksuelen”. Het kon dus worden ingezet als diagnostisch hulpmiddel, een beslissend instrument in het al dan niet toelaten van een ingreep.</p>



<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<h2 class="wp-block-heading">Hypnose en trans: een veelheid aan therapeutische toepassingen</h2>



<p>Zoals Kaat Wils in <a href="https://cultuurgeschiedenis.be/een-kwestie-van-discipline-hypnose-en-homoseksualiteit-rond-1900/">haar hypnose-blog van vorige week</a> schreef over de periode 1900 en gericht op homoseksualiteit, was ook voor de tweede helft van de 20<sup>ste</sup> eeuw voor “transseksualiteit” het geloof in hypnose voor therapeutische doeleinden groot.</p>



<p>Uit Oppenheims presentatie voor het symposium blijkt bovendien dat hij hypnose ook inzette om gedrag of gedachten te veranderen. Op die manier gebruikte hij het ook als hulpmiddel om conversie te ondersteunen:</p>


<div class="wp-block-image">
<figure class="aligncenter size-full is-resized"><a href="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/blog-Esther_4.jpg"><img decoding="async" width="471" height="655" src="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/blog-Esther_4.jpg" alt="" class="wp-image-5003" style="width:442px;height:auto" srcset="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/blog-Esther_4.jpg 471w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/blog-Esther_4-216x300.jpg 216w" sizes="(max-width: 471px) 100vw, 471px" /></a><figcaption class="wp-element-caption">Cassette: &#8216;The Way of a Transsexual: How The Doctor Can Help&#8217;. The ArQuives, Ruper Raj Fonds. Foto door de auteur.</figcaption></figure></div>


<blockquote class="wp-block-quote is-layout-flow wp-block-quote-is-layout-flow">
<p><em>“Hypnose heeft bepaalde zelfbenoemde transseksuelen ertoe gebracht af te stappen van hun verlangen naar geslachtsverandering.”</em></p>
</blockquote>



<p>Net zoals hypnose bij conversietherapie voor homoseksualiteit tot ver in de twintigste eeuw werd ingezet, illustreert dit voorbeeld hoe het ook bij trans personen gebruikt werd. Niet alleen bij seksualiteit maar ook bij genderidentiteit zou het, aldus Oppenheim, succesvol ingezet kunnen worden om gedachten of gedrag bij te sturen.</p>



<p>Toch zien we hoe Oppenheim ook andere “<em>vrijwel onbeperkte therapeutische toepassingen”</em> bij hypnose plaatst. &nbsp;Hij lijst ze één voor één op:</p>



<blockquote class="wp-block-quote is-layout-flow wp-block-quote-is-layout-flow">
<p><em>“Bij het opbouwen van zelfvertrouwen om in vrouwenkleding naar buiten te treden; bij het nemen van beslissingen, zoals aan wie en wanneer je het vertelt, of hoe je met kinderen omgaat; in het omgaan met angstige situaties zoals rechtszaken, sollicitatiegesprekken, examens of seksuele intimiteit; bij het verlichten van fysieke pijn tijdens elektrolyse of na een operatie; bij het afsluiten van oude relaties en het aangaan van nieuwe.”</em></p>
</blockquote>



<p>In bovenstaande waaier aan voorbeelden positioneert Oppenheim hypnose dan weer duidelijk als een ondersteunende tool binnen genderbevestigende zorg. Door middel van progressiehypnose en suggesties focuste hij met zijn patiënten onder andere op het verbeteren van zelfvertrouwen en het verminderen van pijn in verschillende stappen van een sociale en/of medische transitie.</p>



<p>Terwijl conversietherapie in de jaren tachtig nog steeds wijdverbreid was, waren er sinds het midden van de jaren zestig in de Verenigde Staten steeds meer mogelijkheden voor trans personen die op zoek waren naar genderbevestigende zorg. Oppenheims werk toont hoe hypnose binnen transzorg meerdere, soms tegenstrijdige doelen kon dienen en dat er dus geen sprake was van een eenduidige aanpak. Hypnose kon fungeren als diagnostische tool, als middel tot normering, maar ook als ondersteuning bij een gendertransitie.</p>



<p>Het kon enerzijds binnen conversietherapie worden ingezet om iemand van het idee van een genderbevestigende ingreep af te helpen, maar anderzijds ook net als ondersteuning bij zo’n traject. Juist omwille van de veelzijdigheid en flexibiliteit vond hypnose een plek in een zorgcontext die getypeerd werd door veel discussies over hoe men trans personen moest begrijpen en behandelen.</p>



<p class="has-vivid-red-color has-text-color has-link-color wp-elements-6f74c465255254f0350046f4736951ac"><strong>Meer lezen?</strong> </p>



<p>Judith Pintar and Steven Jay Lynn, <em>Hypnosis: A Brief History</em> (New Jersey: Wiley-Blackwell, 2008).</p>



<p>Wie meer wil lezen over hypnose, kan ook terecht op de blogs die Kaat Wils daarover schreef in <a href="https://cultuurgeschiedenis.be/patienten-aan-de-macht-magnetisme-als-genezingspraktijk-in-de-19de-eeuw/">2024</a> en <a href="https://cultuurgeschiedenis.be/een-kwestie-van-discipline-hypnose-en-homoseksualiteit-rond-1900/">2026</a>.</p>



<p><p style="background-color:#f50e38 !important; color:#ffffff !important;" class="has-background"><a href="https://www.arts.kuleuven.be/cultuurgeschiedenis/leden/00145986" style="color: white;">Esther Lamberts</a> is als FWO-apirant verbonden aan de Onderzoeksgroep Cultuurgeschiedenis vanaf 1750 van de KU Leuven. Esthers onderzoek focust op transgendergeschiedenis in België, de Verenigde Staten en Canada tussen 1960 en 2000 onder de titel&nbsp;<strong>“</strong>Transnationale trans geschiedenis: netwerken in een nieuw perspectief”.</p></p>



<p class="has-black-color has-luminous-vivid-amber-background-color has-text-color has-background has-link-color has-small-font-size wp-elements-f686f09900225c129177af594ad806b1">Titelafbeelding: collage gemaakt door de auteur.</p>



<p></p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://cultuurgeschiedenis.be/trans-in-trance-hoe-hypnose-ingezet-werd-in-transzorg/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Een kwestie van discipline: Hypnose en homoseksualiteit rond 1900</title>
		<link>https://cultuurgeschiedenis.be/een-kwestie-van-discipline-hypnose-en-homoseksualiteit-rond-1900/</link>
					<comments>https://cultuurgeschiedenis.be/een-kwestie-van-discipline-hypnose-en-homoseksualiteit-rond-1900/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[admin]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 22 Apr 2026 10:36:53 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Lichaam & wetenschap]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://cultuurgeschiedenis.be/?p=4983</guid>

					<description><![CDATA[Rond 1900 werd hypnose als seksuologisch instrument ingezet bij homoseksualiteit.]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p>Door <em><a href="https://www.arts.kuleuven.be/cultuurgeschiedenis/leden/00009483">Kaat Wils</a></em></p>



<div style="height:5px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<p>Vorige maand organiseerde het Europees Parlement een publieke hoorzitting met het oog op een verbod op ‘conversiepraktijken’, interventies die erop gericht zijn de seksuele oriëntatie, genderidentiteit of genderexpressie van een persoon te onderdrukken of te wijzigen. De <a href="https://www.europarl.europa.eu/committees/en/public-hearing-on-european-citizens-init/product-details/20260210CHE13622">hoorzitting</a>&nbsp;kwam er onder druk van een burgerinitiatief dat meer dan een miljoen handtekeningen had verzameld en zo de Europese Commissie kon dwingen de vraag te behandelen. Voor België zou de verhoopte Europese richtlijn weinig verschil maken: sinds 2023 geldt er al een wettelijk verbod op <a href="https://www.stradalex.com/nl/sl_news/document/sl_news_future_law2022_2023_55_3429-nl">conversiepraktijken</a>. Hoewel het begrip zelf van recente datum is, blijkt de ambitie om iemands seksuele oriëntatie te ‘corrigeren’ verre van nieuw.</p>



<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<h2 class="wp-block-heading">Hypnose als seksuologisch instrument</h2>



<p>In de mediaberichtgeving over de Belgische wet kwamen slachtoffers van conversietherapieën aan het woord. Zij vertelden over vormen van exorcisme of duiveluitdrijving die ze in kerkgemeenschappen hadden ondergaan. Een getuige sprak ook over een psychiater die haar had doen geloven dat homoseksualiteit een te behandelen vorm van immature seksualiteit was.</p>



<p>Met die overtuiging stond de psychiater in een traditie die tot de late negentiende eeuw terugging. Binnen het toen nieuwe vakgebied van de seksuologie definieerden en documenteerden artsen allerhande seksuele ‘perversies’. Homoseksualiteit was de seksuele ‘pathologie’ die daarbij het meeste aandacht kreeg.</p>



<p>In de negentiende-eeuwse zoektocht naar medische behandelingen stelden artsen heel wat hoop op een recent door academici omarmde techniek: hypnose. Wie in een dergelijke, aan slaap verwante bewustzijnstoestand kon worden gebracht, zo was vastgesteld, had een opvallend grote ontvankelijkheid voor suggesties. Dat voedde de hoop dat een persoon met homoseksuele neigingen, eens die in een staat van hypnose was gebracht, ervan kon worden overtuigd het eigen seksueel verlangen op mensen van het andere geslacht te richten.</p>



<p>Vanaf de late jaren 1880 gingen seksuologen zoals de Duitse psychiater Richard von Krafft-Ebing effectief met homoseksuele patiënten aan de slag, in de hoop hen te ‘genezen’ van hun ‘verkeerde’ seksuele verlangens. Ook een te grote neiging tot masturbatie bij kinderen en volwassenen leek zo te kunnen worden behandeld. De therapie werd gezien als een vorm van versterking van de wilskracht van de patiënt. Het geloof van de patiënt in de noodzaak en de mogelijkheid om te genezen, werd als een essentiële voorwaarde voor succes gezien.</p>



<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<h2 class="wp-block-heading">Seksuele gevaren</h2>


<div class="wp-block-image">
<figure class="alignleft size-large is-resized"><a href="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/20260422_Figuier-Les-mysteres-de-la-science-706_page-0001-scaled.jpg"><img loading="lazy" decoding="async" width="644" height="1024" src="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/20260422_Figuier-Les-mysteres-de-la-science-706_page-0001-644x1024.jpg" alt="" class="wp-image-4986" style="width:447px;height:auto" srcset="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/20260422_Figuier-Les-mysteres-de-la-science-706_page-0001-644x1024.jpg 644w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/20260422_Figuier-Les-mysteres-de-la-science-706_page-0001-189x300.jpg 189w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/20260422_Figuier-Les-mysteres-de-la-science-706_page-0001-768x1220.jpg 768w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/20260422_Figuier-Les-mysteres-de-la-science-706_page-0001-967x1536.jpg 967w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/20260422_Figuier-Les-mysteres-de-la-science-706_page-0001-1289x2048.jpg 1289w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/20260422_Figuier-Les-mysteres-de-la-science-706_page-0001-1024x1627.jpg 1024w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/20260422_Figuier-Les-mysteres-de-la-science-706_page-0001-scaled.jpg 1611w" sizes="auto, (max-width: 644px) 100vw, 644px" /></a><figcaption class="wp-element-caption"><em>&#8220;Comment on produit l&#8217;état hypnotique&#8221;: illustratie uit Louis Figuier, Les mystères de la science, [1887], p. 88.</em></figcaption></figure></div>


<p>Dat hypnose door artsen werd ingezet om seksuele neigingen te onderdrukken, was eigenlijk een merkwaardige, haast ironische twist van de geschiedenis. In de samenleving werd hypnose immers met seksueel grensoverschrijdend gedrag, veeleer dan met beteugeling van seksualiteit geassocieerd. Al sinds het ontstaan van het zogenaamde ‘dierlijk magnetisme’ of ‘mesmerisme’, een voorloper van hypnose, werd de praktijk geplaagd door verdenkingen van ongeoorloofd seksueel gedrag van mannelijke magnetiseurs of hypnotiseurs ten aanzien van vrouwelijke <a href="https://cultuurgeschiedenis.be/patienten-aan-de-macht-magnetisme-als-genezingspraktijk-in-de-19de-eeuw/">patiënten</a>. De populariteit van hypnoseshows voedde bovendien de angst dat toeschouwers zelf zouden gaan experimenteren, en dat dit de weg zou vrijmaken voor verkrachtingen onder hypnose.</p>



<p>In België leidde deze morele paniek in 1892 tot een wet die hypnoseshows verbood en een quasi-monopolie aan artsen gaf voor het therapeutisch gebruik van hypnose bij de behandeling van geesteszieken en minderjarigen. In het discours van artsen stond het idee centraal dat hypnotherapie een vorm van wilskrachttraining was. De wil van patiënten of onhandelbare kinderen moest worden versterkt om weerstand te kunnen bieden tegen de vele verleidingen van de moderne, overgeseksualiseerde samenleving. De medische disciplinering van seksualiteit paste helemaal in dat kader.</p>



<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<h2 class="wp-block-heading">Op consultatie in Brussel</h2>



<p>Ondanks de grote publieke belangstelling voor hypnose in het laat negentiende-eeuwse België,&nbsp; is het moeilijk om sporen terug te vinden van de behandeling van homoseksualiteit met hypnose. Echt verwonderen doet dat niet. Zoals historicus Wannes Dupont aantoonde, hielden Belgische artsen zich ver van het wetenschappelijk onderzoek naar seksuele ‘perversies’ dat in de buurlanden zo populair was. In een overwegend katholieke context en binnen een medisch veld waarin de psychiatrie weinig erkenning of gezag genoot, was er nauwelijks animo om homoseksualiteit niet langer als zonde, maar veeleer als medisch probleem te benaderen.</p>



<p>Toch betekent dat niet dat Belgische artsen niet op de hoogte waren van het werk van hun buitenlandse collega’s. Duitse, Franse en Britse artikels over de behandeling van masturbatie of homoseksualiteit met hypnose verschenen geregeld in de Belgische medische vakpers. Belgische artsen met expertise in hypnose publiceerden ook geregeld in buitenlandse vaktijdschriften waarin de thematiek aan bod kwam.</p>


<div class="wp-block-image">
<figure class="aligncenter size-large is-resized"><a href="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/20260422_Van-Velsen-plattegrond-1912_compressed.png"><img loading="lazy" decoding="async" width="1024" height="580" src="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/20260422_Van-Velsen-plattegrond-1912_compressed-1024x580.png" alt="" class="wp-image-4988" style="width:734px;height:auto" srcset="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/20260422_Van-Velsen-plattegrond-1912_compressed-1024x580.png 1024w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/20260422_Van-Velsen-plattegrond-1912_compressed-300x170.png 300w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/20260422_Van-Velsen-plattegrond-1912_compressed-768x435.png 768w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/20260422_Van-Velsen-plattegrond-1912_compressed-1536x870.png 1536w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/20260422_Van-Velsen-plattegrond-1912_compressed-2048x1160.png 2048w" sizes="auto, (max-width: 1024px) 100vw, 1024px" /></a><figcaption class="wp-element-caption"><em>Plattegrond van de praktijk van Van Velsen in Brussel (uit Prosper Van Velsen, Hypnotisme. Suggestion. Psychothérapie, Brussel: Albert Dewit, 1912.)</em></figcaption></figure></div>


