<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<?xml-stylesheet type="text/xsl" media="screen" href="/~d/styles/rss2full.xsl"?><?xml-stylesheet type="text/css" media="screen" href="http://feeds.feedburner.com/~d/styles/itemcontent.css"?><rss xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/" xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/" xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/" xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom" xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/" xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/" version="2.0"><channel><title>Vice Versa</title> <link>http://www.viceversaonline.nl</link> <description>Vakblad over ontwikkelingssamenwerking</description> <lastBuildDate>Fri, 03 Feb 2012 14:34:25 +0000</lastBuildDate> <language>en</language> <sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod> <sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency> <generator>http://wordpress.org/?v=3.2.1</generator> <xhtml:meta xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml" name="robots" content="noindex" /> <atom10:link xmlns:atom10="http://www.w3.org/2005/Atom" rel="self" type="application/rss+xml" href="http://feeds.feedburner.com/viceversaonline" /><feedburner:info xmlns:feedburner="http://rssnamespace.org/feedburner/ext/1.0" uri="viceversaonline" /><atom10:link xmlns:atom10="http://www.w3.org/2005/Atom" rel="hub" href="http://pubsubhubbub.appspot.com/" /><feedburner:emailServiceId xmlns:feedburner="http://rssnamespace.org/feedburner/ext/1.0">viceversaonline</feedburner:emailServiceId><feedburner:feedburnerHostname xmlns:feedburner="http://rssnamespace.org/feedburner/ext/1.0">http://feedburner.google.com</feedburner:feedburnerHostname><item><title>Vrijdagmiddagborrel: Broodnodige vitamines</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2012/02/vrijdagmiddagborrel-broodnodige-vitamines/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2012/02/vrijdagmiddagborrel-broodnodige-vitamines/#comments</comments> <pubDate>Fri, 03 Feb 2012 13:00:29 +0000</pubDate> <dc:creator>Marc Broere</dc:creator> <category><![CDATA[opinie]]></category> <category><![CDATA[Marc Broere]]></category> <category><![CDATA[vrijdagmiddagborrel]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=19957</guid> <description><![CDATA[Iedere vrijdagmiddag meet Vice Versa de temperatuur in de sector. Met vandaag aandacht voor vernieuwing. Marc Broere was donderdagavond bij de winterborrel van Wo=men en zag dat het goed was. Ook de bijdrage van Jong OS aan het debat over de toekomst van de NGO’s was heel verfrissend. Mocht er een MFS-3 komen, dan zouden vooral dynamische en vernieuwende organisaties moeten worden toegelaten in plaats van de usual suspects. <a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/02/vrijdagmiddagborrel-broodnodige-vitamines/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong><a href="http://www.viceversaonline.nl/2010/07/nieuw-bloed-voelt-zich-niet-welkom/marcweb/" rel="attachment wp-att-2555"><img class="alignleft size-full wp-image-2555" title="marcweb" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2010/07/marcweb.jpg" alt="" width="210" height="135" /></a>Iedere vrijdagmiddag meet Vice Versa de temperatuur in de sector. Met vandaag aandacht voor vernieuwing. Marc Broere was donderdagavond bij de winterborrel van WO=MEN en zag dat het goed was. Ook de bijdrage van JongOS aan het debat over de toekomst van de ngo’s was heel verfrissend. Mocht er een MFS-3 komen, dan zouden vooral dynamische en vernieuwende organisaties moeten worden toegelaten in plaats van de <em>usual suspects</em>.</strong></p><p>Gisteravond was ik bij de winterborrel van WO=MEN in Den Haag. In een volgepakte bovenzaal van café Luden waren meer dan honderd mensen bijeengekomen en het was een sprankelende bijeenkomst. Een aantal <em>usual suspects</em> uit de os-sector, maar zeker net zo veel mensen uit ‘omringende sectoren.’ En dat werkt altijd inspirerend.</p><p>Zo werkt WO=MEN namelijk niet alleen met ontwikkelingsorganisaties en het ministerie van Buitenlandse Zaken, maar ook met het ministerie van Defensie, met bedrijven en heeft het eveneens individuele leden. WO=MEN was verantwoordelijk voor de meest succesvolle lobby richting het ontwikkelingsbeleid van staatssecretaris Knapen, namelijk die over <em>gender</em>. Zelfs tijdens het debat gisteren, over de uitfasering van het bilaterale beleid uit een aantal landen, kwam het woord <em>gender</em> af en toe voorbij.</p><p>Als dank werden tijdens de borrel op een positieve manier een aantal mensen in het zonnetje gezet: zij kregen een <em>award</em>. Kamerleden Kathleen Ferrier, Ingrid de Caluwé, Wassila Hachchi en Jeroen de Lange kwamen met zichtbaar genoegen naar voren om deze in ontvangst te nemen en benadrukten nog eens het belang van een goed genderbeleid. Ook staatssecretaris Knapen maakte zijn opwachting en werd in het zonnetje gezet voor zijn inspanningen op het terrein van <em>gender</em>.</p><p>Daar waar de ontwikkelingssector er als geheel niet in slaagt om een positief gevoel te kweken en ook aandacht te vestigen op dingen die wél de goede kant op gaan, slaagt het team van WO=MEN daar juist heel goed in. Zelfs het gezicht van de parlementaire journalistiek in Nederland, Ferry Mingelen van Nieuwsuur, was op de borrel en vermaakte zich uitstekend. Ook dit was een knappe prestatie van WO=MEN, want het gebeurt tegenwoordig eigenlijk vrijwel nooit meer dat ontwikkelingssamenwerking de aandacht van Nieuwsuur weet te trekken.</p><p><strong>Inspirerend en positief geladen stukken</strong></p><p>Een ander netwerk waarvan ik afgelopen week erg van onder de indruk was is JongOS.<br /> Van dit jongerennetwerk zijn ongeveer 1300 jongeren uit de sector lid. Allang niet meer alleen van de traditionele ontwikkelingsorganisaties, inmiddels ook jongeren die bij bedrijven werken en zich onderdeel voelen van de steeds ruimer wordende definitie van de ontwikkelingssector. Zowel op OneWorld.nl als op de website van Vice Versa kwamen ze met inspirerende en positief geladen stukken die een duidelijke toegevoegde waarde hadden aan het debat over de toekomst van ontwikkelingssamenwerking.</p><p>Namens het netwerk schreven Annabel Meurs, Maarten Kuijpers en Vanessa Nigten dat een steeds belangrijker wordende rol het leggen van (internationale) verbindingen is met en tussen uiteenlopende gemotiveerde individuen die willen opkomen voor mondiale ontwikkeling en rechtvaardige toegang tot internationale publieke goederen voor iedereen. Er bestaat een hele garde aan jonge vernieuwers die zich op persoonlijke titel inzetten voor mondiale ontwikkeling. Maatschappelijke organisaties moeten ook steeds meer ingang creëren voor <em>I participate. </em>Er komt een nieuwe generatie die zelf de producent van verandering wil zijn en minder overlaat aan een professionele organisatie. Dit spreekt onder meer de jonge generatie aan, waarvan het idealistische deel ook wel wordt aangeduid als de <em>involve me</em> generatie.</p><p>Vorig jaar organiseerde JongOS, A Call 2 Action. Uit dit actiejaar – met ontstane groepen die nu zelfstandig opereren – valt volgens de auteurs te leren dat Nederlanders bereid zijn zich actief in te zetten voor mondiale ontwikkeling wanneer activiteiten aansluiten bij hun leefwerelden. Laagdrempelig en transparant, gebruikmakend van alle kansen die het internet biedt, stellen zij concrete doelen op die praktische onderwerpen aanpakken. Het blijft niet bij het eigen wereldje, maar betrekt allerlei partijen om ruimte te bieden aan nieuwe ideeën en een breed gedragen beweging te creëren. De overheid doet er goed aan dit soort ontstane bewegingen te stimuleren, vinden ze, bijvoorbeeld in de vorm van startkapitaal.</p><p><strong>Zoeken naar de dynamiek</strong></p><p>En dat brengt mij op het punt dat ik vandaag wil maken. Het is nog niet duidelijk of er nog een MFS-3 komt en wat er na 2015 gaat gebeuren met overheidsfinanciering aan maatschappelijke organisaties. Dat er 20 allianties geld gaan krijgen, zoals nu, lijkt echter onwaarschijnlijk. Dat het weer de traditionele vier OxfamNovib, Hivos, ICCO, Cordaid zullen zijn, lijkt niet meer te verkopen en zou – ondanks dat ik nog steeds van mening ben dat het oude systeem van vier medefinancieringsorganisaties uitstekend was &#8211; een stap terug zijn.</p><p>Laat de overheid in deze discussie vooral gaan zoeken daar naar waar de dynamiek zit. En die dynamiek zit op dit moment vooral bij organisaties die anders georganiseerd zijn dan traditionele ontwikkelingsorganisaties. Dan kom je uit bij organisaties als WO=MEN of JongOS/A Call 2 Action. Bij het establishment uit de sector blijft de houding veelal nog te defensief en als de sector dan een keer gezamenlijk in opstand komt, zoals vorig jaar bij Genoeg=Genoeg, blijkt ook dat men er niet meer in slaagt om de juiste toon aan te slaan en de juiste voelsprieten met de samenleving te hebben.</p><p>Ik zou zeggen: de eerste kandidaat voor een eventueel nieuw MFS-3 is bekend: JongOS. Vanuit A Call 2 Action kunnen de actieplannen verder worden ingevuld en dan ligt er iets vernieuwends op tafel wat de sector de broodnodige vitamines geeft dat het zo hard nodig heeft.</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2012/02/vrijdagmiddagborrel-broodnodige-vitamines/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> <item><title>Debat uitfasering bilateraal beleid: ‘We willen geen kapitaalvernietiging’</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2012/02/debat-uitfasering-bilateraal-beleid-%e2%80%98we-willen-geen-kapitaalvernietiging%e2%80%99/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2012/02/debat-uitfasering-bilateraal-beleid-%e2%80%98we-willen-geen-kapitaalvernietiging%e2%80%99/#comments</comments> <pubDate>Fri, 03 Feb 2012 04:00:40 +0000</pubDate> <dc:creator>Anne Manschot</dc:creator> <category><![CDATA[De Knaak van Knapen]]></category> <category><![CDATA[Dossier bezuinigingen]]></category> <category><![CDATA[Uncategorized]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=19925</guid> <description><![CDATA[Het proces van de uitfasering is nog werk in uitvoering, zo bleek gister tijdens het Algemeen Overleg over de uitfasering van het bilateraal ontwikkelingsbeleid. De Kamer maakt zich zorgen over de manier waarop Nederland zich terugtrekt uit de 19 voormalige partnerlanden, maar volgens de staatssecretaris is er nog voldoende tijd om te zorgen voor een zorgvuldige overdracht. De toon van het debat, de vuurdoop voor de nieuwe PvdA woordvoerder Internationale Samenwerking Jeroen de Lange, bleef rustig. <a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/02/debat-uitfasering-bilateraal-beleid-%e2%80%98we-willen-geen-kapitaalvernietiging%e2%80%99/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong><a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/02/debat-uitfasering-bilateraal-beleid-%e2%80%98we-willen-geen-kapitaalvernietiging%e2%80%99/werkinuitvoering/" rel="attachment wp-att-19927"><img class="alignleft size-medium wp-image-19927" title="werkinuitvoering" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2012/02/werkinuitvoering-300x225.jpg" alt="" width="300" height="225" /></a>Het proces van de uitfasering is nog werk in uitvoering, zo bleek gister tijdens het Algemeen Overleg over de uitfasering van het bilateraal ontwikkelingsbeleid. De Kamer maakt zich zorgen over de manier waarop Nederland zich terugtrekt uit de 19 voormalige partnerlanden, maar volgens de staatssecretaris is er nog voldoende tijd om te zorgen voor een zorgvuldige overdracht. De toon van het debat, de vuurdoop voor de nieuwe PvdA woordvoerder Internationale Samenwerking Jeroen de Lange, bleef rustig.