<p>Het enige concrete spoor dat ik tot nog toe terugvond van een behandeling van homoseksualiteit, leidt naar een van die artsen: Prosper Van Velsen. Na medische studies in Leuven en een aanvullende hypnoseopleiding in Frankrijk vestigde deze katholieke arts tijdens de jaren 1890 een Brusselse privépraktijk in hypnotherapie. In een artikel uit 1895 bood hij een overzicht van de 223 patiënten die hij het voorbije jaar met hypnose had behandeld in een naburig medisch instituut waar hij twee keer per week spreekuur hield.</p>


<div class="wp-block-image">
<figure class="alignright size-full is-resized"><a href="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/20260422_Van-Velsen-observations.png"><img loading="lazy" decoding="async" width="873" height="1000" src="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/20260422_Van-Velsen-observations.png" alt="" class="wp-image-4989" style="width:445px;height:auto" srcset="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/20260422_Van-Velsen-observations.png 873w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/20260422_Van-Velsen-observations-262x300.png 262w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/20260422_Van-Velsen-observations-768x880.png 768w" sizes="auto, (max-width: 873px) 100vw, 873px" /></a><figcaption class="wp-element-caption"><em>Propsper Van Velsen, &#8216;À propos de l&#8217;hypnotisme&#8217;, </em>Annales de l&#8217;Institut Chirurgical de Bruxelles<em>, 2(1895), 129.</em></figcaption></figure></div>


<p class="has-black-color has-text-color has-link-color wp-elements-a0ec43f94a177d41faf135ad2c59b908">Onder de categorie ‘seksuele perversie’ noteerde Van Velsen vijf gevallen van masturbatie. Drie ervan waren helemaal genezen, louter op basis van suggestie. Daarnaast noemde hij ook één geval van mannelijke en twee van vrouwelijke homoseksualiteit. Deze patiënten hadden zich niet geregeld aan hypnosesessies kunnen onderwerpen, waardoor ze hadden moeten afzien van een langdurige behandeling, rapporteerde hij. Met deze ene zin bevestigde Van Velsen wat in de daaropvolgende jaren ook zou blijken uit publicaties van buitenlandse seksuologen: voor homoseksualiteit was een langdurige behandeling met hypnose nodig en ook dan waren de resultaten niet gegarandeerd. Tegen 1900 was het enthousiasme van de eerste generatie seksuologen over dergelijke behandelingen al behoorlijk bekoeld.<a id="_msocom_1"></a></p>



<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<h2 class="wp-block-heading">Een lastige erfenis</h2>



<p>Desondanks zou hypnose tot ver in de twintigste eeuw worden ingezet als een vorm van conversietherapie. Medische publicaties die het succes ervan bevestigden, bleven verschijnen. Het is een erfenis waarmee hedendaagse zorgverleners met expertise in hypnose verveeld zitten. Naar aanleiding van de <em>Pride Month</em> van 2024 publiceerde de Britse <em>National Council for Hypnotherapy</em> een <a href="https://www.hypnotherapists.org.uk/21351/pride-month-lgbtq-mental-health/">statement</a> waarin ze die geschiedenis betreurt.</p>



<p>Hypnose is nochtans een bij uitstek geschikt instrument om mensen uit de LGBTQ+ gemeenschap therapeutisch te ondersteunen, zo wordt in dezelfde tekst benadrukt. Daarbij wordt onder meer gedacht aan de verwerking van de trauma’s die kunnen resulteren uit het leven in een homofobe, transfobe en seksistische wereld. Hoewel de doelstellingen dus veranderd zijn, blijkt het geloof in het therapeutisch nut van hypnose op het terrein van seksualiteit springlevend.</p>



<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<p class="has-vivid-red-color has-text-color has-link-color wp-elements-9a0e8889d2e9729ab42cb453792b754d"><strong>Meer lezen?</strong></p>



<p>Kaat Wils, <a href="https://www.tandfonline.com/doi/full/10.1080/14787318.2026.2617099?scroll=top&amp;needAccess=true" target="_blank" rel="noreferrer noopener">Catholic Engagement with Animal Magnetism, Spiritism and Therapeutic Hypnotism in Nineteenth-Century Belgium</a>, <em>Dix-Neuf</em>, 29(2025).</p>



<p>Wannes Dupont, <em>Unwilling to Know. Male Homosexuality at the Crossroads of Europe, 1870-1965</em>, Cambridge University Press, 2026.<a id="_msocom_1"></a></p>



<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>


<p style="background-color:#f50e38 !important; color:#ffffff !important;" class="has-background"><a href="https://www.arts.kuleuven.be/cultuurgeschiedenis/leden/00009483" style="color: white;">Kaat Wils</a> is gewoon hoogleraar moderne Europese Cultuurgeschiedenis en hoofd van de Onderzoekseenheid Geschiedenis van de KU Leuven.</p>


<p class="has-luminous-vivid-amber-background-color has-background has-small-font-size">Titelafbeelding: Albert von Schrenck Notzing was een van de artsen die hypnose inzette bij de behandeling van seksuele &#8216;pathologieën&#8217;. Albert von Keller, <em>Hypnose bei Schrenck-Notzing</em> (ca. 1855).</p>



<p></p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://cultuurgeschiedenis.be/een-kwestie-van-discipline-hypnose-en-homoseksualiteit-rond-1900/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>‘Wij vragen dat men rekening houde met onze Beroepsorganisatie’: negentig jaar stem geven aan verpleegkundigen</title>
		<link>https://cultuurgeschiedenis.be/wij-vragen-dat-men-rekening-houde-met-onze-beroepsorganisatie-negentig-jaar-stem-geven-aan-verpleegkundigen/</link>
					<comments>https://cultuurgeschiedenis.be/wij-vragen-dat-men-rekening-houde-met-onze-beroepsorganisatie-negentig-jaar-stem-geven-aan-verpleegkundigen/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[admin]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 13 Apr 2026 08:50:38 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Algemeen]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://cultuurgeschiedenis.be/?p=4970</guid>

					<description><![CDATA[De grootste en belangrijkste beroepsorganisatie voor verpleegkundigen in Vlaanderen blaast dit jaar negentig kaarsjes uit.]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p><em>Door <a href="https://www.arts.kuleuven.be/cultuurgeschiedenis/leden/00120728">Luc De Munck</a></em></p>



<div style="height:5px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<p>De grootste en belangrijkste beroepsorganisatie voor verpleegkundigen in Vlaanderen blaast dit jaar negentig kaarsjes uit. De <em>Vereeniging voor Katholieke Verpleegsters en Vroedvrouwen der Vlaamsche Gouwen in België </em>(VKVV) ontstond inderdaad in 1936. De voorbije negentig jaar bleef de organisatie &#8211; vandaag NETWERK VERPLEEGKUNDE &#8211; voortdurend een stem geven aan verpleegkundigen.</p>



<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<h2 class="wp-block-heading">Een vertraagde start&#8230;</h2>


<div class="wp-block-image">
<figure class="alignright size-large is-resized"><a href="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/20260413_Luc_foto-2_blog.jpg"><img loading="lazy" decoding="async" width="637" height="1024" src="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/20260413_Luc_foto-2_blog-637x1024.jpg" alt="" class="wp-image-4972" style="width:384px;height:auto" srcset="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/20260413_Luc_foto-2_blog-637x1024.jpg 637w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/20260413_Luc_foto-2_blog-187x300.jpg 187w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/20260413_Luc_foto-2_blog-768x1235.jpg 768w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/20260413_Luc_foto-2_blog-956x1536.jpg 956w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/20260413_Luc_foto-2_blog.jpg 996w" sizes="auto, (max-width: 637px) 100vw, 637px" /></a><figcaption class="wp-element-caption"><em>Jeanne Hellemans, de eerste voorzitster van de VKVV (KADOC-KU Leuven).</em></figcaption></figure></div>


<p>De prille voorloper van NETWERK VERPLEEGKUNDE ontstond in 1924. Twee jaar eerder was een neutrale beroepsorganisatie voor verpleegsters opgericht, maar katholieke verpleegsters vonden dat die te weinig oog had voor hun religieuze overtuigingen. Als reactie richtten ze daarom de <em>Section des Infirmières Catholiques Belges</em> op. De sectie bestond grotendeels uit Franstalige verpleegsters, al had ze ook een Vlaamse afdeling. Die groeide in 1936 uit tot de <em>Vereeniging voor Katholieke Verpleegsters en Vroedvrouwen der Vlaamsche Gouwen in België</em>, met de Mechelse verpleegster Jeanne Hellemans als eerste voorzitster. Doel van de vereniging was het behartigen van de beroepsbelangen van katholieke verpleegsters uit het Vlaamse landsgedeelte en het bevorderen van hun onderlinge samenwerking.</p>



<p>Drie jaar later hield de organisatie haar eerste congres in Gent. Meer dan tweehonderd verpleegsters waren er aanwezig. Begin 1940 liet de VKVV het eerste nummer van het tweemaandelijkse tijdschrift <em>De Katholieke Vlaamsche Verpleegster </em>van de persen rollen. De Tweede Wereldoorlog, die enkele maanden later uitbrak, stak een stokje voor de verdere uitbouw van de vereniging. De activiteiten beperkten zich vooral tot initiatieven van de plaatselijke afdelingen die voor de oorlog opgericht waren. Op nationaal vlak moest de uitgave van <em>De Katholieke Vlaamsche Verpleegster </em>door het optreden van de militaire censuur in 1942 gestaakt worden. De vereniging telde toen 850 leden en acht diocesane afdelingen. Het zou tot begin 1945 duren vooraleer ze echt van start kon gaan.</p>



<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<h2 class="wp-block-heading">… van een vormings- en belangenorganisatie</h2>



<p>Na de oorlog ging de aandacht van de VKVV in de eerste plaats naar de naschoolse vorming van verpleegsters. In dat kader werd in september 1946 een eerste vervolmakingscursus voor gediplomeerde verpleegsters georganiseerd. Het doel was om katholieke verpleegsters verder op te leiden in overeenstemming met de christelijke grondbeginselen en hen zo voor te bereiden op hun taak in de maatschappij. Daarnaast organiseerde de vereniging leidstersdagen, documentaire weekends, studiedagen en congressen. In 1962 richtte ze ook een vervolmakingscentrum op. Dat had een tweevoudig doel: een algemene of gespecialiseerde bijscholing voor gediplomeerde verpleegsters aanbieden, en verpleegsters, die door zelfstudie een diploma wilden behalen, voorbereiden voor de centrale examencommissie.</p>



<p>Naast deze nadruk op de vorming van haar leden, profileerde de vereniging zich meer en meer als belangenorganisatie. Dat werd al begin 1946 geïllustreerd door een brief aan de minister van Volksgezondheid. Dat was een protestbrief, omdat de VKVV geen afgevaardigde had in de Algemene Raad van het Verplegingswezen. De titel van de afgedrukte brief in het VKVV-tijdschrift liet niets aan de verbeelding over: ‘Wij vragen dat men rekening houde met onze Beroepsorganisatie.’</p>



<figure class="wp-block-image size-large"><a href="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/20260413_Luc_foto-3-_blog-scaled.jpg"><img loading="lazy" decoding="async" width="1024" height="658" src="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/20260413_Luc_foto-3-_blog-1024x658.jpg" alt="" class="wp-image-4973" srcset="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/20260413_Luc_foto-3-_blog-1024x658.jpg 1024w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/20260413_Luc_foto-3-_blog-300x193.jpg 300w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/20260413_Luc_foto-3-_blog-768x493.jpg 768w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/20260413_Luc_foto-3-_blog-1536x986.jpg 1536w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/20260413_Luc_foto-3-_blog-2048x1315.jpg 2048w" sizes="auto, (max-width: 1024px) 100vw, 1024px" /></a><figcaption class="wp-element-caption"><em>Nationaal Congres van het NVKVV in 1963, in aanwezigheid van koningin Fabiola (KADOC-KU Leuven).</em></figcaption></figure>



<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<h2 class="wp-block-heading">Jarenlange actie voor een statuut voor verpleegkundigen</h2>



<p>In 1952 kreeg de beroepsorganisatie een nieuwe naam: <em>Nationaal Verbond der Katholieke Vlaamse Verpleegsters</em> (NVKVV). Zeven jaar later werd het NVKVV een vzw. Door dit wettelijk statuut steeg de representativiteit van de organisatie bij openbare instanties. De vernieuwde statuten bepaalden dat het NVKVV tot doel had ‘alle professionele, godsdienstige, morele, materiële, sociale en culturele belangen van de verplegenden te behartigen, om de gezondheidszorg in christelijke zin te bevorderen, zowel op nationaal als op internationaal vlak.’</p>



<p>Het vrijwaren van de christelijke principes bij de uitoefening van het verpleegstersberoep bleef dus prioritair, maar het NVKVV streefde wel naar een goede samenwerking met het neutrale Nationaal Verbond van Belgische Verpleegsters en de overkoepelende Algemene Unie der Verpleegsters van België. In de schoot van die laatste behaalde het NVKVV onder impuls van haar voorzitster Ghislaine Van Massenhove een van haar grootste successen: tussen 1969 en 1974 voerde de organisatie voortdurend acties &#8211; zoals een betoging van 17.000 verpleegsters in 1971 &#8211; om een eigen statuut voor verpleegkundigen te bekomen.</p>



<p>Dat statuut kwam er uiteindelijk door de wet van 20 december 1974 op de uitoefening van de verpleegkunde. Verpleegkundigen verwierven meer autonomie tegenover de artsen en hun beroep werd geherwaardeerd.&nbsp; De wet legde de basis om de verpleegkunde verder uit te bouwen tot een erkende en wetenschappelijk onderbouwde discipline in dienst van de zorgbehoevende mens.</p>



<figure class="wp-block-image size-large"><a href="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/20260413_Luc_foto-4_blog-scaled.jpeg"><img loading="lazy" decoding="async" width="1024" height="816" src="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/20260413_Luc_foto-4_blog-1024x816.jpeg" alt="" class="wp-image-4974" srcset="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/20260413_Luc_foto-4_blog-1024x816.jpeg 1024w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/20260413_Luc_foto-4_blog-300x239.jpeg 300w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/20260413_Luc_foto-4_blog-768x612.jpeg 768w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/20260413_Luc_foto-4_blog-1536x1224.jpeg 1536w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/20260413_Luc_foto-4_blog-2048x1632.jpeg 2048w" sizes="auto, (max-width: 1024px) 100vw, 1024px" /></a><figcaption class="wp-element-caption"><em>Ondertekening van de statuten van 1959 door voorzitster Ghislaine Van Massenhove (KADOC-KU Leuven).</em></figcaption></figure>



<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<h2 class="wp-block-heading">De Week van de Verpleegkunde</h2>



<p>In de lijn van het verworven statuut en het grote belang dat het NVKVV hechtte aan vorming en bijscholing, organiseerde het verbond in 1975 voor het eerst de Week van de Verpleegkunde in het Kursaal van Oostende. Daarmee had het NVKVV drie centrale doelstellingen: kennisdeling (tijdens het eerste jaar stonden zeven studiedagen op het programma, in 2025 was dat aantal gestegen tot 25), groepsvorming (op het hoogtepunt in 1980 waren er meer dan 11.000 verpleegkundigen aanwezig) en het vergroten van de maatschappelijke zichtbaarheid en erkenning van verpleegkundigen.</p>



<p>In de beginjaren van de Week speelde de organisatie in op het streven naar erkenning van de verpleegkunde als volwaardig en autonoom beroep, los van de arts, door het beeld van een zelfbewuste beroepsgroep uit te dragen. In de jaren tachtig en negentig groeide de Week vaak uit tot een platform waarop verpleegkundigen hun eisen naar het beleid toe konden uiten.</p>



<p>Rekening houdend met de groeiende secularisering paste de inhoud van de Week zich geleidelijk aan de veranderende tijdgeest aan. Het beroep had niet langer een expliciet katholiek profiel, maar bleef wel gekoppeld aan een katholieke traditie die als inspiratie diende. Dat kwam duidelijk naar voren in de studiedagen: sinds 1988 was er telkens een studiedag rond pastoraal, ethiek en humanisering, die vanaf 1996 verderging onder de naam ethiek en thema’s zoals pastorale zorg, euthanasie en zingeving behandelde.</p>



<figure class="wp-block-image size-large"><a href="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/20260413_Luc_foto-5_blog.jpg"><img loading="lazy" decoding="async" width="1024" height="680" src="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/20260413_Luc_foto-5_blog-1024x680.jpg" alt="" class="wp-image-4975" srcset="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/20260413_Luc_foto-5_blog-1024x680.jpg 1024w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/20260413_Luc_foto-5_blog-300x199.jpg 300w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/20260413_Luc_foto-5_blog-768x510.jpg 768w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/20260413_Luc_foto-5_blog-1536x1019.jpg 1536w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/04/20260413_Luc_foto-5_blog-2048x1359.jpg 2048w" sizes="auto, (max-width: 1024px) 100vw, 1024px" /></a><figcaption class="wp-element-caption"><em>Deelnemers aan de Week van de Verpleegkunde in 1981 (KADOC-KU Leuven).</em></figcaption></figure>



<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<h2 class="wp-block-heading">Van katholieke naar pluralistische organisatie</h2>



<p>In 2015 liet het NVKVV haar katholieke visie los via nieuwe, pluralistische statuten. De naam bleef nog wel behouden, maar kreeg voortaan als ondertitel ‘Beroepsorganisatie voor verpleegkundigen’. In juni 2022 veranderde ook die benaming en werd geopteerd voor NETWERK VERPLEEGKUNDE. Die naam maakte duidelijk dat de nadruk van de organisatie lag op het verbinden van verpleegkundigen, los van hun levensbeschouwelijke overtuiging.</p>



<p>Vandaag telt de organisatie meer dan 7000 leden, 6 regionale netwerken en 21 gespecialiseerde werkgroepen (van kinder- tot hoofdverpleegkundigen), die adviezen en voorstellen formuleren voor de bevoegde overheden. Ze vormen zo een belangrijke schakel in de ontwikkeling van een hedendaagse visie op verpleegkunde. Negentig jaar na haar oprichting wil de beroepsorganisatie nog steeds de noden en bezorgdheden van haar leden op de kaart zetten en de stem van verpleegkundigen vertegenwoordigen.</p>



<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<p class="has-vivid-red-color has-text-color has-link-color wp-elements-9a0e8889d2e9729ab42cb453792b754d"><strong>Meer lezen?</strong></p>



<p>Vermandere, Katelijne. <em>Ontstaan en groei van NVKVV 1919-1969</em>. Brussel: NVKVV, 1987.</p>



<p>Vinken, Nona. ‘<em>Een podium voor de Verpleegkunde. 50 jaar Week van de Verpleegkunde (1975-2024)</em>’. Onuitgegeven masterproef, KU Leuven, 2024-2025.</p>



<div style="height:5px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>


<p class="has-background" style="background-color: #f50e38 !important; color: #ffffff !important;"><span style="color: #ffffff;"><a style="color: #ffffff;" href="https://www.arts.kuleuven.be/cultuurgeschiedenis/leden/00120728">Luc De Munck</a></span> is doctoraatsonderzoeker aan de onderzoeksgroep Cultuurgeschiedenis vanaf 1750 van de KU Leuven. Hij voert onderzoek naar de identiteit van katholieke verpleegkundigen in België tussen 1919 en 1974.</p>


<p class="has-luminous-vivid-amber-background-color has-background has-small-font-size">Titelafbeelding: Stichtingsvergadering van de VKVV-afdeling Brugge in de jaren dertig van de twintigste eeuw (KADOC-KU Leuven).</p>



<p></p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://cultuurgeschiedenis.be/wij-vragen-dat-men-rekening-houde-met-onze-beroepsorganisatie-negentig-jaar-stem-geven-aan-verpleegkundigen/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>31/03 Internationale Dag van Transgendervisibiliteit: Op zoek naar trans in de bronnen</title>
		<link>https://cultuurgeschiedenis.be/31-03-internationale-dag-van-transgendervisibiliteit-op-zoek-naar-trans-in-de-bronnen/</link>
					<comments>https://cultuurgeschiedenis.be/31-03-internationale-dag-van-transgendervisibiliteit-op-zoek-naar-trans-in-de-bronnen/#comments</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[admin]]></dc:creator>
		<pubDate>Tue, 31 Mar 2026 15:42:55 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Algemeen]]></category>
		<category><![CDATA[Historische cultuur & herinnering]]></category>
		<category><![CDATA[Lichaam & wetenschap]]></category>
		<category><![CDATA[Mentaliteiten & gevoelens]]></category>
		<category><![CDATA[#trans]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://cultuurgeschiedenis.be/?p=4947</guid>

					<description><![CDATA[Door Esther Lamberts Op 27 september 1969 sprak de correctionele rechtbank in Brussel na een maandenlang proces twee artsen vrij. Die stonden terecht voor opzettelijke slagen en verwondingen met de dood tot gevolg van de trans vrouw Peggy Wijnen (1943-1967). Het vonnis stelde dat een chirurgische ingreep op trans personen toegelaten was. De “Zaak Wijnen” [&#8230;]]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<p><em>Door <a href="https://www.arts.kuleuven.be/cultuurgeschiedenis/leden/00145986">Esther Lamberts</a></em></p>



<div style="height:5px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<p>Op 27 september 1969 sprak de correctionele rechtbank in Brussel na een maandenlang proces twee artsen vrij. Die stonden terecht voor opzettelijke slagen en verwondingen met de dood tot gevolg van de trans vrouw Peggy Wijnen (1943-1967). Het vonnis stelde dat een chirurgische ingreep op trans personen toegelaten was.</p>



<p>De “Zaak Wijnen” zal bij het grote publiek vandaag nog nauwelijks een belletje doen rinkelen. Toch was het eind jaren ‘60 een veelbesproken item in de pers; niet alleen in de Belgische, maar ook in de Nederlandse, Engelse en Deense. Zelfs in de Verenigde Staten, waar trans zorg meer voeten aan de grond had, haalde de Zaak Wijnen de media. Maar het ging in die berichtgeving vooral over de artsen en de rechtszaak, en zelden tot nooit over Peggy Wijnen zelf.</p>


<div class="wp-block-image">
<figure class="alignright size-full is-resized"><a href="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/03/37827573944_d5b048c110_c.jpg"><img loading="lazy" decoding="async" width="799" height="533" src="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/03/37827573944_d5b048c110_c.jpg" alt="" class="wp-image-4957" style="width:507px;height:auto" srcset="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/03/37827573944_d5b048c110_c.jpg 799w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/03/37827573944_d5b048c110_c-300x200.jpg 300w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/03/37827573944_d5b048c110_c-768x512.jpg 768w" sizes="auto, (max-width: 799px) 100vw, 799px" /></a><figcaption class="wp-element-caption">De trans vlag wapperent op een gebouw. Afbeelding afkomstig van <a href="https://www.flickr.com/photos/foreignoffice/37827573944/in/photostream/">Flickr</a>.</figcaption></figure></div>


<p>Maar hoe schrijf je een trans geschiedenis waarin trans personen de hoofdrol spelen? Het is een uitdaging waar menig trans en queer historici mee worstelen. Dat er in de historiografie van medische en juridische trans geschiedenis vooral aandacht was voor artsen, instituten of organisaties, komt doordat er net meer archiefmateriaal voorhanden is om dat type geschiedenis te schrijven. Een geschiedenis die focust op de trans personen zelf is veel minder evident, simpelweg omdat ze vaak weinig tot geen bronnen nalaten. Maar “De zaak Wijnen” toont hoe we die stem tóch in de archieven bij elkaar kunnen sprokkelen.</p>



<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<h2 class="wp-block-heading">De Zaak Wijnen (1969)</h2>



<p>Op 24 oktober 1967 voerden dokters Fardeau, Slosse en Leclercq een genderbevestigende ingreep uit op Peggy Wijnen. Peggy leek vlot te herstellen van de ingreep, maar overleed plots op 4 november 1967. Twee dagen later kreeg de politie een anonieme brief. Daarin stond hoe er in een Brussels ziekenhuis een genderbevestigende ingreep was uitgevoerd bij een zekere Wijnen, die onder het pseudoniem Peggy in een Antwerpse bar werkte, en dat die aan de gevolgen van de ingreep overleden was.</p>



<p>Het onderzoek dat daarop startte, concludeerde dat het overlijden het gevolg was van een longembolie die gelinkt kon worden aan de ingreep. Het parket vervolgde de artsen.</p>



<p>Jean Pierre De Waele, professor aan de Vrije Universiteit Brussel en psychiater van opleiding, werd aangesteld als expert en moest in een wetenschappelijk rapport onderzoeken of de ingreep medisch&nbsp; noodzakelijk was. De centrale vraag luidde: moest het lichaam worden aangepast aan de geest, of omgekeerd?</p>



<p>De beschuldigde artsen verzamelden bewijsmateriaal, literatuur en getuigenissen om hun standpunt &nbsp;te verdedigen. De Waeles rapport stond daar diametraal tegenover en ontkende het bestaan van de “transseksueel”. In de maanden daarop werd de rechtszaal het decor van discussies tussen artsen, experts en getuigen.</p>



<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<h2 class="wp-block-heading">Onzichtbaar: ook onvindbaar?</h2>



<p>Dat de kranten wel schrijven over “Proces Peggy”, de “Zaak Peggy”, of de “Peggy Affaire”, maar enkel focussen op de rol van de beschuldigde artsen, roept bij mij vragen op. Wie was Peggy Wijnen eigenlijk?</p>



<p>Zoals Peggy op zoek ging naar zichzelf, ging ik op zoek naar haar. Het is een gekende uitdaging voor historici die trans / queer geschiedenis schrijven. Door tussen de lijnen door te lezen, in het materiaal dat ons rest, probeer ik, zij het kortstondig, het levensverhaal van Peggy te belichten.</p>



<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<h2 class="wp-block-heading">Peggy Wijnen</h2>



<p>Op 25 juni 1943 werd Peggy Wijnen<strong>*</strong> geboren, toen nog gekend onder haar mannelijke naam, in het Limburgse Kotem-Boorsem, als jongste zoon in een gezin van drie zussen. Volgens haar moeder wilde Peggy al snel liever koken, wassen, strijken en naaien, en maakte ook de schooltijd “<em>van [Wijnen] geen ravottende jongen</em>”. Op haar vijftiende vertrok Peggy achtereenvolgens naar Hasselt en Luik om kapper te worden. Het is daarna dat Wijnen voor het eerst aan haar moeder opbiecht dat ze vrouw wilde worden.</p>



<p>Nadat ze het mikpunt van spot werd, verliet Peggy haar geboortedorp. Ze ging in het Antwerpse homomilieu aan de slag als barmeisje – en kleedde zich dus voor het eerst in het openbaar als vrouw, zoals ook blijkt uit het rapport van De Waele. In een van de bars waar ze werkte leerde Peggy Jean Bernaerts kennen, die haar vaste partner werd. Krantenartikelen vermeldden dat ze daar “<em>minirokjes</em>” en “<em>gewaagde bloesjes</em>” droeg. “Met Bernaerts”, haar partner, begon zij vervolgens zelf een bar in de “Sinjorenstad” [Antwerpen] om “<em>het geld voor een dure medische behandeling – die haar nog meer het aanschijn van ’n vrouw zou moeten geven – bijeen te sparen</em>.”</p>



<p>In mei 1967 meldde de toen 22-jarige Peggy zich bij de Brusselse chirurg Fardeau. Wijnen presenteerde zich, aldus Fardeau, “<em>met een mannelijk geslacht en de gelijktijdig aanwezige vrouwelijke borst en gladde huid waarbij niets mannelijks op te merken viel</em>”. Het rapport en de krantenartikelen leren mij dat ze al enige tijd hormonen nam.&nbsp;Na verschillende andere consultaties, met meer ervaren artsen en de moeder van Peggy, besloot Fardeau dat een chirurgische ingreep nodig was. De operatie zou plaatsvinden op 24 oktober van datzelfde jaar.</p>



<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<h2 class="wp-block-heading">Reading against the grain: op zoek naar het trans perspectief in bronnen</h2>


<div class="wp-block-image">
<figure class="alignleft size-large is-resized"><a href="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/03/Map-Kinsey-Institute.jpg"><img loading="lazy" decoding="async" width="768" height="1024" src="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/03/Map-Kinsey-Institute-768x1024.jpg" alt="" class="wp-image-4952" style="width:412px;height:auto" srcset="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/03/Map-Kinsey-Institute-768x1024.jpg 768w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/03/Map-Kinsey-Institute-225x300.jpg 225w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/03/Map-Kinsey-Institute-1152x1536.jpg 1152w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/03/Map-Kinsey-Institute-1024x1365.jpg 1024w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/03/Map-Kinsey-Institute.jpg 1200w" sizes="auto, (max-width: 768px) 100vw, 768px" /></a><figcaption class="wp-element-caption">Foto van de archiefmap, bewaard in The Kinsey Institute, waar onder andere het rapport van dr. De Waele in zat. </figcaption></figure></div>


<p>Het leven van Peggy Wijnen is als stukken van een puzzel verspreid over verschillende bronnen. Die puzzelstukken vertellen dat Peggy al van kinds af aan tegen de heersende gendernormen rebelleerde; dat haar moeder best betrokken was bij haar genderdysfore gevoelens en dat daar over gesproken werd. Ik kom te weten dat Peggy in een liefdevolle relatie zat. De krantenartikelen suggereren dat ze in Antwerpen omgeven werd door andere trans of gendernonconforme personen, die onderling informatie met elkaar uitwisselden over hormonen en artsen waar ze terechtkonden voor een chirurgische ingreep. Tussen de lijnen door leer ik zo veel over hoe trans personen het heft in eigen handen namen.</p>



<p><em>Reading against the grain</em>; een bron anders lezen dan op de manier zoals die bedoeld is, wordt door historici gebruikt om een stem te geven aan de onderdrukten. Tussen de journalisten, advocaten, artsen, experten en getuigenissen door, weerklinkt zo de stem, weliswaar indirect, van Peggy.</p>



<p>Niettemin blijft De Waeles rapport een waardevolle bron. Het biedt dan wel een eenzijdig beeld en is trans-kritisch of anti-trans, maar tegelijkertijd is het net in dit rapport dat ik veel te weten ben gekomen over het leven en overlijden van Peggy Wijnen. Als onderzoeker schipper ik dan ook tussen frustratie en dankbaarheid bij dat soort bronnen. Frappant is bovendien dat ik dit rapport niet in België ontdekte, maar bijna per toeval in een Amerikaans archief. Trans geschiedenis is, net als vele andere geschiedenissen, het samen puzzelen van verschillende broodkruimels, die soms zelfs verstopt zitten aan de andere kant van de Atlantische Oceaan.</p>



<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<p class="has-small-font-size">(<strong>*Ik heb ervoor gekozen om Wijnen consequent te beschrijven met de naam en voornaamwoorden die zij zelf verkoos.</strong>)</p>



<p><strong><mark style="background-color:rgba(0, 0, 0, 0)" class="has-inline-color has-vivid-red-color">Meer lezen?</mark></strong></p>