</strong></p><p>‘Het totaaloverzicht ontbreekt’, wees Wassila Hachchi (D66) de staatssecretaris terecht aan het begin van het debat. ‘Ik wil precies kunnen zien in welk land welke projecten zullen worden overgedragen, en dat is nu nog niet duidelijk’. De overige woordvoerders van de Kamer waren het met haar eens, en hamerden er bij Ben Knapen op dat de Kamer meer duidelijkheid moest worden verschaft over de stand van zaken bij de uitfasering. Zo zei Arjan el Fassed (Groen Links): ‘Uitfasering is niet eenvoudig, dus het is belangrijk dat het wordt gemonitord tijdens het proces, en niet alleen achteraf wordt geëvalueerd.’ In welke landen zullen overdrachten plaatsvinden, en wie zal de rol van Nederland ter plaatse overnemen?</p><p>Voor een algemeen plaatje over de stand van zaken is het echter nog te vroeg, zo maakte Knapen duidelijk. Nederland is nog volop in overleg met andere donoren  en er zijn nog niet bij alle landen waar Nederland de stekker uit trekt, concrete afspraken gemaakt. Daarbij relativeert Knapen de urgentie: pas eind 2013 trekt Nederland zich volledig terug. In de tussentijd blijft er nog een aardige som geld beschikbaar. ‘Er is nog tijd’, aldus Knapen.</p><p><strong>Een brief</strong></p><p>Kathleen Ferrier (CDA) liet het daar niet bij zitten. ‘Hoe kan het parlement tijdens het traject waar Nederland nu in zit [het langzaam stoppen met bilaterale hulp in een bepaald aantal landen, red.] op de hoogte worden gehouden? Wij als Kamer hebben behoefte aan inzicht in verloop.’ De staatssecretaris beloofde dat hij in een brief ‘na de zomer’ de Kamer op de hoogte zou stellen van de meest actuele stand van zaken. Ewout Irrgang (SP) reageerde schertsend: ‘Is dat dan vóór de herfst?’, waarop na wat gebakkelei de datum waarop Knapen met de brief zou komen op 15 november werd vastgesteld.</p><p>Voor de suggestie van Jeroen de Lange (PvdA) of de staatssecretaris elk half jaar met zo’n brief zou kunnen komen om de voortgang te kunnen blijven volgen, kwam weinig bijval.</p><p><strong>Geen kapitaalvernietiging op onderwijs</strong></p><p>De parlementsleden uitten hun bezorgdheid over het uitfaseringsproces wat het onderwijs betrof. Nederland heeft op dat terrein veel opgebouwd, en de Kamerleden wisten zich er niet van verzekerd dat de staatssecretaris de projecten in de uitfaseringslanden goed overdroeg. Kees van der Staaij (SGP) wilde weten of er geen kinderen voor een gesloten schooldeur zouden komen te staan. Ben Knapen volgde daarop met een lijst van landen waarbij onderwijsprojecten (zo goed als zeker) waren overgedragen, waaronder Indonesië, Oeganda, Rwanda, en Mozambique. Hij benadrukte dat er in betrekkelijk korte tijd oplossingen gevonden waren voor de Nederlandse beëindiging van de hulp. Wel zijn er nog enkele landen, zoals Burkina Faso, Mali en Bolivia, waar het proces van de overdracht moeizamer gaat.</p><p>Verder wees Knapen de Kamerleden erop dat het ontwikkelingsbeleid in de landen waar Nederland betrokken bij blijft, ook gericht zal zijn op beroepsonderwijs. Op deze manier kan het onderwijs meer betrokken worden bij de speerpunten van het Nederlandse beleid, zoals water, veiligheid en rechtszekerheid.</p><p><strong>Donorcoördinatie?</strong></p><p>Op het gebied van onderwijs werd er door de woordvoerders ook gevraagd naar mogelijkheden voor beleidsoverdracht op Europees niveau. De Europese Unie heeft bepaald dat twintig procent van het EU ontwikkelingsbudget aan onderwijs zal worden besteed. Knapen benadrukte ook dat op het terrein van onderwijs de EU soelaas kan bieden in landen waarin Nederland vertrekt. Enkele landen, legde Knapen uit, zijn aan het overleggen over samenwerking binnen het <em>Joint programming</em>, een samenwerkingsverband tussen Europese lidstaten.</p><p>De Kamerleden hechten verder groot belang aan zorgvuldig overleg met andere donoren in de uitfasering. Met name Wassila Hachchi stelde dit aan de orde. Zij benadrukte dat de regering in een omgekeerde volgorde te werk was gegaan. Bij het nemen van de beslissing over uit welke landen Nederland zich zou terugtrekken had er eerst overleg gepleegd moeten worden met andere landen en donoren. Dat is niet gebeurd en dus is de kans groter dat er projecten niet worden opgepakt, aldus Hachchi. Knapen reageerde door op te merken dat coördinatie met donoren in het land zelf moet gebeuren, en niet van bovenaf ‘in Brussel’ geregeld moet worden. Hachchi, verontwaardigd, vond dat Knapen haar kritiek onterecht als ‘top-down’ benadering afdeed: hij zou hiermee voorbij gaan aan haar punt dat er beter overleg had moeten plaatsvinden met de betrokken partijen.</p><p>Over de transitiefaciliteit, waarmee Nederland de ontwikkelingsrelatie met voormalige partnerlanden om wil vormen naar een economisch profijtelijke relatie, heerste verwarring. Gaan we nu Nederlandse bedrijven steun geven? zo vroeg onder meer Ewout Irrgang (SP) zich af. De staatssecretaris verzekerde van niet, en gebruikte deze gelegenheid meteen om de bevindingen van de uitzending van <a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/01/radar-zorgt-voor-opschudding-%E2%80%98ontwikkelingsgeld-komt-verkeerd-terecht%E2%80%99/" target="_blank">Tros Radar</a> te pareren, waarin werd gesuggereerd dat met Nederland ontwikkelingsgeld megastallen zouden worden gefinancierd (zie ook de <a href="http://www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2012/02/01/kamerbrief-reactie-uitzending-tros-radar-over-rapport-wakker-dier.html" target="_blank">Kamerbrief</a>).</p><p>De enige partij die zich niet zoveel zorgen leek te maken over de uitfasering, was de PVV. ‘Uitfasering is een ander woord voor beëindiging van de hulp. En daar zijn wij als PVV natuurlijk voor.’, aldus woordvoerder Johan Driessen.</p><p><strong>Strategisch debuut Jeroen de Lange</strong></p><p>Voor Jeroen de Lange, de kersverse woordvoerder Internationale Samenwerking, was het zijn debuut. Jaren geleden zat hij als ambtenaar van Buitenlandse Zaken aan de linkerkant van de tafel, dit keer kon hij zijn oud-collega’s vanaf de rechterkant begroeten. Na afloop vertelde De Lange Vice Versa dat hij in zijn eerste debat eerst wilde ‘aftasten’: het leek hem niet verstandig om de staatssecretaris tegen zich in het harnas te jagen door te heftig van start te gaan. ‘Ik ben tenslotte twaalf jaar diplomaat geweest’, aldus de PvdA’er.</p><p>Een halfjaarlijkse terugkoppeling aan de Kamer over de voortgang van de uitfasering was voor De Lange de belangrijkste inzet van het debat. Het speet hem dan ook dat hij op dit punt geen toezegging kreeg, en ook geen bijval van de andere Kamerleden. Tegenover Vice Versa maakte hij Ben Knapen wel een compliment omdat de staatssecretaris erg nauwkeurig was met het beantwoorden van vragen. In het volgende debat is de nieuwe woordvoerder van de PvdA van plan om met meer cijfers en meer concrete vragen te moeten komen om ‘zoveel mogelijk gedaan te krijgen’.  Zal De Lange de volgende keer voor meer vuurwerk zorgen in het Kamerdebat?</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2012/02/debat-uitfasering-bilateraal-beleid-%e2%80%98we-willen-geen-kapitaalvernietiging%e2%80%99/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> <item><title>Vijf vragen aan… Elisabeth van der Steenhoven</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2012/02/vijf-vragen-aan-elisabeth-van-der-steenhoven/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2012/02/vijf-vragen-aan-elisabeth-van-der-steenhoven/#comments</comments> <pubDate>Thu, 02 Feb 2012 12:00:08 +0000</pubDate> <dc:creator>Afra Galama</dc:creator> <category><![CDATA[Uncategorized]]></category> <category><![CDATA[Elisabeth van der Steenhoven]]></category> <category><![CDATA[gender]]></category> <category><![CDATA[WO=MEN]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=19875</guid> <description><![CDATA[WO=MEN Dutch Gender Platform bestaat vijf jaar. In het kader van dit jubileum beantwoordt directeur Elisabeth van der Steenhoven vijf vragen over de inzet van WO=MEN voor gendergelijkheid wereldwijd. Er zijn de afgelopen jaren veel successen geboekt en er zijn mooie plannen voor de toekomst, maar hoe zit het eigenlijk met de genderbalans bij WO=MEN zelf? <a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/02/vijf-vragen-aan-elisabeth-van-der-steenhoven/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong><a href="http://www.viceversaonline.nl/2011/06/voorlichting-en-draagvlak-laat-henk-ingrid-zelf-denken/foto-elisabeth-jpeg/" rel="attachment wp-att-13221"><img class="alignleft size-medium wp-image-13221" title="Elisabeth van der Steenhoven" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2011/06/foto-elisabeth.jpeg-200x300.jpg" alt="" width="160" height="240" /></a></strong></p><p><strong><a title="WO=MEN" href="http://www.wo-men.nl/">WO=MEN</a> Dutch Gender Platform bestaat vijf jaar. In het kader van dit jubileum beantwoordt directeur Elisabeth van der Steenhoven vijf vragen over de inzet van WO=MEN voor gendergelijkheid wereldwijd. Er zijn de afgelopen jaren veel successen geboekt en er zijn mooie plannen voor de toekomst, maar hoe zit het eigenlijk met de genderbalans bij WO=MEN zelf?</strong></p><p><strong>1. WO=MEN heeft vijf succesvolle jaren achter de rug. Hoe verklaart u dit succes?</strong></p><p>‘Wij bereiken deze nieuwe doelgroep, onder andere via Facebook. Vanaf het begin is er een stijgende lijn geweest in ons ledenaantal. Het netwerk is <em>booming</em>. Daarnaast is het netwerk divers en dat dwingt ons om heel duidelijk te communiceren. Om een voorbeeld te geven, één van onze leden is een boerin uit Exel. Zij zei: ‘Ik begrijp geen bal van wat jullie zeggen.’ We moeten onze communicatie dus aanpassen om al onze leden te bereiken. Die duidelijke communicatie trekt ook weer nieuwe mensen aan.</p><p>Verder is er inhoudelijk steeds meer aandacht voor gendergelijkheid gekomen, vooral door ontwikkelingsorganisaties en bedrijven. Ook zijn we enthousiast over alle politici en bewindsleden  die zich inzetten. Er is een sterk genderbeleid uitgezet, het genderbudget is gegroeid en verschillende politieke partijen zetten zich in. Maar dat is ook logisch. Het is een <em>quick win</em>. Je kunt bijna niet tegen gendergelijkheid zijn. Iedereen ziet hoe groot het effect is. Je zou gek zijn als je er niet aan mee doet.’</p><p><strong>2. </strong><strong>Waarin verschilt WO=MEN van ‘gangbare’ ontwikkelingsorganisaties?</strong></p><p>‘Wij zijn in de eerste plaats een netwerk dat bestaat uit vier ‘bloedgroepen’ die elkaar versterken – ondernemers, ontwikkelingsorganisaties en kenniscentra, maar ook de rol van individuen moet niet vergeten worden. Er zijn tegenwoordig veel personen die zich niet willen binden aan een bepaalde organisatie, maar die zich wel willen inzetten voor doelen waar zij zelf in geloven, zoals gelijkwaardigheid. De besluitvorming binnen onze organisatie gebeurt ook door deze vier verschillende groepen. Zo worden de thema’s waar wij ons op richten bepaald door onze leden. Ons netwerk is daardoor interessant en krachtig.</p><p>Toch is onze manier van werken niet zaligmakend voor andere organisaties. Ik denk dat er verschillende expertises nodig blijven: ondernemers, ontwikkelingsorganisaties en kenniscentra hebben aanvullende rollen. Wij moeten als netwerk concreet kunnen samenwerken met ontwikkelingsorganisaties. We kunnen niet zonder hen. Zij zijn uiteindelijk degenen die zorgen dat een ontluikende vrouwenrechtenbeweging een startkapitaal krijgt, training krijgt en organisaties steun biedt als de overheid zich tegen hen keert.’</p><p><strong>3. </strong><strong>Hoe kan WO=MEN vanuit Nederland zorgen voor meer gendergelijkheid in ontwikkelingslanden?</strong></p><p>‘Onze leden werken samen met organisaties, overheden en bedrijven ter plekke. Bovendien overleggen de WO=MEN leden met politici in Zuid en Noord om het beleid te verbeteren. Een mooi voorbeeld is landbouw. Vrouwen in ontwikkelingslanden hebben vaak weinig aan een intensieve monocultuur. Zij willen juist diversificatie, voor de lokale handel en zodat ze hun families kunnen voeden. Wij proberen dat te bereiken door beleid te beïnvloeden, maar ook door onze zusterorganisaties. We bieden hulp en advies en voeren campagne. Ook linken we bedrijven aan vrouwelijke netwerken en ondernemers.</p><p>Daarnaast is WO=MEN deel van een nog groter gendernetwerk. AWID (Association For Women’s Rights in Development, red.) is <em>het </em>internationale netwerk van vrouwenorganisaties. Als leden trekken we samen op en helpen we elkaar. Een aantal dagen geleden is bekend geworden dat één derde van de zetels in het nieuwe Libische parlement naar vrouwen zullen gaan. Dit is mede door WO=MEN leden en onze partners tot stand gebracht. Met vrouwen over de hele wereld is via Facebook gewerkt aan een eerlijke kieswet en de toekomstige grondwet. Overigens werken mannelijke moslims in Libië, Egypte, Syrië en andere landen actief mee aan de beweging voor gendergelijkheid.’</p><p><strong>4. </strong><strong>Een kijkje op de website van WO=MEN leert dat – op de vice-voorzitter en een algemeen bestuurslid na – al jullie bestuursleden en vaste medewerkers vrouwen zijn. Hoe zit het met de genderbalans bij WO=MEN zelf?</strong></p><p>Lachend: ‘Het klopt dat er voornamelijk vrouwen in ons bestuur zitten en we hoofdzakelijk vrouwelijke medewerkers hebben. We willen zeker niet dezelfde fout maken als het kabinet, waarin bijna alleen maar mannen zitten. Daarom zijn we momenteel voor het bureau zeer actief op zoek naar een mannelijke medewerker.</p><p>In Nederland is het nu nog zo dat veel meer vrouwen zich betrokken voelen bij genderonderwerpen. Op dit gebied kunnen we vooral van mannen in Afrika en Latijns-Amerika nog heel veel leren, die zijn veel meer betrokken. Nederland loopt hier echt bij achter. Toch zijn er ook in Nederland veel mannen die niet <em>happy</em> zijn met de traditionele genderpatronen. Ze willen niet uitgelachen worden als ze voor de kinderen zorgen of parttime gaan werken. Ik wil dan ook benadrukken dat het zeker niet alleen over vrouwen gaat en ook mannen betrokken zijn bij gendergelijkheid.’</p><p><strong>5. </strong><strong>Wat hoopt u dat WO=MEN over 5 jaar heeft bereikt?</strong></p><p>‘Mensen moeten niet meer in een rolpatronencorset geduwd worden, ze moeten hun eigen identiteit kunnen kiezen. Binnen ontwikkelingssamenwerking is er inmiddels ruime aandacht voor gendergelijkheid. Het wordt hoog tijd dat er ook op andere beleidsterreinen meer aandacht komt, bijvoorbeeld bij defensie, handel, landbouw en het internationale financieel beleid. Op het gebied van defensie liggen de kansen voor het grijpen. Zo moet er in conflictsituaties van begin af aan een goede genderanalyse gemaakt worden. Vrouwen spelen een belangrijke rol als ‘early warner’, als intermediair tussen conflicterende partijen en als vredesonderhandelaar. Als vrouwen niet van begin af aan worden betrokken bij de besluitvorming is de kans groot dat het nieuwe beleid geen rekening houdt met de behoeftes van de bevolking. De leden van WO=MEN proberen vrouwen in conflictgebieden en beleidsmakers in het Westen met elkaar te verbinden. Wij spelen daarin vooral een faciliterende rol. Daarnaast hopen we in de toekomst nog meer individuen te bereiken en bij ons netwerk te betrekken.’</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2012/02/vijf-vragen-aan-elisabeth-van-der-steenhoven/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> <item><title>‘NON-paper, Nergens Over Nagedacht?’</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2012/02/%e2%80%98non-paper-nergens-over-nagedacht%e2%80%99/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2012/02/%e2%80%98non-paper-nergens-over-nagedacht%e2%80%99/#comments</comments> <pubDate>Wed, 01 Feb 2012 23:00:44 +0000</pubDate> <dc:creator>Jack van Ham</dc:creator> <category><![CDATA[Uncategorized]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=19905</guid> <description><![CDATA[Jack van Ham neemt geen blad voor de mond in zijn reactie op het non-paper van staatssecretaris Ben Knapen. Volgens de voormalig topman van ICCO en het Rode Kruis is het ‘een niks en een leeg stukje papier’ dat ‘de meest teleurstellende bijdrage aan het debat is’. De trends die Knapen schetst zijn volgens Van Ham inmiddels door de tijd achterhaald en onderdeel van de dagelijkse werkelijkheid. ‘Daar moet je geen vragen over stellen, maar met inspirerende ideeën over komen.’ Zelf zet Van Ham een aantal ideeën op een rij. <a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/02/%e2%80%98non-paper-nergens-over-nagedacht%e2%80%99/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong><img class="alignleft size-full wp-image-19906" title="jack" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2012/02/jack.jpg" alt="" width="127" height="94" />Jack van Ham neemt geen blad voor de mond in zijn reactie op het non-paper van staatssecretaris Ben Knapen. Volgens de voormalig topman van ICCO en het Rode Kruis is het ‘een niks en een leeg stukje papier’ dat ‘de meest teleurstellende bijdrage aan het debat is’. De trends die Knapen schetst zijn volgens Van Ham inmiddels door de tijd achterhaald en onderdeel van de dagelijkse werkelijkheid. ‘Daar moet je geen vragen over stellen, maar met inspirerende ideeën over komen.’ Zelf zet Van Ham een aantal ideeën op een rij.</strong></p><p>Ik heb nooit zo goed begrepen wat een non-paper eigenlijk was. Tot voor kort klonk het mij nogal mysterieus in de oren en daarom was ik ook niet bereid het uit te zoeken. Sommige dingen moeten raadselachtig blijven, vind ik. Ze maken het leven wat aangenamer.</p><p>Nu weet ik het ineens en ik ben de staatssecretaris voor ontwikkelingssamenwerking daar niet dankbaar voor. Een non-paper blijkt in dit geval gewoon letterlijk wat er staat. Een niks, een leeg, een lullig stukje papier. Volgens Google: ‘Een niet officiële presentatie van (overheids)<strong> </strong>beleid.’ Of: NON-paper, Nergens Over Nagedacht?</p><p><strong>Velletje</strong><br /> We hadden meer van de staatssecretaris mogen verwachten nadat hij maanden de spanning opvoer en beloofde te komen met een bijdrage aan de discussie over de toekomst van ontwikkelingssamenwerking en met name de rol van het maatschappelijk middenveld. In ieder geval wat meer dan een velletje vragen over zaken die hij de afgelopen maanden zelf tot ‘het Nederlandse ontwikkelingsbeleid’ heeft bestempeld?</p><p>Op basis van het WRR-document ‘Minder pretentie, meer ambitie’ worden door de staatssecretaris mogelijke speerpunten van toekomstig beleid genoemd. Het document was aanvankelijk nog een relatief coherent geheel van focus, kennis en samenwerking met maatschappelijke organisaties.</p><p><strong>“Minder”</strong><br /> De nieuwe staatssecretaris sloopte de samenhang er snel uit en “minder” werd de verbindende term. Het bedrijfsleven werd de panacee voor zo ongeveer alle ontwikkelingsproblemen die we kennen. Morele verontwaardiging is uit, economie en eigenbelang zijn de toekomst voor internationale samenwerking.</p><p>Over de rol van het maatschappelijk middenveld zou een open toekomstdebat worden gevoerd. Dit nadat de eerste sloopronde in de vorm van MFS-2 was voltooid. Dat debat gaat via de door de staatssecretaris waargenomen “trends” volgens het non-paper.</p><p>Dit stukje van het non-paper is de meest teleurstellende bijdrage aan het debat. De staatssecretaris noemt de speerpunten die hij zelf heeft gekozen voor het uitvoeren van zijn huidige beleid plotseling “trends”. Met andere woorden: wat hij vindt, is ook gelijk een maatschappelijke ontwikkeling, een trend. Nu past dat heel goed in de meningen en opvattingen van de politiek anno 2012, maar als uitgangspunt voor een debat knelt het hier en daar bij mij.</p><p><strong>Achterhaald</strong><br /> De trends: niet langer één op één, grotere diversiteit, opkomst zuidelijke ngo’s en afnemend vertrouwen, waren eind vorige eeuw nog “trends” te noemen. Ze zijn inmiddels door de tijd achterhaald en onderdeel van de dagelijkse werkelijkheid. Daar moet je geen vragen over stellen, maar met inspirerende ideeën over komen.</p><p>Of in deze ‘opwindende&#8217; en inspirerende’ toekomst plaats is voor medefinanciering van ngo’s door de Nederlandse overheid is de enige van de vele vragen in dit non-paper die de staatssecretaris wel kan beantwoorden:<strong><em> </em></strong>‘Medefinanciering zal na 2015 niet vanzelfsprekend meer zijn’. Dit staat dus los van de antwoorden die de rest van zijn vragen moet opleveren. Overigens vind ik het concept trends en vragen stellen een leuke methodiek voor het op gang brengen van een goed debat.</p><p>Daarom tot slot een paar relevante ‘trends’ (zÓÓ 2012) en een paar vragen van mijn kant:<br /> - Armoede en armoedebestrijding is in toenemende mate geen kwestie van rijk en arm tussen landen, maar van armoede van bevolkingsgroepen wereldwijd. In zowel rijke als midden en arme landen. Onze comfortzone lijkt voorbij. Welke consequenties heeft dat voor het beleid in ontwikkelingssamenwerking of internationale samenwerking?</p><p>- In veel ontwikkelingslanden, maar ook voormalige, wordt de bewegingsvrijheid van ngo’s in toenemende mate beperkt omdat zij te kritisch zijn naar zittende overheden. Hoe creëren we een mogelijkheid om verbinding aan te brengen tussen maatschappelijke bewegingen “hier en daar” om politieke vrijheden te bevorderen?</p><p>- Mainstream ontwikkelingssamenwerking maakt veel te weinig gebruik van <em>social media</em> ten behoeve van verbetering van de positie van gemarginaliseerden. Kan Nederland een bijdrage leveren aan uitbereiding van de mogelijkheden tot toegang om hiermee ontwikkeling te stimuleren?</p><p>- In veel ontwikkelingslanden, maar ook voormalige, is de bestuurlijke en economische capaciteit enorm toegenomen. Hoe kunnen we deze capaciteit inzetten om een adequaat Nederlands Internationaal beleid vorm te geven?</p><p>- 1% van de gezinnen wereldwijd bezit 39% van de globale rijkdom (bron: Boston Consultancy Group, 2012). Hoe komt het dat morele verontwaardiging geleidelijk van de Nederlandse ontwikkelingsagenda verdwijnt terwijl er meer dan voldoende aanleiding voor lijkt te zijn?