<p>Paul Borgs, <em>Holebipioniers: Een geschiedenis van de holebi- en transgenderbeweging in Vlaanderen</em> (Antwerpen: ’t Verschil, 2015).</p>



<p>“Een medische geschiedenis van trans(gender)zorg (1920-1980)”, <em>Familiegeschiedenis.b</em>e, Esther Lamberts (https://www.familiegeschiedenis.be/nl/dossiers/queeridentiteit-door-de-eeuwen-heen/6-een-medische-geschiedenis-van-transgenderzorg-1920).</p>



<p><p style="background-color:#f50e38 !important; color:#ffffff !important;" class="has-background"><a href="https://www.arts.kuleuven.be/cultuurgeschiedenis/leden/00145986" style="color: white;">Esther Lamberts</a> is als FWO-apirant verbonden aan de Onderzoeksgroep Cultuurgeschiedenis vanaf 1750 van de KU Leuven. Esthers onderzoek focust op transgendergeschiedenis in België, de Verenigde Staten en Canada tussen 1960 en 2000 onder de titel&nbsp;<strong>“</strong>Transnationale trans geschiedenis: netwerken in een nieuw perspectief”.</p></p>



<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<p class="has-luminous-vivid-amber-background-color has-background has-small-font-size">Titelafbeelding: International Trans Day of Visibility, <a href="https://commons.wikimedia.org/wiki/File:International_Trans_Day_of_Visibility.jpg">Wikimedia Commons</a>. </p>



<p></p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://cultuurgeschiedenis.be/31-03-internationale-dag-van-transgendervisibiliteit-op-zoek-naar-trans-in-de-bronnen/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>1</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Partnermoord en patriarchale praatjes</title>
		<link>https://cultuurgeschiedenis.be/partnermoord-en-patriarchale-praatjes/</link>
					<comments>https://cultuurgeschiedenis.be/partnermoord-en-patriarchale-praatjes/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[admin]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 25 Mar 2026 15:51:36 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Lichaam & wetenschap]]></category>
		<category><![CDATA[Mentaliteiten & gevoelens]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://cultuurgeschiedenis.be/?p=4929</guid>

					<description><![CDATA[Femicide is van alle tijden, net als het discours dat de daders gebruiken. Volgens Elias Feys is een moordzaak die 500 jaar geleden plaatsvond daar een treffend voorbeeld van.]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p><em>Gastblog door <a href="https://www.arts.kuleuven.be/middeleeuwen/over-ons/leden/00137752">Elias Feys</a></em></p>



<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<p>Iedere twee weken wordt een Belgische vrouw gedood door haar partner. Femicide &#8211; de opzettelijke doding van een vrouw vanwege haar gender &#8211; is helaas een fenomeen van alle tijden. Wat ook tijdloos lijkt, is het typische discours dat daders in rechtszaken hanteren. De moordenaars slaan mea culpa (“het was niet zo bedoeld”), maar schuiven tegelijk de schuld in de schoenen van het slachtoffer. Een moordzaak die 500 jaar geleden plaatsvond in het Nederlandse Sluis is daar een treffend voorbeeld van.</p>



<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<h2 class="wp-block-heading">Een verhaal van paarden en koeien</h2>



<p>Op 12 september 1509 ging Ghislain Devos naar een herberg om met enkele vrienden in te drinken. Voor zijn vertrek had hij zijn vrouw en kinderen bevolen een paard klaar te maken zodat hij gemakkelijk kon terugkeren. Na enkele potten bier begon hij aan de terugweg, maar tot zijn ergernis stond het gevraagde paard niet klaar. Gefrustreerd wandelde hij naar zijn huis. Tot zijn ontsteltenis trof hij bij zijn thuiskomst losgelopen koeien op zijn erf aan. Om zich af te reageren, “<em>zoals een dronken man gewoonlijk doet</em>,” schold hij zijn kinderen uit voor “<em>hoerenkinderen</em>” en sloeg hij hen.</p>



<p>Binnen trof hij zijn vrouw aan, die duidelijk niet opgezet was met zijn gedrag. Ze zei dat hij beter thuis was gebleven om te werken in plaats van hun kinderen te slaan. Ghislain schold haar uit en sloeg haar met zijn tas. Zijn vrouw, die daar niet tevreden mee was, vloekte, waarop Ghislain nog bozer werd en haar opnieuw sloeg met dezelfde tas. Maar in die tas stak een mes dat een van zijn makkers eerder die dag &nbsp;in de kroeg had achtergelaten. Ghislain besloot het &nbsp;mes toen mee te nemen om het later terug te geven. De tas met daarin het mes trof zijn echtgenote in haar keel. Zwaar dronken als hij was, merkte hij niet op dat ze dodelijk verwond was, en hij ging zijn roes uitslapen bij het haardvuur.</p>



<p>Toen hij wakker werd, vertelden buren hem dat hij zijn vrouw dodelijk had verwond. Aanvankelijk geloofde hij het niet, maar bij het zien van haar bijna levenloze lichaam was hij diep bedroefd. “<em>Bitter wenend</em>” nam hij haar in zijn armen, riep God, Onze-Lieve-Vrouw en alle heiligen aan, maar kort daarna stierf zij. Bang voor een zware veroordeling, hoewel hij verklaarde tot dan toe altijd in vrede met haar te hebben geleefd, sloeg Ghislain op de vlucht.</p>


<div class="wp-block-image">
<figure class="aligncenter size-large is-resized"><a href="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/03/blog-Elias_1.jpg"><img loading="lazy" decoding="async" width="1024" height="1015" src="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/03/blog-Elias_1-1024x1015.jpg" alt="" class="wp-image-4930" style="width:615px;height:auto" srcset="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/03/blog-Elias_1-1024x1015.jpg 1024w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/03/blog-Elias_1-300x297.jpg 300w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/03/blog-Elias_1-150x150.jpg 150w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/03/blog-Elias_1-768x761.jpg 768w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/03/blog-Elias_1.jpg 1200w" sizes="auto, (max-width: 1024px) 100vw, 1024px" /></a><figcaption class="wp-element-caption">Afbeelding van een 15<sup>e</sup> eeuws miniatuur van een bende die een vrouw doodt (<a href="https://commons.wikimedia.org/wiki/File:Medieval_robbers.jpg#/media/File:Medieval_robbers.jpg">publiek domein</a>).</figcaption></figure></div>


<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<h2 class="wp-block-heading">Pedagogische tik</h2>



<p>Het verhaal zoals hierboven weergegeven komt bijna letterlijke uit de petitie om genade die Ghislain samen met een advocaat neerschreef. Hij richtte zich met dit relaas tot Maximiliaan van Oostenrijk en zijn kanselarij in&nbsp; de hoop een kwijtschelding van zijn misdaad te bekomen &#8211; die hij uiteindelijk ook kreeg. Typisch voor dergelijke genadebrieven, is dat de aanvrager zichzelf in een zo positief mogelijk daglicht stelt, terwijl het omgekeerde bij het slachtoffer wordt gedaan. Een betrouwbare weergave van wat er écht gebeurde is het dus niet: gelooft u dat het mes dat in de tas van Ghislain stak de keel van zijn vrouw per toeval raakte? Maar we kunnen op basis van deze bronnen wél achterhalen welke ideeën en denkbeelden over partnergeweld- en moord in een legale context aanvaard werden in de middeleeuwen.</p>



<p>Een eerste klassiek argument is dat het ging om gerechtvaardigd en gebalanceerd geweld. In de middeleeuwse samenleving (en nog lang daarna) was het sociaal aanvaard om als man je echtgenote te slaan. Dat mocht niet zomaar, er moest een goede aanleiding toe zijn, zoals ongehoorzaamheid, opstandigheid of slecht gedrag. Bovendien moest het geweld ook redelijk zijn: sommige rechtsteksten uit die tijd bepaalden bijvoorbeeld dat de wonden niet mochten bloeden. Bont en blauw slaan was dus uit den boze; het moest om een beheerste reactie gaan. In het verhaal van Ghislain sloeg hij zijn vrouw een eerste keer door het wanordelijk huishouden, en een tweede keer omdat ze begon te vloeken. Eén corrigerende tik per misstap dus.</p>


<div class="wp-block-image">
<figure class="aligncenter size-large is-resized"><a href="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/03/blog-Elias_2def.jpg"><img loading="lazy" decoding="async" width="1024" height="556" src="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/03/blog-Elias_2def-1024x556.jpg" alt="" class="wp-image-4931" style="width:773px;height:auto" srcset="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/03/blog-Elias_2def-1024x556.jpg 1024w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/03/blog-Elias_2def-300x163.jpg 300w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/03/blog-Elias_2def-768x417.jpg 768w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/03/blog-Elias_2def-1536x834.jpg 1536w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/03/blog-Elias_2def.jpg 1920w" sizes="auto, (max-width: 1024px) 100vw, 1024px" /></a><figcaption class="wp-element-caption">Miniatuur van ca. 1405 uit de Roman de la Rose waarop een man zijn vrouw slaat met een stok, (Ms. Ludwig XV 7, fol. 54).</figcaption></figure></div>


<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<h2 class="wp-block-heading">Quade wijven</h2>



<p>Een tweede legale strategie zien we in het schetsen van het beeld van het slachtoffer. De vrouwen die slachtoffer zijn van partnermoord, hebben in die verhalen altijd iets mispeuterd. Enerzijds kon dat vrouwelijk immoreel gedrag zijn, zoals overspel, kindermishandeling of dronkenschap. Anderzijds ging het om rebellerend gedrag, waarbij vrouwen de autoriteit van hun echtgenoten in vraag stelden. De vrouw van Ghislain toonde immers weerstand en luiheid doordat ze het bevel van haar echtgenoot had genegeerd en geen paard had klaargemaakt, maar ook doordat er koeien op het erf rondliepen. Het huishouden was met andere woorden wanordelijk.</p>



<p>Hoewel mannen hun vrouwen in een negatief daglicht stelden, illustreerden die laatsten tegelijkertijd dat echtgenotes niet zomaar opgezet waren met de wangedragingen van hun echtgenoten. In het verhaal sprak de vrouw Ghislain aan op het feit dat hij liever ging drinken dan haar bij te staan in het huishouden. Dat was regelrecht ingaan tegen de patriarchale hiërarchie, waarbij de rol van Ghislain als <em>pater familias</em> in vraag werd gesteld. Vrouwen krijgen in zulke verhalen dus niet zomaar een passieve rol toebedeeld: ze ondernemen actie en gaan indien nodig in tegen hun echtgenoten.</p>



<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<h2 class="wp-block-heading">Emoties uitbuiten</h2>



<p>Ten derde lezen we in de genadebrieven voor partnermoord opvallend meer emoties dan in andere genadebrieven. Daders speelden daarbij in op aanvaardbare en niet-aanvaardbare emoties binnen het juridische discours. Bij die eerste categorie hoorden mannelijke woede en verdriet, terwijl bij die laatste vrouwelijke woede paste. Ghislains narratief toont een type boosheid dat langzaamaan opbouwt: eerst ontbrak het paard, daarna ontdekte hij de chaos in het huishouden, en als druppel die de emmer deed overlopen begon zijn vrouw zijn acties in vraag te stellen. Na zijn roes uitgeslapen te hebben, ontdekte hij de totale destructie die hij had aangericht. Hij benadrukte zijn gevoel van verdriet en wanhoop door te vermelden dat zijn vrouw in zijn armen stierf terwijl hij huilend God en hemel aanriep. Je zou er medelijden van krijgen, en dat is precies waar Ghislain op doelde.</p>


<div class="wp-block-image">
<figure class="aligncenter size-large is-resized"><a href="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/03/blog-Elias_3-1-scaled.jpg"><img loading="lazy" decoding="async" width="741" height="1024" src="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/03/blog-Elias_3-1-741x1024.jpg" alt="" class="wp-image-4933" style="width:457px;height:auto" srcset="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/03/blog-Elias_3-1-741x1024.jpg 741w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/03/blog-Elias_3-1-217x300.jpg 217w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/03/blog-Elias_3-1-768x1061.jpg 768w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/03/blog-Elias_3-1-1112x1536.jpg 1112w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/03/blog-Elias_3-1-1482x2048.jpg 1482w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/03/blog-Elias_3-1-1024x1415.jpg 1024w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/03/blog-Elias_3-1-scaled.jpg 1853w" sizes="auto, (max-width: 741px) 100vw, 741px" /></a><figcaption class="wp-element-caption">Miniatuur uit de Schürstab-codex die een man toont die een vrouw slaat. Volgens de toenmalige humorenleer werd dat gedrag veroorzaakt door een teveel aan gele gal in het lichaam (bron: Zentralbibliothek Zürich, MS. C54 f.36r).</figcaption></figure></div>


<p>Genadebrieven over partnergeweld- en moord laten zien dat van een goede echtgenoot werd verwacht dat hij zijn vrouw onder controle hield, terwijl een goede echtgenote geacht werd zich aan de wil van haar man te onderwerpen. Tegelijk tonen ze dat huwelijksconflicten zowel ontstonden wanneer vrouwen zich niet onderwierpen, als wanneer mannen niet voldeden aan de normen van een goed huishouden. Uiteindelijk tonen de verhalen dat het doden van de echtgenote in dergelijke omstandigheden vergeven konden worden.</p>



<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<p class="has-vivid-red-color has-text-color has-link-color wp-elements-9a0e8889d2e9729ab42cb453792b754d"><strong>Meer lezen?</strong></p>



<p>Feys, Elias. “‘A Hot-tempered, Capricious, Jealous and Compassionless wife’. Marital Conflicts and Homicide in Pardon Letters of Burgundy and the Low Countries (1450–1535)”. <em>Journal of Family History</em> 50, nr. 4 (2025): 425-43.</p>



<p>Butler, Sara. <em>The Language of Abuse: Marital Violence in Later Medieval England</em>. Later Medieval Europe 2. Brill, 2007.</p>



<p>Bodiou, Lydie, en Frédéric Chauvaud red. <em>Les archives du féminicide</em>,. Psychanalyse en questions. Hermann, 2022.</p>



<p><p style="background-color:#f50e38 !important; color:#ffffff !important;" class="has-background"><a href="https://www.arts.kuleuven.be/middeleeuwen/over-ons/leden/00137752" style="color: white;">Elias Feys</a> is doctoraatsonderzoeker aan de KU Leuven en ULille. Hij onderzoekt narratieven en denkbeelden over geweld op, door, en vanwege vrouwen in de laatmiddeleeuwse Lage Landen. </p></p>



<p class="has-black-color has-luminous-vivid-amber-background-color has-text-color has-background has-link-color has-small-font-size wp-elements-79ac72d57752a1210cfca9f80b79dace">Titelafbeelding: miniatuur uit de Roman de la Rose (British Library, Harley 4425, f. 85).</p>



<p></p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://cultuurgeschiedenis.be/partnermoord-en-patriarchale-praatjes/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>De vrouw die seksuele pijn een gezicht gaf</title>
		<link>https://cultuurgeschiedenis.be/de-vrouw-die-seksuele-pijn-een-gezicht-gaf/</link>
					<comments>https://cultuurgeschiedenis.be/de-vrouw-die-seksuele-pijn-een-gezicht-gaf/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[admin]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 09 Mar 2026 15:25:29 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Algemeen]]></category>
		<category><![CDATA[Lichaam & wetenschap]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://cultuurgeschiedenis.be/?p=4909</guid>

					<description><![CDATA[Sommige onderzoekspistes beginnen met een lange queeste. Zo ook de zoektocht naar Linda Valins, de Britse auteur van 'When a Woman’s Body Says no to Sex', waarvan de eerste versie verscheen in 1988.]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p><em>Door <a href="https://www.arts.kuleuven.be/cultuurgeschiedenis/leden/00133730">Antje Van Kerckhove</a></em></p>