</p><p>- Commerciële banken en financiële instellingen hebben in negatieve zin de afgelopen jaren meer impact gehad op wereldwijde ontwikkelingen dan 40 jaar ontwikkelingssamenwerking in positieve zin. Wat moet, kan en zal de internationale ontwikkelingsindustrie(!) ondernemen om dit tij mee te keren?</p><p>Medefinanciering is na 2015 misschien niet meer vanzelfsprekend, maar absoluut gewenst voor een land dat zo is voorgegaan in mondiale ontwikkeling en steun aan niet-gouvernementele initiatieven.</p><p>Maar ja, zoals MFS in 2015 niet vanzelfsprekend is, is dit kabinet dat ook niet.<br /> Pff. Dat lucht op.</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2012/02/%e2%80%98non-paper-nergens-over-nagedacht%e2%80%99/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>2</slash:comments> </item> <item><title>‘Het is vreemd dat Knapen deze vragen überhaupt nog moet stellen’</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2012/02/%e2%80%98het-is-vreemd-dat-knapen-deze-vragen-uberhaupt-nog-moet-stellen%e2%80%99/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2012/02/%e2%80%98het-is-vreemd-dat-knapen-deze-vragen-uberhaupt-nog-moet-stellen%e2%80%99/#comments</comments> <pubDate>Wed, 01 Feb 2012 13:58:58 +0000</pubDate> <dc:creator>Vice Versa</dc:creator> <category><![CDATA[Uncategorized]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=19871</guid> <description><![CDATA[JongOS reageert op het non-paper van staatssecretaris Ben Knapen van ontwikkelingssamenwerking. Ze geven een reactie op de vijf trends die hij signaleert en doen een poging om sommige vragen te beantwoorden. ‘De toekomst voor maatschappelijke organisaties? Dat is openstelling voor amateurs die zelf een rol willen spelen in verandering.’ <a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/02/%e2%80%98het-is-vreemd-dat-knapen-deze-vragen-uberhaupt-nog-moet-stellen%e2%80%99/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong><img class="alignleft size-thumbnail wp-image-19873" title="jong_logo" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2012/02/jong_logo-100x100.jpg" alt="" width="100" height="100" />JongOS reageert op het non-paper van staatssecretaris Ben Knapen van ontwikkelingssamenwerking. Ze geven een reactie op de vijf trends die hij signaleert en doen een poging om sommige vragen te beantwoorden. ‘De toekomst voor maatschappelijke organisaties? Dat is openstelling voor amateurs die zelf een rol willen spelen in verandering.’</strong></p><p>Na alle speculatie en hooggespannen verwachtingen rondom het non-paper leek het discussie-document in eerste instantie enigszins teleurstellend. Het blijkt om een driepagina tellend document te gaan waarin alleen maar vragen worden gesteld. Toch is het een duidelijke uitnodiging aan maatschappelijke organisaties om met goede onderbouwingen te komen; iets wat al lange tijd gebeurt natuurlijk, maar wat blijkbaar nog niet duidelijk genoeg is overgekomen. Eigenlijk is het vreemd dat Knapen deze vragen überhaupt nog moet stellen. Hij kan de antwoorden klaarblijkelijk niet vinden in het werk dat verricht wordt door maatschappelijke organisaties.</p><p>Hoewel het maatschappelijk middenveld zich vast goed laat horen, vreest JongOS de defensieve valkuil. De valkuil waarin organisaties het gevoel hebben zich te moeten verdedigen. Het belang van je organisatie moet je niet gaan verdedigen, maar voor zichzelf laten spreken. Als Knapen er dan opnieuw vraagtekens bij zet kun je je afvragen of je niet via alternatieve financiële bronnen je meerwaarde wilt laten zien die de onafhankelijkheid van je missie en activiteiten kan verzekeren.</p><p>Hieronder onze reactie op de vijf trends die de staatssecretaris in het non-paper signaleert en een poging om sommige vragen te beantwoorden.</p><p><strong>1. Nieuwe ontwikkelingsdoelen</strong><br /> Een nieuwe wereld heeft bij het ministerie van Buitenlandse Zaken geleid tot nieuw beleid. Hoewel er verschillende uitwerkingen denkbaar zijn, waren wij in de veronderstelling dat Internationale Samenwerking allang ingevoerd beleid was. De verschuiving naar mondiale ontwikkeling lijkt eerder een gegeven dan een discussiepunt. Nu nog een verschuiving naar geïntegreerd, coherent beleid. Om mondiale ontwikkeling te stimuleren zijn er uiteenlopende invloeden nodig. Naast de overheden die op hoofdlijnen verantwoordelijk zijn voor veiligheid en toegang tot basisdiensten, bedrijven die groei tot doel hebben en kennisinstituten die kennis genereren, spelen georganiseerde burgers hierbij een essentiële rol.</p><p>Een steeds belangrijker wordende rol is het leggen van (internationale) verbindingen met en tussen uiteenlopende gemotiveerde individuen die willen opkomen voor mondiale ontwikkeling en rechtvaardige toegang tot internationale publieke goederen voor iedereen. De complementaire inzet van alle maatschappelijke actoren is noodzakelijk, dus ook die van middenveld-groeperingen. Het gaat er echter niet alleen om in hoeverre deze groeperingen bijdragen aan de ontwikkelingsdoelen van de overheid. De hele samenleving kan namelijk mondiale ontwikkeling beïnvloeden. Juist ook vanwege de gedeelde belangen kan het overheidsbeleid niet het enige uitgangspunt voor de Nederlandse bijdrage zijn.</p><p><strong>2. Niet langer één op één</strong><br /> Ngo’s zijn terecht op zoek naar alternatieve financiële bronnen en gaan allianties met bedrijven aan. In sommige bijdragen op deze site kan vaak de typisch bange reactie gelezen worden van de oude garde. Die garde kan geen afscheid nemen van overheidsfinanciering en ondertussen klaagt ze over het keurslijf dat hen door de overheid wordt aangemeten. Hoewel sociaal ondernemerschap een oplossing kan zijn voor het overleven van maatschappelijke organisaties, blijft het de vraag of eenzelfde tangconstructie als nu het geval is bij MFS-organisaties kan worden voorkomen.</p><p><strong>3. Grote diversiteit</strong><br /> René Grotenhuis gaf eerder ook een aanzet waarin staat dat maatschappelijke organisaties zich scherper moeten profileren als organisaties van burgers. Het gevaar is dat het bij pr blijft en niet een verandering is die de organisatie zelf ondergaat. Het gaat niet alleen om<em> I like</em>. Maatschappelijke organisaties moeten ook steeds meer ingang creëren voor <em>I participate</em>. Er komt een nieuwe generatie die zelf de producent van verandering wil zijn en minder overlaat aan een professionele organisatie. Dit spreekt onder meer de jonge generatie aan, waarvan het idealistische deel ook wel wordt aangeduid als de <em>involve me</em> generatie.</p><p>Er bestaat een hele garde aan jonge vernieuwers die zich op persoonlijke titel inzetten voor mondiale ontwikkeling. Vorig jaar organiseerde JongOS het jaar <a href="http://acall2action.nl/">A Call 2 Action</a>. Nadat veel was gesproken over vernieuwing van Internationale Samenwerking nam deze groep het initiatief om zelf over te gaan tot actie. De deelnemers willen de uitgangspunten voor mondiale ontwikkeling mainstream maken in de brede Nederlandse samenleving.</p><p>Uit dit succesvolle actiejaar &#8211; met ontstane groepen die nu zelfstandig opereren &#8211; valt te leren dat Nederlanders bereid zijn zich actief in te zetten voor mondiale ontwikkeling wanneer activiteiten aansluiten bij hun leefwerelden. Laagdrempelig en transparant, gebruikmakend van alle kansen die het internet biedt, stellen zij concrete doelen op die praktische onderwerpen aanpakken. Het blijft niet bij het eigen wereldje, maar betrekt allerlei partijen om ruimte te bieden aan nieuwe ideeën en een breed gedragen beweging te creëren.</p><p>De overheid doet er goed aan dit soort ontstane bewegingen te stimuleren. Door initiatieven te stimuleren die vernieuwend zijn, verfrissend en vanuit de veranderingsdrift van individuen. Deze producenten van verandering bij jong en oud spelen in op de behoefte van de overheid aan flexibiliteit en maatwerk. Ondersteuning vanuit de overheid aan deze bewegingen of organisaties in de vorm van startkapitaal, kennis, samenwerking enzovoorts, stimuleert werken aan praktische onderwerpen en het mainstreamen van het gedachtegoed van Internationale Samenwerking voor ontwikkeling in alle sectoren van de samenleving. De overheid dient een kader te scheppen voor open samenwerkingsvormen waaruit hybride internationale verbanden ontstaan die verder gaan dan de sector ontwikkelingssamenwerking en deze noodgedwongen opent.</p><p><strong>4. Opkomst Zuidelijke ngo’s</strong><br /> In een Nederlandse maatschappij waarbij de ontwikkelingsorganisaties zijn getransformeerd tot open organisaties of verenigingen die allerlei thema’s op de politieke en publieke agenda in nationale en lokale contexten zetten, voeren die organisaties zelf geen werk meer uit in ontwikkelingslanden. Op nationaal niveau doen dat maatschappelijke organisaties uit die landen zelf die eventueel via programma’s worden gesubsidieerd door de Nederlandse overheid, EU of maatschappelijke organisaties uit andere landen. Wat een welkome ontwikkeling.</p><p>De ontwikkeling van sterke lokale ngo’s is in veel gevallen toe te schrijven aan het werk van maatschappelijke organisaties hier. Dit is nou bij uitstek iets waar de ngo’s wellicht gedeeltelijk de credits voor mogen claimen. Maar het is logisch om capaciteitsontwikkeling, waar het kan, juist aan die sterke Zuidelijke ngo’s over te laten, gezien zij het beste hun eigen regering weer ter verantwoording kunnen roepen. Wat dat betreft zouden die Zuidelijke ngo’s direct aanspraak kunnen maken op subsidiering van de Nederlandse overheid.</p><p><strong>5. Afnemend vertrouwen</strong><br /> In de brede samenleving voelen mensen zich niet meer gerepresenteerd door maatschappelijke organisaties. Het huidige Nederlandse maatschappelijk middenveld dat zich toelegt op internationale samenwerking is nu een gesloten sector die vanwege dat representatieprobleem in allerlei hoekjes wordt weggezet waar ze niet in wil zitten. En dat is zonde, want internationale samenwerking heeft betrekking op iedereen en overal waardoor eenieder er een rol in kan spelen.</p><p>Het lijkt erop dat juist professionalisering heeft bijgedragen voor het feit dat burgers argwanend staan tegenover ontwikkelingssamenwerking. Wanneer je als maatschappelijke organisatie echt verandering onder burgers in Nederland wil teweegbrengen moet je dus niet op een manier professionaliseren waardoor je meer vervreemdt van de achterban, maar eigenlijk ‘amateuriseren’.</p><p>De toekomst voor maatschappelijke organisaties? Dat is openstelling voor amateurs die zelf een rol willen spelen in verandering. De organisaties die overblijven kaarten thema’s aan met hulp van geld van particuliere leden en niet-donoren. De rest van de organisaties is waarschijnlijk failliet en heeft geen achterban meer die voor ze zorgt. De overgebleven spelers zullen voor bepaalde activiteiten nog steeds overheidsgeld ontvangen dat gereserveerd is voor maatschappelijke doelstellingen.</p><p><em>Door Maarten Kuijpers, Vanessa Nigten en Annabel Meurs namens de stuurgroep van JongOS, het netwerk van 1350 jong professionals werkzaam op het gebied van Internationale Samenwerking. JongOS gaat over bovenstaande uitgangspunten de komende tijd graag in gesprek. Voor opmerkingen, samenwerking, voorbeelden en/of inspiratie, neem contact op met <a href="info@acall2action.nl">JongOS</a>!</em></p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2012/02/%e2%80%98het-is-vreemd-dat-knapen-deze-vragen-uberhaupt-nog-moet-stellen%e2%80%99/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>2</slash:comments> </item> <item><title>Reisverbod voor ngo werknemers in Egypte</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2012/02/reisverbod-voor-ngo-werknemers-in-egypte/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2012/02/reisverbod-voor-ngo-werknemers-in-egypte/#comments</comments> <pubDate>Wed, 01 Feb 2012 05:00:04 +0000</pubDate> <dc:creator>Mieke van Dixhoorn</dc:creator> <category><![CDATA[Uncategorized]]></category> <category><![CDATA[Egypte]]></category> <category><![CDATA[mensenrechten]]></category> <category><![CDATA[militaire raad]]></category> <category><![CDATA[NGO]]></category> <category><![CDATA[verkiezingen]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=19836</guid> <description><![CDATA[De militaire raad van Egypte heeft minstens tien werknemers van Amerikaanse en Europese ngo’s een reisverbod opgelegd. Verschillende nieuwsbronnen, zoals Al Jazeera, de New York Times en Devex, rapporteerden dit vorige week. Na huiszoekingen bij verschillende ngo’s en mensenrechtenorganisaties in december vorig jaar, wordt de situatie voor maatschappelijke organisaties in Egypte steeds moeilijker. <a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/02/reisverbod-voor-ngo-werknemers-in-egypte/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong><a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/02/reisverbod-voor-ngo-werknemers-in-egypte/noflylist/" rel="attachment wp-att-19838"><img class="alignleft size-full wp-image-19838" title="noflylist" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2012/01/noflylist.gif" alt="" width="128" height="144" /></a>De militaire raad van Egypte heeft minstens tien werknemers van Amerikaanse en Europese ngo’s een reisverbod opgelegd. Verschillende nieuwsbronnen, zoals Al Jazeera, de <a href="http://www.nytimes.com/2012/01/27/world/middleeast/egypt-bars-son-of-ray-lahood-from-leaving.html?scp=1&amp;sq=egypt%20travel%20ban&amp;st=cse  ">New York Times</a> en Devex, rapporteerden dit vorige week. Na huiszoekingen bij verschillende ngo’s en mensenrechtenorganisaties in december vorig jaar, wordt de situatie voor maatschappelijke organisaties in Egypte steeds moeilijker.</strong><strong> </strong></p><p>Sam LaHood, hoofd van het <em>International Republican Institute </em>(IRI)<em> </em>kantoor in Egypte, werd zaterdag 21 januari aangehouden op het vliegveld in Cairo toen hij het land probeerde te verlaten. De <em>‘no-fly list</em>’ geldt ook voor het <em>National Democratic Institute</em> (NDI) en het <em>Freedom House. </em>Beide ngo’s worden gefinancierd door de Amerikaanse overheid, evenals het IRI. In een interview met <em><a href="http://www.devex.com/en/blogs/the-development-newswire/egypt-imposes-travel-ban-on-some-ngo-workers">Devex</a></em> laat Victoria Newland, een vertegenwoordiger van het Amerikaanse <em>State Department</em>, weten dat de Amerikaanse overheid bezig is de militaire raad te overtuigen om het reisverbod op te heffen.</p><p><strong>Huiszoekingen</strong></p><p>Er hebben op 29 december 2011 verschillende huiszoekingen plaatsgevonden bij ngo’s in Egypte, waaronder het IRI en NDI, door Egyptische veiligheidstroepen. De militaire raad verdedigde dit door te wijzen op vermeende illegale activiteiten van de organisaties. Ze citeerden daarbij de ‘<em>Association Law’ </em>uit 2002 van ex-president Hosni Mubarak. Volgens deze wet mogen er geen onafhankelijke organisaties werken in Egypte of zelfs worden opgericht. Human Rights Watch zegt dat er tien organisaties zijn onderzocht, volgens De Volkskrant waren het er zeventien. Naast ngo’s uit het buitenland waren ook Egyptische mensenrechtenorganisaties die gefinancierd worden vanuit het buitenland doelwit. Velen van de onderzochte organisaties zijn bezig met projecten op het gebied van burgerparticipatie en de komende verkiezingen. Tijdens de huiszoekingen zouden werknemers zijn ondervraagd, documenten zijn doorzocht en computers zijn ingenomen. Waarschijnlijk zijn de onderzochte organisaties ook degene die problemen hebben met het reisverbod, zegt een woordvoerder van Oxfam Novib.</p><p><strong>Verkiezingen</strong></p><p>De verkiezingen van de <em>Shura Council, </em>de hogere kamer van het Egyptische parlement, krijgen nu minder aandacht doordat ngo’s zich in een onzekere situatie bevinden. Aan <em><a href="http://www.aljazeera.com/indepth/features/2012/01/201212933056633694.html">Al Jazeera</a></em> laat de chef van het NDI in Egypte weten dat hun waarnemersmissie een stuk kleiner zal zijn door het lopende onderzoek. Normaal gesproken zou er nu door de ngo’s worden gewerkt aan bijvoorbeeld het trainen van waarnemers en het inlichten van stemgerechtigden. Door de lopende onderzoeken is er nu minder personeel en aandacht voor. Daarnaast is er sowieso weinig publieke interesse in de verkiezing omdat veel mensen niet weten wat de <em>Shura Council </em>precies inhoudt. De rol van de <em>council</em> is ook verkleind. Ze heeft vooral een rol als adviesorgaan over wetgeving. Toch is er wel een belangrijke taak die de <em>Shura council </em>moet uitvoeren. Samen met de <em>People’s Assemblee, </em>de lagere kamer van het Egyptische parlement, zullen zij de honderd mensen kiezen die de nieuwe Egyptische grondwet gaat opstellen.</p><p><strong>Nederlandse organisaties</strong></p><p>Amnesty International heeft de laatste tijd gelukkig geen problemen met hun werk in Egypte. Volgens een woordvoerder zou dit best kunnen komen doordat zij niet een vast kantoor hebben in het land. “Kleine Egyptische organisaties vangen vaak de zwaarste klappen op”, zo zegt hij. Het werk van Amnesty bestaat vooral uit het doen van onderzoek en actie voeren voor mensen die onterecht vastzitten. Dit kunnen zij gelukkig nog relatief vrij en onafhankelijk doen. In Syrië is dit bijvoorbeeld een heel stuk moeilijker, aldus de woordvoerder van Amnesty. Volgens een woordvoerder van Oxfam Novib zijn de acties vooral gericht tegen organisaties die gefinancierd worden vanuit de Verenigde Staten of daar zelf vandaan komen. Vooralsnog voorziet Oxfam Novib zelf geen problemen. Een aantal werknemers zal volgende week, ondanks de berichten, gewoon afreizen naar Egypte.</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2012/02/reisverbod-voor-ngo-werknemers-in-egypte/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> <item><title>Jonge Hond Jeroen de Lange: ‘Stoppen met die hulppornografie, en de burgers echt uitleggen wat het probleem is.’</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2012/01/jonge-hond-jeroen-de-lange-%e2%80%98stoppen-met-die-hulppornografie-en-de-burgers-echt-uitleggen-wat-het-probleem-is-%e2%80%99/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2012/01/jonge-hond-jeroen-de-lange-%e2%80%98stoppen-met-die-hulppornografie-en-de-burgers-echt-uitleggen-wat-het-probleem-is-%e2%80%99/#comments</comments> <pubDate>Tue, 31 Jan 2012 14:03:07 +0000</pubDate> <dc:creator>Anne Manschot</dc:creator> <category><![CDATA[Uncategorized]]></category> <category><![CDATA[Ontwikkelingssamenwerking]]></category> <category><![CDATA[oude meesters jonge honden]]></category> <category><![CDATA[overheidssubsidie]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=19851</guid> <description><![CDATA[In de op een na laatste aflevering van Oude Meesters, Jonge Honden waagden twee oud-politici (de oude meesters) en drie jongere Kamerleden (de jonge honden) zich gisteravond in het Humanity House in Den Haag aan een discussie over de ontwikkelingssector. Bas de Gaay Fortman, Eimert van Middelkoop, Wassila Hachchi, Ingrid de Caluwé en Jeroen de Lange discussiëren over de rol van de Nederlandse overheid in deze sector. Hachchi: ‘Bezuinigen op ontwikkelingshulp? Het budget moet juist vergroot worden!’ <a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/01/jonge-hond-jeroen-de-lange-%e2%80%98stoppen-met-die-hulppornografie-en-de-burgers-echt-uitleggen-wat-het-probleem-is-%e2%80%99/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong><a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/01/jonge-hond-jeroen-de-lange-%e2%80%98stoppen-met-die-hulppornografie-en-de-burgers-echt-uitleggen-wat-het-probleem-is-%e2%80%99/logo-omjh-met-wit1-300x204/" rel="attachment wp-att-19853"><img class="alignleft size-full wp-image-19853" title="logo-OMJH-met-wit1-300x204" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2012/01/logo-OMJH-met-wit1-300x204.jpg" alt="" width="300" height="204" /></a>In de op een na laatste aflevering van Oude Meesters, Jonge Honden waagden twee oud-politici (de oude meesters) en drie jongere Kamerleden (de jonge honden) zich gisteravond in het Humanity House in Den Haag aan een discussie over de ontwikkelingssector. Bas de Gaay Fortman, Eimert van Middelkoop, Wassila Hachchi, Ingrid de Caluwé en Jeroen de Lange discussiëren over de rol van de Nederlandse overheid in deze sector. Hachchi: ‘Bezuinigen op ontwikkelingshulp? Het budget moet juist vergroot worden!’</strong></p><p><a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/01/oude-meesters-jonge-honden-5-een-voorbeschouwing/">De vijf politici</a> werden ondervraagd door Frénk van der Linden, die zijn sporen heeft verdiend in de journalistiek door het ontlokken van opzienbarende uitspraken van politici. Of deze vijf Oude Meesters en Jonge Honden geïntimideerd waren, viel nog te bezien.</p><p><strong>De Oude Meesters</strong></p><p>Bas de Gaay Fortman (vroeger lijsttrekker van de PPR) en Eimert van Middelkoop (oud-minister van Defensie) openden als ‘Oude Meesters’ en oude rotten in het vak de discussie. ‘Ontwikkelingssamenwerking (OS) was altijd een onproblematisch deel van het overheidsbeleid’, herinnert Eimert van Middelkoop zich. ‘Politiek debat, écht politiek debat over het onderwerp werd niet in de Kamer gevoerd, maar daarbuiten,’ vervolgde hij. ‘Ik had nooit verwacht dat het draagvlak van Nederlandse ontwikkelingssamenwerking zo zou eroderen.’ Ook Bas de Gaay Fortman sprak over deze erosie van het draagvlak, maar lijkt niet verrast: ‘Hulporganisaties hebben voortdurend de neiging om mensen te confronteren met nood, en niet met succes. Dáár is het misgegaan. Mensen stompen af, hebben geen zin om wéér naar een hongerend Afrikaans kind te kijken,’ bekritiseerde de oud-politicus de gang van zaken. ‘Ontwikkelingssamenwerking is sowieso nooit een onderwerp geweest waar het volk nou zo warm voor liep, maar door het nooit te hebben over successen die zijn behaald lijkt het draagvlak nu helemaal verdwenen,’ aldus De Gaay Fortman.</p><p>Eimert van Middelkoop merkt aan het einde van dit eerste deel van het debat op, dat het geen zin heeft om antwoorden te zoeken in het verleden. ‘Het is leuk dat ik hier zit hoor, als oude rot in het vak, maar organisaties moeten niet op adviezen van ons zitten te wachten. Ze moeten zelf met een verhaal komen, zelf bedenken wat zij normatief een eerlijke en goede wereld vinden, en hoe ze daar hun steentje aan kunnen bijdragen’, zei Van Middelkoop.