<div style="height:5px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<p>Sommige onderzoekspistes beginnen met een lange queeste. Zo ook mijn zoektocht naar Linda Valins, de Britse auteur van <em>When a Woman’s Body Says no to Sex</em>, waarvan de eerste versie verscheen in 1988. In haar boek schrijft Valins over vaginisme: een aandoening waarbij de spieren rond de vagina onvrijwillig samentrekken, waardoor seks of het inbrengen van een tampon pijnlijk en zelfs onmogelijk wordt. Valins was de eerste vrouw die een boek aan het onderwerp wijdde. Dat deed ze door haar eigen ervaring en die van lotgenoten te verweven met medische inzichten over de behandelingsmethodes voor vaginisme.</p>



<p>In april 2025 besloot ik Valins op te sporen. Hoewel ik mijn zoektocht vol goede moed aanvatte, bleek dat al snel een moeilijke opgave. Hoe kan iemand die zo openlijk over seksuele pijn schreef in de jaren 1980 – een periode waarin nagenoeg niemand anders het haar nadeed – volledig uit beeld verdwijnen?</p>



<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<h2 class="wp-block-heading">De magie van lokale facebookgroepen</h2>


<div class="wp-block-image">
<figure class="alignright size-large is-resized"><a href="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/03/20260309_fb-post-Antje.png"><img loading="lazy" decoding="async" width="473" height="1024" src="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/03/20260309_fb-post-Antje-473x1024.png" alt="" class="wp-image-4915" style="width:363px;height:auto" srcset="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/03/20260309_fb-post-Antje-473x1024.png 473w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/03/20260309_fb-post-Antje-139x300.png 139w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/03/20260309_fb-post-Antje-768x1663.png 768w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/03/20260309_fb-post-Antje-709x1536.png 709w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/03/20260309_fb-post-Antje-946x2048.png 946w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/03/20260309_fb-post-Antje-1024x2217.png 1024w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/03/20260309_fb-post-Antje.png 1125w" sizes="auto, (max-width: 473px) 100vw, 473px" /></a><figcaption class="wp-element-caption"><em>Facebook-post van Antje Van Kerckhove in de lokale Wadhurst-groep.</em></figcaption></figure></div>


<p>Wie anno 2025 een onbekende wil opsporen, begint niet in de bibliotheek, maar in de zoekbalk van <em>Google</em>. Helaas bleef mijn digitale speurwerk zonder veel resultaat: ik vond geen e-mailadres of telefoonnummer van Valins en op sociale media was ze eveneens onvindbaar. De uitgever van het boek reageerde niet op mijn mails en een zoektocht naar een oud adres van Valins liep ook dood.</p>



<p>Gelukkig vond ik haar terug in een interview voor <em>The Guardian</em> uit 2023. Het artikel had niets te maken met vaginisme, maar de vrouw op de bijhorende foto leek als twee druppels water op de auteur op de achterflap van Valins’ boek. <em>Bingo</em>, dacht ik. Even snel de journalist en fotograaf van het stuk contacteren en ik zou zo bij haar uitkomen… maar ook na twee herinneringsmails bleef mijn mailbox leeg.</p>



<p>Over naar plan B dan maar: de andere vrouwen die in het artikel aan het woord kwamen contacteren. Ze poseerden samen op de foto – <em>iemand </em>moest Linda Valins toch kennen? Verschillende Facebook -en Instagramberichten later – opnieuw zonder enige reactie – stond ik nog altijd geen stap dichter bij de steeds mysterieuzere auteur. Terwijl mijn vertrouwen in een goede afloop daalde, nam mijn nieuwsgierigheid naar Valins enkel toe.</p>



<p>Ik had nog één (wanhopige) zoekstrategie achter de hand: mezelf lid maken van élke mogelijke Facebookgroep in de regio rond East-Sussex. Mijn poging in de ‘<em>Wadhurst community group</em>’ was allesbepalend. Zonder te vermelden waarover mijn onderzoek precies gaat (seks kan nu eenmaal afschrikken), plaatste ik een berichtje en hoopte op het beste. En jawel, nog geen halfuur later liet een zekere Maya me weten dat ze Linda kende. Tien minuten daarna verscheen een e-mail in mijn inbox: “<em>Hallo Antje, ik heb begrepen dat je interesse hebt in een gesprek over vaginisme?</em>”</p>



<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<h2 class="wp-block-heading">Pionier</h2>



<p>Enkele dagen later vertelde Valins me aan de telefoon uitgebreid over haar boek. Het was Valins’ psychiater die haar aanmoedigde om haar gedachten en gevoelens op papier te zetten. Wat begon als een artikel voor een vrouwenmagazine, groeide gaandeweg uit tot een boek. “<em>Ik kon gewoon niet stoppen met schrijven</em>”, vertelde Valins, “<em>Ik moest mijn stem laten horen, want ik wist dat er miljoenen vrouwen waren die net als ik in stilte aan het lijden waren.</em>” Het boek doorbrak de onbespreekbaarheid van vaginisme: niet alleen door de veelheid aan mogelijke oorzaken en oplossingen in kaart te brengen, maar ook door de schaamte en eenzaamheid, die vaak met seksuele problemen gepaard gaan, bloot te leggen.</p>



<blockquote class="wp-block-quote is-layout-flow wp-block-quote-is-layout-flow">
<p><em>Ik moest mijn stem laten horen, want ik wist dat er miljoenen vrouwen waren die net als ik in stilte aan het lijden waren.</em></p>
</blockquote>



<p>Die eenzaamheid ervoer Valins zelf (opnieuw) toen ze haar verhaal naar buiten wilde brengen. Meer dan vijftig uitgeverijen moest ze contacteren voordat ze een uitgever vond die het boek wilde publiceren. De terughoudendheid van de uitgeefwereld stond in schril contrast met de reacties die volgden. Valins ontving honderden brieven van vrouwen overal ter wereld die zich herkenden in haar verhaal – vrouwen die nooit eerder van vaginisme hadden gehoord en niet wisten wat er met hen scheelde.</p>



<p>De overweldigende respons van lotgenoten beschouwde Valins als de grootste verdienste van haar werk. “<em>Ik had het gevoel dat ik niets voor hen had gedaan,</em>” zei ze, “<em>maar sommigen schreven me dat ik hun leven had gered.</em>” Het boek maakte haar in één klap zichtbaar: in kranten, op radio en televisie. Er volgde zelfs een boekentournee door de Verenigde Staten. Kort na de publicatie richtte ze <em>Resolve </em>op, de eerste zelfhulpgroep voor vrouwen met vaginisme. Uiteindelijk eiste dat engagement zijn tol en besloot Valins een punt te zetten achter het initiatief.</p>



<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<h2 class="wp-block-heading">Geen plaats voor pijn?</h2>



<p>Dat Valins haar zelfhulpgroep stopzette, had niet alleen persoonlijke redenen, maar hing ook samen met het gebrek aan een bredere, structurele omkadering. Zo kon ze binnen feministische kringen op weinig steun rekenen. Het thema vaginisme kreeg er nauwelijks aandacht. De tweede feministische golf bracht een emancipatoir verhaal waarbinnen ervaringen van pijn moeilijk pasten. Bovendien benadrukte het feministische discours nadrukkelijk de clitoris als voornaamste bron van seksueel genot en keerde daarmee weg van de vagina, waardoor problemen rond penetratie minder urgent leken. Valins uitte overigens haar frustratie over de afwijzing van penetratieseks door sommige feministen, voor wie penetratie gold als een fundamenteel problematische, zo niet gewelddadige seksuele praktijk.</p>



<p>Die marginalisering werkt tot vandaag door. Hoewel vrouwen sinds #MeToo over meer taal beschikken om seksueel misbruik en grensoverschrijdend gedrag te benoemen, blijft pijnlijke seks – en zeker pijn binnen een consensuele of liefdevolle relatie – opvallend moeilijk bespreekbaar. Het gebrek aan taal wijst op een blijvende blinde vlek in het maatschappelijke gesprek over vrouwelijke seksualiteit. Bovendien versterkt het vaak tijdelijke karakter van vaginisme die onzichtbaarheid. Veel vrouwen herstellen na verloop van tijd, zoals ook Valins, waardoor de noodzaak om te blijven spreken verdwijnt zodra de pijn afneemt. Dat bemoeilijkt het ontstaan van duurzame initiatieven. Vaginisme duikt de laatste jaren sporadisch op in de media, zoals bijvoorbeeld in het programma <em>De maagdenclub</em> van VRT, maar verschijnt meestal als een individueel verhaal dat even snel weer verdwijnt als de persoon die het belichaamt.</p>



<figure class="wp-block-embed is-type-video is-provider-youtube wp-block-embed-youtube wp-embed-aspect-16-9 wp-has-aspect-ratio"><div class="wp-block-embed__wrapper">
<iframe loading="lazy" title="Lidewij Nuitten maakt programma over maagden" width="640" height="360" src="https://www.youtube.com/embed/q8w26fjguhs?feature=oembed" frameborder="0" allow="accelerometer; autoplay; clipboard-write; encrypted-media; gyroscope; picture-in-picture; web-share" referrerpolicy="strict-origin-when-cross-origin" allowfullscreen></iframe>
</div></figure>



<p class="has-text-align-center has-cyan-bluish-gray-color has-text-color has-link-color has-small-font-size wp-elements-e64c53ca874dbb6eb98ff1facaaedc27"><em>In </em>De maagdenclub<em> komt vulvodynie aan bod in het kader van pijnlijke seks.</em></p>



<p>Tegen die achtergrond is het niet onlogisch dat Valins’ initiatief geen blijvend vervolg kreeg en dat ook zij zelf langzaam uit beeld verdween. Hoewel haar stem op de achtergrond raakte, blijft haar bijdrage betekenisvol: Valins was de eerste vrouw die vaginisme voor vele vrouwen een naam en een gezicht gaf. Haar moeilijk te traceren nalatenschap zegt minder over haar persoonlijke keuzes dan over de structurele moeite om seksuele pijn een plaats te geven in feministische, medische en maatschappelijke kaders.</p>



<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<p class="has-vivid-red-color has-text-color has-link-color wp-elements-9a0e8889d2e9729ab42cb453792b754d"><strong>Meer lezen?</strong></p>



<p>Linda Valins, <em>When a Woman’s Body Says No to Sex: Understanding and Overcoming Vaginismus</em> (Penguin Books, 1992).</p>



<p>Hannah Srajer, “Imperfect Intercourse: Sexual Disability, Sexual Deviance, and the History of Vaginal Pain in the Twentieth-Century United States,” <em>Journal of American History</em> 109, no. 4 (2023): 782–803.</p>



<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>


<p class="has-background" style="background-color: #f50e38 !important; color: #ffffff !important;"><a style="color: white;" href="https://www.arts.kuleuven.be/cultuurgeschiedenis/leden/00133730">Antje Van Kerckhove</a> is als FWO aspirant verbonden aan de onderzoeksgroep Cultuurgeschiedenis vanaf 1750. Haar onderzoek richt zich op de recente geschiedenis van vaginisme in België en de Verenigde Staten. Concreet onderzoekt ze hoe zorgverleners, vrouwenbewegingen en vrouwen met vaginisme sinds de jaren 1950 met de aandoening zijn omgegaan.</p>


<p class="has-luminous-vivid-amber-background-color has-background has-small-font-size">Titelafbeelding: boekomslag van Linda Valins, <em>When a Woman’s Body Says No to Sex: Understanding and Overcoming Vaginismus</em> (Penguin Books, 1992).</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://cultuurgeschiedenis.be/de-vrouw-die-seksuele-pijn-een-gezicht-gaf/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>De curieuze monseigneur Hyacinthe Vanderyst: missie en wetenschap in Belgisch Congo</title>
		<link>https://cultuurgeschiedenis.be/de-curieuze-monseigneur-hyacinthe-vanderyst-missie-en-wetenschap-in-belgisch-congo/</link>
					<comments>https://cultuurgeschiedenis.be/de-curieuze-monseigneur-hyacinthe-vanderyst-missie-en-wetenschap-in-belgisch-congo/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[admin]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 23 Feb 2026 16:05:38 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Lichaam & wetenschap]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://cultuurgeschiedenis.be/?p=4891</guid>

					<description><![CDATA[In 1906 kwam de toen 46-jarige Hyacinthe Vanderyst in de Congo Vrijstaat aan. Zonder de typische missionarissenachtergrond, maar met een wetenschappelijke scholing. Net dat laatste zou zijn carrière daar bepalen.]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p><em>Door <a href="https://www.arts.kuleuven.be/cultuurgeschiedenis/leden/00117981-1">Maarten Langhendries</a></em></p>



<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<p>In 1906 zette Tongenaar Hyacinthe Vanderyst voet aan wal in de Congo Vrijstaat. Een jezuïet vers uit Rome met net vier jaar studie achter de kiezen. Maar geen broekventje: Vanderyst was al 46 wanneer hij als missionaris naar de kolonie trok, uitzonderlijk oud in die tijd. Hij had dan ook geen typische missionarissenachtergrond. Zijn roeping kwam pas op latere leeftijd en Vanderyst was meer wetenschappelijk geschoold dan veel van zijn collega’s. Zijn academische achtergrond zou de carrière van Vanderyst bepalen.</p>



<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<h2 class="wp-block-heading">Portret van de missionaris als een jonge man</h2>


<div class="wp-block-image">
<figure class="alignleft size-full is-resized"><a href="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/blog-Maarten_3.jpg"><img loading="lazy" decoding="async" width="400" height="600" src="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/blog-Maarten_3.jpg" alt="" class="wp-image-4897" style="width:410px;height:auto" srcset="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/blog-Maarten_3.jpg 400w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/blog-Maarten_3-200x300.jpg 200w" sizes="auto, (max-width: 400px) 100vw, 400px" /></a><figcaption class="wp-element-caption"><em>Buste van Alphonse Proost (1847-1931) (F</em><em>oto: KU Leuven, digitaal labo)</em></figcaption></figure></div>


<p>Vanderyst was in de eerste plaats landbouwkundige. Hij studeerde agronomie aan de KU Leuven en werkte als jongeman in de jaren 1880 en ’90 voor het Ministerie van Landbouw. Vanderyst stond erg onder invloed van de notoire Alphonse Proost. Die katholieke hoge ambtenaar en professor had ambitieuze ideeën voor het landbouwonderwijs, waarin hij een groter belang voor de wetenschappen voorzag. Hij schreef polemische artikels over evolutieleer, materialisme en positivisme en mengde zich in het debat over de relatie tussen wetenschap en geloof met stellingen die hem in zijn eigen katholieke kringen niet altijd in dank werden afgenomen. Het verwijt dat hij te veel meeging in de positivistische hoerastemming over de exacte wetenschappen, leverde Proost zelfs een ticketje naar Rome op om daar zijn stellingen te verdedigen.</p>



<p>Vanderyst, die als landbouwkundige in België vooral veel bodemanalyses uitvoerde, had wel oren naar de ideeën van Proost over een rationele landbouwkunde. In één van zijn rapporten merkte hij op dat “het empirisme plaats moet maken voor wetenschappelijke en rationele methoden”. Hij trad zijn relschoppende leermeester bij dat de Europese landbouw maar economisch rendabel kon zijn als ze ook wetenschappelijk gegrond was. Vanderyst werd zo een sterke pleitbezorger van de wetenschappelijke methode en zag een belangrijke rol weggelegd voor actoren die wetenschap in de praktijk moesten omzetten.</p>