</p><p><strong>De Jonge Honden</strong></p><p>In het tweede deel van het debat kwamen de ‘jonge honden’ aan het woord. Jeroen de Lange, de gloednieuwe woordvoerder internationale samenwerking in de Tweede Kamer voor de PvdA, stak meteen kritisch van wal. ‘Ik heb het idee dat veel ontwikkelingsorganisaties niet met hun tijd mee zijn gegaan. Dat ze bepaalde ideeën hebben van wat er in Afrika gebeurt die helemaal niet slaan op hoe het nou echt op het continent er aan toe gaat’, sprak De Lange, die zelf een aantal jaren in Oeganda en Rwanda heeft gewoond. Jeroen de Lange: ‘Afrika heeft zich in de afgelopen jaren enorm ontwikkeld, maar die veranderingsprocessen worden niet goed begrepen door de ngo’s hier. Men houdt daardoor teveel vast aan een verouderd beeld.’</p><p>De Lange is het eens met Bas de Gaay Fortman’s kritiek op de manier waarop ngo’s in de media fondsen proberen te werven. ‘We moeten stoppen met die hulppornografie (het steeds weer tonen van meelijwekkende beelden), en de burgers echt uitleggen wat het probleem is. Woorden als armoede en liefdadigheid horen tot het verleden, er moet nu worden geïnvesteerd!’ Wassila Hachchi, woordvoerder ontwikkelingssamenwerking voor D66, was dat met hem eens. ‘Het is een illusie om te denken dat de politiek de boel gaat veranderen. Ngo’s moeten de mensen meer naar zich toetrekken, beter uitleggen wat er aan de hand is. Maak gebruik van marketing instrumenten om succesvolle projecten te benadrukken, en zorg voor een betrouwbare organisatie: meer transparantie en goed bestuur.’</p><p><strong>Kritiek op de overheid</strong></p><p>De Kamerleden staken ook de hand in eigen boezem. Ook in het parlement kon er wat debatten over ontwikkelingsvraagstukken betreft nog veel verbeterd worden, vonden zij. Jeroen de Lange: ‘Het debat is veel te Haags, teveel ‘politiek met een kleine p’. Kamerleden zonder verstand van zaken maken opmerkingen die kant noch wal raken, wat de inhoud van het debat niet ten goede komt.’ Ingrid de Caluwé, woordvoerder ontwikkelingssamenwerking voor de VVD, was dat met hem eens, maar benadrukte ook dat kritische vragen en een frisse blik van een <em>outsider</em> niet ondergewaardeerd moeten worden. Maar, vervolgde ze: ‘Er wordt teveel over de details gedebatteerd. Het overkoepelende verhaal, daar hebben we het te weinig over.’ Eimert van Middelkoop en Bas de Gaay Fortman vielen de ‘Jonge Honden’ bij: ‘Over wereldvraagstukken wordt even in een maximaal twee uur durend Algemeen Overleg (AO) gepraat. Op die manier vind je natuurlijk nooit antwoorden op grote vragen, maar daar moet óók aandacht aan worden besteed’, vond Van Middelkoop. Bas de Gaay Fortman: ‘Door zulke AO’tjes gaat de thematiek natuurlijk nooit leven. De focus is teveel op dossiers, te weinig op inhoud. Bovendien is nog nooit geëvalueerd wat de Nederlandse overheid nu heeft bijgedragen aan ontwikkelingshulp. Dat moet echt gebeuren, dat we bekijken wat er goed is gegaan en wat niet. Op de huidige manier blijft het allemaal zo beleidsafhankelijk, en niet constant.’</p><p>Kritiek op de huidige aanpak van het ontwikkelingsbeleid door de Nederlandse overheid was er ook. Wassila Hachchi: ‘De keuzes die staatssecretaris Ben Knapen maakt in zijn beleid zijn niet altijd goed. Bezuinigen op de ontwikkelingssector, dat moet helemaal niet! Ontwikkelingssamenwerking moet verbeterd worden, en het budget juist vergroot.’ Jeroen de Lange vult haar aan door te zeggen dat de in een steeds kleinere wereld het in ons eigenbelang is om te investeren in ontwikkelingshulp. Hij vindt de landenlijst die onder leiding van Knapen is opgesteld typisch ‘achterkant sigarendoosje’; het ondoordacht en niet beargumenteerd tegen elkaar wegstrepen van landen. Ingrid de Caluwé had ook wat kritiek, maar wist het te nuanceren: ‘Het is positief dat we kiezen voor dingen waar we goed in zijn, zoals de focus op waterbeleid. Perfect is het niet, ik vrees dat het dossier OS een flinke administratieve tijger zal worden. Ik vraag me dan ook af hoe dit concreet gaat worden ingevuld.’</p><p>&nbsp;</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2012/01/jonge-hond-jeroen-de-lange-%e2%80%98stoppen-met-die-hulppornografie-en-de-burgers-echt-uitleggen-wat-het-probleem-is-%e2%80%99/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>6</slash:comments> </item> <item><title>It takes two to tango</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2012/01/it-takes-two-to-tango/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2012/01/it-takes-two-to-tango/#comments</comments> <pubDate>Tue, 31 Jan 2012 11:00:59 +0000</pubDate> <dc:creator>Jan Gruiters</dc:creator> <category><![CDATA[De N van NGO]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=19824</guid> <description><![CDATA[Afgelopen vrijdag kwam het langverwachte non-paper uit van het ministerie van Buitenlandse Zaken. ‘Niet alleen de ngo sector moet de vragen uit het non-paper kunnen beantwoorden, ook de overheid moet vragen beantwoorden over eigen rol.’, concludeert Jan Gruiters, algemeen directeur van IKV Pax Christi. Hij besloot om zelf een aantal vragen op te stellen en ze persoonlijk te richten aan de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, Ben Knapen. ‘Maatschappelijke organisaties mogen ook de overheid bevragen en ook de overheid moet zijn verlegenheid en dilemma’s op tafel leggen.’, aldus Gruiters. <a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/01/it-takes-two-to-tango/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong><a href="http://www.viceversaonline.nl/newsblog/blog-jan-gruiters/jan-blog-ikvpc/" rel="attachment wp-att-18614"><img class="alignleft size-thumbnail wp-image-18614" title="Jan Gruiters" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2011/12/Jan-Blog-IKVPC-100x100.jpg" alt="" width="100" height="100" /></a>Afgelopen vrijdag kwam het langverwachte <a href="../2012/01/knapen-voorzetting-mfs-niet-langer-vanzelfsprekend/">non-paper</a> uit van het ministerie van Buitenlandse Zaken. ‘Niet alleen de ngo sector moet de vragen uit het non-paper kunnen beantwoorden, ook de overheid moet vragen beantwoorden over eigen rol.’, concludeert Jan Gruiters, algemeen directeur van IKV Pax Christi. Hij besloot om zelf een aantal vragen op te stellen en ze persoonlijk te richten aan de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken, Ben Knapen. ‘M</strong><strong>aatschappelijke organisaties mogen ook de overheid bevragen en ook de overheid moet zijn verlegenheid en dilemma’s op tafel leggen.’, aldus Gruiters.</strong></p><p><em>Door Jan Gruiters</em></p><p>Je kan over het non-paper van staatssecretaris Ben Knapen veel zeggen maar niet dat het een <em>game-changer</em> is. Wie een persoonlijke, provocerende en positionerende bijdrage had verwacht kan niet anders dan teleurgesteld zijn. De vraag is natuurlijk of het debat over de toekomst van non-gouvernementele organisaties en hun bijdrage aan internationale samenwerking afhankelijk is van de bijdrage van de non-civiele organisatie waartoe Knapen behoort. Ik meen van niet.</p><p>Voorgangers van Knapen gingen het debat met het maatschappelijk middenveld vaak in met een vooringenomen mening, al dan niet verwoord in een startnotitie. Zeker, het debat met de sector werd van belang geacht maar het veranderde zelden iets fundamenteels aan het voorgenomen beleid. De sector mocht vaak enkel het verhaal afmaken en de plaatjes inkleuren.</p><p>Ben Knapen kiest dus voor een andere benadering dan zijn voorgangers. Misschien meent hij dat voor het vinden van de juiste oplossingen je de juiste vragen moet stellen. Naar de beweegredenen kunnen we enkel gissen. Met een doorwrocht paper had Knapen misschien aan de hooggespannen verwachtingen voldaan maar hij had daarmee ook zijn positie vastgezet. Voor een debat is een doorwrocht paper interessant, voor de politieke uitkomst is een vooringenomen standpunt ook niet perse behulpzaam.</p><p><strong>Relatietherapie</strong></p><p>De vragen van Knapen gaan over de relatie tussen overheid en maatschappelijke organisaties. Die is aan herziening toe omdat de wereld is veranderd. Dat stelt nieuwe eisen aan zowel de overheid als aan de maatschappelijke organisaties en trekt een wissel op hun onderlinge relatie. De overheid en het maatschappelijk middenveld zijn toe aan een relatietherapie. Daarbij kan de overheid zelf natuurlijk niet buitenspel blijven. En dat geldt uiteraard ook voor civiele samenlevingsorganisaties die zichzelf serieus nemen.</p><p>Knapen heeft via via wel duidelijk gemaakt wat er in zijn ogen moet veranderen. De relatie tussen overheid en maatschappelijke organisaties moet minder financieel en meer inhoudelijk worden. In dat perspectief wil Knapen meningen peilen over enkele trends die zijns inziens van belang zijn. Die handschoen moeten we zeker oppakken, hetgeen niet wil zeggen dat we enkel en alleen over zijn vragen moeten debatteren.</p><p>Als de relatie tussen overheid en maatschappelijke organisaties aan herziening toe is heeft dat natuurlijk ook implicaties voor de overheid zelf. Wat let ons om vanuit ons perspectief enkele vragen aan Knapen voor te leggen? Zijn antwoorden daarop kunnen immers ook van invloed zijn op de wijze waarop wij ons tot de overheid willen en kunnen verhouden.</p><p>Ik wil wel enkele vragen opgooien. En ik richt me daarbij maar persoonlijk tot de staatssecretaris omdat hij via zijn ambtenaren dit debat op de voet volgt. En misschien zijn er wel ambtenaren die hierop willen reageren.</p><p><strong>Netwerksamenleving </strong></p><p>We leven in een netwerksamenleving waarbij de internationale betrekkingen een hybride karakter hebben gekregen. Alom wijzen onderzoekers er op dat staten niet langer alleen met staten moeten samenwerken maar ook met niet-statelijke actoren.  Deze samenwerking moet zelfs “systematisch, structureel en intensief” zijn, stelde de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) in het rapport <em>Aan het buitenland gehecht</em>. En premier Rutte beaamde dit in de regeringsreactie volmondig. “Hun (hier doelt de premier op niet-statelijke actoren waaronder ook maatschappelijke organisaties) belangen en opvattingen moeten meewegen in het buitenlandbeleid om de effectiviteit van het buitenland beleid te vergroten.”</p><p>Dat vergt een andere rolopvatting aan de kant van de overheid. Een werkwijze die niet alleen maar gebaseerd is op regisseren en financieren. Het vraagt, zo stelt de WRR, ook om faciliteren en verbinden.</p><p>De WRR wijst er op dat juist op het gebied van buitenlandbeleid de overheid nogal “veranderingsresistent” is als het aankomt op de samenwerking met niet-statelijke actoren. De samenwerking tussen overheid en maatschappelijke organisaties is nu vaak persoonsgebonden, ad-hoc en vluchtig. Het is opvallend dat bedrijven en zelfs de krijgsmacht in vergelijking met het ministerie van Buitenlandse Zaken een groeiende voorsprong hebben opgebouwd in de samenwerking met maatschappelijke organisaties. Hoe denkt u de samenwerking met maatschappelijke actoren binnen de vier gekozen speerpunten een meer systematisch, structureel en intensief karakter te geven en is het ministerie van Buitenlandse Zaken hiervoor al gereed?</p><p><strong>Beperkingen van de staat</strong></p><p>U heeft vier speerpunten geselecteerd. Nu vraagt u zich af in hoeverre het maatschappelijk middenveld van belang is voor het realiseren van de nieuwe ontwikkelingsdoelen binnen deze niches. Die vraag is zeker relevant en ik vind dat u recht heeft op een antwoord. Dat antwoord is overigens nog niet eens zo eenvoudig omdat het lang niet altijd duidelijk is wat Nederland in deze vier niches nu precies wil bereiken.</p><p>Maar ik wil u ook een tegenvraag stellen. Waar stuit de Nederlandse regering nu op zijn eigen grenzen en beperkingen? Het al eerder aangehaalde WRR-rapport stelt dat “het contact tussen diplomaten of bewindslieden onder elkaar het qua effectiviteit vaak moet afleggen tegen de vele manieren om groepen van mensen te bereiken, te overtuigen en in beweging te krijgen.” De groeiende invloed van niet-statelijke actoren hangt natuurlijk ook samen met het beperkte sturende vermogen van staten. De samenwerking tussen statelijke en niet-statelijke actoren neemt toe omdat de complexiteit en urgentie van de problemen waarvoor we staan daarom vraagt. Die comparatieve samenwerking veronderstelt wel dat alle partijen een reëel zicht hebben op hun eigen kracht en op hun eigen tekortkomingen? Vandaar mijn vraag, waar zoekt de Nederlandse regering haar meerwaarde en waar stuit ze op eigen beperkingen in fragiele en repressieve contexten, in internationale arena’s en in de eigen samenleving. Comparatieve samenwerking lukt immers alleen als beide partijen hun eigen kracht en hun eigen beperkingen kennen.</p><p><strong>Vrijheid en verantwoordelijkheid van maatschappelijke organisaties</strong></p><p>U stelt dat steeds meer landen wetgeving kennen die de bewegingsvrijheid en autonomie van NGO’s beperken. Inderdaad. De vrijheid van maatschappelijke organisaties staat onder druk. Ik denk daarbij deze dagen natuurlijk eerst en vooral aan onze partners in Syrië. In dit soort repressieve landen hebben veranderingsprocessen een endogeen karakter, want het van buitenaf opleggen van veranderingen is tot op heden weinig succesvol gebleken. De uitdagende vraag is hoe overheden en maatschappelijke organisatie kunnen bijdragen aan het vergroten van de democratische ruimte voor civiele veranderkrachten in repressieve contexten.</p><p>Maar wie voor vrijheid van maatschappelijke organisaties elders pleit moet ook in eigen samenleving borg staan voor deze vrijheid. Ook de Nederlandse overheid heeft een sterke neiging maatschappelijke organisaties instrumenteel in te zetten voor een eigen agenda en te binden aan het beleid van de zittende regering. Bent u bereid tot een principiële herbevestiging van de vrijheid en verantwoordelijkheid van maatschappelijke organisaties, ook als deze met publieke middelen een publieke functie vervullen? Een dergelijke herbevestiging, die overigens geheel past in een christendemocratische traditie, zou dan ook beter verankerd kunnen worden in regelgeving.</p><p><strong>Gulzige overheid</strong></p><p>Terecht vraagt u ook aandacht voor het afnemende vertrouwen. Niet alleen maatschappelijke organisaties worstelen daarmee. Het afnemende vertouwen treft ook overheid en politiek. In een dergelijk klimaat  groeit en bloeit het geïnstitutionaliseerde wantrouwen. Afname van vertrouwen verhoudt zich nu eenmaal omgekeerd evenredig met groei aan bureaucratische regels op gebied van controle en verantwoording. Maatschappelijke organisaties hebben en aanvaarden de plicht om zich transparant te verantwoorden naar de samenleving als één van de voornaamste stakeholders. Op dat terrein zijn ook verbeteringen mogelijk.</p><p>Maar dat is niet voldoende. Het komt er ook op aan de gulzige overheid met zijn honger naar nieuwe regels te temmen. Dat kan alleen als de overheid durft te vertrouwen op professionele organisaties en deze organisaties de professionele ruimte geeft die nodig is voor kwaliteitsvol werken. Dat brengt onvermijdelijk risico’s met zich mee. Ook professionals maken fouten. Maar dit risico is kleiner dan de kosten die verbonden zijn aan een overdosis overheidsregelgeving. Daarom de vraag in hoeverre en onder welke condities u bereid bent vertrouwen te geven aan professionele organisaties en dus risico’s te lopen?</p><p><strong>Socratische houding<br /> </strong></p><p>Ik stel deze vragen niet omdat ik de vragen van Knapen niet serieus wil nemen. In tegendeel. Ik ga er vanuit dat de vragen van Knapen voortkomen uit het inzicht dat overheid en maatschappelijke organisaties elkaar tot op zekere hoogte ook nodig hebben. Als dat zo is mogen maatschappelijke organisaties ook de overheid bevragen en moet ook de overheid zijn verlegenheid en dilemma’s op tafel leggen. Immers, <em>it takes two to tango</em>.</p><p>En wie in het kader van samenwerkingsrelaties vragen stelt moet bereid zijn de aannames die op basis van vermeende kennis of gewoonte zijn ontstaan te herzien. Die Socratische houding zou zowel de sector als de staatssecretaris sieren. Dan kan het resultaat van dit debat nog wat moois opleveren.</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2012/01/it-takes-two-to-tango/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>1</slash:comments> </item> <item><title>Progressieve partnerships voor ‘thick solutions’</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2012/01/progressieve-partnerships-voor-%e2%80%98thick-solutions%e2%80%99/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2012/01/progressieve-partnerships-voor-%e2%80%98thick-solutions%e2%80%99/#comments</comments> <pubDate>Tue, 31 Jan 2012 05:00:31 +0000</pubDate> <dc:creator>Josine Stremmelaar</dc:creator> <category><![CDATA[De N van NGO]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=19756</guid> <description><![CDATA[Ontwikkelingsorganisaties hebben een groot bewaard geheim. Ze houden zich wel degelijk bezig met de thick problems van deze wereld, maar dat communiceren ze niet naar buiten. Volgens Josine Stremmelaar en Remko Berkhout van Hivos is het de hoogste tijd om dit wel te doen. Anders verliezen ze hun relevantie voor de grote ontwikkelingsvraagstukken van deze tijd. ‘Hoe komt het toch dat de gemiddelde NGO-missie bol staat van retoriek over de kracht en potentie van burgers in het zuiden terwijl burgers hier worden afgescheept met de slappe aftreksels van het echte verhaal?’ <a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/01/progressieve-partnerships-voor-%e2%80%98thick-solutions%e2%80%99/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong><a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/01/progressieve-partnerships-voor-%e2%80%98thick-solutions%e2%80%99/2-2/" rel="attachment wp-att-19766"><img class="alignleft size-full wp-image-19766" title="2" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2012/01/2.bmp" alt="" /></a>Ontwikkelingsorganisaties hebben een groot bewaard geheim. Ze houden zich wel degelijk bezig met de thick problems van deze wereld, maar dat communiceren ze niet naar buiten. Volgens Josine Stremmelaar en Remko Berkhout van Hivos is het de hoogste tijd om dit wel te doen. Anders verliezen ze hun relevantie voor de grote ontwikkelingsvraagstukken van deze tijd. ‘Hoe komt het toch dat de gemiddelde NGO-missie bol staat van retoriek over de kracht en potentie van burgers in het zuiden terwijl burgers hier worden afgescheept met de slappe aftreksels van het echte verhaal?’</strong></p><p><em>Door: Josine Stremmelaar en Remko Berkhout</em></p><p>Een discussie over de N van NGO’s start met de vraag over wie we het precies hebben. NGO’s zijn er in allerlei soorten en maten met bijhorende typologieën. Sla <a href="http://www.hivos.net/Hivos-Knowledge-Programme/Themes/Civil-Society-in-West-Asia/Publications/Working-Papers/14-Dissecting-Global-Civil-Society-Values-Actors-Organisational-Forms">dit paper </a>van Marlies Glasius, over BINGO’s, MONGOs en Flamingos er nog maar eens op na. NGO’s zijn werkzaam op allerlei terreinen en niveaus en kunnen een heel scala aan strategieën ontplooien. De N kun je breed opvatten als niet-overheidsorganisaties en smal als organisaties die onafhankelijk zijn van de staat. De N definieert dus vooral wat de organisatie niet is. Een interessantere vraag is natuurlijk wat NGO’s wel doen. Wat is hun rol? In de maatschappij, in relatie tot de staat, maar ook ten opzichte van andere actoren zoals het bedrijfsleven. En hoe ziet hun toekomstige rol er in een snel veranderende wereld uit?</p><p><strong>Speelveld volop in beweging</strong></p><p>Als je door de bril van een internationale NGO kijkt is het speelveld volop in beweging. De discussie over de rol van die INGOs is volop in gang en beperkt zich bepaald niet tot Nederland, getuige de vele internationale reacties op fora zoals het<a href="http://www.thebrokeronline.eu/Blogs/Future-Calling-blog"> ‘future calling blog’</a> van The Broker. Nu zou je kunnen beweren dat al het gediscussieer een teken aan de crisiswand is. En het geklaag over subsidies, fondsenwerving en wereldwijde trends rondom anti-NGO wetgeving zou dat beeld zomaar kunnen bevestigen. Tegelijkertijd zijn er genoeg signalen dat de toekomst er veel rooskleuriger uitziet en die worden jammer genoeg minder vaak opgepikt. Knapen’s ‘eigen’ WRR benadrukte het in <a href="http://www.wrr.nl/content.jsp?objectid=5549">‘Aan het buitenland gehecht’ </a>nog maar eens: ‘Non state actors’ worden voor het buitenlands beleid van elke zichzelf respecterende staat belangrijker.</p><p><a href="http://www.cgdev.org/content/publications/detail/1421419">Analyses van het Centre for Global Development </a>zetten de argumenten nog eens op een rijtje: wie voorbij ontwikkelingssamenwerking als een ‘sector’ kijkt ziet een drastische groei van instrumenten, actoren en kapitaalstromen met steeds breder wordende doelstellingen tussen het globale noorden en zuiden. En vriend en vijand zijn het erover eens dat NGO’s die slim inspelen op dit soort ontwikkelingen een sleutelrol zullen blijven vervullen, als ‘brokers’, uitvoerders, initiatiefnemers en ‘watchdogs’. De voorbeelden zijn legio. Bij Hivos werken we bijvoorbeeld samen met het Global Fund in Landen als Bolivia, Guatemala en Indonesië aan grote programma’s op het gebied van hiv/aids, en met onze partner Twaweza zitten we aan tafel bij Obama voor het wereldwijde <a href="http://www.opengovpartnership.org/">Open Government Partnership</a>.</p><p><strong>Alle soorten en maten</strong></p><p>Kortom, NGO’s zullen voorlopig in alle soorten en maten blijven bestaan en hun rol vervullen. Wat er van de Koek van Knapen wordt afgesnoept zal zijn invloed zeker niet missen, maar met de NGO als diersoort, en dan in het bijzonder die van Nederlandse makelij, komt het wel goed. Maar is dat genoeg? Mede dankzij jarenlange overheidssteun behoren de Nederlands NGO’s op vele terreinen tot de internationale voorhoedespelers. Maar wat is hun relevantie voor de grote ontwikkelingsvraagstukken van deze tijd?</p><p>Mike Edwards schreef een <a href="http://www.thebrokeronline.eu/var/broker/storage/original/application/960b295f2838b63a6609cea4fdf0a51f.pdf">essay over deze thematiek </a>en muntte de term ‘thick problems’. Denk daarbij aan klimaatverandering, migratie, overbevolking, groeiende economische ongelijkheid en een intredend tijdperk van schaarste aan grondstoffen. Wat deze problemen met elkaar gemeen hebben is de noodzaak tot grootschalige veranderingen, waarbij we ons bepaald geen hokjesdenken kunnen veroorloven. Maar de bulk van het gevestigde NGO-werk, zo luidt zijn betoog, kenmerkt zich juist door ‘thin solutions’, gevoed door destructieve depolitiserende tendensen, zoals regeldruk, resultaatmeting, en de eeuwige obsessie met ‘quick fixes’ en ‘magic bullets’. Zeker, NGO’s kunnen op deze manier nog wel een tijdje mee maar zullen er eenvoudigweg steeds minder toe doen, aldus Edwards.