<p>In die jaren toonde Vanderyst al interesse in wat koloniaal avontuur. In 1890 trok hij naar de Congo Vrijstaat om voor de Zusters van Liefde van Gent een residentie te bouwen. Ziekte dwong hem tot terugkeer naar België. Pas anderhalf decennium later zou Vanderyst terugkeren, maar dit keer als missionaris. De congregatie had bedacht dat zijn achtergrond als agronoom van pas zou komen op de kapelhoeven van de Jezuïeten. In Kisantu, het missiegebied van de orde, runde pater Justin Gillet bovendien zijn bekende botanische tuin.</p>



<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<h2 class="wp-block-heading">De arts-missionaris</h2>



<p>Vanderyst deed inderdaad landbouwkundig werk in Congo, maar zijn hoofddomein werd uiteindelijk koloniale geneeskunde. Missionarissen voerden in de kolonie al medisch werk uit aangezien het medisch apparaat van de overheid er onderbemand was. Tot nu toe waren die geestelijken nauwelijks opgeleid als zorgverlener. Met hun nieuwe collega kwam daar verandering in. Vanderyst had voor zijn vertrek reeds een cursus bacteriologie gevolgd aan de KU Leuven. Bij aankomst werkte hij een tijdje in het befaamde laboratorium van Leopoldville, waar hij als eerste religieus een leerling was van Alphonse Broden en Jérôme Rodhain, de belangrijke Belgische tropische wetenschappers van die tijd.</p>


<div class="wp-block-image">
<figure class="alignright size-full is-resized"><a href="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/blog-Maarten_2.jpg"><img loading="lazy" decoding="async" width="576" height="934" src="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/blog-Maarten_2.jpg" alt="" class="wp-image-4894" style="width:468px;height:auto" srcset="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/blog-Maarten_2.jpg 576w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/blog-Maarten_2-185x300.jpg 185w" sizes="auto, (max-width: 576px) 100vw, 576px" /></a><figcaption class="wp-element-caption"><em>Cover van het medische handboek &#8216;Notions élémentaires concernant les maladies tropicales&#8217; door Vanderyst en Broden uit 1920 (uit Artes Universiteitsbibliotheek Leuven) (foto door auteur) </em></figcaption></figure></div>


<p>Vanderyst nam zelf ook initiatief om het missionair medisch apparaat te professionaliseren. De jezuïet zette een algemene introductiecursus in tropische geneeskunde op. Verder publiceerde hij in 1920 een medisch handboek van 260 pagina’s, <em>Notions élémentaires concernant les maladies tropicales</em>, bedoeld om te verspreiden over alle missiestations in Belgisch Congo. Het boek was breed opgevat en omvatte basisinformatie over bacteriën en ziektevectors, preventieve maatregelen tegen dysenterie, slaapziekte en gele koorts, etc. Het werk was gebaseerd op de cursussen die Vanderyst zelf gevolgd had en op de handboeken van belangrijke tropische artsen zoals Émile Van Campenhout, Charles Firket en zijn leermeester Broden. Die laatste verzorgde ook het voorwoord, wat het boek waarschijnlijk meer wetenschappelijke geloofwaardigheid moest geven. Broden had alleszins grote verwachtingen: “allen zullen voldoende kennis van hygiëne en tropische geneeskunde kunnen verwerven om aan hun taken als missionarissen die van een hygiënisch medewerker toe te voegen”.</p>



<p>Vanderyst voegde verder in de inleiding wel de waarschuwing toe dat mensen die geen medische kennis hadden, absoluut niet zelf patiënten &#8211; “même des indigènes” &#8211; mochten behandelen. Zusters en missionarissen moesten eerst een basiscursus aan de Tropische School in België of in het laboratorium in Leopoldville gevolgd hebben alvorens aan het experimenteren te slaan. Zelf focuste Vanderyst zich in de jaren 1910 en 1920 vooral op slaapziektecampagnes en het opzetten van zuigelingenzorg. Hij publiceerde hier ook meerdere wetenschappelijke artikels over. In 1925 stond hij mee aan de wieg van de Aide Médicale aux Missions, een organisatie die in België katholieke artsen rekruteerde om in Congo op missiestations te gaan werken.</p>



<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<h2 class="wp-block-heading">De gelovige Darwinist</h2>



<p>Naast agronoom en medisch hulpverlener werd Vanderyst in deze periode ook amateurarcheoloog. Hij publiceerde een artikelenreeks over “La population préhistorique du Congo belge”, gebaseerd op vondsten die hij in Kisantu deed. Opnieuw maande hij zijn collega-missionarissen aan om archeologische vindplaatsen te melden en objecten naar Tervuren te sturen voor verder onderzoek, om zo “een grote dienst te bewijzen aan de antropologische wetenschap”.</p>



<p>Stilstaande bij de vraag of de theorieën van Darwin en de kwestie van de prehistorische mens niet botsten met zijn religieuze overtuigen, schreef Vanderyst formeel: “tussen het christelijk geloof en de ware wetenschap kan er niet de minste tegenstrijdigheid bestaan”. Het citaat tekende deze curieuze jezuïet, die een hekel had aan de antiwetenschappelijke houding van sommige van zijn tijdgenoten – of het nu boeren of missionarissen waren. Voor hem was de tijd van “à l’improviste” voorbij. Hij nodigde zijn collega’s uit om samen te werken met wetenschappers of zich te verdiepen in een wetenschappelijk veld, praktische conclusies aan observaties te koppelen en de wetenschap mee te vulgariseren. <ins></ins></p>


<div class="wp-block-image">
<figure class="aligncenter size-full is-resized"><a href="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/blog-Maarten_banner-1.jpg"><img loading="lazy" decoding="async" width="485" height="389" src="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/blog-Maarten_banner-1.jpg" alt="" class="wp-image-4898" style="width:485px;height:auto" srcset="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/blog-Maarten_banner-1.jpg 485w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/blog-Maarten_banner-1-300x241.jpg 300w" sizes="auto, (max-width: 485px) 100vw, 485px" /></a><figcaption class="wp-element-caption"><em>Een anonieme missionaris gebruikt een microscoop in Belgisch Congo, uit <em>Bulletin de Aide Médicale aux Missions</em>&nbsp;(15 juli 1929), 57, Artes Universiteitsbibliotheek Leuven</em> <em>(foto door auteur)</em></figcaption></figure></div>


<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<h2 class="wp-block-heading">De laatste naturalist</h2>



<p>Al had de aanpak van Vanderyst volgens sommigen ook zijn nadelen. Bij zijn overlijden in 1934 verscheen een lange necrologie in het <em>Bulletin des séances d’Institut Royal Colonial Belge</em> waarin hij geroemd werd als een zeer toegewijde wetenschapper met een rijke hoeveelheid publicaties in allerlei domeinen. “Met hem verdwijnt één van de laatste vertegenwoordigers van een groep naturalisten die in de vorige eeuw een sterke belangstelling had voor de studie van de verschillende takken van de natuurwetenschappen,” klonk het.</p>



<p>Vanderyst werd dus geprezen maar tegelijk ook een beetje geklasseerd als een ouderwetse amateurwetenschapper met een brede interesse maar soms weinig diepgang, dit in tegenstelling tot de ware wetenschappelijk specialist. Volgens de auteur verhinderde juist Vanderysts brede interesse en drukke agenda echt duurzaam wetenschappelijk werk. Hij betreurde dat hierdoor een groot aantal empirische observaties “dode letter voor de wetenschap zullen blijven”. Die kritiek focuste zich echter op Vanderysts ouderwetse manier om aan onderzoek te doen – als een algemeen geïnteresseerde naturalist – en <em>niet</em> op zijn achtergrond als missionaris. De religieuze overtuiging van Vanderyst stond blijkbaar niet in contrast met zijn wetenschappelijke honger, noch voor hemzelf, noch voor andere koloniale wetenschappers.</p>



<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<p class="has-vivid-red-color has-text-color has-link-color wp-elements-9a0e8889d2e9729ab42cb453792b754d"><strong>Meer lezen?</strong></p>



<p>&#8220;Alphonse Proost,&#8221; in&nbsp;<em>Bestor</em>, laatst aangepast 18/02/2026, https://bestor.be/nl/alphonse-proost.</p>



<p>Harris, Patrick &amp; Maxwell, David (eds.), <em>The Spiritual in the Secular: Missionaries and Knowledge about Africa</em> (Grand Rapids, Eerdmans, 2012).</p>



<p>Lachenal, Guillaume &amp; Taithe, Bertrand, “Une généalogie missionnaire et coloniale de l’humanitaire: le cas Aujoulat au Cameroun, 1935-1973”, <em>Le Mouvement Social </em>227.2 (2009), 45–63.</p>



<p>Mertens, Myriam, “Chemical Compounds in the Congo: Pharmaceuticals and the ‘Crossed History’ of Public Health in Belgian Africa (ca. 1905-1939)” (Ongepubliceerde doctoraatsthesis, UGent, 2014).</p>



<p>Taithe, Bertrand, “Pyrrhic Victories? French Catholic Missionaries, Modern Expertise, and Secularizing Technologies”, in Michael Barnett &amp; Janice Stein (eds.), <em>Sacred Aid: Faith and Humanitarianism</em> (Oxford: Oxford University Press, 2012), 166-187.</p>



<p><p style="background-color:#f50e38 !important; color:#ffffff !important;" class="has-background"><a href="https://www.arts.kuleuven.be/cultuurgeschiedenis/leden/00117981-1" style="color: white;">Maarten Langhendries</a> is wetenschaps- en koloniale historicus en werkt voor <a href="https://bestor.be/nl" style="color: white;">Bestor</a>, een online platform voor Belgische wetenschapsgeschiedenis en -filosofie, dat recentelijk vernieuwd is. Daarnaast is hij Research Fellow bij de Onderzoeksgroep Cultuurgeschiedenis vanaf 1750. Dit onderzoek naar Hyacinthe Vanderyst vond plaats binnen het onderzoeksproject <a href="https://www.arts.kuleuven.be/cultuurgeschiedenis/afgeronde-onderzoeksprojecten/cameo-katholieke-geneeskunde-in-relatie-tot-andere-visies-op-gezondheidszorg-in-belgie-en-belgisch-congo-1900-1965" style="color: white;">‘CAMEO: Katholieke geneeskunde in relatie tot andere visies op gezondheidszorg in België en Belgisch-Congo, 1900-1965’</a>aan deze onderzoeksgroep, met als promotoren prof. Kaat Wils en prof. Joris Vandendriessche.</p></p>



<p class="has-black-color has-luminous-vivid-amber-background-color has-text-color has-background has-link-color has-small-font-size wp-elements-af42321948342bb596af84dfa72166f0">Titelafbeelding: Vanderyst achter de microscoop in Belgisch Congo, foto uit de private collectie van de Congolese historicus Sindani Kiangu (UNIKIN).</p>



<p></p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://cultuurgeschiedenis.be/de-curieuze-monseigneur-hyacinthe-vanderyst-missie-en-wetenschap-in-belgisch-congo/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Academic overkill, of hoe valse citaten academici lang voor AI in de gordijnen joegen</title>
		<link>https://cultuurgeschiedenis.be/academic-overkill-of-hoe-valse-citaten-academici-lang-voor-ai-in-de-gordijnen-joegen/</link>
					<comments>https://cultuurgeschiedenis.be/academic-overkill-of-hoe-valse-citaten-academici-lang-voor-ai-in-de-gordijnen-joegen/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[admin]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 16 Feb 2026 15:25:22 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Historische cultuur & herinnering]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://cultuurgeschiedenis.be/?p=4804</guid>

					<description><![CDATA[Lang voor artificiële intelligentie er voor iets tussen zat, zorgden foutieve citaten al voor controverse. In de jaren 1980 kwam David Abraham zo onder zware kritiek te staan.]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p><em>Door <a href="https://www.arts.kuleuven.be/cultuurgeschiedenis/leden/00141207">Els Minne</a></em></p>



<div style="height:5px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<p>De voorbije maanden kwamen enkele academici in een mediastorm terecht omdat ze teksten publiceerden met foute of zelfs verzonnen citaten. Het publieke tribunaal, al snel bijgetreden door collega academici, veroordeelde zulke misstappen als een bedreiging voor de geloofwaardigheid van het hele universitaire instituut. Het debat ging al snel niet meer over de foutieve citaten, maar over wetenschappelijke integriteit en geloofwaardigheid.</p>



<p>Een blik op het verleden toont dat dergelijke controverse zeker geen nieuw fenomeen is. In de jaren tachtig van vorige eeuw, en dus lang voor artificiële intelligentie als medeplichtige werd aangewezen, groeide een citaten schandaal onder historici uit tot een identiteitscrisis van trans-Atlantische proporties. Ook toen vervelde een discussie over onjuiste verwijzingen al snel tot een bredere strijd over professionele ethiek, wetenschappelijke integriteit en de (grenzen aan) collegiale kritiek.</p>



<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<h2 class="wp-block-heading">De &#8220;Abraham-affaire&#8221;</h2>


<div class="wp-block-image">
<figure class="alignleft size-full is-resized"><a href="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/20260223_princeton-german-department.jpg"><img loading="lazy" decoding="async" width="1024" height="768" src="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/20260223_princeton-german-department.jpg" alt="Princeton University German Department. Oud gebouw groen gras kale bomen" class="wp-image-4808" style="width:439px;height:auto" srcset="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/20260223_princeton-german-department.jpg 1024w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/20260223_princeton-german-department-300x225.jpg 300w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/20260223_princeton-german-department-768x576.jpg 768w" sizes="auto, (max-width: 1024px) 100vw, 1024px" /></a><figcaption class="wp-element-caption"><em>Het &#8216;German Department&#8217; van Princeton University, waar David Abraham zijn doctoraat behaalde (opgehaald via Wikimedia Commons onder de licentie https://creativecommons.org/licenses/by-sa/3.0/deed.en).</em></figcaption></figure></div>


<p>In 1981 verscheen David Abrahams boeklange studie over de ondergang van de Weimarrepubliek. Het werk van de jonge Princeton doctor kreeg aanvankelijk lovende recensies in zowat alle Amerikaanse en Duitse vakbladen, tot ook gerenommeerd Duitslandexpert Henry Turner zijn kritische oog liet vallen op het boek. Turner ontdekte vage verwijzingen, onvolledige voetnoten en zelfs “citaten” die in de originele bronnen niet terug te vinden waren. Hij schreef een kritische recensie die, tot zijn ongenoegen, onopgemerkt voorbij ging.</p>



<p>Toen collega historici Abrahams werk bleven prijzen in 1983, besloot Turner om zijn bevindingen over de “wirwar van misinformatie” te verspreiden. Dat deed hij via brieven gericht aan vakgenoten in de VS en Duitsland. Daarmee trad Turner buiten de geijkte paden van een wetenschappelijke discussie en kreeg zo kritiek te verduren van enkele prominente historici. Een van hen was de toenmalig president van de <em>American Historical Association</em> (AHA) – de beroepsgroep van Amerikaanse historici. Het was een eerste dominosteen in wat zou leiden tot een waar ethisch schisma onder historici.</p>



<p>Turner keerde zich weer naar de meer conservatieve kanalen en publiceerde een tweede, minstens even kritische recensie over Abrahams werk in het toonaangevende <em>American Historical Review</em>. In een antwoord in datzelfde tijdschrift erkende die laatste enkele onzorgvuldigheden, verklaarde die door gebrekkige archiefnotities en weerlegde hij enkele van Turners aantijgingen. Maar voor een groeiende groep historici was zo’n gedeeltelijke <em>mea culpa</em> onvoldoende. In wat zou volgen, moest niet alleen Abrahams werk, maar ook Abrahams carrière eraan geloven.</p>