</p><p>De vraag is of het zo simpel ligt. Wie een kijkje neemt in de keuken van de grote Nederlandse NGO’s, komt wel degelijk initiatieven tegen die ‘thick solutions’ nastreven. Maar wat houden ze die goed verborgen! Oxfam heeft met haar kennis en invloedrijke campagnes op het gebied van de Robin Hood Tax prima troeven in handen voor een gesprek met bezorgde euroburgers die meer willen weten over de globale financiële crisis, maar kiest in de communicatie naar buiten toe voor een voorzichtiger koers. Hivos’ baanbrekende werk op het gebied van internetvrijheid, transparante ICT-toepassingen voor eerlijke verkiezingen zijn voor het publiek een van de best bewaarde geheimen. Cordaid’s wereldwijde initiatieven tegen de plundering van natuurlijke hulpbronnen schuilen op de website achter kreten als ‘samen tegen de armoede’. En de fondsenwerver van Save the Children bij de Albert Heijn dreunt nog altijd moeiteloos het oude liefdadigheidsmantra op, dat bepaald geen recht doet aan de ijzersterke reputatie van deze organisatie op het gebied van kinderrechten, van de sloppen in Kenia tot de burelen van de VN.</p><p><strong>Slap aftreksel</strong></p><p>Is dat misschien waarom de relevantie van NGO’s ter discussie staat? Zou dat misschien niet ook een reden zijn waarom het draagvlak voor het traditionele OS-werk als sneeuw voor de zon aan het verdwijnen is? Hoe komt het toch dat de gemiddelde NGO-missie bol staat van retoriek over de kracht en potentie van burgers in het Zuiden terwijl burgers hier worden afgescheept met de slappe aftreksels van het echte verhaal? Op Henk en Ingrid na, snappen Nederlanders dondersgoed dat de ontwikkelingsproblemen innig verbonden zijn met de grote vraagstukken van deze tijd die ons allemaal raken. Kritische burgers, of ze nu tot de <em>cultural creatives, occupiers</em> of <em>digital natives</em> behoren, staan niet en masse op het Malieveld, maar zijn het roerend eens over de noodzaak tot grote verandering. Die noodzaak wordt net zo goed gevoeld onder progressieve ondernemers, ambtenaren en politici. NGO’s die serieus met deze groepen in gesprek gaan hebben de sleutel tot nieuwe bondgenootschappen in handen. Bondgenootschappen die pro-OS krachten in de politiek weer een duwtje in de rug kunnen geven en discussies over de <em>technicalities</em> van de subsidiestroom laten voor wat ze zijn: een bijzaak.</p><p>Progressieve partnerships voor ‘thick solutions’ tussen middenveld, burgers, overheid en het bedrijfsleven, dat moet juist in dit polderland toch kunnen? Laten we dan beginnen met een goede inhoudelijke discussie over wat er allemaal mogelijk wordt als we de krachten bundelen. Dan wordt vanzelf ook duidelijk wat voor middelen er nodig zijn en wie wat gaat leveren.</p><p><em>Josine Stremmelaar en Remko Berkhout werken voor het Hivos Kennisprogramma (<a href="http://www.hivos.net/">www.hivos.net</a>).</em></p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2012/01/progressieve-partnerships-voor-%e2%80%98thick-solutions%e2%80%99/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>0</slash:comments> </item> <item><title>Ideeën voor na de Millenniumdoelen?</title><link>http://www.viceversaonline.nl/2012/01/ideeen-voor-na-de-millenniumdoelen/</link> <comments>http://www.viceversaonline.nl/2012/01/ideeen-voor-na-de-millenniumdoelen/#comments</comments> <pubDate>Mon, 30 Jan 2012 14:04:21 +0000</pubDate> <dc:creator>Anne Manschot</dc:creator> <category><![CDATA[Nieuws]]></category> <category><![CDATA[China]]></category> <category><![CDATA[India]]></category> <category><![CDATA[Ontwikkelingssamenwerking]]></category><guid isPermaLink="false">http://www.viceversaonline.nl/?p=19791</guid> <description><![CDATA[In Utrecht organiseerde de Society for International Development (SID) de achtste ‘Knowledge for Development Conference’. Het thema van de conferentie was veelbelovend: ‘Nieuwe donoren, nieuwe investeringen: nieuwe ontwikkeling? Voorbij de Millenniumdoelen’. Toch kwam pas tijdens de afsluitende discussie echt een toekomstvisie ter sprake. <a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/01/ideeen-voor-na-de-millenniumdoelen/">Verder lezen <span class="meta-nav">&#8594;</span></a>]]></description> <content:encoded><![CDATA[<p><strong><a href="http://www.viceversaonline.nl/2012/01/ideeen-voor-na-de-millenniumdoelen/untitled-6/" rel="attachment wp-att-19792"><img class="alignleft size-full wp-image-19792" title="untitled" src="http://www.viceversaonline.nl/wp-content/uploads/2012/01/untitled2.bmp" alt="" /></a>In Utrecht organiseerde de Society for International Development (SID) de achtste ‘Knowledge for Development Conference’. </strong><strong>Het thema van de conferentie was veelbelovend: ‘Nieuwe donoren, nieuwe investeringen: nieuwe ontwikkeling? Voorbij de Millenniumdoelen’. Toch kwam pas tijdens de afsluitende discussie echt een toekomstvisie ter sprake. </strong></p><p><strong>Collegereeks</strong></p><p>De conferentie in Utrecht begon ‘s morgens met een viertal hoorcolleges, met als overkoepelend thema: hoe gaan de ‘nieuwe donors’ als India en China om met bilaterale hulp, en hoe beïnvloedt dit het wereldtoneel? Zijn de <em>Millennium Development Goals</em> (MDGs) nog wel actueel, of moeten ze herzien worden?</p><p>In het licht hiervan spraken Aderanti Adepoju, (<em>Human Resource Development Center,</em> Lagos), Stephen Ellis (<em>African Studies Center</em>, Leiden), Yongjun Zhao (Rijksuniversiteit Groningen) en Maru Shete (LANDac, Ethiopië) de geïnteresseerden toe met hun visie op deze veranderingen op het internationale wereldtoneel. Adepoju sprak over de Chinese opvatting over Afrika: ‘China houdt zich bezig met zaken doen. Wat de consequenties ook zijn, wat het ook mag kosten. China maakt misbruik van de zwakke concurrentie in Afrika.’ Hij leek niet al te blij te zijn met de groeiende Chinese invloed op het wereldtoneel in het algemeen, toen hij uitriep: ‘<em>What in this world is not Chinese?’</em></p><p>Yongjun Zhao, Chinese academicus met een goed netwerk in zijn thuisland, liet in zijn presentatie weten dat het onderwerp van Chinese ontwikkelingshulp in het Aziatische land zelf nauwelijks aan de orde komt en een ‘<em>low profile’</em> heeft gehouden. Afrikaanse regeringen kiezen graag voor samenwerking met China, betoogde hij, omdat het makkelijker is om aan Chinees geld te komen dan Europese steun te krijgen. China houdt zich bezig met zakendoen, niet met politiek, aldus Zhao. ‘We moeten ook niet uit het oog verliezen dat in China zelf ook een groot deel van de bevolking onder de armoedegrens leeft en dat die aantallen zelfs toenemen. Er is een groot verschil tussen de arme en rijke delen van China zelf.’</p><p><strong>Nieuwe donoren</strong></p><p>Met die opmerking sloot zijn lezing mooi aan bij één van de workshops die tijdens de conferentie gehouden werden: ‘<em>New Donors – New Aid – New Agendas’</em>. India en China zijn zich als opkomende economieën in toenemende mate gaan bezighouden met economische- en ontwikkelingssamenwerking in met name Afrika en Azië. Vooral India is van deze nieuwe donoren een vreemde eend in de bijt: er leven meer mensen in armoede in India dan op het gehele Afrikaanse continent samengenomen, en het land ontvangt nog steeds ontwikkelingsgeld. Toch heeft de Indiase regering 5,7 miljard dollar aan ontwikkelingshulp aan Afrika toegezegd, een bedrag dat over een periode van drie jaar zal worden verdeeld. Volgens Bert Jacobs, docent aan de Universiteit van Antwerpen en spreker tijdens de workshop, halen China en India momenteel ‘meer grondstoffen uit Afrika dan Europa ooit gedaan heeft’.</p><p>De aanpak van China en India is wat betreft ontwikkelingshulp erg verschillend. Zo richt China zich meer op de opbouw van infrastructuur (een kritische deelnemer: ‘alleen maar om hun eigen grondstoffen beter te kunnen vervoeren!’) en legt India de focus vooral op training, opleidingen en ondernemerschap (het geven van studiebeurzen bijvoorbeeld), het zogenaamde capacity building.</p><p><strong>Rol van een bescheiden Europa</strong></p><p>Tijdens de conferentie is de rol van Europa vrijwel niet ter sprake gekomen. Pas bij de afsluitende discussie vroeg debatleider Annelies Zoomers (hoogleraar IDS aan de Universiteit Utrecht) de panelleden hun mening over de toekomstige rol van de EU. René Grotenhuis, directeur van Cordaid, wees erop dat de huidige crisis in Europa en in de ontwikkelingssector de mogelijkheid geeft tot vernieuwing. De scheiding tussen Noord en Zuid is verleden tijd volgens hem. Grotenhuis voorspelde dat vragen over de <em>global public goods</em> (zoals de klimaatproblematiek) het debat in de sector zullen domineren. Mirjam Van Reisen, professor aan de universiteit van Tilburg, stelde dat Europa minder moet preken en meer moet vechten voor Europese ideeën, zoals de welvaartstaat. Het panel (dat naast Grotenhuis en Van Reisen bestond uit Adepoju en Dorine van Norren van de Adviesraad Internationale Vraagstukken) was het erover eens dat de EU op gelijke voet moet gaan samenwerken met ontwikkelingslanden.</p><p>De discussie komt na een dag vol lezingen en beheerste uitspraken pas echt op gang als de zaal mee gaat doen. Een Aziatische studente vraagt zich af of een ontwikkelingsstrategie die een crisis als de eurocrisis brengt wel opgelegd kan worden aan andere landen. Een andere, Afrikaanse, deelnemer aan het congres benadrukte dat Afrikaanse landen als partners moeten worden gezien, en niet als arme sloebers of ‘<em>dumping ground’</em>. Zelfs als officiële ontwikkelingshulp zou stoppen, blijven Europa en ontwikkelingslanden nauw verbonden. In een vernieuwing van deze relaties moet dan ook geïnvesteerd worden.</p><p>Professor Adepoju uit Lagos herkent de betuttelende houding van Europa die een Afrikaanse student aanhaalt. Hij roept dan ook op om te werken vanuit het potentieel van ontwikkelingslanden en de dingen positief te bekijken. De Afrikanen zelf moeten ook hun overheden verantwoordelijk houden voor zaken als onderwijs en gezondheidszorg. ‘<em>Decolonization of the minds’</em>, een terugkerende kreet, moet volgens Adepoju aan twee zijden plaatsvinden. Afrikaanse landen moeten geloven in de eigen kracht en initiatief tonen. Europa moet de manier waarop zij omgaat met de ex-koloniën aanpassen. Grotenhuis: ‘Het wordt tijd dat Europa bescheiden wordt’.</p> ]]></content:encoded> <wfw:commentRss>http://www.viceversaonline.nl/2012/01/ideeen-voor-na-de-millenniumdoelen/feed/</wfw:commentRss> <slash:comments>1</slash:comments> </item> </channel> </rss><!-- Performance optimized by W3 Total Cache. Learn more: http://www.w3-edge.com/wordpress-plugins/

Minified using disk: basic
Page Caching using disk: enhanced
Database Caching 2/30 queries in 0.013 seconds using disk: basic
Object Caching 1085/1142 objects using disk: basic

Served from: www.viceversaonline.nl @ 2012-02-03 16:05:14 -->