<div class="wp-block-image">
<figure class="alignright size-full is-resized"><a href="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/20260223_gute-hoffnungs-hutte.jpg"><img loading="lazy" decoding="async" width="512" height="492" src="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/20260223_gute-hoffnungs-hutte.jpg" alt="" class="wp-image-4810" style="width:434px;height:auto" srcset="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/20260223_gute-hoffnungs-hutte.jpg 512w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/20260223_gute-hoffnungs-hutte-300x288.jpg 300w" sizes="auto, (max-width: 512px) 100vw, 512px" /></a><figcaption class="wp-element-caption"><em>Gutehoffnungshütte, een insdustrieel complex in 1920 in Oberhausen, Duitsland. David Abraham gebruikte voor zijn studie naar de Waimarrepubliek heel wat archief van dit complex.</em></figcaption></figure></div>


<p>De kritiek verplaatste zich van het (semi-) publieke debat naar persoonlijke interventies. Toen Abrahams in 1983 op zoek ging naar een nieuwe academische aanstelling, contacteerde Gerald Feldman – opnieuw een gerenommeerd Duitslandexpert – selectiecommissies in de hele VS om te verhinderen dat Abraham een positie kreeg aan een Amerikaanse universiteit. Hij voelde zich gerechtvaardigd in zijn verregaande acties, omdat Abrahams fouten volgens hem verder gingen dan louter slordigheden maar ook fabricatie, misinformatie en verzinsels omvatten.</p>



<p>Verschillende leden van die selectiecomités vonden dat een brug te ver: ze voelden zich onder druk gezet door de acties van de critici, die ze “onethisch” en “onprofessioneel” noemden. Of de aantijgingen nu inhoudelijk klopten of niet, zo stelden zij, geen enkele onderzoeker mocht op die manier persoonlijk geviseerd worden. Zulke kritiek hoorde thuis in een open forum waar wederwoord mogelijk was, niet in private intimidatiecampagnes. Bovendien, zo klonk het, hadden eminente professoren aan topuniversiteiten een bijzondere verantwoordelijkheid: je mag scherp kritiseren, maar je schopt niet naar beneden.</p>



<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<h2 class="wp-block-heading">Spelregels van kritiek</h2>



<p>Op 14 januari 1984 berichtte Time verbaasd over de “Abraham Affaire” die historici tot in het buitenland beroerde. Tegen december haalde het debacle zelfs de voorpagina van de <em>New York Times</em>. Tegen dan leek het alsof alle Amerikaanse historici kleur hadden moeten bekennen. Over één punt was iedereen het roerend eens: dit ging over ethiek. Maar over de invulling van die ethiek liepen de meningen mijlenver uiteen. Voor Feldman, de felste criticus, was professionele ethiek onlosmakelijk verbonden met integriteit in brongebruik. “Wetenschappelijke communicatie,” schreef Feldman in een 32-paginalange uiteenzetting, “is immers voornamelijk gebaseerd op vertrouwen, en het schenden van dat vertrouwen [..] is de ernstigste overtreding die een wetenschapper kan begaan.” Richtlijnen over ethiek moesten dus op scherp stellen hoe je <em>wetenschap beoefent</em>. Wie die normen schond, moest uit de gemeenschap worden geweerd ter bescherming van alle historici. Door een “frauduleuze” voorstelling van het verleden te verspreiden, zo betoogde hij, had Abraham elke aanspraak op een collegiale behandeling verspeeld.</p>



<p>Abrahams verdedigers vulden professionele ethiek dan weer op een hele andere manier in. Niet de vermeende fraude stond voor hen centraal in de hele affaire, maar de manier waarop kritiek werd geuit. De “overdreven heftigheid” en het persoonlijke karakter van de aanvallen brak volgens hen met de grenzen van een eerlijke debat. Voor hen ging het ethische vraagstuk dus over het voeren van een wetenschappelijke discussie. Die “<em>academic overkill</em>” werkte bovendien averechts: ze vergrootte de sympathie voor Abraham en ondergroef het morele gezag van zijn critici.</p>



<blockquote class="wp-block-quote is-layout-flow wp-block-quote-is-layout-flow">
<p>&#8220;Stormy Weather in Academe. A scholar&#8217;s controversial work sets off a hail of criticism&#8221;</p>
<cite>Kop uit <em>Time</em>, 14 januari 1985, p. 59.</cite></blockquote>



<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<h2 class="wp-block-heading">Welke ethische code?</h2>


<div class="wp-block-image">
<figure class="alignright size-large is-resized"><a href="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/20260223_afbeelding-2-1986_cropped_compressed-scaled.jpg"><img loading="lazy" decoding="async" width="856" height="1024" src="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/20260223_afbeelding-2-1986_cropped_compressed-856x1024.jpg" alt="" class="wp-image-4846" style="width:406px;height:auto" srcset="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/20260223_afbeelding-2-1986_cropped_compressed-856x1024.jpg 856w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/20260223_afbeelding-2-1986_cropped_compressed-251x300.jpg 251w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/20260223_afbeelding-2-1986_cropped_compressed-768x919.jpg 768w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/20260223_afbeelding-2-1986_cropped_compressed-1284x1536.jpg 1284w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/20260223_afbeelding-2-1986_cropped_compressed-1712x2048.jpg 1712w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/20260223_afbeelding-2-1986_cropped_compressed-1024x1225.jpg 1024w" sizes="auto, (max-width: 856px) 100vw, 856px" /></a><figcaption class="wp-element-caption"><em>Voorblad van een eerste voorstel voor een gedragscode onder historici. Jamil s. Zainaldin, “Ethics and the Profession. Memorandum for the Professional Division,” [mei 1986]. Library of Congress, AHA, box 973.</em></figcaption></figure></div>


<p>Beide partijen riepen de <em>American Historical Association</em> op om de ethische normen van het beroep te bewaken. Het bestuur van de AHA reageerde zichtbaar ongemakkelijk: plots stond het midden in een storm over (on)collegialiteit, terwijl het moest toegeven dat er geen duidelijk handhavingsmechanisme bestond. Sterker nog, op enkele vuistregels uit 1974 na, bestond er helemaal geen ethische code die daartoe kon dienen. Daar moest snel verandering in komen. In 1985 maakte het <em>Professional Division Committee</em> van de AHA het haar taak om zo’n gedragscode op te stellen waarin zowel regels rond professionele integriteit als richtlijnen voor een professionele debatcultuur waren opgenomen. Zo hoopte de AHA te vermijden dat historici nogmaals eerder door “hysterische” dan door historische kwesties de krantenkoppen zouden halen.</p>



<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<p class="has-vivid-red-color has-text-color has-link-color wp-elements-9a0e8889d2e9729ab42cb453792b754d"><strong>Meer lezen?</strong></p>



<p>Schanetzky, Tim. ‘Weimars Untergang, die Historiker und die Kapitalismuskritik. Zur Wirkungsgeschichte der „Abraham Affair“’. <em>Historische Zeitschrift</em> 320, no. 3 (2025): 602–35. <a href="https://doi.org/10.1515/hzhz-2025-0014">https://doi.org/10.1515/hzhz-2025-0014</a>.</p>



<p>Manning, David. ‘A History of Reviewing History Books: Post-Publication “Peer Review”, Historiography and Its Publics, c.1700–c.2000’. <em>Minerva</em> 63, no. 4 (2025): 747–71. <a href="https://doi.org/10.1007/s11024-025-09603-0">https://doi.org/10.1007/s11024-025-09603-0</a>.</p>



<p>Hajek, Kim M., Herman Paul, and Sjang Ten Hagen. ‘Objectivity, Honesty, and Integrity: How American Scientists Talked about Their Virtues, 1945–2000’. <em>History of Science</em> 62, no. 3 (2024): 442–69. <a href="https://doi.org/10.1177/00732753231206773">https://doi.org/10.1177/00732753231206773</a>.</p>



<p>Baldwin, Melinda. ‘Scientific Autonomy, Public Accountability, and the Rise of “Peer Review” in the Cold War United States’. <em>Isis</em> 109, no. 3 (2018): 538–58. <a href="https://doi.org/10.1086/700070">https://doi.org/10.1086/700070</a>.</p>



<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>


<p class="has-background" style="background-color: #f50e38 !important; color: #ffffff !important;"><a style="color: white;" href="https://www.arts.kuleuven.be/cultuurgeschiedenis/leden/00141207">Els Minne</a> is als postdoctoraal onderzoeker verbonden aan het ERC-project <em>Global Academies</em>, waar ze de invloed van wetenschappelijke genootschappen en academies op historici in Frankrijk en de Verenigde Staten tussen 1930 en 1990 onder de loep neemt.</p>


<p class="has-luminous-vivid-amber-background-color has-background has-small-font-size">Titelafbeelding: Briefhoofding van de American Historical Association (Box 976, folder “Professional, 1985-1986, Code of Ethics”, American Historical Association Records, Manuscript Division, Library of Congress, Washington, D.C).</p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://cultuurgeschiedenis.be/academic-overkill-of-hoe-valse-citaten-academici-lang-voor-ai-in-de-gordijnen-joegen/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Heeft academische vrijheid een geschiedenis?</title>
		<link>https://cultuurgeschiedenis.be/heeft-academische-vrijheid-een-geschiedenis/</link>
					<comments>https://cultuurgeschiedenis.be/heeft-academische-vrijheid-een-geschiedenis/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[admin]]></dc:creator>
		<pubDate>Mon, 09 Feb 2026 16:00:00 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[Algemeen]]></category>
		<category><![CDATA[Historische cultuur & herinnering]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://cultuurgeschiedenis.be/?p=4841</guid>

					<description><![CDATA[Heeft academische vrijheid een geschiedenis? Welke uitdagingen of methodologische moeilijkheden duiken op wanneer je dit thema onderzoekt? In de nieuwste blog van Cultuurgeschiedenis.be reflecteert Kaat Wils over deze vragen. ]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<p><em>Door <a href="https://www.arts.kuleuven.be/cultuurgeschiedenis/leden/00009483">Kaat Wils</a></em></p>



<div style="height:5px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<p>In 1939 was de jonge Amerikaanse psycholoog Robert MacLeod te gast aan de Leuvense universiteit, met een onderzoeksbeurs van de <em>Belgian American Educational Foundation</em> (BAEF). In het verslag dat hij op het einde van het jaar voor de stichting schreef, klonk niets dan lof. Het labo van de vermaarde Albert Michotte, waar hij het hele jaar had gewerkt, was werkelijk uitstekend. Michotte was een gedreven, genereuze en betrokken mentor geweest. Hij had MacLeod voortdurend ondersteund bij zijn onderzoek en hem gestimuleerd om deel te nemen aan congressen in Engeland, Zweden en Frankrijk.&nbsp;</p>



<p>“<em>Nu de grote Duitse instituten ingestort zijn”</em>, zo rapporteerde MacLeod, “<em>is het Leuvense instituut zonder twijfel een van de beste, en mogelijk zelfs het beste instituut in Europa.”</em> &nbsp;&nbsp;En hij vervolgde:<em> &#8220;Leuven is natuurlijk een katholieke universiteit en trekt daarom eerder Amerikaanse katholieken dan Amerikaanse niet-katholieken aan. Voor zover ik kon nagaan, was ik de enige Amerikaanse niet-katholiek aan de universiteit. Dit is, denk ik, een ongelukkige situatie. De algemene houding op de universiteit, en in het bijzonder in het psychologisch instituut, is zo liberaal dat een niet-katholiek op geen enkele manier in verlegenheid wordt gebracht en elke gedachtewisseling in een uiterst vriendelijke geest plaatsvindt.&#8221;</em></p>



<h2 class="wp-block-heading">Reputatiemanagement</h2>


<div class="wp-block-image">
<figure class="alignleft size-full is-resized"><a href="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/Screenshot-2026-02-05-193214.png"><img loading="lazy" decoding="async" width="367" height="624" src="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/Screenshot-2026-02-05-193214.png" alt="" class="wp-image-4852" style="width:209px;height:auto" srcset="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/Screenshot-2026-02-05-193214.png 367w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/Screenshot-2026-02-05-193214-176x300.png 176w" sizes="auto, (max-width: 367px) 100vw, 367px" /></a><figcaption class="wp-element-caption"><em>Victor Grégoire (1870-1938), KU Leuven Libraries Special Collections.</em></figcaption></figure></div>


<p>Het korte tekstfragment nodigt uit om even stil te staan bij de geschiedenis van academische vrijheid aan de Leuvense universiteit. Dat de Amerikaan MacLeod in zijn verslag benadrukte dat de sfeer aan de universiteit zo ‘liberaal’ was, vertelt veel over de verwachtingen die hij zelf had, of die hij bij zijn lezerspubliek, de Brusselse BAEF, vermoedde. Van een katholieke universiteit werd niet verwacht dat er een ‘liberale’ sfeer van vrije gedachtenuitwisseling heerste. De BAEF zelf was zeker niet vrij van vooroordelen op dat gebied. Zo was er eind jaren 1920 het voorstel om de Leuvense bioloog Victor Grégoire, het gezicht van het vermaarde Carnoy-instituut voor celbiologie,&nbsp; te selecteren als gasthoogleraar in de Verenigde Staten. Grégoire was een geestelijke, en zijn zwarte soutane maakte dat ook heel zichtbaar. De Amerikaanse stafleden van de stichting hadden zo hun twijfels: <em>&#8220;Grégoire is first class, but a priest as Visiting Professor might be a bit drôle&#8221;</em>, zo werd genoteerd. Een priester uitsturen als ambassadeur van de Belgische wetenschap bleek moeilijk te liggen; Grégoire werd niet geselecteerd.</p>



<p></p>



<p></p>



<p>Een geschiedenis van academische vrijheid is met andere woorden <em>ook</em> een geschiedenis van reputaties en van reputatiemanagement. Met name in de negentiende eeuw werd de Leuvense academische identiteit gevormd vanuit een gemediatiseerde strijd met de vrijzinnige Brusselse universiteit. Die claimde een monopolie op <em>echt</em> vrij onderzoek. Soms werd die externe, ietwat minachtende blik ook geïnternaliseerd in Leuven. Het leek dan alsof enkel niet-katholieken een wetenschappelijk oordeel over het werk van katholieken konden vellen. Toen de benoeming van Michotte in 1906 bij de rector moest worden bepleit, was bijvoorbeeld als argument aangehaald dat hij grote lof had ontvangen op een recent internationaal congres dat nagenoeg uitsluitend uit niet-katholieken bestond. Als zelfs niet-katholieken Michotte een goede wetenschapper vonden, moest het wel waar zijn, zo luidde de suggestie.</p>



<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<h2 class="wp-block-heading"><strong>Autoritaire regimes</strong></h2>


<div class="wp-block-image">
<figure class="alignright size-full is-resized"><a href="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/Universiteitsarchief-KU-Leuven_Albert-Michotte.png"><img loading="lazy" decoding="async" width="943" height="811" src="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/Universiteitsarchief-KU-Leuven_Albert-Michotte.png" alt="" class="wp-image-4851" style="width:380px;height:auto" srcset="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/Universiteitsarchief-KU-Leuven_Albert-Michotte.png 943w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/Universiteitsarchief-KU-Leuven_Albert-Michotte-300x258.png 300w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/Universiteitsarchief-KU-Leuven_Albert-Michotte-768x660.png 768w" sizes="auto, (max-width: 943px) 100vw, 943px" /></a><figcaption class="wp-element-caption"><em>Albert Michotte (1881-1965), Universiteitsarchief KU&nbsp;Leuven.</em></figcaption></figure></div>


<p>Keren we terug naar MacLeod in 1939. Dat het Leuvense labo voor psychologie kon worden omschreven als misschien wel het beste van Europa, was ook deels te ‘danken’ aan wat MacLeod de <em>collapse </em>van de grote Duitse centra noemde. De academische impact van de opkomst van fascisme en nazisme kan MacLeod niet zijn ontgaan: tijdens het jaar dat hij in Leuven te gast was, gaf Michotte in zijn labo onderdak aan een gevluchte joods-Italiaanse onderzoekster. Al in 1931 was aan Italiaanse universiteiten een eed van trouw aan het fascistische regime geëist. Van de 1250 geviseerde academici waren er 12 die weigerden de eed te zweren. Zij werden alle 12 ontslagen. De grote meerderheid van wie de eed wél aflegde, identificeerde zichzelf niet met het fascisme, maar zocht een manier om te overleven, zoekend naar een middenweg tussen lippendienst aan het regime en ‘normaal’ academisch werk.</p>



<p>Als we vandaag aan de geschiedenis van academische vrijheid denken, denken we wellicht niet in de eerste plaats aan de moeilijkheden van een katholieke universiteit om wetenschap en geloof met elkaar te verzoenen. We denken veeleer aan de beperkingen die totalitaire regimes aan universiteiten hebben opgelegd &#8211; en aan hoe zij dat vandaag opnieuw, in toenemende mate doen.</p>



<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<h2 class="wp-block-heading"><strong>De geboorte van een begrip</strong></h2>


<div class="wp-block-image">
<figure class="aligncenter size-full is-resized"><a href="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/Foto_1-1.png"><img loading="lazy" decoding="async" width="319" height="487" src="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/Foto_1-1.png" alt="" class="wp-image-4850" style="width:283px;height:auto" srcset="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/Foto_1-1.png 319w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/Foto_1-1-197x300.png 197w" sizes="auto, (max-width: 319px) 100vw, 319px" /></a><figcaption class="wp-element-caption"><em>Cover van The Persistent Problems of Psychology (Pittsburgh</em>: <em>Duquesne University Press</em>, <em>1975) door MacLeod</em>, <em>die na zijn tijd in Leuven aangesteld werd als hoogleraar aan Cornell University.</em></figcaption></figure></div>


<p>Ik keer een laatste keer terug naar MacLeod, maar nu om te kijken naar wat er <em>niet</em> staat in zijn kleine lofrede op de wetenschappelijke en liberale geest in Leuven. Het woord ‘academische vrijheid’ valt niet in zijn tekst en dat is geen toeval. Zeker in de negentiende eeuw werd het concept academische vrijheid niet gebruikt voor discussies die we vandaag onder die noemer brengen. Dat begon pas te veranderen in de loop van de twintigste eeuw. In 1915 bracht de Amerikaanse vereniging van universiteitsprofessoren een eerste <em>Declaration of Principles of Academic Freedom and Academic Tenure </em>uit. In de decennia die volgden, begon academische vrijheid aan zijn opgang als een structurerend element in de zelf-definiëring van een academicus (aanvankelijk voornamelijk verbeeld als witte man), en vervolgens ook van een universiteit als geheel.</p>



<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<h2 class="wp-block-heading"><strong>Archieven gezocht</strong></h2>



<p>Het is altijd een hachelijke onderneming om de geschiedenis te schrijven van een fenomeen dat zeer actueel is, maar waar geen eenduidige referent in het verleden aan beantwoordt. Het gevaar loert dan om de hoek om uit te komen bij een wat naïeve voorgeschiedenis van het heden – bijvoorbeeld in de vorm van een rechtlijnig verhaal over alsmaar toenemende academische vrijheid. Naast deze interpretatieve uitdaging is er ook een meer technisch-methodologische moeilijkheid: naar archiefdozen of documenten getiteld ‘academische vrijheid’ is het vruchteloos zoeken.</p>



<p>Het onderzoek kan niet anders dan via omtrekkende bewegingen te werk gaan, speurend naar momenten van conflict en dus explicitering enerzijds en naar kleine, meer alledaagse snippers zoals die van MacLeod anderzijds. Dat is bijzonder boeiend maar ook intensief werk, dat noodgedwongen steekproefsgewijs of op basis van al bestaand vooronderzoek verloopt.</p>



<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<p><strong><mark style="background-color:rgba(0, 0, 0, 0)" class="has-inline-color has-vivid-red-color">Meer lezen?</mark></strong></p>



<p>Sarah Van Ruyskensvelde, Kaat Wils en Rajesh Heynickx (red.) <em>Academische vrijheid. Een Leuvense geschiedenis, 1834-2024</em>. Universitaire Pers Leuven, 2025. Met bijdragen van Nelleke Teughels, Bas De Roo, Stijn Knuts, Nienke Roelants, Helder de Schutter en Luc Sels.</p>



<p>Kaat Wils en Pieter Huistra (2021), ‘Scholarly Persona Formation and Cultural Ambassadorship: Female Graduate Students Travelling Between Belgium and the United States,’ In: Kirsti Niskanen and Michael Barany (eds.), <em>Gender, Embodiment, and the History of the Scholarly Persona</em>, Palgrave Macmillan, 2021, 83-111.</p>



<p>Kaat Wils, &#8220;<a href="https://cultuurgeschiedenis.be/vier-redenen-om-ondanks-alles-van-leuven-en-zijn-universiteit-te-houden/">Vier redenen om ondanks alles van Leuven en zijn universiteit te houden</a>&#8220;, <em>Cultuurgeschiedenis. be</em> (15 januari 2020).</p>



<p>Pieter Huistra, &#8220;<a href="https://cultuurgeschiedenis.be/de-eerste-vrouw-in-leuven/">De eerste vrouw in Leuven</a>&#8220;, <em>Cultuurgeschiedenis.be</em> (30 april 2014). </p>



<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>


<p><p style="background-color:#f50e38 !important; color:#ffffff !important;" class="has-background"><a href="https://www.arts.kuleuven.be/cultuurgeschiedenis/leden/00009483" style="color: white;">Kaat Wils</a> is gewoon hoogleraar moderne Europese Cultuurgeschiedenis en hoofd van de Onderzoekseenheid Geschiedenis van de KU Leuven.</p>
</p>


<div style="height:5px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<p class="has-luminous-vivid-amber-background-color has-background has-small-font-size"><sub><mark style="background-color:#fcb900" class="has-inline-color">Titelafbeelding: Cover, Academische Vrijheid. Een Leuvense geschiedenis, 1834-2024 (Leuven: Leuven University Press, 2025). </mark></sub><br><sub><mark style="background-color:#fcb900" class="has-inline-color">Foto: © Karin Borghouts in het kader van 600 jaar KU Leuven.</mark></sub></p>



<p></p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://cultuurgeschiedenis.be/heeft-academische-vrijheid-een-geschiedenis/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
		<item>
		<title>Een transnationale geschiedenis van de Leuvense universiteit</title>
		<link>https://cultuurgeschiedenis.be/een-transnationale-geschiedenis-van-de-leuvense-universiteit/</link>
					<comments>https://cultuurgeschiedenis.be/een-transnationale-geschiedenis-van-de-leuvense-universiteit/#respond</comments>
		
		<dc:creator><![CDATA[admin]]></dc:creator>
		<pubDate>Wed, 04 Feb 2026 09:16:03 +0000</pubDate>
				<category><![CDATA[600 jaar KU Leuven in de wereld]]></category>
		<guid isPermaLink="false">https://cultuurgeschiedenis.be/?p=4828</guid>

					<description><![CDATA[Voor het laatste deel van zijn blogreeks, blikt Christiaan Engberts terug. Hij ziet niet één KU Leuven, maar een samengaan van onderzoekers en instituten over de landsgrenzen heen.]]></description>
										<content:encoded><![CDATA[
<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<p><em>Door <a href="https://www.arts.kuleuven.be/cultuurgeschiedenis/leden/00152755">Christiaan Engberts</a></em></p>



<div style="height:5px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<p><p style="background-color:#f50e38 !important; color:#ffffff !important;" class="has-background">Tijdens het feestjaar naar aanleiding van 600 jaar KU Leuven schrijft postdoctoraal onderzoeker Christiaan Engberts elke maand een blogtekst over de geschiedenis van de Leuvense universiteit in de wereld. Dit is de tiende en laatste blogtekst uit de reeks, zijn andere blogteksten kan je <a href="https://cultuurgeschiedenis.be/category/600-jaar-ku-leuven/" style="color: white;">hier</a> lezen.</p></p>



<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<p>Het afgelopen jaar heb ik bijna iedere maand een verhaal over de geschiedenis van de Leuvense universiteit gedeeld. Gezamenlijk lieten zij de grote verscheidenheid aan transnationale contacten van de universiteit zien. Al mijn verhalen en anekdotes ontleende ik aan het boek waaraan ik tegelijkertijd bezig was. En nu is het eindelijk zo ver: in februari verschijnt <em>Decentering Leuven University: A Transnational University</em> bij de Universitaire Pers Leuven.</p>



<p>Natuurlijk zijn in dat boek nog veel meer voorbeelden te vinden van de verschillende transnationale verbanden die de universiteit van de vroege vijftiende eeuw tot de dag van vandaag gevormd hebben. Een van de dingen die me zelf het meest fascineerde tijdens het schrijven, is de enorme verscheidenheid aan landsgrensoverschrijdende contacten. In het boek sta ik onder meer stil bij de werving van professoren in de vijftiende eeuw, humanistische netwerken in de zestiende eeuw, missiecolleges tijdens de zeventiende-eeuwse Contrareformatie, collectieopbouw en koloniale betrokkenheid in de negentiende eeuw en het groeiend belang van onderzoeksinstituten in de twintigste eeuw.</p>


<div class="wp-block-image">
<figure class="aligncenter size-large"><a href="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/Blog-Chris-KUL600-10_1-1.jpg"><img loading="lazy" decoding="async" width="682" height="1024" src="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/Blog-Chris-KUL600-10_1-1-682x1024.jpg" alt="" class="wp-image-4830" srcset="https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/Blog-Chris-KUL600-10_1-1-682x1024.jpg 682w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/Blog-Chris-KUL600-10_1-1-200x300.jpg 200w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/Blog-Chris-KUL600-10_1-1-768x1154.jpg 768w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/Blog-Chris-KUL600-10_1-1-1022x1536.jpg 1022w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/Blog-Chris-KUL600-10_1-1-1363x2048.jpg 1363w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/Blog-Chris-KUL600-10_1-1-1024x1539.jpg 1024w, https://cultuurgeschiedenis.be/wp-content/uploads/2026/02/Blog-Chris-KUL600-10_1-1.jpg 1379w" sizes="auto, (max-width: 682px) 100vw, 682px" /></a><figcaption class="wp-element-caption">De cover van &#8216;Decentering Leuven University&#8217;, uitgegeven door Leuven University Press in 2026 (Bron: Leuven University Press)</figcaption></figure></div>


<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<h2 class="wp-block-heading">Twee vormen van <em>Decentering</em></h2>



<p>Iets belangrijks en verrassend dat tijdens het schrijfproces vaak terugkeerde, is dat het slechts zelden zinvol is om in algemene termen over ‘de universiteit’ te spreken. De vele relaties die de Leuvense universiteit door de eeuwen en over de landsgrenzen heen aangegaan is, werden meestal niet onderhouden door overkoepelende universiteitsbrede organen, maar door individuele geleerden en kleinere organisaties, zoals pedagogieën, colleges en onderzoeksinstituten. De titel <em>Decentering Leuven University</em> weerspiegelt die bevinding: de universiteit en haar transnationale banden worden grotendeels net niet gevormd door centrale bestuursorganen, maar juist door haar docenten en onderzoekers en de kleinere organisatieverbanden waarbinnen zij werken.</p>



<p>Tegelijkertijd weerspiegelt de titel natuurlijk ook dat het zinvol is om de geschiedenis van de Leuvense universiteit niet uitsluitend vanuit Leuven te benaderen, maar net de vormende invloed van allerhande individuen en verbanden van buiten de landsgrenzen centraal te stellen. Daarom benadruk ik in mijn boek ook hoe de universiteit ingebed is in – onder meer – humanistische correspondentienetwerken, kerkelijke organisatiestructuren en koloniale beleidsinitiatieven. Juist omdat zij altijd deel heeft uitgemaakt van meerdere transnationale verbanden, bloeit de Leuvense universiteit zeshonderd jaar na haar stichting nog steeds.</p>



<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<h2 class="wp-block-heading">KU Leuven: uniek of typisch?</h2>



<p>Het boek maakt geen expliciete vergelijking tussen de Leuvense universiteit en de vele universiteiten van over de hele wereld waarmee zij in de loop der eeuwen contacten heeft onderhouden. Toch biedt het een veelbelovend uitgangspunt om uitspraken te doen over wat de geschiedenis van de Leuvense universiteit bijzonder maakt, en in welke mate zij een typische Europese universiteit is. De missiecolleges en de betrokkenheid bij het Belgische koloniale project zijn voorbeelden uit de Leuvense universiteitsgeschiedenis die zij bijvoorbeeld met weinig andere universiteiten deelt. De transnationale zoektocht naar professoren, de aanwezigheid van studenten uit verschillende landen en het groeiende belang van internationaal ingebedde onderzoeksinstituten deelt de Leuvense universiteit dan weer wel met veel andere universiteiten.</p>



<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<h2 class="wp-block-heading">Verkrijgbaarheid</h2>



<p>Natuurlijk hoop ik dat u na de lezing van deze korte inleiding tot het boek – of misschien na lezing van mijn blogs van het afgelopen jaar – geïnteresseerd bent in het boek. Vanaf februari is het te koop via de Universitaire Pers Leuven. Omdat het boek in Open Access verschijnt zal het zelfs mogelijk zijn om het <a href="https://lup.be/book/decentering-leuven-university/">gratis in pdf of ePub formaat te downloaden</a>.</p>



<p>Ik hoop dat u het boek met veel plezier zult lezen!</p>



<div style="height:15px" aria-hidden="true" class="wp-block-spacer"></div>



<p><p style="background-color:#f50e38 !important; color:#ffffff !important;" class="has-background"><a href="https://www.arts.kuleuven.be/cultuurgeschiedenis/leden/00152755" style="color: white;">Christiaan Engberts</a> werkte als postdoctoraal onderzoeker aan de transnationale geschiedenis van de Leuvense universiteit in het kader van haar 600-jarige jubileum in 2025. In 2019 promoveerde hij aan de Universiteit Leiden met een proefschrift over wetenschappelijke deugden en wederzijdse evaluatie onder Duitse geleerden in de late 19e en vroege 20e eeuw. In de jaren voorafgaand aan het onderzoek naar de transnationale geschiedenis van de Leuvense universiteit doceerde hij cultuurgeschiedenis aan de Universiteit Utrecht en publiceerde hij onder meer over de geschiedenis van de oriëntalistiek en de psychologie.</p></p>



<p class="has-luminous-vivid-amber-background-color has-background has-small-font-size">Titelafbeelding<strong>:</strong> een collage van afbeeldingen die in eerdere blogs in deze serie gebruikt zijn, genomen door Christiaan Engberts.</p>



<p></p>
]]></content:encoded>
					
					<wfw:commentRss>https://cultuurgeschiedenis.be/een-transnationale-geschiedenis-van-de-leuvense-universiteit/feed/</wfw:commentRss>
			<slash:comments>0</slash:comments>
		
		
			</item>
	</channel>
</rss>
